CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota tarievenstelsel sport versie 5 17 mei 11

Commissie Maatschappij + Financiën 2 december 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen3.162 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1

Nota tarievenstelsel sport Een nieuwe structuur voor sporttarifering Versie d.d. 16 mei 2011

1

Inhoud Vertreksituatie.............................................................................................................................................. 3 1.1. Uitgangspunten .................................................................................................................................. 3 1.2. Modellen tarievenstelsel ..................................................................................................................... 3 1.3. Keuze voor model 3 ............................................................................................................................ 4 2. Vertaling ‘model 3’ naar een tarievensystematiek ........................................................................................... 5 2.1. In het kort .......................................................................................................................................... 5 2.2. Tariefberekening van de binnensportaccommodaties............................................................................ 5 2.2.1. Vertrekpunten................................................................................................................................ 5 2.2.2. Wegingsfactoren ............................................................................................................................ 5 2.2.3.

Voorbeeld berekening tarieven ....................................................................................................... 6 2.3. Tariefberekening van de buitensportaccommodaties............................................................................. 7 2.3.1. Vertrekpunten................................................................................................................................ 7 2.3.2. Wegingsfactoren ............................................................................................................................ 7 2.3.3. Voorbeeld berekening tarieven ....................................................................................................... 8 2.4. Suggesties aanvullende criteria bepaling tarief...................................................................................... 9 2.5. Continuïteit van de tarieven ................................................................................................................ 9 2.6. Te besluiten door de raad.................................................................................................................... 9 Bijlage A Uitgangspunten tariefberekening binnensportaccommodaties...............................................................

9 Bijlage B: Uitgangspunten tariefberekening buitensportaccommodaties ............................................................... 9 1.

2

1. Vertreksituatie 1.1. Uitgangspunten De behoefte aan een transparant en eerlijk systeem voor de tarieven van de accommodaties wordt breed gedragen. Tijdens de themaraad van januari 2010 en in een werkconferentie over de tarievenstructuur in het voorjaar van 2010, waarbij alle sportverenigingen betrokken waren, zijn de volgende uitgangspunten voor een nieuw tarievenstelsel aan de orde geweest en onderschreven:         

Sturing: het stelsel kan sturen op dal- en piekuren Transparantie: iedere gebruiker en betaler weet waarop het tarief is gebaseerd. Gelijkheid: de partijen die accommodaties huren worden gelijk behandeld. Rechtvaardigheid: er is bij de tariefstelling geen sprake van willekeur. Samenhang: de structuur, de hoogte van de tarieven en eventuele subsidie staan in verhouding tot elkaar. Draagvlak: de tarievenstructuur ondervindt breed maatschappelijke ondersteuning. Beheersbaarheid: het systeem moet concreet en uitvoerbaar zijn; Flexibiliteit: er blijft ruimte voor flexibele toepassingen bij onvoorziene situaties. Kostenbeheersing: de tarievenstructuur leidt tot minder ‘overhead’ bij alle betrokkenen.

1.2. Modellen tarievenstelsel Indachtig de genoemde uitgangspunten en op basis van wat in de praktijk gangbaar is, bestaan de volgende modellen: 1. Basis: het aantal actieve leden of het aantal competitieteams. In dit type model bepalen het aantal actieve leden of het aantal competitieteams het te betalen tarief. Gerichte subsidies op de tarieven kunnen op die manier worden toegepast. 2. Integrale kostprijsberekening met dekkingspercentage. De tarieven worden vastgesteld op basis van de kostprijsberekening van de accommodaties. Bij het bepalen van de kostprijs van een veld wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten van alle gelijksoortige velden in de gemeente. Voorbeeld: elk natuurgras-voetbalveld kost hetzelfde. In dit systeem kunnen kunstgrasvelden, natuurgrasvelden, trapveldjes of sporthallen, zwembad, gymlokalen worden onderscheiden en kunnen de diverse kostprijzen berekend worden, die omgezet worden in tarieven. Wanneer vervolgens in de concrete berekening van een tarief per voorziening wordt uitgegaan van hetzelfde dekkingspercentage, zal het gebruik van een sporthal duurder zijn dan een gymlokaal. Het gebruik van een kunstgrasveld zal veel duurder zijn dan van een trapveldje. 3. Integrale kostprijs van álle accommodaties. Dit model heeft dezelfde uitgangspunten als model 2, in de zin dat de tarieven worden bepaald op basis van kostprijsberekening.

