Overzicht was-wordt aanpassingen tekst GR BSGR nav aanpassing Wgr
Tekst van het document
Was wordt overzicht van wijzigingen in tekst gemeenschappelijke regeling BSGR Artikel Huidige tekst 1. Het algemeen bestuur geeft aan de 12 colleges gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde
en te voeren beleid nodig zijn. 2.
3.
4.
31
1.
2.
3.
Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de in lid 1 bedoelde inlichtingen worden verstrekt. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dat college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur.
Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt met ten minste drie vierde meerderheid van stemmen de begroting vast. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de
Voorgestelde tekst 1. Het algemeen bestuur geeft aan de colleges gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. Gelijktijdig met het publiceren van de agenda en de stukken van de vergaderingen van het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband worden deze stukken ook toegezonden aan colleges en de griffies van de deelnemers. 2. Op verzoek van tenminste driekwart helft van de leden van het algemeen bestuur kan het samenwerkingsverband een informatiebijeenkomst organiseren ten behoeve van de leden van de algemeen besturen van de deelnemers inzake ontwikkelingen die gaan of kunnen gaan spelen binnen het samenwerkingsverband. 3. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de in lid 1 bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dat college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd. 5. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. 1.
Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt met ten minste drie vierde meerderheid van stemmen de begroting vast. 3. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden
4.
5.
6.
7.
8.
9.
38
1.
vertegenwoordigende organen van de deelnemers. De ontwerpbegroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van ieder der deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, leden 2 en 3, van de Gemeentewet en artikel 100, leden 2 en 3, van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. De vertegenwoordigende organen van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur hun zienswijzen naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. Het bepaalde in lid 1, 2, voor wat betreft het gestelde ten aanzien van een meerderheid van stemmen, 4 en 5 is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, behoudens de daarin genoemde data.
Het bepaalde in lid 8 is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt gebracht.
Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. De deelnemer die uit de regeling wenst te treden maakt, na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het algemeen bestuur van het
toe aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. De ontwerpbegroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van ieder der deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, leden 2 en 3, van de Gemeentewet en artikel 100, leden 2 en 3, van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. De vertegenwoordigende organen van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur hun zienswijzen naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. Het bepaalde in lid 1, 2, voor wat betreft het gestelde ten aanzien van een meerderheid van stemmen, 4 en 5 is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, behoudens de daarin genoemde data.
Het bepaalde in lid 8 is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt gebracht.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
1.
Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. De deelnemer die uit de regeling wenst uit te treden maakt, na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het algemeen bestuur van het
2.
3.
4. 5.
6.
7.
samenwerkingsverband en aan de overige deelnemers. Gedurende vijf jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling te treden. Voor uittreding wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. Uittreding vindt plaats aan het eind van het kalenderjaar. Na ontvangst van het in lid 1 vermelde schrijven wordt aan een, in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen, onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling besloten. Het liquidatieplan wordt met ten minste drie vierde meerderheid van stemmen vastgesteld door het algemeen bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan het samenwerkingsverband te voldoen. De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.
2.
3. 4. 5.
6.
samenwerkingsverband en aan de algemeen besturen van overige deelnemers. Gedurende vijf jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling te treden. Voor uittreding wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. Uittreding vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar. Na ontvangst van het in lid 1 vermelde schrijven wordt aan de deelnemer een voorlopige inschatting gegeven welk bedrag zij als ‘uittreedfee’ verschuldigd is aan het samenwerkingsverband. De ‘uittreedfee’ bestaat uit twee componenten, te weten: * een bedrag aan incidentele kosten die door het samenwerkingsverband en/of de achterblijvende deelnemers worden gemaakt ten behoeve van de overdracht van de belasting- en WOZ-administratie aan de uittredende deelnemer en * een afkoopsom bestemd om de overige financiële gevolgen van het uittreden van de deelnemer voor de achterblijvende deelnemers te compenseren.
De in lid 5 genoemde afkoopsom bedraagt 250% van de bijdrage van de uittredende deelnemer die deze deelnemer volgens de begroting (na de laatste begrotingswijziging over dat jaar) van het samenwerkingsverband voorafgaand aan het jaar van uittreden uit het samenwerkingsverband verschuldigd was aan het samenwerkingsverband, daarop worden in mindering gebracht: o het aandeel van de uittredende partij in de algemene reserve en eventueel een (deels) ten behoeve van de uittredende partij gevormde bestemmingsreserve; en o de personele kosten van personeel dat door de uittredende partij van het samenwerkingsverband wordt overgenomen.
40a
De afkoopsom kan nooit minder dan nul euro bedragen. 7. Na vaststelling van de jaarrekening over het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding wordt de hoogte van de ‘uittreedfee’ definitief bepaald en aan de uitgetreden deelnemer door het algemeen bestuur schriftelijk kenbaar gemaakt. 8. De uittredende deelnemer voldoet de incidentele kosten zodra deze bij hem in rekening worden gebracht. De volledige afkoopsom moet uiterlijk binnen een termijn van vier jaar na uittreding zijn voldaan. Daarbij dient in het 1e jaar na uittreding door de uittredende deelnemer 100% van de bijdrage die de uittredende deelnemer conform de begroting vóór het jaar van uittreden (na de laatste begrotingswijziging) aan het samenwerkingsverband verschuldigd was te worden voldaan en in de jaren daarop respectievelijk 75%, 50% en 25%. 1. Ieder lid van het algemeen bestuur kan een onderwerp dat speelt, gaat of kan gaan spelen binnen het samenwerkingsverband voordragen om aan de algemeen besturen van de deelnemers voor te leggen om hierop hun zienwijzen te vragen. 2.
Indien ten minste drie kwart van de leden van het algemeen bestuur instemt om het voorgedragen onderwerp voor zienswijzen voor te leggen aan de algemeen besturen van de deelnemers, dan wordt dit via de griffies van de deelnemers voorgelegd aan de algemeen besturen van de deelnemers Indien van de algemeen besturen van de deelnemers niet binnen twaalf weken nadat het verzoek ter kennis is gebracht aan de griffies van de deelnemers geen reactie is ontvangen, wordt verondersteld dat het algemeen bestuur van de betreffende deelnemer geen zienswijze wenst uit te brengen met betrekking tot het aangedragen onderwerp
40b 1. Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie
40c
41
1.
2.
3.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het samenwerkingsverband overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften. Op de archiefbescheiden is van toepassing de Verordening Archiefen Informatiebeheer Leiden 2015. De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.
worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het algemeen bestuur bepaald, daarbij worden de algemeen besturen van de deelnemers vooraf gehoord. 2. Indien van een algemeen bestuur van een deelnemer binnen twaalf weken nadat zij zijn verzocht om input te leveren voor een uit te voeren evaluatie zoals bedoeld in het eerste lid van hen geen reactie is ontvangen wordt verondersteld dat zij geen input leveren voor de door het algemeen bestuur uit te voeren evaluatie. Voor inspraak van ingezetenen en belanghebbenden over de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van één van de bestuursorganen van het samenwerkingsverband kunnen ingezetenen en belanghebbenden gebruik maken van de bestaande mogelijkheden volgens de regelingen van de deelnemer waarin zij woonachtig/gevestigd zijn 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het samenwerkingsverband overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften. 2. Op de archiefbescheiden is van toepassing de Archiefverordening Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland 3. De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.