Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
61 Financiering
Kasgeldlimiet
Bedragen per jaar 2025
2026
2027
2028
136.598
119.451
133.303
114.535
- in procenten van de grondslag
8,5 %
8,5 %
8,5 %
8,5 %
- in bedrag
11.611
10.153
11.331
9.735
Opgenomen gelden < 1 jaar
11.154
11.154
11.154
11.154
Schuld in rekening-courant
0
0
0
0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
0
0
0
0
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
242
242
242
242
0
0
0
0
14.115
14.115
14.115
14.115
Omvang begroting per 1 januari (=grondslag) (1) Toegestane kasgeldlimiet
(2) Omvang vlottende korte schuld
(3) Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Toets kasgeldlimiet (4) Totaal netto vlottende schuld (2) – (3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+) / Overschrijding (-); (1) – (4) Bedragen x € 1.000
-3.203
-3.203
-3.203
-3.203
11.611
10.153
11.331
9.735
14.814
13.356
14.534
12.938
Renterisiconorm De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van een jaar of langer. Om de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de gemeente te beperken stelt de Wet fido een limiet aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een zeker jaar moet worden aangepast aan de dan geldende markttarieven. Dergelijke aanpassingen doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. De renterisiconorm volgens de Wet fido heeft als uitgangspunt om voldoende spreiding in de (rente-)looptijden van lange leningen aan te brengen. Zoals eerder beschreven is de huidige leningenportefeuille een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd. Voor de begroting 2025 – 2028 is de renterisiconorm voor Waddinxveen als volgt: Renterisiconorm
2025
2026
2027
2028
0
0
0
0
2. Te betalen aflossingen
7.375
375
375
5.375
3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2)
7.375
375
375
5.375
4. Renterisiconorm (zie onderstaande berekening)
27.320
27.320
27.320
27.320
5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
19.945
26.945
26.945
21.945
1. Renteherziening op vaste schuld o/g
5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4) Bedragen x € 1.000 Berekening renterisiconorm 2025 (bedragen x € 1.000):
4a Begrotingstotaal (lasten) jaar 2025 136.598 4b Percentage regeling 20% 4 Renterisiconorm op basis van 27.320 (4a x 4b/100)
62 Financiering
De renterisiconorm kan worden gezien als een nuttig instrument bij het beheersen van lange termijn renterisico’s. Dit betekent niet dat deze norm alle renterisico’s van de organisatie bestrijkt. Bijvoorbeeld de risico’s op nieuw af te sluiten leningen voor zover deze niet worden aangegaan om andere leningen af te lossen, maken geen deel uit van de berekening van de renterisiconorm. De renterisiconorm wordt in de begrotingsperiode 2025-2028 niet overschreden
63 Financiering
Paragraaf 5 Bedrijfsvoering 5.1 Wat is bedrijfsvoering? De gemeente Waddinxveen speelt in op vragen en ontwikkelingen binnen de gemeente en levert producten en diensten voor onze inwoners, bedrijven en instellingen. Bedrijfsvoering zorgt dat deze processen en taken zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd.
5.2 We zorgen dat onze organisatie past bij de groei van Waddinxveen In de afgelopen jaren is de gemeente Waddinxveen sterk gegroeid; van 25.125 inwoners in 2013 naar maar liefst 34.000 begin 2024. En de groei zet zich de komende jaren door naar circa 40.000 inwoners in 2030. Een toenemend aantal inwoners en uitbreiding van de bebouwde omgeving leiden tot meer werk voor de gemeentelijke organisatie. Daarnaast wordt onze omgeving steeds meer onvoorspelbaar, onzeker en ingewikkeld. Diverse maatschappelijke en technologische ontwikkelingen vragen een veranderende inzet van de ambtelijke organisatie. Informatieuitwisseling gaat steeds sneller, actuele vraagstukken volgen elkaar in rap tempo op en worden minder voorspelbaar. De opgaven waarvoor gemeenten staan worden ook steeds complexer als gevolg van bijvoorbeeld decentralisaties van rijkstaken in het sociaal domein, de invoering van de Omgevingswet of de verantwoordelijkheden die gemeenten hebben gekregen rondom de energietransitie, duurzaamheid, maar ook opvang van vluchtelingen. Dit alles stelt stevige eisen aan de ambtelijke organisatie. Willen we voldoen aan deze eisen dan is een investering nodig om nu én in de toekomst kwantitatief en kwalitatief in staat te zijn om te leveren.
Uit recent onderzoek van onderzoeksbureau Berenschot blijkt dat de ambtelijke organisatie van de gemeente Waddinxveen op onderdelen en in vergelijking met gemeenten van gelijke omvang op dit moment onder het huidige takenpakket onderbezet is. Om deze achterstand in te halen, is extra formatie aangevraagd in deze Kaderbrief 2025-2028. De aanstaande groei van Waddinxveen van 34.000 naar (verwacht) 40.000 inwoners, de uitbreiding van wettelijke taken en de ambities in het coalitieakkoord maken bovendien voor de komende jaren een jaarlijkse heroriëntatie op de omvang en samenstelling van de ambtelijke organisatie noodzakelijk. Dit betekent dat jaarlijks bij de Kaderbrief bepaald wordt hoeveel de ambtelijke organisatie mee moet groeien met het inwoneraantal. Op basis van de gehouden benchmark gaan we daarbij uit van 7,8 FTE (fulltime-equivalent) per 1000 inwoners. De groei van de organisatie zorgt ook voor een huisvestingsvraag. Deze vraag pakken we in 2025 op.
5.3 We zorgen dat we over voldoende talentvolle medewerkers beschikken Gelet op de krappe arbeidsmarkt is het moeilijk om voldoende talentvolle medewerkers aan te trekken. In het collegeprogramma is daarom opgenomen dat we inzetten op aantrekkelijk werkgeverschap. Om onze positie op de arbeidsmarkt te behouden en te versterken, verbeteren we ons werving en selectieproces. Ook willen we dat medewerkers langere tijd bij ons blijven werken. Daarom zorgen we dat medewerkers hun talenten zo kunnen ontwikkelen en inzetten, dat zowel medewerker als organisatie hiervan profiteren. Werk dat aansluit bij talenten en interesses van medewerkers zorgt voor een duurzame arbeidsrelatie. Door te investeren in de duurzame inzetbaarheid van huidige medewerkers voorkomen we uitstroom. Duurzame inzetbaarheid zorgt dat medewerkers nu en in de toekomst fysiek, mentaal en sociaal gezond waardevol werk kunnen blijven doen dat past bij hun talenten, ambities en mogelijkheden.
5.4 We zijn open en transparant De Wet open overheid (Woo) vervangt sinds 1 mei 2022 de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Een transparante overheid maakt de informatie waarover zij beschikt zo veel mogelijk actief openbaar. Dat vinden wij belangrijk. Daarom maakt dit deel uit van het collegeprogramma 2022-2026. En volgens artikel 3.5 Openbaarheidsparagraaf van de Woo zijn we ook verplicht om: in de jaarlijkse begroting de aanpak voor de uitvoering van deze wet te delen; in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van deze aanpak.
