Productenboek Hecht 2024
Tekst van het document
Wet veiligheidsregio’s. Kader evenementenveiligheid VRHM.
Veiligheidsnetwerk: Bijdragen advisering VRHM over risicobeheersing (schil 2a)
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat willen we bereiken?
• Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor publieksevenementen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een juiste vergunningaanvraag en voor het uitvoeren van de risicoclassificatie. • Gemeenten verstrekken gegevens voor het opstellen van de regionale evenementenkalender, zodat overzicht bij de veiligheidsregio ontstaat wanneer en waar (risicovolle) evenementen plaatsvinden. • Voor reguliere evenementen vraagt een gemeente direct advies aan bij de (lokale) hulpverleningsdienst(en). Het standaardadvies van GHOR staat op haar website. Voor specifieke vragen bij reguliere evenementen kan een gemeente contact opnemen met de adviseur evenementen bij de GHOR. • Voor risicovolle evenementen vraagt een gemeente een integraal veiligheidsadvies aan bij de evenementencoördinatie van de veiligheidsregio. De evenementencoördinatie zet het verzoek voor deeladviezen uit bij de hulpverleningsdiensten, waaronder de GHOR. GHOR geeft input aan gemeenten en evenementenorganisatoren tijdens periodieke en vooroverleggen en geeft een deeladvies aan de veiligheidsregio. Dit advies is afgestemd met relevante zorgpartners (RAV, GGD, MKA, ziekenhuizen, huisartsenposten).
Bijdragen aan adviezen over te nemen maatregelen voor beïnvloedbare risico’s bij infrastructurele projecten en bestemmingsplannen.
54 | Productenboek Hecht 2024
Voor wie doen we het? Gemeenten in de regio Hollands Midden.
Wat is het wettelijk kader? Wet veiligheidsregio’s. Wetsvoorstel Omgevingswet. Regionaal Beleidsplan VRHM (zie www.vrhm.nl regionale plannen). Landelijke Handreiking voor GHOR-advies bij gebouwde omgeving.
Wat gaan we daarvoor doen? • De veiligheidsregio wil een integraal advies geven aan gemeenten voor risicobeheersing van infrastructurele projecten en bestemmingsplannen. Bij voorkeur is VRHM zo vroeg mogelijk betrokken omdat dan invloed mogelijk is op te nemen infrastructurele veiligheidsmaatregelen. • GHOR levert een deeladvies aan VRHM, dat is afgestemd met relevante zorgpartners (RAV, GGD, MKA, ziekenhuizen, huisartsenposten). • VRHM coördineert de adviesaanvragen en zorgt voor ontvangst en bespreking van
➔ de deeladviezen van de hulpdiensten, waaronder GHOR. Het werkplan van de Multidisciplinaire Werkgroep Risico Beheersing, waar GHOR aan deelneemt, wordt vastgesteld door het bestuur VRHM. • Voor GHOR is een goed toepasbare tool voor de advisering beschikbaar. • Het werkveld is in ontwikkeling, waardoor geen inzicht bestaat in het aantal adviezenaanvragen bij VRHM en als afgeleide het aantal adviezen van GHOR.
Welk resultaat levert het op? • Afspraken in VRHM-plannen en convenanten zijn consistent met de afspraken met zorgpartners over hun voorbereiding op geneeskundige hulpverlening en zorg continuïteit. • Bijgedragen aan het integraal adviseren over risicobeheersing van VRHM aan gemeenten. • Bijgedragen aan het integraal adviseren vanuit VRHM, Politie Eenheid Den Haag, Hecht en de twee Omgevingsdiensten in het kader van de Omgevingswet.
Wat is het wettelijk kader? Wet veiligheidsregio’s. Regionaal risicoprofiel VRHM (zie www.vrhm.nl regionale plannen). Werkplan Multi Disciplinaire Operationele Planvorming (MDOP) van VRHM.
Wat gaan we daarvoor doen? • De veiligheidsregio is wettelijk verantwoordelijk voor het regionaal risicoprofiel. GHOR draagt zorg voor afstemming van de afspraken in de planvorming en convenanten van de veiligheidsregio met de afspraken en processen van de zorgpartners. • GHOR maakt zich sterk voor een integrale benaderingswijze en zoekt naar synergie en samenwerking met haar partners in het veiligheidsdomein. • GHOR draagt bij aan projecten die tot doel hebben het opstellen van operationele plannen of convenanten van de veiligheidsregio.
Welk resultaat levert het op? Waarom gaan we het doen? Het vroegtijdig adviseren ten aanzien van (zorg gerelateerde) veiligheidsaspecten vermindert de kans op het ontstaan van incidenten en van (volg-)schade en optimaliseert de mogelijkheden voor zelfredding en adequate hulpverlening.
Veiligheidsnetwerk: Bijdragen aan planvorming en convenanten VRHM (schil 2a) Wat willen we bereiken? Beschikken over actuele en samenhangende regionale plannen en convenanten van de veiligheidsregio, waarbij geneeskundige en gezondheidskundige aspecten een integraal onderdeel vormen van de multidisciplinaire hulpverlening.
De regio Hollands Midden is voorbereid op bestrijding van rampen en beheersing van crises, ook wat betreft de geneeskundige hulpverlening. Doet een incident zich voor, dan is vastgelegd wat een GHOR-crisisfunctionaris moet doen en waarvoor hij verantwoordelijk is om (volg)schade te beperken en snel terug te keren naar de normale situatie.
Waarom gaan we het doen? De regio Hollands Midden is voorbereid op bestrijding van rampen en beheersing van crises, ook wat betreft de geneeskundige hulpverlening. Doet een incident zich voor, dan is vastgelegd wat een GHOR-crisisfunctionaris moet doen en waarvoor hij verantwoordelijk is om (volg)schade te beperken en snel terug te keren naar de normale situatie.
Voor wie doen we het? • Gemeenten in de regio Hollands Midden. • Crisisfunctionarissen van de veiligheidsregio Hollands Midden.
Productenboek Hecht 2024 | 55
➔ Veiligheidsnetwerk: Bijdragen aan informatiemanagement VRHM (schil 2a)
Welk resultaat levert het op? Deelgenomen aan de multidisciplinaire werkgroep Informatiemanagement van de veiligheidsregio.
Wat willen we bereiken? Het efficiënt en effectief organiseren van informatiestromen de organisatie in, binnen de organisatie en de organisatie uit.
Voor wie doen we het? • Gemeenten in de regio Hollands Midden. • Crisisfunctionarissen van de veiligheidsregio Hollands Midden.
Wat is het wettelijk kader?
Waarom gaan we het doen? De regio Hollands Midden is voorbereid op de bestrijding van rampen en het beheersing van crises, ook wat betreft de informatievoorziening met betrekking tot geneeskundige hulpverlening. Doet een incident zich voor, dan is vastgelegd wat een GHOR- crisisfunctionaris moet doen en waarvoor hij verantwoordelijk is om (volg-) schade te beperken en snel terug te keren naar de normale situatie.
• Wet veiligheidsregio’s. • Regionaal risicoprofiel VRHM (zie www.vrhm.nl regionale plannen). Werkplan Multi Disciplinaire Informatievoorziening (MDI) van VRHM.
Veiligheidsnetwerk: Bijdragen aan voorbereiding crisishoofdstructuur VRHM (schil 2a)
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat willen we bereiken?
• De veiligheidsregio is wettelijk verantwoordelijk voor het delen van informatie tijdens rampen en crises. Crisisbeheersing is gebaat bij zo snel en volledig mogelijk inzicht in de situatie om daarmee processen van verschillende partijen op elkaar af te stemmen. Hiervoor is het noodzakelijk dat alle bij een crisis betrokken partijen elkaar van relevante informatie voorzien. In de veiligheidsregio gebeurt dat in de voorbereiding (koude fase) als ook bij een daadwerkelijk inzet (lauwe en warme fase) op een netcentrische werkwijze. Het principe is dat alle betrokken teams en organisaties zo snel mogelijk informatie met elkaar delen, waardoor een gedeeld en actueel situatiebeeld ontstaat. • GHOR draagt bij aan de werkgroep Informatiemanagement van de veiligheidsregio. GHOR zorgt voor afstemming van afspraken van de veiligheidsregio met de afspraken en processen van de zorgpartners. GHOR informeert de veiligheidsregio over ontwikkelingen in het zorgdomein en informeert de veiligheidsregio over ontwikkelingen in de crisisbeheersing.
