Programmabegroting 2023 Hecht
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling Hecht Programmabegroting 2023
Versie: 20 april 2022
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding …………………………………………………………………………………………………………….. 5 1.1. Missie, visie en kernwaarden…………………………………………………………………………... 5 1.2. Organisatie ……………………………………………………………………………………………... 5 1.3. Soorten taken …………………………………………………………………………………………..
7
1.4 Openbaarheidsparagraaf............................................................................................................. 7 2. Programma Hecht24 ……………………………………………………………………………………………… 8 3. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) ……………..…………………………………………………………………… 9 4. Gezondheidsbescherming, Toezicht en GHOR (GTG) ……………………………………………………... 10 5. Gezondheidsbevordering en Onderzoek (GBO) ……………………………………………………………... 12 6. Zorg- en VeiligheidsHuis (ZVH) ………………………………………………………………………………… 14 7. Regionale Ambulance Voorziening (RAV)…………………………………………………………………….. 15 8. Coronabestrijding (CB) …………………………………………………………………………………………... 16 9. Financiële paragrafen ……………………………………………………………………………………………. 17 9.1. Uitgangspunten programmabegrotingen ……………………………………………………..……..
17
9.2. Financieel kader GR’en 2023 …………………………………………….……………………..……
17
9.3. Gemeentebijdrage: bijdrage per inwoner en bijdrage per kind ..………………………………….. 18 9.4. Mutaties per gemeente …………………………………………………..……………………………
19
9.5. Exploitatiebegroting Hecht…… ……………………………………….……………………………… 20 9.6. Investeringsbegroting …………………………………………………….………………………….... 22 9.7. Liquiditeitsbegroting ………………………………………………….………………………………... 23 9.8. Eigen vermogen ………………………………………………………………………………………..
23
9.9. Meerjarenperspectief ………………………………………….………………….…………………… 27 10. Verplichte paragrafen ……………………………………………………………………………………............ 29 10.1. Kengetallen en beleidsindicatoren………………..…………………………………………………. 29 10.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ……..………………………………………………….. 31 10.3. Financiering …………………………………………………………………………………………….. 32 10.4. Onderhoud kapitaalgoederen …………………..……………………………………………………. 33 10.5. Bedrijfsvoering …………………………………………………………………………………………. 33 10.6. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector ……………… 33 Bijlage I Overzicht BPI per taak ……………...…………………………………………………………………….. 34
2
Samenvatting programmabegroting 2023 In Hecht zijn de gemeentelijke taken op het gebied van openbare gezondheid samengebracht. Dit resulteert in één organisatie met meer dan 1.000 medewerkers, en een flexibele schil van tussen de 1.000-2.000 medewerkers, die vanuit verschillende expertises hun eigen specifieke bijdrage leveren aan een gezonder Hollands Midden. Alles wat wij doen moet leiden tot verbetering van de kwaliteit van het leven, meer positief ervaren gezondheid, meer veiligheid en meer kansen in de regio waarvoor wij samen verantwoordelijk zijn. Dat bereiken we alleen als we samendoen wat nodig is. Als we een open blik hebben en denken in oplossingen met een duidelijk doel voor ogen. Dit is de kern van ons handelen. Ambities zijn groot met onverminderd interne en externe druk Terwijl nog steeds een constante inzet bij coronabestrijding wordt geleverd, wordt er een volgende crisisinzet gevraagd bij de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Hecht heeft geleerd van de bestrijding van de coronapandemie en is sneller in staat om hulp in te zetten. Maar inzet bij twee grote opdrachten betekent dat de externe druk op inzet van Hecht-medewerkers groot is. Bij hoge ambities wordt ook interne druk om goed te presteren verhoogd en wordt sneller helder waar de randvoorwaarden nog niet op orde zijn.
Door deze stijgende druk is gebleken dat bij de Centraal Ondersteunende diensten (COD) ook een reorganisatie plaats moest vinden. Met een nieuwe structuur binnen de COD en helderheid over de benodigde aanpassingen, kunnen we weer een volgende slag slaan om de ambities waar te maken. Voor het programma Hecht24 betekende dit dat er in de lijn van Datagedreven en E-health een vertraging is opgetreden met bijbehorende onder-uitputting van de begroting. Dit zal in 2022 en 2023 worden rechtgetrokken. Jeugdgezondheidszorg In 2022 loopt een pilot “Pluis – niet pluis” waarin wordt onderzocht hoe een deel van de taken betreffende de dienstverlening aan 0-4-jarigen, kunnen worden overgedragen van de jeugdarts naar de jeugdverpleegkundige. Een positief resultaat van de pilot geeft een verschuiving in de formatie artsen en verpleegkundigen, op dit moment geraamd op een daling (via natuurlijk verloop) van 9,2 fte artsen en een toename van 9,5 fte verpleegkundigen in 2025. Gezien de taakverschuiving van werkzaamheden van de jeugdartsen naar jeugdverpleegkundigen is het niet ondenkbaar dat (een deel van) de verpleegkundigen in een hogere functieschaal komen. In 2021 is 30% van de uitstroom van medewerkers binnen de JGZ veroorzaakt door pensionering. De opbouw van onze formatie zal dit effect nog versterken.
Deze tendens wil de JGZ opvangen door naast taakverschuiving tussen artsen en verpleegkundigen ook te starten met de inzet van MBO-verpleegkundigen. Gezondheidsbescherming, toezicht en GHOR De opdracht van het bestuur is om in 2023 door te gaan met de werkzaamheden op basis van eerdere afspraken over de taken van GTG. Er is in de begroting 2023 voor gezondheidsbescherming en toezicht daarom geen sprake van taakuitbreidingen of taakinkrimping. Tussentijds worden inhoudelijke accenten gelegd in de taakuitvoering op basis van actuele ontwikkelingen, landelijk beleid of vragen van gemeenten. Deze tussentijdse wijzigingen zijn voor gemeenten in principe kostenneutraal. Gezondheidsbevordering en onderzoek Gezondheidsbevordering en Onderzoek werkt aan collectieve preventie, onderzoek en ondersteuning van gemeenten. Er is landelijk veel gaande over intensivering van preventie. Binnen Hecht vertaalt GBO de ontwikkelingen naar de regio Hollands Midden en per gemeente. De omvang van de basistaken is in 2023 ongewijzigd. Over het algemeen is bij de maatwerkafspraken sprake van subsidierelaties met gemeenten. Zorg- en Veiligheidshuis De inhoudelijke doorontwikkeling van het ZVH op interne processen en de positionering in de keten van zorg en veiligheid is een continu (verbeter) proces en gaat ook in 2023 door.
Landelijk zijn er eind 2021 middelen vanuit het rijk toegekend aan de Zorg- en veiligheidshuizen, met terugwerkende kracht vanaf 2021. Deze middelen zijn onder meer bedoeld ter versteviging van de basisvoorzieningen en de regie op personen met verward en gevaarlijk gedrag. De begroting Veiligheidshuis neemt hierdoor vanaf 2022 tot en met 2027 met ca. € 383k toe. 3
Regionale Ambulancevoorziening De RAV Hollands Midden verleent ambulancezorg en verzorgt meldkameractiviteiten in de regio Hollands Midden op basis van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen. Het speerpunt binnen de acute zorg is het bieden van goede zorg op het juiste moment door de juiste hulpverlener op de juiste plaats. Zorgcoördinatie en zorgdifferentiatie zijn hier met name op gericht. In 2023 zijn de activiteiten van de RAV gericht op het voortbouwen op deze ontwikkelingen. Daarnaast is er aandacht voor de doorontwikkeling van het bekwaamheidsbeleid, het “vinden, binden en boeien” van zorgprofessionals en optimalisatie van de beschikbaarheid en spreiding van ambulances in de regio. Coronabestrijding De verwachting is dat de impact van Corona in 2023 verder is afgenomen. Op dit moment worden extra kosten die worden gemaakt met betrekking tot de coronabestrijding vergoed vanuit VWS. Naar verwachting zal dit zo blijven. Financiën Hecht 2023 Het bestuur kiest ervoor om het financieel kader GR’en 2023 te volgen in de begroting 2023. De geadviseerde index resulteert voor Hecht in een index van 3,46%. De tabel op bladzijde 19 zet de ontwikkelingen in de gemeentebijdrage op een rij.
CAO-ontwikkelingen De CAO’s in de gezondheidszorg laten in 2022 en 2023 een sterke verbetering van de beloning voor de middengroepen zien. Dit naar aanleiding van het kabinetsbesluit de beloning in de zorg te verbeteren. De CAOSGO, waar de zorgmedewerkers (verpleegkundigen en artsen) onder vallen, blijft hier nadrukkelijk bij achter. Dit gaat een verhoging van de druk op onze formatie geven. Directie en bestuur maken zich zorgen over de aantrekkelijkheid van Hecht als werkgever. Wij zullen daarom plannen ontwikkelen om een aantrekkelijke werkgever te blijven, om daarmee ongewenste uitstroom te voorkomen en gewenste instroom te bevorderen.