64 Bedrijfsvoering
Actieve openbaarmaking We werken al grotendeels volgens de Woo. Volgens de fasering van de Woo maken we in 2025 op onderdelen een verdere verbeterslag. We zetten waar nodig de spreekwoordelijke puntjes op de ‘i’ en maken we de volgende documenten actief openbaar: Documenten die de raad heeft gekregen; Documenten en verslagen van vergaderingen van de raad; Agenda en besluiten van het college; Adviezen van commissies; Jaarplannen en jaarverslagen; Overzicht van gegeven subsidies; Woo-vragen. Actieve openbaarmaking betekent dat we informatie uit eigen beweging publiceren en voor iedereen toegankelijk maken. Ook is het belangrijk dat de openbaar gemaakte informatie goed vindbaar is en toegankelijk voor een breed publiek. Passieve openbaarmaking We handelen een Woo-vraag binnen vier weken af. Bij een groot of ingewikkeld verzoek kan de periode met maximaal twee weken worden verlengd of wordt het verzoek via deelbesluiten afgehandeld.
5.5 We werken onze controle- en financiële functies inhoudelijk breder uit Implementatie vGRC-pakket 2025 wordt het derde jaar waarin een “in control statement” wordt afgegeven door het college aan de raad. Om nog meer in control te komen, worden onderdelen van de “control” functie gebundeld in één softwarepakket. Denk daarbij aan uitkomsten van Verbijzonderde Interne Controle (VIC) Audits, aanbevelingen vanuit de Functionaris Gegevensbescherming maar ook navolging van feedback van de onafhankelijk extern controleur (accountant). Aanpassing van de Financiële verordening In 2023 is de financiële verordening van Waddinxveen geactualiseerd. In 2025 actualiseren we deze opnieuw. We onderzoeken hoe we de besluitvorming binnen de planning & control cyclus kunnen verbeteren. Dit kan door bijvoorbeeld voor de zomervakantie te besluiten over de eerste Bestuursrapportage. Zo is de raad nog beter in staat om te sturen op de resultaten van de gemeente. Op het moment dat deze programmabegroting wordt opgesteld, voert de Groene Hart Rekenkamer voert een onderzoek uit binnen de deelnemende gemeenten naar het “sturen op indicatoren”. In samenspraak met de gemeenteraad worden de uitkomsten van dit rapport in 2025 verder uitgewerkt.
Risicomanagement in relatie tot het weerstandsvermogen Door risicomanagement in de organisatie een prominentere plek binnen de besluitvormingsprocessen te plaatsen, kan tijdig in passende beheersmaatregelen worden voorzien. De huidige nota “Risicomanagement en weerstandsvermogen” stamt uit 2017 en is verouderd. Een geactualiseerde nota “Risicomanagement” wordt in 2025 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. In 2025 worden de bevindingen van de accountant verder opgepakt. Het uitvoeren van een Fraude Risico Analyse is er daar een van. We zoeken actief de kwetsbaarheden op in de organisatie, En we passen beheersmaatregelen toe om zo het risico op fraude zo laag mogelijk te houden.
5.6 We werken nog slimmer en meer digitaal We verbeteren onze processen en gebruiken daarbij goede programma’s en betrouwbare gegevens. Medewerkers kunnen altijd en overal werken. Met Microsoft 365 gaan we slimmer (samen)werken. En we werken ook meer datagedreven. Met steeds meer hulp van kunstmatige intelligentie.
5.7 We vinden de bescherming van persoonsgegevens en de veiligheid van alle informatie belangrijk We beschermen de persoonsgegevens Per proces zorgen we voor goede maatregelen. We maken personen die ermee te maken hebben duidelijk waarom privacy belangrijk is. Op onze website laten we zien welke persoonsgegevens we gebruiken en waarom. We voeren verbeteringen in de bescherming van persoonsgegevens door.
65 Bedrijfsvoering
We beveiligen alle informatie We controleren altijd ons netwerk op dreigingen en vreemde gegevens en gebeurtenissen. We leggen aan organisaties die ons controleren onze maatregelen uit. En hoe we ons houden aan de regels van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).
5.8 We verduurzamen onze catering In 2025 gaan we verder met het verduurzamen van onze catering. Uiteindelijk kunnen we aantonen op welke wijze en hoeveel verduurzaming er binnen de catering is bereikt.
5.9 We verbeteren en verduurzamen onze inkoop- en contractbeheer We zorgen dat de inkoopovereenkomsten organisatiebreed inzichtelijk worden en de dossiervorming van contracten wordt verbeterd. We sluiten de administratie van inkoop en de financiële werkprocessen en –systemen beter op elkaar aan. We kopen duurzaam en sociaal in. We nemen hiervoor regels op in onze aanbestedingsdocumenten. Bij werken en diensten boven een bepaald bedrag dient de ondernemer voor een deel van dit bedrag een sociale bijdrage te leveren. Bijvoorbeeld door het creëren van werk voor een bepaalde doelgroep of door van gebruikte materialen nieuwe producten te maken. We werken het actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) bij. We voeren een nulmeting circulair inkopen uit.
5.10 Doelstellingen en inspanningen Onderwerp Personeel Verzuim
Toelichting
Doelstelling 2025
In het kader van duurzame inzetbaarheid zetten we blijvend in op het verminderen van verzuim. Dit doen we met gerichte acties, met name bij teams of aandachtsgebieden, waar het verzuim hoger is dan de gestelde norm.
5,2%, conform gemeentelijke verzuimnorm 2023, A&O Fonds Gemeenten.
Om onze doelen rondom dienstverlening, participatie, bedrijfsvoering en het nieuwe werken te halen, is het noodzakelijk dat we computers, programma’s en netwerk steeds kunnen gebruiken.
De computers, programma’s en het netwerk zijn voor 99,5% beschikbaar. Met uitzondering van vooraf gepland onderhoud.
Zorgvuldig juridische proces
We handelen zorgvuldig, zoals de samenleving van ons verwacht en zorgen daarmee ook dat extra kosten worden voorkomen.
In elke juridische procedure (bezwaar, beroep, hoger beroep) geldt dat maximaal 20% gegrond wordt verklaard.
Verminderen bezwaarprocedures
Wij willen het aantal bezwaarschriften terugdringen door de kwaliteit van de primaire besluitvorming op inhoud te verbeteren en door het houden van informele gesprekken.
In minimaal 20% van de ingekomen bezwaarschriften voeren we informele gesprekken, waarbij we in minimaal 30% het geschil oplossen en de bezwaarprocedure stopt.
Informatie Beschikbaarheid van computers, programma’s en netwerk
Juridisch advies
66 Bedrijfsvoering
Paragraaf 6 Verbonden partijen 6.1 Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor de taken die zij door verbonden partijen laat uitvoeren. Het is daarom van belang de bijdrage van verbonden partijen en mogelijke risico’s te beoordelen. In de programma’s is beschreven hoe de verbonden partijen bijdragen aan de realisatie van de programma’s. Om te kunnen sturen deze bijdragen is ook de financiële positie van belang. In deze paragraaf is per verbonden partij vermeld op welke wijze de gemeente financieel en bestuurlijk is verbonden. Ook is opgenomen of er sprake is van risico’s voor de gemeente waarvoor geen maatregelen bij de verbonden partij zijn getroffen, maar die wel van materiële betekenis zijn voor de financiële positie. De ‘Leidraad sturing en grip op verbonden partijen 2017’ schetst de wijze waarop raad, college en ambtelijke organisatie – ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid – zorgen voor sturing en grip. Gegevens per verbonden partij Gemeenschappelijke regelingen
Soort regeling/ rechtsvorm
Financieel belang (omvang deelnemersbijdrage)
Bestuurlijk belang (vertegenwoordigi ng en stemverhouding in Algemeen Bestuur) 1 collegelid 1 van 19 stemmen
Eigen vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Vreemd vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Verwachte omvang financiële resultaat
Omvang risico’s (in relatie tot weerstandsvermogen)
Veiligheidsregio Hollands Midden (Leiden)
College Openbaar lichaam
€ 2.265.601
01-01-2025: € 5.869.000 31-12-2025: € 5.814.250
01-01-2025: € 88.173.000 31-12-2025: € 87.352.000
€0
Het benodigde weerstandsvermogen bedraagt in 2025 € 1.220.000. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 1.220.000. Huidige weerstandsvermogen is 1 en daarmee toereikend.