Bijdragen aan een vakbekwame crisishoofdstructuur van de veiligheidsregio.
56 | Productenboek Hecht 2024
Voor wie doen we het? • Gemeenten in de regio Hollands Midden. • Crisisfunctionarissen van de veiligheidsregio Hollands Midden.
Wat is het wettelijk kader? Wet veiligheidsregio’s. Besluit personeel Wvr. Regionaal crisisplan VRHM (zie www.vrhm.nl regionale plannen). Werkplan Multi Disciplinaire Opleiden Trainen Oefenen (MDOTO) van VRHM.
➔ Wat gaan we daarvoor doen? De veiligheidsregio is wettelijk verantwoordelijk voor de inrichting van de hoofdstructuur. Deze bestaat uit de meldkamer, één of meer commando’s plaats incident, één of meer teams bevolkingszorg, een regionaal operationeel team, en een gemeentelijk beleidsteam of, bij een bovenlokale ramp of crisis: een regionaal beleidsteam. GHOR is verantwoordelijk voor het leveren van vakbekwame GHORcrisisfunctionarissen: • (operationeel) Directeur Publieke Gezondheid • Algemeen Commandant geneeskundige zorg • Officier van Dienst Geneeskundig • Hoofd Informatie geneeskundige zorg • Hoofd Ondersteuning geneeskundige zorg • Hoofd Acute Gezondheidszorg • Hoofd Publieke Gezondheidszorg • Operationeel Medewerker Actiecentrum.
Zorgnetwerk: Relatiebeheer en afspraken zorgpartners (schil 2a) Wat willen we bereiken? Afspraken met zorgpartners over de voorbereiding op hun taken in de geneeskundige hulpverlening en/of hun inzet om de kwaliteit van hun zorgverlening onder alle omstandigheden te garanderen (zgn. continuïteit van zorg).
Voor wie doen we het? • Acute zorgpartners: RAV, GGD, Meldkamer Ambulancezorg (MKA), ziekenhuizen, traumacentrum, huisartsenposten en –kringen en NRK in de regio Hollands Midden. Care organisaties: (koepels van) verpleeghuizen, gehandicaptenzorg, thuiszorg, • GGZ-instellingen in de regio Hollands Midden.
Wat is het wettelijk kader?
• De jaarplanning OTO van GHOR is afgestemd op het jaarplan OTO van de veiligheidsregio. • Deelgenomen aan alle VRHM-evaluaties van hoofdstructuur-oefeningen. • Deelgenomen aan alle evaluaties van de veiligheidsregio van operationele inzetten.
Wet veiligheidsregio’s, Wet Toelating Zorginstellingen, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, Wet publieke gezondheid, Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, Tijdelijke Wet ambulancezorg, Wet langdurige zorg, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Kwaliteitskader Crisisbeheersing en OTO 2.0, Kwaliteitskader Spoedzorgketen. Regionaal risicoprofiel, regionaal crisisplan, regionaal beleidsplan VRHM (zie www.vrhm.nl regionale plannen). Convenanten en overeenkomsten tussen bestuur VRHM en zorgpartners. Herijking van de visie op zorgcontinuïteit, Raad van DPG’en.
Waarom gaan we het doen?
Wat gaan we daarvoor doen?
De regio Hollands Midden is voorbereid op de bestrijding van rampen en het beheersing van crises, ook wat betreft de vakbekwame crisishoofdstructuur. Doet een incident zich voor, dan is vastgelegd wat een GHOR-crisisfunctionaris moet doen en waarvoor hij verantwoordelijk is om (volg)schade te beperken en snel terug te keren naar de normale situatie.
Zorgpartners moeten maatregelen nemen om de kwaliteit van hun zorgverlening onder alle omstandigheden te garanderen, dus ook ten tijde van een ramp of crisis. Een adequate voorbereiding kan bij een ramp of crisis schade beperken. De partners in de acute zorg hebben bovendien een (wettelijke) taak in de geneeskundige hulpverlening.
GHOR draagt bij aan projecten van de werkgroep MDOTO van de veiligheidsregio.
Welk resultaat levert het op?
GHOR bereidt voor, voert uit en monitort actuele schriftelijke afspraken tussen het bestuur VRHM en zorgpartners. GHOR bevordert aansluiting van de integrale crisisplannen van de ketenpartners op de
Productenboek Hecht 2024 | 57
➔ plannen van de veiligheidsregio (en vice versa). Overleg vindt plaats met zorgpartners op strategisch, tactisch en operationeel niveau. GHOR wil een blijvend interessant aanbod bieden dat tegemoet komt aan de actuele en veranderende behoefte van zorgpartners in de regio. Voor haar partners organiseert GHOR jaarlijks kennisbijeenkomsten waarvan één met bestuurders. Met elke partner vindt een jaargesprek plaats, waarin afspraken en samenwerking worden geëvalueerd.
Welk resultaat levert het op? • Uitvoering van alle afgesproken overleggen met partners. • Accountgesprekken 1 tot 2 x per jaar met zorgpartners. • Kennis- en themabijeenkomsten met (care en cure) zorgpartners. • Een periodieke bestuurlijke rapportage over de mate van voorbereid zijn van de zorgpartners in de regio Hollands Midden die een wettelijke taak hebben in de geneeskundige hulpverlening en over zorgcontinuïteit in de regio Hollands Midden.
Bovenregionale en landelijke netwerken: • Netwerk managers GHOR provincie Zuid-Holland • Netwerk DPG’en provincie Zuid Holland • Netwerk Acute Zorg West • Thema gerelateerde netwerken • Netwerk Informatiemanagement (Veiligheidsberaad) • Netwerk GGD GHOR Nederland (Raad van DPG’en, overleg managers GHOR, netwerken GHOR-dossiers) Programmacollege GHOR: GHOR-managers, GGD GHOR Nederland, AZN, ministeries V&J, VWS, NRK, RIVM, Brandweer Nederland.
Wat is het wettelijk kader? Wet veiligheidsregio’s. Wet publieke gezondheid. Kwaliteitskader Crisisbeheersing en OTO 2.0, Kwaliteitskader Spoedzorgketen.
Wat gaan we daarvoor doen? Waarom gaan we het doen? Zorgpartners in regio Hollands Midden zijn voorbereid op het leveren van adequate zorg onder crisisomstandigheden. Een goede voorbereiding vermindert de kans op het ontstaan van incidenten en van (volg-)schade en zorgt voor een snelle terugkeer naar de normale situatie.
Bijdragen aan regionale, bovenregionale en landelijke netwerken (schil 2a)
• GHOR bereidt voor, voert uit en monitort actuele schriftelijke afspraken tussen het bestuur VRHM en zorgpartners. • GHOR bevordert aansluiting van de integrale crisisplannen van de ketenpartners op de plannen van de veiligheidsregio (en vice versa). Overleg vindt plaats met zorgpartners op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Het ROAZ is een belangrijk netwerk hiervoor. • GHOR neemt deel aan landelijke werkgroepen voor beleidsontwikkeling en conformeert zich zoveel mogelijk aan het landelijk beleid.
Welk resultaat levert het op? Wat willen we bereiken? Afspraken over de zorg verlenen in acute situaties en (meer) samenwerken in veiligheid en zorg, gericht op inhoud en uniforme uitvoering.
Voor wie doen we het? Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) West. Belangrijk doel: patiënten de acute zorg krijgen die ze nodig hebben op het juiste moment en op de juiste plek, ook in crisisomstandigheden.
58 | Productenboek Hecht 2024
• Bijgedragen aan trainingen en kennisbijeenkomsten van het ROAZ. • Deelgenomen aan overleggen ROAZ: strategisch ROAZ, tactisch ROAZ en themagroep Crisisbeheersing. Aandacht voor onderwerpen veiligheid - zorg, voor het oplossen capaciteitsknelpunten en gevolgen voor geneeskundige hulpverlening. • Bijgedragen aan afspraken over interregionale bijstand van omliggende GHORregio’s en versterken crisisorganisatie GHOR. • Belangen behartigd voor adequate regionale voorbereiding en uitvoering geneeskundige hulpverlening. • Bijgedragen aan innovaties, zoals vergroot voorspellend vermogen en verdieping (capaciteiten)analyse van het geneeskundig risicoprofiel.
➔ • Bijgedragen aan (streven naar) uniforme uitvoering op GHOR-dossiers door GHORregio’s, zoals (verminderde) zelfredzaamheid, zorg continuïteit, evenementen advisering en informatievoorziening. • Bijdragen aan thema gerelateerde netwerken, zoals over rol GHOR voor • voorbereiding care instellingen.
