CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving (CONCEPT 2 0)-gecomprimeerd

Besluitvormende raadsvergadering 16 april 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving (concept 2.0)28.719 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Figuur 25: Bodemkaart Waddinxveen (Royal Haskoning Bodemtypering/ klimaateffectatlas)

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

31

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Klimaatadaptatie

ONTWERPPRINCIPES 1. Kies voor groen Groen tenzij: Waar mogelijk wordt gekozen voor groen in plaats van verharding. Groen is gelaagd en biedt schaduw 2. Hanteer de schaduwnorm Op buurtniveau hanteren we de richtlijn 30% schaduw van bomen 3. Maak loop- en fietsroutes in de schaduw

3.2.

Hitte De gevoelstemperatuur is in vrijwel alle wijken in Waddinxveen hoog (zie overzichtstabel). Om de gevoelstemperatuur omlaag te brengen zijn verschillende maatregelen nodig. In de schaduw van een groep bomen is de gevoelstemperatuur 9 tot 20°C lager dan in de zon. Daarom zijn schaduw- en groennormen ontwikkeld en er worden eisen gesteld aan bouwmaterialen. Zo warmt de omgeving minder op. In Waddinxveen hebben we de ambitie dat de leefomgeving gezond en aantrekkelijk is tijdens hitte. (Koers naar duurzaam Waddinxveen)

De richtlijn is dat 40% van de loop- en fietsroutes, drinkwaterstroken en verblijfsplekken liggen in de schaduw. Een verblijfsplek is bijvoorbeeld een (school)plein of een tuin van een zorginstelling 4. Plaats voldoende bomen Vanuit iedere woning is bij voorkeur zicht op minimaal 3 bomen 5. Zorg voor genoeg koele plekken De richtlijn is dat koele plekken van minstens 200 m² voor iedereen bereikbaar zijn binnen 300 meter 6. Kijk naar water als verkoeling Waar mogelijk wordt water toegepast in de openbare ruimte zoals waterfonteinen; verneveling, stromend water en op verblijfsplekken is drinkwater beschikbaar 7. Zorg dat oppervlakken warmtewerend zijn Oppervlakken zijn waar mogelijk warmtewerend door gebruik te maken van materialen die weinig warmte vasthouden zoals

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

32

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

hout, gevelgroen, groene daken of lichte materialen zoals witte stenen. Daardoor koelt de omgeving makkelijker af in de nacht. De richtlijn is om 40 - 50% van alle oppervlakken warmtewerend of verkoelend in te richten

Klimaatadaptatie

Op onderstaande kaart is te zien welke delen van Waddinxveen wel en niet voldoen aan de norm voor afstand tot koelte. Blauw geeft de koele plekken aan. Rood en oranje geven de gebouwen aan die te ver van een koele plek liggen.

8. Zorg voor het juiste groen Openbaar groen is zoveel mogelijk robuust en bestand tegen hitte 9. Bescherm vitale functies Vitale functies zoals waterleidingen, elektriciteit en andere nutsvoorzieningen zijn zoveel mogelijk hittebestendig

Figuur 28: Panden die wel of geen toegang hebben tot koele plekken in de omgeving (Klimaateffectatlas) Figuur 26: Richtlijnen voor koele plekken en routes (WUR aantrekkelijke koele plekken en routes)

Figuur 27: Hittereducerende maatregelen (cool towns intervention catalogue Universiteit van Amsterdam)

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Op onderstaande kaart is een voorbeeld te zien van de informatie die we op detailniveau beschikbaar hebben over schaduw op wandel- en fietspaden. Gele paden hebben te weinig schaduw. Paarse paden liggen in de schaduw van gebouwen. Daar is de temperatuur lager. Op de groene paden is voldoende schaduw van bomen. Dat zijn de koelste paden omdat bomen minder warmte uitstralen dan gebouwen.

Figuur 29: Schaduwpercentages van straten (Klimaateffectatlas)

33

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Klimaatadaptatie

ONTWERPPRINCIPES 1. Kies voor groen Groen tenzij: Waar mogelijk wordt gekozen voor groen in plaats van verharding 2. Zorg voor droogtebestendig groen Openbaar groen is zoveel mogelijk robuust en bestand tegen droogte. In de handreiking droogtebestendig openbaar groen staan 13 maatregelen die getroffen kunnen worden in Waddinxveen 3. Zorg voor een waterplan

3.3.

Droogte Langdurige droogte leidt tot daling van het grondwater en daling van de bodem. Dit is schadelijk voor de natuur en voor gebouwen. De droogteschade in Waddinxveen is onderzocht. Uit dit onderzoek komen enkele aandachtspunten en aandachtsgebieden. Onderstaande principes worden toegepast op ruimtelijke ontwikkelingen zodat het grondwater niet te veel uitzakt in droge periodes. In Waddinxveen hebben we de ambitie dat langdurige droogte niet leidt tot schade aan de leefomgeving. (Koers naar duurzaam Waddinxveen)

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Ruimtelijke plannen zijn bij voorkeur voorzien van een waterplan waarbij het volgende wordt beschreven: Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren van waterkwaliteit 4. Hanteer infiltratierapport Per gebied is een infiltratienorm van toepassing. Op de volgende pagina staan de normen per gebied beschreven. Voor verdere onderbouwing en maatregelen per gebied zie infiltratie adviesrapport

34

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Klimaatadaptatie

Potentie

Norm openbare ruimte

1: groot

Minimaal 50% van 900 mm infiltreert in de bodem.

2: gemiddeld

Minimaal 30% van 900 mm infiltreert in de bodem. Dit wordt aangevuld met 20% waterberging. Er worden maatregelen getroffen zodat infiltratie niet voor te hoge grondwaterstanden zorgt. Niet hoger dan 0,7m onder maaiveld.

3: klein

Maatwerk. Infiltratie waar mogelijk, aangevuld met waterberging tot 50% van 900mm.

• • •

Potentie

Norm privé terrein

1: groot

Bij een bui van 70 mm in 1 uur wordt alle neerslag verwerkt op het terrein zelf.

2: gemiddeld & 3: klein

Bij een bui van 70 mm in 1 uur wordt minimaal 50mm neerslag verwerkt op het terrein zelf.

• • • • Figuur 30: Infiltratiekaart Waddinxveen

• •

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

900 mm is de verwachte jaarlijkse neerslag in 2050 De ontwikkelaar toont aan met een berekening dat aan de norm wordt voldaan en beschrijft welke maatregelen worden getroffen. Afwijken van de norm kan als wordt aangetoond dat de lokale (grond)waterstanden en bodemopbouw ervoor zorgen dat wateroverlast ontstaat bij de gewenste percentages infiltratie.

70 mm is een hevige bui. De ontwikkelaar toont aan met een berekening dat aan de norm wordt voldaan en beschrijft welke maatregelen worden getroffen. Verwerkt betekent geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd. Als op het terrein zelf onvoldoende mogelijkheden zijn dan is het alternatief een extra voorziening te realiseren in het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. Afwijken van de norm kan als wordt aangetoond dat de lokale (grond)waterstanden en bodemopbouw ervoor zorgen dat wateroverlast ontstaat bij de gewenste percentages infiltratie.

35

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Klimaatadaptatie

ONTWERPPRINCIPES 1. Kies voor groen Groen tenzij: Waar mogelijk wordt gekozen voor groen in plaats van verharding 2. Maak ruimte voor waterberging De openbare ruimte van Waddinxveen biedt ruimte voor waterberging 3. Kies voor een robuuste inrichting

3.4.

