CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ingekomen stukken - coalitieonderhandelingen Waddinxveen 2026-2030

Besluitvormende raadsvergadering 29 juni 2026, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Coalitieakkoord8.919 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

5 alinea's met “financiën”: 3 11 85 126 127

COALITIEONDERHANDELINGEN 2026-2030

Ingekomen stukken

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Onderwerp 2: Duurzaamheid .................................................................................................................. 4 Onderwerp 3: Sociaal Domein ................................................................................................................ 9 Onderwerp 4: Bijzondere doelgroepen .................................................................................................. 12 Onderwerp 5: Organisatieontwikkeling .................................................................................................. 15 Onderwerp 6: Financiën ........................................................................................................................ 17 Onderwerp 7: Vierde wethouder ........................................................................................................... 19 Onderwerp 8: Waddinxveense ingekomen stukken .............................................................................. 20 Onderwerp 9: Zwembad ........................................................................................................................ 24 Onderwerp 10.

Ondermijning en veiligheid ........................................................................................... 26 Onderwerp 11: Boa’s ............................................................................................................................. 28 Onderwerp 12: Evenementen ............................................................................................................... 30

2

Inleiding Van 13 mei tot en met 29 juni 2026 vonden de coalitieonderhandelingen in Waddinxveen plaats tussen PCW, VVD en CDA. Tijdens dit proces zijn er op twee manieren stukken binnengekomen. 1. Ingekomen stukken van externen. De meer dan 100 documenten zijn verzameld door griffie en geplaatst in het raadsinformatiesysteem onder het kopje Verkiezingen – Ingekomen stukken coalitieakkoord op 18 maart 2026. Daar zijn deze ingekomen stukken voor iedereen te raadplegen. 2. Opgevraagde informatie bij de ambtelijke organisatie. Tijdens de gesprekken ontstonden er ook vragen over de inhoud van 12 verschillende onderwerpen. De ambtelijke organisatie heeft de onderhandelaars van de gevraagde informatie voorzien. Met het voorliggende document maken we de door de ambtelijke organisatie verstrekte informatie op de 12 verschillende onderwerpen openbaar. Een uitzondering maken we voor de informatie waar de ambtelijke organisatie bij heeft gevraagd om deze informatie vertrouwelijk te houden. Deze informatie is onder geheimhouding wel beschikbaar voor de gemeenteraad maar niet voor de samenleving. Daarmee willen we recht doen aan de inzet van de ambtelijke organisatie om de onderhandelaars van de benodigde informatie te voorzien en tegelijk bepaalde lopende processen niet te verstoren of de onderhandelingspositie van de gemeente te benadelen.

Deze als vertrouwelijk gewaarmerkte informatie is daarom in een separaat document aan de raad verstrekt en uit dit voorliggende document weggelaten. Namens de onderhandelaars dank ik de ambtelijke organisatie voor de grote inzet en zorgvuldigheid waarmee we voorzien werden van de laatste stand van zaken op een diversiteit aan onderwerpen. We hebben die inzet en zorgvuldigheid zeer gewaardeerd. Hans Demoed 23 juni 2026

3

Onderwerp 2: Duurzaamheid Vraag 2.a Welke onderdelen zijn wettelijke taken en welke zijn eigen beleid?

Antwoord 2.a In 2022 heeft de gemeenteraad het Koersdocument Duurzaam Waddinxveen vastgesteld. Een deel van wat Waddinxveen doet is wettelijk verplicht; een ander deel is eigen gemeentelijk beleid. De Klimaatwet en het Klimaatakkoord verplichten tot een bijdrage aan de opwek van schone energie en het opstellen en periodiek actualiseren van een warmteprogramma — de basis voor de startbuurt aardgasvrij, het regionale en lokale warmtenet. De Energiewet verplicht gemeenten het faciliteren van energiegemeenschappen. Soortenbescherming is een wettelijke voorwaarde uit de Wet natuurbescherming. Om het isolatieprogramma effectief uit te voeren is het Soortenmanagementplan opgesteld. De EU Natuurherstelwet en de Omgevingswet verplichten tot vergroening van Waddinxveen. Eigen gemeentelijk beleid betreft de keuzes die verder gaan dan de wettelijke ondergrens: waaronder de aanpak van netcongestie als randvoorwaarde voor woningbouw, de inzet op energiebesparing bij koopwoningen en energiearmoede (het doel vloeit voort uit de Klimaatwet, uitvoering is eigen beleid) en de lokaal eigendom en participatieverordening die bewoners zeggenschap geeft bij energieprojecten. De transitie naar de circulaire economie is, behoudens de afvalstoffenwetgeving, eigen beleid. Het is wel in lijn met Europese en nationale ontwikkelingen.

Vraag 2.b Voor welke onderdelen hebben we financiën gekregen?

Antwoord 2.b Ontvangen rijksmiddelen Jaar

Omschrijving

Verkregen via

Verantwoording

Totaal bedrag

2022–2023

Energiearmoede

SPUK

SiSa

€ 513.273

2023–2025

Lokale Aanpak Isolatie

SPUK

SiSa

€ 1.952.482

2023–2025

CDOKE

SPUK

SiSa

€ 2.228.422

2026

CDOKE

Gemeentefonds

€ 973.900

Eigen begroting Jaar

Verkregen via

Totaal bedrag

2026

Begroting Waddinxveen

€ 1.175.081

2027

Begroting Waddinxveen

€ 651.788

4

Jaar

Verkregen via

Totaal bedrag

2028

Begroting Waddinxveen

€ 651.788

2029

Begroting Waddinxveen

€ 651.788

Aanvullend is in de Begroting 2026-2029 rekening gehouden met €540.000,- aan rijksmiddelen per jaar (CDOKE). De middelen die middels de eigen begroting ter beschikking zijn gesteld ( 651.788 euro per jaar) wordt in zijn geheel aangewend om formatieplaatsen te bekostigen. Binnen het transitieprogramma Duurzaamheid nemen we deze baten als dekking om de meerjarenbegroting van de projecten en het programma als geheel.

Vraag 2.c Aan welke knoppen kunnen we draaien als het gaat om doelen en inzet?

Antwoord 2.c Bij alles is van toepassing dat we sterk afhankelijk zijn van derden: inwoners, ondernemers en partners. Bij alles moeten we ook beschouwen dat het transitieopgaven zijn die in de kern decennia duren. Verder is de context dat we ten opzichte van het koersdocument Duurzaam Waddinxveen al een aantal operationele doelen hebben getemporiseerd omdat de financiële draagkracht daarvoor momenteel niet voldoende is. Doelen — waar kun je op versnellen, temporiseren of loslaten? Een deel van de doelen ligt wettelijk vast. Bij de doelen die eigen beleid zijn liggen de echte keuzes. ●

●

●

●

Op de warmtetransitie geldt: versnellen op energiebesparing, de startbuurt aardgasvrij en de warmtelevering aan glastuinbouw biedt inwoners en ondernemers meer zekerheid over hun toekomstige energievoorziening en investeringsperspectief. Daarnaast vermindert een lokaal warmtenet als onderdeel van een decentraal energiesysteem de netcongestie door een deel van de energievraag van het elektriciteitsnet over te nemen. Temporiseren verlaagt de financiële druk op korte termijn, maar de consequentie is hogere kosten later, toenemende netcongestie en een beperking van de energie-infrastructuur die nodig is voor de groeiambitie van Waddinxveen. Op opwek van energie geldt: vertraging op de opwekdoelen vergroot de kans dat de provincie Zuid-Holland de Achterofse Polder gaat ontwikkelen. Inzet op maximale opwek potentie vergroot de kans dat andere gemeenten in de regio hun opgave naar Waddinxveen verschuiven. Op klimaatadaptatie in het privédomein geldt: als er wordt gekozen om particuliere tuinen (30% van grondoppervlakte) niet aan te pakken, wordt het moeilijker om aan de EU Natuurherstelwet te voldoen en reduceert het particuliere handelingsperspectief. De huidige circulaire doelen uit het koersdocument zijn met de bestaande inzet niet haalbaar in 2030. Temporiseren past bij de trage marktdynamiek.

Het risico daarbij is dat Europese regelgeving gemeenten straks inhaalt met verplichtingen waarvoor de basis nog niet is gelegd.