Waarom gaan we het doen? Een voorbereiding van zorgpartners op het leveren van adequate zorg onder crisisomstandigheden. Een goede voorbereiding vermindert de kans op het ontstaan van incidenten en van (volg-)schade en zorgt voor een snelle terugkeer naar de normale situatie.
Crisisfunctionarissen GHOR: Parate en vakbekwame crisisorganisatie GHOR (schil 2a) Wat willen we bereiken? Het 24/7 beschikbaar hebben van personen die een crisisfunctie vervullen voor een daadwerkelijk inzet voor GHOR Hollands Midden.
Voor wie doen we het? • Crisisfunctionarissen GHOR. • Werkgevers van crisisfunctionarissen GHOR: RAV, GGD, RDOG HM, Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond.
Wat is het wettelijk kader? Wet veiligheidsregio’s, Besluit personeel Crisismodel GHOR, Raad van DPG’en, 2013. Beleidsplan GHOR Hollands Midden.
opschaling. Het model vergemakkelijkt bovenregionale samenwerking. GHOR vertaalt de landelijke eisen in regionale afspraken. • Met GGD, RAV, MKA, RDOG en Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond onderhoudt GHOR contacten en heeft afspraken over de beschikbaarheid voor het leveren en inzet van crisisfunctionarissen GHOR. Periodieke evaluatie is onderdeel van deze afspraken. • GHOR voert een jaarplanning uit voor opleidingen, trainingen en oefeningen van haar crisisfunctionarissen, dat gebaseerd is op de uitgangspunten van het VRHMwerkplan. De uitvoering van de detailplanning wordt continue gemonitord en bijgesteld aan de actualiteit. • Alle OTO-(deel)activiteiten (tot en met evaluaties) worden vastgelegd in het registratiesysteem AG5.
Welk resultaat levert het op? • Continuïteit in bezetting en vakbekwaamheid van de GHOR-crisisfuncties. • > 90% van de GHOR-functionarissen is opgeleid, getraind en geoefend volgens de jaarplanning OTO van de GHOR. • Deelname aan alle multidisciplinaire evaluaties van oefeningen van de hoofdstructuur. • Actuele afspraken met GGD, RAV, Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond over het leveren van personeel, over informatie en materieel voor de parate crisisorganisatie van GHOR.
Waarom gaan we het doen? GHOR is voorbereid voor regie en coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en continuïteit van zorg bij een daadwerkelijke inzet. Doet een incident zich voor, dan zijn GHOR-crisisfunctionarissen vakbekwaam in wat zij moeten doen om (volg)schade te beperken en snel terug te keren naar de normale situatie.
Wat gaan we daarvoor doen? • Het Besluit personeel van Wet veiligheidsregio’s regelt voor welke functies de GHOR verantwoordelijk is en wat de verplichte opkomsttijden zijn. Van de 7 wettelijke GHOR- functies hebben vier functies een wettelijk verplichte opkomsttijd. • In het Besluit personeel Wvr en in het crisismodel GHOR zijn landelijke eisen voor de crisisfuncties GHOR vastgelegd. Het crisismodel fungeert alleen in situaties van
Productenboek Hecht 2024 | 59
➔ Jeugdgezondheidszorg
➔ Schil 2: Wettelijk verplichte taak gemeente en GR Prenatale voorlichting en zorg (schil 2a) Welk resultaat levert het op? Door vroegtijdige voorlichting, ondersteuning en zorg te bieden tijdens de zwangerschap willen wij gezondheidswinst bereiken van aanstaande ouder(s) en hun ongeboren kind. Zo dragen wij bij aan een zo optimaal mogelijke start van het kind en het (nieuwe) gezin.
Voor wie doen we het? Aanstaande ouders; ouderschap begint vóór de bevalling en de voorbereiding op het ouderschap is belangrijk voor beide ouders. Zwangere vrouwen waarvoor één of meer risicofactoren gelden: • Vrouwen die ongewenst zwanger zijn geworden. • Vrouwen die op jonge leeftijd zwanger zijn geworden. • Niet- westerse allochtone vrouwen. • Vrouwen met een lage sociaaleconomische status. • Vrouwen zonder vaste woon- of verblijfplaats, waaronder illegalen. • Alleenstaande vrouwen. • Vrouwen/ ouders met een verstandelijke beperking. • Vrouwen met verslavingsproblematiek of psychiatrische problematiek.
Wat gaan we daarvoor doen? • Voor alle (aanstaande) ouders: workshop “Ouderschap en hechting met je baby”. De jeugdverpleegkundige geeft (samen met de verloskundige) voorlichting aan ouders over gezonde leefstijl, hechting en voorbereiding op de verzorging van een baby. • Voor de risicogroepen is het van belang dat zij zo vroeg mogelijk tijdens de zwangerschap aanvullende ondersteuning ontvangen. Deze ondersteuning kan bestaan uit: • een prenataal huisbezoek en • indien nodig Stevig Ouderschap Prenataal. Wanneer de baby geboren is kan deze steun nog enige tijd doorgaan in het kader van regulier Stevig Ouderschap. Stevig Ouderschap Prenataal Stevig Ouderschap Prenataal voorziet in maximaal vier prenatale huisbezoeken door de verpleegkundige Stevig Ouderschap die hier speciaal voor is opgeleid. Verwijzing van cliënten vindt plaats op indicatie van de verloskundige of vanuit de Jeugdgezondheidszorg zelf. Stevig Ouderschap Prenataal biedt de mogelijkheid om direct na de bevalling de interventie voort te zetten met zes postnatale Stevig Ouderschap bezoeken. De JGZ draagt bij aan het actieprogramma Kansrijke Start.
Welk resultaat levert het op? Wat is het wettelijk kader hiervoor? Wet publieke gezondheid artikel 2h
Prenatale voorlichting werkt preventief. Als aanstaande ouders goed zijn geïnformeerd en de weg naar hulp en ondersteuning weten te vinden kunnen eventuele problemen voor het kind of het gezin worden voorkómen of in een vroegtijdig stadium worden onderkend en aangepakt. De kans op een goede start voor hun kinderen is dan zo groot mogelijk. Daarnaast kunnen aanstaande moeders, die elkaar tijdens de workshop Ouderschap en hechting met je baby leren kennen, een sociaal netwerk opbouwen waar ze anders minder de gelegenheid voor hebben. Met name voor aanstaande moeders bij wie
Productenboek Hecht 2024 | 61
➔ sprake is van mogelijke risico’s, is ondersteuning uit de naaste omgeving belangrijk bij het voorkomen en oplossen van latere problemen.
Wat is het wettelijk kader hiervoor? Besluit publieke gezondheid Jeugdwet
Waarom gaan we dat doen? De relevantie van pre- en perinatale voorlichting en zorg wordt onderstreept door de gevolgen van perinatale problematiek op de lange termijn. Er is veel onderzoek verricht naar de effecten van vroeggeboorte en laag geboortegewicht. Uit dit onderzoek blijkt dat verschillende fysieke problemen, gezondheidsklachten, cognitieve ontwikkelingsachterstanden, psychiatrische ziektebeelden, verminderde sociale competenties en hogere zorgconsumptie hiervan het gevolg te zijn. Amerikaans onderzoek laat zien dat de prenatale zorg bij risicogroepen positieve effecten laat zien namelijk, • minder vroeggeboorte en een hoger geboortegewicht; • minder kindermishandeling; • minder gedragsproblemen door alcohol of drugsgebruik van moeders; • minder obesitas.
Wat gaan we daarvoor doen?
De kosten worden binnen vijftien jaar viervoudig terugverdiend. Prenatale voorlichting en zorg draagt bij aan het doorbreken van de overdraagbaarheid van de problemen tussen generaties.
Extra zorgbehoefte • Als er sprake is van een (risico) situatie of probleem, bieden JGZ-professionals extra contactmomenten aan. • Integrale Vroeghulp (IVH)
JGZ 0 - 18 jaar (schil 2a)
JGZ draagt met casemanagement en expertise bij aan Integrale Vroeghulp (IVH). IVH bestaat uit multidisciplinaire netwerken die zorgen voor het vroegsignaleren, diagnosticeren en ondersteunen van problemen rond de ontwikkeling van jonge kinderen.