4
1. Inleiding 1.1 Missie, visie en kernwaarden In Hecht zijn de gemeentelijke taken op het gebied van openbare gezondheid samengebracht. Dit resulteert in één organisatie met meer dan 1.000 medewerkers, en een flexibele schil van tussen de 1.000-2.000 medewerkers, die vanuit verschillende expertises hun eigen specifieke bijdrage leveren aan een gezonder Hollands Midden. Alles wat wij doen, moet leiden tot verbetering van de kwaliteit van het leven, meer positief ervaren gezondheid, meer veiligheid en meer kansen in de regio waarvoor wij samen verantwoordelijk zijn. Dat bereiken we alleen als we samen doen wat nodig is. Als we een open blik hebben en denken in oplossingen met een duidelijk doel voor ogen. Dit is de kern van ons handelen. Samen doen wat nodig is Wij hechten waarde aan samenwerking als dat resultaat oplevert. Met iedere klant en iedere medewerker. Iedere gemeente en iedere ketenpartner. Samen komen we verder, omdat we samen meer weten en meer kunnen. In die samenwerking zijn we duidelijk over waar we voor staan, wat onze opdracht én wat onze toegevoegde waarde is. We spreken onze verwachtingen ook uit naar de ander en zetten zo gezamenlijk in op een duurzaam resultaat. Denken in oplossingen Wij tonen initiatief. We signaleren kansen en problemen en dragen oplossingen aan vanuit onze deskundigheid. We durven de ruimte te pakken om in actie te komen en zetten door.
Als het misgaat of we hulp nodig hebben, dan zeggen we dat. Zo creëren we een open cultuur, waarbij leren voorop staat en we daardoor als vanzelf in beweging komen om te doen wat nodig is. Open blik Wij hechten waarde aan een open blik. Om van waarde te kunnen zijn, stellen we vragen om te kunnen begrijpen. We luisteren aandachtig en vragen door, zonder vooroordeel. We zeggen niet wat iemand moet doen, maar stimuleren iemand om zelf na te denken en initiatief te nemen. We zijn benieuwd naar de ander en tonen respect. Als een denkwijze niet de onze is, maken wij dingen bespreekbaar.
1.2 Organisatie Organisatieschema Hecht werkt met de volgende Resultaat Verantwoordelijke Eenheden (RVE-en): Jeugdgezondheidszorg (JGZ); bewaakt, beschermt en bevordert de gezonde lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling van alle jeugdigen in Hollands Midden; Gezondheidsbescherming, Toezicht en GHOR (GTG); beperkt en/of voorkomt de verspreiding van infectieziekten, draagt o.a. bij aan een veilige omgeving voor kwetsbaren en coördineert, registreert en adviseert over de geneeskundige hulpverlening bij crisisbeheersing; Gezondheidsbevordering en Onderzoek (GBO); werkt aan collectieve preventie, onderzoek en ondersteuning van gemeenten; Regionale Ambulance Voorziening (RAV); levert mobiele zorg met en zonder vervoer in acute en geplande situaties; Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH); organiseert regie in de keten voor veiligheid en gezondheid alsook taken op het gebied van maatschappelijke zorg; RVE Coronabestrijding (CB) waarin vier taken zijn ondergebracht (te weten: callcenter, testen, bron- en contactonderzoek en vaccineren) waarmee Hecht Covid-19 monitort en bestrijdt, in opdracht van VWS. 5
Programmabegroting 2023 Hecht
Bestuur Hecht kent een Dagelijks Bestuur en een Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur van Hecht bestaat uit de portefeuillehouders Volksgezondheid van de 18 gemeenten. Alle taken die gemeenten aan Hecht hebben opgedragen, zijn taken waarvoor de colleges van Burgemeester en Wethouders in hun gemeente verantwoordelijk zijn op basis van diverse wetten. Een aantal taken moeten vanuit de wet bij de GGD belegd worden, terwijl voor andere taken gemeenten een vrije keuze hebben waar zij die willen beleggen. De taken die namens alle gemeenten in Hollands Midden bij Hecht zijn belegd, zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling. Ook kunnen taken worden uitgevoerd voor één of een deel van de gemeenten, of derden. Voor een aantal taken is ook directe verbinding met de Veiligheidsregio (bijvoorbeeld via de Directeur Publieke Gezondheid en zijn verbinding met de Veiligheidsregio en zoals voor de GHOR). Voor de RAV is op bestuurlijk niveau directe verbinding met de Zorgverzekeraar nodig door onder andere de financiering. In onderstaand organogram is uitgegaan van de bestuurlijke organisatie met de gemeenten en hun bestuurlijke betrokkenheid bij Hecht en de Gemeenschappelijke Regeling.
Fin= financiën HRM= human resource management FZ= facilitaire zaken BAC PG= bestuursadviescommissie Publieke Gezondheid BAC ZVH= bestuursadviescommissie Zorg- en Veiligheidshuis Auditcommissie = adviescommissie van het DB op gebied van financiën In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen wat de taken van het Algemeen Bestuur (AB) en het Dagelijks Bestuur (DB) zijn. Aanvullend daarop zijn in het organisatiebesluit de taken en bevoegdheden opgenomen van de directie en de managers van de Resultaat Verantwoordelijke Eenheden (RVE-en) en de centrale ondersteunende diensten (COD). Naast het AB en het DB zijn er bestuursadviescommisies (BAC's), die het AB adviseren. De BAC's bestaan uit bestuurders uit de regio en hebben een eigen reglement wat is vastgesteld door het AB. De auditcommissie 6
Programmabegroting 2023 Hecht
bestaat uit een aantal bestuurders van het AB met expertise op het gebied van begrotingen en financiën. Ook zij hebben een adviestaak (en dus geen besluitvormende taak).
1.3. Soorten taken De taken van Hecht zijn ingedeeld in schillen. Het ‘schillenmodel’ ordent het takenpakket van Hecht naar de basis: is deze wettelijk opgelegd of hebben gemeenten beleidsruimte? De schillen zijn als volgt ingedeeld: • Schil 1 bevat de taken die de gemeenten wettelijk bij een GGD moeten onderbrengen. • Schil 2 bevat wettelijke gemeentetaken, die de gemeenten ook bij andere organisaties dan een GGD kunnen onderbrengen, maar waarbij de gemeenten in de regio Hollands Midden besloten hebben die bij de GGD onder te brengen. Hetzij als collectief van alle 18 gemeenten (schil 2a), hetzij als deelcollectief (schil 2b). • Schil 3 bevat niet-wettelijke taken die gemeenten hebben ondergebracht bij Hecht. • Schil 4 bevat taken die andere organisaties dan gemeenten bij Hecht hebben ondergebracht of van Hecht afnemen.
1.4 Openbaarheidsparagraaf Op grond van artikel 3.5 van de Wet Open Overheid dient een openbaarheidsparagraaf te worden opgenomen in de begroting. Hierin wordt aandacht besteed aan de beleidsvoornemens over de uitvoering van de Woo. Binnen Hecht is een projectteam opgestart welke zich bezig gaat houden met de implementatie van de Woo. Belangrijke speerpunten zijn daarbij de actieve openbaarmaking van documenten en het verder op orde brengen van de informatiehuishouding. Daarnaast wordt gehandeld conform de Handreiking Van Wob naar Woo (VNG).
7
Programmabegroting 2023 Hecht
2. Programma Hecht24 Het veranderprogramma Hecht24 is een programma gericht op een vereiste organisatieontwikkeling binnen Hecht, en de samenwerking met haar doelgroepen, opdrachtgevers en ketenpartners. De ambitie van het programma is Hecht te ondersteunen om in 2024 een wendbare, moderne en klantgerichte organisatie te zijn. Dat zij kan meebewegen met veranderingen in de maatschappij en met integrale gezondheidsdeskundigheid kan blijven bijdragen aan een gezonder en veiliger Hollands Midden. Voor een gerichte focus bestaat dit programma uit drie programmalijnen: Datagedreven en E-health, Organisatieontwikkeling en Strategisch Vermogen. Ambities zijn groot met onverminderd interne en externe druk Terwijl nog steeds een constante inzet bij coronabestrijding wordt geleverd, wordt er een volgende crisisinzet gevraagd bij de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Hecht heeft geleerd van de bestrijding van de coronapandemie en is sneller in staat om hulp in te zetten. Maar inzet bij twee grote opdrachten betekent dat de externe druk op inzet van Hecht-medewerkers groot is. Bij hoge ambities wordt ook interne druk om goed te presteren verhoogd en wordt sneller helder waar de randvoorwaarden nog niet op orde zijn. Door deze stijgende druk is gebleken dat bij de Centraal Ondersteunende diensten (COD) ook een reorganisatie plaats moest vinden.
