Programmabegroting 2023 - 2026 definitieve versie
Tekst van het document
Programmabegroting 2023 - 2026
Versienummer: Datum:
1.3 11 april 2022
Productnummer Omschrijving Status Datum Opdrachtgever Opgesteld door
Programmabegroting 2022 - 2025 Versie 1.3 11 april 2022 Aangesloten gemeenten Midden-Holland en provincie Zuid-Holland Omgevingsdienst Midden-Holland
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
2 van 42
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................5 1.1
2
3
4
5
Leeswijzer ................................................................................................................................ 6
Begroting in één oogopslag ..............................................................................................................7 2.1
Uitgangspunten ....................................................................................................................... 7
2.2
Staat van baten en lasten 2021 - 2026 ................................................................................... 9
2.3
Structurele mutaties in de reserves ....................................................................................... 10
2.4
Programmabegroting 2023 .................................................................................................... 11
2.5
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten .......................................................................... 11
2.6
Incidentele baten en lasten ................................................................................................... 12
2.7
Structureel begrotingssaldo ................................................................................................... 12
2.8
Financiële positie ODMH ....................................................................................................... 13
2.8.1
Inleiding ......................................................................................................................... 13
2.8.2
Vermogensontwikkeling 2021 - 2026 ............................................................................ 13
2.8.3
Geprognosticeerde balans ............................................................................................ 13
2.8.4
EMU-saldo ..................................................................................................................... 14
2.8.5
Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen ............................... 15
2.8.6
Financiering ................................................................................................................... 15
2.8.7
Begrotingsgrondslagen.................................................................................................. 16
2.8.8
Reserves en voorzieningen ........................................................................................... 16
2.8.9
Investeringen 2023 – 2026 ............................................................................................ 17
Programma milieu ......................................................................................................................... 18 3.1
Wat willen we bereiken? ........................................................................................................ 18
3.2
Wat gaan we daar voor doen? .............................................................................................. 18
3.3
Wat gaat het kosten? ............................................................................................................ 21
Programma bouw- en woningtoezicht ........................................................................................... 22 4.1
Wat willen we bereiken? ........................................................................................................ 22
4.2
Wat gaan we daar voor doen? .............................................................................................. 22
4.3
Wat mag het kosten?............................................................................................................. 25
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien ...................................................................... 26 5.1
Overhead ............................................................................................................................... 26
5.2
Vennootschapsbelasting ....................................................................................................... 27
5.3
Onvoorzien ............................................................................................................................ 27
5.4
Wat mag het kosten?............................................................................................................. 27
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
3 van 42
6
7
Paragrafen ..................................................................................................................................... 29 6.1
Lokale heffingen .................................................................................................................... 29
6.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................... 29
6.3
Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................ 32
6.4
Financiering ........................................................................................................................... 32
6.5
Bedrijfsvoering ....................................................................................................................... 34
6.6
Verbonden partijen ................................................................................................................ 35
6.7
Grondbeleid ........................................................................................................................... 35
Vaststelling begroting van baten en lasten 2023 - 2026 ............................................................... 36
Bijlagen .................................................................................................................................................. 37 Bijlage 1: Bijdragen 2023 .................................................................................................................. 38 Bijlage 2: Provinciale bijdragen 2021 - 2023 ..................................................................................... 40 Bijlage 3: Begroting op taakvelden .................................................................................................... 41 Bijlage 4: Informatie 2023 voor verbonden partijen........................................................................... 42
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
4 van 42
1
Inleiding
In het begrotingsproces probeert de ODMH alle relevante ontwikkelingen financieel te vertalen. Dat geldt zowel voor ontwikkelingen in de naaste omgeving of de regio, als voor nationale of zelfs mondiale ontwikkelingen die doorwerken. Doorgaans kan worden voortgeborduurd op ingezet beleid en behoeven de doorlopende plannen slechts een marginale aanpassing. Als er één moment is waarop veel zekerheden niet van toepassing zijn, dan is het nu wel. Om te beginnen zijn we aan het herstellen van de coronapandemie. De ontwikkelingen in de zorg zijn positief, maar hoe de langetermijneffecten van de crisis zullen zijn, valt lastig te voorspellen. De extra overheidsuitgaven die zijn gedaan om de economie op orde te houden, zullen op enig moment moeten worden terugverdiend. Wat dit betekent voor de beschikbare budgetten van de overheidslagen, zal op termijn zichtbaar worden. Ander actueel probleem is de oorlogssituatie in Europa. Afgezien van de humanitaire gevolgen, die extreem ingrijpend zijn, werkt het conflict ook door in de economie. De schaarste op de markt voor brandstoffen vertaalt zich in een stevige inflatie, die zowel burgers als bedrijven zal raken. Er zijn wel degelijk mogelijkheden om de huidige energiemarkt te herstructureren, maar hier is minimaal tien jaar voor nodig. Naast deze crisissen vraagt ook de arbeidsmarkt alle aandacht de komende jaren.
In 2026 zullen circa twee miljoen mensen de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en uit het arbeidsproces stromen. Tegenover deze exodus staat nieuwe aanwas van schoolverlaters, maar die bedraagt in 2026 ‘slechts’ 1,6 miljoen arbeidskrachten. Dat betekent dat ten gevolge van de demografische ontwikkelingen een gat van 400.000 werknemers ontstaat. Slechts een deel hiervan kan worden opgevangen vanuit het beschikbare arbeidsreservoir. Dat betekent dat de druk op de arbeidsmarkt nog verder zal toenemen. Uiteraard zal dit ook gevolgen hebben voor de kosten van arbeid, waarbij ook meteen weer de inflatie om de hoek komt kijken. De ODMH heeft zichzelf tot doel gesteld om de effecten van al deze ontwikkelingen zoveel mogelijk in goede banen te leiden. Dat betekent dat geanticipeerd zal worden op toekomstige economische ontwikkelingen, waardoor de continuïteit van de dienstverlening kan worden gewaarborgd. Tegelijk stippelt de ODMH met haar stakeholders een strategie uit, die ervoor moet zorgen dat de dienst in 2023 en verder zoveel mogelijk toegevoegde waarde kan blijven genereren. Het credo daarbij luidt dat strategie niet betekent dat jarenlang een vaste stip op de horizon moet worden nagestreefd, maar dat voortdurend moet worden gekeken welke koers de dienst moet varen. De voortdurende veranderingen in het werkveld vragen daarom.
Het begrotingsjaar 2023 wordt naar verwachting het jaar waarin de Omgevingswet van kracht wordt. De komst van die wet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Bij het opstellen van omgevingsvisies, gemeentelijke omgevingsplannen en de provinciale omgevingsverordening is de bij de ODMH aanwezige expertise en informatie over de fysieke leefomgeving nodig. De ODMH neemt dan ook deel in deze trajecten. De ODMH is op de datum van inwerkingtreding gezamenlijk met zijn opdrachtgevers en ketenpartners klaar voor alle veranderingen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt er een aantal veranderingen plaats in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden die gemeenten op het beleidsterrein bodem en ondergrond hebben. Op dit moment zijn alleen de provincies en een aantal grote gemeenten bevoegd gezag voor bodem. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden alle gemeenten bevoegd gezag over de Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
5 van 42
bodem. Verschillende provinciale bodemtaken worden overgedragen aan de gemeenten. Dit heeft financiële en juridische gevolgen. Gemeenten krijgen in de Omgevingswet ook meer ruimte om eigen keuzes te maken, maar die ruimte lijkt op korte termijn beperkt van omvang. De gevolgen van de overdracht zijn in deze programmabegroting verwerkt. Op 1 januari 2023 zal de Wkb naar verwachting van kracht worden. Met het oog op een mogelijk vraagafname is met de gevolgen hiervan reeds rekening gehouden in de vorm van een flexibele schil. Naar verwachting zijn de effecten in 2023 nog beperkt. In 2023 zal de vraagontwikkeling nauwkeurig worden gemonitord, opdat tijdig maatregelen genomen kunnen worden voor 2024 en verder, mocht dit nodig zijn. De Programmabegroting 2023 is sluitend. In bijlage 1 zijn per deelnemer de geprognosticeerde bijdragen aangegeven.