Een aantal doelen hangt af van externe beslissingen buiten de directe invloedssfeer van de gemeente: de haalbaarheid van het regionale en lokale warmtenet, de Rijksbijdrage aan de onrendabele top van beide warmtetrajecten, de beschikbare netcapaciteit via Stedin en TenneT (eind 2026 inzichtelijk) en het tempo van lokale netverzwaringen.

5

Inzet — middelen en instrumenten? ●

●

●

●

●

Op de warmtetransitie en netcongestie hangen de inzetkeuzes samen. De centrale keuze voor de startbuurt Aardgasvrij is welk energiesysteem de overgang naar aardgasvrij het beste faciliteert. Een warmtenet heeft de interesse van 66% van de startbuurt, ontlast het elektriciteitsnet en biedt een basis die kan opschalen naar vervolgwijken. All-electric vergroot de elektriciteitsvraag en daarmee de netcongestie. Daarnaast ligt er een bredere keuze bij netcongestie: prioriteren en verdelen van beschikbare netcapaciteit over groeiambitie en verduurzaming, of actief netruimte organiseren via energyhubs, opslag en eventueel garantstellingen voor het lokale warmtenet. Het laatste vraagt extra middelen maar vergroot de toekomstbestendigheid van de groeiambitie. Op energiebesparing: isolatie faciliteren via Rijkssubsidies en vrijwillige energiecoaches is de huidige aanpak. Reduceren van inzet heeft als consequentie dat Rijksmiddelen mogelijk moeten worden terugbetaald, energiearmoede toeneemt en aardgasverbruik niet daalt. Sneller opschalen naar doelbuurten vraagt aanvullende inzet maar verlaagt direct de woonlasten. Bij opwek leidt een eenzijdige energiemix niet tot een robuust decentraal energiesysteem. Zon, wind, energieopslag en energyhubs vullen elkaar aan.

Waterstof is een mogelijke flexibiliteitsoptie — met name relevant voor logistiek en glastuinbouw — maar geen alternatief voor de gebouwde omgeving. Minder energiegemeenschappen faciliteren leidt tot marginale zeggenschap van inwoners en hogere kosten doordat werkzaamheden niet lokaal vrijwillig kunnen worden opgepakt. Op circulaire economie: bewustzijn stimuleren via lokale en regionale kennisdeling is de huidige aanpak maar kent een langzame groeicurve. Concreet kringlopen sluiten op bedrijventerreinen vraagt gerichte extra inzet. Op klimaatadaptatie in het privédomein: stimuleren via tuinklimaatcoaches en tegeltaxi is de huidige aanpak maar kent een langzame groeicurve. Wel draagt dit bij aan draagvlak op voor de warmte- en energietransitie. Normeren via het omgevingsplan vraagt juridische voorbereiding en mogelijk extra handhavingscapaciteit.

Vraag 2.d Kunnen we een overzicht krijgen van thema’s en concrete activiteiten?

Antwoord 2.d Het transitieprogramma werkt langs vijf thema's. Vier daarvan volgen de transitieopgaven uit het Koersdocument Duurzaam Waddinxveen. Energiezekerheid is een doorsnijdend thema: netcongestie raakt de beschikbare ruimte voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en economische groei, en is daarmee een randvoorwaarde voor de gemeentelijke groeiambitie. Energiezekerheid Aanpak netcongestie als randvoorwaarde voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen, economische groei en verduurzaming. Tijdige aanvraag aansluitingen binnen nieuwe ACM-spelregels, samenwerking Regio Midden-Holland en provincie Zuid-Holland op aanpak netcongestie, beleidsontwikkeling decentrale energiesystemen, opslag van energie en verkenning aftakking landelijke waterstofbackbone. Faciliteren van private energyhub voor realisatie Business Park Vredenburg en woningbouw Noordkade. Beoordeling warmtenetontwikkeling op mogelijkheid om maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Doel: strategische (decentrale) energiesystemen waarbij maximale netruimte voor de groeiopgave van Waddinxveen ontstaat. 6

Warmtetransitie en energiebesparing Binnen de warmtetransitie wordt gewerkt aan een samenhangend pakket gericht op aardgasvrij maken en energiebesparing. Voor de startbuurt (circa 3.500 woningen) loopt een haalbaarheidsonderzoek naar een lokaal warmtenet voor GVPH, waarbij koppeling met maatschappelijke voorzieningen en aansluiting op het regionale warmtenet voor glastuinbouw (WSO/Zuidplaspolderleiding met NetVerder) worden verkend. Parallel wordt ingezet op isolatie van koopwoningen en VvE’s via vrijwillige energiecoaches en het Nationaal Isolatieprogramma, en een witgoedregeling voor huishoudens in energiearmoede. Doel: lagere energiekosten voor inwoners, CO₂-reductie, minder afhankelijkheid van fossiele prijsvolatiliteit, ondersteuning groeiambities. Schone opwek Uitvoering RES via zon op dak, energyhubs op bedrijventerreinen, repowering en uitbreiding windlocatie Distripark en ontwikkeling Waddinxveense Knoop als primaire zon-op-veldlocatie. Voorkomen ontwikkeling Polder Achterhof door provincie. Versterking lokaal eigendom via doorontwikkeling lokale energiecoöperatie. Doel: voldoende schone energie en borgen van lokaal eigendom. Klimaatadaptatie en biodiversiteit Stimulering vergroening particuliere tuinen (tegeltaxi, tuinklimaatcoaches, geveltuinen), uitvoering en jaarlijkse monitoring. Soortenmanagementplan als basis voor isolatievergunningen.

Doel: minder hittestress, minder wateroverlast, nakomen verplichtingen EU Natuurherstelwet. Circulaire economie Stimuleren circulair ondernemen via Kennisplatform Circulair Ondernemen, circulaire scans bij MKB, deelname Groene Hart Circulair en MKB Deal Circulair Metaal. Doel: grondstofbesparing, versterking concurrentiepositie lokale bedrijven en toekomstbestendige economie, verkleinen afhankelijkheid van schaarse grondstoffen Koppeling ruimtelijke opgaven Borgen voldoende beschikbaarheid boven- en ondergronds ruimtebeslag. Transities inbedden in bestaande taken als gebiedsreconstructie en gebiedsontwikkeling.

Vraag 2.e Hoeveel fte zit op duurzaamheid?

Antwoord 2.e In totaal betreft het programma Duurzaamheid 11,3 fte. Dit zijn 14 personen.

Vraag 2.f Zijn er onderlinge afhankelijkheden binnen duurzaamheid?

Antwoord 2.f De afhankelijkheden beperken zich niet tot het transitieprogramma zelf. Zonder voldoende energiezekerheid (door netcongestie) komen woningbouw, gebiedsontwikkeling, maatschappelijke 7

voorzieningen en economische groei onder druk. Een concreet voorbeeld: De realisatie van Business Park Vredenburg en de herontwikkeling van de Noordkade zijn alleen mogelijk als de netcongestie voor beide locaties is opgelost via een energiehub. Binnen het transitieprogramma herkennen we de volgende afhankelijkheden: 1. Een afhankelijkheid die alle dossiers raakt is fysieke ruimte. Bovengrondse ruimte is een voorwaarde voor schone opwek (zon op veld, wind, transformatorhuisjes). Ondergrondse ruimte is een voorwaarde voor warmteleidingen en energie-infrastructuur. Zonder expliciete reservering komen opwek en warmtetransitie op termijn onder druk te staan. 2. De centrale afhankelijkheid zit in de systeemkeuze voor de startbuurt: een lokaal warmtenet neemt een deel van de warmtevraag van het elektriciteitsnet over en ontlast daarmee de congestie, terwijl een all-electric aanpak juist extra druk op het net zet. Voor het lokale warmtenet kan het regionale warmtenet (WSO/Zuidplaspolder) een belangrijke voedingsbron vormen; als dit regionale systeem niet tot stand komt, ontstaat de noodzaak voor alternatieve lokale bronnen en oplossingen. Dit raakt ook de groeiopgaven van Waddinxveen. De financiering van warmtenetten is in belangrijke mate afhankelijk van Rijksbijdragen, die naar verwachting vooral beschikbaar komen voor samenhangende regionale energiesystemen. 3.