HECHT (voorheen Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg) (Leiden)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 2.764.000
1 collegelid 2 stemmen
01-01-2025: € 224.000 31-12-2025: - € 285.000
01-01-2025: € 40.982.000 31-12-2025: € 41.791.000
€0
Het weerstandsvermogen van Hecht wordt bepaald door de omvang van de reserves. Het weerstandsvermogen bedraagt in 2025 € 224.000. De risico’s zijn bepaald op € 4.610.000. Huidige weerstandsvermogen is 5% en daarmee niet toereikend.
Regio Midden-Holland (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 179.070
2 collegeleden 2 van de stemmen
01-01-2025: € 423.000 31-12-2025: € 423.000
01-01-2025: € 766.000 31-12-2025: € 766.000
€0
De Regio Midden-Holland beschikt over een weerstandscapaciteit van € 100.000, conform de hierover in het Algemeen Bestuur gemaakte afspraak. De gekwantificeerde risico’s dienen op de weerstandscapaciteit in mindering te worden gebracht. Hoewel de risico’s in de risicoparagraaf niet zijn gekwantificeerd, lijkt dat deel van de weerstandscapaciteit dat gevormd wordt door de algemene reserves, vooralsnog niet toereikend te zijn. Bij het optreden van negatieve gevolgen van risico’s zullen aanvullende maatregelen genomen moeten worden.
10
67 Verbonden partijen
Omgevingsdienst MiddenHolland (Gouda)
College Openbaar lichaam
€ 1.968.567
2 collegeleden stemverhouding 16/183e
01-01-2025: € 1.982.000 31-12-2025: € 1.919.000
01-01-2025: € 9.592.000 31-12-2025: € 9.490.000
€0
Het Algemeen Bestuur van ODMH wenst een weerstandsvermogen van 90% te hebben (verdeeld over 13% voor Bouw- en Woningtoezicht en 31% voor milieu en overheadrisico’s van in totaal 56%). De risico’s bedragen € 1.625.571 en de weerstandscapaciteit is € 1.400.653. Het weerstandsvermogen is 86,1% en vooralsnog niet toereikend.
Werkvoorzieningsschap Promen (Gouda)
College Openbaar lichaam
€ 2.035.000
1 collegelid
01-01-2025: € 3.491.000 31-12-2025: € 3.353.000
01-01-2025: € 6.209.000 31-12-2025: € 6.214.000
€0
De weerstandscapaciteit bedraagt in 2024 € 960.000. De bedrijfsrisico’s zijn gekwantificeerd op € 1.900.000. Het weerstandsvermogen is 51%. Er wordt gewerkt aan een voorstel ter versterking van het weerstandsvermogen.
Streekarchief MiddenHolland (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 227.313
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2025: € 120.301 31-12-2025: € 120.301
01-01-2025: € 512.074 31-12-2024: € 513.061
€0
De risico’s zijn gekwantificeerd op € 214.000. Het gewenst weerstandsvermogen is 90% en bedraagt € 192.600. De weerstandscapaciteit is € 120.301. Geconcludeerd kan worden dat de berekende aanwezige weerstandscapaciteit 62,5% van het gewenste weerstandvermogen bedraagt.
Grondbank RZG Zuidplas (Den Haag)
College Openbaar lichaam
€0
2 collegeleden 10 leden, 2 leden per deelnemende gemeente
01-01-2025: € 0 31-12-2025: € 0
01-01-2025: € 0 31-12-2025: € 0
€0
Het weerstandsvermogen van de Grondbank is nihil. In artikel 27 van de gemeenschappelijke regeling is de risicoverdeling van de deelnemers aan de Grondbank geregeld, waaronder 5% voor Waddinxveen.
Groenalliantie MiddenHolland en omstreken (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 248.200
2 collegeleden 2 van de stemmen
01-01-2025: € 9.653.000 31-12-2025: € 9.480.000
01-01-2025: € 2.282.000 31-12-2025: € 1.982.000
€0
10
De gekwantificeerde risico bedragen € 100.000. De weerstandscapaciteit van Groenalliantie is € 1.600.000. Het weerstandsvermogen heeft een waarderingscijfer van B (€ 1,5 miljoen) en is daarmee ruim voldoende.
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (Leiden)
College Openbaar lichaam
€ 606.506
1 collegelid 3,77% van stemrecht
01-01-2025: € 846.000 31-12-2025: € 846.000
01-01-2025: € 11.748.000 31-12-2025: € 12.199.000
€0
het
Het totaal aan gekwantificeerde risico’s bedraagt € 350.000. De weerstandstandscapaciteit is € 846.000. Niet alle risico’s zijn gekwantificeerd, waardoor op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland de deelnemers verplicht zijn er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken.
68 Verbonden partijen
Vennootschappen
Rechtsvorm
Financieel belang (omvang deelnemers bijdrage)
Bestuurlijk belang (vertegenwoordigi ng en stemverhouding in Algemeen Bestuur) 1 collegelid in de AVA. 17.823 aandelen.
Eigen vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Vreemd vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Verwachte omvang financiële resultaat
Risico’s (in relatie tot weerstandsvermogen)
BNG Bank
N.V.
Niet van toepassing
01-01-2023: € 4.615 mln. 31-12-2023: € 4.721mln. (Bron: JR 2023)
01-01-2023: € 107.459 mln. 31-12-2023: € 110.819 mln. (Bron: JR 2023)
€ 254 mln. (Bron: JR 2023)
De bank heeft een laag risicoprofiel, hetgeen ook blijkt uit de ratings.
Oasen
N.V.
Niet van toepassing
1 collegelid in de AVA 27 van de 748 aandelen
E.V. 01-012023: € 125.600.000 E.V. 31-122023: € 128.149.000 (Bron: JR 2023)
V.V. 01-012023: € 221.955.000 V.V. 31-122023: € 244.640.000 (Bron: JR 2023)
Cyclus
N.V.
Niet van toepassing
1 collegelid in de AVA 5,5% van de aandelen
01-01-2025: € 12.471.000 31-12-2025: € 12.471.000
01-01-2025: € 22.636.000 31-12-2025: € 24.704.000
€ 834.000
Triangel
C.V./B.V.
Niet van toepassing
1 collegelid en 1 directielid in de AVA 50 % van de aandelen
C.V. begin: € 12.774.000 C.V. Einde: € 12.774.000
C.V. begin: € 2.226.000 C.V. Einde: €2.226.000
B.V. begin: € 64.562 B.V. einde: € 64.562
B.V. begin: € 195.000 B.V. einde: € 195.000
Verwacht resultaat totale deelneming circa € 5 mln.