Deze omschrijving omvat de gehele JGZ 0-18 jaar, extra zorg risico jeugdigen, zorgcoördinatie, Stevig Ouderschap en Integrale Vroeghulp.
Wat willen we bereiken? Het bevorderen, beschermen en bewaken van de gezondheid en de lichamelijke, sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van jeugdigen in de leeftijd van -9 maanden tot 18 jaar.
Voor wie doen we het? Jeugdigen 0-18 jaar en hun ouders/ verzorgers.
62 | Productenboek Hecht 2024
Basispakket JGZ Iedere jeugdige krijgt het volledige Basispakket JGZ aangeboden. In het Landelijk Professioneel Kader staat per ontwikkelingsfase van een kind aangegeven wanneer JGZ-organisaties onderdelen uit het Basispakket JGZ moeten aanbieden. Bij elk moment van contact maakt de JGZ-professional in overleg met ouders/ jongere een inschatting van de zorgbehoefte met behulp van het model Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoefte (GIZ). Link naar GIZ De landelijke professionele JGZ-richtlijnen worden toegepast bij de momenten van contact en het Rijksvaccinatieprogramma (incl. Hielprikscreening gedelegeerd aan de verloskundigen) en de gehoortest bij baby’s worden uitgevoerd.
• Intensievere vormen van extra zorg zijn Bemoeizorg (inzet Gezinsverpleegkundige in de grotere gemeenten) en Stevig Ouderschap/ Stevig ouderschap Prenataal. Verwijzen De jeugdarts heeft de wettelijke bevoegdheid om rechtstreeks te verwijzen naar jeugdhulp en/of specialistische gezondheidszorg.
➔ Meldcode Indien de ouder niet tot een extra zorgconsult bereid is, maar naar inschatting van de medewerker, na overleg met school of huisarts, dringend ondersteuning geboden is, start de JGZ-professional de werkwijze meldcode kindermishandeling aan de hand van het afwegingskader.
• Een betere afstemming, samenwerking en snelle uitwisseling van gegevens tussen instellingen. • Het ondersteunen en versterken van de sociale netwerken in de buurt/school/ kinderopvang.
Waarom gaan we dat doen? Life Chat Dit zijn interactieve lessen van één lesuur, ontwikkeld en uitgevoerd in samenwerking tussen Gezondheidsbevordering en onderzoek en Jeugdgezondheidszorg. Het doel van de les is om een klassengesprek over gezondheidsthema’s op gang te brengen. De lessen zijn bedoeld voor leerlingen in leerjaar 3 of 4 van het voortgezet onderwijs. Life chat wordt niet standaard op alle scholen aangeboden. Scholen kunnen naar behoefte de lessen aanvragen. Signalering spraak taalachterstanden Binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) wordt standaard aandacht besteed aan de spraak- en taalontwikkeling van het kind. Wanneer er twijfels zijn op het gebied van spraak- en taalontwikkeling vindt nader onderzoek plaats en wordt er toegeleid naar andere professionals. Het signaleren en verwijzen van doelgroepkinderen VVE valt binnen de reguliere taken van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Het stellen van een indicatie, het toeleiden naar VVE plaatsing, monitoring en het afstemmen over VVE met gemeente en voorschoolse voorzieningen zijn aanvullende taken (schil 3). Zorgafstemming en deelnemen aan 1 Gezin 1 Plan 1 Regisseur (1G1P1R) De JGZ-professional schat in afstemming met de jeugdige en zijn ouders of verzorgers in welke zorgverlening nodig is en formuleert gewenste maatregelen (zie art 5.1).
Als er meer hulpverlenende instanties bij een gezin betrokken zijn wordt de aanpak 1Gezin1Plan uitgevoerd.
Welk resultaat levert het op? • Bereik van minimaal 95% van de kinderen en extra zorg wanneer nodig. • Vaccinatiegraad van minimaal 93%. • (Op) tijd voor elk kind: vroegtijdig signaleren en waar nodig inzetten voorlichting, advies, lichte pedagogische ondersteuning of toeleiding naar zwaardere vorm van hulpverlening.
• Jeugdigen groeien gezond en veilig op: functioneren lichamelijk en mentaal zo goed mogelijk, hebben vaardigheden om voor zichzelf te zorgen en een positief toekomstperspectief, zitten lekker in hun vel en kunnen sociaal maatschappelijk participeren (positieve gezondheid). • Met preventie en lichte begeleiding wordt een beroep op zwaardere zorg voorkomen bij een grote groep kinderen en ouders. • Preventie van kindermishandeling. • Preventie van schoolverzuim en schooluitval.
Rijksvaccinatieprogramma (schil 2a) Wat willen we bereiken? Optimale bescherming tegen onderstaande infectieziektes door middel van vaccinaties volgens het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Soms betreft het een vaccinatie van zwangeren (kinkhoest, griep), hoofddoel is het kind optimaal te beschermen. Extra aandacht wordt besteed aan kinderen die niet of onvolledig zijn ingeënt. Deels zijn dit kinderen afkomstig uit het buitenland waar andere vaccinatieschema’s werden gevolgd. Het Rijksvaccinatieprogramma bestaat uit de volgende vaccinaties: in chronologische volgorde. • Kinkhoest (te starten middels vaccinatie van zwangeren). • Griep (middels vaccinatie van zwangeren). • DKTP-Hib-HepB (difterie, kinkhoest, tetanus, polio, haemophilus influenza type b, hepatitis B). • Pneu (Pneumokokkenziektes). • BMR (bof, mazelen, rodehond).
Productenboek Hecht 2024 | 63
➔ • Men-ACWY (meningokokken-types ACWY). • HPV (humaan papillomavirus). • Rotavirus (m.i.v. januari 2024).
Welk resultaat levert het op? De Jeugdgezondheidszorg streeft naar een vaccinatiegraad van minimaal 93 %.
Waarom gaan we dat doen? Voor wie doen we het? Alle jeugdigen van 0 tot 18 jaar, dit gebeurt deels door zwangeren te vaccineren.
Wat is het wettelijk kader hiervoor?
Gezondheidswinst door een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad van de bevolking. Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt alle kinderen in Nederland tegen veertien ernstige infectieziekten, waardoor ernstige (en soms blijvende) afwijkingen en/of kans op sterven kan worden voorkomen.
Wet publieke gezondheid artikel 6b
Wat gaan we daarvoor doen? • Kinderen van 0 tot 4 jaar krijgen hun vaccinaties tijdens de reguliere contactmomenten JGZ. • Jeugdigen vanaf 8 jaar krijgen doorgaans een uitnodiging op naam voor een groepsvaccinatie. Groepsvaccinaties vinden afhankelijk van de cohortgrootte meestal in gehuurde ruimten plaats zoals in sporthallen maar soms ook op het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). • Wanneer maatwerk nodig is, kan een individuele afspraak worden gemaakt voor een spreekuur voor `Inhaal- en bijzonderhedenvaccinaties’. • Tijdens de contactmomenten wordt besproken of ouders hun kinderen willen laten vaccineren. Ook wordt de vaccinatiestatus nagegaan. Zo nodig wordt een open gesprek gevoerd over de keuze van ouders en jongeren om wel of niet te laten vaccineren. • Onvolledig gevaccineerde jeugdigen worden tot hun 18e jaar in samenwerking met het RIVM, periodiek actief benaderd en in de gelegenheid gesteld zich te laten vaccineren. • Registratie van de vaccinatie gebeurt tijdens het vaccinatieconsult; op het vaccinatiebewijs van de gevaccineerde en in het Digitaal kind/jeugdige dossier van de GGD. • Uitwisseling van deze informatie ten behoeve van de landelijke database van het RIVM vindt plaats met het Landelijk Schakelpunt (LSP), indien ouder/ jeugdige daarvoor toestemming geeft. Deze uitwisseling voldoet aan de eisen die de wet AVG stelt.
64 | Productenboek Hecht 2024
CJG advies en telefonie (schil 2a) Wat willen we bereiken? Wij willen een laagdrempelige toegang zijn voor (aanstaande) ouders/opvoeders, jongeren en professionals die op zoek zijn naar informatie of die een afspraak willen maken voor een contactmoment bij de Jeugdgezondheidzorg.
Voor wie doen we het? Voor (aanstaande) ouders/verzorgers, voor kinderen tot 18 jaar en voor (zorg-) professionals die voor/met kinderen werken.