1.1
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de Programmabegroting 2023 - 2026 van de ODMH op hoofdlijnen beschreven. Allereerst worden de gehanteerde uitgangpunten omschreven, daarnaast bevat dit hoofdstuk een resultaat- en vermogensbeschouwing. Hoofdstuk 3 bevat het programma milieu en hoofdstuk 4 het programma bouw- en woningtoezicht. Hoofdstuk 5 bevat de informatie over met name de overhead van de ODMH. In hoofdstuk 6 volgen alle verplichte paragrafen. Omdat de ODMH een gemeenschappelijke regeling is, zijn niet alle gemeentelijke paragrafen van toepassing. Daar waar dat aan de orde is, is dat in de paragraaf vermeld. De vaststelling van deze programmabegroting is opgenomen in hoofdstuk 7. De programmabegroting eindigt met een drietal bijlagen, waarin de bijdragen van de deelnemers weergegeven worden en de meerjarenbegroting op taakvelden.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
6 van 42
2
Begroting in één oogopslag
2.1
Uitgangspunten
De cijfers uit de meerjarenprogrammabegroting 2023 – 2026 vloeien voort uit de uitgangspuntennotitie 2023, de programmabegroting 2022 en de jaarrekening 2021. Voorts zijn de productieafspraken 2023 - indien en voor zover bekend - meegenomen in de prognoses. In het vervolg van dit hoofdstuk zetten we de belangrijkste uitgangspunten van deze begroting uiteen. Handhaving milieu Onze visie ten aanzien van de milieuhandhaving gaat uit van het huidige adequaat niveau. Hierbij werken we met een risicogestuurd toezicht, waarbij de bezoekfrequentie toeneemt, naarmate de milieucategorie van een bedrijf zwaarder is. Ook passen we een bonus/malus regeling toe. Bedrijven die bewezen hebben op een goede wijze aan de milieunormen te voldoen, bezoeken we minder vaak, in tegenstelling tot de bedrijven die zich hier niet aan houden. De volumes die samenhangen met deze handhavingsstrategie kunnen door middel van deze programmabegroting worden gefinancierd. Vergunningverlening De vergunningen die de afdeling BWT voor de gemeenten Bodegraven Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas afgeeft, dienen adequaat te zijn. We geven deze vergunningen snel af, minimaal binnen de geldende termijnen. Hierbij bedienen we de burgers en bedrijven vanuit een klantgerichte houding. Dit geldt natuurlijk ook voor de milieuvergunningen die de ODMH verstrekt.
Het aantal toezichthouders en vergunningverleners binnen de dienst baseren we mede op bovenstaande uitgangspunten. Duurzaamheid Het onderwerp duurzaamheid is de laatste jaren hoog op de politieke agenda gekomen. Onderwerpen zoals energietransitie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit en circulaire economie krijgen meer aandacht. Gemeenten krijgen daarmee ook meer (wettelijke) verantwoordelijkheden. De ODMH wordt ingezet op inhoudelijke thema’s energietransitie, klimaatadaptatie, wettelijke taken voor energiebesparing bij bedrijven, circulaire economie, duurzame mobiliteit en verduurzaming van de gebouwde omgeving. Omgevingswet De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Bij het opstellen van Omgevingsvisies, gemeentelijke Omgevingsplannen en de provinciale Omgevingsverordening is de bij de ODMH aanwezige expertise en informatie over de fysieke leefomgeving nodig. De ODMH neemt dan ook deel in deze trajecten. De wet treedt naar verwachting op 1 januari 2023 in werking. De ODMH bereidt zich, gezamenlijk met de opdrachtgevers en ketenpartners, voor op de toekomstige Omgevingswet.
Overdracht bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt er een aantal veranderingen plaats in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden die gemeenten op het beleidsterrein bodem en ondergrond hebben. Op dit moment zijn alleen de provincies en een aantal grote gemeenten bevoegd gezag bodem. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden alle gemeenten bevoegd gezag over de bodem. Verschillende provinciale bodemtaken worden overgedragen aan de gemeenten. Dit heeft Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
7 van 42
financiële en juridische gevolgen. Gemeenten krijgen in de Omgevingswet ook meer ruimte om eigen keuzes te maken, maar die ruimte lijkt op korte termijn beperkt van omvang. In 2022 wordt invulling gegeven aan de overdracht van bodemtaken om deze in 2023, met de gemeenten als bevoegd gezag, uit te voeren. Zorgpunt hierbij is de overdracht van de middelen naar de gemeenten. Het is maar de vraag of de gemeenten voldoende middelen van het Rijk krijgen, zelfs voor de uitvoering van de wettelijke taken. Duidelijkheid over de financiële bijdrage van het Rijk is op dit moment nog niet gegeven. Daarnaast worden de provincies in de Omgevingswet verantwoordelijk voor het grondwater. De Provincie Zuid Holland bereidt een provinciale omgevingsverordening voor, waarin regels vastgelegd worden voor het grondwater. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Op 14 mei 2019 heeft de Eerste kamer ingestemd met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De beoogde ingangsdatum van de wet is gekoppeld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet en wordt naar alle waarschijnlijkheid 1 januari 2023. Hierbij gaat een gedeelte van de vergunningverlening van de afdeling BWT en het toezicht op de bouwplaats naar de markt. Gecertificeerde bedrijven nemen deze taak van de overheid over. De ODMH neemt in 2022 de benodigde voorbereidingen in het kader van deze wet.
Financiële en personele gevolgen nieuwe wetgeving De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft zowel financiële als personele gevolgen. Verwacht wordt dat de omvang van de bouw- en woningtaken af zullen nemen met ingang van 2023. De ODMH heeft zich goed voorbereid op de nieuwe wetgeving. Enerzijds is een adequate flexibele schil opgebouwd en anderzijds wordt al enige tijd intensief aan een cultuurprogramma gewerkt, zodat de medewerkers klantgericht kunnen opereren binnen de nieuwe wetgeving. Dienstverlening De maatschappij en de wetgeving veranderen. Dit betekent dat ambtenaren ook op een andere manier hun werk uitvoeren en op een nieuwe wijze met hun klanten om gaan. De ODMH investeert veel in zijn medewerkers. Externe Veiligheid Tot en met 2020 liep het programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV). Sindsdien stelt het Rijk, voor de jaren 2021 t/m 2024, voor EV-taakuitvoering, gelden beschikbaar in het gemeentefonds. Deze gelden zijn toegevoegd aan de programmabegroting 2023 t/m 2026. In voorgaande jaren is een bestemmingreserve externe veiligheid gevormd. In 2023 beogen we € 15.000,- te onttrekken aan de bestemmingsreserve. De overige gelden uit de bestemmingsreserve reserveren we voor de periode na 2024, als het Rijk vanaf 2025 geen EV-gelden meer beschikbaar stelt.
