Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
36 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Financieel overzicht met toelichting Programma 6.4 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
-528
-357
-454
-454
-454
-454
Baten
42
-486
-357
-454
-454
-454
-454
-486
-357
-454
-454
-454
-454
Bestaand beleid
Nieuw beleid Lasten Baten Saldo voor bestemming Bestaand beleid Stortingen Onttrekkingen Nieuw beleid Stortingen Onttrekkingen Saldo na bestemming
Bedragen x € 1.000 Toelichting Voor een toelichting op het nieuw beleid en beleidskeuzes, inclusief financiële gevolgen, verwijzen we naar de betreffende onderdelen van de begroting. Hieronder worden de lasten 2025 specifiek toegelicht omdat vergelijken met 2024 geen informatieve waarde heeft. Stelpost kantoorkosten De stelpost voor kantoorkosten bedraagt vanaf 2025 € 130.000 per jaar. Stelpost onvoorzien Deze stelpost is met ingang van 2020 gesteld op € 1 per jaar. Stelpost garantiebanen De stelpost garantiebanen bedraagt vanaf 2025 € 206.400 per jaar.
Overhead De definitie van overhead in het Besluit Begroting en Verantwoording is duidelijker gemaakt en moet voor de vergelijkbaarheid afzonderlijk zichtbaar worden gemaakt. Overhead is “het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. De kosten van overhead bestaan uit kosten voor personeel, huisvesting, ICT (informatie- en communicatietechnologie) en verbonden partijen die overheadtaken uitvoeren. In een apart hoofdstuk van de begroting en jaarrekening staan alle bedrijfskosten verzameld op het taakveld overhead. Het is niet mogelijk deze kosten direct toe te rekenen aan een programma. De totale kosten voor overhead in de jaren 2025-2028 zijn begroot op: 2025 Totale overhead -15.168
2026
2027
2028
-14.704
-14.331
-14.523
Bedragen x € 1.000 Toelichting Investeringen, grondbedrijf en groot onderhoud Aan investeringen, het grondbedrijf en groot onderhoud dat ten laste komt van een voorziening (beheerplannen) is een deel van de overhead toegerekend. In dit hoofdstuk staan de kosten vermeld die worden toegerekend aan deze producten. De toerekening van overhead vindt plaats door overheadtoeslag op het aantal direct productieve uren dat aan de producten wordt besteed. De berekening is de totale begrote kosten van overhead gedeeld door het aantal begrote productieve uren voor besteding van externe producten. Het tarief uit deze berekening is vermenigvuldigd met het aantal begrote uren voor de specifieke producten waarvoor toerekening nog mogelijk is. Hieruit komen bedragen die aan de producten zijn toegerekend.
37 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Het gaat hierbij om de volgende bedragen: Overhead toegerekend aan beheerplannen, investeringen en het grondbedrijf Groot onderhoud ten laste van voorziening/ Investeringen Investeringen Grondbedrijf Totaal Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
-1.020
-1.020
-1.020
-1.020
-
-
-
-
-756
-756
-756
-756
-1.776
-1.776
-1.776
-1.776
Na aftrek van de overhead, die wordt toegerekend aan de hierboven genoemde producten, blijven onderstaande begrote bedragen over op het taakveld overhead. Dit is de overhead die in de betreffende jaren ten laste komt van de exploitatie van de algemene dienst. Programma 6.5 Overhead
Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
-11.929
-14.344
-13.392
-12.928
-12.875
-13.067
Baten
290
-11.639
-14.344
-13.392
-12.928
-12.875
-13.067
-11.639
-14.344
-13.392
-12.928
-12.875
-13.067
Bestaand beleid
Nieuw beleid Lasten Baten Saldo voor bestemming Bestaand beleid Stortingen Onttrekkingen Nieuw beleid Stortingen Onttrekkingen Saldo na bestemming
Bedragen x € 1.000 Producten met een kostendekkende heffing De inkomsten uit de rioolheffing, afvalstoffenheffing en begraafrechten mogen de kosten die voor deze producten gemaakt worden maximaal voor honderd procent dekken. De kosten van overhead mogen bij de berekening van de kostendekkendheid meegenomen worden. Voor de berekening van overhead die wordt meegerekend als kosten van de genoemde producten gebruiken we dezelfde methodiek die eerder is beschreven voor investeringen, het grondbedrijf en groot onderhoud. Dit geeft de volgende kosten van overhead voor kostendekkende producten: Overheadkosten kostendekkende producten
2025
2026
2027
2028
Rioolheffing
-442
-442
-442
-442
Afvalstoffenheffing
-336
-336
-336
-336
Begraafrechten
-118
-118
-118
-118
Totaal
-896
-896
-896
-896
Bedragen x € 1.000
Indicatoren Indicator
Jaar
Eenheid
Waddinxveen
Formatie
2025 Fte (fulltime-equivalent) per 1.000 inwoners
7,8
Bezetting
2025 Fte (fulltime-equivalent) per 1.000 inwoners
6,4
Apparaatskosten
2025 kosten per inwoner
€ 741
Externe Inhuur
2025 % van totale kosten personeel
8,1%
Overhead
2025 % van totale lasten
10,4%
38 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Toelichting De formatie is gebaseerd op de streefformatie voor 2025, inclusief de voorgestelde uitbreiding van 32 fte (fulltimeequivalent). De bezetting is bepaald op basis van het aantal fte in dienst op 31/8/2024. Het verschil met de formatie betreft (potentiële) vacatureruimte. De apparaatskosten betreft de begrote kosten 2025. De externe inhuur (inclusief begrote inhuur grondexploitatie en garantiebanen) is bepaald op basis van bestaande verplichtingen en plannen. Ontwikkelingen in de loop van 2025 (zoals moeilijk vervulbare vacatures, langdurig verzuim en nieuwe taken/projecten) zullen er waarschijnlijk bij de realisatie toe leiden dat de externe inhuur hoger uit zal pakken. Overhead is bepaald op basis van de begrote kosten 2025.
Verbonden Partijen Streekarchief Midden-Holland (SAMH) Het Streekarchief Midden-Holland is werkzaam als het historisch documentatiecentrum voor de aangesloten gemeenten. Het streekarchief verleent een complete dienst bij het opvragen van informatie voor inwoners en andere belangstellenden. De Programmabegroting 2025 - 2028 van Streekarchief Midden-Holland heeft een tweetal speerpunten: het duurzaam bewaren van de digitale overheidsinformatie en het e-depot vergroten met de digitale dienstverlening aan burger en deelnemende gemeentes.
Wet Vennootschapsbelasting (Vpb) Vanaf 1 januari 2016 is de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor overheden ingevoerd. De Vpb-last wordt verwacht vanuit de grondbedrijfsfunctie. Financieel overzicht met toelichting Programma 6.6 Vennootschapsbelasting Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
-18
-15
-15
-15
-15
-15
-18
-15
-15
-15
-15
-15
-18
-15
-15
-15
-15
-15
Bestaand beleid Lasten Baten Nieuw beleid Lasten Baten Saldo voor bestemming Bestaand beleid Stortingen Onttrekkingen Nieuw beleid Lasten Baten Saldo na bestemming
Bedragen x € 1.000 Toelichting Op basis van de huidige berekeningen zal er naar verwachting in de jaren 2025-2028 nagenoeg geen vennootschapsbelasting worden betaald.