Wat gaan we daarvoor doen? • De telefonische advisering is gekoppeld aan de reguliere telefonie van de Jeugdgezondheidzorg via het Klant Contact Centrum. Er is voor ouders één telefoonnummer voor al hun vragen: de CJG Advies lijn (088-2542384). • Voor huisartsen en medewerkers van onze ketenpartners zijn wij telefonisch bereikbaar op het nummer 088 - 308 33 42. • Het beantwoorden van inhoudelijk vragen van ouders via telefoon, via een e-consult of via de chat. Met ingang van 2024 bieden JGZ-organisaties gezamenlijk landelijk uniforme en betrouwbare informatie via www.GroeiGids.nl (incl. de app.) en www.Jouwggd.nl Ook bemannen zij gezamenlijk de landelijke chatfunctie hiervan. Lokale informatie blijft via de CJG-websites aangeboden. • Het inschrijven van deelnemers voor cursussen en het afhandelen van de cursusadministratie.
➔ Welk resultaat levert het op? • Laagdrempelige bereikbaarheid voor de doelgroep. • Goede informatie- en afsprakenplanning. • Laagdrempelige advisering aan ouders, jongeren en (zorg-) professionals.
Waarom gaan we dat doen? • Om de opvoedvaardigheden van (aanstaande) ouders door laagdrempelige voorlichting en advies te versterken. • Om laagdrempelig bereikbaar te zijn voor (zorg-) professionals, ouders en jongeren. • Voor een goede informatie- en afsprakenplanning voor de contactmomenten JGZ en de cursussen vanuit het CJG-cursusbureau.
➔ Schil 3: Dienst voor één of meerdere gemeente(n) Klant Contact Centrum
De Pedagogisch adviseur
Wat willen we bereiken?
Wat willen we bereiken?
Wij willen een laagdrempelige toegang zijn voor (aanstaande) ouders/opvoeders, jongeren en professionals die op zoek zijn naar informatie of die een afspraak willen maken voor een contactmoment bij de Jeugdgezondheidzorg.
Ouders voelen zich gesterkt in het opvoeden van hun kind (eren) en in het ouderschap waardoor (ernstige) opvoedproblemen en de inzet van zwaardere en intensievere jeugdhulp mogelijk worden voorkomen.
Voor wie doen we het?
Voor wie doen we het?
Voor (aanstaande) ouders/verzorgers, voor kinderen tot 18 jaar en voor (zorg-) professionals die voor/met kinderen werken.
Voor ouders en/of verzorgers die een extra ondersteuningsbehoefte hebben in het opvoeden van hun kind(eren) in de leeftijd van 0 tot 18 jaar.
Wat gaan we daarvoor doen?
Voor JGZ-collega’s, leerkrachten, pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, maatschappelijk werkers of praktijkondersteuners die de pedagogisch adviseur willen consulteren.
Het Klant Contact Centrum heeft de volgende taken. • Het wijzigen van afspraken (ook voor vaccinaties JGZ). • Het doorverbinden met CJG-medewerkers of locaties. • Het inschrijven van deelnemers voor cursussen en het afhandelen van de cursusadministratie.
Welk resultaat levert het op? • Laagdrempelige bereikbaarheid voor de doelgroep. • Goede informatie- en afsprakenplanning.
Waarom gaan we dat doen? • Om laagdrempelig bereikbaar te zijn voor (zorg-) professionals, ouders en jongeren. • Voor een goede informatie- en afsprakenplanning voor de contactmomenten JGZ en de cursussen.
66 | Productenboek Hecht 2024
Wat gaan we daarvoor doen? • Uitgangspunt is de vraag die de ouder stelt of het probleem waarbij hulp wordt gevraagd. Samen met de ouder(s) wordt in (een aantal) gesprek(ken) bekeken welke ideeën en mogelijkheden er zijn om het probleem op te lossen. Hierbij wordt aangesloten bij de mogelijkheden van de ouder. • Zo nodig geeft de pedagogisch adviseur informatie over andere en/of aanvullende steun en hulp en begeleidt de pedagogisch adviseur de ouder naar de meest geëigende hulpverlening. • Er wordt onder meer vanuit de methodiek van Triple P gewerkt. • De pedagogisch adviseurs verzorgen themabijeenkomsten en/ of oudercursussen voor ouders en professionele werkers.
➔ Welk resultaat levert het op? De pedagogische draagkracht van ouders neemt toe zodat zij ook (eventuele) nieuwe moeilijkheden en uitdagingen in de opvoeding weten te hanteren.
Waarom gaan we dat doen? Met deze opvoedingsondersteuning proberen wij ernstige opvoedproblemen en de inzet van zwaardere en intensievere jeugdhulp te voorkomen Doordat de ouders gewend zijn het CJG te bezoeken met hun kind wordt de ondersteuning door een pedagoog in het CJG als laagdrempelig ervaren.
• Het flexibel budget kan worden ingezet voor extra preventieactiviteiten op scholen. • Op gemeenteniveau gaan we in op specifieke vragen van gemeenten, scholen en andere partners. Dit kan bijvoorbeeld gaan om de inzet van Jeugdgezondheidsmedewerkers bij de opzet van een lokaal preventieteam, andere niet-cliëntgebonden netwerkoverleggen zoals Kansrijke Start, samenwerkingsoverleg met wijkteams of het ontwikkelen van interventies. • Het flexibel budget is opgesplitst in twee doelgroepen: JGZ 0-12-jarigen en JGZ 12 jaar en ouder
Welk resultaat levert het op?
Basispreventie flexibel budget Jeugdgezondheidzorg (JGZ) 0-12 jaar en Jeugdgezondheidszorg 12 jaar en ouder
Wat willen we bereiken? • Het bieden van extra zorg en/of ondersteuning die buiten de opdracht van het Basispakket valt. • Het bieden van zorg en/of ondersteuning die niet volledig wordt gedekt met de financiering vanuit het basispakket. • Een op maat aanbod, naast de reguliere dienstverlening, van zorg en/of ondersteuning op groepsniveau. • Kennisdeling met samenwerkingspartners en gemeenten. Voor wie doen we het? • (Ouders van) kinderen in de leeftijd van 0-18 jaar met extra ondersteuningsbehoeften die niet binnen de basistaken van de JGZ zijn opgenomen maar ook geen (gespecialiseerde) jeugdhulp vragen. • (Ouders van) kinderen in de leeftijd van 0-18 jaar met extra ondersteuningsbehoeften waarbij het aanbod van de JGZ niet (volledig) wordt gedekt vanuit het basispakket. • Gemeenten, scholen en netwerkpartners.
Het dienstverleningsaanbod sluit aan op de extra ondersteuningsbehoefte van de ouders/jeugdigen. JGZ-professionals delen hun (medische) expertise en kennis met netwerkpartners en gemeenten (en vice versa) en dragen bij aan het opstellen en realiseren van gezondheidsbeleid voor de doelgroep. De extra inzet zorg/ondersteuning biedt de mogelijkheid om toe te leiden naar de mogelijkheden van preventie in het sociaal domein.
Waarom gaan we dat doen? De basistaken voor de uitvoerende JGZ-professional zijn primair afgestemd op kind gerelateerde taken. Wanneer de expertise van de uitvoerende professional nodig is op beleids- en procesniveau valt dit buiten de basistaken van de Jeugdgezondheidszorg. Het basispakket Jeugdgezondheidszorg omvat het signaleren en verwijzen maar voorziet niet in extra inzet voor een gerichte toeleiding naar een (preventief) vervolg aanbod. Soms is de behoefte aan ondersteuning groter dan de middelen beschikbaar vanuit het basispakket. In de ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en gezinnen wordt uitgegaan van: • demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren door onder meer bij te dragen aan het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen en • eerder de juiste hulp op maat regelen om het beroep op dure gespecialiseerde hulp te verminderen.
Wat gaan we daarvoor doen? • Op gezinsniveau sluiten we via het flexibel budget aan op specifieke ondersteuningsbehoefte(n) en wensen van ouders/jeugdigen. Bijvoorbeeld een kortdurend Triple P traject of extra verzuimbegeleiding.
Productenboek Hecht 2024 | 67
➔ Preventieve Logopedische Zorg
Bovenstaande werkzaamheden zijn onderverdeeld in twee pakketten:
Wat willen we bereiken? Gelijke kansen voor alle kinderen op het gebied van spraaktaalontwikkeling waardoor kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontplooien op het gebied van onderwijs, schoolmaatschappelijk functioneren en latere carrière.