Stichtingen en Verenigingen
Rechtsvorm
Stichting Greenport regio Boskoop
Stichting
Financieel belang (omvang deelnemers bijdrage) Niet van toepassing
Bestuurlijk belang (vertegenwoordigi ng en stemverhouding in AB) 1 collegelid 1 stem per lid
Verwachte omvang financiële resultaat 01-01-2023: € 24.079 31-12-2023: € 24.079 (Bron: JR 2023)
01-01-2023: € 237.702 31-12-2023: € 206.389 (Bron: JR 2023)
In 2022 is Oasen gaan werken volgens het, in december 2021 vastgestelde, integraal risicomanagement beleid. Het integraal risicomanagement beleid is gebaseerd op het RAVC (Risk Appetite Value Chain) vier kwadratenmodel. Hiermee beschikt Oasen over een raamwerk dat past bij de organisatie. Eén keer per jaar wordt aan de auditcommissie en RvC gerapporteerd over de opzet en werking van het risicomanagementsysteem waarbij eveneens wordt aangegeven of er verbeteringen zijn doorgevoerd. Het College geeft Cyclus N.V. opdracht om het afval op te halen. Het College spreekt af dat Cyclus NV in Waddinxveen afval ophaalt. Voor 2025 spreken we, conform de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), met Cyclus nieuwe prijzen af voor het werk dat Cyclus doet. De kosten worden gedekt door de afvalstoffenheffing. De GEM CV heeft zelf een uitgebreide risicoparagraaf. Daarnaast zijn in de gemeentelijke grondexploitatie gekwantificeerde risico’s opgenomen.
Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
Er zijn geen risico’s. De stichting is als het ware een overlegorgaan.
69 Verbonden partijen
Paragraaf 7 Grondbeleid 7.1 Inleiding In deze paragraaf geven we een financieel totaalbeeld van de Grondbedrijfsfunctie (GBf). Dit doen we op basis van de per 1 juli 2024 geactualiseerde grondexploitaties en recente beoordelingen van de lopende facilitaire projecten. De effecten van deze actualisaties hebben een directe invloed op de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG), de voorzieningen en de weerstandscapaciteit. In deze paragraaf grondbeleid wordt een verdere toelichting gegeven op de mutaties.
7.2 Visie en uitvoering grondbeleid in relatie tot doelstellingen uit programma’s Ons grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. In de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050, beleidsnota’s en omgevingsplannen is vastgelegd hoe we de ruimtelijke omgeving ontwikkelen. Vanuit risicobeheersing doen we dit op dit moment zoveel mogelijk vanuit facilitair grondbeleid. We geven de ruimte aan andere partijen om te ontwikkelen binnen door ons gestelde kaders. Op basis van het huidige beleid heeft de gemeente ook de mogelijkheid om actief grondbeleid te voeren als dat vanuit een strategisch belang gewenst is. Ons grondbeleid wordt momenteel herzien. De oplevering van de herziende nota grondbeleid vindt plaats in het vierde kwartaal van 2024 of het eerste kwartaal van 2025. Facilitaire projecten. We geven bij facilitaire projecten de ruimte aan andere partijen om te ontwikkelen binnen de gestelde kaders. De aankoop en uitgifte van gronden wordt bij facilitair grondbeleid uitgevoerd voor rekening en risico van andere partijen. Onze invloed loopt niet via het grondeigendom (als marktspeler), maar via omgevingsplannen, overeenkomsten en/of een exploitatieplan (als marktmeester). In de volgende tabel, tabel 1, zijn facilitaire projecten aangegeven die in ontwikkeling zijn. Deze facilitaire projecten lopen vaak door in 2025 en verder.
Tabel 1 Facilitaire projecten in ontwikkeling Locatie Zorgboerderij Noordeinde 61 Postkantoor Noordkade 108 (Kerkweg Oost 161) Noordpark Kanaaldijk 6 Zesde Tochtweg 2a
Noordeinde 124-126
Abraham. Kroesweg 15
Plasweg 134-136
Noordkade
Plasweg 20 en 20a/Park Polderstaete Onderweg 34
Heggewinde 22a
Wilhelminakade 78
Glasparel+ fase 2
PostNL locatie
Businesspark Vredenburgh fase 2
Noordeinde 65
OverslagwegTruckparking
Plasweg Hoevezone
GEM Triangel
Bredeweg achter 15,16,17
Hoek Bredeweg Piet Stuurmansweg
Henegouwerweg 119 a/b,120
Esdoornlaan 26
Kerkstraat 19-23
Noordkade voorbereiding
G. van Dort Kroonweg 4,6,7 en 12 Zuidelijke Dwarsweg 13c
Kerkweg-Oost 214- Zuidelijke 216 Rondweg achter Akkeroord Noordeinde 74, Tweede Bloksweg 122a en 134 54 b
Abraham. Kroesweg 2 Tweede Bloksweg 44
Henegouwerweg 10
Dorpstraat 72
Facilitair project R.3809/R.4803 Noordkade & R.3805 Businesspark Vredenburgh fase 2 Het verouderde bedrijventerrein willen wij (laten) transformeren naar woningbouw. De huidige bedrijven moet worden verplaatst zodat de grond vrijkomt voor deze herontwikkeling. Om dit te mogelijk te maken heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar van businesspark Vredenburgh fase 2. Deze overeenkomst houdt in dat wij gronden kopen van deze ontwikkelaar die vervolgens door de grondeigenaren op de Noordkade kunnen worden overgekocht om zo de bedrijfsactiviteiten te verplaatsen naar businesspark Vredenburgh. 70 Grondbeleid
Het project de Noordkade betreft nu nog een facilitair project. Het plan is om in oktober 2024 te beslissen over de gebiedsexploitatie van fase 1 inclusief de toegekende woningbouwimpuls subsidie (WBI) ter hoogte van € 5,022 miljoen. In het voorstel wordt een actievere rol van de gemeente opgenomen. Dit betekent dat voor een deel van de ontwikkeling Noordkade fase 1 een grondexploitatie wordt geopend. Dit wordt dan verwerkt in de jaarrekening 2024. Actieve gemeentelijke projecten. Als gemeente ontwikkelen we ook zelf facilitaire projecten. Hierbij hebben wij een actieve rol waarbij we voor eigen rekening en risico ruimtelijke plannen ontwikkelen. Actief grondbeleid wordt alleen gevoerd als dit van strategisch belang is voor de gemeente. In dat geval verwerven en ontwikkelen wij zelf de benodigde gronden. Per 1 juli 2024 bestaan de volgende gemeentelijke actieve grondexploitaties: het Centrum, het Sleutelkwartier, Coenecoop III, ’t Suyt fase II, De Dreef, Peter Zuidlaan en Park Triangel. Verbonden partijen. Binnen het GBf (grondbedrijfsfunctie) maken we ook deel uit van een tweetal Verbonden Partijen. De twee Verbonden Partijen zijn: 1. GEM CV Park Triangel en 2. Grondbank RZG Zuidplas Nota kostenverhaal. Nieuwe ontwikkelingen brengen kosten met zich mee. Daarom heeft de gemeente de ‘Nota Kostenverhaal 2019’ vastgesteld.
In deze nota staat hoe om wordt gegaan met: Plankosten, Bovenplanse kosten Bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen en Bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen. De Nota kostenverhaal wordt herzien. De herziende nota kostenverhaal wordt in het laatste kwartaal van 2024 of het eerste kwartaal van 2025 voorgelegd.
7.3 Prognose resultaten Grondbedrijfsfunctie Portefeuillerisico Voor de beheersing van de GBf is het noodzakelijk een inschatting te maken van de risico’s die zich in de verschillende onderdelen en het geheel kunnen voordoen. Deze risico’s brengen we in beeld. De belangrijkste risico’s vloeien voort uit de woningbouwprogrammering versus de woningbehoefte-raming op langere termijn. De gemeente heeft een forse woningbouwprogrammering ten opzichte van de woningbehoefteraming die door de provincie Zuid-Holland is opgesteld. In de Regionale Agenda Wonen en de bijbehorende woningbouwprogrammering worden hier regionaal afspraken over gemaakt. De huidige projecten zijn allemaal afgestemd met de regio. Prognoses per portefeuilleonderdeel Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken worden de grondexploitatiebegrotingen geactualiseerd en de projecten facilitair grondbeleid tegen het licht gehouden. Ook worden de resultaten en risico’s bij de verbonden partijen beoordeeld. Hier wordt beoordeeld of de resultaten in financieel opzicht en qua voortgang moeten worden bijgesteld. In deze paragraaf worden de mutaties, voorzieningen en risico’s per onderdeel beschreven. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan in welke mate we in staat zijn om nadelige gevolgen van niet-afgedekte risico’s op te vangen.