Het behouden van het Soortenmanagementplan (SMP) is een voorwaarde om isolatievergunningen te kunnen verlenen en het ontzorgingsaanbod in de startbuurt uit te voeren. 4. Naast deze harde afhankelijkheden is er een zachte randvoorwaarde voor succesvolle transities: lokale organisatiekracht. Energiegemeenschappen, -coöperaties en vrijwilligersorganisaties zijn de organisatievorm waarmee inwoners actief meedoen. Zonder deze lokale betrokkenheid worden doelen mogelijk wel gehaald, maar kost het meer weerstand, meer ambtelijke capaciteit en meer tijd.

8

Onderwerp 3: Sociaal Domein Vraag 3.a Hoe ontwikkelen de middelen op het Sociaal Domein zich en welke risico’s worden daarbij gezien?

Antwoord 3.a Binnen het sociaal domein, en met name op het gebied van jeugdhulp, is sprake van aanhoudende financiële druk. De hogere kosten worden met name verklaard door: • Een grotere stijging van het gebruik van jeugdhulp (10%) dan de voorspelde volumegroei voor inwoneraantal (5%) • Een toename van specialistische begeleiding; • Complexere problematiek, waaronder thuiszitters, echtscheidingsproblematiek, jeugdcriminaliteit en diagnostiektrajecten. Een andere opgave die komende jaren aandacht en inzet vraagt, is de rol van Wadwijzer in de transformatie en kostenbeheersing. Het doel van die opgave is een stevige partner met wie de gemeente samen kan optrekken in de transformatie. Voor de transformatie van het sociaal domein is dat van belang, omdat het de wens is om een deel van de hulp die nu wordt geboden via de maatwerkvoorzieningen in de toekomst aan te bieden via laagdrempelige beschikkingsvrije hulp. Wadwijzer speelt nu al een belangrijke rol op het gebied van beschikkingsvrije hulp, en met het gewenste toekomstperspectief in het vizier is een onlosmakelijke consequentie dat ook Wadwijzer doorontwikkeld moet worden. Landelijk is vastgesteld dat de eerder opgelegde besparingen vanuit de Hervormingsagenda Jeugd op korte termijn niet haalbaar zijn. Het Rijk heeft daarom in de meicirculaire 2025 de voorgenomen besparingen voor 2025 tot en met 2027 teruggedraaid.

De extra middelen voor 2025 zijn toegevoegd aan de algemene middelen. Bij de begroting 2026 is een Plan van Aanpak Sociaal Domein vastgesteld, gericht op een bezuiniging van een half miljoen, het beheersen van de kosten en het realiseren van structurele verbeteringen binnen het Sociaal Domein vanaf 2027/2028. Het resultaat op jeugdhulp in 2025 kent een groter nadeel dan voorzien, een nadeel van € 1.542.000. Deze bij elkaar opgesteld maakt een financieel te kort van 2 miljoen, waarbij momenteel een analyse uitgevoerd wordt om te kunnen weerleggen of dit incidentele of structurele kosten betreffen en wat een financiële prognose zou moeten zijn. Tegelijkertijd blijven er risico’s bestaan voor de begroting 2027-2030. De ontwikkeling van de zorgvraag, demografische ontwikkelingen, de effecten van de landelijke Hervormingsagenda en de impact van lokale maatregelen hebben invloed op de inzet van jeugdhulp de komende jaren en de daarmee gepaarde financiën. Hierdoor blijft het bepalen van een structureel realistisch budget voor jeugdhulp complex. Daarnaast verwachten we voor de WMO een toenemende zorgvraag door vergrijzing. Voor de Participatiewet ontvangen we een specifieke uitkering van het Rijk.

Vraag 3.b Kunt u aangeven aan welke knoppen binnen het Sociaal Domein er gedraaid kan worden?

9

Antwoord 3.b Binnen het sociaal domein wordt gestuurd op zowel kostenbeheersing als het verbeteren van de processen. In het bij de begroting 2026 vastgestelde Plan van Aanpak Sociaal Domein zijn hiervoor verschillende maatregelen opgenomen. Deze maatregelen richten zich nadrukkelijk niet uitsluitend op bezuinigingen, maar vooral op een efficiëntie- en verbeterslag binnen de uitvoering van het sociaal domein (de transformatie). Hierbij wordt onder andere ingezet op: • het versterken van de pedagogische en sociale basis; • het verder ontwikkelen van Wadwijzer; • het vergroten van preventieve ondersteuning; • het versterken van het sociaal team door de basis op orde te brengen; • de ontwikkelopgave van het sociaal team; • het beperken van de inzet van zwaardere en specialistische zorg waar mogelijk. Deze beweging is noodzakelijk om de toenemende zorgvraag op langere termijn beheersbaar te houden en inwoners zo passend mogelijk te ondersteunen. Een belangrijk aandachtspunt bij kostenbeheersing in het sociaal domein is dat de gemeente beperkt kan sturen op instroom in de jeugdhulp. Verwijzingen door bijvoorbeeld de huisarts of medisch specialisten, vallen buiten de directe gemeentelijke beïnvloedingssfeer. Dit maakt het beheersen van de instroom en daarmee de kosten complex.

De gemeente zet daarom vooral in op samenwerking met deze partners en op het versterken van de lokale toegang en preventieve voorzieningen. Daarnaast worden de ontwikkelingen rond de Hervormingsagenda nauw gezet gevolgd. Eerder is al geïnventariseerd aan welke knoppen gedraaid kan worden, zie ook Plan van Aanpak Sociaal Domein.

Vraag 3.c Wilt u de laatste van het Bezuinigingsplan Sociaal Domein nog een keer met ons delen?

Antwoord 3.c Het Plan van Aanpak Sociaal Domein, zoals vastgesteld bij de begroting 2026, vindt u in de bijlage.

Vraag 3.d Tijdens de dialoogsessie met de fractievoorzitters en hun secondanten willen we het onderwerp Sociaal Domein bespreken om te kijken naar een raadsbrede aanpak. Is er vanuit de ambtelijke organisatie bezwaar dat op dit moment al factsheet 3 Sociaal Domein met de deze personen uit de raad gedeeld wordt?

10

Antwoord 3d. Nee hiertegen is geen bezwaar. Toelichting van de formateur: Uiteindelijk is besloten in de voorbereiding op de dialoogsessie om het onderwerp Sociaal Domein op hoofdlijnen te bespreken en te focussen op de wijze hoe we dit onderwerp de komende periode willen behandelen in de raad. Daarom is de informatie niet voor de dialoogsessie met gemeenteraad gedeeld.

11

Onderwerp 4: Bijzondere doelgroepen Vraag 4.1 Wat is de huidige stand van zaken en welke opgave ligt er nog voor de gemeente als het gaat om de opvang van bijzondere doelgroepen: Vluchtelingen?

Antwoord 4.1 Vanaf 1 februari 2024 is de Spreidingswet in werking getreden. Deze wet geeft iedere gemeente in Nederland een taakstelling op het gebied van het opvangen van vluchtelingen. De aantallen op te vangen vluchtelingen verschillen per gemeente en zijn afhankelijk van het inwoneraantal en de sociaaleconomische score. Iedere twee jaar wordt de opgave opnieuw vastgesteld. In maart 2026 zijn de nieuwe aantallen voor de komende twee jaar bekend gemaakt. Voor Waddinxveen is de opgave gelijk gebleven (195).

Vraag 4.1a Staat Waddinxveen op voorsprong of achterstand? Graag krijgen we zicht op de stand van zaken bij de taakstellingen die rond deze doelgroep voor Waddinxveen gelden.

Antwoord 4.1a Op dit moment voldoen wij nog niet aan de taakstelling van 195 opvangplekken in Waddinxveen. De oplevering van de locatie IJsermanweg staat gepland voor het einde van dit jaar (eind nov/begin dec). Waar staan we op dit moment? - Na vaststelling van de locatie, is de grond waar de opvanglocatie komt, begin 2025 door de gemeente aangekocht. Deze grondaankoop is in februari 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. - De bestuursovereenkomst en de huurovereenkomst tussen COA en gemeente zijn vervolgens gesloten voor de periode van 5 jaar. Deze overeenkomsten zijn in april 2025 door het college van B&W vastgesteld. - Er is een “buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (BOPA) procedure doorlopen. De aanvraag voor de vergunning is door het COA op 14 november 2025 ingediend. Op 19 februari 2026 is de vergunning voor de opvanglocatie verleend. De onafhankelijke bezwarencommissie behandelt enkele bezwaren en brengt hierover voor de zomer een advies uit aan het college.