39 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Paragrafen
Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Inleiding Nederland heeft zich gebonden aan het Europees Handvest voor Lokale autonomie. Hierin is bepaald, dat lokale overheden ten minste voor een deel van hun inkomsten dienen te beschikken over een eigen belastinggebied. Dit belastinggebied wordt gevormd door heffingen die een belangrijk onderdeel vormen van de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente zoals de onroerendezaakbelasting en de toeristenbelasting. En uitheffingen die een belangrijk onderdeel vormen van de specifieke dekkingsmiddelen van de gemeente zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges. De “Paragraaf lokale heffingen” bevat de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen. Ook staan hier de hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen met een toelichting op de opbouw van heffingen die maximaal kostendekkend mogen zijn. Daarnaast geven we een duiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. De in deze paragraaf opgenomen opbrengsten betreffen ramingen, vaststelling van de definitieve tarieven vindt plaats in de raadsvergadering van december 2024.
1.2 Beleidskaders Voor de lokale heffingen zijn onder andere de volgende onderwerpen van belang: druk van de lokale belastingen en heffingen; kostendekkendheid en kwijtscheldingsbeleid.
1.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen In dit onderdeel worden de geraamde opbrengsten van de onroerendezaakbelastingen, de toeristenbelasting, de precariobelasting, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de begraafrechten toegelicht. Daarnaast wordt gekeken naar de kostendekkendheid van de heffingen en leges waarop dit van toepassing is. Dit is opgenomen in verband met de vernieuwing van het Besluit Begroting en Verantwoording. Kostendekkendheid leges Sinds 1 januari 2013 streven we naar een kostendekkingsgraad van 99% per leges titel. Uit de tabellen bij onderdeel 1.3.4 blijkt dat dit niet volledig wordt gerealiseerd. Dit heeft onder andere te maken met de tarieven van persoonsdocumenten. Deze tarieven worden vastgesteld door het Rijk. Toerekening kosten straatreiniging In 2020 is het Gemeentelijk Riolerings Plan geactualiseerd, dit heet hierna Gemeentelijk Waterplan (GWP) op basis van dit plan is de toerekening van kosten straatreiniging geactualiseerd. Van straatvegen wordt 50% naar riolering en 50% naar de afval doorbelast. De kosten voor verzorgend onderhoud wegen wordt gelijkmatig verdeeld tussen riolering, afval, wegen en groen.
1.3.1 Precariobelasting Precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen De precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen van nutsbedrijven is sinds 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor de precariobelasting op kabels en leidingen gold een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Zo konden gemeenten in deze periode de effecten van de inkomstenderving opvangen. Wij voldoen hieraan. Onder de overgangsregeling van 5 jaar kon een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016, de datum waarop het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting is aangekondigd. De gemeente Waddinxveen hief deze precariobelasting in volledige vorm tot en met het begrotingsjaar 2021. Sinds 2022 valt in de periode 2022-2026 de reservering cumulatief vrij dalend met 10%. In 2025 valt 20% vrij aflopend naar 10% in 2026.
40 Lokale heffingen
1.3.2 Onroerendezaakbelastingen (OZB) en toeristenbelasting Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de opbrengsten onroerendezaakbelastingen: 2024
2025
2026
2027
2028
Woningen eigenaren
4.719
5.106
5.106
5.106
5.106
Niet-woningen gebruikers
2.284
2.515
2.515
2.515
2.515
Niet-woningen eigenaren
3.209
3.303
3.303
3.303
3.303
Totaal Bedragen x € 1.000
10.212
10.924
10.924
10.924
10.924
De Waddinxveense ondernemersverenigingen werken mee aan het ondernemersfonds. Met ingang van het begrotingsjaar 2023 is er een extra opslag op de OZB niet woningen opgenomen. De opslag bedraagt € 30 per € 100.000 WOZ-waarde. De opbrengsten Onroerendezaakbelastingen en de gevolgen voor de algemene uitkering wijzigen in 2025 ten opzichte van 2024. De actualisatie van 2024 en de gevolgen voor 2025 en verder zijn meegenomen in de 1e Bestuursrapportage 2024. Daarnaast is voor de jaren 2025 t/m 2028 het tarief met 3,2% geïndexeerd. Voorts is, in verband met de verwachte areaaluitbreiding in 2024, vanaf het jaar 2025 de opbrengst Onroerendezaakbelastingen niet-woningen met € 200.000 verhoogd. Het tarief voor de toeristenbelasting in Waddinxveen wordt met ingang van 2025 geïndexeerd met 3,2%, met ingang van 2025 bedraagt het tarief € 1,03 per persoon per overnachting. We blijven daarmee onder het landelijk gemiddelde van € 3,07 en hebben in de regio het laagste tarief.
1.3.3 Heffingen die onderdeel vormen van de specifieke dekkingsmiddelen De Gemeente Waddinxveen heeft als uitgangspunt dat de tarieven voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en begraafrechten 100% kostendekkend dienen te zijn. Indien deze tarieven al 100% kostendekkend zijn, worden de tarieven niet automatisch gecorrigeerd voor inflatie. Dit is op grond van de Gemeentewet niet toegestaan. De tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn inclusief compensabele BTW op de kosten van derden. Om schoksgewijze tariefsaanpassing over de jaren te voorkomen zijn voor de heffingen die onderdeel uitmaken van de specifieke dekkingsmiddelen egalisatievoorzieningen in het leven geroepen. Overhead wordt door de vernieuwing van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) met ingang van 2017 niet meer doorbelast naar externe producten. Dit mag voor de heffingen nog wel extracomptabel als last worden meegerekend bij de berekening van de kostendekkendheid.
1.3.3.1 Afvalstoffenheffing We monitoren de effecten van de ingezette activiteiten. En sturen bij, om de afname van de hoeveelheid afval en de overlast van afvaldumpingen te maximaliseren. We starten samen met andere aandeelhoudende gemeenten een demontagehal. Om nog meer waardevolle grondstoffen uit grof huishoudelijk afval te halen. We beheren het nieuwe contract dat is afgesloten met Cyclus N.V. Het nieuwe contract is de basis voor de Dienstverleningsovereenkomst 2025. De kosten van het DVO (dienstverleningsovereenkomst) stijgen ten opzichte van 2024 met € 140.000. Dit wordt veroorzaakt door marktwerking, gevolgen van de wijziging van de CAO van medewerkers Cyclus N.V. Ook zal Cyclus overgaan op een milieuvriendelijke brandstof voor brandstof aangedreven voertuigen. De extra kosten worden gedekt uit de egalisatiereserve en de indexatie van het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing. De definitieve hoogte van de afvalstoffenheffing wordt in december vastgesteld. Het vaste en variabele tarief afvalstoffenheffing is geïndexeerd met 3,2%. Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2024
2025
2026
2027
2028
Afvalstoffenheffing
5.341
5.780
5.780
5.780
5.780
Totaal Bedragen x € 1.000
5.341
5.780
5.780
5.780
5.780
41 Lokale heffingen
De berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing ziet er voor 2025 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten afvalverwerking inclusief omslagrente
-5.136
Inkomsten afvalverwerking exclusief heffingen
380
Netto kosten afvalverwerking
-4.756
Toe te rekenen kosten afvalverwerking: Overhead
-176
BTW
-872
Totale kosten afvalverwerking
Opbrengst afvalstoffenheffing Onttrekking aan de afvalstoffenheffing
-5.804
5.780 egalisatievoorziening
tarieven 24
Totale opbrengst afvalverwerking
5.804
Dekkingspercentage Bedragen x € 1.000
100%
Het verwachte verloop van de egalisatievoorziening is als volgt begroot: Verwachte stand Egalisatievoorziening
2024
2025
2026
2027
2028
466
442
418
394
369
afvalstoffenheffing per 31-12 Bedragen x € 1.000
1.3.3.2 Rioolheffing In 2020 is het Gemeentelijk waterplan 2021-2025 door de raad vastgesteld. Hierin is de ontwikkeling van het tarief opgenomen. Het volgende overzicht geeft inzicht in de
2024
2025
2026
2027
2028
Rioolheffing
3.275
3.618
3.618
3.618
3.618
Totaal Bedragen x € 1.000
3.275
3.618
3.618
3.618
3.618
ontwikkeling van de begrote opbrengsten:
42 Lokale heffingen
De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing ziet er voor 2025 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing Kosten rioleringstaak inclusief omslagrente
-2.969
Inkomsten rioleringstaak exclusief heffingen
2
Netto kosten rioleringstaak
-2.967
Toe te rekenen kosten rioleringstaak: Overhead
-403
BTW
-406
Totale kosten rioleringstaak
-3.776
Rioolheffing
3.618
Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven rioolrechten
158
Totale opbrengst rioolheffing
3.776
Dekkingspercentage
100%
Bedragen x € 1.000 Uit bovenstaande tabel blijkt dat de rioolheffing niet volledig kostendekkend is, het dekkingspercentage is 95.8%. Het verschil wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening tarieven rioolrechten.