Doorontwikkeling omgevingsdiensten Zuid-Holland De provincie heeft in 2021 een verkenning door Twynstra Gudde laten uitvoeren naar de toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken. In deze verkenning zijn vijf thema's benoemd die belangrijk zijn voor de dóórontwikkeling van de omgevingsdiensten: Kennis is Key, Betere samenwerking in de keten gericht op een betere uitwisseling van data en informatie, Robuustere financiering, Nabijheid en transparantie en Een sterke(re) bestuurlijke samenwerking. Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
8 van 42
De ODMH herkent zich in deze thema’s. Op dit moment wordt door de vijf diensten in Zuid-Holland gewerkt aan een gezamenlijke uitvoeringsagenda op de genoemde thema’s. In de programmabegroting wordt rekening gehouden met de doorontwikkeling van de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Indexering 2023 Op 18 oktober 2021 is aan de dagelijks besturen van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden een brief gestuurd door het bestuurlijk overleg financiële kaderstelling. In deze brief is voorgesteld de uniforme systematiek voor het bepalen van de jaarlijkse indexering van lonen en prijzen voort te zetten. De voorgestelde prijsindexatie voor het jaar 2023 is opgeknipt in een index voor de beloning van werknemers en in een index voor materieel. Respectievelijk bedragen deze 3,7% en 2,5%. Voor de indexering van het uurtarief in 2022 is een gewogen indexcijfer bepaald aan de hand van werkelijke uitgaven gedurende de afgelopen jaren. Dit gewogen indexcijfer bedraagt 3,46%. Het uurtarief van de ODMH stijgt in 2023 van € 95,30 naar € 98,60. Daarnaast is op 2 december 2021 de provinciale kaderbrief voor het jaar 2023 verstuurd aan de ODMH. Hierin zijn de (financiële) uitgangspunten en specifieke aandachtspunten voor de begroting 2023 beschreven.
Op verzoek van de provincie is aan deze begroting een bijlage toegevoegd met informatie voor de paragraaf verbonden partijen van onze deelnemers. Bezuinigingstaakstelling 2023 In de hierboven genoemde brief is voor alle regelingen ook een uniforme taakstelling voorgesteld als aandeel in de ontwikkeling van het Gemeentefonds. Voor het jaar 2023 is deze taakstelling nihil. Rechtmatigheidsverantwoording Op het moment van schrijven van deze begroting is nog steeds niet helemaal duidelijk wanneer de nieuwe wetgeving rondom de rechtmatigheidsverantwoording in werking treedt. Aanvankelijk werd gedacht dat dit op 1 januari 2021 zou zijn. Later werd dit 1 januari 2022, maar door vertraging in de besluitvorming is die datum nog niet definitief. Na de inwerkingtreding van de wet moet het dagelijks bestuur als gevolg in de jaarrekening verantwoording afleggen over de rechtmatigheid. De accountant geeft met ingang van dat jaar een getrouwheidsoordeel af over de jaarrekening, waarvan de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel uitmaakt. Het huidige afzonderlijke rechtmatigheidsoordeel in de controleverklaring van de accountant komt daarmee te vervallen. In het jaar 2022 continueren wij de voorbereiding op deze wetswijziging en zullen de kaders en het controleplan vastgesteld worden.
2.2
Staat van baten en lasten 2021 - 2026
De prognose met betrekking tot de resultaten over de jaren 2021 tot en met 2026 luidt als volgt: Overzicht van baten en lasten bedragen x € 1.000
Baten en lasten Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Totaal baten en lasten Mutaties reserves Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Totaal mutaties reserves Resultaat
Lasten
Jaarrekening 2021 Baten Saldo
Lasten
10.212 4.991 7.006 111 22.319
-15.009 -7.146 -494 -22.648
-4.797 -2.155 6.512 111 -329
9
9 -47 -37
-
9
-47 -47
22.329
-22.694
-366
-
Begroting 2022 Baten
Saldo
Lasten
Begroting 2023 Baten
Saldo
10.346 4.055 6.848 104 21.353
-15.141 -5.607 -491 -21.239
-4.795 -1.552 6.357 104 114
11.092 4.684 7.028 96 22.900
-15.837 -6.509 -511 -22.857
-4.744 -1.826 6.517 96 44
10
-60 -54 -114
10 -
10
-69 -54 -123
10
-7 -47 -54
3 -47 -44
21.362
-21.362
-
22.910
-22.910
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
9 van 42
-
Overzicht van baten en lasten bedragen x € 1.000
Lasten
Baten en lasten Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Totaal baten en lasten Mutaties reserves Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Totaal mutaties reserves Resultaat
Begroting 2024 Baten
Saldo
Lasten
11.051 4.803 7.238 89 23.182
-15.931 -6.679 -528 -23.138
-4.880 -1.875 6.710 89 43
10
3 -47 -43
-
10
-7 -47 -54
23.192
-23.192
-
-
Begroting 2025 Baten
Saldo
Lasten
Begroting 2026 Baten
Saldo
11.467 4.926 7.476 81 23.950
-16.482 -6.852 -547 -23.881
-5.015 -1.926 6.930 81 69
11.845 4.823 7.722 72 24.463
-17.053 -6.776 -566 -24.394
-5.208 -1.953 7.157 72 69
11
-23 -47 -69
11 -
11
-33 -47 -80
11
-33 -47 -80
-22 -47 -69
23.961
-23.961
-
24.474
-24.474
-
In alle overzichten zijn opbrengsten met een minteken weergegeven.
De meerjarenbegroting toont een meerjarenbeeld dat financieel in evenwicht is. Met ingang van het jaar 2023 vindt een afname plaats in de opbrengsten als gevolg van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). In dat jaar start fase 1 van de invoering. De afname breidt zich verder uit in 2026. Dan wordt fase 2 van de invoering verwacht. Omdat de ODMH geanticipeerd heeft op deze wet door een flexibele schil op te bouwen, kan de afname in de opbrengsten gecompenseerd worden door een vergelijkbare afname in de personeelskosten. Naast de Wkb treedt ook de Omgevingswet (Ow) naar verwachting begin 2023 in werking. Deze wet lijkt vooralsnog geen andere gevolgen te hebben dan een verschuiving in de taken en dus opbrengsten. Hiervan is de overdracht van een aanzienlijk deel van de bodemtaken van de provincie naar de gemeenten de meest ingrijpende.