Vraag 4.1b Welke middelen zijn hiervoor beschikbaar in de reserve?

12

Antwoord 4.1 b In september 2025 heeft de gemeenteraad de gebiedsexploitatie voor de opvanglocatie en flexwoningen vastgesteld. De investeringen ten behoeve van de opvanglocatie en de flexwoningen worden betaald uit de bestemmingsreserve Opvang Vluchtelingen en andere doelgroepen. De stand van de bestemmingsreserve Opvang Vluchtelingen en andere doelgroepen bedroeg per 31 december 2025 € 4.100.000,-.

Vraag 4.2a Wat is de huidige stand van zaken en welke opgave ligt er nog voor de gemeente als het gaat om de opvang van bijzondere doelgroepen: Statushouders. Staat Waddinxveen op voorsprong of achterstand? Graag krijgen we zicht op de stand van zaken bij de taakstellingen die rond deze doelgroepen voor Waddinxveen gelden.

Antwoord 4.2a De taakstelling huisvesting statushouders voor het eerste halfjaar 2026 is 29. De achterstand uit 2025 is 7. Hiermee komt de taakstelling voor de eerste helft van 2026 op 36. Er zijn dit halfjaar 27 statushouders gehuisvest. Er worden de komende weken 6 nareizende familieleden verwacht. Daarmee kot de stand nu op 33. De resterende taakstelleng voor dit halfjaar is daarmee 3. De taakstelling voor de tweede helft van 2026 is 32.

Vraag 4.2b Welke middelen zijn hiervoor beschikbaar in de reserve?

Antwoord 4.2b Er zijn geen specifieke middelen beschikbaar voor de huisvesting van statushouders. Statushouders betalen zelf de huisvestingskosten. De gemeente ontvangt de SPUK-inburgering om na huisvesting de maatschappelijke begeleiding te bekostigen.

Vraag 4.3 Wat is de huidige stand van zaken en welke opgave ligt er nog voor de gemeente als het gaat om de opvang van bijzondere doelgroepen: Oekraïners?

Antwoord vraag 4.3 De opvang van Oekraïense ontheemden in Nederland is gebaseerd op de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). De nationale Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (Twoo) zorgt ervoor dat gemeenten in Nederland formeel verantwoordelijk zijn voor de organisatie en coördinatie van de opvang. Deze wettelijke opvangplicht voor Oekraïners zorgt ervoor dat gemeenten verplicht moeten 13

zorgen voor onderdak (huisvesting), leefgeld (voor kleding en voedsel) en toegang tot noodzakelijke begeleiding. Zelfs als de reguliere Gemeentelijke Opvanglocaties (GOO) in een gemeente vol zitten, mag een gemeente een ontheemde onder de RTB niet weigeren. De Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voor Oekraïense ontheemden vervalt op 4 maart 2027. Onbekend is of de regeling (nogmaals) verlengd wordt. Als besloten wordt om de regeling definitief niet meer te verlengen zal naar verwachting een zogenaamd transitiedocument geïntroduceerd worden. Dit transitiedocument geeft de ontheemde Oekraïners een tijdelijke verblijfsvergunning met een geldigheid van drie (3) jaar. Hiermee wordt de status van de Oekraïners genormaliseerd en worden hun rechten gelijkgetrokken met die van reguliere Nederlandse inwoners. De rol van de gemeente zal alsdan ook veranderen. Hoe dit precies vorm gegeven zal worden, ook financieel gezien, is nog onbekend. We zijn ten aanzien van dit onderwerp in afwachting van het Rijk.

Vraag 4.3a Staat Waddinxveen op voorsprong of achterstand? Graag krijgen we zicht op de stand van zaken bij de taakstellingen die rond deze doelgroep voor Waddinxveen gelden.

Antwoord 4.3a In de gemeente worden momenteel 173 Oekraïense ontheemden opgevangen. Hiermee voldoet de gemeente aan haar taakstelling van 153 personen, voor de opvang van Oekraïense ontheemden. De gemeente heeft twee opvanglocaties: (i) locatie (voormalig) Hotel De Unie en (ii) locatie Noordkade. De opvanglocatie Hotel De Unie heeft 36 opvangplaatsen en is eigendom van de gemeente. De opvanglocatie aan de Noordkade heeft 137 opvangplaatsen en wordt door de gemeente gehuurd. De huurovereenkomst loopt tot 31 december 2027.

Vraag 4.3b Welke middelen zijn hiervoor beschikbaar in de reserve?

Antwoord 4.3b De gemeente ontvangt voor de opvang van Oekraïense ontheemden een financiële vergoeding van het Rijk via de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne (BooO). De bekostiging van de opvang van Oekraïense ontheemden door de gemeente is zoveel mogelijk budgetneutraal. Een tekort kan bijvoorbeeld ontstaan als de uitkering die de gemeente ontvangt via de BooO niet gelijk is aan de werkelijke kosten en hier geen extra vergoeding vanuit het Rijk tegenover Staat (of komt te vervallen). Eventuele onder-/overschrijdingen komen ten goede dan wel ten laste van de bestemmingsreserve Opvang Vluchtelingen en andere doelgroepen. De stand van de bestemmingsreserve Opvang Vluchtelingen en andere doelgroepen bedroeg per 31 december 2025 € 4.100.000,-.

14

Onderwerp 5: Organisatieontwikkeling Vraag 5.a Hoeveel FTE heeft de gemeente op dit moment? Hoe ziet de formatieontwikkeling eruit en waar staan we nu?

Antwoord 5.a De formatie is op dit moment 280,38 fte. Naar verwachting groeit de formatie met ongeveer 11 fte in 2027. De gemeenteraad heeft bij de tweede Kaderbrief 2026 besloten dat de organisatie vanaf 2028 niet langer meegroeit met het aantal inwoners.

Vraag 5.b Wat zijn de kosten die de organisatieontwikkeling van ons vraagt? Welke kosten komen er nog aan?

Antwoord 5.b In 2025 heeft als onderdeel van het organisatieontwikkelingstraject WadsMore een reorganisatie plaatsgevonden. Hiermee is een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van de organisatie. Om als organisatie professioneel, voorspelbaar en bestuurbaar functioneren, is een verdere professionaliseringsslag nodig. Dit vraagt onder meer om structurele verbeteringen in onze financiële beheersing, informatievoorziening en procesborging (grip op bedrijfsvoering). De maatregelen die hiervoor nodig zijn, zijn essentieel om rechtmatigheid, voorspelbaarheid en bestuurlijke betrouwbaarheid te versterken. Ook op het gebied van ruimtelijke projecten (grip op ruimtelijke projecten) is een professionaliseringsslag nodig. Denk hierbij aan de introductie van portfoliomanagement als middel om strategische keuzes te kunnen maken welke ruimtelijke projecten wanneer te starten. Het vergroot de efficiëntie en zorgt voor de meest effectieve inzet van schaarse zaken als capaciteit, middelen, en stroom als gevolg van netcongestie. Waar het gaat om de kwaliteit van onze medewerkers investeren we niet alleen in opleiding en scholing, maar ook in de gewenste cultuur, leiderschap en sociale veiligheid. Voor deze maatregelen is budget nodig. Op dit moment bevat de reserve organisatieontwikkeling € 520.000.

Bij de 1e Burap wordt voorgesteld om het volledige bedrag uit de reserve te halen voor de kosten die we verwachten te moeten maken. In 2026 zijn reeds verplichtingen aangegaan voor een bedrag van € 389.000.

Vraag 5.c Waar moeten we rekening mee houden als het gaat om de vraag wat de organisatie aankan als het gaat om de realisering van het coalitieakkoord?