Verwachte stand Egalisatievoorziening
2024
2025
2026
2027
2028
1.737
1.579
1.244
836
351
tarieven rioolrechten per 31-12 Bedragen x € 1.000
1.3.3.3 Begraafrechten In januari 2022 is het beheerplan begraafplaatsen 2022-2026 vastgesteld. De opbrengsten/tarieven van de begraafrechten blijven in 2025 op het niveau van 2024. Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2024
2025
2026
2027
2028
Begraafrechten
373
381
388
388
388
Totaal Bedragen x € 1.000
373
381
388
388
388
43 Lokale heffingen
De berekening van de kostendekkendheid van de begraafrechten ziet er voor 2025 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de begraafrechten Kosten begraafplaats inclusief omslagrente
-328
Inkomsten begraafplaats exclusief heffingen
-
Netto kosten begraafplaats
-328
Toe te rekenen kosten begraafplaats: Overhead
-118
Totale kosten begraafplaats
-446
Begraafrechten
381
Onttrekking aan de egalisatievoorziening begraafplaatsen
65
Totale opbrengst begraafplaats
446
Dekkingspercentage
100%
Bedragen x € 1.000 Uit bovenstaande tabel blijkt dat de begraafrechten niet volledig kostendekkend zijn, het dekkingspercentage is 85,4%. Het verschil wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening begraafplaatsen. Het verloop van de egalisatievoorziening ziet er als volgt uit: Verwachte stand Egalisatievoorziening
2024
2025
2026
2027
2028
294
229
158
87
17
begraafplaatsen per 31-12 Bedragen x € 1.000
44 Lokale heffingen
1.3.4 Leges De begrote kostendekkendheid van de leges is als volgt: Kostendekkendheid van leges Titel I Hoofdstuk
Lasten
Baten
Kostendekking %
Huwelijk
-40.009
33.382
83,44%
Persoonsdocumenten
-518.951
525.445
101,25%
Verstrekkingen en Nasporingen
-19.543
22.228
137,39%
Handel en (APV-)vergunningen
-3.939
2.232
56,66%
Telecommunicatie
-46.640
53.200
114,07%
Verkeer en vervoer
-21.547
5.500
25,52%
Rioolaansluiting
- 2.010
2.646
131,64%
-652.639
644.633
98,77%
Lasten
Baten
Kostendekking %
Bouwvergunningen
-1.812.615
1.812.615
100,00%
Totaal
-1.812.615
1.812.615
100,00%
Hoofdstuk
Lasten
Baten
Kostendekking %
Horeca
-2.427
2.480
102,18%
Organiseren evenementen of markten
-.7.915
5.355
67,65%
Totaal
--10.342
7.835
75,76%
Totaal Kostendekkendheid van leges Titel II Hoofdstuk
Kostendekkendheid van leges Titel III
Bedragen X € 1.000
1.4 Kwijtscheldingsbeleid Voor de beoordeling van een verzoek tot kwijtschelding is de betalingscapaciteit bepalend. Onder betalingscapaciteit wordt verstaan: het positieve verschil tussen het netto-besteedbare inkomen en de door het Rijk genormeerde kosten van bestaan. Het netto-besteedbare inkomen is het inkomen dat resteert na de betaling van de huur (na aftrek van huurtoeslag) en de premie voor de ziektekostenverzekering. De genormeerde kosten van bestaan bedragen volgens het rijk 90% van de bijstandsuitkering. Het staat de gemeente vrij dit percentage te verhogen tot 100%. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat van een bijstandsuitkering geen gemeentelijke belastingen betaald kunnen worden. In Waddinxveen hebben we dit, net als in het overgrote deel van de andere gemeenten in Nederland, toegepast. Als bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek blijkt dat belastingplichtige niet beschikt over betalingscapaciteit, wordt kwijtschelding verleend. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor afvalstoffenheffing. Voor kwijtscheldingen hebben we een structureel bedrag van € 170.000 opgenomen.
1.5 Lokale lastendruk We streven naar de laagste woonlasten in de regio Midden-Holland. We indexeren de opbrengsten onroerendezaakbelastingen woningen en niet woningen voor het jaar 2025 met 3,2%. De opbrengsten rioolheffing zijn voor 2025 en volgende jaren reeds gebaseerd op het Gemeentelijk waterplan 2021 - 2025. Dit is ook van toepassing op de opbrengsten begraafrechten die voor 2025 en volgende jaren gebaseerd zijn op het Beheerplan Begraafplaats Thijmhof 2022 - 2026. De opbrengsten afvalstoffenheffing 2025 worden ten opzichte van 2024 geïndexeerd met maximaal 3,2% met het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. Voornaamste oorzaak is de inzet op het hergebruik van restafval door de transitie circulaire economie uit de duurzaamheidskoers, zoals opgenomen onder het nieuw beleid 2023 – 2026.
45 Lokale heffingen
Onderstaande tabellen geven inzicht in de belastingdruk in 2024 in de gemeente Waddinxveen ten opzichte van omliggende gemeenten in de regio.
Gemeente
Gemiddelde WOZwaarde
Tarief OZB Tarief afvalstoffenwoningen heffing eigenaren
Tarief rioolheffing
Waddinxveen Bodegraven Reeuwijk Gouda Zuidplas Krimpenerwaard
387.000
0,0877%
393
222
449.000
0,1280%
363
402
334.000 434.000 404.000
0,0916% 0,1021% 0,0875%
412 340 345
530 197 269
Gemiddelde
401.600
0,0994%
337
298
WOZ-waarde 300.000
WOZ-waarde 375.000
WOZ-waarde 400.000
Totale belastingdruk bij regiogemeenten in 2024: Gemeentelijke Gemeente woonlasten meerpersoons
Waddinxveen 992 879 945 Bodegraven 1.353 1.149 1.245 Reeuwijk Gouda 1.296 1.217 1.286 Zuidplas 1.043 843 919 Krimpenerwaard 995 876 942 Gemiddelde 1.135 993 1.067 Bron: Coelo Atlas van de lokale lasten 2024, Waarderingskamer en Waarstaatjegemeente.nl.
966 1.277 1.309 945 964 1.092
46 Lokale heffingen
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.1 Inleiding Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht overheden om risicomanagementbeleid op te stellen. Daarin staan het weerstandsvermogen en op peil houden van de financiële draagkracht van de gemeente centraal. Het doel is om de waardering en de verhouding tussen risico’s inzichtelijk te maken in relatie tot de benodigde weerstandcapaciteit: het weerstandsvermogen. De nota “risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017” is vastgesteld op 5 juli 2017. In het vierde kwartaal van 2024 wordt aan de raad een update van deze nota ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidskader zijn de volgende doelen opgenomen: 1. Kaderstelling raad en formuleren van beleidsuitgangspunten: De raad is verantwoordelijk voor een sluitende begroting. De raad heeft een kaderstellende, budgetterende en controlerende taken. Vanuit deze rollen geeft de raad de kaders met betrekking tot het weerstandsvermogen en het risicomanagement aan. Ook stelt de raad hiervoor het beleid vast waarbinnen de gemeente Waddinxveen dient te opereren. 2. Voldoen aan wet- en regelgeving: Beleid over het weerstandsvermogen en het risicomanagement wordt via wet- en regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording, Gemeentewet en Financiële verordening) verplicht gesteld.
