Memo Uitkomsten Septembercirculaire 2021
Tekst van het document
MEMO Van: Aan: Datum: Onderwerp:
College van B&W Raad 26 oktober 2021 Uitkomsten Septembercirculaire 2021
Geachte Raad, 1.
Inleiding
In de 1e Burap 2021 en de Programmabegroting 2022 – 2025 zijn de uitkomsten van de Meicirculaire 2021 verwerkt. Zoals gebruikelijk informeren wij u vóór de behandeling van de Programmabegroting in de commissie en raad in een memo over de uitkomsten van de Septembercirculaire 2021. Deze uitkomsten worden via de 2e Burap 2021 in de begrotingsjaren 2021 – 2025 verwerkt. De in Tabel 1 opgenomen voordelige gevolgen van de Septembercirculaire 2021 zijn één van de bouwstenen van de 2e Burap 2021. In deze Burap worden bijvoorbeeld ook de begrotingscijfers van de open einde regelingen in het sociaal domein bijgesteld. We verwachten nadelige gevolgen voor de geraamde lasten van onder andere Jeugd en Wmo. Het traject van samenstelling van de 2e Burap loopt nog, waardoor de omvang van deze bijstelling op dit moment nog niet kan worden aangegeven. 2.
Gevolgen Septembercirculaire 2021
De gevolgen voor de begrotingsjaren 2021 – 2025 zijn volgens de inzichten van dit moment: Tabel 1 Begrotingsjaren
2021
2022
2023
2024
2025
Saldi Programmabegroting 2022 - 2025 - Gevolgen Septembercirculaire 2021 Saldi Programmabegroting 2022 - 2025 incl. circulaire
722 V 692 V 1.414 V
1.721 V 1.363 V 3.084 V
1.231 V 903 V 2.134 V
399 V 898 V 1.297 V
212 V 999 V 1.211 V
Bedragen * € 1.000
Nadere toelichting: De voornaamste mutaties worden kort en bondig toegelicht: 2.1
Accressen
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven. Volgens de ‘trap op – trap af’ aanpak hebben wijzigingen in deze rijksuitgaven direct invloed op de algemene uitkering. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de ‘trap op – trap af’ aanpak, wordt het accres genoemd. De accressen voor de jaren 2020 en 2021 zijn bevroren. Hiermee is de ‘trap op – trap af’ aanpak voor deze jaren buiten werking gesteld. De accressen 2022 en volgende jaren zijn in deze circulaire gewijzigd. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een forse verhoging van de accressen. Dit is de hoofdoorzaak voor de in de Tabel 1 opgenomen voordelige gevolgen van de Septembercirculaire 2021 voor de jaren 2022 tot en met 2025. De ontwikkeling van de accressen is wel afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt.
1
2.2
Gemeentegegevens
Bij gemeentegegevens moet worden gedacht aan aantal woningen, bedrijven, bijstandsontvangers enz. De berekeningen van de algemene uitkering in de Programmabegroting 2022 – 2025 zijn gebaseerd op laatst bekende gemeentegegevens voor Waddinxveen. Voor het jaar 2021 zijn deze laatst bekende gegevens meegenomen bij de doorrekening van de Septembercirculaire 2021. Dit is de hoofdoorzaak voor het in de Tabel 1 opgenomen voordelige gevolg van de Septembercirculaire 2021 voor het jaar 2021. 2.3
Opschalingskorting
De opschalingskorting is een achterhaalde efficiencykorting door het Rijk in de algemene uitkering die jaarlijks oploopt naar uiteindelijk € 975 miljoen macro in 2025. Het bijbehorende beleidsuitgangspunt van het gedwongen ‘opschalen van alle gemeenten naar 100.000+ (inwoners) gemeenten’ is nooit gerealiseerd en van tafel gegaan. De bijbehorende opschalingskorting is echter niet ongedaan gemaakt hetgeen een uitdrukkelijke wens is van gemeenten. De oploop van de opschalingskorting in het jaar 2022 wordt volgens de Septembercirculaire 2021 niet doorgevoerd. Dit was al eerder het geval voor de jaren 2020 en 2021. Gevolg is een verhoging van de algemene uitkering in 2022 met € 270 miljoen macro. Een voordeel van € 400.000 in het jaar 2022. In Tabel 1 is dit zichtbaar in het voordelige gevolg 2022 van de Septembercirculaire 2021 ten opzichte van de voordelen in de andere jaren. De verdere ontwikkeling van de opschalingskorting vanaf 2023 is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt. 2.4
Inkomstenmaatstaf onroerende zaakbelastingen
De algemene uitkering wordt verlaagd met een deel van de eigen inkomsten uit onroerende zaakbelastingen. Dit wordt de inkomstenmaatstaf onroerende zaakbelastingen genoemd. Een verhoging van deze eigen inkomsten door een toename van het aantal woningen en/of bedrijven is altijd meer dan de bijbehorende verlaging van de algemene uitkering. In de doorrekening van de Septembercirculaire 2021 is de verhoging van de inkomstenmaatstaf onroerende zaakbelastingen binnen de algemene uitkering vanaf 2021 verwerkt. Oorzaak van de verhoging is met name de groei van het aantal woningen. Dit geeft vanaf 2021 een nadeel van € 143.000 per jaar, dat is verwerkt in Tabel 1. Het nadeel wordt dus goed gemaakt met de gelijktijdige voordelige bijstelling van de jaarlijkse baten onroerende zaakbelastingen vanaf 2021 in de 2e Burap 2021. Dit laatste is niet verwerkt in Tabel 1. 2.5
BTW Compensatiefonds
Als gemeenten en provincies diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover BTW. In tegenstelling tot bedrijven kunnen zij, met een aantal uitzonderingen, die BTW niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Sinds 2003 kunnen gemeenten en provincies deze BTW daarom terugvragen uit het BTW compensatiefonds. Dit BTW compensatiefonds heeft een maximale omvang. Onder- of overschrijdingen worden verrekend in de algemene uitkering. In de Septembercirculaire 2021 is voor het jaar 2021 een voorschot verstrekt van € 216 miljoen macro op de verwachte onderschrijding van het BTW compensatiefonds. Dit is voor 2021 € 319.000. De definitieve vaststelling van de onderschrijding gebeurt in de Meicirculaire 2022. Daarom wordt dit voorschot uit voorzichtigheid, volgens bestaand beleid, voorlopig gestort in de Bestemmingsreserve onder uitputting BTW compensatiefonds. Dit is voor de uitkomsten in Tabel 1 dus financieel neutraal. In de Tabel 1 is in het voordelige gevolg van de Septembercirculaire 2021 voor het jaar 2021 de reservering voor de onderschrijding BTW compensatiefonds 2020 van € 138.000 als voordeel uit de eerder genoemde bestemmingsreserve vrijgevallen.