Pakket 1: logopedisch spreekuur, spraak-taalscreening 5-jarigen en onderzoek op indicatie. Pakket 2: peuterobservatie en evaluatie VVE (vroeg- en voorschoolse educatie) bij 4, 5 en 6 jaar.
Voor wie doen we het?
Het is mogelijk om of alleen pakket 1 of beide pakketten 1 + 2 af te nemen.
• Kinderen van 0-12 jaar. • Ouder(s)/ verzorger(s) van kinderen 0-12 jaar. • Leerkrachten, remedial teachers en intern begeleiders van het basisonderwijs.
Welk resultaat levert het op?
Wat gaan we daarvoor doen? De JGZ-logopedist is werkzaam op de CJG-locaties, de kinderopvang en de reguliere basisscholen. Op verschillende locaties voeren de JGZ-logopedisten onderstaande werkzaamheden uit. Vroegtijdig opsporen en signaleren van kinderen met problemen op het gebied van stem, spraak, taal, gehoor en mondgedrag. • Uitvoeren van het logopedisch spreekuur: eerste fase diagnostiek. (Eenmalig oudergesprek voor kinderen met een lichte afwijking die mogelijk nog spontaan corrigeert of op dit moment nog geen probleem oplevert). • Vroeg signaleren en het uitvoeren van peuterobservaties binnen de kinderopvang. • Vroeg signaleren binnen het basisonderwijs; Screenen van alle kinderen in het reguliere basisonderwijs in de maand dat ze 5 jaar worden. • Evaluatie VVE (vroeg- en voorschoolse educatie) bij 4,5 en 6 jaar. • Uitvoeren van onderzoek op indicatie van kinderen uit groep 1 tot en met 8. • Logopedische consultatie is op aanvraag mogelijk voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. • Informeren en adviseren van leerkrachten, remedial teachers en intern begeleiders over de ondersteuning die zij kunnen geven aan het kind met logopedische problemen. • Geven van voorlichting, informatie en advies gericht op het collectief.
68 | Productenboek Hecht 2024
• Minder ernstige stoornissen op het gebied van stem, spraak, taal, gehoor en mondgedrag. • Betere communicatieve vaardigheden van het kind. • Betere cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van het kind.
Waarom gaan we dat doen? Ongeveer 5% van de kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dit is een blijvende ontwikkelingsstoornis. Het is belangrijk dat kinderen met TOS zo snel mogelijk gesignaleerd worden en de taal- en spraakontwikkeling zo goed mogelijk gestimuleerd wordt. De taal- en spraakontwikkeling is namelijk het sterkst tot ongeveer het zevende levensjaar. Interventies na die leeftijd hebben minder effect. Tijdige signalering en aanpak van andere spraak-taalstoornissen kan uitstroom naar speciaal onderwijs, voortijdige schooluitval, gedragsproblemen, afwijkende gebitsstand en daarmee hoge kosten voorkomen.
JGZ Advisering m.b.t. vrijstelling van leerplicht Wat willen we bereiken? Advisering aan Leerplicht (Leerrecht) inzake de (on)mogelijkheid van leerplichtigen om onderwijs te volgen vanuit medische en/of psychosociale problematiek.
➔ Voor wie doen we het?
Voor wie doen we het?
Leerplichtigen (en hun ouders) die aangeven om gezondheidsredenen niet in staat te zijn om onderwijs te volgen waarbij de gemeentelijke afdeling Leerplicht nader onderzoek wenselijk acht. Afdeling Leerplicht besluit in reactie op verzoek van ouders tot vrijstelling of nader onderzoek nodig is.
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is bedoeld voor peuters en kleuters met een risico op een onderwijsachterstand. Gemeenten bepalen welke kinderen in aanmerking komen voor VVE in hun gemeente. Gemeenten stellen hiervoor een doelgroep definitie op. Op basis van deze doelgroep definitie geeft de JGZ een VVE indicatie af en leidt de JGZ de peuters toe naar een VVE voorziening.
Wat gaan we daarvoor doen? • Op verzoek van de Afdeling Leerplicht gaat JGZ nader onderzoek uitvoeren. • GGD-jeugdarts spreekt vervolgens leerplichtige, ouders, behandelaars en samenwerkingsverband PO/VO (primair onderwijs en voortgezet onderwijs). Waar nodig wordt ook de betrokken school van leerplichtige jongere gesproken. • Op basis van eigen onderzoek en advies betrokken instanties wordt advies uitgebracht aan leerplicht. • Basis van elk advies is het benoemen van hoe schoolbezoek wel gerealiseerd kan worden zodat het aantal vrijstellingen tot een minimum beperkt wordt.
Wat gaan we daarvoor doen? Vroeg signaleren en verwijzen vallen onder de reguliere taken van de JGZ. Indiceren, toeleiden en monitoren zijn aanvullende taken. Indiceren Voor een deel van de doelgroepkinderen is extra tijd nodig van de jeugdverpleegkundigen om tot een (mogelijke) indicatiestelling te komen (een check of het kind voldoet aan de criteria die de gemeente opgesteld heeft).
Welk resultaat levert het op? • Onafhankelijk advies inzake belastbaarheid leerplichtige. • Verbinding sociaal medische kennis vanuit jeugdgezondheidszorg aan wettelijke taken inzake uitvoering leerplichtwet.
Toeleiden Voor een deel van de geïndiceerde kinderen is extra inzet nodig om kinderen toe te leiden naar de juiste VVE plek (bijvoorbeeld bij moeilijk bereikbare kinderen, bij een taalbarrière e.d.).
Waarom gaan we dat doen? • Vergroten kansen van iedere jeugdige op het volgen van onderwijs. • Beperken van schooluitval.
(NB: Indicatiestelling en toeleiding kunnen ook uitgevoerd worden door een door de gemeente georganiseerd VVE coördinatiepunt)
Wat willen we bereiken?
Monitoren • Opstellen van rapportages over indicaties en aanmeldingen bij VVE-aanbieders. • Monitoren aan de hand van de Peutermonitor (indien aanwezig binnen de gemeente).
Doelgroep kinderen krijgen op tijd een indicatie voor VVE, worden tijdig toegeleid naar een VVE voorziening en de voortgang van de spraak-taalontwikkeling wordt gemonitord.
Afstemmen Met de voorschoolse voorzieningen en de gemeente over beleid en proces.
Voor en vroegschoolse educatie
Productenboek Hecht 2024 | 69
➔
➔ Waarom gaan we dat doen? De JGZ ziet zo’n 95% van de peuters en kan vroegtijdig signaleren of een peuter risico loopt op een (taal-) achterstand. Omdat de JGZ de peuters al in beeld heeft wordt indicatiestelling en het toeleiden naar een VVE voorziening als een natuurlijk/ laagdrempelig proces ervaren door de ouders.
Huisbezoek bij kinderen van 18 maanden Wat willen we bereiken? Ouders voelen zich gesterkt in het ouderschap. Mogelijke zorgen en problemen worden vroegtijdig gesignaleerd en het risico op opvoedproblemen wordt verkleind. Door het observeren van de peuter in de thuissituatie krijgt de Jeugdgezondheidszorg een goed beeld van de leefomgeving van de peuter en van de interactie tussen ouder(s) en peuter in de thuissituatie.
Voor wie doen we het? • Voor ouders en verzorgers met een eerste kind in de leeftijd van 18 maanden. • Voor ouders van een kind in de leeftijd van 18 maanden waar de ouders aangeven behoefte te hebben aan een extra huisbezoek. • Voor ouders en verzorgers van een tweede of volgend kind waar de JGZ een extra huisbezoek wenselijk vindt.
Hebben ouders een netwerk waar zij steun van ervaren? Kunnen ze voldoende rondkomen en de kinderen datgene bieden wat hun groei en ontwikkeling vraagt? Weten de ouders waar ze informatie kunnen vinden? Belangrijke thema’s kunnen extra onder de aandacht worden gebracht. Bijvoorbeeld het belang van voorlezen/stimuleren van de spraak-taalontwikkeling, de verwachtingen die de ouders hebben van het kind, een gezonde leefstijl van de peuter (preventie overgewicht), het stellen van grenzen, zindelijkheid, de impact van stress en/of langdurige krappe financiële situatie op zichzelf en de opvoedingsrelatie. Met de gemeente worden afspraken gemaakt over de (gezondheids-)thema’s waar de gemeente tijdens het huisbezoek extra aandacht aan wil laten besteden.