Door het vaststellen van deze nota en een actualisatie hiervan voldoet de Gemeente Waddinxveen aan de wet- en regelgeving. 3. Verhogen van het risicobewustzijn: Risico’s meer inzetten als tool voor bestuur en management met als doel het verhogen van het risicobewustzijn. 4. Borgen van aandacht voor het managen van risico’s door het nemen van beheersmaatregelen: Het signaleren van de risico´s is de eerste stap. Maar vervolgens moeten de maatregelen worden benoemd die genomen worden om de risico´s zo veel mogelijk te beheersen. Op deze manier wordt er proactief met risico’s omgegaan, in plaats van reactief. Meer terugkijken en leren van het effect van de beheersmaatregelen. 5. Zorgen voor beter bestuur en voor vertrouwen in bestuur: Een goed risicomanagement zorgt ervoor dat de burgers vertrouwen hebben in de gemeente en haar bestuurders, want zij hechten belang aan een goedwerkende gemeente. Wij vinden het wenselijk om de risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarbij beoordeelt de gemeente het weerstandsvermogen van onze organisatie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente mogelijke risico’s op kan vangen zonder dat de continuïteit van beleid of bedrijfsvoering in gevaar komt.
Gedurende het jaar worden periodiek, bijvoorbeeld bij de reguliere Planning & Control-producten, de risico’s en daarbij horende beheersmaatregelen geactualiseerd. Hierover rapporteren we in de jaarstukken en in de programmabegroting. Volgens het beleid zijn de risico’s van het grondbedrijf niet in deze paragraaf opgenomen omdat hierbij de eigen methodiek geldt. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 7 Grondbeleid. Wel is het weerstandsvermogen van het grondbedrijf gecorrigeerd op de beschikbare weerstandscapaciteit van de algemene dienst. Op deze wijze geeft het beschikbare weerstandsvermogen dat opgenomen is in deze paragraaf een totaalbeeld. Deze paragraaf is als volgt opgebouwd. Allereerst rapporteren we over de risico-inventarisatie. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Daarnaast hebben we de beschikbare weerstandscapaciteit in kaart gebracht. Op basis van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen berekend. Tenslotte worden de kengetallen over de financiële positie van de gemeente weergegeven.
2.2 Risico-inventarisatie Het risicoprofiel omvat 52 risico’s. Vanuit het risicomanagementsysteem worden normaliter alle risico’s geactualiseerd. Voor het opstellen van de Begroting 2025 heeft deze actualisatie niet plaatsgevonden, omdat er tijdens het opstellen van de begroting een softwaretool Verbreed Governance, Risc & compliance (vGRC) werd geïmplementeerd. Om die reden gebruiken we de cijfers van de jaarrekening 2023 als uitgangspunt. In onderstaande tabel staan de financiële risico´s met een gewogen risico vanaf € 100.000 die benoemd zijn binnen de risico inventarisatie. Tevens zijn hierbij de beheersmaatregelen weergegeven.
47 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het ‘gewogen risicobedrag’ geeft de vermenigvuldiging van kans en financieel gevolg weer. Dit is het bedrag waar in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit rekening mee wordt gehouden. Positie
Risico
Kans (in %)
Financieel gevolg (in €)
Gewogen risicobedrag
Programma risico
1
Tegenvallende lasten voor het sociale domein
20%
3.935.000
786.900
Participatie in samenhang
Beheersmaatregelen Een behoudende raming in de begroting dekt een deel van de risico’s af. Bestuurlijke invloed op de verbonden partijen. - Heldere contractafspraken met uitvoerders. De inzet van de programmalijnen uit het programma ‘Sturen op kosten’. Tussentijds monitoring van uitgaven. Tussentijds monitoring van lopende voorzieningen op noodzakelijkheid. Sterke inzet op preventie en vroegsignalering. Intern beheer op uitgaven sociale domein. Zo nodig beleidskader en/of regelingen aanpassen of toevoegen. 2
Deelneming van € 4.900.000 via Commandiet Triangel B.V. in C.V. Triangel.
10%
4.900.000
490.000
Algemeen (Treasury)
320.000
Algemeen (Treasury)
Beheersmaatregel: Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer B.V. Resultaten nauwlettend volgen. 3
Mogelijk beroep op gemeentegarantie bij de ingebrekestelling terugbetaling € 15 miljoen kredietfaciliteit door C.V. Triangel aan BNG.
4%
8.000.000
Beheersmaatregel: 50% contragarantie BPD. Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten nauwlettend volgen. 4
Stijgende kosten door aanhoudende werkzaamheden betreffende WKB en geen dekkingsmogelijkheden vanwege lagere legesinkomsten.
70%
400.000
280.000
Algemene (Treasury)
Beheersmaatregel: Blijven volgen van de implementatie van de wet en de gevolgen die eruit komen. Deze resultaten nauwlettend volgen.. De implementatie van de nieuwe Omgevingswet is verschoven naar 1-1-2024. In de loop van 2024 zal meer duidelijkheid hieromtrent komen. De gemeente Waddinxveen heeft een buffer in de vorm van een egalisatievoorziening om dit soort tegenslagen op te vangen. 5
Schending van de AVG; zoals Data-lekken, een onjuiste grondslag, onzorgvuldigheden of het niet naleven van het recht van betrokkene.
30%
500.000
150.000
Algemeen (Treasury)
Beheersmaatregel: Privacy beleidskader en verwerkingsregister opgesteld. Er zijn verwerkersovereenkomsten afgesloten. Protocollen opgesteld voor bijvoorbeeld een data-lek. Cyberverzekering afgesloten.
48 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De tabel hiervoor biedt, in lijn met het vastgestelde beleidskader rondom risicomanagement, inzicht in de top 5 risico’s. Deze top 5 bepaalt voor driekwart het gewogen risico van alle risico’s. Er is een aantal onderwerpen waarvoor (nog) geen financieel gevolg bij de risico-inventarisatie is meegenomen, maar die wel van belang zijn om als risico te herkennen. Deze zijn onderdeel van de periodieke toets op bestaande en nieuwe risico’s en worden periodiek geactualiseerd.
2.3 Benodigde weerstandscapaciteit Financieel gevolg De ontwikkeling van het aantal risico’s en het totaal aan maximaal financieel gevolg is als volgt.
Begroting 2024-2027
Jaarrekening 2023
Begroting 2025-2028
47
52
52
21.131
20.835
20.835
Aantal geïnventariseerde risico’s Maximaal financieel gevolg alle risico’s Bedragen x € 1.000
Risicosimulatie Natuurlijk zullen de risico´s zich niet allemaal tegelijk voordoen. Van alle risico´s is de kans bepaald dat het risico zich zal voordoen. Volgens een statistische berekening kan vervolgens bepaald worden welk bedrag nodig is om de risico´s af te dekken. Met een zekerheid van 90% kunnen de risico's worden afgedekt met een bedrag van € 4.179.000: de benodigde weerstandscapaciteit. Dit was bij de inventarisatie van de vorige begroting € 3.808.000. Daarnaast is voor de Grondbedrijfsfunctie de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Deze bedraagt € 2.911.000. Dit is het totaal van de financiële vertaling van alle project-specifieke en generieke (conjuncturele) risico’s die in beeld zijn gebracht.