15

Antwoord 5.c Om het coalitieakkoord uit te voeren, is de hierboven beschreven professionaliseringsslag binnen grip op bedrijfsvoering en grip op ruimtelijke projecten nodig. Daarbij geldt dat inzet van ambtelijke capaciteit altijd keuzes vraagt: blijven we dezelfde taken uitvoeren of voegen we nieuwe opgaven toe? In het laatste geval moet besloten worden welke taken vervallen. Deze afweging moet expliciet gemaakt worden. Te meer omdat bij de Kaderbrief 2026-2029 besloten is dat de ambtelijke organisatie vanaf 2028 niet meer standaard meegroeit met de groei van het aantal inwoners.

Vraag 5.d Het gemeentehuis wordt te klein voor de omvang van de organisatie. Welke consequenties heeft dit voor de huisvesting? Wat zijn de plannen als het gaat om huisvesting? En welke kosten brengt dit met zich mee?

Antwoord 5.d Het gemeentehuis wordt inderdaad te klein voor de omvang van de organisatie. Het oude gemeentehuis aan Zuidkade 8 staat te koop. Er zijn voorbereidingen getroffen voor een mogelijke aankoop van het pand door de gemeente. Overeenstemming is nu niet bereikt. De reden hiervoor is dat aan de verkoper geen zekerheid kan worden geboden over een tijdige afronding van de Bibob toets, zodat de raad op 8 juli over deze aankoop kan besluiten. Voor de Bibob toets is medewerking van onder meer de belastingdienst nodig. Wij hebben geen invloed op de tijd die de belastingdienst voor de beoordeling nodig heeft. Bij positieve afronding van de Bibob toets zullen we alsnog proberen om het pand te verwerven. In dat geval zullen we in het najaar een voorstel voorleggen aan de raad. Er zijn nu geen andere plannen in voorbereiding voor uitbreiding van de huisvesting van de organisatie. Het is reëel om rekening te houden met kosten voor extra werkplekken. Op dit moment is dit echter nog niet concreet te maken.

16

Onderwerp 6: Financiën Let op: onderstaande toelichting dateert van 21 mei 2026. Voor de meest actuele gegevens over de financiën verwijzen we naar de stukken die op de agenda staan van de commissie Maatschappij, Financiën, Ruimte en Infrastructuur van 1 juli 2026.

Vraag 6 Wat is de huidige stand op Financiën? Graag ontvangen de onderhandelaars de actuele cijfers die ook gebruikt worden voor de komende burap, jaarrekening en kaderbrief.

Antwoord 6 Disclaimer: op het moment van schrijven, dit is 21 mei 2026, is dit het voorlopige beeld. De stukken zijn nog niet definitief en besluitvorming in het college moet nog plaatsvinden. We verwachten een positief structureel saldo in 2027 en 2028 maar een negatief structureel saldo in 2029 en 2030. Als we kijken naar het totale saldo (structureel en incidenteel) dan zien we een negatief saldo vanaf 2028. Sommige onderdelen zijn niet financieel in de kaderbrief verwerkt, maar kunnen in de toekomst van invloed zijn op het financiële beeld: • Tekorten sociaal domein Op het gebied van jeugd(hulp) is al enkele jaren sprake van een tekort. De stijgende kosten voor jeugdhulp is een landelijk probleem. Waddinxveen heeft bij de begroting 2026 een Plan van Aanpak sociaal domein vastgesteld, waarin een pakket aan maatregelen is voorgesteld dat vanaf 2027/2028 moet bijdragen aan het behalen van de taakstelling. Het resultaat op jeugdhulp in 2025 (€ 1,5 miljoen tekort) geeft aanleiding om de begroting structureel bij te stellen. De demografische ontwikkeling, het implementeren van de Hervormingsagenda (landelijk) en de lokale maatregelen hebben invloed op het gebruik van jeugdhulp de komende jaren en de financiële consequenties daarvan. Daarmee is het bepalen van een realistische bijstelling complex en vormt dit een risico voor de begroting 2027-2030.

• Voordelige resultaten afgelopen jaren Voorafgaand aan het opstellen van deze kaderbrief is op hoofdlijnen een analyse gemaakt van de overschotten in de jaarrekeningen van de afgelopen jaren. Uit deze analyse blijken de oorzaken van de voordelige resultaten niet direct structureel. Wel willen we overschotten voorkomen. Daarom doen we verder onderzoek naar het ontstaan van deze overschotten. Dit kan een voordeel opleveren voor de begroting. • Kapitaallasten In de lange lijn is een voordeel opgenomen voor de kapitaallasten. Dit geeft een voordeel in de eerdere begrotingsjaren, maar deze lasten komen alsnog terug in latere jaren. Het kan aantrekkelijk lijken om de voordelen in de eerdere begrotingsjaren in te zetten voor structurele lasten. Dit kan echter wel een probleem opleveren in de toekomst. • Indexatie budgetten De indexatie is budgetneutraal verwerkt, in de veronderstelling dat dit volledig gecompenseerd wordt uit het gemeentefonds. Het risico bestaat dat de compensatie niet volledig is. In dat geval moet er bij de Begroting 2027 een afweging gemaakt worden of de indexatie volledig overal wordt doorgevoerd. • Toerekening van salarislasten aan (investerings-)projecten Bij de jaarrekening 2025 is geconstateerd dat niet alle begrote toe te rekenen salarislasten 17

toegerekend konden worden aan (investerings-)projecten, omdat niet bij alle projecten voor het volledige bedrag rekening was gehouden met deze lasten. Momenteel wordt onderzocht hoe dit wel kan. We hebben in de afgelopen jaren in Waddinxveen een aanzienlijke groei van het aantal inwoners doorgemaakt en we verwachten dat deze groei de komende jaren nog gaat doorzetten. Voor de basis van het opstellen van de lange lijn prognose bij deze kaderbrief zijn we uitgegaan van de cijfers uit de woningbouwprognose van december 2025. Dit zijn de meest actuele cijfers.

NB: In bovenstaand overzicht is nog geen rekening gehouden met de effecten van de meicirculaire, deze verschijnt naar verwachting op 4 juni.

18

Onderwerp 7: Vierde wethouder Vraag 7 Wat zijn de kosten / wat is het financieel effect van het aanstellen van een vierde wethouder? Graag de kosten berekenen inclusief overhead en alle andere kosten.

Antwoord 7 De kosten voor een extra wethouder bestaan uit verschillende elementen: a. Bezoldiging b. Werkgeverslasten c. Ambtelijke ondersteuning d. Overige kosten Deze elementen worden hieronder toegelicht en voorzien van een inschatting van de kosten. a. Voor een gemeentegrootte van 24.001 – 40.000 inwoners (klasse 4) is de bezoldiging volgens het Rechtspositiebesluit circa € 121.000 per jaar. Dit is inclusief vakantiegeld, eindejaarsuitkering en de vaste onkostenvergoeding. b. De werkgeverslasten bedragen circa €42.000. Dit betreft pensioen, sociale premies en werkgeversbijdrage. c. Met ambtelijke ondersteuning wordt hier bedoeld de ambtenaren die direct voor de wethouder werken: bestuurssecretariaat, -communicatie en -advisering. Op basis van de huidige inzet wordt ingeschat dat de kosten hiervoor circa € 145.000 bedragen. d. Onder overige kosten valt: werkplek, laptop, telefoon, dienstreizen, opleiding en dergelijke. Hierbij gaan we uit van circa € 8.000 per jaar. Op basis van bovenstaande kan worden gerekend met circa € 316.000 per jaar voor een extra wethouder. Let op: dit bedrag is exclusief de kosten van wachtgeld als de wethouder aftreedt. Dat kan oplopen tot 2 jaar uitkering van 70-80% van het laatstverdiende loon. Het maximaal totaal wachtgeld bedraagt circa € 174.000. Dit is het bruto maximum.

In de praktijk wordt het wachtgeld verrekend met inkomsten uit ander werk. De gemeente moet dit risico voorzien op de balans. In het jaar van aftreden leidt dit tot een last op de begroting. Na 2 jaar stopt de uitkering, tenzij de wethouder < 55 jaar is en > 10 jaar wethouder was. Dan loopt het langer door.

19

Onderwerp 8: Waddinxveense ingekomen stukken Er is alleen van het OPW een ingekomen stuk vanuit de lokale samenleving binnengekomen.

Vraag 8a Kunt u het vraagstuk, de opgave en de gevraagde inzet van alleen deze lokale, specifiek Waddinxveense stukken voor ons samenvatten?