Dit was verzuimd om mee te nemen in de berekening van de uitkomsten van de Meicirculaire 2021, waarin de definitieve vaststelling van de onderschrijding 2020 was verwerkt.
2
2.6
Tekorten Jeugdzorg
In een brief van 29 juni 2021 zijn gemeenten geïnformeerd dat het Rijk in 2021 aanvullend eenmalig € 1.314 miljard macro beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de Jeugdzorg. De compensatie van de tekorten vanaf 2023 is aan een volgend kabinet. Hiervoor is vanaf 2023 een jaarlijkse stelpost van 75% opgenomen in de begroting 2022 - 2025. Voor 2022 is in de begroting 2022 – 2025 een stelpost van 100% opgenomen van € 1.893.000. In de Septembercirculaire 2021 wordt de bijdrage € 1.987.000. Een voordelig verschil van € 94.000. Dit verschil is in Tabel 1 verwerkt. 3.
Taakmutaties incl. corona
In de Septembercirculaire 2021 zijn ook taakmutaties incl. corona voor gemeenten opgenomen: Tabel 2 Begrotingsjaren
2021
- Septembercirculaire 2021 (taakmutaties) - Septembercirculaire 2021 (corona) Taakmutaties incl. corona
83 V 304 V 387 V
2022 4V 61 V 65 V
2023 11 V 0 11 V
2024 11 V 0 11 V
2025 11 V 0 11 V
Bedragen * € 1.000
Deze bedragen maken geen onderdeel uit van de voordelen opgenomen in Tabel 1 van deze memo. Bij deze taakmutaties horen directe lasten of mutaties in bestemmingsreserves die worden meegenomen in de 2e Burap 2021. Nadere toelichting: De voornaamste taakmutaties incl. corona worden kort en bondig toegelicht: 3.1
Aanpak problematiek Jeugd (taakmutaties)
Voor het begrotingsjaar 2021 heeft het Rijk € 613 miljoen macro extra beschikbaar voor de aanpak problematiek jeugdzorg. In de Meicirculaire 2021 is € 438 miljoen verdeeld over de gemeenten via de algemene uitkering. In de Septembercirculaire 2021 is aanvullend € 52 miljoen verdeeld over de gemeenten. Dit is aanvullend € 80.000 in 2021. De doelen van de beschikbare middelen zijn om gemeenten te helpen bij: - het vorm geven van de consultatiefunctie geestelijke gezondheidszorg, het tegen gaan van wachtlijsten bij de lichtere jeugdhulpproblematiek en om verdringing van andere uitgaven bij gemeenten tegen te gaan; - het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden en - het doen van extra inzet en regie op het voorkomen en aanpakken van wachtlijsten bij (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede gegevens, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. 3.2
Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) (corona)
Voor het begrotingsjaar 2021 heeft het Rijk € 260 miljoen macro beschikbaar voor de uitvoering van de regeling TONK in de eerste drie kwartalen 2021. In de Meicirculaire 2021 is € 65 miljoen verdeeld over de gemeenten via de algemene uitkering. In de Septembercirculaire 2021 is de resterende € 195 miljoen verdeeld. Dit is aanvullend € 204.000 in 2021. 3.3
Lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen (corona)
Voor de compensatie van extra uitgaven door corona heeft het Rijk voor lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen € 60 miljoen macro beschikbaar gesteld. Dit is € 72.000 in 2021.
3
3.4
Re-integratie bijstandsgerechtigden, schuldenbeleid en bijzondere bijstand (corona)
Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het Rijk extra middelen van in totaal € 103 miljoen macro beschikbaar voor re-integratie bijstandsgerechtigden, schuldenbeleid en bijzondere bijstand. Dit is € 61.000 in 2022.
4