Ook is van belang te weten welke grootte de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG) moet hebben om de risico’s in de portefeuille te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is het totaal van de financiële vertaling van alle project-specifieke en generieke (conjuncturele) risico’s die in beeld zijn gebracht. De beschikbare weerstandscapaciteit, de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie, geeft aan in hoeverre de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) hieruit gedekt kan worden. In de volgende tabel is de weerstandscapaciteit van specifiek de GBf weergegeven. De stand van de ABG minus de risico’s geeft het weerstandsvermogen weer.
71 Grondbeleid
Tabel 2 Stand weerstandscapaciteit Begroting 2024-2027
Jaarrekening 2023
Begroting 20252028
Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie
2.512
Risico’s Actief Grondbeleid
4.879
3.607
2.911
-2.367
-823
-2.303
Weerstandscapaciteit
608
2.784
Bedragen x € 1.000 Weerstandsvermogen Ná vaststelling van de begroting 2025 - 2028 door de gemeenteraad bedraagt de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit (het saldo van de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG) ná aftrek van eventuele generieke en project specifieke risico’s) per 1 januari 2028 circa € 2,3 miljoen negatief. De ontwikkeling van het totale weerstandsvermogen, waar het ABG-onderdeel van uit maakt, blijft de komende jaren voldoende om de ingeschatte risico’s te kunnen afdekken. Zie hiervoor paragraaf 2 van deze begroting.
Actief Grondbeleid Parameters Jaarlijks worden de grondexploitaties bij jaarrekening en begroting geactualiseerd. Dit betekent dat de grondexploitaties marktconform worden gemaakt zodat we in staat zijn de te verwachten investeringen te kunnen plegen. Ook wordt opnieuw gekeken naar de te verwachten opbrengsten als tegenhanger van de te verwachten investeringen. Om de investeringen en opbrengsten in de toekomstige jaren vanaf 1-1-2024 op peil te houden worden deze bedragen geïndexeerd (Tabel 3 Parameters per 1-1-2024 Investeringen). De toe te passen indexatie betreft een percentage welke “parameters” worden genoemd. De toe te passen parameters zijn indexcijfers voor kosten- en opbrengststijging, rentekosten en -opbrengsten en de verplicht te hanteren discontovoet (voorschrift Commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). Voor de te verwachten investeringen kijken we vooral naar de nog te investeren budgetten van eventueel te verwerven gronden, plan- en overige kosten vanaf 1-1-2024. Ook is beoordeeld of de beschikbare budgetten voor de te verwachten civieltechnische kosten voldoende aanwezig zijn om de te verwachten werken te kunnen uitvoeren.
Met betrekking tot de opbrengsten zijn in de rekentechnische uitgangspunten 2024 de te hanteren grondprijzen opgenomen die zijn verwerkt in de actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties per 1-1-2024. Dit percentage wordt de komende jaren in de actualisatie structureel op 2% voorzien (Zie tabel 4 Parameters per 1-1-2024 Grondopbrengsten). Bij actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties wordt rekening gehouden met de volgende parameters: Tabel 3 Parameters per 1-1-2024 Investeringen Totaal beeld parameters
2024
2025
2026 en verder
2,50% 1,75%
2,00% 1,75%
2,00% 1,75%
2,00% 2,00%
2,00% 2,00%
2,00% 2,00%
Tabel 4 Parameters per 1-1-2024 Grondopbrengsten Opbrengstensoort
2024
2025
1.1 1.2 2
2% 0% 2%
2% 0% 2%
2026 en verder 2% 0% 2%
1 2 3 4
Verwerving, civiele kosten en plankosten Rente over de te verwachten kosten en opbrengsten (op basis van BBV richtlijnen) Opbrengsten woningbouw en bedrijventerreinen Discontovoet ten behoeve van netto contant maken van de eindwaarde per 1-1-2023 conform BBV- regelgeving
Woningbouw vrije sector Woningbouw sociaal* Bedrijven
De te hanteren parameters zijn begin 2024 door ons college van burgemeester & wethouders vastgesteld via het document “Rekentechnische uitgangspunten ten behoeve van actualisatie Grondexploitaties gemeente Waddinxveen per 1-1-2024” en verwerkt in alle gemeentelijk te actualiseren grondexploitatiebegrotingen per 1-1-2024. Voor een nadere analyse, onderbouwing en detaillering van bovengenoemde parameters en te hanteren grondprijzen per 1-1-2024 verwijzen wij naar de “NT01.v04 20240301 1815 Advies parameters Waddinxveen 2024 en verder”. 72 Grondbeleid
Mutaties Algemeen Het doorberekende rentepercentage voor actief grondbeleid is 1,75% zoals ook in tabel 3 hiervoor is opgenomen. Dit percentage is gerelateerd aan het percentage van de vreemd vermogen portefeuille. De gehanteerde jaarlijkse kostenindexatie is aangepast naar 2,5% voor 2024. Vanaf 2025 en verder wordt stabiele kostenindexatie gehanteerd van 2% per jaar. Vanwege de instabiele marktomstandigheden houden we deze indexen scherper in de gaten. In het tweede kwartaal van 2024 is de woningbouwimpuls (WBI) subsidie ter hoogte € 1,75 miljoen van toegekend aan het overkoepelend project “Centrumgebied Waddinxveen”. Het overkoepelende project bestaat uit nog te realiseren ontwikkelingen binnen de GREXEN Centrum, Sleutelkwartier en Op Dreef. De subsidie is verdeeld over deze drie GREXEN op basis van woningaantal. Hiermee gaan de verliesvoorzieningen voor de projecten Centrum en Sleutelkwartier naar beneden en is tevens het resultaat van de grondexploitatie Op Dreef verbetert. Bij de subsidie hoort ook een prestatie die geleverd moet worden. Dit betekent dat de woningen die we willen bouwen ook gerealiseerd moeten worden binnen 10 jaar (vanaf 1-1-2024). Mocht dit niet het geval zijn dan zal de subsidie naar rato moeten worden terugbetaald. Centrum In het centrum worden er de komende jaren nog twee deellocaties uitgegeven: het appartementencomplex fase 1b en fase 2.
Op 16 juni 2021 is de gemeenteraad akkoord gegaan met de aanpassing van de uitgangspunten voor de kantoorkavel. Hiermee is het bouwvolume vergroot en is het aantal woningen van 38 naar circa 50 woningen gegaan. Deze veranderende uitgangspunten zijn toen verwerkt in de grondexploitatie. Op dit moment lopen de laatste gesprekken over aanpassing van het ontwerp voor de kantoorkavel inclusief bijbehorend addendum op de overeenkomst Voor fase 2. In 2021 is zowel de ontbindingsovereenkomst met ASR als de overeenkomst met MRP over de nieuwe uitgangspunten voor fase 2 besproken. Deze nieuwe uitgangspunten zorgen voor een aanpassing van de grondexploitatie. In februari 2022 zijn deze uitgangspunten ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad en hier is positief op besloten. In 2022 is de afkoopsom voor fase 2 door ASR voldaan. Voor fase twee is het onzeker of het beoogde uitgifte jaar 2025 haalbaar is. Hier wordt komende periode verder over gesproken met de ontwikkelaar. Voor nu is het beoogde uitgifte jaar 2027. Zoals aangegeven is de WBI-subsidie opgenomen in de GREX. Het aandeel voor het Centrum betreft ca. € 445.000. Het totaal financieel resultaat van de grondexploitatiebegroting Centrum betreft circa € 5.348.000 (eindwaarde per 31-12-2027) negatief/ nadelig.
