CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Verdiepende studie Klimaatadaptatie en Biodiversiteit DECEMBER 2022

Overige evenementen 10 mei 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Klimaatadaptatie en Biodiversiteit1.227 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Zaakkenmerk: Z/22/115012 Documentkenmerk: 271970 Onderwerp: Verdiepende studie Klimaatadaptatie en Biodiversiteit Afzender: B.J.A. Leferink Datum:

Geachte Raad, In januari 2022 heeft u het Koersdocument Duurzaam Waddinxveen goedgekeurd. In het koersdocument worden vier transities beschreven: energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en biodiversiteit. In het raadsvoorstel is aangegeven dat er in 2022 een verdiepende studie naar de vraagstukken rondom klimaatadaptatie en biodiversiteit wordt uitgevoerd. Deze verdiepende studie klimaatadaptatie is uitgevoerd. De rapportage is op 13 december door het college vastgesteld. Graag informeren wij u over de vraagstukken, de resultaten van de verdiepende studie en het vervolg ervan op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. De vraagstukken We hebben internationaal afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken (tot 1,5 graad). Deze onvermijdelijke opwarming heeft effect op onze leefomgeving. We zullen ons moeten aanpassen aan deze veranderende omstandigheden. Dit noemen we klimaatadaptatie. De gevolgen van klimaatverandering zijn nationaal geadresseerd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Hierbij hebben het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen de gezamenlijke ambitie vastgelegd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water-robuust is ingericht. Het gaat hierbij over de effecten van droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen.

Daarnaast neemt de laatste jaren de biodiversiteit, de verscheidenheid aan levende organismen op aarde, drastisch af. Een grote biodiversiteit is van essentieel belang voor de leefomgeving van mensen. Gezonde ecosystemen zorgen voor essentiële behoeften of diensten die wij als vanzelfsprekend beschouwen. Wanneer er genoeg soorten en gezonde ecosystemen zijn, kan de natuur veel (klimaat)veranderingen opvangen. Een grote biodiversiteit maakt de natuur, en daarmee onze leefomgeving, dus veerkrachtiger. De verdiepende studie Om de toekomstbestendigheid van de leefomgeving in Waddinxveen te verstevigen ligt er dus een opgave bij deze twee thema’s. Maar wat zijn de doelstellingen concreet? Hoe vertalen die zich in de situatie per buurt? En welke maatregelen zijn er dan mogelijk? Hierop geeft de verdiepende studie antwoord. Maatregelen voor klimaatadaptatie vertalen zich vaak in water en groen in de fysieke leefomgeving. De uitvoering van deze maatregelen zijn dus ook kansen voor biodiversiteit. Daarom zijn in Waddinxveen de twee opgaven integraal opgepakt. Omdat beide thema’s ook een positief effect kunnen hebben op het thema gezondheid is er een doorkijk gemaakt naar de samenhang van alle drie de opgaven. De analyse Om de samenhang te kunnen bekijken moeten de feiten voor alle thema’s op gelijk niveau worden gebracht.

Voor klimaatadaptatie was al veel bekend, daarom heeft er op dit thema een feiten- en risicoanalyse plaatsgevonden. Zo is er in 2019 de klimaatstresstest uitgevoerd en waren er zogenaamde risicodialogen. In de risicodialogen zijn de uitkomsten van de

stresstesten door vertaald naar de uitvoering in het beheer en onderhoud van de gemeente. De verdieping op klimaatadaptatie is vooral de integrale samenhang met biodiversiteit in niet alleen het openbaar gebied, maar ook voor niet-openbaar gebied. Voor biodiversiteit heeft er een nulmeting plaatsgevonden. Hierbij zijn icoonsoorten voor de gemeente Waddinxveen benoemd, zijn bestaande waarnemingen van flora en fauna geanalyseerd en getoetst op de habitats, leefgebieden, die voorkomen in de gemeente. Aan de hand daarvan zijn doelen gesteld om de icoonsoorten te laten gedijen binnen de gemeentelijke grenzen. De icoonsoorten sluiten aan op de icoonsoorten die van provincie Zuid-Holland en daarmee dragen we als gemeente bij aan de grotere biodiversiteitsopgave. Voor het thema gezondheid is verkend hoe dit thema binnen Waddinxveen integraal opgepakt kan worden in de fysieke leefomgeving bij vraagstukken als klimaatadaptatie en biodiversiteit. Er is inzichtelijk gemaakt welke stappen nodig zijn om integrale afwegingen te kunnen maken in de toekomst. Hierover is ook veel kennis bij de ketenpartners als GGD en Veiligheidsregio. Waardevol is om deze partijen in het vervolg te betrekken bij de uitwerking van voornamelijk klimaatadaptatie. De resultaten Het resultaat van de verdiepende studie is een rapportage verdeelt in twee fasen.