2.3
Structurele mutaties in de reserves
De structurele mutaties in de reserves voor de jaren 2023 – 2026 zien er als volgt uit:
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
2023
2024
2025
2026
Structurele stortingen Reserve Bodemkwaliteitskaarten
9.860
10.201
10.554
10.919
Totaal structurele stortingen
9.860
10.201
10.554
10.919
Structurele onttrekkingen Reserve Informatisering/Automatisering Reserve Bodemkwaliteitskaarten Reserve Verbouwing Reserve Digitalisering
6.075 0 32.968 7.500
6.075 11.000 32.968 7.500
6.075 11.000 32.968 7.500
6.075 11.000 32.968 7.500
Totaal structurele onttrekkingen
46.543
57.543
57.543
57.543
Totaal structurele reservemutaties
36.683
47.342
46.989
46.624
De structurele storting betreft de jaarlijkse dotatie aan de bestemmingsreserve bodemkwaliteitskaarten ter grootte van 100 uur. Door deze structurele toevoeging blijft de bestemmingsreserve op niveau en wordt gespaard voor actualisaties van de kaarten. De actualisatie van de kaarten is gestart. Naar verwachting worden ze in gebruik genomen per eind 2023, zodat met ingang van 2024 kapitaallasten ontstaan, die gedekt worden vanuit deze reserve. Alle structurele onttrekkingen zijn ter dekking van de eveneens structurele afschrijvingslasten op de investeringen.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
10 van 42
2.4
Programmabegroting 2023
Naast de organisatiebrede begroting is voor het jaar 2023 ook een begroting opgesteld, waarin de programma’s milieu en bouw- en woningtoezicht apart gepresenteerd worden. Conform de voorschriften in het vernieuwde BBV wordt ook de overhead apart weergegeven. Programmabegroting 2023
Milieu
Bouw- en Woningtoezicht
Overhead
Totaal
Baten Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves
-14.113.871 -122.754 -1.600.062 -7.000
-6.392.978 -30.000 -86.188 -
-510.656 -46.543
-20.506.849 -663.410 -1.686.250 -53.543
Totaal Baten
-15.843.687
-6.509.166
-557.199
-22.910.052
Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
9.127.626 242.560 122.137 1.600.062 9.860
4.306.913 278.669 11.756 86.188 -
4.597.911 2.429.990 96.380 -
18.032.449 2.951.219 133.893 1.686.250 96.380 9.860
Totaal lasten
11.102.246
4.683.525
7.124.281
22.910.052
Saldo baten en lasten
-4.741.441
-1.825.641
6.567.082
Lasten
-
Doordat de overhead op grond van het BBV apart weergegeven wordt, toont het voorgaande overzicht geen zuivere resultaten voor de programma’s milieu en BWT. Het extracomptabel verdelen van de overheadlasten toont een meerjarenbegroting, die zowel voor milieu als BWT budgetneutraal is. Het verdelen van de overheadlasten gebeurt op basis van de bijdragen.
2.5
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten
In de tabellen van de volgende paragrafen en hoofdstukken worden de baten en lasten weergegeven in diverse kosten- en opbrengstensoorten. Hierna volgt per soort een korte uiteenzetting van de kosten en opbrengsten, die onder deze posten verantwoord worden. Baten: - Contractuele bijdragen: Bijdragen conform de jaarprogramma’s voor zowel milieu als BWT; - Overige bijdragen: Overige inkomsten en bijdragen; - Projectbaten: Projectopbrengsten, deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; - Onttrekking reserves: Bijdragen in de exploitatie vanuit de reserves. Lasten: - Personeelskosten: Salarislasten van personeel van de ODMH, inclusief ingehuurd personeel; - Apparaatskosten: Diverse kosten, zoals voor de leaseauto’s, automatiseringskosten, huisvestingslasten en afschrijvingslasten; - Directe productkosten: Algemene, productiegerelateerde, kosten, zoals werkbudgetten; - Projectlasten: Projectlasten, deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat;
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
11 van 42
-
2.6
Dotatie reserves: Bijdragen vanuit de exploitatie aan de reserves.
Incidentele baten en lasten
Het overzicht van incidentele baten en lasten voor de jaren 2023 tot en met 2026 ziet er als volgt uit: Programmabegroting 2023 Omschrijving Milieu
Overhead
BWT
Meerjarenbegroting 2024
Totaal
Milieu
Overhead
BWT
Meerjarenbegroting 2025
Totaal
Milieu
Overhead
BWT
Meerjarenbegroting 2026
Totaal
Milieu
Overhead
BWT
Totaal
Incidentele baten Contractuele bijdragen Overige bijdragen Onttrekking reserves
-7
Totaal incidentele baten
-7
0
0
0 0 -7
-7
-7
-7
0
0
0 0 -7
-33
-7
-33
0
0
0 0 -33
-33
-33
-33
0 0 -33 0
0
-33
Incidentele lasten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Financieringslasten Dotatie reserves
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
Totaal incidentele lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo incidentele baten en lasten
-7
0
0
-7
-7
0
0
-7
-33
0
0
-33
-33
0
0
-33
Alle bedragen x € 1.000
De meerjarenbegroting van de ODMH bevat slechts beperkt financiële mutaties die een incidenteel karakter hebben. Het begrip incidenteel wordt in de ‘Notitie incidentele en structurele baten en lasten’ van de commissie BBV omschreven als baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen, waarbij het van belang is dat het gaat om ‘eenmalige zaken’. De incidentele baten betreffen slechts de onttrekkingen uit de Bestemmingsreserves externe veiligheid. Deze worden als tijdelijk middel ingezet ter gedeeltelijk compensatie van het wegvallen van de subsidie met ingang van 2021.
2.7
Structureel begrotingssaldo
Het structurele begrotingssaldo van de ODMH ziet er voor de jaren 2023 tot en met 2026 als volgt uit:
Presentatie van het structurele begrotingssaldo (bedragen x € 1.000)
Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
Begroting 2023 44 -44 -7 7
Begroting 2024 43 -43 -7 7
Begroting 2025 69 -69 -33 33
Begroting 2026 69 -69 -33 33
Het totale begrotingssaldo van de ODMH is nihil. Als de incidentele baten en lasten hieruit gehaald worden, is het resultaat ook licht negatief in 2023. Op basis van het begrotingstotaal van ruim € 22,9 miljoen kan geconcludeerd worden dat de meerjarenbegroting meerjarig in evenwicht is.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
12 van 42
2.8
Financiële positie ODMH
2.8.1 Inleiding In het kader van de programmabegroting 2015 is een meerjarige financiële analyse uitgevoerd, teneinde een oordeel te kunnen vellen over de ontwikkeling van het eigen vermogen. In deze programmabegroting 2023 - 2026 is deze meerjarige financiële analyse herhaald en geactualiseerd.
2.8.2 Vermogensontwikkeling 2021 - 2026 De financiële ontwikkeling van een organisatie laat zich goed analyseren aan de hand van de ontwikkeling van het eigen vermogen (EV). De ontwikkeling van het eigen vermogen is namelijk de resultante van zowel het reguliere operationele resultaat als van de directe mutaties in de reserves, voorzieningen en andere balansposten. Van 2021 tot en met 2026 kent het eigen vermogen van de ODMH de volgende geprognosticeerde ontwikkeling:
Eigen Vermogen ODMH
2020 *
2021
2022
2023
2024
2025
Stand 1 januari
2.317
2.280
2.126
2.082
2.028
1.948
Mutatie
-37
-154
-44
-54
-80
-80
Stand 31 december
2.280
2.126
2.082
2.028
1.948
1.868
Bedragen x € 1.000,* Onder voorbehoud van goedkeuring van de jaarstukken 2021 door de accountant en het algemeen bestuur.
De daling van het eigen vermogen vanaf 2021 vindt geleidelijk plaats en is vooral het gevolg van het inzetten van de diverse bestemmingsreserves ter dekking van de afschrijvingslasten voor diverse investeringen. De stand van het eigen vermogen op 31 december 2021 wijkt af van de stand die weergegeven wordt in de geprognosticeerde balans in de hierna volgende paragraaf. In dat overzicht wordt het positieve resultaat (€ 281.118) meegenomen in het eigen vermogen.