Bij de administratieve afsluiting (2027) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen van circa € 742.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden. Omdat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG. Coenecoop III In 2023 zijn de laatste 3 kavels verkocht. In 2024 worden de laatste technische werkzaamheden uitgevoerd in relatie tot de verkoop van de kavels. In de huidige situatie is door de gebruikers aangegeven dat er mobiliteitsknelpunten zijn. Na verkoop van alle kavels en ingebruikname van de gerealiseerde bedrijfspanden wordt beoordeeld of er aanvullende maatregelen getroffen moeten worden voor het oplossen van deze knelpunten. Het totaal financiële resultaat van de grondexploitatie Coenecoop III bedraagt € 493.000 (eindwaarde per 31-122024) positief. Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, van circa € 283.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. ’t Suyt Fase II Op 15 december 2021 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan als addendum op de welstandsnota vastgesteld. Daarnaast is in 2021 gewerkt aan het inrichtingsplan.
Het college heeft dit plan op 29 oktober 2021 vastgesteld. De uitvoeringskosten zijn op basis van het inrichtingsplan recentelijk geraamd. De opbrengsten zijn geactualiseerd naar prijspeil 1-1-2024. In de eerste helft van 2024 is gestart met de verkoop van de vrije kavels. De opbrengsten hiervoor zijn hoger dan vooraf rekening mee gehouden. Dit heeft een positief effect op het te verwachte resultaat. Daarnaast wordt op dit moment de tender voorbereid van het projectmatige deel van het programma. De uitgifte van het projectmatige programma wordt verwacht in 2025 en 2026. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project ’t Suyt fase 2 bedraagt circa € 4.527.000 positief (eindwaarde per 31 december 2027). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie 73 Grondbeleid
vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, van circa € 896.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. Op Dreef In juni 2021 is de grondexploitatie voor De Dreef vastgesteld. In augustus 2023 is besloten om de gronden later uit te geven en de huidige gebouwen van het Coenecoop College en de sporthal door te exploiteren. Dit heeft als gevolg dat de einddatum van de GREX is bijgesteld naar 31-12-2030. Het financieel effect van deze uitloop is beperkt. Zoals aangegeven is de WBI-subsidie opgenomen in de GREX. Het aandeel voor Op Dreef betreft circa € 506.000. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Op Dreef bedraagt circa € 1.065.000 positief (eindwaarde per 31 december 2030). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, van circa € 452.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. Gemeentelijk deel Park Triangel Bij een voorspoedige voortgang kan de afronding van de gehele bouwlocatie plaatsvinden in 2028. Het resultaat van Park Triangel is op eindwaarde nu bepaald op een bedrag van € 13.820.000. Hierbij is uitgegaan van een financiële en administratieve afronding ultimo 2028.
Ten opzichte van de begroting 2024-2027 is het resultaat op eindwaarde toegenomen met name door de aanpassing van de fasering van de afname van de gronden en aangepaste rente. Sleutelkwartier Binnen de exploitatie wordt voorzien in de bouw van circa 186 woningen. In vergelijking met 2022 worden er 63 woningen meer gebouwd in het Sleutelkwartier (voornamelijk in de Passage). De grondexploitatie bestaat uit vijf deelexploitaties, per deellocatie wordt een doorkijk gegeven voor 2024 en de planning daarna: Overall (plankosten en hoofdinfrastructuur): In 2023 zijn er fors meer plankosten gemaakt dan begroot, dit komt ook door de extra inzet rondom de uitwerking van de Passage, de tender van de Beukenhof locatie en de uitwerking van de locatie van het oude gemeentehuis. Om toekomstige overschrijdingen te voorkomen hebben we de nog resterende plankosten geactualiseerd. Bij deze actualisatie is gekeken naar de organisatie op dit moment en de te verwachten werkzaamheden de komende jaren. Tot slot is ook de looptijd van de totale exploitatie met twee jaar verlengd (nieuwe einddatum 31-12-2028). Dit alles zorgt voor een substantiële stijging in plankosten (2023 en verder). Locatie 3 Oude gemeentehuis: Het bestemmingsplan is onherroepelijk en de gronden zijn overgedragen. In 2024 wordt gestart met de bouw van de woningen dit zal naar verwachting eind 2024 worden afgerond.
Locatie 4 Kerkweg oost 222: In 2022 is gestart met de bouw van de woningen. De bouw van de woningen is afgerond.
Locatie 6 Beukenhof: In 2023 Is gestart met tender van de locatie en deze is in de eerste helft van 2024 afgerond. Naar verwachting worden de gronden in 2024 uitgegeven en kan er gestart worden met de bouw van de woningen.
Locatie 7/8/9 Passage: In 2022 is gestart met het opstellen van het bestemmingsplan. Daarnaast is door de raad besloten om 65 woningen extra te bouwen. Het nu opgenomen programma sluit aan op het stedenbouwkundig plan. De opbrengsten en extra kosten zijn verwerkt in de grondexploitatie. Daarnaast wordt er aanvullend bodemonderzoek gedaan met betrekking tot kabels & leidingen en verontreiniging. Vooruitlopend op de resultaten is een stelpost opgenomen voor de mogelijke kosten. De gronden worden naar verwachting in 2026/2027 uitgegeven.