Met een nieuwe structuur binnen de COD en helderheid over de benodigde aanpassingen, kunnen we weer een volgende slag slaan om de ambities waar te maken. Voor het programma Hecht24 betekende dit dat er in de lijn van Datagedreven en E-health een vertraging is opgetreden met bijbehorende onderuitputting van de begroting. Dit zal in 2022 en 2023 worden rechtgetrokken. Programmatische aanpak werkt Door de programmatische aanpak binnen Hecht24 zijn in 2021 veel projectteams in staat geweest de beoogde resultaten op te leveren. Dit betekent voor 2022/2023 dat de fase van implementatie en borging plaats zal vinden. Het programma zal in samenwerking met de Resultaat verantwoordelijke eenheden (RVE-en) hiervoor zorgdragen. Tevens zal het programma oog hebben voor de benodigde aanpassingen en voor een evenwichtige druk van implementeren en borgen, passende bij de externe vragen om hulp bij de crisisbestrijding. Zo kan Hecht ook in de toekomst een relevante organisatie zijn, die met haar kennis en kunde een waardevolle bijdrage levert aan een beter leven in Hollands Midden. Hecht24 in 2022-2023 In 2022 zal de strategische koers voor Hecht op inhoud helder zijn en afgestemd met het (nieuw geformeerde) AB. Het proces wat doorlopen is om tot deze strategische koers te komen zal in Hecht geëvalueerd en geborgd worden.
Binnen Hecht24 zal de nieuwe managementfilosofie en het gedachtengoed op leiderschap verder worden gebracht naar het operationeel management en de professionals. Voor beide onderdelen van Hecht zijn trajecten ontwikkeld die leiden naar een (continu) lerende organisatie en een professionele cultuur. Voortgang op de businesscase en batenrealisatie In de programmalijnen organisatieontwikkeling en strategisch vermogen zijn de geplande projecten in 2020 en 2021 afgerond en de resultaten opgeleverd. De projecten rond leiderschap voor operationeel managers en professionals staan gepland voor 2022 met een uitloop in 2023. In de begroting staat daar een bedrag voor opgenomen. 2022 en 2023 worden ook gebruikt om Afas fase II en het moderne werken op orde te hebben. Hiervoor is zowel op kennis als in de architectuur investering op nodig. De in de businesscase II begrote gelden zullen hierop worden ingezet. In de programmalijn Datagedreven en E-health zal het budget voor het ‘Moderne werken’ worden doorgeschoven naar 2022 en 2023. Door reorganisatie en herijking van de plannen zijn de vooruitzichten positief. Het programma levert door deze investeringen kwalitatieve en maatschappelijke baten die bijdragen aan een gezonder Hollands Midden. Het terugverdienen van de investering in Hecht24 in kwalitatieve en kwantitatieve zin zullen in 2022 en 2023 aandacht krijgen en gemeten worden.
Het streven blijft om tot 2027 de initiële investering in het programma terug te verdienen. 8
Programmabegroting 2023 Hecht
3. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) Jeugdgezondheidszorg 0-18 jaar In 2022 loopt een pilot “Pluis – niet pluis” waarin wordt onderzocht of het mogelijk is een deel van de taken betreffende de dienstverlening aan 0-4 jarigen, over te dragen van de jeugdarts naar de jeugdverpleegkundige. Deze pilot wordt uitgevoerd op basis van een advies van een werkgroep Taakverschuiving, bestaande uit diverse artsen, verpleegkundigen en assistenten werkzaam in de JGZ. Aanleiding zijn landelijke strategische ontwikkelingen als programma Kansrijke Start, technologische (digitale) ontwikkelingen, veranderingen in de opleiding van artsen die gevolgen hebben voor hun vakmanschap en krapte op de arbeidsmarkt. In het najaar van 2022 staat de evaluatie van deze pilot gepland. Als deze pilot positief wordt geëvalueerd en alle JGZ-teams geschoold moeten worden, zal de totale omzetting tot en met 2025 duren. Een positief besluit geeft ook een verschuiving in de formatie artsen en verpleegkundigen, op dit moment geraamd op een daling (via natuurlijk verloop) van 9,2 fte artsen en een toename van 9,5 fte verpleegkundigen in 2025. Naar verwachting zal het huidige personeelstekort (in 2021 heeft 30% van de uitgestroomde medewerkers de JGZ als gevolg van pensionering verlaten) verkleinen door de inzet van MBO-verpleegkundigen.
Het is ten tijde van deze begroting onduidelijk of deze groep een ander salaris zal ontvangen dan de huidige verpleegkundigen. Voor de zekerheid wordt uitgegaan van een gelijke inschaling. Een andere manier om het personeelstekort te verkleinen wordt het reduceren van -met name langdurig- verzuim. Hecht streeft naar een verzuim onder de 5%. Momenteel varieert dit voor de JGZ tussen 6% en 7%. Risicoparagraaf In 2022 wordt het functiehuis herzien en een salarisbenchmark uitgevoerd onder GGD-en in Nederland. Dit kan consequenties hebben voor de salariskosten van de JGZ. Gezien de taakverschuiving van werkzaamheden van de jeugdartsen naar jeugdverpleegkundigen is het niet ondenkbaar dat (een deel van) de verpleegkundigen in een hogere functieschaal komen. Differentiatie in opleiding van zowel artsen als verpleegkundigen kan ook gevolgen hebben voor de inschaling artsen en verpleegkundigen. De eerste nieuw opgeleide artsen zijn nu klaar. Bij de capaciteitsplanning zal rekening gehouden moeten gaan worden met een mix van verschillend opgeleide artsen en verpleegkundigen en welke professional wanneer welke taak uitvoert (de juiste zorg op het juiste moment door de juiste professional). Dit vereist aandacht bij werving en selectie, salariëring, opleiding, taakverdeling en wijkprofielen om de zorgzwaarte te bepalen.
Het zal meerdere jaren vergen om personeel, vakmanschap, technologie en dienstverlening wederom op elkaar af te stemmen.
9
Programmabegroting 2023 Hecht
4. Gezondheidsbescherming, Toezicht en GHOR (GTG) De opdracht van het bestuur is om in 2023 door te gaan met de werkzaamheden op basis van eerdere opdrachten. Er is in de begroting 2023 voor gezondheidsbescherming en toezicht daarom geen sprake van taakuitbreidingen of taakinkrimping. Tussentijds worden inhoudelijke accenten gelegd in de taakuitvoering op basis van actuele ontwikkelingen, landelijk beleid of vragen van gemeenten. Deze tussentijdse wijzigingen zijn voor gemeenten in principe kostenneutraal. Deze worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Algemene infectieziektenbestrijding: Landelijk loopt een traject herijking VISI-normering, de normering van de benodigde formatie voor de uitvoering van taken op het gebied van infectieziektenbestrijding. Dit is nodig omdat niet alle uitgevoerde taken op dit moment in deze normering zijn opgenomen. Wat betreft de formatie is de verwachting dat de huidige onderbezetting in 2022 opgelost zal zijn door werving en terugkeer van medewerkers uit de corona inzet. Technische hygiënezorg: De noodzakelijke inzet van deskundigen infectiepreventie ten behoeve van de aanpak Bijzonder resistente microorganismen is gerealiseerd. De functiewaardering is hierop aangepast. Seksuele gezondheid De ASG-regeling gaat in 2023 veranderen. De verwachting is dat de subsidie beter aansluit met het vastgestelde beleid door VWS.
Voor het project nu niet zwanger is ten aanzien van de meerjarenbegroting niet duidelijk of alle gemeenten blijven bijdragen. Op dit moment zijn er nog niet met alle gemeenten afspraken over de financiering. Belangrijk is om naast de huidige preventie activiteiten meer te focussen op het onderwerp seksueel grensoverschrijdend gedrag (op scholen, jeugd en jongerenwerk, sportclubs). Forensische geneeskunde: Er is een landelijk project voor een toekomstbestendige forensische geneeskunde in Nederland opgestart en volgens de planning ingevoerd per 1 januari 2023. De doelstelling is op het niveau van de 10 politieregio’s een inhoudelijk uniform aanbod aan politie en gemeenten voor de uitvoering van het Forensisch Medisch Expertise, de Lijkschouw en de Forensische medische arrestantenzorg. In dit kader hebben de DPG-en opdracht gegeven om stapsgewijs tot een vervlechting van Forensische Geneeskunde (FG) te komen tussen GGD Haaglanden en GGD Hollands Midden. Deze intentie past in een landelijke ontwikkeling naar een meer toekomstbestendige uitvoering van de FG. Waarbij de gezamenlijke invulling van de MAZ afhankelijk zal zijn van een daadwerkelijke aanbestedingsprocedure door de politie. De aanbesteding is voor een periode van 2 jaar opgeschort.