Echter in dit model betreft het de integrale (gemiddelde) kostprijs van álle eenheden binnen alle accommodaties tezamen. Deze

3

gemiddelde kostprijs per accommodatie wordt vervolgens vermenigvuldigd met een bepaalde wegingsfactor, die de kwaliteit en de grootte van de eenheid representeert. Met deze wegingsfactoren is het mogelijk te differentiëren op grond van de kwaliteit, grootte, intensiteit van onderhoud en voorzieningenniveau. Ook kunnen de wegingsfactoren evenredig verhoogd of verlaagd worden, om te sturen op een hoger of lager tarief of dekkingspercentage. 4. Duitse model In het Duitse model worden accommodaties kosteloos beschikbaar gesteld. Daar staat tegenover dat geen subsidies meer gegeven worden.

1.3. Keuze voor model 3 In de themaraad in januari 2010 zijn de verschillende modellen voorgelegd en is een voorkeur uitgesproken voor het model waarbij sprake is van een integrale kostprijsberekening en wegingsfactoren per accommodatie (model 3). Door voor dit model te kiezen, wordt gekozen voor een zekere mate van harmonisatie van de tarieven, waardoor de toegankelijkheid van dure sporten vergroot wordt. Het model biedt een basis om tot betere kostendekkendheid te kunnen komen, het is eenduidig en transparant. Dit model en de uitwerking doorstaat daarmee ook de toetsing aan de kaders die de raad in mei 2009 heeft gesteld voor het sportbeleid: “De sportaccommodaties vormen de basisinfrastructuur. a. Er dient een kwantitatief en kwalitatief aanbod aan sportaccommodaties aanwezig te zijn dat aansluit op de activiteitenbehoefte. b. Er wordt gestreefd naar een multifunctioneel gebruik en clustering van sportaccommodaties. c. De tarieven van de sportaccommodaties zijn meer kostendekkend. De verbetering van de kostendekkendheid ten opzichte van de huidige situatie levert een extra inkomst op van € 100.000 vanaf 2012 (bij voorkeur te bereiken door een grotere mate van efficiëntie en zelfbeheer). d.

De tarieven voor de sportaccommodaties zijn eenduidig en transparant Een interne analyse heeft uitgewezen dat het de voorkeur heeft om in Waddinxveen onderscheid te maken tussen de binnensportaccommodaties en de buitensportaccommodaties voor wat betreft de precieze berekening van de tarieven. Dat heeft te maken met de wijze van verhuur op dit moment: de binnensportaccommodaties worden per klokuur verhuurd, terwijl bij de buitensportaccommodaties sprake is van verhuur op jaarbasis.

4

2. Vertaling ‘model 3’ naar een tarievensystematiek 2.1. In het kort Als basis voor het vaststellen van de tarieven van de sportaccommodaties wordt de integrale (= gemiddelde) kostprijs genomen. Dit bedrag komt tot stand door de totale kosten van alle binnensportaccommodaties respectievelijk van alle buitensportaccommodaties, te delen door het aantal eenheden. Voor de binnensport zijn de eenheden ‘beschikbare uren zaalhuur’ en voor de buitensport zijn dat ‘velden’. Vervolgens wordt per accommodatie een wegingsfactor vastgesteld. De wegingsfactor representeert de onderlinge kwaliteitsverschillen van de sportvoorzieningen. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om een onderbouwde differentiatie aan te brengen in de tarieven. De kwaliteit wordt vooral gerelateerd aan de cultuur- en sporttechnische kenmerken, de intensiteit van het onderhoud en het voorzieningenniveau. Door de gemiddelde kostprijs met de vastgestelde wegingsfactor te vermenigvuldigen komt een tarief voor de verschillende accommodaties tot stand.

2.2. Tariefberekening van de binnensportaccommodaties 2.2.1. Vertrekpunten1 Totale kosten: Aantal uren zaalhuur schoolsport: Aantal uren zaalhuur verenigingen en particulieren: Gemiddelde kostprijs per uur: Gemiddelde opbrengst per uur :

€ 916.582,6330 uren 4430 uren € 83,€ 37,-

2.2.2. Wegingsfactoren Door wegingsfactoren toe te kennen aan de verschillende accommodaties wordt de tariefstelling gedifferentieerd. De wegingsfactoren vertegenwoordigen de (verschillen van de) kwaliteit van de voorzieningen en maken ook een differentiatie naar dal- en piektarief mogelijk. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de vastgestelde gemiddelde kostprijs per uur (€ 83) ontstaat een uurtarief voor een bepaalde accommodatie.

1

Zie bijlage A voor de achterliggende berekeningen, gebaseerd op de begroting 2012.

5

2.2.3. Voorbeeld berekening tarieven De werking van de systematiek is in onderstaande tabel in beeld gebracht. De wegingsfactoren zijn in dit voorbeeld zodanig gekozen dat – zowel voor de dal- als de piekuren – sprake is van tarieven die dicht bij de huidige tarieven van de verschillende binnensportaccommodaties liggen. Een aantal jaren geleden zijn de verhoudingen tussen de tarieven van de verschillende binnensportaccommodaties herijkt en daarmee is de onderlinge verhouding impliciet bepaald. Die verhoudingen worden op deze manier omgezet in wegingsfactoren. De vermenigvuldiging met de gemiddelde kostprijs levert het tarief op.

Opbrengst per uur OUDE SYSTEMATIEK

Overdag door de week NIEUWE SYSTEMATIEK

Avond en weekend NIEUWE SYSTEMATIEK

Huidige gemiddelde opbrengst Scholen

Tarief (2010/2011) verenigingen particulieren

Wegingsfactor

Bedrag factor x € 83

Wegingsfactor

Bedrag factor x € 83

Sporthal de Dreef

38

54,59

0,64

53,12

0,66

54,78

Sportzaal de Duikelaar

38

39,43

0,46

38.18

0,48

39,84

Sportzaal Groenswaard

38

31,59

0,37

30,71

0,38

31,54

Gymlokaal J.Postlaan

38

21,47

0,25

20,79

0,26

21,58

6

2.3. Tariefberekening van de buitensportaccommodaties 2.3.1. Vertrekpunten2 Totale kosten: Aantal velden: Gemiddelde kostprijs per veld: Gemiddelde opbrengst per veld:

€ 1.094.083,19 (verschillend qua constructie, gebruik en grootte) € 57.583,€ 4.748,-

2.3.2. Wegingsfactoren Voor het opstellen van de beheerplannen om het onderhoud van de verschillende buitensportaccommodaties te bepalen, worden wegingsfactoren gebruikt. Daaraan ligt de zogenaamde ‘kwaliteitsdiamant’ ten grondslag. Dat is een modelmatige benadering van de beheerkosten, waarin grootte, cultuurtechnische kwaliteit en sporttechnische kwaliteit van de voorzieningen samengevoegd worden tot een totaalnorm. Het is consistent om voor de tariefberekening dezelfde wegingsfactoren –dat wil zeggen dezelfde onderlinge verhoudingen- te hanteren. Soort eenheid

Sniep Oost

’t Suyt Sniep West

Gouwebos Middelburgseweg

2

Kunstgras korfbalveld Natuurgras korfbalveld Kunstgras wetravoetbalveld Natuurgras wedstrijdvoetbalveld Natuurgras minitrainingsveld Asfalt handbalveld Kunstgras wetravoetbalveld Natuurgras wedstrijdvoetbalveld Natuurgras minitrainingsveld Kunstgras hockeyveld Kunststof atletiekbanen en velden Natuurgras atletiekveld Plateau in straatwerk Natuurgrasveld

Wegingsfactor ‘kwaliteitsdiamant’ 1,4 0,7 1,6 1,0 0,2 0,6 1,6 1,0 0,2 1,8 1,6 0,2 0,2 0,6

Zie bijlage B voor de achterliggende berekeningen, gebaseerd op de begroting 2012.

7

Eenheden 1 1 2 1 1 1 2 3 1 2 1 1 1 1

2.3.3. Voorbeeld berekening tarieven De werking van de systematiek is in onderstaande tabel in beeld gebracht. Om de tarieven te berekenen moet de gemiddelde kostprijs van € 57.583,- per veld, met de genoemde wegingsfactoren vermenigvuldigd worden. De wegingsfactoren geven de onderlinge kwaliteitsverhouding weer, dus deze kunnen evenredig worden verkleind of vergroot. In onderstaande tabel zijn de aanvankelijke wegingsfactoren volgens de ‘kwaliteitsdiamant’ verkleind tot 8 % om op die manier tot een nieuwe tarifering te komen, waarbij het behalen van de huidige begrote totaalopbrengst van € 90.204,- benaderd wordt. Vereniging

Kunstgras korfbalveld

Wegingsfactoren t.b.v. tariefberekening (8 % van de wegingsfactor in voorgaande tabel) 0,112

Natuurgras korfbalveld

0,056

1

€ 3.224,65

Kunstgras wetravoetbalveld

0,128

2

€ 14.741,25

Natuurgras wedstrijdvoetbalveld

0,08

1

€ 4.606,64

Natuurgras minitrainingsveld

0,016

1

€ 921,33

Handbal Rowah

Asfalt handbalveld

0,048

1

€ 2.763,98

Voetbal Be Fair

Kunstgras wetravoetbalveld

0,128

2

€ 14.741,25

Korfbal Korbis

Soort eenheid

x aantal eenheden

x kostprijs 57.583

1

€ 6.449,30

Tarieven 2010

€ 2.891

Voetbal ASW Sniep Oost

€ 20.543

€ 1.474 € 26.149 ‘t Suyt

Sniep West

Natuurgras wedstrijdvoetbalveld

0,08

3

€ 13.819,92

Natuurgras minitrainingsveld

0,016

1

€ 921,33

Kunstgras hockeyveld

0,144

2

€ 16.583,90

Kunststof atletiekbanen en velden

0,128

1

€ 7.370,62

Natuurgras atletiekveld

0,016

1

€ 921,33

Schutters W’veen

Plateau in straatwerk

0,016

1

€ 921,33

Hondensportver.

Natuurgrasveld

0,048

1

€ 2.763,98

€ 742 ---

€ 90.750,81

€ 92.819

Hockey Club Waddinxveen Atletiek SC Antilope

€ 27.277 € 8.400

Gouwebos

Middelburg -seweg

Begroting 2012 = €90.204

8

2.4. Suggesties aanvullende criteria bepaling tarief Tijdens de bespreking van de discussienota in de commissie Samenleving in januari 2011 zijn suggesties voor aanvullende criteria genoemd, met de vraag te onderzoeken of deze kunnen worden verwerkt in de nieuwe tarievensystematiek. Criterium: nieuwe sportparken De wegingsfactoren voor de buitensport zoals hiervoor genoemd en gebaseerd op het ‘diamantmodel’ en zijn vooral ingegeven door de kosten van het onderhoud van de verschillende soorten velden. In Waddinxveen doet zich echter de situatie voor dat recentelijk twee nieuwe sportparken zijn gerealiseerd die qua uitstraling en (algemeen) voorzieningenniveau ver uitstijgen boven het niveau van de andere sportparken in Waddinxveen en zelfs in Zuid-Holland. Dit grote kwaliteitsverschil komt op basis van de gekozen wegingsfactoren, maar beperkt tot uitdrukking. In de commissie Samenleving is voorgesteld om de hoge kwaliteit van deze nieuwe sportparken nadrukkelijker mee te wegen. Deze suggestie om méér rekening te houden met deze hoogwaardige accommodaties, past binnen de filosofie van model 3. Om de systematiek voor de weging niet met deze uitzonderlijke situatie te belasten, zou voor de velden binnen de nieuwe sportparken ’t Suyt en Sniep Oost, een extra toeslag boven op het integraal berekende tarief gezet kunnen worden.

Dat komt tegemoet aan de breed gevoelde behoefte binnen de commissie Samenleving om iets “extra’s” te vragen van de verenigingen die van deze accommodaties gebruik maken. In de toekomst kunnen zich soortgelijke nieuwe situaties voordoen. Voorgesteld wordt beleidsmatig de mogelijkheid te creëren om -zo nodig- een extra toeslag te vragen op de tarieven van nieuwe hoogwaardige accommodaties. Draagkracht en/of ledenaantallen van de verenigingen In de gekozen tariferingsystematiek wordt geen rekening gehouden met de ledenaantallen en de effecten daarvan op de draagkracht van verenigingen. In de commissie Samenleving is de suggestie gedaan de ledenaantallen en (derhalve) de financiële draagkracht mee te wegen in het model, zodat de grotere verenigingen meer moeten betalen. Er zijn diverse argumenten om deze suggestie niet over te nemen. Principieel - Het mee laten wegen van financiële draagkracht en/of grootte van de vereniging zijn criteria van een geheel andere orde dan de gehanteerde uitgangspunten van model 3. - Hogere tarieven rekenen voor verenigingen met meer draagkracht c.q. meer leden zou de groei van het aantal leden en een doelmatige huishouding juist kunnen tegenwerken, omdat het calculerend gedrag bevordert. Praktisch - Het is in de praktijk niet controleerbaar wat de draagkracht en/of de ledenaantallen van verenigingen zijn.

Daarnaast fluctueren deze gegevens voortdurend. Het uitgangspunt ‘uitvoerbaarheid’ – dat voor de tariferingsystematiek geldt (1.1) – wordt bij een dergelijke keuze aangetast. - De omvang van de vereniging bepaalt de capaciteit die wordt gehuurd en impliceert dus een evenredige verhouding met de te betalen huur. Dit geldt méér voor de binnensport dan voor de buitensport.

9

2.5. Continuïteit van de tarieven Voor de gebruikers van de sportaccommodaties is het gewenst dat er stabiliteit is in de tarieven die zij voor het gebruik moeten betalen. Voorgesteld wordt dan ook om de bedragen in dit systeem vast te stellen voor vier jaar en onderwijl jaarlijks aan te passen met het consumentenprijsindexcijfer. Het tarievensysteem zou elke vier jaar geëvalueerd en aangepast moeten worden, parallel aan de actualisatie van de beheerplannen. Tevens kunnen dan de actuele kapitaallasten in de berekening meegenomen worden. Er wordt voorgesteld om de eerste evaluatie uit te voeren binnen twee jaar na introductie van de nieuwe tarievenstructuur. Vervolgens kan de evaluatie dan parallel aan de actualisatie van de beheerplannen lopen.

2.6. Te besluiten door de raad

Het college vraagt de raad - Kennis te nemen van de uitwerking van de tarievensystematiek conform de kaders die de raad stelde. - Te besluiten tot het evalueren van de tarievenstructuur binnen twee jaar na introductie en vervolgens tot het vier-jaarlijks herijken van de tarieven, parallel aan de actualisatie van de beheerplannen. -

In aanvulling op de tarievensystematiek te besluiten om 1. géén mogelijkheden te bieden om extra toeslagen te vragen op basis van de ledenaantallen en/of draagkracht van de verenigingen; 2. wèl de mogelijkheid open te laten om –zo nodig- een extra toeslag te vragen op tarieven van nieuwe hoogwaardige accommodaties.

10

Bijlage A Uitgangspunten tariefberekening binnensportaccommodaties Totale kosten De basis voor de tariefberekening vormen de kosten van alle accommodaties tezamen. Kosten binnensport (begroting 2012): - jaarlijks cyclisch onderhoud3 € 277.005 4 - groot onderhoud € 117.966 5 € 332.955 - alle exploitatie (incl. pers., organ. + doorbelasting) - kapitaallasten6 € 188.656 - eigen werkzaamheid verenigingen €0 -----------Totaal kosten € 916.582 Aantal eenheden Om te komen tot de kostprijs per uur, wordt het totaal aantal verhuurde uren van de vier accommodaties genomen. Het gaat in totaal om 10.760 uren. Onderwijs: er worden wekelijks 158,25 klokuren7 gebruik gemaakt door scholen van de vier sportaccommodaties tezamen. Op jaarbasis (40 schoolweken) is dat 6330 uur. Verenigingen en particulieren: in 2010 werden in totaal ca. 44308 uren verhuurd (berekening op basis van begrote opbrengst per accommodatie minus pachtopbrengst, gedeeld door tarieven 2010 per locatie). Gemiddelde kostprijs per uur Voor het gebruik van de vier sportaccommodaties tezamen, gedurende (6330+4430 =) 10.760 uren bedragen de kosten (€ 916.582 minus de opbrengst uit pacht á €27.802) = € 888.780. De gemiddelde kostprijs per uur, voor onderwijs én verenigingen en particulieren, bedraagt dan € 888.780 : 10.760 = ca. € 83.