Zoals aangegeven is de WBI-subsidie opgenomen in de GREX. Het aandeel voor Sleutelkwartier betreft circa € 546.000. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Sleutelkwartier bedraagt circa € 7.856.000 negatief (op eindwaarde per 31 december 2028). Bij administratieve afsluiting (2028) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, van circa € 107.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden. Omdat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG. Peter Zuidlaan In 2022 is de grondexploitatie voor Peter Zuidlaan vastgesteld. Daarna is gestart met de voorbereidende werkzaamheden. Omdat woningcorporatie Woonpartners geen middenhuur meer kan realiseren in dit project, wordt gekeken naar een andere mogelijkheid. Deze oplossing lijkt gevonden te zijn en wordt verder uitgewerkt. Bij deze oplossing is het uitgangspunt dat er voor de gemeente geen financiële gevolgen ontstaan ten aanzien van de 74 Grondbeleid
GREX. We verwachten dat de gronden in 2024 en/of begin 2025 uitgegeven worden. Daarna wordt gestart met de bouw van de woningen. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Peter Zuidlaan bedraagt circa € 74.000 positief (eindwaarde per 31 december 2026). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, van circa € 29.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. Overzicht boekwaarde, exclusief winstneming actieve grondexploitaties Tabel 5 Boekwaarde per 31-12-2023 Boekwaarde exclusief V/ Project Winstneming N tot en met 31-12-2023 10.298 N Centrum Sleutelkwartier
5.644
N
Winstneming tot en met 2022*)
Winstneming 2023*)
Winstneming totaal tot en met 2023*)
0
0
0
Boekwaarde ná winstneming tot en met 31-12-2023 10.298
0
0
0
5.644
N
V / N N
835
V
364
85
449
386
V
12.234
V
2.457
1.469
12.089
145
V
5.639
N
0
0
0
5.639
N
506
N
0
0
0
506
N
Peter Zuidlaan
156
N
0
0
0
156
N
Totaal *) afgerond Bedragen x € 1.000
9.174
N
2.821
1.554
12.538
21.712
N
Coenecoop III Triangel gemeente ’t Suyt fase II De Dreef
In onderstaande tabel 6 wordt de grondexploitatie per 1-1-2024 (begroting 2025-2028) vergeleken met de gegevens van de grondexploitatie bij opmaak jaarrekening 2023. Tabel 6 Eindwaarde Project
Begroting 2025 – 2028 Saldo contante waarde per 01-01-2024
V Eind / datum N
Jaarstukken 2023
Verschil
Eindwaarde begroting 20252028
Saldo contante waarde per 01-01-2024
V / N
Eind datum
Saldo contante waarde
V / N
Resultaat op eindwaarde
V / N
Centrum
4.987
N
2027
5.403
N
2027
416
V
5.398
N
Sleutelkwartier
7.116
N
2028
7.575
N
2028
459
V
7.856
N
Coenecoop III Triangel gemeente ’t Suyt fase II
483
V
2024
483
V
2024
0
V
493
V
12.672
V
2028
12.672
V
2028
0
V
13.820
V
4.182
V
2027
2.476
V
2027
1.706
V
4.527
V
De Dreef
927
V
2030
512
V
2030
415
V
1.065
V
Peter Zuidlaan
69
V
2026
106
V
2026
37
N
74
V
6.230
V
3.271
V
2.959
V
6.725
V
Totaal Bedragen x € 1.000
Bij de eindwaarde van de grondexploitaties zijn de tussentijdse winstnemingen niet gecorrigeerd. Vanzelfsprekend maken de tussentijdse winstnemingen de winst aan het einde van de grondexploitatie kleiner. Tussentijdse winstneming In de Notitie Grondexploitatie 2016 van het Besluit Begroting en Verantwoording die in augustus 2019 is geactualiseerd, is aangegeven op welke wijze rekening gehouden moet worden met tussentijds winst nemen bij positieve grondexploitatiecomplexen. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende 75 Grondbeleid
zekerheid bestaat. Dit betekent niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Voor winstneming geldt het percentage of completion methode (POC-methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Dit is mogelijk wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen die aan het project zijn verbonden naar de gemeente zullen toevloeien. Voor de grondexploitaties binnen de gemeente Waddinxveen zijn de navolgende tussentijdse winsten genomen tot en met jaarrekening 2023 (zie tabel 7): Tabel 7 Tussentijdse winstneming Cumulatieve winstneming tot en met Project 31/12/2023*) 0
Centrum
Vermeerdering winstneming in 2023 (de winstneming in het jaar 2022*) 0
Cumulatieve winstneming 31/12/2023 (zie ook tabel 5)*) 0
Sleutelkwartier
0
0
0
Coenecoop III
364
85
449
10.620
1.469
12.089
’t Suyt fase II
0
0
0
De Dreef
0
0
0
10.984
1.554
12.538
Triangel gemeente
Totaal *) afgerond Bedragen x € 1.000
Voorzieningen en risico’s Vanuit het BBV bestaat de verplichting om voorzieningen te treffen voor grondexploitaties met een geprognotiseerd verlies. Bij de projecten van de gemeente Waddinxveen geldt dit voor de grondexploitatie Centrum (circa € 5,4 miljoen) en voor Sleutelkwartier (circa € 7,9 miljoen). De verliesvoorziening van € 14 miljoen op eindwaarde bij de actualisatie jaarrekening 2023 is verlaagd naar € 13,3 miljoen op eindwaarde. De verwerking hiervan vindt plaats bij de jaarrekening 2024. Bij de projecten actief grondbeleid maken we onderscheid in generieke (conjuncturele) risico’s en project specifieke risico’s. De risico’s in de grondexploitatie Coenecoop is gelijk gebleven, Bij de projecten Centrum, Sleutelkwartier en Op Dreef is het risicoprofiel toegenomen. Dit komt doordat de kans op de WBI-subsidie werkelijkheid is geworden en is verwerkt in de resultaten. Voor ’t Suyt fase 2 en Peter Zuidlaan is het risicoprofiel (fors) afgenomen. In totaliteit nemen de risico’s ten opzichte van de jaarrekening 2023 af met circa € 696.000. Vennootschapsbelasting. Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten conform de “Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen” verplicht om vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen over winstgevende activiteiten.
Gemeenten zijn onder de nieuwe wet in principe Vpb-plichtig voor alle werkzaamheden, die als ondernemingsactiviteit kunnen worden aangemerkt. De getallen geven een indicatie aan van de te verwachten Vpb-last hetgeen aangemerkt kan worden als een voorlopig te betalen bedrag in het kader van de vigerende wetgeving Vpb. Bij opmaak van deze paragraaf 7 Grondbeleid voor de jaarrekening 2023 is een definitieve aangifte gedaan voor de boekjaren tot en met 2022. De onderstaande tabel is exclusief het aandeel van de Vpb druk van de C.V. Triangel (Vpb transparant). Tabel 8 Vennootschapsbelasting Boekjaar
2024
2025
2026
2027
2028
Vpb *)
0
0
0
0
0
*) afgerond Bedragen x € 1.000 Vanuit de berekende voorlopige getallen op basis van de laatst gehanteerde uitgangspunten van de fiscus is te zien dat conform de laatste berekeningen over de periode 2024 tot en met 2028 geen Vpb verschuldigd is. Dit is thans gebaseerd op de voorlopige verwachtingen en keuze in uitgangspunten.
76 Grondbeleid
Facilitair Grondbeleid Mutaties Conform de richtlijnen van de commissie BBV dienen alle kosten die bij facilitaire projecten worden gemaakt en die niet kunnen worden verhaald direct te worden afgeboekt. Op het moment dat er aanvullende kosten gemaakt worden, dienen deze in het jaar dat ze worden gemaakt ten laste te worden gebracht van de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie. Er is in het begrotingsjaar 2023 een saldo van circa € 460.000 (overschot) welke wordt gestort in de ABG. Dit is een combinatie van saldotrekking en storting van projectverliezen en voordelige projectresultaten (onder andere afgesloten projecten). Cijfermatige samenvatting voorzieningen en risico’s In dit hoofdstuk laten wij de totalen zien voor de voorzieningen en de risico’s. Eventuele mutaties zijn eerder in de paragraaf toegelicht. Voorzieningen Tabel 9 Voorzieningenoverzicht Portefeuilleonderdeel Actief Grondbeleid voorzieningen
Begroting 2025 2028)
Jaarrekening 2023
Verschil
13.254 (*)
14.212
958
Actief Grondbeleid risico’s
2.911
3.607
696
Totaal
16.165
17.819
1.654
Bedragen x € 1.000 (*) Verwerking van de actualisatie van de voorzieningen vindt plaats bij de jaarrekening 2024.
77 Grondbeleid
Paragraaf 8 Duurzaamheid (klimaatactie en biodiversiteit) 8.1 Concrete maatregelen, met aandacht voor haalbaarheid en betaalbaarheid We lezen het dagelijks in de krant: de groeiende wereldbevolking en het snel toenemende verbruik van grondstoffen stellen ons voor enorme uitdagingen. Deze uitdagingen ontstaan doordat economische groei, verdeling van welvaart en de toenemende druk op onze ecosystemen niet in balans zijn. We leven op ‘te grote voet’. De ontwikkeling van de mensheid is de afgelopen eeuw ten koste gegaan van natuur en milieu. Ook Waddinxveen wil bijdragen aan de omslag naar een samenleving die beter in balans is. We doen dit door over te gaan op andere vormen van energie en warmte (de energietransitie, waaronder de warmtetransitie). En aan een overgang naar hergebruik van grondstoffen (circulaire economie). We doen dit ook door rekening te houden met de verandering van ons klimaat (klimaatadaptatie) en onze natuur te herstellen (biodiversiteitsherstel). Dit noemen we de 4 transities. Op 26 januari 2022 heeft de raad het document “Koers naar Duurzaam Waddinxveen – (her)verbinden met de natuur” vastgesteld. In dit document bespreken we de opgave waar we in Waddinxveen voor staan. We beginnen hoog-over en vertalen het naar onze eigen gemeente. Het koersdocument is de basis voor het Collegeprogramma 2022 – 2026 en hoe het uitwerkt in de Programmabegroting.
De missie voor de duurzaamheidskoers is: Waddinxveen wordt uiterlijk in 2050 een circulaire en groene gemeente met schone energie waarbij we gelijktijdig blijven doorwerken aan het behoud en versterken van een goede sociale basis. In 2030 zijn we op de helft van deze opgave en overgang.
8.2 Hoe gaan we met de duurzaamheidstransitie om? De 4 transities zijn 1 Een transitie is een blijvende verandering van de maatschappij. De vier transities op het gebied van warmte en energie, klimaatadaptie, biodiversiteit en grondstoffengebruik zijn ingrijpend voor iedereen. De vier transities zijn één grote overgang. De veranderingen zijn niet alleen technisch. Ze gaan vooral over veranderingen in de samenleving. Zo draait het bij energie niet alleen om de vervanging van aardgas voor schone energie. De opwekking van energie door nieuwe bronnen, zoals zon en wind, neemt meer ruimte in beslag dan nu. De nieuwe bronnen zitten op daken van huizen, bedrijven, in weilanden of groenstroken. Zo krijgen inwoners direct te maken met de energievoorziening. Maatschappelijke overgangen zijn nauwelijks stuurbaar, maar wel beïnvloedbaar. We kijken of we de gewenste richting op gaan en of we die waar nodig kunnen versterken. Dat kan met subsidies, verordeningen, vergunningen, bestemmingsplannen, inkoop- en aanbestedingsbeleid of aanvullend beleid. Als we voor één van de transities aan de slag gaan, kijken we ook naar de mogelijkheden voor de andere transities. We nemen hier de mogelijkheden voor inwoners en bedrijven mee. Zo kunnen we bij een reconstructie van een straat of een buurtaanpak voor schone energie, ook meteen in gesprek met de inwoners over de tegels in hun eigen tuin.
Iedereen moet kunnen meedoen De gevolgen zijn niet voor iedereen gelijk. Sommige inwoners of buurten zijn meer kwetsbaar of hebben minder voordeel bij kansen. We willen deze overgang op een rechtvaardige wijze, haalbaar en betaalbaar, laten plaatsvinden. Zo kan iedereen meedoen. Natuurlijke momenten benutten We gebruiken bij al ons handelen de duurzaamheidsopgaven als basis. En we zorgen voor bewuste besluitvorming door in college- en raadsvoorstellen de effecten van het voorstel op de duurzaamheidskoers te benoemen. De duurzaamheidsopgaven verwerken we in onze werkprocessen van gebiedsontwikkeling en gebiedsreconstructie. Voor inwoners, bedrijven en de gemeente zijn er natuurlijke momenten waarvan we gebruik kunnen maken om een verandering te realiseren. Dat zijn momenten waarop we iets nieuws aanschaffen, verhuizen, onze woning onderhouden, enzovoort. Deze momenten kunnen en moeten we benutten. Groeiende beweging als sleutel De vier transities raken iedereen. We moeten allemaal ons gedrag aanpassen. We hebben iedereen nodig. Een maatschappelijke verandering begint altijd bij diegenen die het willen en die ervoor openstaan. En start vaak al lang voordat we het een transitie noemen. In het klimaatakkoord (2019) heeft de gemeente de regierol gekregen bij de 78 Duurzaamheid
energietransitie om het proces op gang te brengen en te houden. Maar er wordt ook bewust ingezet op participatie. We geven inwoners een stem en wegen hun mening mee. We moeten inwoners informeren, maar ook inspireren, stimuleren en bovenal: helpen bij en zichtbaar maken van wat inwoners en bedrijven nu al kunnen doen. We willen een beweging in gang zetten waarbij meer inwoners en ondernemers gaan meedoen en zij ook elkaar gaan helpen. Om alle inwoners betrokken te krijgen bij de transities werken we de in de duurzaamheidskoers aangehaalde aanpak ‘bouwen aan de beweging’ verder uit. Transities gaan niet vanzelf en kennen veel onzekerheden. We ontwikkelen stapsgewijs een instrument om de voortgang te volgen (monitoring). We blijven in gesprek met de gemeenteraad of wij en de samenleving verder komen in de transities. Periodiek beoordelen we of de gekozen rol nog het beste past.
8.3 Prioriteiten tot 2030; focus deze raadsperiode Alle wettelijke en (inter)nationale doelen hebben 2050 als eindpunt. Het jaar 2030 ligt dichterbij en wordt voor veel (inter)nationale acties als genoemd als jaar waarin een tussendoel bepaald is. De belangrijkste prioriteiten tot 2030 zijn als volgt. Het zijn ook de onderwerpen waarop we ons focussen tot 2026. In de programma’s is opgenomen wat we hiervoor gaan doen. Circulaire economie Kennisontwikkeling en kennis delen Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen Circulaire verdienmodellen op en tussen bedrijventerreinen in Waddinxveen en in de regio Circulair leven Energietransitie Verduurzamen van de glastuinbouw Opwekken van schone energie Stimuleren van schone mobiliteit Energiebesparing realiseren Aardgas vrij maken van woningen Klimaatadaptatie Bepalen en oplossen van de meest kwetsbare situaties in de openbare ruimte en bij individuele inwoners en ondernemers/bedrijventerreinen Onttegelen en vergroenen van woningen en daken Beleid maken voor Klimaatadaptief bouwen en deze toepassen Biodiversiteit Onttegelen en vergroenen van woningen en daken Verbinden van stukjes natuur (inclusief tuinen) tot grotere natuureenheden (Beleid voor en toepassen van) Natuur inclusief bouwen Bomen planten; bomen leggen CO2 vast, houden water vast, helpen hittestress te voorkomen en zuiveren de lucht Overall Door participatie en
communicatie de transities op gang krijgen Ervoor zorgen dat er meer koplopers en ambassadeurs voor duurzaamheid komen.
8.4 Wat doen we voor de 4 transities We doen overkoepelend een aantal werkzaamheden voor de vier transities. We borgen en verbeteren continu een aantal interventies die al zijn ingezet We gebruiken bij al ons handelen de duurzaamheidsopgaven als basis. En we zorgen voor bewuste besluitvorming door in college- en raadsvoorstellen de effecten van het voorstel op de duurzaamheidskoers te benoemen. De duurzaamheidsopgaven verwerken we in onze werkprocessen van gebiedsontwikkeling en gebiedsreconstructie. We bouwen verder aan de beweging De 4 transities zijn niet alleen technische transities, maar bovenal sociale transities. Om alle inwoners te betrekken bij de transities werken we de in de duurzaamheidskoers aangehaalde aanpak ‘bouwen aan de beweging’ verder uit. We verwerken dat in de diverse initiatieven genoemd in Programma 3 en 4. Zo moet het aantal actief betrokken inwoners bij de 4 transities blijven groeien.
79 Duurzaamheid