De standpunten van het kabinet leiden tot kostenstijging en binnen de geldende interbestuurlijke verhoudingen die het gevolg zijn van kabinetsbesluiten is het passend dat de betrokken ministeries de gemeenten en politie compenseren. Reizigersvaccinatie: Het is nog niet te voorspellen in hoeverre de vraag naar reizigersvaccinaties geheel zal herstellen wanneer de coronapandemie beter onder controle is en reizen naar (sub)tropische bestemmingen weer mogelijk is. In 2021 is een plan gemaakt om hierop te anticiperen. De eerste signalen zijn dat een vermindering van de impact van corona direct leidt tot een grotere reisactiviteit en daarmee tot een stijging van het aantal reizigersvaccinaties. Sociaal medische advisering: Na een verdere terugloop in de uitvoering van de sociaal medische advisering in 2021 zien we nu een stabilisering. Na enig personeelsverloop is er weer voldoende uitvoeringscapaciteit. Er is groei mogelijk, maar de omvang daarvan is op dit moment nog niet nader aan te geven.
10
Programmabegroting 2023 Hecht
Medische milieukunde: Speciale aandacht gaat uit naar de consequenties van de Omgevingswet, waarin gezondheid een belangrijk thema is. We stemmen onze GGD- advisering af met de Omgevingsdiensten en de Veiligheidsregio. Voor het signaleren van gezondheidseffecten bij bestuurlijke beslissingen binnen gemeenten is mogelijk verdere procesafstemming nodig op geleide van ervaringen in de praktijk. Het is nog onvoldoende duidelijk of dit gevolgen heeft voor de capaciteit MMK. Toezicht kinderopvang: In 2022/2023 wordt met gemeenten gewerkt aan de inrichting van flexibel toezicht in regio HM. Naar verwachting zal dit geen gevolgen hebben voor de benodigde formatie. Speerpunt in het toezicht is de kwaliteit van de gastouderopvang. Het Rijk heeft via gemeentefonds middelen ter beschikking gesteld voor de intensivering van het toezicht hierop en een verhoging van de jaarlijkse steekproef gastouderinspecties naar 50%. De meeste gemeenten hebben voor 2022 de steekproef voor het toezicht gastouderopvang verhoogd en de verwachting is dat de verhoging naar 50% in 2023 door zal zetten. Dit betekent een uitbreiding van de taak voor de toezichthouders en de formatie wordt daarop bijgesteld. Toezicht WMO: In opdracht van gemeenten voert de GGD het toezicht uit op de kwaliteit van de WMO. Een groot deel van de gemeenten heeft opdracht gegeven voor uitvoering van het calamiteitentoezicht.
Daarnaast wordt voor een aantal gemeenten ook signaalgestuurd en proactief toezicht uitgevoerd. Het WMO-toezicht is nog een relatief jonge taak en de expertise groeit. Jaarlijks brengt de IGJ-rapport uit. Op basis hiervan heeft VWS de focus gelegd op professionalisering en intensivering van het WMO-toezicht, en op het gemeentelijk beleid hierin. In opdracht van VWS is onderzoek uitgevoerd naar de toekomstscenario’s van toezicht WMO. Daarin wordt het belang van regionale samenwerking genoemd t.b.v. deskundigheid en efficiency. In 2022 wordt dit onder de aandacht van gemeenten gebracht. Op basis van de huidige opdrachten en de genoemde ontwikkelingen is in 2021 geconstateerd dat er een knelpunt is: het toezicht vraagt deskundigheid en continuïteit. In de huidige omvang van opdracht aan de GGD is het kwetsbaar en kan het niet kostendekkend worden uitgevoerd.
11
Programmabegroting 2023 Hecht
5. Gezondheidsbevordering en Onderzoek (GBO) De RVE Gezondheidsbevordering en Onderzoek geeft invulling aan de volgende basistaken: 1. Groepsgerichte monitoring (epidemiologie) 2. Advisering Publieke Gezondheid 3. Gezondheidsbevordering 0-100 4. CJG-dienstverlening: a. CJG-coördinatie en CJG-frontoffice medewerker (maatwerk per gemeente) b. Websites centra Jeugd en Gezin (vCJG) c. CJG Cursusbureau (maatwerk per gemeente) d. Coördinatie Jeugdmatch Elk van deze 4 hoofdtaken kent een basisopdracht en een deel maatwerkafspraken in opdracht van bepaalde gemeenten. Over het algemeen is daarbij sprake van subsidierelaties met gemeenten. Ook is sprake van diverse (onderzoeks)projecten die worden bekostigd uit landelijke subsidies (ZonMw/RIVM/VWS etc.) en aanvullende inzet gezondheidsbevordering die wordt bekostigd via scholen en schoolbesturen. Intensivering groepsgerichte monitoring: De onderzoekers van de GGD zijn met diverse gemeenten in gesprek over de mogelijkheden om gegevens beter te benutten bij het vormgeven van gemeentelijk gezondheidsbeleid. Een van de consequenties voor de GGD’en van de Coronacrisis is dat de monitoring van de gezondheidseffecten van de crisis door GGD‘en wordt geïntensiveerd. Een belangrijk onderdeel van deze intensivering is de verdubbeling van de frequentie van de gezondheidsmonitors die zijn gepland voor de komende jaren.
In 2023 wordt een reguliere gezondheidsmonitor jeugd uitgevoerd (resultaten in 2024) en komen de resultaten beschikbaar van een extra monitor onder jongvolwassenen en van een extra monitor onder volwassenen en ouderen. Bovendien wordt gewerkt aan een nieuwe landelijk gestandaardiseerde OGGZ monitor. De cijfers worden, vaak op wijkniveau, gepubliceerd via www.eengezonderhollandsmidden.nl. Advisering Publieke Gezondheid: Er is landelijk veel gaande over intensivering van preventie. De noodzaak voor een brede, integrale aanpak van gezondheid was al onderkend en dit heeft geleid tot o.a. het nationaal preventie akkoord. Ten tijde van het regeerakkoord was nog niet duidelijk of er extra investeringen zullen plaatsvinden in preventie, maar duidelijk is dat gezondheidsverschillen zijn toegenomen. De GGD is daarom gestart met een traject om de mogelijkheid te verkennen tot het starten van het programma ‘gelijke kansen op gezondheid’ met als einddoel het vormen van een brede beweging rond ‘gelijke kansen op gezondheid’. Deze consultatiefase moet leiden tot een kosten-baten analyse waarin de programma-aanpak, de kosten en de (maatschappelijke) baten worden gepresenteerd. De besluitvorming volgt eind 2022. Daarnaast werken we o.a.
aan versterking van de alliantie(s) Positieve Gezondheid die van start zijn gegaan, adviseren we over de consequenties van de omgevingswet voor de taken van de GGD en we faciliteren het gesprek met de zorgverzekeraar(s) over de gemeentezorgpolis. Gezondheidsbevordering 0-100: De taak GB 0-100 gaat over het vergroten van gezondheidsvaardigheden van de inwoners in de regio en het bouwen aan een omgeving die gezond gedrag stimuleert. We streven naar Gezonde inwoners in Hollands Midden zodat ze mee kunnen doen in de maatschappij en we werken daarbij vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Leefstijl, mentaal welbevinden en schoolresultaten zijn negatief beïnvloed door de coronacrisis, maar al voor de coronacrisis hadden we zorgen over signalen van jongeren met betrekking tot somberheid en depressie. We zullen daarom sterk inzetten op diverse activiteiten om het welbevinden van jongeren te verbeteren. Daarnaast blijven we inzetten op het motiveren, stimuleren en ondersteunen van scholen bij het creëren van een Gezonde Schoolomgeving om de leefstijl van jongeren positief te beïnvloeden. Naast wat we terugzien in het onderwijs is ook landelijk veel aandacht voor mentale gezondheid. Ouderen, bestaande kwetsbare groepen zoals mensen met een lage sociaaleconomische status en mensen werkzaam in zorg en andere beroepen die onder druk staan, hebben vaker last van mentale klachten.
Daarnaast hebben meer mensen te maken gekregen met omstandigheden die de kans op mentale klachten vergroten, zoals financiële onzekerheid, onveilige thuissituaties en leerachterstanden. Onderzocht moet worden in hoeverre we nieuwe doelgroepen kunnen aanboren.