Begroting 2024-2027
Jaarrekening 2023
Begroting 20252028
Benodigde weerstandscapaciteit algemeen
3.808
3.899
4.179
Risico’s Grondbedrijfsfunctie
4.879
3.607
2.911
Benodigde weerstandscapaciteit totaal
8.687
10.206
7.090
Bedragen x € 1.000
2.4 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene middelen die de gemeente tot haar beschikking heeft. Hieronder wordt, met ingang van deze begroting, verstaan het saldo van de algemene bedrijfsreserve algemene dienst per 1 januari van het betreffende jaar, het saldo van de algemene reserve van het grondbedrijf per 1 januari van het betreffende jaar en het verwachte begrotingssaldo van het betreffende jaar. In het verwachte saldo van de algemene bedrijfsreserve algemene dienst wordt bij de begroting het begrotingssaldo van het voorafgaande jaar meegenomen. Bij het bepalen van de hoogte van de algemene bedrijfsreserve algemene dienst per 1 januari 2025 is het verwachte negatieve begrotingssaldo 2024 conform eerste Bestuursrapportage 2024 meegenomen
49 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De beschikbare weerstandscapaciteit is als volgt: Elementen weerstandscapaciteit Beschikbare algemene middelen: Algemene bedrijfsreserve algemene dienst (saldo per 1/1 jaar t, plus begrotingssaldo vorig jaar) Algemene bedrijfsreserve grondbedrijfsfunctie (saldo per 1/1 jaar t) Meerjarig begrotingssaldo 2025-2028
Geblokkeerd deel (benodigde weerstandscapaciteit): Benodigde weerstandscapaciteit algemeen Benodigde weerstandscapaciteit grondbedrijfsfunctie
Vrij besteedbaar deel algemene middelen Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
23.780
25.341
24.846
25.286
2.301 2.033 27.908
2.095 132 27.361
1.888 440 26.208
922 450 25.736
4.179 2.911 7.090
4.179 2.911 7.090
4.179 2.911 7.090
4.179 2.911 7.090
20.818
20.271
19.118
18.646
2.5 Benodigde versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt een relatie gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening maakt het mogelijk om een ratio voor het weerstandsvermogen te bepalen. Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van normen die ontwikkeld zijn in samenwerking met de Universiteit Twente en bij meerdere gemeenten worden toegepast. ratio Betekenis
>2.0
1.4-2.0
1.0-1.4
0.8-1.0
0.6-0.8
<0.6
Uitstekend
Ruim voldoende
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Ruim onvoldoende
Begroting 2024-2027 (*)
Jaarrekening 2023 (*)
2025-2028
Beschikbare weerstandscapaciteit
22.716
21.430
25.736
Benodigde weerstandscapaciteit
8.687
7.506
7.090
2,9
3,23
3,63
Uitstekend
Uitstekend
Uitstekend
Ratio weerstandsvermogen Ratio betekenis Bedragen x € 1.000
Begroting
(*) De berekeningen van begroting 2024-2027 en jaarrekening 2023 zijn aangepast aan de opzet die met ingang van deze begroting wordt gehanteerd. Hierbij is bij het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit van de jaarrekening 2023 het deel van het jaarrekeningresultaat 2023 welk is toegevoegd aan de algemene bedrijfsreserve algemene dienst meegenomen in de berekening.
50 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
2.6 Kengetallen financiële positie De kengetallen worden opgenomen in deze paragraaf om de raad in onderlinge samenhang eenvoudig inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente. Dit levert een bijdrage aan de invulling van de kaderstellende en controlerende rollen van de raad. Ze maken de financiële ruimte inzichtelijker om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Door de Provincie Zuid-Holland zijn normen gedefinieerd, die in het vervolg als referentie worden gebruikt. De kleuren van de verschillende ratio’s per kengetal zijn groen, oranje (volgens website geel) en rood (volgens website oranje). Bij de toelichting op de kengetallen worden de ratio’s per kengetal verklaard. Het verloop van de kengetallen kan als volgt worden samengevat: Begroting 2024
Jaarrekening 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Netto schuldquote
85%
50%
69%
86%
83%
103%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
85%
49%
68%
84%
82%
102%
Solvabiliteitsratio
40%
48%
45%
43%
41%
39%
Grondexploitatieratio
8%
13%
0%
1%
0%
0%
Structurele exploitatieruimte
5,3%
4,7%
1,5%
0,1%
0,4%
0,5%
Belastingcapaciteit
102%
96%
102%
102%
102%
102%
Kengetallen
Toelichting: Netto schuldquote Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de schuld. Daarmee kan een oordeel worden gevormd over de mate waarin de baten, exclusief reservemutaties, van de gemeente toereikend zijn om de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het percentage komt tot stand door de aangetrokken gelden minus de uitgezette gelden te delen door de jaarinkomsten. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 90% groen, bij 90% - 130% oranje (volgens website geel) en bij > 130% rood (volgens website oranje). De schuldquote is de verhouding tussen schulden en het totaal van de baten. De netto schuldquote was in 2023 sterk verbeterd, maar vanaf 2024 verslechtert de schuldquoteaanzienlijk door het aantrekken van leningen in samenhang met Bijlage 2 – Meerjareninvesteringsprogramma 2025 - 2028, gecombineerd met lagere baten door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf. De rentelasten voor de aan te trekken langlopende geldleningen zijn onderdeel van de exploitatie saldi 2025 – 2028 in deze begroting. Zie hiervoor ook Paragraaf 4 - Financiering. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij dit kengetal worden de doorgeleende gelden van de financiële activa gecorrigeerd op de netto schuldquote.
Verder is de toelichting op de netto schuldquote van toepassing, inclusief referentiewaarden. Solvabiliteitsratio Kengetal dat weergeeft in hoeverre het totaal van de activa is gefinancierd vanuit het eigen vermogen. De ratio wordt berekend door het Eigen Vermogen (de reserves) te delen door het balanstotaal. Volgens de website “staatvan.zuid-holland.nl” is de kleur bij een ratio van > 50% groen, bij 20% - 50% oranje (volgens website geel) en bij < 20% rood (volgens website oranje). De oplopende Netto schuldqoute heeft door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf nauwelijks invloed op het balanstotaal. Omdat ook het eigen Vermogen redelijk gelijk blijft, is de solvabiliteit de komende jaren vrij stabiel. Grondexploitatieratio Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de voorraad bouwgrond en de stand van het onderhanden werk bouwgrondexploitatie. De balanswaarde hiervan minus de voorzieningen voor negatieve grondexploitaties wordt gedeeld door de jaarinkomsten om tot deze ratio te komen. De hoogte van dit kengetal geeft aan wat het terugverdienrisico is op de grondexploitaties ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 20% groen, bij 20% - 35% oranje (volgens website geel) en bij > 35% rood (volgens website oranje).
Volgens de eerdergenoemde website is de bandbreedte van deze ratio bij de diverse gemeenten groot. Of een gemeente een beheers- of een ontwikkelgemeente is heeft een grote invloed op deze ratio. De ratio daalt omdat de boekwaarde van de grondexploitaties zich ontwikkelt van negatief naar positief door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf. Een positieve boekwaarde geeft aan dat het cumulatief saldo baten hoger is dan het saldo lasten.
51 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting/jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Dit kengetal brengt de structurele weerstandscapaciteit of robuustheid van de meerjarenbegroting tot uitdrukking. De structurele exploitatieruimte heeft een positieve invloed op de solvabiliteit als hiermee het eigen vermogen wordt versterkt. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van > 0% groen, 0% oranje (volgens website geel) en bij < 0% rood (volgens website oranje). De score blijft over de gehele periode positief. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk (jaar t) in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (jaar t-1). Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 95% groen, bij 95% - 105% oranje (volgens website geel) en bij > 105% rood (volgens website oranje). De tarieven zijn bij de gemeente Waddinxveen hoger dan gemiddeld in Nederland. Financiële kengetallen begroting 2025 – 2028 in samenhang De gemeente Waddinxveen is een ontwikkelgemeente. Wel lopen de activiteiten van het grondbedrijf terug. Dit wordt zichtbaar in de ontwikkeling van de Grondexploitatieratio. De gemeente Waddinxveen is ook een investerende gemeente.