Waarom gaan we dat doen? Ouders worden gesteund en bekrachtigd in hun ouderschap en geholpen bij hun vragen. Mogelijke risico’s of belemmeringen worden eerder zichtbaar en bespreekbaar gemaakt. Dit maakt vroegtijdig ingrijpen/ondersteunen mogelijk waardoor er, naar verwachting, minder beroep gedaan hoeft te worden op gespecialiseerde zorg en ondersteuning.
Huisvesting(slasten) JGZ
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat willen we bereiken?
Jeugdverpleegkundigen bespreken aan de hand van de GIZ (gespreksmethodiek Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoeften) de afgelopen periode. De JGZ spreekt bij voorkeur met beide ouders/verzorgers af, in de thuissituatie van het kind. Ouders kunnen vragen stellen en er wordt samen met de ouders besproken wat zij de komende periode qua ontwikkeling kunnen verwachten. Wat vraagt een peuter van de ouders en hoe kunnen zij hierop inspelen? Welke invloed heeft het hebben van een kind op de relatie met je partner?
We streven ernaar dat ouders/verzorgers die een consultatiebureau in een Centrum voor Jeugd en Gezin bezoeken, zich welkom en vrij voelen om hun ervaringen en vragen met betrekking tot het opgroeien en opvoeden van hun kinderen te bespreken. De JGZ wil haar diensten en zorg laagdrempelig en klantvriendelijk aanbieden.
Voor wie doen we het? De Jeugdgezondheidszorg heeft als taak alle jeugdigen en hun ouders te begeleiden in de groei en ontwikkeling van hun kind.
Zowel de gezondheid en het welzijn van het kind als de gezins- en omgevingsfactoren komen daarbij aan bod.
Productenboek Hecht 2024 | 71
➔ Wat gaan we daarvoor doen?
Welk resultaat levert het op?
Elke gemeente in de regio draagt de lasten van de huisvesting JGZ in de eigen gemeente. Dit omdat de oplossingen voor huisvesting van JGZ in de Centra voor Jeugd en Gezin per gemeente anders zijn. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf de huisvesting te beheren en zelf alle lasten direct te betalen. De huisvesting wordt in dat geval ‘om niet’ door de gemeente beschikbaar gesteld aan Hecht. Echter, is Hecht vaak huurder van een locatie en organiseert Hecht de bijbehorende zaken als schoonmaak, onderhoud en dergelijke. Hecht stelt in het begin van het jaar een begroting op voor de huisvestingslasten JGZ per gemeente. Deze wordt toegestuurd naar de ambtenaar Jeugd met het verzoek om toetsing van de begroting. Vervolgens factureert Hecht een voorschotbedrag op basis van de begroting. Gedurende het jaar wordt bijgehouden wat Hecht aan huisvestingslasten betaalt. Na afloop van het kalenderjaar wordt afgerekend op basis van de werkelijke lasten. Hecht rekent een kostenvergoeding voor de administratie en beheer van 5% van de huisvestingslasten per gemeente. Huisvestingslasten omvatten de posten: huur-, gas-, water-, licht-, schoonmaak- en overige aan het gebouw gebonden servicekosten. En eventuele lokale belastingen, kosten voor deelname in een beheersstichting voor een locatie en kosten klein onderhoud.
De optimale toegankelijkheid van een Centrum voor Jeugd en Gezin dan wel het consultatiebureau wordt vertaald in een fysieke vormgeving, die er uitnodigend, alledaags en vrolijk uit ziet. Het is voor zowel de klant als de professional een plezier om erbinnen te stappen, ook als men niet direct een vraag heeft en alleen informatie zoekt. Men kan er gewoon eens ‘rondneuzen’ en informatie halen zonder afspraak met een CJG-medewerker.
72 | Productenboek Hecht 2024
Waarom gaan we dat doen? Eenieder ervaart op sommige momenten stress in zijn of haar leven. Zowel de houding en gedrag van een professional als de inrichting van een consultatiebureau kunnen bijdragen aan het verminderen van stress. Dat noemen we stress-sensitief werken. De komende jaren willen we hier, bij geplande aanpassingen van consultatiebureaus, op aansluiten door bijvoorbeeld zachtere verlichting en gebruik van pastelkleuren en planten.
➔ Schil 4: Dienst voor andere opdrachtgevers Opleiding Arts Maatschappij en Gezondheid (M+G) Wat willen we bereiken? Hecht wil als opleidingsinstelling een betere aansluiting realiseren tussen opleiding, praktijk en beleid, met als resultaat adequaat geschoolde artsen voor de publieke gezondheidszorg in het werkgebied. Sinds 9 oktober 2023 is Hecht erkend als opleidingsinstelling voor het specialisme Maatschappij en Gezondheid en de profielen infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg voor onbepaalde tijd.
Welk resultaat levert het op? • Up-to-date publieke gezondheidszorg. • Adequaat opgeleide artsen. • Het houdt de organisatie scherp. • Stijging van het ambitieniveau (stilstand is achteruitgang). • Aansluiting bij landelijke netwerken. • De mogelijkheid voor artsen om dóór te ontwikkelen.
Waarom gaan we dat doen? Voor wie doen we het? Hecht beoogt kennisontwikkeling, kennisdeling en kennistoepassing te bevorderen die relevant is voor de praktijk. Daarmee zijn inwoners verzekerd van goede en doelmatige publieke gezondheidszorg.
Wat gaan we daarvoor doen? • Hecht faciliteert opleidingsvoorzieningen voor artsen Maatschappij en Gezondheid (M+G) binnen haar werkgebied. Het betreft de (1e fase) profielen infectieziektebestrijding, jeugdgezondheidszorg, forensische geneeskunde, vertrouwensartsen en de opleiding voor de 2e fase arts M+G. • De arts in opleiding tot specialist (AIOS) wordt gedetacheerd bij Hecht en krijgt begeleiding van een opleider (en bij 1e fase een begeleider) voor het leren in de praktijk. Hecht heeft hiervoor erkende opleiders en begeleiders in dienst. • Hecht werkt samen met TNO en de NSPOH, opleidingsinstituten die het theoretische deel van de opleiding verzorgen en die als zodanig door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten zijn erkend.
Hecht heeft een maatschappelijke en medische verantwoordelijkheid om landelijk op te leiden voor de opleiding arts M+G, om zo de instroom van (jonge) professionals te stimuleren en het opleidingsniveau te verhogen. Dit is essentieel vanwege het tekort aan opgeleide artsen M+G en de ontwikkelingen in de maatschappij.
Externe vertrouwenspersoon scholen Wat willen we bereiken? Ouders/verzorgers en leerlingen voelen zich ondersteund en gehoord in het doorlopen van de stappen in de klachtenprocedure in geval van machtsmisbruik op een school.
Voor wie doen we het? Ouders en leerlingen van de schoolbesturen met een contract voor de Externe Vertrouwenspersoon.
Wat gaan we daarvoor doen? De arts in opleiding is niet meer in dienst bij Hecht (na 2023 ook de nieuwe 2e fase AIOS niet meer), maar in dienst bij SBOH met een eigen CAO. Dit is het zogeheten landelijk werkgeverschap.
Hecht biedt de dienst Externe Vertrouwenspersoon aan schoolbesturen uit onze regio aan. Voor een bepaald bedrag per 100 leerlingen (dit bedrag wordt elk jaar aangepast) kunnen scholen ons als Externe Vertrouwenspersoon opnemen in hun klachtenregeling. Dat betekent dat ouders de Externe Vertrouwenspersoon kunnen benaderen als ze zich zorgen maken over een situatie op de school van hun kind.
Productenboek Hecht 2024 | 73
➔ Ook kan de Externe Vertrouwenspersoon worden benaderd door de interne vertrouwenspersonen voor (casuïstiek)overleg. De Externe Vertrouwenspersoon is de begeleider van de ouders/verzorgers. Zij luistert, geeft uitleg en/of advies over de mogelijk te nemen stappen binnen de klachtenprocedure. Zo nodig schuift de Externe Vertrouwenspersoon aan bij een gesprek met school en/of het bestuur. De coördinator van de Externe Vertrouwenspersoon kan schoolbesturen die een contract hebben ondersteunen bij het organiseren van een scholing voor hun interne vertrouwenspersoon.