12
Programmabegroting 2023 Hecht
We verwachten dat een combinatie van live uitvoering en digitale producten tot het meest optimale resultaat in bereik zal leiden. In 2023 krijgt de aparte financiering van de DUMO middelen voor verslavingspreventie ZHN een andere vorm; de regierol zal namelijk niet meer via de centrumgemeente Leiden opgepakt worden, maar plannen worden op subregionaal niveau gemaakt. Deze middelen worden ingezet om jongeren weerbaar te maken tegen druk in deze leeftijdsgroep om gebruik te maken van genotmiddelen. We maken per sub regio nieuwe afspraken, en trekken hierin op met m.n. Brijder en andere regionale en lokale organisaties. CJG-dienstverlening: Het sociaal domein is nog altijd flink in beweging. In een aantal regio’s zien we dat de jeugdhulp apart georganiseerd wordt van het CJG, en de jeugdhulpteams bijvoorbeeld worden ondergebracht in stichtingen die zich met de doelgroep van 0-100 bezighouden. Ook bij welzijnsorganisaties speelt een dergelijke ontwikkeling. De CJG-coördinatoren hebben vaak een expliciete taak om de verbinder of spil te zijn tussen het preventieve voorveld en de jeugdhulporganisaties. Het virtueel CJG en het cursusbureau ondersteunen daarbij en hebben ook hun eigen opdracht in deze beweging.
13
Programmabegroting 2023 Hecht
6. Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) De RVE Zorg- en Veiligheidshuis bestaat uit de diensten: Veilig Thuis, Basiszorgcoördinatie Kwetsbare Kinderen, het Meldpunt Zorg en Overlast, het Crisis Interventie Team, het Jeugd Preventie Team en het team Veiligheidshuis.
De inhoudelijke doorontwikkeling van het ZVH op interne processen en de positionering in de keten van zorg en veiligheid is een continu (verbeter) proces en gaat ook in 2023 door.
Aandachtspunten voor de begroting ZVH in 2023 Taak
Omschrijving opdracht
Financiële impact 2022
Veilig Thuis (VT)
In 2021 is een tijdschrijfproject uitgevoerd.
De begroting Veilig Thuis is in de begroting 2023 naar beneden bijgesteld met € 400K op basis van de realisatie in de afgelopen 2 jaren.
Doel hiervan was om zicht te krijgen of de destijds geraamde gemiddelde urenbesteding per dienst passend bij de praktijk van alle dag en kwaliteit van dienstverlening. De uitkomsten gaven aanleiding om tot een herijking te komen en in 2022 een traject van procesoptimalisatie uit te voeren. Doel hierbij is de werkprocessen die binnen de wettelijke Veilig Thuis-taken vallen te analyseren en zo nodig te verbeteren op effectiviteit en efficiëntie. Dit wordt aangepakt met het Lean gedachtegoed en methodieken. Daarnaast wordt een capaciteitsberekening gemaakt voor de inzet aan medewerkers op basis van de aangepaste processen en overige taken die zij uitvoeren. Dit kan leiden tot het bijstellen van de begroting.
Meldpunt Zorg en Overlast (MZO)
Landelijk worden er subsidies aan gemeenten verstrekt door ZOnMw voor het werken met zogenaamde WijkGGD’ers: lokale outreachende werkers die op signalen over verward gedrag af gaan en doen wat nodig is om de zorg weg te nemen. Door verschillende gemeenten in HM wordt hiervoor een beroep gedaan op de expertise van de medewerkers van het Meldpunt Zorg en Overlast.
Gemeenten financieren deze extra inzet van medewerkers MZO voor de helft mee (andere helft wordt door ZonMw betaald) aanvullend aan hun BPI-bijdrage. De wijk GGD rol is extra en werkt nauw samen met de procesregisseurs MZO en alle andere kernpartners binnen bemoeizorg.
Veiligheidshuis (VH)
Landelijk zijn er eind 2021 middelen vanuit het rijk toegekend aan de Zorg- en veiligheidshuizen, met terugwerkende kracht vanaf 2021. Deze middelen zijn onder meer bedoeld ter versteviging van de basisvoorzieningen en de regie op personen met verward en gevaarlijk gedrag.
De begroting Veiligheidshuis neemt hierdoor vanaf 2022 tot en met 2027 met ca 383k toe.
14
Programmabegroting 2023 Hecht
7. Regionale Ambulancevoorziening (RAV) De RAV Hollands Midden verleent ambulancezorg en verzorgt meldkameractiviteiten in de regio Hollands Midden op basis van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen. Het speerpunt binnen de acute zorg is het bieden van goede zorg op het juiste moment door de juiste hulpverlener op de juiste plaats. Zorgcoördinatie en zorgdifferentiatie zijn hier met name op gericht. In 2023 zijn de activiteiten van de RAV gericht op het voortbouwen op deze ontwikkelingen. Daarnaast is er aandacht voor de doorontwikkeling van het bekwaamheidsbeleid, het vinden, binden en boeien van zorgprofessionals en optimalisatie van de beschikbaarheid en spreiding van ambulances in de regio. Zorgcoördinatie Naast de 112-meldkamer, participeert de RAV in een zorgcoördinatiecentrum (ZCC) voor de coördinatie van de prehospitale acute zorg. In dit ZCC werkt ‘de acute zorg’ samen om de zorgvrager op het juiste moment, door de juiste zorgaanbieder, de juiste zorg te laten verstrekken. In 2020 is het ZCC als pilot gestart. De pilot wordt in 2023 verder uitgebouwd in nauwe samenwerking met huisartsen, thuiszorg, ggz en ziekenhuizen in de regio. De differentiatie in de urgenties waarmee ambulancezorg wordt ingezet, wordt in 2022 veranderd. Dit heeft organisatiebrede consequenties en zal in 2023 verder binnen de RAV worden uitgewerkt.
Zorg- en Functiedifferentiatie Met het aanbieden van meerdere niveaus van ambulancezorg sluit het zorgaanbod steeds beter aan op de zorgvraag en wordt de medewerker een breder loopbaanperspectief geboden. In 2023 wordt de ingezette koers verder doorgezet. Met name de Physician Assistant en Verpleegkundig Specialist Ambulancezorg (PAA/VSA) wordt breder in de regio en over de 24 uur ingezet. Bij de Middencomplexe ambulancezorg ligt de nadruk op verzorging en vervoer, de inzet van ALS ambulances is geïndiceerd in acute situaties en de PAA/VSA voorziet in zorgvragen die acute zorg, maar geen vervoer naar vervolgzorg behoeven. Hiermee wordt een breed palet aan acute zorg geboden. Door de differentiatie zijn loopbaanpaden ontstaan, waardoor het lukt om medewerkers langer te binden aan de organisatie. Deskundigheid medewerkers Jaarlijks wordt het arsenaal aan ontwikkelinstrumenten dat wordt ingezet om bekwaam te worden en te blijven verder uitgebreid. Ook voor 2023 wordt hier door de RAV op geïnvesteerd. In het verlengde van het bekwaamheidsbeleid en naast de dan al in gebruik zijnde instrumenten, wordt beoordeling ‘on the job’ geïntroduceerd binnen de dienst.
Continu verbeteren Meer diagnostische mogelijkheden en relevante medische informatie over de patiënt voor ambulancezorgprofessionals in de thuissituatie, dragen bij aan de juiste zorg op het juiste moment en het voorkomen van verkeerde bed problematiek in de ziekenhuizen. In 2023 wordt point of care meting van Troponine verder uitgebouwd. Ook echografie gaat haar intrede doen in de ambulancezorg binnen Hollands Midden in 2023. De RAV initieert en draagt bij aan onderzoeken die de kwaliteit van zorg verder kunnen verhogen. 15
Programmabegroting 2023 Hecht
Huisvesting in ontwikkeling In 2022 wordt het ambulancespreidingsplan herzien aan de hand van een onderzoek. Dit plan en de ontwikkelingen die van extern op ons afkomen (o.a. herinrichting Vondelkwartier Leiden) vragen om een nieuw huisvestingsplan. De consequenties van met name de externe ontwikkelingen zijn nog niet geheel te overzien. De uitwerking van het huisvestingsplan zal plaatsvinden in 2023. Financiering Eind 2022 worden de afspraken gemaakt met de zorgverzekeraars over de voor 2023 beschikbare financiële middelen en de te leveren prestaties en paraatheid. De RAV streeft ernaar om de reserves verder te laten groeien om daarmee het risico voldoende te dekken van de door COVID extra gegroeide verlofsaldi en de sinds 2021 bestaande verlofspaarregeling. Vanuit de gemeenten wordt geen financiële bijdrage geleverd aan het product ambulancezorg.