2.8.3 Geprognosticeerde balans In de loop van 2016 is het vernieuwde BBV vastgesteld. Rode draad in deze vernieuwing is het streven om het inzicht in de financiële positie en het onderling vergelijk van begrotingen beter mogelijk te maken. Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het nieuwe BBV een geprognosticeerde balans voorgeschreven. Dit betekent dat de werkelijke balans voor het jaar 2021 is opgenomen en geprognosticeerde balansen voor de jaren 2022 tot en met 2026.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
13 van 42
(bedragen x € 1.000)
ACTIVA
Rekening 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Vaste activa Materiële vaste activa
6.693
6.637
6.445
6.265
6.096
5.938
Totaal vaste activa
6.693
6.637
6.445
6.265
6.096
5.938
3.519
Vlottende activa Uitzettingen met en rentetypische looptijd korter dan één jaar
3.519
3.519
3.519
3.519
3.519
Liquide middelen
501
501
501
501
501
501
Overlopende activa
1.082
1.082
1.082
1.082
1.082
1.082
Totaal vlottende activa
5.102
5.102
5.102
5.102
5.102
5.102
Totaal activa
11.795
11.739
11.547
11.367
11.198
11.040
(bedragen x € 1.000)
PASSIVA
Rekening 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Vaste passiva Eigen vermogen
2.646
2.280
2.126
2.082
2.028
1.948
Voorzieningen
1.051
1.022
994
953
921
991
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
2.969
2.767
2.558
2.341
2.116
1.884
Totaal vaste passiva
6.666
6.069
5.678
5.376
5.065
4.823
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische loopptijd korter dan één jaar Overlopende passiva
386
386
386
386
386
386
4.743
4.743
4.743
4.743
4.743
4.743 1.087
Toe- / afname schuldpositie
0
540
740
861
1.003
Totaal vlottende passiva
5.129
5.670
5.869
5.991
6.133
6.217
Totaal passiva
11.795
11.739
11.547
11.367
11.198
11.040
2.8.4 EMU-saldo Conform de vernieuwing BBV is de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De begroting van de ODMH is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
14 van 42
Rekening 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
328
114
-44
-43
-69
-69
562
578
567
555
544
533
112
122
126
130
135
140
415
375
375
375
375
375
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
+
-
-
-
-
-
-
-
16
434
155
171
167
70
-
-
-
-
-
-
-
571
5
119
96
68
160
(bedragen x € 1.000)
1 2 3 4
5
6
7 8 9
10
11
Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) (een nadelig saldo wordt negatief weergegeven) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie + Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten + bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn + verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen + verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten Berekend EMU-saldo
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo voor het jaar 2023 komt uit op € 119.000. Het betekent dat in EMU-termen de inkomsten € 119.000 groter zijn dan de uitgaven.
2.8.5 Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Op grond van artikel 20 lid 2 moet de programmabegroting de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van gelijke volume weergeven. Als gevolg van de invoering van het individueel keuzebudget (IKB) in 2017 heeft de ODMH dergelijke verplichtingen niet meer.
2.8.6 Financiering De ODMH heeft een langlopende lening voor het Midden-Hollandhuis. Deze is in 2015 tezamen met het pand in 2015 overgenomen van het toenmalige ISMH. Omdat de ODMH de jaarprogramma’s elk kwartaal vooruit in rekening brengt, is verdere financiering van de exploitatielasten niet noodzakelijk.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
15 van 42
2.8.7 Begrotingsgrondslagen In hoofdstuk 2.1 zijn de uitgangspunten weergegeven, die gehanteerd zijn bij het opstellen van deze begroting. Vaste grondslag voor de begroting is de Nota Planning & Control. In die nota zijn de afspraken benoemd, die de ODMH en haar deelnemers overeengekomen zijn. Voorbeelden daarvan zijn afspraken omtrent indexering, bezuinigingen en de wijze van afrekening. De Nota Planning & Controle is in 2019 geactualiseerd.
2.8.8 Reserves en voorzieningen Het verloop van de reserves en voorzieningen van de ODMH in de periode 2021 tot en met 2026 ziet er als volgt uit: Omschrijving
Rekening 2021 Saldo begin dienstjaar
Toevoegingen
(Gewijz.) Begroting 2022 Onttrekkingen
Saldo ultimo dienstjaar
Toevoegingen
Onttrekkingen
Saldo ultimo dienstjaar
Algemene reserve 1 Algemene Reserve
Totaal Algemene Reserves
1.402.500 1.402.500
-
-
1.402.500 1.402.500
-
1.402.500 1.402.500
9.530
6.075 50.000 32.968 7.500 7.000 60.000 163.543
72.896 84.677 395.624 90.000 80.307 723.504
-
Bestemmingsreserves 2 BR Informatisering/Automatisering 3 BR Bodemkwaliteitskaarten 4 BR Verbouwing 5 BR Digitalisering 6 BR Externe Veiligheid 7 BR Ontwikkelingen Totaal Bestemmingsreserves
85.046 115.743 461.560 105.000 87.307 60.000 914.656
6.075
9.404
46.543
78.971 125.147 428.592 97.500 87.307 60.000 877.517
9.404 32.968 7.500
9.530
Voorzieningen 8 VZ Personeel 9 VZ Onderhoud Midden-Hollandhuis Totaal Voorzieningen
117.035 838.263 955.298
117.755 117.755
6.429 15.714 22.143
110.606 940.304 1.050.910
121.829 121.829
110.606 146.713 257.319
915.420 915.420
Totaal Reserves en Voorzieningen
3.272.454
127.159
68.686
3.330.927
131.359
420.862
3.041.425
Omschrijving
Begroting 2023 Toevoegingen
Onttrekkingen
Begroting 2024 Saldo ultimo dienstjaar
Toevoegingen
Onttrekkingen
Saldo ultimo dienstjaar
Algemene reserve 1 Algemene Reserve
Totaal Algemene Reserves
-
-
1.402.500 1.402.500
-
-
1.402.500 1.402.500
Bestemmingsreserves 2 BR Informatisering/Automatisering 3 BR Bodemkwaliteitskaarten 4 BR Verbouwing 5 BR Digitalisering 6 BR Externe Veiligheid 7 BR Ontwikkelingen Totaal Bestemmingsreserves
6.075
9.860
53.543
66.821 94.537 362.656 82.500 73.307 679.821
8 VZ Personeel 9 VZ Onderhoud Midden-Hollandhuis Totaal Voorzieningen
126.045 126.045
118.835 118.835
Totaal Reserves en Voorzieningen
135.905
172.378
9.860 32.968 7.500 7.000
10.201
64.543
60.746 93.738 329.688 75.000 66.307 625.480
922.629 922.629
130.406 130.406
100.249 100.249
952.786 952.786
3.004.951
140.607
164.792
2.980.765
10.201
6.075 11.000 32.968 7.500 7.000
Voorzieningen
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
16 van 42
Omschrijving
Begroting 2025 Toevoegingen
Onttrekkingen
Begroting 2026 Saldo ultimo dienstjaar
Toevoegingen
Onttrekkingen
Saldo ultimo dienstjaar
Algemene reserve 1 Algemene Reserve -
Totaal Algemene Reserves
-
1.402.500 1.402.500
-
-
1.402.500 1.402.500
Bestemmingsreserves 2 BR Informatisering/Automatisering 3 BR Bodemkwaliteitskaarten 4 BR Verbouwing 5 BR Digitalisering 6 BR Externe Veiligheid 7 BR Ontwikkelingen Totaal Bestemmingsreserves
10.554
90.697
54.671 93.292 296.720 67.500 33.153 545.337
8 VZ Personeel 9 VZ Onderhoud Midden-Hollandhuis Totaal Voorzieningen
134.918 134.918
167.139 167.139
Totaal Reserves en Voorzieningen
145.472
257.836
10.554
6.075 11.000 32.968 7.500 33.154
10.919
90.696
48.596 93.212 263.752 60.000 465.560
920.565 920.565
139.586 139.586
69.882 69.882
990.269 990.269
2.868.402
150.505
160.579
2.858.328
10.919
6.075 11.000 32.968 7.500 33.153
Voorzieningen
2.8.9 Investeringen 2023 – 2026 Voor de jaren 2023 tot en met 2026 zijn investeringen geraamd op het gebied van automatisering, apparatuur en meubilair. Deze betreffen vervangingsinvesteringen. Investeringen
2023
2024
2025
2026
Automatisering Apparatuur milieu Huisvesting / meubilair
250.000 50.000 75.000
250.000 50.000 75.000
250.000 50.000 75.000
250.000 50.000 75.000
Totaal
375.000
375.000
375.000
375.000
In 2022 worden de bodemkwaliteitskaarten vernieuwd. De kosten daarvan zijn geraamd op € 55.000. Nog niet zeker is dat dit traject in 2022 afgerond kan worden. In dat geval is voor de resterende kosten investeringsbudget in 2023 nodig. Als dit nodig is zal dit in de 1e managementrapportage van 2023 verwerkt worden. De verwachting is dat de kaarten eind 2023 of begin 2024 in gebruik genomen worden.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
17 van 42
3
Programma milieu
3.1
Wat willen we bereiken?
