CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Toezegging overzicht uitgaven en inkomsten sociaal domein

Besluitvormende raadsvergadering 24 maart 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Memo inkomsten Sociaal Domein1.488 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Van: Aan: Datum: Onderwerp:

Wethouder M. Kortleven Raad 2 februari 2021 Toezegging overzicht uitgaven en inkomsten sociaal domein

Geachte Raad, 1.

Inleiding

Bij de bespreking van de Programmabegroting 2021 - 2024 op 11 november 2020 heb ik aan de raad de toezegging gedaan om in het eerste kwartaal van 2021 een overzicht van uitgaven en inkomsten in het sociaal domein te leveren. Met deze memo kom ik deze toezegging na. 2.

Definitie sociaal domein

Het sociaal domein bestond voor 2015 uit de gemeentelijke taken Wet Sociale Werkvoorziening (WSW), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) huishoudelijke zorg en Wet Werk en Bijstand (WWB) werkdeel. In 2015 zijn daar de taken Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) begeleiding en Participatiewet bij gekomen. Het Rijk heeft die taken overgedragen aan de gemeenten. 3.

Uitgaven sociaal domein

De uitgaven sociaal domein zien er op dit moment als volgt uit: Uitgaven sociaal domein excl. Corona Jeugdwet Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Participatiewet / Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)

2019 *1

2020 *2

2021 *3

2022 *3

2023 *3

2024 *3

8.606.000 2.960.000 2.860.000

8.969.000 3.488.000 2.729.000

8.688.000 3.479.000 2.653.000

8.592.000 3.484.000 2.540.000

8.567.000 3.484.000 2.470.000

8.564.000 3.481.000 2.393.000

14.426.000 15.186.000 14.820.000 14.616.000 14.521.000 14.438.000 *1 Bron: Jaarstukken 2019 *2 Bron: Programmabegroting 2020 - 2023 + wijzigingen tot en met 2e Burap 2020 *3 Bron: Programmabegroting 2021 - 2024 + 2e Burap 2020

4.

Inkomsten sociaal domein

De inkomsten sociaal domein krijgen we uit de verdeling van het Gemeentefonds. Deze verdeling gebeurt met ingang van 2019 voor het grootste deel via het onderdeel algemene uitkering. Daarnaast worden nog een aantal posten verdeeld via integratie uitkeringen. Integratie uitkeringen worden na verloop van tijd toegevoegd aan de algemene uitkering. Inkomsten sociaal domein excl. Corona Jeugdwet Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Participatiewet en Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)

2019 *1

2020 *2

2021 *2

2022 *2

2023 *2

2024 *2

5.829.000 5.710.000 2.576.000

6.174.000 6.108.000 2.736.000

6.196.000 6.388.000 2.536.000

6.188.000 6.446.000 2.455.000

5.780.000 6.450.000 2.432.000

5.798.000 6.459.000 2.379.000

14.115.000 15.018.000 15.120.000 15.089.000 14.662.000 14.636.000 *1 Bron: Decembercirculaire 2019 *2 Bron: Decembercirculaire 2020

1

5.

Saldi sociaal domein

Vervolgens wordt in beeld gebracht of de inkomsten voldoende zijn om de uitgaven te kunnen dekken. Dit noemen we de saldi sociaal domein. Saldi sociaal domein excl. Corona

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Jeugdwet

2.777.000 Nadeel

2.795.000 Nadeel

2.492.000 Nadeel

2.404.000 Nadeel

2.787.000 Nadeel

2.766.000 Nadeel

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

-2.750.000 Voordeel

-2.620.000 Voordeel

-2.909.000 Voordeel

-2.962.000 Voordeel

-2.966.000 Voordeel

-2.978.000 Voordeel

284.000 Nadeel

-7.000 Nadeel

117.000 Nadeel

85.000 Nadeel

38.000 Nadeel

14.000 Nadeel

311.000 Nadeel

168.000 Nadeel

-300.000 Voordeel

-473.000 Voordeel

-141.000 Voordeel

-198.000 Voordeel

Participatiewet / Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)

Nadeel Voordeel

= Uitgaven hoger dan inkomsten. = Uitgaven lager dan inkomsten.

Het nadeel tussen de uitgaven en inkomsten Jeugdwet loopt op. Om dit op te kunnen vangen heeft het Rijk voor de jaren 2019 – 2022 via de algemene uitkering € 1,3 miljard aan gemeenten beschikbaar gesteld (2019 € 400 miljoen, 2020 - 2022 3 * € 300 miljoen). Dit is de oorzaak van de lagere inkomsten Jeugdwet vanaf 2023. 6.

Onzekerheden

Het alleen geven van inzicht in de uitgaven en inkomsten sociaal domein is niet voldoende. Het is een momentopname. Een aantal ontwikkelingen in het sociaal domein maken dat de uitgaven in de laatste maanden van 2020 en in 2021 lastiger te voorspellen zijn. De verwachting is dat door de coronamaatregelen en door een aanpassing van de tarieven voor zorg, de uitgaven sociaal domein verder zullen stijgen in 2021. Ook het financiële beeld voor 2022 en volgende jaren is onzeker, bijvoorbeeld door de herverdeling van het gemeentefonds vanaf 2023. Daarbij zijn er een drietal zaken die ik verder wil toelichten. 6.1.

Financiële problemen Jeugd

Een groot aantal Nederlandse gemeenten heeft financiële problemen in het sociaal domein, onder andere door de jaarlijks toenemende uitgaven van de jeugdhulp. Daarom heeft het Rijk een onderzoek uit laten voeren naar de toereikendheid van de middelen voor jeugdhulp, die het Rijk via de algemene uitkering uitkeert aan alle Nederlandse gemeenten. Dit onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF). De belangrijkste conclusies uit dit rapport zijn:  AEF onderzocht of het klopt dat een toenemende aandacht voor preventie en vroegsignalering zou leiden tot een ‘boeggolf’ aan cliënten in de jeugdzorg. In eerste instantie zou die aandacht kunnen leiden tot een stijgende herkenning van gezinnen met problemen. Als die gezinnen eenmaal in de jeugdzorg geholpen zijn, mag weer een daling van het aantal cliënten te verwachten zijn. Het verwachte ‘boeggolfeffect’ zou volgens AEF kunnen leiden tot een forse stijging van de uitgaven in het begin van de decentralisaties en stabilisering/afname van de uitgaven na verloop van tijd. De ‘boeggolf’ is niet gevonden. In plaats daarvan wordt gesproken over een ‘verhoging van het waterpeil’.

Van de toegenomen uitgaven wordt niet verwacht dat ze zullen afnemen, omdat duidelijk is geworden dat de uitgaven binnen de jeugdzorg, op enkele uitzonderingen na, door beter en steviger in te zetten op preventie en vroegsignalering eerder hoger dan lager worden. Daarmee is niet gezegd dat preventie en vroegsignalering niet zinvol zouden zijn. Voor kinderen, jongeren en gezinnen is het positief als problemen voorkomen worden. Het is ook mogelijk dat deze aanpak leidt tot kostenbesparingen in andere wettelijke kaders.  AEF onderzocht waarom het aantal cliënten in de jeugdhulp de afgelopen jaren is gestegen. Toename van het jeugdhulpvolume is volgens AEF over het algemeen niet toe te schrijven aan een stijgende instroom. De instroom is in die jaren constant gebleven. De stijging in het aantal cliënten wordt veroorzaakt doordat de uitstroom structureel lager is dan de instroom.

2

Daarnaast nemen de uitgaven per cliënt per jaar ook toe: de jeugdhulp per cliënt is dus duurder geworden, en duurt langer. AEF schat in dat op basis van een vergelijking van de totale uitgaven van gemeenten en het beschikbare budget van het Rijk er in 2019 een tekort is tussen de € 1,6 miljard en € 1,8 miljard. Wel is er volgens AEF door gemeenten een doelmatigheidswinst te behalen van tussen de € 190 en € 240 miljoen. Er blijft dan een tekort bestaan van tussen de € 1,4 en € 1,5 miljard. Hierover treden de VNG en het Rijk in gesprek. De VNG zet zich in voor zowel incidente als structurele extra middelen. Rond mei 2021 moeten de gesprekken rond zijn, zodat ze ook meegenomen kunnen worden in de kabinetsformatie.

In het AEF-rapport worden verschillende uitgaven besparende maatregelen genoemd die gemeenten kunnen nemen, die effect blijken te hebben. Het college werkt momenteel een aantal van deze maatregelen uit in onder andere het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein, dat in Q1 van 2021 aan de raad wordt aangeboden. Daarnaast werken we regionaal aan het sturen op uitgaven. Samen met de regio proberen we ook de verdere aanbevelingen uit dit rapport en andere rapporten uit te voeren. 6.2.

Waddinxveen groeit

De gemeente Waddinxveen groeit. We zijn inmiddels de 30.000 inwoners gepasseerd; een behoorlijke toename aan inwoners. Hierdoor groeien de uitgaven en inkomsten ook. Bij de uitgaven moet worden gedacht aan de uitgaven voor onder andere de Jeugdbescherming, Jeugdreclassering en het leerlingenvervoer. Bij inkomsten moet onder andere worden gedacht aan de algemene uitkering. Deze ontwikkelingen zijn nog niet meegenomen in de (meerjaren)begroting, maar worden natuurlijk wel verwerkt door middel van de Burap’s. 6.3.

Egalisatiereserve sociaal domein

Vanuit beschermd wonen en maatschappelijke zorg ontvangen wij in 2021 van de gemeente Gouda eenmalig € 600.000. Op basis van een verdeelmodel ontvangt gemeente Gouda als centrumgemeente namelijk van het Rijk middelen voor uitvoering van centrumtaken maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen. Het verdeelmodel beschermd wonen pakt tot nu toe gunstig uit voor onze regio en jaarlijks blijven middelen over. Hiervan is de afgelopen jaren door de gemeente Gouda een flinke reserve gevormd. De oorspronkelijke doelstelling van deze reserve is o.a. het realiseren van uitstroommogelijkheden voor maatschappelijke doelgroepen. De € 600.000 wordt volgens de 2e Burap 2020 gestort in onze Egalisatiesreserve Sociaal Domein. De doelstelling van de Egalisatiesreserve Sociaal Domein is in deze Burap uitgebreid met het opvangen van afwijkingen van de open einde regeling ‘beschermd wonen’. Er zal een voorstel aan de raad worden gedaan hoe er met (een deel van) de € 600.000 aan de doelstelling van het realiseren van uitstroommogelijkheden voor maatschappelijke doelgroepen zal worden voldaan.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9778005/1