8. Coronabestrijding De verwachting is dat de impact van Corona in 2023 verder is afgenomen. Mogelijk is de RVE Coronabestrijding niet meer actief als aparte crisisorganisatie, maar zijn de activiteiten grotendeels opgegaan in bijvoorbeeld het reguliere vaccinatieprogramma. Dit valt echter niet met zekerheid te zeggen. Hierdoor is het niet mogelijk om een beeld te schetsen voor 2023. Op dit moment worden extra kosten die worden gemaakt met betrekking tot de coronabestrijding vergoed vanuit VWS. Naar verwachting zal dit zo blijven.
16
9. Financiële paragraaf 9.1. Uitgangspunten programmabegrotingen Om tussentijdse begrotingswijzigingen te voorkomen is het belangrijk dat begrotingen worden opgesteld met inachtneming van de daarvoor vastgestelde uitgangspunten. • Aard en omvang van de taken in schil 1 worden bepaald door het Algemeen Bestuur, na het vernemen van de zienswijze van gemeenten in het kader van de begrotingscyclus. • Over aard en omvang van de taken in schil 2 wordt jaarlijks advies gevraagd aan de Bac PG, respectievelijk de Bac ZVH. • De gevolgen van autonome ontwikkelingen vanuit het perspectief van de organisatie (waaronder loonkostenontwikkeling) worden in de begroting en de begrotingswijzigingen verwerkt. • De begrotingen en de meerjarenbegroting wordt op basis van deze uitgangspunten opgesteld. • Indien gemeenten een taakstellende reductie van de exploitatie doorgevoerd willen zien, kan het Algemeen Bestuur besluiten tot mitigering van bepaalde taken in schil 1 en zal het advies van de BAC’s leidend zijn voor de besluiten over de omvang van de taken in schil 2. Op basis van de genoemde begrotingsuitgangspunten en de door het Algemeen Bestuur op 28 maart 2018 vastgestelde Verordening Begrotingswijzigingen, wordt een begrotingswijziging altijd opgesteld: • Bij autonome ontwikkelingen (waaronder loonkostenontwikkeling). • Bij taakuitbreidingen en reducties.
• Bij de 2e bestuursrapportage: volgens de Verordening Begrotingswijzigingen wordt dan altijd een begrotingswijziging ingediend. Als de gemeentebijdrage daarin stijgt, zal deze aan de gemeenteraden voor zienswijze worden voorgelegd. In de praktijk blijkt dat er de afgelopen jaren vrijwel alleen tussentijds wijzigingen nodig waren vanwege autonome ontwikkelingen.
9.2. Financieel kader GR’en 2023 Het bestuur kiest ervoor om het financieel kader GR’en 2023 te volgen in de begroting 2023. De geadviseerde index van 2,96% voor personele kosten (80%) en 0,5% voor overige kosten (20%) resulteert voor Hecht in een index van 3,46%. Onderdeel van de begrotingsuitgangspunten van het AB Hecht is de noodzaak om autonome kostenontwikkelingen vanuit het perspectief van de organisatie consequent in de begroting te verwerken of - als dat niet mogelijk zou zijn - heldere keuzes te maken in het takenpakket. Omdat de begroting al ruim voor de start van het jaar wordt opgesteld, is de raming van deze kostenontwikkeling per definitie met enige onzekerheid omgeven. De systematiek van het FKGR’en is in belangrijke mate verbeterd, maar de afgelopen jaren laten ook zien dat er verschillen kunnen ontstaan die moeilijk op te vangen zijn, zoals nieuwe cao-afspraken en sterke stijging van pensioenpremies. Als blijkt dat de feitelijke ontwikkelingen toch gaan afwijken van de raming, dan wordt het gesprek over de oplossing daarvoor gevoerd in het AB Hecht. Uitgangspunt daarbij is een waardevaste begroting.
17
9.3. Gemeentebijdrage: bijdrage per inwoner en bijdrage per kind Gemeentebijdrage 2023 (mutaties ten opzichte van 2022) Uit oogpunt van continuïteit van beleid wordt de gemeentelijke bijdrage van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar als uitgangspunt genomen. Vervolgens worden hierop wijzigingen aangebracht. Ten opzichte van 2022 zijn voor 2023 autonome wijzigingen aangebracht en een correctie op de bijdragen van voor Veilig Thuis.
€
Start bijdrage BPI/BPK 2022
50.862
+ Mutatie in de financiering
+
Veilig thuis
€
-400
Toename bewoners en kinderen (0-4 jaar)
€
564
Indexering 2023 ( + 3,46%)
€
1.766
€
52.793
€
-400
+ +
Autonome stijgingen
€
= Bijdrage BPI/BPK 2023
2.330 =
€
1.930
Autonome stijgingen a1. Wijziging Veilig Thuis Als het gevolg van een efficiëntere inzet van het personeel en een evenwichtigere verdeling van de verschillende functionarissen is een besparing gerealiseerd op de personele kosten. Deze structurele kostenverlaging zal door middel van een mutatie in de BPI structureel teruggaan naar de gemeenten. a2. Wijziging aantal inwoners en kinderen Wijzigingen ten gevolge van verandering van het aantal inwoners en kinderen 0-4 jaar in de regio. Het effect op de gemeentebijdrage bij de tarieven 2022 (BPI €46,72; BPK €385,07) is €564k: • •
In 2022 is de BPI/BPK gelijk aan €46,72 x 814.457 inwoners + €385,07 x 33.276 kinderen = € 50.862k. In 2023 is bij een gelijkblijvende BPI/BPK vergoeding maar als gevolg van de gewijzigde inwonersaantallen de BPI/ BPK gelijk aan €46,72 x 820.822 inwoners + €385,07x 33.969 kinderen = € 51.427k.
Als verdeelsleutel voor de bijdrage in de kosten van de Hecht-taken in 2023 wordt het aantal inwoners en kinderen gehanteerd volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari 2022. a3. Indexering 2023 Hecht past ook in de begroting 2023 de door de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (WG FKGR) geadviseerde index toe. De WG FKGR adviseert om voor het jaar 2023 voor de loonkosten uit te gaan van een indexpercentage van 3,7%. Met betrekking tot de materiële kosten wordt geadviseerd voor het jaar 2023 een indexpercentage van 2,5% te hanteren. De weging van personeelslasten en overige lasten in de begroting 2023 resulteert in een index 2023 van 3,46%. Deze stijging met betrekking tot de indexering in 2023 bedraagt € 1.799k.
18
Verhouding
Index *
Totaal
Personeelslasten
80%
3,7%
2,96%
Overige lasten
20%
2,5%
0,50%
Lasten
100%
3,46%
⃰ De cao 2023 is nog niet vastgesteld, het AB is van mening dat de indexering moet worden aangepast aan autonome stijgingen. Dit leidt mogelijk in de toekomst nog tot een aanvulling op de indexering van 2023.
19
9.4. Mutaties per gemeente In de begroting 2022 bedraagt de BPI/BPK € 50.862k. Uit onderstaande tabel blijkt dat de BPI/BPK stijgt in 2023 naar € 52.793k, na de creditering voor de gemeente Voorschoten is dit € 52.746k. Voor specificaties wordt verwezen naar Bijlage I. Hieronder is de onderverdeling naar gemeenten weergegeven.
x € 1.000,= Tarief BPI Tarief BPKBPK Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas
Totaal
2022
2023
BPI/ BPK 2022
Inwoners
2023 Kinderen Toename Toename 0-4 jaar inwoners kinderen
€46,72
-€0,49
112.905 35.730 74.134 22.318 27.896 66.040 57.065 125.100 27.461 23.012 29.303 44.362 25.497 37.940 25.626 31 9.299 45.796
4.538 1.704 3.079 920 1.157 3.036 2.476 3.990 1.045 903 1.268 1.608 1.125 1.557 989 2 404 2.359
15 21 21 6 17 2 21 47 4 1 7 14 20 7 -1 40 21 34
26 23 13 0 39 1 30 -35 10 6 14 6 -3 11 4 62 25 35
50.862
820.822
33.969
297
267
2023
Index 3,46%
BPI
BPK BPI/BPK 2023
-€0,49 €0,00
€1,60 €13,32
€47,83
-14 26 -2 -6 41 -29 23 -49 1 -4 7 -1 5 -1 -9 87 42 47
241 80 160 48 60 146 124 253 58 49 64 92 56 81 54 74 20 105
164
1.766
Veilig thuis Mutaties
€385,07 6.981 2.282 4.615 1.392 1.694 4.251 3.569 7.368 1.671 1.416 1.836 2.671 1.607 2.354 1.575 2.059 544 2.979
2023
-55 -17 -36 -11 -14 -32 -28 -61 -13 -11 -14 -22 -12 -18 -12 -15 -5 -22 -400
2023
€398,39
€47,83 €398,39
5.400 1.709 3.546 1.067 1.334 3.159 2.729 5.983 1.313 1.101 1.402 2.122 1.220 1.815 1.226 1.499 445 2.190
1.808 679 1.227 367 461 1.210 986 1.590 416 360 505 641 448 620 394 721 161 940
7.208 2.388 4.772 1.434 1.795 4.368 3.716 7.573 1.730 1.460 1.907 2.762 1.668 2.435 1.620 2.220 606 3.130
39.260
13.533
52.793
Correctie bijdragen Voorschoten
- € 47k
BPI/BPK na aanpassing Voorschoten
€ 52.746k.
De gemeente Voorschoten maakt geen gebruik van het Crisisinterventieteam in de regio Hollands Midden, maar neemt deze af in de regio Haaglanden. Bij het besluit tot vereenvoudiging van de financiering is besloten dat ook het aandeel van Voorschoten (€ 47k) standaard wordt meegenomen in de BPI-berekening, maar deze gemeente krijgt dat aandeel gecrediteerd. De bijdrage van Voorschoten wordt daarmee € 1.620k minus € 47k = € 1.573k.
20
9.5 Exploitatiebegroting Hecht Hieronder is het overzicht van de baten en lasten per programma opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën.
(€ 1.000,-)
GGD 2023
ZVH 2023
GHOR 2023
RAV 2023
Overhead 2023
Begroting 2023
Salarissen en sociale lasten
26.599
12.057
1.032
22.776
12.923
75.387
Tijdelijk personeel
692
1.247
257
Overige personeelslasten
714
143
16
690
761
3.647
1.306
1.903
4.083
Subtotaal personeelslasten
28.004
13.447
1.305
24.773
15.587
83.117
Kapitaallasten Huisvesting
106
10
1.101
-
66
2.343
1.240
3.765
49
1.043
1.273
3.467
Organisatiekosten
2.295 566
1.089
460
1.889
5.652
11.386
-
2
1.209
20
1.798
Voorzieningen
-
-
-
-
-
-
Kosten meldkamer
-
-
-
364
-
364
Onvoorzien
-
-
19
-
-
19
Lasten vorig boekjaar
-
-
-
-
-
-
Materialen
Subtotaal overige lasten
4.069
1.099
597
6.848
8.186
20.799
Lasten Gemeenten BPI/BPK
32.073
14.546
1.903
31.621
23.773
103.916
32.155
17.030
2.372
-
1.189
52.746
Gemeenten overig
6.844
3.306
3
-
-
10.153
Derden
2.114
99
-
973
4
3.191
Zorgverzekeraars
1.345
-
-
33.905
-
35.250
Rijk
1.207
87
-
1.482
-
2.776
-
-
-
-
-
-
Baten
43.665
20.523
2.375
36.361
1.193
104.116
Gerealiseerde saldo van baten en lasten Storting reserves
11.592
5.976
472
4.740
-22.580
200
-
-250
-
-
-447
-697
Baten vorig boekjaar
Onttrekking reserves Gerealiseerde resultaat
-
-
41
-
456
497
11.592
5.726
513
4.740
-22.571
0
21
Overzicht taakvelden voor verdeling overhead: (€ 1.000)
Baten
Lasten
0.1 Bestuur
-
111
0.5 Treasury
-
241
52.746
-
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
3
1.903
1.2 Openbare orde en veiligheid
4
386
5.2 Museum
-
3
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
2.096
8.602
6.82 Geëscaleerde zorg 18-
1.397
5.944
7.1 Volksgezondheid
46.678
63.306
52.746 1.900 382 3 6.507 4.547 16.628
Subtotaal voor mutatie reserves
102.923
80.495
22.428
0.1 Mutatie reserves
497
697
Programma Hecht
497
697
200 200
1.193
23.421
22.228
104.613
104.613
0
0.7 Algemene en overige uitkeringen
0.4 Ondersteuning organisatie (overhead) Programma Hecht incl. Overhead
Begroting 2023 111 241
Overzicht taakvelden na verrekening overhead: (€ 1.000) 0.7 Algemene en overige uitkeringen
Baten
Lasten
Begroting 2023
52.746
-
52.746
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
3
2.416
-2.413
1.2 Openbare orde en veiligheid
5
386
-381
5.2 Museum
-
3
-3
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
2.096
12.039
-9.942
6.82 Geëscaleerde zorg 18-
1.398
8.235
-6.837
7.1 Volksgezondheid
47.869
80.838
-32.969
Subtotaal voor mutatie reserves
104.116
103.916
200
497
697
-200
104.613
104.613
0
0.1 Mutatie reserves Hecht Totaal
22
9.6. Investeringsbegroting Hieronder zijn de voorgenomen investeringen in de jaren 2022 tot en met 2026 gespecificeerd. Categorie
( € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
Gebouwen
686
6.673
250
250
250
Vervoermiddelen
225
1.518
1.356
3.052
2.139
Machines, apparaten, installaties
1.084
1.661
757
205
207
Overige (ICT)
635
720
570
770
570
Overige
256
770
290
290
290
Totaal
2.886
11.343
3.223
4.567
3.456
In de volgende tabel is het begrote verloop van de materiële vaste activa per categorie weergegeven. Gebouwen
Vervoermiddelen
Machines apparaten installaties
Overige (ICT)
Overige
Totaal
Aanschafwaarde
20.406
6.996
3.891
4.292
1.663
37.248
Cumulatieve afschrijvingen
-8.682
-4.052
-2.172
-2.634
-1.127
-18.667
Boekwaarde per 31 december 2021
11.724
2.944
1.719
1.658
536
18.581
Investeringen
686
225
1.084
635
256
2.886
Afschrijvingen
-642
-1.009
-881
-581
-85
-3.197
Mutaties 2022
44
-784
203
54
171
-311
Aanschafwaarde
21.081
7.221
5.501
4.801
1.790
40.394
Cumulatieve afschrijvingen
-9.324
-5.061
-3.053
-3.215
-1.212
-21.864
Boekwaarde per 31 december 2022
11.758
2.161
2.448
1.586
578
18.531
Investeringen
6.673
1.518
1.661
720
770
11.343
Afschrijvingen
-776
-1.127
-836
-537
-68
-3.344
Mutaties 2023
5.897
391
825
183
703
7.999
Aanschafwaarde
27.754
8.739
7.162
5.521
2.560
51.737
Cumulatieve afschrijvingen
-10.099
-6.188
-3.889
-3.752
-1.280
-25.207
Boekwaarde per 31 december 2023
17.655
2.552
3.273
1.769
1.281
26.529
x € 1.000
9.7 Liquiditeitsbegroting Hieronder is het verloop van de liquiditeit weergegeven volgens de indirecte methode. De operationele kasstroom bestaat uit het gerealiseerde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor de afschrijvingen (wel lasten, geen uitgaven). De investeringskasstroom bestaat uit de investeringen in materiële vaste activa (geen lasten, wel uitgaven) en de uitgaven voor het meerjaren onderhoud, waarvoor een onderhoudsvoorziening is ingesteld. De financieringskasstroom bestaat uit bijstortingen in de reserves door gemeenten, de mutatie in de financiële vaste activa (geen baten, wel ontvangsten) en de aflossingen van langlopende leningen (geen lasten, wel uitgaven). Onder de veronderstelling van een gelijkblijvend saldo van vlottende activa en overige vlottende passiva, resteert de mutatie in liquide middelen (banksaldo per 31 december). 23
( € 1.000) Gerealiseerde saldo baten en lasten
2023 0
Afschrijvingen
3.344
Operationele kasstroom
3.344
Investeringen Onderhoudsuitgaven uit voorziening
-11.343 -200
Investeringskasstroom
-11.543
Aflossing uitgeleend geld
2
Aflossing / opgenomen leningen
6.500
Financiële kasstroom
6.502
Mutatie liquide middelen
-1.697 0
Saldo liquide middelen per 1 januari
27.136
Mutatie liquide middelen
-1.697
Saldo liquide middelen per 31 december
25.439
9.8 Eigen vermogen In deze paragraaf is geen rekening gehouden met de afspraken t.a.v. het Eigen Vermogen cf. de notitie Eigen Vermogen en Bestemming (AB-21-36a) zoals door het AB d.d. 8 december 2021 is vastgesteld. Deze afspraken maximeren het Eigen Vermogen op 6 mln. In de resultaatbestemming 2021 zal een voorstel gedaan worden hoe we omgaan met het Eigen Vermogen. Dit zal worden vastgesteld bij het goedkeuren van de jaarstukken. Dit betreft ook de startpositie per 1 januari 2022. Op grond van de resultaatsbestemming 2021 zullen nog materiële aanpassingen komen in onderstaande prognoses. Er is op dit moment nog geen voorstel resultaat bestemming gemaakt omdat dit nog afhankelijk is van de uitkomsten uit de accountantscontrole. In de vermogensopstelling zoals deze hieronder is opgenomen is nog geen rekening gehouden met een mogelijke resultaat bestemming. Als onderdeel van de notitie met de resultaatsbestemming zal de directie ook een bestedingsprognose voor de bestemmingsreserves opstellen, cf. de wens van het bestuur om geen onnodige middelen “op te potten”.
24
Mutaties die verband houden met boekjaar 2022: De volgende tabel bevat een specificatie van het verwachte verloop van het eigen vermogen in 2022. De begrote stortingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves komen overeen met de programmabegroting 2022.
€1.000
1-1-2022
Storting
Onttrekking
31-12-2022
Algemene reserve GGD
1.808
0
0
1.808
Algemene reserve ZVH
950
0
0
950
Algemene reserve GHOR
94
0
0
94
Reserve aanvaardbare kosten RAV
2.008
0
0
2.008
Algemene reserve
4.860
0
0
4.860
Reserve verplichtingen voormalig personeel
1.160
440
200
1.400
Reserve onderhoud huisvesting
783
0
783
0
Reserve programma Hecht24
920
0
0
920
Reserve ERP
29
0
0
29
Reserve project OvDG
101
0
40
61
Bestemmingsreserves
2.993
440
1.023
2.410
Onverdeeld resultaat GGD
518
0
0
518
Onverdeeld resultaat ZVH
579
0
0
579
Onverdeeld resultaat GHOR
235
0
0
235
Onverdeeld resultaat RAV
496
0
0
496
Onverdeeld resultaat
1.828
0
0
1.828
Eigen vermogen
9.681
440
1.023
9.098
25
Mutaties die verband houden met het boekjaar 2023: De tabel bevat een specificatie van het verwachte verloop van het eigen vermogen in het begrotingsjaar. €1.000
1-1-2023
Algemene reserve GGD
1.808
Algemene reserve ZVH
950
Algemene reserve GHOR
94
Storting Onttrekking
31-12-2023
1.808 250
1.200 94
Reserve aanvaardbare kosten RAV
2.008
Algemene reserve
4.860
250
0
2.008 5.110
Reserve verplichtingen voormalig personeel
1.400
447
456
1.391
Reserve ERP
29
29
Reserve programma RDOG 2024
920
920
Reserve onderhoud huisvesting
0
0
Reserve project OvDG
61
Bestemmingsreserves
2.410
Onverdeeld resultaat GGD
518
518
Onverdeeld resultaat ZVH
579
579
Onverdeeld resultaat GHOR
235
235
Onverdeeld resultaat RAV
447
41
20
497
2.360
496
496
Onverdeeld resultaat
1.828
0
0
1.828
Eigen vermogen
9.098
697
497
9.298
GGD
4.675
447
456
4.666
ZVH
1.529
250
0
1.779
GHOR
390
0
41
349
RAV
2.504
0
0
2.504
Eigen vermogen
9.098
697
497
9.298
26
Financiële positie De financiële positie, ook wel balans genoemd, is hieronder weergegeven. De investeringen en afschrijvingen zijn opgenomen volgens de meerjaren investeringsbegroting. Het eigen vermogen is opgesteld op basis van de begrote resultaten en mutaties van de reserves. De langlopende schulden en voorzieningen zijn opgenomen op basis van de verwachte ontwikkeling van deze posten. De vlottende activa (kortlopende vorderingen) en overige vlottende passiva (kortlopende schulden) blijven gelijk over de verschillende jaren. Het banksaldo vormt de sluitpost van de balans. Activa
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
MVA aanschafwaarde
37.248
40.394
51.737
54.960
51.487
51.737
MVA afschrijvingen
18.667
21.864
25.207
29.394
33.376
37.868
Materiële vaste activa
18.581
18.531
26.529
25.566
18.112
13.870
Financiële vaste activa
22
20
18
16
14
12
Vaste activa
18.603
18.551
26.547
25.582
18.126
13.882
Banksaldi
27.136
27.136
25.439
25.439
25.439
25.439
Overige vlottende activa
10.557
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
Vlottende activa
37.693
57.136
55.439
55.439
55.439
55.439
Totaal activa
56.296
75.687
81.987
81.021
73.565
69.321
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
Eigen vermogen
9.681
9.098
9.298
9.298
9.298
9.298
Voorzieningen
318
268
468
428
422
416
Langlopende schulden
9.430
8.857
15.357
15.024
14.690
14.357
Vaste passiva
19.429
Passiva
18.223
25.123
24.750
24.410
24.071
Banksaldi Overige vlottende passiva
0
0
0
0
0
0
36.867
57.464
56.864
56.271
49.155
45.250
Vlottende passiva
36.867
57.464
56.864
56.271
49.155
45.250
Totaal Passiva
56.296
75.687
81.987
81.021
73.565
69.321
27
9.9. Meerjarenperspectief Overzicht van baten en lasten Hieronder is het meerjarenoverzicht van de baten en lasten van de Hecht/ RDOG Hollands Midden opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën.
(€ 1.000,-) 2023
2024
2025
2026
Salarissen en sociale lasten
75.387
75.387
75.388
75.387
Tijdelijk personeel
3.647
3.713
3.741
3.742
Overige personeelslasten
4.083
4.083
4.083
4.083
Subtotaal personeelslasten
83.117
83.183
83.212
83.212
Kapitaallasten
3.765
4.594
4.377
4.884
Huisvesting
3.467
3.467
3.467
3.467
Organisatiekosten
11.386
11.012
11.012
11.012
Materialen
1.798
1.798
1.798
1.798
Voorzieningen
-
-
-
-
Kosten meldkamer
364
364
364
364
Onvoorzien
19
19
19
19
-
-
-
-
Lasten vorig boekjaar Subtotaal overige lasten
20.799
21.254
21.038
21.544
Lasten
103.916
104.437
104.249
104.756
Gemeenten BPI/BPK
52.746
52.746
52.746
52.746
Gemeenten overig
10.153
10.153
10.153
10.153
Derden
3.191
3.191
3.191
3.191
Zorgverzekeraars
35.250
35.610
35.389
35.896
Rijk
2.776
2.776
2.776
2.776
-
-
-
-
104.116 Gerealiseerde saldo van baten en lasten 200
104.476
104.255
104.762
40
5
5
Baten vorig boekjaar Baten
Storting reserves
-697
-537
-503
-503
Onttrekking reserves
497
497
497
497
0
-0
-0
-0
Gerealiseerde resultaat
28
Incidenteel en structureel resultaat In onderstaande tabel is het incidenteel en structureel resultaat weergegeven, behorend bij het voorgaande meerjarenoverzicht. (€ 1.000,-)
2023
Lasten Structurele baten en lasten 103.467 Incidentele baten en lasten 449 Gerealiseerde saldo van de baten en lasten 103.916 Structurele mutaties van de reserves Incidentele mutaties van de reserves Subtotaal m utaties reserves Gerealiseerde structurele resultaat Gerealiseerde incidentele resultaat Gerealiseerde resultaat
2024
Baten 104.116 104.116
Saldo 649 -449 200
Lasten 103.988 449 104.437
Baten 104.476 104.476
Saldo 488 -449 39
697 697
497 497
-200 -200
537 537
497 497
-40 -40
103.467 1.146 104.613
104.116 497 104.613
649 -649 0
103.988 986 104.974
104.476 497 104.973
488 -489 -0
(€ 1.000,-)
2025
Lasten Structurele baten en lasten 103.799 Incidentele baten en lasten 449 Gerealiseerde saldo van de baten en 104.248 lasten
Baten 104.255
Structurele mutaties van de reserves Incidentele mutaties van de reserves Subtotaal m utaties reserves Gerealiseerde structurele resultaat Gerealiseerde incidentele resultaat Gerealiseerde resultaat
104.255
2026 Saldo Lasten Baten 455 104.307 104.762 -449 449 6 104.756 104.762
Saldo 454 -449 5
503 503
497 497
-6 -6
503 503
497 497
-6 -6
103.799 952 104.751
104.255 497 104.752
455 -455 1
104.307 952 105.259
104.762 497 105.259
454 -455 -0
29
10. Verplichte paragrafen 10.1. Kengetallen en beleidsindicatoren Beleidsindicatoren 2023 In onderstaande tabel zijn voor 2023 de beleidsindicatoren vermeld, die worden voorgeschreven in het BBV.