Dit is te zien in Bijlage 2 – Meerjareninvesteringsprogramma 2025– 2028 in deze begroting. Deze investeringen worden gedeeltelijk gefinancierd door het aantrekken van langlopende geldleningen, hetgeen invloed heeft op de negatieve ontwikkeling van de Netto schuldquote. Dit is gelukkig van beperkte invloed op de verhouding tussen het Eigen Vermogen en het Vreemd Vermogen waardoor de Solvabiliteitsratio redelijk stabiel blijft. De rentelasten voor de aan te trekken langlopende geldleningen zijn als lasten opgenomen in de Structurele Exploitatieruimte, die in alle jaren positief is. De Structurele Exploitatieruimte heeft ook een positieve invloed op het Eigen Vermogen als onderdeel van de eerder genoemde Solvabiliteitsratio. Bij de ratio Belastingscapaciteit wordt in de Paragraaf 1 - Lokale heffingen de lokale belastingdruk 2024 - ook vergeleken met omliggende gemeenten.
52 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Paragraaf 3 Onderhoud Kapitaalgoederen 3.1. Inleiding Kapitaalgoederen maken een groot deel uit van het kapitaal van een gemeente. De kapitaalgoederen in eigendom van de gemeente Waddinxveen bestaan uit wegen, bruggen, openbare verlichting, openbaar groen en bomen, speelplaatsen, het rioolstelsel, watergangen, gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en de begraafplaats Thijmhof. De gemeente heeft de taak deze kapitaalgoederen in stand te houden. De kwaliteit en het onderhoud van onze kapitaalgoederen is bepalend voor de (jaarlijkse) lasten. Om het beoogde beheerniveau te waarborgen, stellen we voor de verschillende kapitaalgoederen beheerplannen op. Bij het in stand houden van de kapitaalgoederen maken we een onderscheid tussen jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De budgetten voor het jaarlijks onderhoud zijn per jaar op een gelijkblijvend niveau opgenomen binnen de exploitatiebegroting van het betreffende programma. Deze paragraaf gaat over het groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen. Groot onderhoud vindt plaats om de levensduur van een kapitaalgoed te verlengen. Om het groot onderhoud zonder fluctuaties te bekostigen treffen we voorzieningen. Jaarlijks wordt een evenredig bedrag gestort in de voorzieningen vanuit de exploitatie. De uitgaven voor groot onderhoud in een bepaald jaar onttrekken we uit de voorzieningen.
Als kapitaalgoederen aan het eind van de levensduur zijn, vindt een vervangingsinvestering plaats. De kosten van de vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven met ingang van het jaar na realisatie op basis van de levensduur van het nieuwe kapitaalgoed. Openbare Ruimte We beheren en onderhouden onze kapitaalgoederen in de openbare ruimte volgens gedifferentieerde beheerniveaus We zetten in op kwalitatief goed beheer en onderhoud van onze kapitaalgoederen voor de disciplines wegen, groen, water en riolering. De kwaliteit van onze kapitaalgoederen moet zo goed zijn dat we ze kunnen blijven gebruiken. We beheren en onderhouden de openbare ruimte daarom volgens gedifferentieerde beheerniveaus. Dit is vastgesteld in de Visie Beheer Openbare Ruimte. Dit zijn de verschillende niveaus waarop de kapitaalgoederen bijgehouden worden. Hierbij spelen we in op de wensen van onze partners en voldoen we aan onze zorgplichten. De beheerniveaus zijn als volgt onderverdeeld: Centra
Hoofdwegen
Woonwijken
Bedrijven
Buitengebied
Jaarlijks onderhoud
A
B
B
B
C
Groot onderhoud
A
B
B
B
C
Vervangingsinvesteringen
A
B
B
B
C
Deze beheerniveaus kunnen als volgt worden toegelicht: Code Kwaliteit Technische staat
Verzorging
A
Hoog
Weinig op aan te merken
Schoon
B
Basis
Lichte schade, een en ander op aan te merken
Matig schoon, niet storend
C
Laag
Duidelijke schade, veel op aan te merken
Vuil, storend
We geven uitvoering aan het Projectenboek Openbare Ruimte 2021-2024 In het projectenboek staat de planning van onze integrale projecten. Integrale projecten zijn projecten waar verharding, groen en riolering zo veel mogelijk op hetzelfde moment worden opgeknapt. We delen deze planning met onze partners. Zo kunnen we werkzaamheden afstemmen en waar mogelijk combineren. De middelen die beschikbaar zijn vanuit de Impulsregeling Ruimtelijke Adaptatie worden voor een deel ingezet in de integrale projecten. We volgen hiervoor de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en voeren adaptatiemaatregelen versneld uit. Ook kiezen we bij onze integrale projecten een passend participatietraject met betrokkenen. Als het mogelijk is verwerken we de wensen in de nieuwe inrichting. De uitvoering van het projectenboek 2021-2024 wordt verlengd voor het jaar 2025.
53 Onderhoud kapitaalgoederen
Gemeentelijke Gebouwen We beheren en onderhouden gemeentelijke gebouwen op het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen wordt eens in de vier jaar een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Hiervoor worden de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma. We houden het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 aan. Duurzaamheid wordt een belangrijk onderdeel bij het opstellen van het DMJOP 2026-2029. Sportaccommodaties We investeren in buitensportaccommodaties In de zomer van 2025 worden 4 kunstgrasvelden gerealiseerd voor korfbalvereniging Korbis. Tegelijkertijd worden 3 nieuwe velden aangelegd voor voetbalvereniging ASW. Twee van de drie velden krijgen een nieuwe kunststof toplaag en op het hoofdveld wordt natuurgras vervangen door kunstgras. Begraafplaats Thijmhof We beheren en onderhouden de begraafplaats op het beheerniveau ‘hoog’ Gemeente Waddinxveen beheert en exploiteert de algemene begraafplaats Thijmhof aan de Alberdingk Thijmlaan 8. Door de begraafplaats in kwalitatief goede staat te houden, dragen we bij aan het welzijn van onze samenleving. Voor de begraafplaats geldt daarom het beheerniveau ‘hoog’ (A).