Antwoord 8a OPW geeft het volgende aan. A. Ruimte om te ondernemen. De transformatie van industrieterrein Waddinxveen Noord en de toename van circulair ondernemen vragen extra ruimte in Waddinxveen. Bedrijven in Waddinxveen Noord wordt passende vervangende ruimte aangeboden en intensief ondersteunt bij het uitplaatsen. Hiervoor worden de bedrijventerreinen Vredenburgzone en G. Van Dort Kroonweg gerealiseerd en wordt bedrijventerrein A12 Noord in procedure gebracht. Blijvende ondersteuning voor een krachtige lokale winkel- en horecastand. B. Bereikbaarheid. De verkeersinfrastructuur van Waddinxveen wordt geactualiseerd en passend gemaakt bij de groei van Waddinxveen de afgelopen jaren. De bedrijventerreinen worden structureel beter en veiliger bereikbaar voor logistiek-, personen en openbaar vervoer. Concrete uitvoering wordt gegeven aan een 2e ontsluiting van Logistiek Park A12, het ‘Coenecooppootje’, een goede bereikbaarheid voor de ondernemers rondom de Brugweg en verdubbeling van de Beijerinklaan. C. Energietransitie. Een sterke economie en de daarmee samenhangende brede welvaart is afhankelijk van adequate energievoorzieningen. Een goede mix van zon, wind en waterstof, energie delen, opslag en regionale samenwerking borgt de continuïteit en groei van onze economie.

De afspraken van de Regionale Energie Strategie worden geactualiseerd en wind en waterstof worden aan de mix toegevoegd. D. Wet- en regelgeving. Door toenemende financiële- en administratieve kosten komt de winstgevendheid van bedrijven steeds verder onder druk. Bij elke nieuwe regionale of lokale beleidsregel wordt een ondernemerstoets uitgevoerd en worden ondernemers actief ondersteunt bij implementaties. Verzoeken en vergunningaanvragen van ondernemers worden proactief, adequaat en probleemoplossend behandeld en uitgevoerd.

Vraag 8b Kunt u daarbij ook aangeven wat we al doen en wat input voor nieuw beleid is?

Vraag 8b Wat we al doen

20

A. De gemeente werkt aan Businesspark Vredenburgh fase 2 als nieuw bedrijventerrein. Deze ontwikkeling is onder andere bedoeld als mogelijke uitplaatsingslocatie voor bedrijven aan de Noordkade. De projectleider en projectleden zetten zich in om de (eventuele) verplaatsing van bedrijven van de Noordkade naar Businesspark Vredenburgh fase 2 zorgvuldig te begeleiden. Er wordt een provinciale behoefteraming uitgevoerd, ook voor de regio Midden-Holland, waarin wordt bekeken of de vraag naar bedrijventerrein en het harde aanbod in de regio met elkaar in balans zijn, waarbij ook rekeningen wordt gehouden met circulair ondernemen. Circulair ondernemen kan de ruimtevraag vergroten, omdat hiervoor relatief meer ruimte nodig kan zijn dan bij traditioneel lineair ondernemen, bijvoorbeeld voor opslag, verwerking of hergebruik. In regionaal verband wordt aandacht gevraagd voor voldoende (beleids)ruimte voor bedrijvigheid. De Vredenburgzone is op dit moment niet vastgesteld als bedrijventerrein. De G. van Dort Kroonweg heeft op dit moment ook een andere ruimtelijke bestemming, namelijk glastuinbouw. Voor de toekomst van de G. van Dort Kroonweg moet nog besloten worden welke functies/invulling passend is. A12 Noord wordt in de Omgevingsvisie genoemd als locatie voor “bedrijvigheid van de toekomst”.

De gemeente is met de provincie en de grondeigenaren in gesprek over het idee van A12 Noord als eventueel toekomstig bedrijventerreinen, in combinatie met duurzame energieopwek. Dit bevindt zich nog in het beginstadium en over A12 Noord is – in aanvulling op de Omgevingsvisie - nog niets vastgesteld. De gemeente zet in op blijvende ondersteuning van een krachtige lokale winkel-en horecastand. hierop in door de invulling van winkelpanden in de winkelgebieden te monitoren. Waar nodig worden gesprekken gevoerd met eigenaren van winkelpanden en andere betrokken partijen. B. De gemeente werkt aan het verkeerscategoriseringsplan, zodat het verkeer goed en veilig van en naar de hoofdwegenstructuur (provinciale en rijkswegen) wordt begeleid. De bedrijventerreinen worden vanuit het Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer verder (OPMV) opgepakt om te kijken naar een eenduidige en veilige inrichting voor alle verkeerssoorten. Daarnaast is er op bijna alle bedrijventerreinen sprake van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Dat is een samenwerking tussen de ondernemers, politie, brandweer, handhaving en de gemeente om de terreinen schoon, heel en veilig te houden.

Het OPW noemt daarnaast nog een aantal concrete verkeerskundige maatregelen waar volgens het OPW uitvoering aan moet worden gegeven: 2e ontsluiting van Logistiekpark A12: In het OPMV is het onderzoeken van een tweede aansluiting van logistiek park A12 opgenomen. Dit onderzoek moet nog worden opgepakt. Het ‘Coenecooppootje’: Een directe aansluiting van de N457 op de A12 is ook opgenomen in het OPMV. De provincie heeft in onze gesprekken met hen al meerdere keren aangegeven dat dit niet bespreekbaar is. Daarbij komt dat het ontwerptechnisch niet in te passen is, onder andere vanwege de ligging van beide wegen dicht naast elkaar en in een boog. Bereikbaarheid ondernemers Brugweg: De Brugweg wordt in 2027 gereconstrueerd. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan het verkeersbesluit venstertijden zwaar verkeer om in de ochtendspits de stroom fietsers te kunnen scheiden van het zware gemotoriseerde verkeer (vrachtwagens, bussen en landbouwverkeer). C. Waddinxveen werkt aan realisatie van de RES-opgave via zon op dak, energyhubs op bedrijventerreinen en windlocaties binnen vastgestelde kaders. In de huidige denkrichting houden we het gebied waar we nu wind opwekken robuust, door het te repoweren en aan te vullen. Regionale samenwerking verloopt via de Regio Midden-Holland.

21

Energie-gemeenschap-structuur wordt gefaciliteerd als organisatievorm voor inwoners en lokale organisaties om lokaal eigendom bij grote energieprojecten te realiseren. Netcongestie wordt aangepakt als randvoorwaarde voor woningbouw, bedrijvigheid en verduurzaming, in samenwerking met Stedin, TenneT, provincie en regio. D. Binnen team Veiligheid (afdeling Samenleving) worden de vergunningaanvragen behandeld. Waar dat kan proberen we proactief contact te zoeken met de aanvragers, o.a. om mee te denken bij het invullen van aanvraagformulieren voor vergunning(en) en de Wet Bibob. Ook wordt de bereikbaarheid voor ondernemers laagdrempelig gehouden, zo is er een apart emailadres voor vergunningen en evenementen. Maar we communiceren ook aan de voorkant de verwachtingen helder naar de bij ons reeds bekende, maar ook nieuwe ondernemers, bijvoorbeeld de indieningstermijn voor een vergunningsaanvraag (8 weken). Input voor nieuw beleid A. De OPW noemt dat de Vredenburgzone en G. Van Dort Kroonweg ingezet kunnen worden vervangende ruimte voor de bedrijven die nu aan de Noordkade zitten. Er is niet vastgelegd dat de Vredenburghzone en de G. van Dort Kroonweg bedrijventerreinen worden. Voor de toekomst van de G. van Dort Kroonweg moet nog besloten worden welke functie/invulling passend is. Hier wordt op dit moment een opdracht voor geformuleerd.