Wateroverlast Wateroverlast wordt veroorzaakt door piekbuien. Het aantal meldingen van wateroverlast in Waddinxveen is nu nog beperkt. Wel is het belangrijk om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met het risico op wateroverlast en overstroming. In Waddinxveen hebben we de ambitie dat er in 2050 bij een korte hevige bui van 70 mm in een uur geen schade ontstaat aan gebouwen, infrastructuur of groen. (Koers naar duurzaam Waddinxveen)

Openbaar groen en speelplaatsen zijn zoveel mogelijk robuust ingericht. Dit betekent dat ze daardoor kortdurend onder water kunnen staan 4. Houd routes begaanbaar Belangrijke doorgaande routes in Waddinxveen zijn ook bij hevige neerslag begaanbaar voor hulpdiensten 5. Vermijd kwetsbare objecten in overstromingsgebied Er komen bij voorkeur geen nieuwe kwetsbare objecten bij op plekken waar overstromingsgevaar is. Verdeelstations voor gas of elektriciteit e.d. worden gebouwd op locaties die bij hevige neerslag niet onderlopen 6. Houd het vloerpeil hoog Het vloerpeil van nieuwbouw is zoveel mogelijk ingericht op de richtlijn van minimaal 20 centimeter boven straatpeil 7. Zorg voor een evacuatieplan Bij nieuwbouw is horizontale of verticale evacuatie mogelijk: naar een hogere verdieping of naar een hogere plek in de buurt

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

36

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Klimaatadaptatie

8. Zorg voor een waterplan Ruimtelijke plannen zijn bij voorkeur voorzien van een waterplan waarbij wordt aangetoond dat regenwater wordt vastgehouden op de locatie waar het valt (dak, maaiveld) en waar mogelijk infiltreert in de bodem Op onderstaande kaart is te zien welke gebieden en gebouwen het meest kwetsbaar zijn bij een piekbuien overstroming:

Figuur 32: Overstromingsgevoelige gebieden (Royal Haskoning)

Referentie bestaand beleid Klimaatadaptatie:

Figuur 31: Kwetsbare locaties tijdens piekbuien en overstromingen (Royal Haskoning)

• • • • • • • • • • •

Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptief bouwen (link) Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (link) Koersdocument Duurzaamheid (link) Soortentabel WUR (link) Handreiking droogtebestendig openbaar groen Waddinxveen* Royal Haskoning studie klimaatadaptatie* Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie (link) Waterplan Waddinxveen (link) Basisprincipes en richtlijnen voor natuurlijke verkoeling (link) Klimaateffectatlas (link) Infiltratieonderzoek 2024*

*Documenten zonder link zijn op te vragen bij https://www.waddinxveen.nl/contact/contactformulier/

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

37

4 Gezondheid Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

38

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

Een gezonde toekomst voor Waddinxveen wordt gestimuleerd door: De gemeente heeft in 2020 het Schone Lucht Akkoord ondertekend. Het doel van het Schone Lucht Akkoord is om gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren; De gemeente is daarnaast aangesloten bij het Afsprakenkader Emissieloze Kas sinds 2014. Dit afsprakenkader is ondertekend met als doel om de emissies uit de kassen naar bodem en oppervlaktewater van gewasbeschermingsmiddelen en voedingsstoffen in 2027 naar (nagenoeg) nul te brengen; Milieuaspecten worden gehandhaafd en verbeterd. Denk hierbij aan waterkwaliteit en geluid- en lichthinder;

4.

Gezondheid

De buitenruimte wordt toegankelijk ingericht;

In het kader van volksgezondheid zijn er belangrijke uitdagingen voor de leefomgeving in Waddinxveen. Enerzijds gaat het om milieukundige kwesties zoals bescherming tegen luchtverontreiniging, geluidshinder en waterkwaliteit. Anderzijds ligt er een belangrijke taak in het zo (her) inrichten van de leefomgeving dat een gezonde leefstijl wordt bevorderd, bijvoorbeeld door het verder verbeteren van de bereikbaarheid en toegankelijkheid, het realiseren van gezonde voorzieningen, het stimuleren van sporten en spelen en het veilig inrichten van de buitenruimte. In figuur 33 zijn lokale gezondheidsstatistieken te zien. Door als gemeente doelstellingen vast te stellen richten we ons op de verbetering van de Waddinxveense gezondheid.

Een gezonde levensstijl krijgt prioriteit in het gemeentelijke Leefstijlplan 2024-2026; Er wordt geïnvesteerd in het toepassen van het STOMP-principe (zie figuur 34). Dit is verder uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Mobiliteit & Verkeer; Er komt meer ruimte voor sporten, spelen, ontmoeten, recreatie en groen.

Figuur 33: Gezondheidscijfers Waddinxveen (RIVM)

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

39

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

ONTWERPPRINCIPES 1. Zorg voor STOMP De buitenruimte wordt ingericht met oog op voetgangers en fietsers. Gebruik hiervoor het STOMP-principe en zorg ervoor dat fietsers en voetgangers elkaar niet in de weg zitten. Dit zorgt voor een impuls van het veiligheidsgevoel en biedt kansen voor een hogere sociale cohesie. De toepassing hiervan is terug te vinden in het Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer

4.1.

Veilige Leefomgeving De inrichting van de buitenruimte kan een groter veiligheidsgevoel creëren. De buitenruimte zorgt ervoor dat mensen worden uitgenodigd om meer naar buiten te komen, dit is dan weer een impuls voor sociale cohesie. Dit zorgt voor een lagere hoeveelheid criminaliteit op straatniveau5 de sociale veiligheid speelt fysieke veiligheid ook een belangrijke rol bij de inrichting van de openbare ruimte. Zo mag het gebruik van de openbare ruimte niet leiden tot letsel. Waddinxveen streeft naar een openbare ruimte die sociaal veilig is en ook zo aanvoelt. Daarbuiten moeten de inwoners en bezoekers van de gemeente beschermd worden tegen gezondheids- en veiligheidsrisico’s.

Figuur 34: STOMP-principe

2. Verlicht de omgeving passend Verlichting wordt aangepast op het karakter van de desbetreffende openbare ruimte. De juiste verlichting geeft de gebruiker van de openbare ruimte zicht en gevoel van veiligheid. Zorg op drukke plekken, zoals in stadscentra en bij evenementen, voor een verlichting waardoor sfeer kan ontstaan. Zorg op andere plekken in de openbare ruimte voor gelijkmatige verlichting die niet als hinderlijk wordt ervaren De kade rondom de Hefbrug is een goed voorbeeld van een locatie waar sfeer kan ontstaan. Het toepassen van dit soort verlichting op bepaalde locaties kan de buitenruimte een belevingsimpuls bieden.

Boers, J., van Steden, R., & Boutellier, J. C. J. (2008). Het effect van positieve en negatieve factoren op veiligheidsbeleving: Een kwantitatieve studie onder inwoners van Amsterdam. Tijdschrift voor veiligheid en veiligheidszorg, 7(3), 34-52 https://research.vu.nl/ws/portalfiles/portal/2356332/ArtikelBoomDefinitief.pdf

5

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Figuur 35: Sfeerverlichting Hefbrug

40

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

3. Zorg voor bereikbaarheid van hulpdiensten Nieuwe ontwikkelingen houden zich zoveel mogelijk aan het beleidsdocument Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Veiligheidsregio Hollands Midden. De richtlijn voor de maximale afstand tussen een opstelplaats en een eengezinswoning is 40 meter. Voor andere bouwwerken is dit 10 meter. Dit ontwerpprincipe zorgt ook voor een goede toegankelijkheid voor politie en ambulance

Gezondheid

Aan de Nesse worden de publieke groenstroken en terrassen beschermd door bomen. Dit zorgt voor een langdurige bescherming tijdens warmere perioden

Figuur 36: Schaduw op de Nesse

4. Betrek handhaving op tijd De afdeling handhaving wordt tijdig in een project betrokken. Hiermee wordt de huidige problematiek op straatniveau vastgesteld en kan ervaring vanuit de praktijk doorschemeren in de projectopzet. Op het gebied van sociale veiligheid, afval, parkeren en noodopvang dient de handhaving zelfs in de eerste fase te worden betrokken 5. Voorkom letsel Bij nieuw straatmeubilair en overige constructies in de openbare ruimte wordt de kans op letsel zoveel mogelijk vermeden. Denk hierbij aan scherpe randen en hoeken 6. Maak de objecten vandalismebestendig Zorg voor vandalismebestendige objecten binnen de openbare ruimte. Hierin wordt in de aanbestedingsperiode aandacht besteed. Dit is duurzaam en geeft ook een hoger veiligheidsgevoel 7. Bescherm tegen de zon Omgevingen waar een hoog gebruik is tijdens zonuren, zoals schoolpleinen en (water)speeltuinen, zijn ingericht om gezondheidsschade door UV-straling zoveel mogelijk tegen te gaan. Kijk hier naar de ontwerpprincipes voor hitte (thema Klimaatadaptatie)

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

41

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

4.2.1. Luchtkwaliteit ONTWERPPRINCIPES 1. Houd je aan de MVI-criteria MVI- criteria gaat over maatschappelijk verantwoord inkopen. Nieuwe ontwikkelingen in de buitenruimte houden zich zoveel mogelijk aan de MVI-criteria. Er worden concrete regels opgenomen in het moederbestek. Op deze manier wordt luchtkwaliteit beschermd binnen de planvorming 2. Stel extra eisen bij bouwen

4.2.