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Binnen de kapitaalgoederen zijn onze beheerdisciplines onderverdeeld in wegen, groen, riolering, gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en begraafplaatsen. De disciplines wegen, groen en riolering hebben we verwerkt in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Voor de disciplines gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en begraafplaatsen hanteren we een meerjaren onderhoudsplan. De volgende beheerplannen zijn in programma 3 opgenomen: Omschrijving beheerplan
Vastgesteld door de raad
Beheerplan Wegen
Ja
Beheerplan Water Beheerplan Openbare verlichting
verlopen
Beheerplan spelen Beheerplan kunstwerken Beheerplan Groen Gemeentelijk Water Plan (riolering)
Ja Ja nee Ja Ja
Frequentie actualisatie
Volgende actualisatie
Eén keer per 4 jaar Eén keer per 4 jaar Eén keer per 4 jaar Eén keer per 4 jaar Eén keer per 4 jaar Eén keer per 4 jaar Eén keer per 5 jaar
Financiële Achterstallig vertaling in onderhoud de begroting
2025 ja 2025 ja
nee nog niet in beeld
2025 ja
nee
2025 ja
nee
2025 ja
nee
2025 ja
nee
2025 ja
nee
Wegen Beleidskader Onder de beheerdiscipline wegen vallen de disciplines wegen, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van de Visie Beheer Openbare Ruimte. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen die worden opgesteld door het CROW, zoals de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Ook het politiekeurmerk Veilig Wonen is een richtlijn die we voor openbare verlichting hanteren. Het beheer van deze disciplines is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Wegen
B2024
2025
2026
2027
2028
(Vervangings)Investeringen
4.465
4.868
3.052
2.952
2.807
Groot onderhoud
2.961
1.407
1.407
1.407
1.407
Totaal Bedragen x € 1.000
7.425
6.275
4.459
4.359
4.214
54 Onderhoud kapitaalgoederen
Groen Beleidskader Onder de beheerdiscipline groen vallen de disciplines openbaar groen en spelen. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van de Visie Beheer Openbare Ruimte. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen uit het Handboek Bomen 2022 van het Norminstituut Bomen. Ook hanteren we voor onze speeltoestellen de eisen van het Warenbesluit Attractie- en speeltoestellen. Voor spelen geldt dat veiligheid leidend is en niet de beeldkwaliteit. Het beheer van deze disciplines is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Water Beleidskader We beheren en onderhouden de watergangen volgens de afspraken die gemaakt zijn met de Hoogheemraadschappen. Het beheer van ons oppervlakte watersysteem is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de keur van de beide Hoogheemraadschappen. Groen en Water
2024
2025
2026
2027
2028
(Vervangings)Investeringen
1.575
1.470
844
844
844
271
145
145
145
145
1.846
1.615
989
989
989
Groot onderhoud Totaal Bedragen x € 1.000
Riolering Beleidskader Voor het beheer en onderhoud van de riolering sturen we op twee aspecten, namelijk de technische staat en de afvoercapaciteit. Beheer op basis van een verschillende beheerniveaus is dan ook niet aan de orde. We beheren en onderhouden de riolering op basis van het Gemeentelijk Waterplan (GWP). In het GWP is voor 2021-2025 vastgelegd hoe we onze zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater invullen. In dit plan is tevens op hoofdlijnen beschreven hoe we ons rioolstelsel in stand houden. Het beheer van ons rioolstelsel is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Riolering
2024
2025
2026
2027
2028
(Vervangings)Investeringen
5.430
2.333
1.908
1.908
1.908
0
0
0
0
0
5.430
2.333
1.908
1.908
1.908
Groot onderhoud Totaal Bedragen x € 1.000
Gemeentelijke Gebouwen Beleidskader In de uitvoering van het onderhoudsprogramma 2020-2023 zijn vertragingen ontstaan waardoor nog niet alle budgetten uit de voorziening zijn uitgegeven. Deze budgetten gebruiken we in 2025 om de achterstanden in te halen. Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen wordt in 2025 een nieuw duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP) opgesteld voor de periode van 2026-2029. Dat DMJOP wordt in het eerste halfjaar 2025 ter goedkeuring aan de raad voorgelegd. Hiervoor worden de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma. We houden het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 aan. Door de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed wordt in 2025 de renovatie van sportzaal De Duikelaar uitgevoerd. Voor de renovatie van sportzaal De Groenswaard vindt een heroverweging plaats, omdat de kosten van renovatie en de kosten voor nieuwbouw niet ver uit elkaar liggen. Sportaccommodaties Beleidskader Voor buitensport geldt een minimale cultuurtechnische en sporttechnische kwaliteit voor de buitensportvelden. Het beheer hiervan is verder uitgewerkt en vastgelegd in het Beheerplan Buitensport 2021-2024. Voor de buitensportaccommodaties wordt een nieuw beheerplan opgesteld voor de periode 2025–2028.
Begraafplaats Thijmhof Beleidskader Het Beheerplan Begraafplaats Thijmhof 2022-2026 is opgesteld om een meerjarenperspectief op het beheer en onderhoud van begraafplaats Thijmhof te hebben. Met dit beheerplan geven we inzicht in de capaciteit op onze begraafplaats. Daarbij houden we rekening met de groei van ons inwonersaantal, het sterftecijfer en landelijke trends. Het beheerplan bevat de kosten die nodig zijn om te voldoen aan de Wet op de Lijkbezorging. 55 Onderhoud kapitaalgoederen
Begraafplaatsen
2024
2025
2026
2027
2028
(Vervangings)Investeringen
160
260
0
0
0
Groot onderhoud
106
53
53
53
53
Totaal Bedragen x € 1.000
266
313
53
53
53
Begroting Onderhoudsbudget Voorziening
2025
2026
Financieel overzicht kapitaalgoederen Financieel overzicht kapitaalgoederen
2027
2028
Kapitaallasten Wegen
Onderhoudsbudget Voorziening Investering Water Onderhoudsbudget Voorziening Investering Openbare verlichting Onderhoudsbudget Voorziening Investering Spelen Onderhoudsbudget Voorziening Investering Kunstwerken Onderhoudsbudget Voorziening Investering Groen Onderhoudsbudget Voorziening Investering Gemeentelijk Water Plan (riolering) Onderhoudsbudget Voorziening Investering
€ 1.522 € 1.522 € 1.522 € 1.522 € 1.347 € 1.347 € 1.347 € 1.347 € 2.538 € 1.902 € 1.902 € 1.902 €0 €0 €0 €0 € 145 € 145 € 145 € 145 € 98 € 80 € 80 € 80 zit in wegen zit in wegen zit in wegen zit in wegen €0 €0 €0 €0 € 1.482 € 872 € 672 € 672 € 109 € 109 € 109 € 109 €0 €0 €0 €0 € 207 € 139 € 139 € 139 zit in wegen zit in wegen zit in wegen zit in wegen € 61 € 61 € 61 € 61 € 132 € 132 € 132 € 132 € 1.418 € 1.418 € 1.418 € 1.418 €0 €0 €0 €0 € 850 € 625 € 625 € 625 € 510 € 510 € 510 € 510 €0 €0 €0 €0 € 1.908
€ 1.908
€ 1.908
€ 1.908
Bedragen x € 1.000
56 Onderhoud kapitaalgoederen
Overzicht kengetallen Overzicht kengetallen
Wegen Asfalt verharding Elementen
eenheid m² m²
aantal 379.900 1.141.900
Spelen Speeltoestellen gemiddeld Jongeren Ontmoetings Plaats
eenheid st st
Jeu de boules-baan
st
aantal 544 5
Halfverharding
m²
19.600
Onverhard
m²
9.500
totaal
m²
1.550.900
Ondergrond
eenheid
aantal
steigers keermuren keermuren tunnels geluidscherm
st st m¹ st m¹
10 194 5 120
zand houtsnippers elementen rubber gietvloer
m² m² m² m² m²
1.325 2.200 2.210 1.208 10.084
palen
st
2.212
kunstgras
m²
2.466
gras
m²
-
totaal
m²
19.493 aantal 46 49 25 15
4
Water
eenheid
aantal
vijver
m²
169.200
watergangen n.v.o. rietland beschoeiing (licht) beschoeiing (zwaar)
m¹ m² m² m¹ m¹
3.272 123.000 1.480 36.940 2.063
Kunstwerken beton staal/composiet hout hout/staal
eenheid st st st st
onbeschoeide oever
m¹
49.269
beton/staal
st
3
totaal
st
138
Openbare verlichting armatuur
eenheid st
aantal 6.367
masten
st
6.322
3.3 Verloop voorzieningen Voorziening onderhoud openbare ruimte Om de uitgaven voor het groot onderhoud, opgenomen in het Integrale beheerplan openbare ruimte, te egaliseren is de Voorziening onderhoud openbare ruimte ingesteld. Het betreft hier jaaroverstijgende projecten die vaak niet binnen één begrotingsjaar gerealiseerd worden. Hierdoor is het noodzakelijk de middelen mee te nemen naar het volgende jaar. Het verloop van deze voorziening is als volgt: Voorziening onderhoud openbare ruimte
2024
2025
2026
2027
2028
Beginsaldo Storting Onttrekking
1.754 1.639 -1.557
1.837 1.639 -1.557
1.919 1.639 -1.557
2.001 1.639 -1.557
2.084 1.639 -1.557
Eindsaldo
1.837
1.919
2.001
2.084
2.166
Bedragen x € 1.000
57 Onderhoud kapitaalgoederen
Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Om de uitgaven voor het groot onderhoud opgenomen in het MJOP (meerjarenonderhoudsplan) te egaliseren is de Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen ingesteld. Het verloop van deze voorziening is als volgt: Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen
2024
2025
2026
2027
2028
Beginsaldo Storting
625 295
662 295
686 295
649 295
770 295
Onttrekking
-258
-270
-332
-174
-189
Eindsaldo
662
686
649
770
876
Bedragen x € 1.000
58 Onderhoud kapitaalgoederen
Paragraaf 4 Financiering 4.1. Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het rentebeleid op basis van de Notities Grondexploitaties 2019 en Rente 2017 van de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Het hierbij behorende rentebeleid voor de gemeente Waddinxveen is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2023 die op 31 mei 2023 door de raad is vastgesteld. Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie aangevuld met de rentevergoeding over de reserve bovenwijkse voorzieningen. Een goed beeld met betrekking tot de ontwikkeling van de financieringsbehoefte is hierbij noodzakelijk. Dit beeld wordt niet verkregen uit de ontwikkeling van de baten en lasten en het verloop van de financieringspositie zoals opgenomen in deze begroting, maar uit de ontwikkeling van de uitgaande en inkomende kasstromen in meerjarenperspectief. Daarom hebben we informatie over de ontwikkeling van de financieringsbehoefte toegevoegd aan deze paragraaf.