De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doen we door milieutaken in de hele regio en bouw- en woningtoezichttaken in een deel ervan uit te voeren in opdracht van de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Daarnaast voeren wij de wettelijke zwemwatertaak uit in de gehele provincie Zuid-Holland. De taken van de ODMH omvatten vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieuregels, bouw- en woningtoezicht en advisering, ontwikkeling en uitvoering van duurzaamheidsbeleid. De ODMH adviseert gemeenten ook over milieuaspecten bij ruimtelijke plannen. Daarnaast voert de ODMH taken uit ten aanzien van bodem, archeologie, externe veiligheid, geluid- en luchtkwaliteit, ecologie en milieueducatie. De ODMH houdt ook toezicht op de kwaliteit en veiligheid van officiële zwemwaterlocaties en badinrichtingen in de gehele provincie Zuid-Holland. Bij de uitvoering van deze taken streven wij ernaar een professionele, betrouwbare en vertrouwde organisatie te zijn.
3.2
Wat gaan we daar voor doen?
De programmabegroting van de ODMH is gebaseerd op een inschatting van het aantal uur dat wij zullen leveren aan de opdrachtgevers. Deze inschatting maken we door het te verwachten aantal producten per opdrachtgever (gemeente/provincie) te vermenigvuldigen met het kental. Daar waar we geen kental hanteren, maken we een inschatting op urenbasis (maatwerk). De realisatie van het maatwerk bespreken we tweemaandelijks met onze opdrachtgevers. De algemene taken van de ODMH bestaande uit juridische en beleidsondersteuning, klachtenbehandeling, milieuvluchten, applicatiebeheer van het inrichtingenbestand, de helpdesk, gebiedsgerichte controles en beleidsondersteuning bundelen we in een regionaal budget en verdelen we op basis van inwoneraantal. Bij de bepaling van het te verwachten aantal producten houden we rekening met nieuwe ontwikkelingen in het gehele werkveld van de ODMH, zoals de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), en met de realisatiecijfers van 2021. Toezicht en handhaving De ODMH controleert namens de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland of bedrijven binnen de regio zich houden aan de (milieu-)wet- en regelgeving. Fysieke controles De omgevingsdienst controleert namens B&W en GS omgevingsvergunningen en meldingen. Tijdens de fysieke controles houden we toezicht op de impact van bedrijven op de veiligheid en de milieubelasting.
Zo letten we op de aanwezigheid, het gebruik en de emissie van gevaarlijke stoffen en kunnen gevaarlijke en of hinderlijke situaties worden onderkend en zo nodig verkleind. Ook zien we toe op de vereiste voorzieningen waarmee overlast van geur, stof en geluid voor omwonenden wordt voorkomen of beperkt. De ODMH maakt bij fysieke controles onderscheid tussen preventieve controles, aspectcontroles en controles naar aanleiding van klachten en meldingen. Hierbij passen wij de volgende risicomethodiek toe. Bedrijven met de grootste impact op de veiligheid of de milieubelasting krijgen de meeste Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
18 van 42
aandacht. Het inplannen van de bedrijfscontroles gebeurt risicogericht waarbij we rekening houden met de ervaringen bij de bedrijven in de afgelopen jaren. Afhankelijk van onder andere het naleefgedrag, klachten en bedrijfsmeldingen voeren we extra toezicht uit waar dit nodig is. Administratieve controle Naast de fysieke controles houdt de ODMH ook administratief toezicht. Bij een administratieve controle doen we onderzoek naar de juistheid en betrouwbaarheid van de door bedrijven beschikbaar gestelde informatie. Hierbij werken we samen met andere handhavingspartners aan de optimalisering van het toezicht. De ODMH hanteert twee typen toezicht: • Systeemtoezicht: hierbij maken we zoveel mogelijk gebruik van de eigen beheerssystemen van een bedrijf. • Informatiegestuurd toezicht: op basis van de beschikbare informatie bij de partners (bestuurs- en strafrecht, fiscaal) wordt de effectiviteit van toezicht verhoogd bij problemen die het domein van een enkel bevoegd gezag overstijgen. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving Bij de constatering van een overtreding zetten we een optimale mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten in om de overtreding ongedaan te maken. De basis hiervoor is de landelijke handhavingsstrategie.
De ernst van de overtreding (milieu, veiligheid, gezondheid) en het gedrag van de overtreder (proactief, onverschillig, calculerend bewust, structureel negatief) zijn bepalend voor de te kiezen instrumentaria. De ODMH heeft boa’s (bijzondere opsporingsambtenaren) in dienst. Boa’s zetten wij in op diepgaande strafrechtelijke onderzoeken op het gebied van milieuwetgeving. Daarnaast zetten wij boa’s in voor het punitieve instrument ‘bestuurlijke strafbeschikking’. Badinrichtingen en zwemwater Gedeputeerde Staten is het bevoegd gezag voor de handhaving van de gelegenheid geven tot zwemmen en baden (Omgevingswet, hoofdstuk 15). De ODMH voert deze taak op het grondgebied van de hele provincie Zuid-Holland uit. Dit betekent dat wij jaarlijks de bad- en zweminrichtingen in Zuid-Holland controleren op hygiëne en veiligheid. We houden toezicht op de zwembaden en de oppervlaktewaterlocaties. In de Omgevingswet is het zwemseizoen niet langer vastgelegd, maar ter bepaling van GS. In deze periode controleren wij de buitenlocaties. De waterkwaliteit bewaken we aan de hand van monsters die de waterkwaliteitsbeheerders nemen en laten analyseren. De ODMH ontvangt de analyseresultaten en maakt de kwaliteit bekend via www.zwemwater.nl en de zwemwatertelefoon. Indien de kwaliteit niet in orde is, volgt een waarschuwing, een negatief zwemadvies of, in ernstige gevallen, een zwemverbod.