Milieu Milieuaspecten zoals luchtkwaliteit, waterkwaliteit, bodemkwaliteit en geluidshinder hebben een directe impact op de buitenruimte, die op haar beurt de leefbaarheid, biodiversiteit en gezondheid van bewoners beïnvloedt. Voor de volgende onderwerpen zijn er ontwerpprincipes vastgesteld: •

• • • •

Luchtkwaliteit is cruciaal voor de gezondheid van mens en ecosysteem, omdat stoffen als stikstofoxiden en fijnstof ademhalingsproblemen en aantasting van planten veroorzaken6; Waterkwaliteit is essentieel voor zowel ecologie als menselijke gezondheid, omdat vervuild water schadelijk kan zijn7; Bodemkwaliteit beïnvloedt vegetatiegroei en ecosysteemstabiliteit en hangt samen met lucht- en waterkwaliteit8; Geluidshinder kan stress, slaapstoornissen en hartproblemen veroorzaken bij mensen en verstoort dieren in communicatie en voortplanting9; Geur- en lichthinder verminderen de waardering van de buitenruimte en komen vaak door industriële of agrarische activiteiten10;

RIVM (2021). Luchtkwaliteit en gezondheid: https://www.rivm.nl/lucht Waterschap Nederland (2020). Waterkwaliteit en ecologie: https://www.waterschappen.nl/waterkwaliteit 8 PBL (2019). Bodemverontreiniging en landgebruik: https://www.pbl.nl/rapporten 6 7

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bij nieuwe ontwikkelingen, reconstructies en groot onderhoud worden extra eisen gesteld voor luchtkwaliteit. Houd voldoende afstand tot woningen in relatie tot wegen. Dit geldt ook voor scholen, kinderopvangen en zorginstellingen 3. Voorkom vervuiling Een ontwikkeling minimaliseert de hoeveelheid luchtvervuiling. Projecten met een MER-plicht zijn CO2 neutraal. Wanneer het aankomt op uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof is deze terugdringing van essentieel belang 4. Ontmoedig houtstook Bij nieuwe ontwikkelingen is het toepassen van houtstook niet wenselijk.

WHO (2022). Compendium of WHO and other UN guidance on health and environment: Chapter 11. Environmental noise: https://cdn.who.int/media/docs/default-source/who-compendium-on-health-and- environment/who_compendium_ noise_01042022.pdf?sfvrsn=bc371498_3

9

RIVM (2013). Tijdschrift Milieu, november 2013: https:// www.rivm.nl/sites/default/files/2018-11/ThemaLicht.pdf

10

42

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

4.2.2. Waterkwaliteit ONTWERPPRINCIPES 1. Vervuiling voorkomen Nieuwe ontwikkelingen in de buitenruimte veroorzaken geen vervuiling van water. Het heeft de voorkeur dat een ontwikkeling zelfs voor een verbetering van de waterkwaliteit zorgt 2. Beperk lozingen Nieuwe ontwikkelingen beperken lozingen in bodem of oppervlaktewater en moeten zoveel mogelijk een gesloten watersysteem hebben 3. Raadpleeg de Kaderrichtlijn Water Oppervlakte- en grondwater rondom nieuwe ontwikkelingen voldoet zoveel mogelijk aan de Kaderrichtlijn Water. Verder is de hoeveelheid stikstof, fosfor en gewasbeschermingsmiddelen in het water zover mogelijk teruggedrongen tot de wettelijke norm 4. Voorkom afvalwater in het leefmilieu Er wordt voorkomen dat afvalwater in het leefmilieu van Waddinxveen terecht komt

Gezondheid

4.2.3. Bodemkwaliteit ONTWERPPRINCIPES 1. Extra aandacht voor de bodem We gaan bij ontwikkelingen die effect hebben op de bodem uit van de volgende opgaven: 1. Ken de bodem 2. Duurzaam ondergrondgebruik 3. Werken vanuit de driedimensionale benadering 4. Zorgen voor ondergrond coördinatie 5. Extra aandacht voor de prioritaire aandachtspunten 2. Beperk bodemverdichting Probeer bodemverdichting zoveel mogelijk tegen te gaan door bodemverdichting te centreren en niet te verspreiden over het gehele plangebied. Door de bodem niet te verdichten kan de bodem zijn waterhuishouding reguleren en kan er leven en is wortelgroei in de bodem mogelijk. Als een bodem eenmaal is verdicht, dan kan het niet meer terugkeren naar een luchtige bodem 3. Behoud landschappelijke- en ecologische diversiteit Bij ontwikkelingen wordt ingezet op het behouden en indien mogelijk verbeteren van de landschappelijke- en ecologische diversiteit 4. Bekijk lokaal loodniveau Houd bij nieuwe projecten rekening met de loodniveaus in de bodem. Indien er lood in de bodem aanwezig is wordt er een beheerplan opgesteld. Dit is een beheerplan waarin grondverplaatsing wordt beperkt en het onderhoud van veilige zones (bijvoorbeeld afdeklagen) wordt gewaarborgd

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

43

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

5. Werk water- en bodembeherend Stem water- en bodembeheer af op de specifieke kenmerken van het plangebied

Groene buffer als scheiding tussen bedrijvigheid & woningen en de N453 (Beijerincklaan)

Groen als buffer tussen de A12/A20 en Coenecoop (Zuidelijke Rondweg)

Groene buffer tussen parkeerplaatsen en woningen (Willem de Zwijgerlaan)

6. Werk water- en bodemsturend Houdt bij ontwikkelingen en reconstructies rekening met het principe “water en bodem sturend”

4.2.4. Geluidhinder ONTWERPPRINCIPES 1. Positioneer strategisch Zorg voor een strategische positionering van locaties waar mensen verblijven of overnachten. Voorzieningen zoals scholen en kinderdagverblijven worden zo ingericht dat geluidsoverlast beperkt wordt. Bij woningen wordt de oriëntatie en indeling van een pand zo ingericht dat mensen geen disproportionele geluidshinder ervaren, zeker niet 's nachts. Voor mogelijke maatregelen kan het IPLO worden geraadpleegd. IPLO is het Informatiepunt Leefomgeving, dit is het platform waar alles over RO is te vinden m.b.t. de Omgevingswet

Figuur 38, 39 & 40: Groene buffers in Waddinxveen

4.2.5. Overige Omgevingsfactoren ONTWERPPRINCIPES 1. Vermijd (zeer) kwetsbare gebouwen op/in de buurt van risicovolle activiteiten Zorg voor voldoende afstand tussen risicovolle activiteiten (bijlage VII van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving) en kwetsbare gebouwen en locaties. De gemeente heeft ook beleid rondom externe veiligheid. Hier wordt zoveel mogelijk bij aangesloten. Om te zien waar risicovolle activiteiten (met aandachtsgebieden) al aanwezig zijn kan de kaart van de Atlas voor de Leefomgeving worden geraadpleegd. De ruimtelijke plannen worden getoetst door de Omgevingsdienst Midden- Holland op mogelijke gevaarlijke situaties 2. Laat plannen toetsen door de ODMH Ruimtelijke plannen worden door de Omgevingsdienst Midden-Holland getoetst, ook onder andere, op het minimaliseren van geurhinder. Denk hierbij aan vrijkomende geuren vanuit milieubelastende activiteiten, waaronder de bereiding van voedsel en afvalverwerking

Figuur 37: Mogelijk maatregelen tegen geluidhinder

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

44

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

3. Zorg voor voldoende afstand tot lichthinder Een nieuwe ontwikkeling heeft indien mogelijk voldoende afstand tot bronnen van lichthinder. Wanneer dit niet mogelijk is worden er maatregelen getroffen om lichthinder tegen te gaan. Dit geldt voor ontwikkelingen waarbij er menselijke beweging in de donkere uren aanwezig is. Op deze manier worden mogelijke fysieke- en mentale klachten tegengegaan

Figuur 41: Vermindering lichthinder door grotere afstand

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

45

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

4.3.1. Bereikbaarheid & Toegankelijkheid ONTWERPPRINCIPES 1. Leg gebieden toegankelijk aan De openbare ruimte die nieuw wordt aangelegd of wordt gerenoveerd is toegankelijk voor iedereen. Met toegankelijkheid wordt bedoeld dat iedereen zich zonder problemen kan verplaatsen in de buitenruimte. Dit stimuleert inclusie en zorgt voor een verbetering van menselijk welzijn en gezondheid

4.3.