Ook het verzoek om A12 Noord verder in procedure te brengen is niet vastgelegd. A12 Noord is in beeld als mogelijke toekomstige locatie voor bedrijvigheid. De provinciale behoefteraming is relevant evenals de duurzame energieopwek (voorkomen wind in polder Achterhof). Ook is er een relatie met de realisatie van het project Vredenburghzone. Op dit moment zet Waddinxveen in op het faciliteren van de ontwikkeling naar bedrijventerrein waar mogelijk waarbij duurzame energieopwek voorwaardelijk is. De vraag is of de grondeigenaren zich verenigen of er anderszins een initiatiefnemer het voortouw neemt. Eventuele vervolgstappen vragen om bestuurlijke afweging, afstemming met de provincie en gesprekken met betrokken stakeholders en verdere ruimtelijke onderbouwing. Verdere uitwerking van de A12 Noord is op dit moment niet opgenomen in het collegeprogramma. Daarnaast kan een Omgevingsprogramma Economie worden opgesteld, waar het OPW bij betrokken kan zijn. Dit programma kan worden opgesteld om de economische beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie uit te werken richting uitvoering en om economische onderwerpen integraal af te wegen. B. Het OPW geeft ten slotte aan dat ze willen dat er uitvoering wordt gegeven aan de verdubbeling van de Beijerincklaan. De verdubbeling van de Beijerincklaan is vooralsnog nergens in het beleid opgenomen.

Punt van overweging om dit wel of niet op te nemen is de realiseer- en haalbaarheid van een dergelijk project én de gevolgen die dit project dan heeft op de omliggende wegen. Wellicht dient er eerst een onderzoek plaats te vinden welke effecten een verdubbeling van de Beijerincklaan heeft op de omgeving en het omliggende wegennet. Dit onderzoek is nu niet opgenomen in het OPMV en ons beleid. C. De RES bijdrage per gemeente is provinciaal afgestemd. Waterstof is een mogelijke flexibiliteitsoptie voor logistiek en glastuinbouw, maar geen alternatief voor het warmtenet in de gebouwde omgeving. De uitwerking ligt bij het ODMH en de provincie via het Pmiek spoor, maar wij participeren. D. Omdat de functie van de medewerker APV/Bijzondere Wetten binnen team Veiligheid ‘slechts’ 0.75 fte kent, wordt voor eind augustus 2026 een borgingsplan voor het proces rondom APV/vergunningen opgesteld. Dit plan is mede gekoppeld aan de doelstelling vanuit het Uitvoeringsplan Dienstverlening 2024–2026: - een transparanter proces evenementenvergunningen. 22

Met als doel: - het bieden van een methodisch ingerichte werkomgeving voor de nieuwe medewerker APV/vergunningen; - het verkrijgen van beter inzicht in werkzaamheden en werklast;

23

Onderwerp 9: Zwembad Vraag 9 Hoe lang kan het huidige zwembad nog mee?

Antwoord 9 Hierop kan geen direct antwoord worden gegeven. Zie de verdere beantwoording onder a.

Vraag 9.a Wat is de technische staat van het huidige zwembad en welke onderzoeken geven daar onderbouwing aan?

Antwoord 9.a In 2010 is het huidige bad gerenoveerd. Installaties die toen zijn vervangen lopen tegen het eind van hun levensduur. De afgelopen 3 jaar wordt er geen planmatig onderhoud meer uitgevoerd. Het zwembad wordt ad hoc onderhouden waarbij de onderhoudskosten jaarlijks oplopen. Jaarlijks wordt het zwembad zowel bouwkundig als technisch geïnspecteerd op basis waarvan noodzakelijke ingrepen worden gepleegd. Daarnaast worden onderdelen die spontaan uitvallen vervangen daar waar mogelijk. Door de verouderde installaties zijn vervangende onderdelen niet altijd voor handen. Door de ouderdom van de installaties bestaat dus het risico op uitval van functies in het zwembad of tijdelijke sluiting. Installaties die niet of moeilijk bereikbaar zijn vormen bij falen een mogelijk grote kostenpost. Denk hierbij aan wanneer er grote filters vervangen moeten worden waarbij er een stuk gevel moet worden gesloopt om erbij te kunnen.

Vraag 9.b Welke kaders maken de investeringen voor het nieuwe zwembad zo duur?

Antwoord 9.b Het primaire kader voor het nieuwe zwembad wordt gevormd door het Voorkeursscenario, door de raad gekozen in juni 2023. Het Voorkeursscenario is uitgewerkt in een Programma van Eisen met ruimtestaat. Daarop is een investeringsraming opgesteld. Deze investeringsraming is opgenomen in de Programmabegroting 2026-2029. De investeringsraming is gecontroleerd door een onafhankelijk deskundig bureau (second opinion), dat concludeerde dat deze niet te hoog is ingeschat. Momenteel wordt het Voorlopig Ontwerp (VO) van het zwembad uitgewerkt. Bij de uitwerking van het zwembad wordt steeds gekeken naar mogelijkheden om onnodige kosten te vermijden. Daarbij wordt bijvoorbeeld kritisch gekeken naar een zo efficiënt mogelijke gebouwplattegrond en kwaliteit versus kosten van materialen. Op basis van het VO vindt een herijking van de stichtingskostenraming plaats. Feit blijft dat het nog steeds om een raming gaat, waar ook onzekerheden in zitten.

24

In de investeringsraming is ook rekening gehouden met bovenwettelijke duurzaamheidseisen, rekening houdend met het duurzaamheidsbeleid dat door de raad is vastgesteld. In de second opinion zijn de meerkosten daarvan geraamd op € 1 miljoen excl. BTW. Deze investering wordt alleen in het project meegenomen, als het structurele effect van die investering per saldo financieel neutraal (of positief is). Dit wordt in de periode tot en met november ‘26 uitgewerkt en doorgerekend. Hierbij kijken we ook naar de mogelijkheid om de kapitaallasten zo laag mogelijk te houden, bijvoorbeeld door op onderbouwde wijze restwaarde toe te kennen aan materialen/gebouwonderdelen. Het is altijd een mogelijkheid om een (maximaal) budget als primair kader te hanteren. Bepaald zou dan moeten worden, welk bedrag dat moet zijn. Een dergelijk besluit zal dan leiden tot aanpassingen in het project. Een keuze voor een ander gebouwprogramma (bijvoorbeeld minder zwemwater) kan theoretisch een besparing opleveren. Hoe groter de ingreep, des te groter de potentiële besparing. Dit zal echter wel leiden tot vertraging in het proces. Tijdens de extra tijd die dit kost, zullen de prijzen doorstijgen. Ook betekent het dat tot nu toe gemaakte kosten in het project grotendeels voor niets zijn gemaakt.

Dit zal ertoe leiden dat de potentiële besparing deels verdampt, te niet wordt gedaan of dat een ingreep in het programma per saldo zelfs leidt tot een hogere investering.

25

Onderwerp 10. Ondermijning en veiligheid Vraag 10 Welke risicogebieden zijn er binnen Waddinxveen als het gaat om ondermijning en veiligheid?

Antwoord 10 De grootste risicogebieden op ondermijning en veiligheid liggen voor Waddinxveen op bedrijventerreinen, logistieke corridors, kwetsbare buitengebieden en in toenemende mate binnen de digitale leefwereld. Met name bedrijventerreinen zoals Coenecoop, Doelwijk en Distripark A12 zijn door hun strategische ligging nabij de A12 en intensieve logistieke activiteiten kwetsbaar. Daarnaast vormen afgelegen schuren, opslaglocaties en slecht zichtbare delen van het buitengebied een risico voor illegale opslag, drugsproductie en dumpingen. Dit blijkt ook uit het jaarverslag 2024 van het Regionaal Expertise en Informatie Centrum (RIEC). Parallel hieraan groeit de dreiging van digitale criminaliteit, onder andere met betrekking tot jongeren. Door de groei van Waddinxveen is het werk van team Veiligheid de afgelopen jaren toegenomen. Daarnaast krijgt het team steeds meer wettelijk taken. Denk hierbij aan de thema's zorg en veiligheid, digitale criminaliteit, ondermijning, crisisbeheersing en het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid. Ook de inzet van boa's en het aantal meldingen waarbij boa’s nodig zijn, neemt toe.

Vraag 10.a Kan dit gespecificeerd worden voor winkelstrips?

Antwoord 10.a Er zijn geen directe aanwijzingen dat winkelstrips binnen Waddinxveen risicogebieden zijn.

Vraag 10.b Kan dit gespecificeerd worden voor bedrijventerreinen?

Antwoord 10.b Op de bedrijventerreinen Doelwijk, Bedrijvenpark Coenecoop en Distripark A12 zijn de belangrijkste risico’s witwassen, opslag van verdovende middelen, arbeidsuitbuiting, fraude, illegale bewoning en criminele infiltratie in transport en logistiek.

Vraag 10.c Zijn er andere locaties die opvallen?

26

Antwoord 10.c Buitengebieden De buitengebieden en glastuinbouw rondom de gemeente kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit. Buitengebieden zijn kwetsbaar door afgelegen locaties, weinig toezicht en snelle ontsluiting richting de Randstad. Vooral schuren, loodsen, glastuinbouw en verhuurde opslaglocaties brengen risico’s mee voor illegale activiteiten. Criminelen maken bewust gebruik van het contrast tussen een ogenschijnlijk rustige landelijke omgeving en de nabijheid van grote stedelijke afzetmarkten. Digitale criminaliteit (digicrime) Digitale criminaliteit is structureel in opmars. Politie en het Openbaar Ministerie signaleren een sterke groei van online fraude, cybercrime en digitale vormen van ondermijning, waarbij jongeren relatief vaak betrokken raker als dader, facilitator of geldezel. Tegelijkertijd daalt de zichtbare criminaliteit, waardoor veiligheidsvraagstukken zich steeds vaker verplaatsen naar het digitale domein. Meldingen Meld Misdaad Anoniem Voor gemeente Waddinxveen zien we dat het aantal meldingen die gedaan worden via Meld Misdaad Anoniem toeneemt. In 2024 kwamen er 21 meldingen binnen, in 2025 kwamen er 27 meldingen binnen en in 2026 zijn er tot heden 14 meldingen binnen. Zichtbaar is de toename van meldingen met betrekking tot handel en/of bezit in verdovende middelen.

In 2024 had 19% van deze meldingen betrekking op bezit/ handel in verdovende middelen, 2025 was dit 55% en in 2026 is dat tot heden 50%. Overige informatie Om de veiligheidstaken binnen gemeente Waddinxveen betrouwbaar, wettelijk verantwoord en toekomstbestendig te kunnen blijven uitvoeren, is structureel extra budget noodzakelijk. Een combinatie van groei en een toename van taken. Dit budget wordt ingezet voor: - Verplichtingen: onder andere toegenomen kosten van gemeentelijke bijdragen voor de samenwerking met ketenpartners. - Toenemende kostenprijsontwikkeling - Criminaliteitspreventie: onder andere voorlichting aan inwoners over (digitale) criminaliteit, activiteiten tijdens de Week van de Veiligheid. - Lokale veiligheidskamer: Gemeente Waddinxveen heeft te maken met een toenemend aantal taken op het thema zorg en veiligheid. In 2024 zijn hierover regionale afspraken gemaakt, waarbij iedere gemeente verplicht is om een lokale zorg- en veiligheidskamer te realiseren. Voor de coördinatie en casusregie en realisatie is extra budget nodig, om te voldoen aan landelijke verwachtingen en wettelijke zorgplichten.

- Thema ‘maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht’: structureel budget is noodzakelijk om te blijven voldoen aan wettelijke verplichtingen op het gebied van crisisbeheersing, risicocommunicatie, zorgplicht richting inwoners en continuïteit van gemeentelijke dienstverlening. Deze is vergroot naar aanleiding van de onrust in de wereld en vraagt meer budget om aan de wettelijke verplichting te kunnen voldoen.

27

Onderwerp 11: Boa’s Vraag 11 Met welke werkzaamheden houden de boa’s zich bezig?

Antwoord 11 De boa’s voeren een breed takenpakket uit op het gebied van leefbaarheid en veiligheid in de openbare ruimte. Hun werkzaamheden omvatten onder andere: - Verkeerszaken, inclusief verkeershandhaving en parkeren (bijvoorbeeld foutparkeren, parkeerdruk, invalideplekken, elektrische voertuigen, grootvoertuigen). - Toezicht in de openbare ruimte, zoals toezicht op fietsen, verkeerd geplaatste objecten, ordelijk gebruik van de openbare ruimte. - Afvalproblematiek, met name meldingen van bedrijfsafval in particuliere inzamelmiddelen. - Evenemententoezicht, inclusief controle op vergunningsvoorwaarden, bezoekersstromen, eindtijden, alcoholverstrekking, veiligheid en samenwerking met politie, brandweer en organisatoren. - Ondermijning, door signaleren van criminele activiteiten, preventief toezicht en deelname aan integrale controles met partners. - Leefbaarheid en overlast, zoals jeugdoverlast, woonoverlast, vuurwerkoverlast en situaties met onbegrepen gedrag. - Minder frequent: horeca, huisuitzettingen, vandalisme.

Vraag 11.1 Welke onderwerpen vragen het meeste van hun tijd?

Antwoord 11.1 De boa’s besteden het grootste deel van hun tijd aan verkeer en parkeerhandhaving. Dit omvat toezicht op foutparkeren, parkeerdruk in woonwijken en centra, speciale parkeerplaatsen zoals invalide- en laadplekken, en het controleren van grootvoertuigen of campers. Naast verkeer en parkeren vragen ook toezicht in de openbare ruimte, zoals op fietsen of verkeerd geplaatste objecten, en evenemententoezicht, waarbij boa’s controleren op veiligheid, vergunningsvoorwaarden en bezoekersstromen, veel aandacht

Vraag 11.2 Hoeveel tijd gaat er in afval zitten en hoe verhoudt zich dit tot de andere onderwerpen?

Antwoord 11.2 Afvalproblematiek vraagt regelmatig aandacht is geen dominant onderwerp. De focus ligt vooral op meldingen waarbij vermoed wordt dat bedrijfsafval in particuliere inzamelmiddelen wordt aangeboden. Eerdere inzet bij milieuparken is stopgezet wegens gebrek aan effect.

28

Vraag 11.3 Hoeveel tijd gaat er in parkeren zitten en hoe verhoudt zich dit tot de andere onderwerpen?

Antwoord 11.3 Parkeren vormt een belangrijk onderdeel van de verkeershandhaving en vraagt een aanzienlijk deel van de beschikbare tijd van de boa’s. Hoewel de exacte tijdsbesteding specifiek voor parkeren niet afzonderlijk wordt geregistreerd, is duidelijk dat parkeerhandhaving een van de grootste tijdsinvesteringen binnen het werk van boa’s vormt.

29

Onderwerp 12: Evenementen Vraag 12 Welke kaders gelden op dit moment voor evenementen in Waddinxveen?

Antwoord 12 De volgende kaders gelden voor evenementen in gemeente Waddinxveen: • Algemene Plaatselijke Verordening Waddinxveen 2009 • Evenementenbeleid Waddinxveen • Kader evenementenveiligheid Veiligheidsregio Hollands Midden o Advies brandweer o Advies politie o Advies GHOR • Advies ODMH o Geluid o Bouw en toezicht (o.a. bij plaatsing tenten en/of podia) • Omgevingswet

Vraag 12.a We horen van initiatiefnemers dat het proces voor het organiseren van een activiteit of evenement een lange doorlooptijd kent en soms strenge regels met zich meebrengt. Aan welke knoppen kunnen we hierbij draaien?

Antwoord 12.a Aan welke knoppen kunnen we draaien? 1. Beleid aanpassen 2. Middelen / capaciteit beschikbaar stellen Dit wordt onderstaand toegelicht. Beleid aanpassen •

Onderzoek doen naar; o Versoepelen regels voor kleinere buurtactiviteiten o Mogelijkheden minder vergunningplicht en meer meldingsplicht o Vereenvoudigen procedures (procesoptimalisatie) o Meerjarig vergunnen van aanvragen voor o.a. terugkerende en/of onveranderde evenementen.

Middelen / Capaciteit beschikbaar stellen Middelen beschikbaar stellen voor: •

•

•

Uitbreiding capaciteit vergunningverlening, waarmee doorlooptijden verkort kunnen worden. Extra capaciteit bij ondersteuning van inwoner= initiatieven en kleine buurtactiviteiten Verbetering van en investering in digitale systemen en processen rondom de aanvraag of melding van een evenement, initiatief of activiteit, zodat de behandeltijd van een aanvraag/melding kan worden verkort. 30

Vraag 12.b Klopt het dat vooral de kaders van de veiligheidsregio het lastig maken? Wat zou hieraan te doen zijn?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17130427/2