Fase I is een analyse op basis van concrete doelstellingen. Fase II een uitwerking van de maatregelen op het niveau van buurtclusters. Voor de risicoanalyse van klimaatadaptatie is gebruik gemaakt van de klimaatrisicolabels methodiek. De klimaatrisicolabels zijn vergelijkbaar met een energielabel van een woning en gebaseerd op kwantitatieve streefwaarden. De schaal loopt van label A (groen, zeer laag risico) tot E (rood, zeer hoog risico). Door gebruik te maken van labels ligt er dus tevens een eerste uitwerking van de kwantitatieve streefwaarden voor de verschillende thema’s van klimaatadaptatie. Op basis hiervan is er inzicht gecreëerd in de huidige situatie. Met dit inzicht heeft gemeente Waddinxveen in dit project het ambitieniveau voor de klimaatadaptieve inrichting als volgt in vormgegeven: 1. In Waddinxveen streven we voor een klimaatadaptieve inrichting naar label A in 2050 voor de thema’s (hemel)wateroverlast, droogte en hitte. 2. In Waddinxveen hanteren we voor het thema bodemdaling en overstromingen een ander ambitieniveau waarin een samenwerking met gebiedspartijen centraal staat. 3. Bij grootschalige (her)inrichtingen in de bestaande openbare ruimte moet het label voor elk thema minimaal twee labels omhoog tot label A voor dat thema is bereikt. 4. De komende jaren ervaring opdoen met de labels en de labels daarna (mogelijk) aanpassen en gebiedspecifiek maken.

Voor de nulmeting biodiversiteit zijn alle beschikbare waarnemingen onder de loep genomen en op verschillende manieren geanalyseerd. Dit geeft een ruimtelijk inzicht in waar welke soorten zijn waargenomen en hoe groot de waargenomen biodiversiteit is. Vervolgens zijn de icoonsoorten geselecteerd, waarvoor in meer detail wordt gekeken naar de habitatvereisten en hun voorkomen in het gebied. Daarna zijn de aanwezige habitats en omgevingskenmerken beschreven en ruimtelijk in beeld gebracht in de gemeente, zodat duidelijk is van alle voor de doelsoorten benodigde habitats waar en hoeveel ervan aanwezig is. Tot slot is er op basis van dit ruimtelijk inzicht een kwaliteitsbeoordeling gegeven, die duidelijk aangeeft waar de hotspots zich bevinden en waar kansen liggen voor verbetering. Na deze analyse per vraagstuk is er in fase II per buurtcluster (gebaseerd op CBS data en waar mogelijk gekoppeld aan de Transitievisie Warmte) gekeken naar voorbeelden en maatregelen waarbij klimaatadaptatie en biodiversiteit gekoppeld zijn aan geplande (onderhouds-) projecten uit het projectenboek Openbare Ruimte 2021 – 2024 en de gebiedsontwikkelingen van de gemeente. Er is specifiek gekeken naar kansen bij nog niet gerealiseerde projecten (2023 en 2024). Vervolgstappen De verdiepende studie klimaatadaptatie en biodiversiteit is door het college van B&W op 13 december vastgesteld.

De uitvoering van de opgaven klimaatadaptatie en biodiversiteit vindt

enerzijds plaats binnen het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid, anderzijds in het reguliere werk van beheer en onderhoud en in de uitvoering van projecten bij (her)inrichtingen en gebiedsontwikkelingen. We vertalen de inzichten naar de mogelijkheden in de projecten van het projectenboek Beheer Openbare Ruimte 2020-2024 en is input voor het te actualiseren projectenboek openbare ruimte 2024-2028. De uitkomsten worden gebruikt als verder input voor gemeentelijke onderzoeken zoals onderzoek maatschappelijke voorzieningen. De inzichten vormen input voor toekomstige projecten gebiedsontwikkeling. We gebruiken de inzichten ook in de uitwerking van de motie ‘Natuurinclusiviteit’ (die gaat over natuurinclusief bouwen). We gebruiken de inzichten bij het beoordelen van principe of ontwikkelverzoeken van derden. We verwerken de inzichten in de uitwerking van de motie ‘urgentieplan Groen’. We verwerken de inzichten in het doel ‘200 tuinen klimaatbestendig en natuurinclusief’ dat is vastgelegd in de programmabegroting 2023-2026. De inzichten zijn input voor het opzetten van een transitiemonitor, zoals ook vastgelegd in de programmabegroting 2023-2026. Beide thema’s zijn grote transitie opgaven die volop in ontwikkeling zijn. Het werkveld is in beweging en we blijven dit monitoren vanuit het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid.

Bijlage(n)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12688459/1