Milieuvergunningen (omgevingsvergunningen na invoering van de Omgevingswet) Het team vergunningverlening van de ODMH behandelt aanvragen van milieuvergunningen en neemt zelf initiatief tot ambtshalve actualisering of intrekking van vergunningen als dat nodig is. Een milieuvergunning heeft als doel om (economische) activiteiten te laten uitvoeren op een manier die milieuhygiënisch verantwoord is, die overlast voor omwonenden beperkt. Vergunningen voor vergelijkbare activiteiten worden op vergelijkbare wijze verleend, zodat sprake is van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de ondernemers. Hierbij werken wij met een standaard voorschriftenpakket Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
19 van 42
waarbij maatwerk tot de mogelijkheden behoort. De wettelijke procedure die wordt doorlopen, geeft omwonenden de gelegenheid inspraak uit te oefenen en tijdig kennis te nemen van de inhoud van de vergunning. Duurzaamheid De ODMH ondersteunt bij de uitvoering van duurzaamheidsprogramma’s van onze deelnemende gemeenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het begeleiden van de energietransitie zoals het aardgasvrij maken van bestaande en nieuwe gebouwen, het stimuleren van duurzame energieopwekking en bij het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie en vastgoed. Ook adviseert de ODMH bij het bouwen van woningen op normen ten aanzien van bijvoorbeeld de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) en worden bedrijven gestimuleerd en gecontroleerd om bedrijfsgebouwen en –processen te verduurzamen. In het verlengde van duurzaamheid werkt de ODMH aan natuur- en milieueducatie. Hiervoor zetten wij het regionale Centrum voor Natuur- en Milieueducatie De Zwanebloem in. Kinderen in het basisonderwijs kunnen lessen op onze leszolder volgen en de ODMH verzorgt leskisten en lesmateriaal voor basisscholen. Tevens bestaat de mogelijkheid voor buitenlessen op locatie vlakbij de school. Specialistische taken De ODMH voert alle milieutaken uit inclusief in- en externe advisering op het gebied van bodem, archeologie, geluid, lucht en externe veiligheid.
Bodem en Archeologie De bodemwerkzaamheden leiden ertoe dat het bodemaspect van de openbare ruimte tijdens de inrichting en het beheer wordt meegewogen en meegenomen in de besluitvorming. Zo worden voorwaarden verbonden aan het al dan niet bouwen op ernstig verontreinigde grond. Medewerkers zien toe op het verantwoord toepassen van grond en op het behoud van archeologisch erfgoed. Hergebruik wordt gestimuleerd en bodemonderzoek tegen een scherpe prijs aangeboden. Ook heeft bodembeleid als doel zoveel mogelijk grond en bagger te hergebruiken zonder dat risico’s optreden voor de gebruikers. Geluid en Lucht De meeste klachten die jaarlijks binnenkomen bij de ODMH hebben betrekking op geluid en lucht. Om die hoeveelheid klachten te verminderen en waar mogelijk te voorkomen voert de ODMH, bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium, bedrijfscontroles en metingen uit. Daarnaast adviseren wij op deze milieuthema’s bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het verlenen van milieuvergunningen (omgevingsvergunningen na invoering van de Omgevingswet). Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM), Ecologie en Externe veiligheid Het cluster ROM adviseert en ondersteunt op milieugebied bij ruimtelijke plannen in regio MiddenHolland. In een zo vroeg mogelijk stadium brengt de ODMH de benodigde randvoorwaarden in kaart om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken.
Ook hebben we aandacht voor kansen om de kwaliteit van de leefomgeving te verhogen. Bij externe veiligheid worden de plaatselijke risico’s voor de omgeving tijdens de verschillende productiefases van gevaarlijke stoffen (produceren, behandelen of vervoer) in kaart gebracht. We objectiveren de risico’s en de adviezen worden meegenomen in het planvormingsproces van de regionale gemeenten.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
20 van 42
Kwaliteit uitvoering VTH taken Vanuit de huidige Wabo (dan wel vanuit de Omgevingswet na invoering daarvan) en de vastgestelde kwaliteitsverordening hebben het college van B & W, respectievelijk Gedeputeerde Staten, jaarlijks de verplichting over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH taken te rapporteren aan de gemeenteraad, respectievelijk Provinciale Staten. De kwaliteitscriteria 2.2, zowel voor de kritieke massa als voor de processen, zijn de basis voor de uitvoering van de taken door de ODMH. De kwaliteitscriteria 2.2 zijn een door de samenwerkende overheden ontwikkelde standaard voor de uitvoering van de taken. Jaarlijks rapporteren we hierover aan de opdrachtgevers.
3.3
Wat gaat het kosten?
Het begrotingstotaal van het programma milieu bedraagt € 11.102.246. De complete begroting voor het jaar 2023 ziet er als volgt uit: Programmabegroting 2023 Milieu Baten
Lasten
Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves
-14.113.871 -122.754 -1.600.062 -7.000
Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
9.127.626 242.560 122.137 1.600.062 9.860
Totaal baten
-15.843.687
Totaal lasten
11.102.246
Saldo van baten en lasten
-4.741.441
Voor de gemeentelijke en provinciale bijdragen voor het programma milieu wordt verwezen naar bijlage 1.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
21 van 42
4
Programma bouw- en woningtoezicht
De ODMH voert naast de milieutaken, ook taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht en ruimtelijke ordening (BWT-taken) uit voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas en de provincie Zuid-Holland. De afdeling Bouw- en woningtoezicht bestaat uit drie teams (team Juridische Zaken, team Toezicht en Handhaving en team Vergunningverlening).
4.1
Wat willen we bereiken?
De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. De afdeling BWT van de ODMH heeft een duidelijke opdrachtmissie: BWT ziet namens de opdrachtgevers toe op de veilige bouw en het toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Wij doen dat door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van bouwregelgeving en ruimtelijke ordening. De ODMH voert voor vier gemeenten de taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht uit. Door de overdracht van de BWT-taken van gemeenten aan de ODMH wordt een betere dienstverlening aan ondernemers en inwoners mogelijk. De bundeling van kennis en taken leidt bovendien tot meer specialisme en minder kwetsbaarheid in de dienstverlening. De kwaliteit verbetert ook door een meer eenduidige wijze van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de regio.
4.2
Wat gaan we daar voor doen?
De programmabegroting van de ODMH is gebaseerd op een inschatting van het aantal uur dat wij zullen leveren aan de opdrachtgevers. Deze inschatting maken we door het te verwachten aantal producten per opdrachtgever (gemeente/provincie) te vermenigvuldigen met het kental. Voor producten die vanwege hun aard of omvang niet geschikt zijn om op grond van een kental af te rekenen, zoals het voeren van vooroverleg op grond van conceptaanvraag en het afhandelen van principeverzoeken tot vaststelling van de vergunbaarheid, maken we een inschatting van het benodigde aantal uur per jaar. Na afronding van het product volgt een nacalculatie op het daadwerkelijk gemaakte aantal uren. Dit geldt ook voor het product ‘Minnelijk traject bij handhavingszaken en bezwaarprocedures inclusief mediation’. Ook kunnen we op offertebasis aparte afspraken met de opdrachtgever (maatwerk). Deze maatwerkproducten rekenen we na afronding af op basis van de daadwerkelijk gemaakte uren. De ‘regionale uren’ algemene taken van de ODMH bundelen we in een regionaal budget en worden verdeeld op basis van inwoneraantal. De regionale uren bestaan uit het organisatorisch inrichten en operationeel hebben van een klantencontactcentrum voor de gemeenten (frontoffice), het delen van gebiedskennis of datamanagement en het up-to-date houden van modellen.
Bij de bepaling van het te verwachten aantal producten houden we rekening met nieuwe ontwikkelingen in het gehele werkveld van de ODMH, zoals de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), en met de realisatiecijfers van 2021. Vergunningverlening Voor de vier gemeenten die hun BWT-taken hebben overgedragen aan de ODMH, handelen wij de aanvragen en het toezicht op de vergunning ingevolge van de Omgevingswet af. Een omgevingsvergunning kan op meerdere activiteiten betrekking hebben zoals bouwen, slopen, kappen, reclame, aanleg, inritten en brandveilig gebruik. Het uitvoeringskader voor vergunningverlening is Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
22 van 42
uitgewerkt in de Nota VTH BWT 2017 – 2020. De werking van deze nota werd in 2020 verlengd tot 1 jaar na invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Toezicht en handhaving Toezicht Op grond van beleidsplannen en uitvoeringsplannen wordt, aan de hand van de gemeentelijke criteria, bepaald welk toezichtniveau noodzakelijk is per verleende omgevingsvergunning of activiteit. Vervolgens voeren we op basis van het vastgestelde toezichtniveau één of meerdere controles uit en stellen we een rapportage op van deze controles. Handhaving Naast toezicht voert de ODMH ook de handhaving uit. Handhaving is er op gericht illegale situaties te beëindigen. Het omvat onder meer het versturen van een voorwaarschuwing of een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang, en het stilleggen van werkzaamheden. De ODMH beschikt hiervoor onder meer over handhavingsjuristen, Boa’s (bijzondere opsporingsambtenaren), inspecteurs en toezichthouders. Inzake het uitvoeringskader voor toezicht en handhaving verwijzen we naar de landelijke handhavingsstrategie die verder is uitgewerkt in de gemeentelijke Nota’s Handhavingsbeleid.
Juridische aspecten en diverse Naast het behandelen van de aanvragen voor vergunningen en uitvoeren van het toezicht en handhaving, voert de ODMH ook andere Wabo-gerelateerde werkzaamheden uit die samenhangen met BWT-activiteiten. Deze Wabo-gerelateerde werkzaamheden gaan op in de Omgevingswet na inwerkingtreding daarvan. Het gaat onder meer om: • informatieverstrekking over procedures en criteria; • bouwplantoetsing inclusief het geven van juridisch advies bij bestemmingsplanwijzigingen; • advies over het restaureren of verbouwen van monumenten; • (coördinatie van) de toetsing van constructieberekeningen en –tekeningen; • het opstellen van rapportages en brieven ten aanzien van de constateringen bij toezichtbezoeken; • het opsporen van illegale Wabo-gerelateerde activiteiten en het rapporteren hier over; • advisering t.a.v. asbesthandhaving, het beoordelen van asbestinventarisatierapporten en het begeleiden van asbestonderzoeken; • bezwaar- en beroepschriften en overige juridische procedures die verband houden met de BWTtaken (het opstellen van verweerschriften, om de vertegenwoordiging tijdens hoorzittingen in bezwaar- en beroepzaken en om het opstellen van besluiten op bezwaar); • afhandeling van verzoeken om planschade voor de gemeente Gouda. Ook beschikt de ODMH over een wachtdienst die bouwgerelateerde voorvallen afhandelt.
In het kader van de rampenbestrijding bemensen we onder meer de teams Bouwbeheer en Milieubeheer. Waar nodig voeren onze medewerkers het overleg met betrokken partijen zoals gemeenten, welstands- en monumentencommissies, de regionale brandweer en de waterschappen ten behoeve van bovenstaande werkzaamheden en taken.
Programmabegroting 2023 - 2026, Omgevingsdienst Midden-Holland
23 van 42
De niet-Wabo gerelateerde zaken in bezwaar- en beroepsprocedures, alsmede juridische advies voor de niet Wabo-taken blijven bij de gemeenten (met uitzondering van de afhandeling van verzoeken om planschade voor de gemeente Gouda). Leges De inning van de leges is en blijft een verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente. Wel levert de ODMH de benodigde informatie voor de legesinning, zoals NAW-gegevens, de opgegeven bouwkosten en de hoogte van de op te leggen legesaanslag. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Op 14 mei 2019 heeft de Eerste kamer ingestemd met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De beoogde ingangsdatum van de wet is gekoppeld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet. Bij het opstellen van deze programmabegroting is de verwachte invoeringsdatum van de wet 1 januari 2023. Voor de implementatie van de wet zijn drie belangrijke randvoorwaarden gesteld: 1. Uit proefprojecten moet duidelijk blijken dat het stelsel borgt dat gerealiseerde bouwwerken voldoen aan het Bouwbesluit; 2. Er moeten voldoende kwaliteitsborgers beschikbaar zijn; 3. De ICT-voorziening zowel bij het rijk als bij de gemeenten moet op orde zijn (relatie met digitale stelsel Omgevingswet (DSO)). Doelen en inhoud wet Een van de hoofddoelen van de Wkb is de positie van de bouwconsument ten opzichte van de bouwende partijen te versterken.
Het tweede hoofddoel betreft een nieuw systeem van kwaliteitsborging bij bouwactiviteiten. Kort samengevat houdt dit in dat de bouwbesluittoets bij gevolgklasse 1 bouwwerken niet meer door de gemeente wordt uitgevoerd, maar door een gecertificeerde partij. Gevolgklasse 1 zijn kleinere bouwwerken, zoals schuren, aanbouw aan een woning, maar ook één (of meerdere) gehele woning(en). Bij oplevering van een bouwwerk geeft de kwaliteitsborger een verklaring af waarin staat dat het bouwwerk voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit. Alle overige toetsing en toezicht blijven wel bij de gemeente. Het rijk evalueert de wet na drie jaar en bepaalt dan of ook andere gevolgklassen onder deze wet kunnen vallen. Consequenties Consequentie van het wegvallen van de toetsing op het bouwbesluit, is dat gemeenten voor dit deel van de toetsing geen leges kunnen innen en de Wkb voor gemeenten ook financiële gevolgen heeft. De ODMH bereidt zich voor op de ontwikkelingen door een impactanalyse en het uitvoeren van proefprojecten. In 2020 vond een landelijk onderzoek met meerdere omgevingsdiensten plaats. Uit het landelijke onderzoek en de impactanalyse van de ODMH uit 2020, blijken dat de Wkb bij BWT impact heeft op vergunningverlening en toezicht. De ODMH anticipeert waar mogelijk al op afname van de werkzaamheden.