Taken jeugdgezondheidszorg • Verzuimbegeleiding: de jeugdgezondheidszorg denkt mee in het begeleiden van het verzuim, in een zo vroeg mogelijk stadium. • gesprekken met student/ouders. • inventarisatie en analyse van de problematiek; • begeleiding student en ouders in het ziekteverzuim; • consultatie zo nodig, met toestemming van student van verschillende instanties en behandelaars; • advisering student, eventueel ouders en school en • onderhoudt korte lijnen met de netwerkpartners.
Welk resultaat levert het op? Waarom gaan we dat doen? De inzet van de Externe Vertrouwenspersoon draagt bij aan meer sociale veiligheid op scholen doordat leerlingen en ouders bij de Externe Vertrouwenspersoon terecht kunnen, wanneer zij met de medewerkers van school niet tot een oplossing kunnen komen.
• Op het mbo is er aandacht voor de preventie van schoolverzuim. • De JGZ wordt als adviseur tijdig ingeschakeld. • Het aantal studenten dat verzuimt neemt af. • Studenten verzuimen minder lang.
Waarom gaan we dat doen?
Preventie en schoolverzuim mbo Wat willen we bereiken? Bijdragen aan het terugdringen van ziekteverzuim waardoor mbo-studenten een beter toekomstperspectief hebben.
Mbo-studenten verzuimen vaker dan andere studenten. De ondersteuning voor ziekteverzuim vanuit de jeugdgezondheidszorg draagt bij aan het terugdringen van ziekteverzuim en vergroot de kans dat studenten de opleiding afmaken waardoor deze studenten een beter toekomstperspectief hebben.
Publieke gezondheid voor asielzoekers
Voor wie doen we het? Leerlingen op het mbo vanaf 18 jaar. Deze dienst is beschikbaar voor leerlingen op mbo-scholen die deze dienst afnemen. Bij zorgwekkend ziekteverzuim wordt de student, door school, doorverwezen naar de jeugdgezondheidszorg.
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Voor wie doen we het?
De jeugdgezondheidszorg kan handelingsgerichte adviezen geven en oplossingen aandragen aan studenten, ouders en school ten aanzien van het zorgwekkend ziekteverzuim. Het doel is om het verzuim te beperken en de student waar mogelijk aan het onderwijs te laten deelnemen.
Alle asielzoekerskinderen in de leeftijd van 0-18 jaar in de centrale opvang.
74 | Productenboek Hecht 2024
De jeugdgezondheidszorg heeft de taak een gezonde en veilige ontwikkeling van de jeugdigen te bevorderen en te borgen.
➔ Wat gaan we daarvoor doen?
Welk resultaat levert het op?
Begin 2019 hebben COA en GGD GHOR Nederland overeenstemming bereikt over de uitvoering van de Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers (PGA). Het nieuwe contract gaat in op 1 januari 2019 en eindigt 31 december 2022, met de mogelijkheid om twee keer één jaar te verlengen. In oktober 2023 is het contract met 1 jaar verlengd tot 1 oktober 2024. Hieronder staan de afspraken gemaakt met het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) over de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) in het kader van de publieke gezondheidszorg asielzoekers (PGA). Vanaf 2019 wordt de JGZ uitgevoerd op alle opvanglocaties van het COA, met uitzondering van de COL (Centrale Ontvangst locatie). In bijlage 1 van de hoofdovereenkomst PGA 2019-2022 staat beschreven wat is afgesproken met het COA over de uitvoering van de JGZ.
Inzicht in de gezondheidssituatie en gezondheidsgeschiedenis van het kind inclusief de vaccinatiestatus en -opdracht opgeslagen in het digitaal/ integraal dossier JGZ. Start van de jeugdgezondheidszorg conform de landelijke norm. Beschermd asielzoekerskind en een goede vaccinatiegraad van de groep/ bevolking. Bereik starten basisimmunisatie binnen 3 maanden na aankomst in Nederland/ COA-opvang. Een systematisch vastgestelde gezondheidssituatie, signalen ten aanzien van gezondheids- bedreigingen; voorlichting/informatie en adviezen ter verbetering of behoud van de gezondheid. Een passende verwijzing naar een (zorg)ketenpartner of hulpverlener 1e of 2e lijn. Een goed afgestemde en efficiënte zorg voor het asielzoekerskind en de alleenstaande minderjarige vreemdeling.
De contactmomenten JGZ voor de asielzoekerskinderen komen overeen met de contactmomenten in het reguliere basispakket JGZ aangevuld met een aantal specifieke activiteiten om de JGZ te starten en de asielzoekerskinderen in beeld te krijgen en te houden. Voor asielzoekerskinderen, inclusief alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv), in de leeftijd van 0 tot 18 jaar omvat het basispakket JGZ-asielzoekerskinderen 0-18 jaar onder andere:
Contactmomenten voor de intake JGZ: • De verpleegkundige intake • Het medisch onderzoek inclusief het starten van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). • Uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma • Contactmomenten op indicatie • Periodieke gezondheidsonderzoeken op basis van leeftijd van het kind
Productenboek Hecht 2024 | 75
➔ Regionale Ambulancezorgvoorziening Hollands Midden
➔ Schil 2: Wettelijk verplichte taak gemeente en GR Regionale Ambulancezorgvoorziening Hollands Midden (schil 2a)
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat willen we bereiken?
De RAV levert het complete product ambulancezorg. Dit begint met een melding die binnenkomt op de meldkamer en eindigt met de overdracht van de zorg aan een ketenpartner of het geven van zelfzorgadvies.
De RAV biedt ambulancezorg aan hen die deze (mobiele) zorg nodig hebben in de veiligheidsregio Hollands Midden. Het niveau van de zorg wordt zoveel mogelijk afgestemd op de zorgvraag en geleverd in samenwerking met haar ketenpartners. De RAV is een prehospitale zorgaanbieder, die globaal vier producten biedt. • Paraatheid. • Telefonische zorg (C1 en C2 in het nieuwe urgentiemodel). • Mobiele zorg zonder vervoer. • Mobiele zorg met vervoer.
De Meldkamer Ambulancezorg Hollands Midden (MKA) is onderdeel van de RAV. Deze meldkamer is gevestigd in de Landelijke Meldkamer Samenwerking, locatie ‘de Yp’. De centralisten op de Meldkamer Ambulancezorg Hollands Midden verwerken meldingen die binnenkomen via 112 en rechtstreeks vanuit de zorgketen. Als een zorgvraag door de meldkamer afgehandeld kan worden zonder inzet van een ambulance, dan kan de meldkamer de zorg overdragen aan huisartsen, de GGZ of de thuiszorg of kan de centralist een zelfzorgadvies afgeven.
Voor wie doen we het? Iedereen die zich in Hollands Midden bevindt, behoort tot de doelgroep van de RAV.
Wat is het wettelijke kader hiervoor? Wet toetreding zorgaanbieders Wet ambulancezorgvoorzieningen De RAV is op grond hiervan, als enige vergunninghouder, gerechtigd om ambulancezorg in de regio te (laten) verlenen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bepaalt in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hoeveel paraatheid per dagdeel door de RAV geleverd dient te worden. Ambulancezorg wordt volledig gefinancierd door de zorgverzekeraars, die gehouden zijn aan de beleidsregels die hiervoor worden opgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit. Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 Als zorginstelling overlegt de RAV regelmatig met een cliëntenraad, waarin de inspraak van inwoners op basis van de Wet medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ 2018) is geregeld.
De RAV is aangesloten bij het NAZW (Netwerk acute zorg west) en de bijhorende netwerken georganiseerd in de subregio’s: Transmuralis (Zuid Holland Noord) en ‘Gedeelde zorg’ (Midden-Holland). In het belang van de juiste zorg op de juiste plaats door de juiste zorgverlener, wordt in de toekomst de samenwerking tussen deze partners verder versterkt en verbeterd. Dit zorgt voor verdere doorontwikkeling van de zorgcoördinatie. De Meldkamer Ambulancezorg Hollands Midden (MKA) kan verschillende soorten ambulancezorg-eenheden inzetten. • Spoedambulances (hoog-complexe zorg). • Ambulances voor laag- en midden-complexe zorg. • Solo-eenheden die kunnen bestaan uit Rapid Responders, Physian Assistants of Verpleegkundig specialisten. De Physian assistants en Verpleegkundig specialisten kunnen vanuit een zelfstandige bevoegdheid meer medische zorg ter plaatse bieden. De RAV heeft verdeeld over de veiligheidsregio ambulances gepositioneerd op 3 hoofdstandplaatsen en 6 satellietposten. Vanuit deze locaties worden ambulancezorg-