Bewegen, Sporten & Spelen Toegankelijke buitenruimtes dragen bij aan sport en beweging voor een brede doelgroep. Onderzoek wijst uit dat elementen zoals parken, sporttoestellen, sportvelden en wandelpaden het sporten laagdrempeliger maken, vooral omdat ze gratis en toegankelijk zijn11. Voor mensen met een beperking kunnen brede paden en aangepaste sportfaciliteiten bewegen haalbaar en aantrekkelijk maken12. Verder stimuleren goed ontworpen speelomgevingen sociale interactie, creativiteit en fysieke activiteit voor iedereen13.

2. Gebruik geen onnodige obstakels Er worden in de ontwerpfase geen onnodige obstakels op het trottoir ingetekend. Dit wordt met de betrokken stedenbouwkundige en projectleider afgestemd. Vrijgekomen ruimte kan toegankelijker worden ingericht 3. Maak trappen zichtbaar en toegankelijk Trappen zijn duidelijk zichtbaar voor slechtzienden. Gebruik leuningen, graveringen en/of kleurcontrasten. Bij voorkeur wordt er bij belangrijke verbindingen gebruik gemaakt van hellingbanen voor rolstoelen. Indien dit niet mogelijk is moet het plan in goed overleg met belanghebbenden worden afgestemd

Helingbaan als toegang tot station (Station Noord)

Giles-Corti, B., Broomhall, M. H., et al. (2005). Increasing walking: How important is distance to, attractiveness, and size of public open space? American Journal of Preventive Medicine, 28(2), 169-176. Rimmer, J. H., & Rowland, J. L. (2008). Physical activity for youth with disabilities: A critical need in an underserved population. Developmental Neurorehabilitation, 11(2), 141-148. 13 Jansson, M. (2010). Public space for children: Designing the outdoors for play.

Hellingbaan als toegangpad (Warnaarplantsoen)

Geen trap maar een helling (Alberdingk Thijmlaan)

11

12

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Figuur 42, 43 & 44: Hellingen in Waddinxveen

46

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

4. Ontwerp voor slechtziende en slechthorende inwoners De openbare ruimte wordt zo goed mogelijk ingericht om slechtziende en slechthorende mensen te voorzien in hun behoefte. Denk hierbij aan meer braillemarkering rondom wegen en trappen en geluidssignalen bij stoplichten. Houd symbolen simpel en zorg voor overzichtelijkheid

Vloermarkeringen voor slechtziende inwoners (Bushalte Station)

Duidelijke geluid- en lichtsignalen bij spoorwegzones (Station Waddinxveen)

Figuur 45 & 46: Maatregelen voor slechtziende en slechthorende inwoners

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

5. Maak informatie zichtbaar Zorg ervoor dat bij plaatsing van informatie- en educatieborden rekening is gehouden met mensen van verschillende lengtes. Zorg ervoor dat borden op ooghoogte worden geplaatst. Maak deze borden zoveel mogelijk leesbaar voor laaggeletterde mensen

Laaggeplaatste borden in natuurgebieden (Polder Bloemendaal)

Brievenbussen op lagere hoogte (Station Waddinxveen)

Routebordjes op laag niveau (Stationsstraat)

Figuur 47, 48 & 49: Inrichtingselementen op laag niveau

47

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

4.3.2. Sporten & Bewegen

Gezondheid

4. Voorkom te veel piekbelasting

ONTWERPPRINCIPES 1. Zorg voor zichtbaarheid Een sportlocatie in de buitenruimte is goed zichtbaar en verlicht

Voorkom piekbelasting bij gebruik van sporttoestellen door het verspreiden van de locaties over de gehele gebouwde omgeving. Piekbelasting wordt veroorzaakt wanneer een grote groep mensen op hetzelfde moment gebruik maakt van de sportlocatie. Wanneer deze locaties worden verspreid over Waddinxveen zal de piekbelasting afnemen 5. Maak (hard)looprondjes mogelijk

Zichtbaarheid op voetbalveldje vanuit bebouwing (Mw. Kuipers-Rietbergplantsoen)

Zichtbaarheid op voetbalveldje vanuit de buurt (Hoefblad)

Ontwikkelingen die tussen parken en andere centrale groenvoorzieningen liggen (zie figuur 52), worden zoveel mogelijk ingericht en gemarkeerd dat (hard)looprondjes mogelijk zijn. Zorg bij toepassing ervoor dat deze routes veilig zijn en voldoende bewegwijzering bevatten

Figuur 50 & 51: Zichtbaarheid op sportveldjes

2. Stimuleer ruimte voor sporten Waddinxveen biedt ruimte aan ongeorganiseerde en niet clubgebonden sportvoorzieningen in de buurten. Denk hierbij aan de herontwikkeling van De Sniep 3. Centreer sportlocaties Openbare sporttoestellen worden geplaatst op een centrale locatie binnen een buurt en worden niet verdrongen naar het buitengebied. Let hier op bereikbaarheid, zichtbaarheid en de doelgroep

Figuur 52: Veel gebruikte (hard)loop en fietsroutes voor sportieve of recreatieve doeleinden (Strava)

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

48

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

4.3.3. Spelen

3. Zorg voor zichtbaarheid Een speellocatie in de buitenruimte is goed verlicht en voldoende zichtbaar. De paden zijn goed verlicht om veiligheid en toegankelijk te stimuleren

ONTWERPPRINCIPES 1. Kies voor een natuurrijke inrichting Speellocaties worden met voorkeur natuurrijk ingericht, waterrijk is een optie. Onnatuurlijke ondergronden worden alleen indien noodzakelijk toegepast. Natuurlijke ondergronden zorgen ze voor betere infiltratie van water, meer verkoeling en stimuleren de gezondheid van de gebruikers. Verder zijn groene randen die gewenst. Bekijk in hoeverre een groene invulling samengaat met het waarborgen van veiligheid

Waterrijke speelplaats (Gouwebos)

Groene rand rondom speelplaats (Bilderdijklaan)

Speelplaats met enkel natuurlijke ondergronden (Park Triangel)

Zichtbaarheid op speelplaats vanuit bebouwing (Eksterdreef)

Zichtbaarheid op speelplaats vanuit de buurt (Zonnehof)

Zichtbaarheid op speelplaats vanaf dijklint (Warnaarplantsoen)

Figuur 56, 57 & 58: Zichtbaarheid op speelplaatsen

4. Raadpleeg het Speelruimteplan Voor het plaatsen van speelruimtes wordt het Speelruimteplan geraadpleegd. Deze wordt verwacht rond in 2025

Figuur 53, 54 & 55: Speelplaatsen Waddinxveen

2. Stimuleer spelen Bij toekomstige gebiedsontwikkelingen wordt spelen in de buitenruimte gestimuleerd. Het liefst is dit op een autovrije locatie. Deze vorm van spelen zorgt voor een betere toegankelijkheid, veiligheid en het zorgt voor meer sociale cohesie in de buurt. Tevens gebruikt bijna de helft van de kinderen deze locaties om te spelen

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

5. Combineer meerdere doelstellingen Toekomstige schoolpleinen bieden een mix van spelen, sporten en natuur. Het liefst zijn schoolpleinen ook in daluren bruikbaar. Voor schoolpleinen gelden dezelfde normen voor vergroening en schaduw zoals vastgesteld onder het thema Natuur & Recreatie en Klimaatadaptatie

49

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Gezondheid

4.4.1. Ruimte voor Voorzieningen ONTWERPPRINCIPES 1. Kijk naar de behoefte Voorzieningen in de buitenruimte worden alleen gerealiseerd indien er een duidelijk vraag is naar deze voorziening. Ingeleverde natuur wordt zoveel mogelijk op een andere locatie in de gemeente teruggewonnen. Het liefst is dit in dezelfde buurt als de nieuwe voorziening. Hanteer hiervoor de ontwerpprincipes vanuit Natuur

4.4.

Gezonde & Sociale Levensstijl Goed ontworpen openbare ruimtes kunnen niet alleen de lichamelijke activiteit bevorderen, maar ook sociale interactie stimuleren14. Deze interactie is essentieel voor het welzijn van personen en gemeenschappen, aangezien sociale verbindingen bijdragen aan mentale gezondheid en een gevoel van saamhorigheid15. Waddinxveen investeert in een gezonde leefomgeving waarin het makkelijker wordt om gezonde keuzes te maken. Dit omvat het creëren van rookvrije en autovrije zones rondom kwetsbare locaties zoals scholen, en het realiseren van toegankelijke en inclusieve voorzieningen in de buitenruimte om sociale cohesie en gezondheid te bevorderen.

14 15

2. Voorzieningen stimuleren de sociale cohesie Een voorziening in de buitenruimte heeft een sociale functie, stimuleert een gezonde leefstijl en vormt de basis voor inclusiviteit. Bij voorkeur biedt een voorziening de basis voor meer beweging, interactie en een gezonde voedselomgeving. Verder is een voorziening een schone en veilige omgeving 3. Zorg voor rookvrije plekken Vooral rondom schoolpleinen, sport- en speellocaties en het zwembad is het belangrijk om roken/ vapen te weren. Dit stimuleert de algemene gezondheid en zorgt voor een rookvrije kindomgeving zoals in het Nationaal Preventieakkoord is vastgesteld

Gehl, J. (2010). Cities for People. Island Press. Barton, H., & Grant, M. (2006). A health map for the localities. The Town Planning Review.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

50

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

4.4.2. Gezonde Voedselomgeving ONTWERPPRINCIPES 1. Stimuleer gezonde voedselkeuzes Het voedselaanbod in de buitenruimte nodigt uit tot het maken van gezonde keuzes. Dit wordt uitgevoerd door een evenwichtig aanbod aan voorzieningen op te bouwen. Nieuw ongezond voedselaanbod heeft niet de voorkeur in locaties rondom scholen, sportverenigingen en in buurten waar het aandeel ongezonde voedselaanbieders hoger is dan gezonde 2. Zorg voor bescherming tijdens warme perioden Bij nieuwe grootschalige sport- en speelvoorziening met een centrale ligging in de buitenruimte wordt indien mogelijk een watertappunt en een zonnebrandpaal bijgeplaatst. Dit geldt ook voor nieuwe (school)pleinen. Hiermee stimuleert de buitenruimte tot het drinken van water en nodigt het uit voor langduriger en veiliger gebruik van de buitenruimte tijdens warmere perioden

Gezondheid

4.4.3. Cultuur & Evenementen ONTWERPPRINCIPES 1. Stimuleer inclusiviteit Cultuur- en evenementlocaties in de buitenruimte stimuleren inclusiviteit binnen de gemeente. Een locatie is bij voorkeur voor iedereen toegankelijk 2. Zorg voor een mix van leefbaarheid en rust Cultuur- en evenementlocaties in de buitenruimte bieden een gezonde mix tussen leefbaarheid en rust. Meer activiteiten en voorzieningen in de buitenruimte zijn gewenst, maar ze mogen niet het dorpse karakter verstoren 3. Stimuleer een gezonde- en rookvrije levensstijl Cultuur- evenementlocaties in de buitenruimte stimuleren bij voorkeur een gezonde- en rookvrije levensstijl

Referentie bestaand beleid Gezondheid: • • • • •

Leefstijlplan 2024 – 2026 (link) Gecombineerde Leefstijl Interventie (link) Speelruimteplan* Afsprakenkader Emissieloze Kas (link) Schone Lucht Akkoord (link)

*Documenten zonder link zijn op te vragen bij https://www.waddinxveen.nl/contact/contactformulier/ **Deze beleidsdocumenten worden in 2025 opgesteld

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

51

5 Energietransitie Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

52

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Energiestransitie

Waddinxveen investeert in de energietransitie door middel van: Het combineren van energietransitie met andere stedelijke opgaven; Het Programma Zon op Veld en het Programma Opwek Energie; Het overgaan naar 100% CO2 reductie tussen 2035 en 2050; Het opzetten van meer schone E-opwek binnen de RES; In 2030 100% energiezuinige verlichting (LED) in de openbare ruimte toe te passen; Het opgestelde overzicht ondergronds ruimtebeslag;

5.

Energietransitie De energietransitie brengt grote veranderingen met zich mee voor de inrichting van de buitenruimte. Een van de grootste verschuivingen is de toename van windturbines en zonneparken, die aanzienlijke ruimte vereisen in zowel stedelijke als landelijke gebieden16. Terwijl deze installaties bijdragen aan de vermindering van CO2-uitstoot, vragen ze om zorgvuldige landschapsinpassing om het verlies aan natuur en de impact op het uitzicht te beperken17. Ook in stedelijke gebieden speelt de energietransitie een rol: daken en gevels worden benut voor zonne-energie, en ondergrondse infrastructuren, zoals kabels en leidingen voor warmtenetten, worden uitgebreid.

16 17

Het stimuleren van zon op dak en andere lokale en bovenregionale opwek; Het zorgvuldig uitrollen van het warmtenet en daarmee doorzetten in de energietransitie.

Planbureau voor de Leefomgeving. (2021). Ruimtelijke gevolgen van hernieuwbare energie. PBL Rapport Klimaatakkoord. (2019). Klimaatakkoord. Geraadpleegd van www.klimaatakkoord.nl

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

53

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Energietransitie

5.1.1. Opwek ONTWERPPRINCIPES 1. Gebruik de Trias Energetica Ga bij projecten zoveel mogelijk uit van de Trias Energetica. Hierin is de volgorde van energieverbruik: besparen, duurzaam opwekken en efficiënt gebruiken energie 2. Benut dakoppervlakken

5.1.

Energiesysteem Naarmate de vraag naar duurzame energieoplossingen groeit, hoe meer ruimte er nodig is voor opweklocaties. Daarnaast ontstaat er een toename van bovengrondse en ondergrondse infrastructuren die het landschap visueel en functioneel veranderen18. Daarnaast leidt de transitie naar een slim energienetwerk tot nieuwe uitdagingen voor steden en dorpen, waar meer ruimte nodig is voor elementen zoals laadpalen en energieopslagfaciliteiten, die de druk op de beschikbare publieke ruimte verder verhogen19.

Integreer zon-energie op grote dakoppervlakken die zich hiervoor lenen. Voornamelijk op publieke- en commerciële gebouwen is vaak voldoende ruimte om dit te realiseren 3. Ga uit van zon op gebouwen Zon op gebouwen heeft ten alle tijden de voorkeur boven zon op veld. Er is veel potentie op daken en zon op veld is niet in alle situaties gewenst. Zeker met betrekking tot ecologische ontwikkelingen 4. Beperk zon op veld in de EVZ Zon op veld is niet gewenst binnen de Ecologische Verbindingszone (EVZ). De ligging van de EVZ is te zien bij het thema Natuur & Recreatie 5. Ga voor verdichting in plaats van uitbreiding Benut opwekplekken in de huidige stedelijke omgeving. Voorbeelden zijn parkeerplaatsen, daken of geluidswallen

Van Loon, A., & Poortinga, W. (2020). Energie-infrastructuur en leefomgeving: Een sociale en ruimtelijke impactanalyse. Utrecht University Press. Boekema, F., & Geertman, S. (2019). De impact van het slimme energienetwerk op stedelijke ontwikkeling. Amsterdam University Press.

18

19

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

54

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

6. Stimuleer kleinschalige windopwek Het integreren van kleine windturbines in industrieterreinen en landbouwterrein is gewenst. Op deze plekken is vaak veel ruimte en wordt er minder overlast ervaren door slagschaduw en geluid. Voor windturbines met een rotordiameter van meer dan 2 meter gelden veiligheidsafstanden tot kwetsbare gebouwen en locaties in de omgeving. Bedrijfsgebouwen zijn ook (beperkt) kwetsbare gebouwen. Zorg ervoor dat bij plaatsing overleg plaatsvindt met de ODMH

Windwokkels zijn een duurzame mogelijkheid voor op plekken waar de stroom direct gebruikt kan worden. Denk hierbij aan bedrijvenpanden. De wokkel is duurzaam en maakt geen geluid. Met de juiste installatie is er ook geen last van slagschaduw.

Figuur 59: Windwokkel

Energietransitie

8. Bescherm lokale flora en fauna Bij de aanleg van nieuwe opweklocaties zoals zonnevelden en windturbines wordt de situatie van de lokale flora en fauna bij voorkeur verbeterd. Een ontwerp bevat zoveel mogelijk specifieke elementen die aantonen dat de meest optimale situatie voor planten en dieren wordt gerealiseerd 9. Ga voor een collectieve aanpak van duurzame warmtebronnen Projecten voor lokale duurzame warmtebronnen dienen bij voorkeur collectief te worden ingezet. Denk hierbij aan geothermie, aquathermie en WKO

5.1.2. Infrastructuur ONTWERPPRINCIPES 1. Gebruik open verharding

7. Ga uit van 50% lokaal eigendom De gemeente streeft naar minimaal 50% lokaal eigendom per project in combinatie met (daarbovenop) aanvullende vormen van financiële participatie of toegevoegde waarde voor de omgeving. Lokaal eigendom betekent dat inwoners en ondernemers collectief (gedeeltelijk) eigenaar zijn van de installatie van een wind- of zonnepark en zeggenschap hebben over (de ontwikkeling van) het project, inclusief (een deel van) de opbrengsten

Nieuwe infrastructuur wordt bij voorkeur aangelegd onder een open verharding. Indien kabels en leidingen worden aangelegd in groenstroken is dit in principe alleen toegestaan in gazons of eventueel in groenstroken met niet-diepwortelende beplanting. Bomen worden bij voorkeur niet verwijderd of verplaatst, tenzij bomen door ziekte niet meer functioneren 2. Leg slimme systemen aan Het aanleggen van slimme elektriciteitssystemen is gewenst. Slimme energiesystemen zijn geïntegreerde energienetwerken die gebruikmaken van digitale technologieën, data-analyse, en automatisering om vraag en aanbod van energie efficiënt te beheren

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

55

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Energietransitie

3. Toon energiegebruik aan Binnen het project wordt de hoeveelheid te verwachten energiegebruik aangetoond. Op deze manier krijgt de gemeente inzicht op de toekomstige druk op energieinfrastructuur

Kunst als uiterlijk gericht op lokale geschiedenis (Overtoom)

Kunst als uiterlijk gericht op lokale flora en fauna (Station Triangel)

Kunst als uiterlijk gericht op inwoners (Station Waddinxveen)

4. Bescherm lokale flora en fauna Bij de aanleg van nieuwe energiesystemen wordt de lokale flora en fauna zo min mogelijk verstoord. Wanneer dit wel gebeurt wordt de verstoorde flora en fauna ten minste gelijkwaardig gecompenseerd. Indien mogelijk wordt er gekeken of nestruimte kan worden gecombineerd met energie infrastructuur

5.1.3. Opslag ONTWERPPRINCIPES 1. Ontwerp lokale en geclusterde opslag Ga uit van lokale- en geclusterde energieopslag. Op deze manier wordt een wildgroei aan opslagvoorzieningen voorkomen en blijft de buitenruimte leefbaar

Figuur 60, 61 & 62: Kunstzinnige transformatorhuisjes in Waddinxveen

3. Houd de afstand tussen opwek en opslag klein Zorg voor een zo dichtbij mogelijke situering van energieopslagfaciliteiten bij opweklocaties. Op deze manier worden pieken en dalen in het stroomgebruik beter gereguleerd 4. Beperk overstromingsschade Opslagstations zijn zoveel mogelijk ingericht dat een heftige regenbui of lokale overstroming geen schade veroorzaakt

2. Combineer initiatieven Combineer indien mogelijk opslaglocaties met andere initiatieven. Op deze manier nodigt de buitenruimte meer uit tot gebruik en kan de lokale energietransitie worden gecombineerd met cultuur, groen en klimaatadaptatie. Verder hebben de objecten een rustige en ingetogen vormgeving op bouwkundig gebied

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

56

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Energietransitie

ONTWERPPRINCIPES 1. Houd rekening met de energietransitie Binnen de onderzoeksfase van een project wordt aangegeven in hoeverre er rekening is gehouden met de energietransitie 2. Gebruik duurzame verlichting Installeer zoveel mogelijk duurzame, natuurvriendelijke straatverlichting die de flora en fauna niet verstoort, lichtvervuiling beperkt en energie-efficiënt is. Hanteer een efficiënt dimregime 3. Benut de oriëntatie van bebouwing

5.2.

Bouwkundige Oplossingen De energietransitie brengt steeds meer duurzame bouwkundige oplossingen met zich mee. Een voorbeeld hiervan is de aanleg van zonne-energie op daken en gevels, wat bijdraagt aan een verlaging van de CO2-uitstoot20. Dit soort oplossingen zorgen niet alleen voor een duurzame energievoorziening, maar beïnvloeden ook het karakter van stedelijke omgevingen21. Al deze factoren benadrukken hoe duurzame bouwkundige keuzes de leefbaarheid van buitenruimten kunnen verhogen, terwijl zij bijdragen aan de doelstellingen van de energietransitie.

Benut de oriëntatie van bebouwing optimaal in combinatie met gevel- en dakoppervlakken voor het besparen en opwekken van energie. De oriëntatie sluit aan op de behoefte aan zon of schaduw

Figuur 63: Natuurlijke isolatie mogelijkheden

4. Pas warmtewerende materialen toe

20 21

Meulen, van der, J. (2020). Zonne-energie in de stedelijke omgeving. Energie en Transitie. Jansen, M., & de Boer, S. (2019). Duurzaam bouwen en buitenruimtes. Uitgeverij Groen.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Het natuurlijk isoleren van gebouwen door het toepassen van warmtewerende materialen is een gewenste manier om energietransitie aan te pakken. Warmtewerende materialen zoals hout, gevelgroen, groene daken of lichte materialen hebben isolerend effect. Daarbuiten zorgt het koelende effect van bijvoorbeeld groene daken voor een hoger rendement van zonnepanelen

57

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Energietransitie

5. Let op mogelijke ruimteclaims In navolging van het vaststellen van het warmteprogramma (huidig transitievisie warmte) wordt er geanticipeerd op een mogelijke ruimteclaim voor een ondergronds warmtesysteem (opwek, opslag en transport). Door vroegtijdig in beeld te hebben waar mogelijke ruimteclaims liggen (onder- en bovengronds) kan dit afgestemd worden met ruimtelijke projecten en – ontwikkelingen 6. Breng civiel werk tijdig in beeld Door het vroegtijdig in beeld brengen van civiel werken in de ondergrond (zoals onderhoud aan riolering, gas- of drinkwaterleiding, maar ook de mogelijke aanleg van een warmtesysteem) kan mogelijk werk-met-werk worden gecombineerd (werkzaamheden op hetzelfde moment uitvoeren) waardoor de straat minder vaak open hoeft, dit minder overlast veroorzaakt en mogelijk zelfs de werkzaamheden betaalbaarder maakt

Referentie bestaand beleid Energietransitie: • • • • • • • • •

Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen* Handboek kabels en leidingen Waddinxveen* RES Midden-Holland (link) Programma Zon op Veld (link) Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Waddinxveen* Toelichting algemene verordening ondergrondse infrastructuren* Verlegregeling kabels en leidingen Waddinxveen 2014* Kabel- en leidingtracé (KL-01)* Afstand Kabel- en leidingentracés tot bomen*

*Documenten zonder link zijn op te vragen bij https://www.waddinxveen.nl/contact/contactformulier/

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

58

6 Circulariteit Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

59

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Circulariteit

Waddinxveen investeert in een circulaire gemeente door: Ons te houden aan het doel om een volledig circulaire gemeente in 2050 te zijn; In 2030 100% van het betonafval hoogwaardig te hergebruiken; Afval te zien als grondstof, dat uiteindelijk circulair wordt verwerkt; Alle ontwikkelingen te verkleinen zodat de ecologische voetafdruk van inwoners tot 2030 met 50% en tot 2050 met 100% zal afnemen; De buitenruimte circulair in te richten door middel van straatmeubilair en bestrating;

6.

22

Circulariteit

Inwoners de gelegenheid te geven om verspilling van grondstoffen te voorkomen;

Circulariteit speelt een steeds belangrijkere rol in de inrichting van de buitenruimte. Dit gebeurt door hergebruik van materialen en het minimaliseren van afvalstromen. In een circulaire economie worden producten en materialen zo ontworpen dat ze na gebruik kunnen worden hergebruikt of gerecycled, wat bijdraagt aan het verminderen van de ecologische voetafdruk22. Het toepassen van circulariteit bij de inrichting van de buitenruimte, draagt bij aan klimaatbestendigheid en de vermindering van grondstofgebruik.

Beleid voor zwerfafval op te stellen en dit uit te voeren; Waar mogelijk circulair en modulair bouwen. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van restmaterialen, maar ook wordt er gericht op transformatie i.p.v. slopen.

Ellen MacArthur Foundation. (2015). Towards a Circular Economy: Business Rationale for an Accelerated Transition.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

60

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Circulariteit

6.1.1. Inleverpunten ONTWERPPRINCIPES 1. Kies voor een strategische locatie Ga uit van lokale- en geclusterde energieopslag. Op deze manier wordt een wildgroei aan opslagvoorzieningen voorkomen en blijft de buitenruimte leefbaar

6.1.

Inzameling Materialen Een goed ontworpen buitenruimte op het gebied van afvalen grondstoffeninzameling kan de circulaire economie bevorderen door waardevolle grondstoffen terug te winnen en verspilling te minimaliseren23. De strategische plaatsing van afvalpunten en recyclestations in de buitenruimte stimuleert inwoners om bewuster om te gaan met afval, wat leidt tot een schonere en meer functionele openbare ruimte14. Door deze circulaire maatregelen kan afvalbeheer een zichtbare en functionele rol spelen in de buitenruimte, wat bijdraagt aan een duurzamere toekomst24.

Inleverpunten op centrale punten in buurten (Lijsterbesstraat)

Inleverpunten bij wijkcentrum (Wilhelminaplein)

Inleverpunten bij supermarkt (Zuidplashof)

Figuur 64, 65 & 66: Inleverpunten van elektrische attributen in Waddinxveen

2. Kies voor een punt op buurtniveau Het streven is dat elke buurt een inleverpunt heeft. Indien er een nieuw inleverpunt wordt geplaatst dient de evenredige verspreiding beoordeeld te zijn 3. Combineer inleverpunten met andere opgaven Nieuwe inleverpunten worden bij voorkeur gecombineerd met het inleveren van medicatie. Deze inleverpunten worden veilig en gesloten ingericht. Medicatie dat over de datum is kan giftig zijn en voor problemen zorgen in het afval en voor de waterkwaliteit

23 14 24

Ellen MacArthur Foundation. (2013). Towards the Circular Economy. Gehl, J. (2010). Cities for People. van der Schoor, T., & Scholtens, B. (2015). Power to the people: Local community initiatives and the transition to sustainable energy.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

61

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Circulariteit

6.1.2. Afval

3. Beperk zwerfafval

ONTWERPPRINCIPES 1. Bekijk of lokale compostverwerking mogelijk is

Nieuwe ondergrondse containers worden mogelijk ingericht om afval op straat tegen te gaan en de beeldkwaliteit te optimaliseren. Dit wordt gericht om bijplaatsing naast de container tegen te gaan

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt indien mogelijk GFE/GFT en swill afval lokaal verwerkt tot compost. Dit is natuurlijk afval, zoals groente, fruit, etensresten en tuinafval. Dit zorgt voor minder afvalstromen en stimuleert projecten zoals groene tuinen, moestuinen of groene openbare ruimte. Hiermee wordt de leefomgeving groener, gezonder en stijgt de sociale cohesie 2. Ga uit van volledig omgekeerd inzamelen Bij nieuwe ontwikkelingen (behalve in het buitengebied) wordt uitgegaan van volledig omgekeerd inzamelen. Dit betekent dat er voor restafval niet meer wordt gewerkt met kliko’s, maar met ondergrondse containers. We hanteren de richtlijn van een maximale loopafstand van 250 meter naar een ondergrondse container

Volledig omgekeerd inzamelen op buurtniveau (Dubbelspoor)

Geclusterd inzamelen (Groensvoorde)

Inzamelen bij wijkcentrum (Wilhelminaplein)

Figuur 67, 68 & 69: Ondergrondse containers in Waddinxveen

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

62

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Circulariteit

ONTWERPPRINCIPES 1. Ga eerst uit van transformatie Onderzoek altijd eerst de mogelijkheid van transformatie als een gebouw niet meer voldoet. Moet sloop toch plaatsvinden, maak dan een inventarisatie van herbruikbare materialen, hun economische waarde en beoordeel welke materialen geschikt zijn voor hergebruik of waardebehoud 2. Repareer materiaal

6.2.

Aanbesteding Door materialen en producten herbruikbaar te maken, verminderen gemeenten de vraag naar nieuwe grondstoffen, wat leidt tot een lagere CO2-uitstoot en minder afval25. Waddinxveen streeft naar een circulaire inrichting van de buitenruimte. Dit kan door straatmeubilair, speeltoestellen of verharding circulair aan te besteden. Verder wil de gemeente meer doen om inwoners te betrekken bij het realiseren van de circulaire opgave. Dit moet ervoor zorgen dat de inwoner zich gehoord en betrokken voelt. Tevens zorgt het voor meer sociale binding en meer onderlinge communicatie. De gemeente stimuleert de sociale inclusie door meer gelegenheid te bieden aan circulaire initiatieven

We streven ernaar om zo min mogelijk straatmeubilair, verkeersborden en speeltoestellen te vervangen. Er wordt gefocust op herstellen. De huidige aanpak is al zeer duurzaam doordat er veel straatmeubilair al wordt gerepareerd in plaats van weggegooid. De gemeente houdt hieraan vast en kijkt naar mogelijkheden om nog vaker circulair te werk te gaan 3. Zorg voor een circulaire aanbesteding Bij nieuwe ontwikkelingen in de buitenruimte heeft het circulair aanbesteden de voorkeur. Denk hierbij aan straatmeubilair, speeltoestellen en bestrating/verharding. Dit geldt ook voor objecten die moeten worden vervangen 4. Geef ruimte aan lokale circulaire activiteiten Onderzoek bij grootschalige gebiedsontwikkeling of er ruimte kan worden ingericht voor lokale circulaire economische activiteiten. Deze activiteiten zorgen voor een langere gebruiksduur van gebruiksvoorwerpen waarmee de levensduur wordt verlengd. Tevens zijn deze locaties een impuls voor de lokale sociale cohesie en voor een menging van verschillende doelgroepen 5. Bekijk de optie van kledingreparatie

25

Platform31. (2022). Circulair aanbesteden in de praktijk. Geraadpleegd op 15 oktober 2024, van https://www.platform31.nl

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Bij nieuwe circulaire initiatieven is een invulling voor kledingreparatie gewenst. Deze productgroep heeft de grootste klimaatimpact. Daarbuiten is fast fashion een groeiende factor in de kledingindustrie wat voor veel extra klimaatschade kan zorgen

63

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Circulariteit

6. Gebruik Wad’s Duurzaam Circulariteit wordt ingebed in de interne werkprocessen van de gemeente, doormiddel van de Wad’s Duurzaam monitor. Dit is een puntensysteem voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit en duurzame energie. Projecten kunnen alleen starten als het minimale aantal punten is behaald 7. Bespreek ambities Het is van belang om circulaire ambities vroeg in het proces met initiatiefnemers te bespreken. Zo wordt de markt uitgedaagd om met de gemeente mee te denken over circulaire oplossingen. Waddinxveen staat daarnaast klaar om voorbeelden te geven en initiatiefnemers te koppelen aan koplopers

Referentie bestaand beleid Circulariteit: • • • • • •

Koersdocument Duurzaamheid (link) Koersdocument Circulair Waddinxveen* Benchmark NVRD (link) Kennisbank NVRD (link) Vanafvalnaargrondstof.nl (link) Visie Cyclus (link)

*Documenten zonder link zijn op te vragen bij https://www.waddinxveen.nl/contact/contactformulier/

8. Verwerk oude materialen circulair Natuurlijke materialen die worden verwijderd bij de aanleg van een nieuw project worden bij voorkeur circulair gebruikt. Dit gebeurt in eerste instantie binnen het plan zelf, indien dit niet mogelijk is wordt gekeken hoe het binnen de buurt kan worden hergebruikt 9. Onderbouw de materiaalkeuze Er is binnen het ontwerp een duidelijke onderbouwing over de keuze van materialen. De nadruk ligt op hergebruik. Indien dit niet kan is het streven om materialen te gebruiken met een zo’n lang mogelijke levensduur

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

64

7 Parkeren Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

65

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Parkeren

Waddinxveen investeert in de huidige en toekomstige parkeersituatie door: Te streven naar een goede en eerlijke parkeersituatie; Het autogebruik- en bezit te verminderen door te investeren in het STOMP-principe; Het streven naar sociaal veilige parkeerplaatsen om het gebruik van bestaande parkeerplaatsen te stimuleren; Het stimuleren van zoveel mogelijk inpandig of op eigen terrein parkeren bij nieuwe ontwikkelingen; Het opzetten van een dekkend laadpalennetwerk; Eventueel parkeerregulering in te voeren.

7.

Parkeren Ruimte is schaars en dient zorgvuldig te worden gebruikt. Parkeergelegenheid functioneert het beste wanneer het in balans is: genoeg plekken om overlast te voorkomen, maar niet te veel, zodat er ook ruimte blijft voor andere belangrijke zaken zoals groen, woningen en klimaatmaatregelen14. Daarnaast willen we minder autogebruik en autobezit om duurzaamheid en leefbaarheid te bevorderen.

14

Gehl, J. (2010). Cities for People.

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

66

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Parkeren

ONTWERPPRINCIPES 1. Hanteer de CROW-norm Voor de inrichting van alle typen parkeerplaatsen wordt de meest recente CROW-norm gehanteerd 2. Bepaal de hoeveelheid laadpalen per project Voor het bepalen van de hoeveelheid laadpalen per project wordt de meest recente CROW-norm gehanteerd. Dit is een flexibele richtlijn. Hierin worden verschillende typen woningen en voorzieningen onderverdeeld. Vanuit daar kan een percentage worden opgesteld met hoeveelheid laadpalen binnen het plangebied. De laadpalen worden met voorkeur op eigen terrein geplaatst

7.1.

Inrichting De inrichting van parkeerplaatsen beïnvloeden niet alleen het aantal beschikbare parkeerplaatsen, maar bepaalt ook de toegankelijkheid en veiligheid van parkeerplaatsen26. Daarnaast kunnen innovaties, zoals parkeergarages de ruimte efficiënter benutten en de visuele overlast van parkeren verminderen. Dit draagt bij aan een aangenamere buitenruimte27. Het is essentieel dat ontwerpers rekening houden met deze factoren om een balans te vinden tussen parkeerruimte en leefbaarheid. Concrete plannen m.b.t. parkeren worden uitgewerkt in het IBOR en in plannen voor gebiedsreconstructies.

3. Concentreer snellaadplaatsen Het realiseren van snellaadplaatsen op geconcentreerde parkeerplekken zoals parkeerpleinen is een gewenste situatie. Dit gebeurt bij voorkeur op bedrijventerreinen. Houd in het ruimtelijk ontwerp rekening met de bijkomende bezetting van de buitenruimte door transformatorhuisjes 4. Houd rekening met toekomstige invalidenplaatsen Tijdens de berekening van de parkeeropgave wordt bij voorkeur rekening gehouden met toekomstige invalidenplaatsen. De richtlijn is om minstens 2% van de parkeervakken in te richten om eventueel in de toekomst als invalidenplaats te fungeren. Een bredere opzet en een betere toegankelijkheid zijn hierin cruciaal 5. Richt parkeerstroken rondom scholen flexibel in Parkeerstroken rondom scholen worden indien mogelijk aanpasbaar ingericht. Indien de parkeerdruk daalt en fietsen toeneemt kan de parkeerstrook zonder veel problematiek worden omgebouwd tot fietsparkeerplaats. Houd hierin rekening met grote fietsen zoals bakfietsen

Ewing, R., & Clemente, O. (2013). Measuring the Quality of Public Spaces: A Case Study in Urban Design. Journal of Urban Planning and Development. Litman, T. (2013). Transportation and Environmental Justice. Victoria Transport Policy Institute.

26

27

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

67

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Parkeren

6. Bedrijven ontwikkelen zoveel mogelijk op eigen terrein Het managen van de parkeeropgave voor bedrijven vindt primair plaats op eigen terrein. De gemeente faciliteert om het bedrijventerrein wel op andere manieren bereikbaar te houden. Denk hierbij aan wandel- en fietsverbindingen en openbaar vervoer. Raadpleeg hiervoor het Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer 7. Kies voor open verharding Groen tenzij: Waar mogelijk wordt gekozen voor open verharding met groen in plaats van totale verharding

De keuze voor grasbetontegels draagt bij aan waterberging en de uitstraling van een gebied. Het slim toepassen van deze vakken kan door het kiezen van locaties die overdag of in het weekend niet of nauwelijk worden gebruikt. Dit voorbeeld van Station Triangel wordt voor het afzetten van personen gebruikt. Hierdoor worden de vakken niet constant gebruikt. Figuur 70: Grasbetontegels

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

68

Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving

Parkeren

7.2.1. Situering Parkeervakken ONTWERPPRINCIPES 1. Houd rekening met maximale loopafstanden Voor het situeren van parkeervakken wordt er rekening gehouden met maximale loopafstanden. Deze maximale loopafstanden worden gekoppeld aan woningen, werklocaties en voorzieningen. We hanteren hiervoor de meest actuele CROW-norm 2. Cluster parkeerruimte

7.2.

Situering & Normering Een evenredige verspreiding van parkeerplaatsen kan bijdragen aan een efficiënter gebruik van de ruimte en behoud van groen, terwijl slechte planning kan leiden tot hogere verharding en minder biodiversiteit. Strikte parkeernormen, zoals beschreven door CROW, kunnen helpen overbelasting van openbare ruimten te voorkomen door te zorgen voor voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein of in private voorzieningen. Tegelijkertijd kunnen verschillende normen per zones inspelen op veranderende mobiliteitsbehoeften, bijvoorbeeld door gebruik van deelmobiliteit en openbaar vervoer te stimuleren28.

Parkeerruimte in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk geclusterd. Het liefst zijn de parkeervakken geclusterd waardoor er minder auto’s over de buitenruimte zijn verspreid. Parkeren achter panden heeft hierin de voorkeur. Het clusteren van parkeerruimte achter panden zorgt voor een leefbare en veilige straat 3. Verdeel clusters evenredig Parkeerclusters worden bij voorkeur in gelijke verhouding door de wijk verdeeld. Ga bij het stedenbouwkundig ontwerp uit van de richtlijn voor de maximale loopafstand. Dit bedraagt een maximale afstand van 2 minuten wandelen van een woning tot een openbare parkeerplaats 4. Ga uit van inpandig parkeren Bij nieuwe ontwikkelingen wordt er zoveel mogelijk inpandig geparkeerd. Dit zorgt voor een veiliger gebruik van de buitenruimte. Dit andere gebruik kan worden ingevuld met meer ruimte voor groen, water of voorzieningen die gezondheid stimuleren

28

CROW. (2018). Parkeren en buitenruimte: richtlijnen en aanbevelingen. https://www.crow.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15331974/1