Ter vergelijking: welke begrote opbrengsten 2012 staan daar tegenover? De begrote opbrengsten 2012 voor het gebruik van 10.760 uren huur accommodatie zijn (totaal begrote opbrengsten van € 423.930 minus pachtopbrengst van € 27.802 =) €396.128. De gemiddelde opbrengst per uur is dan ca. € 37. o Voor schoolsport is de opbrengst voor 6330 uur gebruik € 241.461, dus gemiddeld per uur ca. € 38 huur. o Uit verhuur aan verenigingen en particulieren is de opbrengst voor 4430 uur € 154.667, dus gemiddeld per uur ca. € 35 huur.

3

Ongewijzigd t.o.v. vorige nota Enigszins verlaagd op basis van geactualiseerde beheerplannen. 5 Ongewijzigd t.o.v. vorige nota 6 Voor de kapitaallasten zijn itt de vorige versie van deze nota de werkelijke bedragen 2012 genomen, omdat de systematiek van lineair i.t.t. annuïtair afschrijven overeenkomt met de gemeentelijke systematiek van administreren. De kapitaallasten kunnen in de toekomst sterk gaan fluctueren, zowel naar boven als naar beneden. Derhalve dienen de actuele bedragen elke 4 jaar te worden meegenomen in de herijking van de tarieven of eerder, in geval er tussentijds grote wijzigingen plaatsvinden. 7 Joh.Postlaan: 37 lesuren = 27,75 klokuur; Groenswaard: 59 lesuren = 44,25 klokuren; De Duikelaar: 51 lesuren = 38,25 klokuren; De Dreef 48 lesuren = 36 klokuren TOTAAL: 158,25 klokuren. 8 De Dreef ca. 1000 uur, De Duikelaar ca. 1340 uur, Groenswaard ca. 1200 uur en Postlaan ca. 890 uur. 4

11

Bijlage B: Uitgangspunten tariefberekening buitensportaccommodaties Totale kosten De basis voor de tariefberekening vormen de kosten van álle buitensportaccommodaties tezamen. Kosten (begroting 2012): a. jaarlijks onderhoud9 € 119.433 10 b. groot onderhoud € 33.532 c. alle exploitatie (incl. pers., organ. + doorbelasting)11 € 55.962 12 d. kapitaallasten € 864.356 € 20.800 e. eigen werkzaamheid verenigingen -----------Totaal kosten € 1.094.083 Aantal eenheden Het aantal eenheden bedraagt vanaf medio 2011, dan is sportpark Oranjewijk afgestoten en sportpark de Sniep Oost op sterkte, 19. Dit betekent dat er 19 velden zijn, die onderling van elkaar verschillen qua constructie, gebruik, onderhoudseisen en grootte. Gemiddelde kostprijs De gemiddelde kostprijs per veld bedraagt € 1.094.083 : 19 = € 57.583. Ter vergelijking: welke opbrengsten staan daar tegenover? De begrote totaalopbrengst 2012 van € 90.20413 bij 19 velden. Dat betekent dat één veld gemiddeld ca. € 4.748 oplevert.

9

Het verschil t.o.v. de vorige nota, komt door de herschikking van de kosten die aan beheerplan buitensport en beheerplan groen worden toegerekend (raadsbesluit 13 april 2011) .

10

Het verschil t.o.v. de vorige nota, komt door de herschikking van de kosten die aan beheerplan buitensport en beheerplan groen worden toegerekend (raadsbesluit 13 april 2011) , alsmede door een financieel-technische wijziging. Investeringen worden geactiveerd (conform de nota Activa) in plaats van deze te onttrekken aan de voorzieningen. 11

Het verschil t.o.v. de vorige nota komt eveneens door de overheveling van toegerekende kosten aan het beheerplan buitensport naar het beheerplan groen. 12

Voor de kapitaallasten zijn i.t.t. voorgaande nota de werkelijke bedragen 2012 genomen, omdat de systematiek van lineair i.t.t. annuïtair afschrijven overeenkomt met de gemeentelijke systematiek van administreren. De kapitaallasten kunnen in de toekomst sterk gaan fluctueren, zowel naar boven als naar beneden. Derhalve dienen de actuele bedragen elke 4 jaar te worden meegenomen in de herijking van de tarieven of eerder, in geval er tussentijds grote wijzigingen plaatsvinden. 13

Opbrengst is in 2012 iets lager begroot dan in 2011.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16325110/1