4.2. Renteomslag 2025-2028 De renteomslag kan voor de begrotingsjaren 2025 – 2028 als volgt worden samengevat:
Rentelasten kort- en langlopende geldleningen Rentebaten kort- en langlopende vorderingen Saldo rentelasten en baten Doorberekende rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury Bedragen x € 1.000
2025 -2.343 -2.343 26 -2.317 -45 -2.362 2.448 86
2026 -2.491 -2.491 -61 -2.552 -23 -2.575 3.036 461
2027 -2.418 -2.418 -40 -2.458 -51 -2.509 3.159 650
2028 -2.613 -2.613 -161 -2.774 -71 -2.845 3.165 320
Saldo rentelasten en baten Bij het opstellen van deze begroting 2025-2028 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de liquiditeitsprognose op basis van het investeringsvolume en de ontwikkelingen van de grondexploitatieprojecten. Op basis van deze cijfers, rekening houdend met het achterblijven van de uitvoering van het investeringsprogramma, luidt de verwachting dat in de loop van 2025 nieuwe financieringsmiddelen aangetrokken dienen te worden. Vanwege het grote volume aan investeringen –en in de uitvoering daarvan- is op dit moment lastig in te schatten wanneer daadwerkelijk financiering nodig zal zijn.
59 Financiering
In samenhang hiermee ziet de ontwikkeling van de langlopende geldleningen er als volgt uit:
Bovenstaande ontwikkeling van de langlopende geldleningen is gebaseerd op de huidige bestaande leningenportefeuille. Het schuldrestant van € 56 miljoen eind 2028 bestaat uit 10 langlopende vastrentende fixegeldleningen en 1 langlopende geldlening met jaarlijkse aflossing bij de BNG bank. Daarvan is € 52 miljoen het restant van de herfinanciering van € 64 miljoen uit 2015. De huidige leningenportefeuille is een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ (looptijd geldleningen afgestemd op liquiditeitsbehoefte in meerjarenperspectief) waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd.
In de eerste grafiek lopen de langlopende schulden af omdat deze is gebaseerd op de bestaande leningenportefeuille. In de tweede grafiek ziet u het verwachte verloop van de bestaande geldleningen inclusief aan te trekken langlopende leningen op basis van het netto financieringstekort. De berekening van het financieringstekort kunt u terugvinden in de uiteenzetting van de financiële positie. Er is rekening gehouden met de rentelasten van de nog aan te trekken langlopende leningen tegen een rentepercentage van 3,50%. We hebben uit voorzichtigheid geen rekening gehouden met het saldo baten/lasten cumulatief vanaf 2024 Doorberekende rente aan grondexploitatie Het in de grondexploitaties actief grondbeleid te hanteren rentepercentage wordt bij ‘integrale financiering’ bepaald uit het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Hierbij blijven de eerdergenoemde langlopende geldlening BPD en de uitgestelde betalingsregeling Centrum dus buiten beschouwing. De rente aan een grondexploitatie actief grondbeleid wordt toegerekend over de boekwaarde van de actieve grondexploitaties per 1 januari van het betreffende boekjaar. Er wordt gekozen voor een stabiel rentepercentage in de meerjarenprognose actief grondbeleid.
Bij een afwijking van 0,5% van dit rentepercentage moet volgens de Notitie Grondexploitaties 2019 het percentage worden bijgesteld. Het doorberekende rentepercentage aan actief grondbeleid is met ingang van 2021 berekend op 1,50%. 60 Financiering
Rente over eigen vermogen Sinds 2017 komt in de gemeente Waddinxveen in principe alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie. De enige uitzondering vormt de Reserve Bovenwijkse voorzieningen, waarbij wél een rentevergoeding plaatsvindt. Doorberekende rente aan taakvelden De aan de taakvelden (programma’s en overzicht Overhead), als onderdeel van de kapitaallasten (Staat van vaste activa) toe te rekenen rente is de sluitpost van de renteomslag. Er mag in de renteomslag sprake zijn van een renteresultaat maar dit is maximaal een afwijking van 0,5% van de aan de taakvelden toegerekende rente. Dit saldo blijft achter op Onderdeel 6.3 Treasury inclusief aandelen en dividend van deze begroting. Met deze maximale afwijking van 0,5% wordt de mogelijkheid geboden om de toegerekende rente aan de taakvelden op basis van de Staat van activa in de (meerjaren)begroting te stabiliseren. De rente van de vaste activa is net als in 2024 gehandhaafd op een structureel percentage van 1,50% voor de jaren 2025 – 2028. Voor alle genoemde jaren wordt binnen de bandbreedte van 0,5% gebleven.
4.3. Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido heeft een gezonde financiering van openbare lichamen, waaronder gemeenten, als centrale bedrijfseconomische doelstelling. Naast het beheersen van de financieringsrisico’s kent de Wet fido ook een macro-budgettaire doelstelling. Dit betreft de beheersing van de grenswaarde van het zogenoemde EMU-tekort van 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP).
4.4. Wet Houdbare overheidsfinanciën De wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) regelt in essentie twee zaken die voortvloeien uit Europese verplichtingen. De eerste is dat het nationale systeem van begrotingsvoorbereiding en de toepassing van vaste uitgavenkaders wettelijk worden vastgelegd. Ten tweede worden gemeenten gebonden aan een maximaal begrotingstekort (macronorm) op kasbasis. Gemeenten mogen een tekort hebben van 0,3%.
4.5. Risicobeheer Voor het risicobeheer worden als risico’s onderscheiden het renterisico van de korte termijnfinanciering, het renterisico voor de lange termijnfinanciering en het kredietrisico voor uitgezette gelden. In de Wet fido zijn voor het beperken en beheersen van de genoemde risico’s concrete normen opgenomen, te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Deze worden in het vervolg verder uitgewerkt. Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn (ten hoogste 12 maanden) aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de kasgeldlimiet van belang. Dit is het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Vooral bij kortlopende financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de korte rente direct een relatief grote invloed op de rentelasten hebben. De Wet fido stelt daarom grenzen aan de omvang van korte financieringen. Voor 2025 - 2028 zien de verwachtingen voor de kasgeldlimiet er als volgt uit: