CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Groene Hart Rekenkamer Onderzoek Participatiewet Waddinxveen

Overige evenementen 28 september 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Presentatie rapport Participatiewet, Groene Hart rekenkamer, zie bijlage (0,5 uur)14.922 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

17/34

HOOFDSTUK 3.

Uitvoeringspraktijk 3.1

Vertaling van beleid naar uitvoering

Op welke wijze is het beleid vertaald naar de praktijk (onder andere in termen van werkprocessen, werkwijzen, handboeken, protocollen, et cetera)? Binnen de gemeente Waddinxveen worden medewerkers uit de uitvoering betrokken bij de vertaling van het beleid naar de uitvoering. De visie van de gemeente op de uitvoering, zoals verwoord in het beleidskader sociaal domein, is om te werken vanuit de principes van integraliteit en maatwerk. Deze visie is vertaald in de werkprocessen van de gemeente. Zo heeft iedere inwoner één aanspreekpunt bij de gemeente. De ondersteuningsvraag van de inwoner wordt integraal beoordeeld, waarbij een ondersteuningsplan op maat wordt opgesteld. Er is bewust gekozen voor één verordening voor het hele sociale domein, zodat de ondersteuningsvraag in één keer getoetst kan worden op alle relevante wet- en regelgeving. Deze verordening is de belangrijkste leidraad voor het handelen van de uitvoerende medewerkers van de gemeente.

In het beleidskader sociaal domein staan naast integraliteit en maatwerk nog vier andere uitgangspunten voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk, namelijk: inzet op preventie, iedereen doet mee, samenredzaamheid, en duurzaamheid en nazorg. Zoals benoemd in hoofdstuk 2, zijn deze uitgangspunten algemeen uitgewerkt en niet specifiek gemaakt voor de uitvoering van de Participatiewet. Van de vier aanvullende uitgangspunten zijn er drie die een duidelijk raakvlak hebben met de Participatiewet, namelijk iedereen doet mee, samenredzaamheid, en duurzaamheid en nazorg. Iedereen doet mee verwijst naar het beleidsdoel van de gemeente dat mensen deelnemen aan de samenleving, bij voorkeur aan betaald werk en als dat niet kan vrijwillig. Samenredzaamheid gaat over het betrekken van het sociale netwerk van een cliënt bij de ondersteuning. Ook kan er gedacht worden aan het betrekken van vrijwilligersorganisaties en andere spelers uit het lokale maatschappelijk middenveld. Duurzaamheid en nazorg kunnen betrekking hebben op de duurzaamheid van werk. Voor mensen die uitstromen naar werk is dat geen vanzelfsprekendheid.

3.2

3.2.1

Uitvoering werkzoekendendienstverlening Algemene inrichting werkprocessen

Hoe zijn de werkprocessen ingericht? Hoe ziet de cliëntenpopulatie eruit? Welk beleid voeren gemeenten om de potentiële synergie tussen de Participatiewet en de Wsw te benutten? De werkprocessen beginnen bij de toegang. Zoals genoemd, hebben cliënten in Waddinxveen één aanspreekpunt. Er wordt meteen na een melding contact gezocht met de cliënt. Tijdens een eerste gesprek wordt de ondersteuningsvraag van de cliënt verhelderd en een diagnose gesteld. Conform het beleid van de gemeente is de diagnose maatwerk, waarbij rekening wordt gehouden met de wensen en belemmeringen van de cliënt. Voor klanten die direct bemiddelbaar zijn, wordt meteen een bemiddelingstraject ingezet. De bemiddeling wordt uitgevoerd door de medewerkers van het WSP. In de volgende paragraaf lichten we de rol van het WSP nader toe. Op basis van de diagnose wordt een plan van aanpak opgesteld en bijgehouden. Elke week is er een overleg over alle nieuwe aanvragen. Dit wordt het casusoverleg genoemd. Bij het casusoverleg schuift ook een gedragsdeskundige aan. Als er sprake is van ondersteuningsvragen op meerdere levensterreinen, dan

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

18/34

worden ook consulenten van de andere domeinen betrokken bij de afhandeling van de hulpvraag. Er wordt op basis van de diagnose behalve het onderscheid tussen direct bemiddelbare cliënten en niet direct bemiddelbare cliënten geen nadere onderverdeling in cliëntgroepen gemaakt. Wel is er voor sommige cliëntgroepen extra aandacht (zie de volgende paragraaf).

Bij de uitvoering van de werkzoekendendienstverlening is het belangrijkste adagium: ken de klant. Dit komt tot uiting in de manier waarop de werkzoekendendienstverlening in de praktijk vorm krijgt. Dit gaat vooral op basis van persoonlijk contact en minder op basis van gestandaardiseerde werkwijzen of methodieken, zoals bij grotere sociale diensten soms het geval is. Als er een re-integratietraject wordt ingezet, dan gebeurt dat op basis van een persoonlijke inschatting van de consulent in samenspraak met de cliënt. Concreet is het streven om elke klant mimimaal één keer en het liefst meerdere keren per jaar te spreken. Bij de gesprekken die gevoerd worden, hebben consulenten bijzondere aandacht voor het stimuleren van parttimewerk. Dit zorgt voor gedeeltelijke uitstroom uit de uitkering en zorgt ervoor dat cliënten werkritme en werkervaring opdoen. Naar schatting verrichten 70 van de 300 cliënten in het voorjaar van 2022 parttimewerk. Onderdeel van de werkwijze is ook dat cliënten die al parttimewerk doen gestimuleerd worden om volledig uit te stromen.

Zoals benoemd, zetten consulenten indien nuttig re-integratietrajecten in. Het doel van de inzet van reintegratietrajecten is om de ontwikkeling van cliënten te bevorderen. Voor cliënten met een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt zet de gemeente branchetrajecten van het WSP in. Branchetrajecten zijn korte leerwerktrajecten die in samenwerking met werkgevers worden georganiseerd. Werkzoekenden leren hoe de werkzaamheden in de branche verlopen en doen werkervaring en werknemersvaardigheden op. De werkgever heeft een begeleidende rol, maar er kan vanuit het WSP ook jobcoaching aan worden toegevoegd. De branches waarin deze trajecten georganiseerd worden, zijn transport, bouw en techniek, horeca, zorg, welzijn, groen, zakelijke dienstverlening en overheid. Bij de inzet van branchetrajecten houden de werkgeversadviseurs de regie en nemen contact op met de consulent, indien nodig. Voor de overige cliënten kunnen consulenten de leerlijnen van Promen inzetten. De trajecten bij Promen hebben een sterker accent op het aanleren van werknemersvaardigheden dan de branchetrajecten en zijn geschikt voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Er zijn ook cliënten die alleen op vrijwillige basis kunnen participeren. Consulenten helpen hen bijvoorbeeld bij de kringloop aan de slag, of in het verpleeghuis.

Wettelijk gezien bevat de Participatiewet sinds 2019 de verplichting voor cliënten om een tegenprestatie te leveren als de gemeente daarom vraagt. Uit interviews blijkt dat de inzet van de tegenprestatie verschilt per consulent. Nadat een cliënt is uitgestroomd, biedt indien nodig de werkgeversadviseur nazorg voor de werkgever en de consulent voor de cliënt.

3.2.2

Aandacht voor specifieke doelgroepen

Wat is het beleid van de gemeenten voor bijzondere doelgroepen, zoals mensen met een arbeidsbeperking, op het gebied van participatie? In het bijstandsbestand van Waddinxveen ziet de gemeente een aantal bijzondere doelgroepen aan wie de gemeente bijzondere aandacht besteedt. Zo is er in Waddinxveen een vrij hoog aandeel statushouders. Ook stromen er veel cliënten in vanuit de WW en de Ziektewet. Verder signaleert de gemeente een toename van instroom door verhuisbewegingen en relatief veel jongeren met psychische problematieken en verslaving. Qua aantallen is het aandeel jongeren overigens niet zo hoog; het is vooral de zwaarte van de problematiek die opvalt. Daarnaast is in hoofdstuk 2 benoemd dat nieuwe doelgroepen (mensen met een arbeidsbeperking) bijzondere aandacht van gemeenten vragen.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

19/34

De gemeente heeft een speciale consulent die zich richt op jongeren. Deze consulent spant zich in om zoveel mogelijk jongeren ofwel naar een opleiding ofwel naar werk te begeleiden. Voor mensen met een arbeidsbeperking zet de gemeente jobcoaching in. Ook kan de gemeente dagbesteding inzetten vanuit de Wmo voor cliënten die vanwege psychische of andere klachten niet op andere manieren kunnen participeren. Statushouders krijgen extra taaltrainingen aangeboden.

3.3

Uitvoering werkgeversdienstverlening

Hoe is de werkgeversdienstverlening vormgegeven? Is er sprake van een effectieve samenwerking? Het doel van de gemeente Waddinxveen is dat zoveel mogelijk cliënten uitstromen naar regulier werk. De werkgeversdienstverlening vormt daarbij een cruciale schakel die de vraag van werkgevers en de talenten van kandidaten met elkaar matcht. De arbeidsmarkt in en om Waddinxveen biedt veel kansen. Er zijn veel industrieterreinen met productiewerkzaamheden en logistiek. Dat zijn sectoren waar ook veel mensen uit de Participatiewet potentieel aan de slag kunnen. De zorg en de schoonmaak, twee andere kansrijke sectoren voor mensen uit de doelgroep, bevinden zich vooral rond Gouda. Daarnaast is er veel werk in de groenvoorziening, tot over de gemeentegrenzen in Alphen aan den Rijn is daar veel werk in te vinden. Er is, kortom, voldoende werk in de regio. Een medewerker van de gemeente verwoordde het zo: “Als iemand hier niet aan het werk komt, dan is er iets met die persoon aan de hand.” Zoals benoemd in hoofdstuk 2, is de werkgeversdienstverlening van de gemeente Waddinxveen belegd bij het WSP Midden-Holland. Drie jaar geleden was er nog beperkt sprake van regionale samenwerking binnen het WSP, waardoor er sprake was van een achterstand, zo bleek uit een onderzoek van Berenschot 2 naar de harmonisatie in dienstverlening in alle 35 arbeidsmarktregio’s (zie bijlage 2).

Het WSP is daarom bezig met de uitvoering van een projectplan met als hoofddoel om de dienstverlening aan werkgevers in de regio te harmoniseren.

Het hoofddoel is vertaald in een aantal concrete subdoelen. Zo werken de werkgeversadviseurs van de deelnemende organisaties sinds januari 2020 samen onder één functioneel leidinggevende. Functioneel leidinggevende wil zeggen dat de leidinggevende de dagelijkse aansturing van de werkgeversadviseurs doet. De werkgeversadviseurs zijn nog wel in dienst bij hun eigen organisaties. Eén keer per twee weken is er met alle adviseurs uit de regio een overleg, waarin de werkzaamheden worden gecoördineerd. Ook is er dit jaar voor het eerst een teambrede overkoepelende target. Een ander belangrijk subdoel is dat er één gezamenlijk CRM-systeem ingevoerd wordt, waarin de werkgeversadviseurs werkgeverscontacten en kandidaatprofielen kunnen bijhouden. Verder zijn de werkwijzen en de inzet van instrumenten geharmoniseerd. Dat wil zeggen dat de werkgeversadviseurs op dezelfde manier werken en dat instrumenten die werkgevers ondersteunen om iemand uit de doelgroep werk te bieden tegen dezelfde voorwaarden worden verstrekt. Ook werkt het WSP met vaste contactpersonen. Daarnaast is er, zoals benoemd, regiobreed een Werkpunt ingericht, van waaruit branchetrajecten worden georganiseerd, die de match tussen werkgever en werkzoekende bevorderen.

Ten slotte is er een verkenning uitgevoerd voor de harmonisatie van social return en is er gestart met de invulling van een regionaal leerwerkloket en een regionaal mobiliteitsteam (RMT). De RMT’s zijn ten tijde van corona door het Rijk in samenwerking met gemeenten, UWV, SBB, MBO Raad, vakbonden en werkgeverorganisaties ingericht om de matching op de regionale arbeidsmarkt te verbeteren, ongeacht doelgroep (cliënten van gemeente en UWV of niet-uitkeringsgerechtigden).

2 Schenderling, P.J., et al. (2019), ‘Inventarisatie regionale dienstverlening aan werkzoekenden (met en

zonder een arbeidsbeperking) en aan werkgevers’. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van SZW.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

20/34

Uit onderzoek van Berenschot onder grote groepen werkgevers blijkt dat werkgevers naast de inhoud van de dienstverlening ook veel waarde hechten aan het proces van dienstverlening. 3 Hierbij kan gedacht worden aan de snelheid van dienstverlening en de eenvoud van de administratieve afhandeling. Er wordt overigens op het moment van schrijven gewerkt aan dit verbeterpunt. Er zijn in de regio Midden-Holland service-afspraken om werkgevers te ontzorgen. Deze zijn geënt op de voorkeuren van werkgevers die geformuleerd zijn door DeNormaalsteZaak, een netwerkorganisatie voor werkgevers die werk bieden aan mensen uit de doelgroep.

Binnen dit regionale raamwerk kunnen gemeenten ook eigen accenten leggen. Zo biedt de gemeente Waddinxveen een werkgeverspremie als de werkgever een moeilijk te plaatsen cliënt voor minimaal een jaar in dienst neemt. Daarnaast zet de gemeente social return in. Social return wordt door overheden toegepast in aanbestedingen en houdt in dat aan opdrachtnemers van de overheid gevraagd wordt om als onderdeel van de opdracht werk te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

3.4

Ervaren succes- en knelpunten

Zijn er bij de uitvoering van de Participatiewet knelpunten? Zo ja, welke bijsturingsmaatregelen treffen de gemeenten? Tijdens de interviews hebben we aan gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke partners gevraagd wat de succes- en knelpunten van de uitvoering van het beleid van Waddinxveen zijn. Als succesfactor is genoemd dat er veel wordt gedaan voor een kleine gemeente. Op de werkvloer heerst een hands-on mentaliteit. De medewerkers zijn benaderbaar en hebben hart voor de zaak. De persoonlijke benadering en het kennen van de klant worden ook als succesfactoren gezien. Daarnaast is men in Waddinxveen blij met de ontwikkelingen die vanuit het WSP zijn ingezet. Daar zijn ten opzichte van de situatie in het verleden in korte tijd veel stappen in de goede richting gezet.

Een ervaren knelpunt in de uitvoeringspraktijk is dat het erg druk is. Dit komt doordat de uitstroom van personeel hoog is geweest en het lang duurt voordat er nieuw personeel gevonden is. Medewerkers uit de uitvoering vinden dat de gemeente proactiever had kunnen zijn in het aannemen van nieuw personeel, om te voorkomen dat er nog meer mensen zouden uitvallen door de drukte. Als gevolg van de drukte is de caseload (i.e. de groep vaste klanten van een consulent) eigenlijk te vol om mensen meerdere keren per jaar te spreken, zoals beoogd. Ook kan er onvoldoende ingezet worden op vrijwilligerswerk voor cliënten die niet betaald aan de slag kunnen.

Een ander ervaren knelpunt in de uitvoeringspraktijk is dat de administratie veel handmatig werk kost. Zo worden nog veel formulieren geprint en ingescand, omdat de werkprocessen nog niet digitaal zijn ingeregeld. Dit kost veel extra werk, wat in combinatie met het eerdere knelpunt, de drukte vergroot. Er worden waarschijnlijk ook meer fouten gemaakt dan nodig vanwege het handmatig verwerken van formulieren. Er loopt nu een aanbesteding voor een nieuw ict-systeem die dit knelpunt moet oplossen. Wat de werkgeversdienstverlening betreft is een knelpunt dat het subdoel van één gezamenlijk matchingssysteem nog niet behaald is. Wel is in 2022 een gezamenlijk CRM-systeem ingevoerd waarin werkgeverscontacten worden bijgehouden. Het ontbreken van een systeem waarin werkzoekendenprofielen worden bijgehouden, heeft als praktische consequenties dat de overdracht van een kandidaat die werkfit is via een apart formulier plaatsvindt. Dat maakt het praktisch gezien relatief ingewikkeld om te matchen over gemeentegrenzen heen. Een ander knelpunt is dat er geen structurele samenwerking is tussen het WSP Midden-Holland en aangrenzende WSP’s. Er is wel op casusniveau

3 Bron: Adelmeijer, M., Schenderling, P.J. & A. van Rossum (2019), Ervaringsonderzoek werkgevers in het

kader van de evaluatie van de Participatiewet, in opdracht van het ministerie van SZW.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

21/34

contact tussen werkgeversadviseurs uit verschillende arbeidsmarktregio’s. De arbeidsmarktregio MiddenHolland is een relatief kleine arbeidsmarktregio. Er liggen kansen om bijvoorbeeld een klant uit Nieuwerkerk aan den IJssel te matchen in Gouda. Meer in het algemeen gezegd: de kans op een goede match is groter naarmate de ‘vijver’ waarin gevist wordt groter is. Een gezamenlijk CRM-systeem en meer samenwerking over de grenzen van arbeidsmarktregio’s heen vergroot de vijver en daarmee de kans op een geslaagde match. Een ander ervaren knelpunt is dat er in toenemende mate interactie nodig is met overheidsinstanties DUO en UWV, voor onder andere de werkgeversdienstverlening en inburgering en dat het bij beide organisaties niet altijd duidelijk is hoe autorisaties worden verleend en bijgehouden.

Tot slot is een knelpunt dat consulenten onvoldoende inzicht ervaren in Waddinxveense inwoners die ingeschreven staat in het Doelgroepenregister. Het Doelgroepenregister biedt een overzicht van kandidaten die aan het werk zijn gekomen in het kader van de Banenafspraak. De Banenafspraak is in 2013 gemaakt tussen de sociale partners en de overheid, waarbij publieke en private werkgevers hebben toegezegd om 125.000 banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Meer inzicht in het Doelgroepenregister zou consulenten helpen om cliënten die al aan het werk zijn adequater te ondersteunen.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

22/34

HOOFDSTUK 4.

Resultaten 4.1

Overkoepelende resultaten

Wat zijn de voornaamste resultaten van het beleid? Hoe is de uitstroom naar werk? Wat valt op als we de resultaten vergelijken met andere gemeenten met een vergelijkbare sociaaleconomische structuur? In deze paragraaf rapporteren we de voornaamste resultaten van het beleid en vergelijken de resultaten met andere gemeenten (benchmark). Het voornaamste overkoepelende resultaat van het beleid is de mate van uitkeringsafhankelijkheid, gecorrigeerd voor de sociaaleconomische structuur van de gemeente. De uitkeringsafhankelijkheid, ook wel bijstandsdichtheid, betreft het aantal bijstandsuitkeringen ten opzichte van het aantal huishoudens. In de benchmark Participatiewet vergelijken we de bijstandsdichtheid van de gemeente Waddinxveen met een groep referentiegemeenten met een vergelijkbare sociaaleconomische structuur. Zo ontstaat zicht op de relatieve prestaties van de desbetreffende gemeente. De groep referentiegemeenten is door Berenschot met zorg samengesteld op grond van de belangrijkste sociaaleconomische kenmerken. Voor een overzicht van de referentiegemeenten, zie bijlage 1. Omdat we de bijstandsdichtheid van Waddinxveen vergelijken met gemeente met een vergelijkbare sociaaleconomische structuur isoleren we de beïnvloedbare factoren – namelijk beleid, sturing en uitvoering – van de nauwelijks beïnvloedbare factoren – namelijk de sociaaleconomische structuur.

Zo ontstaat er inzicht in de prestaties van de gemeente op het terrein van beleid, sturing en uitvoering.

5.50% 5.00% 4.50% 4.00% 3.50% 3.00% 2.50% 2.00% 1.50%

Bijstandsdichtheid Waddinxveen, referentiegroep + Nederland

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 december december december december december december november Referentiegroep

Waddinxveen

Nederland

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

3.10% 2.90%

23/34

Bijstandsdichtheid Waddinxveen

2.70% 2.50% 2.30% 2.10% 1.90% 1.70% 1.50%

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 december december december december december december november Referentiegroep

Waddinxveen

Zoals blijkt uit de figuur, ligt de bijstandsdichtheid in Waddinxveen van 2015 tot 2019 boven het gemiddelde van de referentiegroep. Van eind 2017 tot en met eind 2019 is er een duidelijke inhaalslag gemaakt, waarbij de bijstandsdichtheid eind 2019 onder het gemiddelde van referentiegemeenten is komen te liggen. In 2020 is de bijstandsdichtheid in Waddinxveen echter harder gestegen dan in de referentiegemeenten. In 2021 is de bijstandsdichtheid gedaald, in ongeveer hetzelfde tempo als in referentiegemeenten. Eind 2021 is de bijstandsdichtheid zo’n 0,2 procentpunt hoger dan het gemiddelde van referentiegemeenten. Dit verschil ten opzichte van de referentiegemeenten is een stuk kleiner dan in 2015, toen het verschil bijna 0,4 procentpunt was. Al met al is er dus vooruitgang geboekt. Hoewel Waddinxveen op de goede weg is, is de bijstandsdichtheid nog steeds bovengemiddeld. De komende jaren zou het streven kunnen zijn om de bijstandsdichtheid op of onder het gemiddelde van referentiegemeenten te brengen. Hiervoor is met name inzet nodig om mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. De overkoepelende resultaten worden bevestigd door de bestandsanalyse die de gemeente zelf heeft gemaakt en mondeling met ons heeft gedeeld. Daaruit blijkt dat van de ongeveer 300 cliënten zo’n 275 cliënten twee jaar of langer een uitkering heeft.

Vaak zijn dit cliënten die te maken hebben met schrijnende situaties, waardoor ze niet direct bemiddelbaar zijn. Dit laat zien dat de mogelijkheden van direct bemiddelbare cliënten voor het grootste deel worden benut.

Zoals benoemd in hoofdstuk 2, hanteert Waddinxveen geen indicatoren of streefwaarden voor de Participatiewet. We kunnen daarom de overkoepelende resultaten, zoals aangetoond aan de hand van de benchmark Participatiewet, niet nader specificeren aan de hand van cijfers over de realisatie van doelen. Wel heeft de gemeente een intern dashboard aan de hand waarvan men de voortgang van projecten bijhoudt die relevant zijn voor de uitvoering van de Participatiewet. We bespreken de uitkomsten van dit dashboard in paragraaf 4.5.

4.2

Bijdrage aan uitstroom door inzet van instrumenten

Hoe worden de middelen over de doelgroepen verdeeld? Wat zijn de bijdragen van trainingen en trajecten op basis van registraties? Een van de belangrijkste factoren waarmee de gemeente het overkoepelende resultaat kan beïnvloeden is de inzet van re-integratie-instrumenten die bijdragen aan de uitstroom naar werk. Vanwege het belang ervan wordt de inzet van instrumenten door alle gemeenten op een redelijk hoog detailniveau geregistreerd. Berenschot heeft in het kader van deze opdracht een data-analyse uitgevoerd op de inzet van instrumenten door de gemeente Waddinxveen in de periode 2019 tot en met 2021. De navolgende

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

24/34

figuren geven een visuele weergave van de voornaamste uitkomsten van de analyse. Een sterretje achter de datum wil zeggen dat het CBS voor die maand alleen voorlopige cijfers biedt. 46% 44%

Coaching en training

42% 40% 38% 36% 34%

Coaching en training

35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

Vrijwilligerswerk en overige sociale activering

Vrijwilligerswerk en overige sociale activering

25% 20%

Loonkostensubsidie

15% 10%

5% 0%

Loonkostensubsidie

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

25% 20%

25/34

Proefplaatsing en participatieplaats

15% 10%

5% 0%

Proefplaatsing en participatieplaats

In de analyses maken we een onderscheid tussen verschillende typen instrumenten. Zo wordt voor de reguliere bijstandsdoelgroep veelal scholing en/of coaching naar werk of participatie ingezet. Voor mensen met een arbeidsbeperking kunnen loonkostensubsidie en jobcoaching worden ingezet. Voor beide doelgroepen zijn proefplaatsingen en participatieplaatsen inzetbaar. Verder is er voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid om vrijwilligerswerk of overige sociale activering in te zetten.

Uit de analyses blijkt dat de inzet van re-integratieinstrumenten in Waddinxveen sinds 2019 overwegend stabiel is gebleven, in elk geval wat de dienstverlening aan de reguliere bijstandsdoelgroep betreft. Zo ligt het aantal mensen dat coaching naar werk of participatie ontvangt gedurende de hele periode 2019 tot en met 2021 rond de 90 personen (zo’n 40% van het bestand). Een achterliggende reden voor deze stabiele aantallen is het effect van de coronamaatregelen; zie paragraaf 4.3. Het aantal mensen dat een opleiding of training ontvangt, ligt stabiel op 30 personen. Het aantal cliënten met vrijwilligerswerk en overige sociale activering is in 2020 tijdelijk gestegen, van 60 naar 90, maar is in 2021 teruggekomen op het oude aantal van 60 personen. Dit aantal is relatief laag, gegeven het feit dat het grootste deel van de cliënten langdurig in de bijstand zit en eerst activering nodig heeft voordat er eventueel stappen richting werk gemaakt kunnen worden. Wat de dienstverlening aan mensen met een arbeidsbeperking betreft, blijkt uit de cijfers dat er sprake is van een stijgende trend: het aantal loonkostensubsidies liep op van 50 in 2019 naar 90 eind 2021 en het aantal participatieplaatsen van 30 in 2019 naar 60 eind 2021.

In 2019 concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in haar evaluatie van de Participatiewet dat de baankansen van mensen met een arbeidsbeperking sinds de invoering van de Participatiewet nauwelijks verbeterd zijn. Loonkostensubsidie is een instrument dat bij uitstek geschikt is om mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te helpen. Als nuance bij dit resultaat merken we wel op dat landelijk gezien het aantal loonkostensubsidietrajecten in 2019 sterk was achtergebleven bij de verwachting. Die verwachting is onder andere naar buiten gebracht door het ministerie van SZW en Berenschot en is gebaseerd op de geprognosticeerde omvang van de nieuwe doelgroepen. Aangezien de nieuwe doelgroepen afhankelijk zijn van ondersteuning van de gemeente is de prognose een goede indicator van de ondersteuningsbehoefte: alle cliënten hebben ondersteuning nodig, dus het aantal voorzieningen zou ongeveer even hoog moeten liggen als het geprognosticeerde aantal cliënten. Uit het prognosemodel van Berenschot blijkt dat er in 2021 plusminus 90 mensen uit de nieuwe doelgroep zouden zijn. Het aantal lopende loonkostensubsidietrajecten in 2021 lag ongeveer op dat niveau. Het aantal loonkostensubsidietrajecten lag in 2019 echter lager dan de omvang van de nieuwe doelgroep. Er was dus ook in Waddinxveen een inhaalslag nodig.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

4.3

26/34

Invloed coronacrisis

Welke invloed heeft corona gehad op de uitvoering en bestedingen? De coronacrisis heeft voor Waddinxveen, net als in veel andere gemeenten, veel effect gehad op de werkprocessen en op de resultaten. Consulenten konden bijvoorbeeld vanwege de coronamaatregelen weinig mensen oproepen om te coachen naar werk of participatie. Verder konden veel reintegratietrajecten vanwege de maatregelen niet doorgaan. Zo is sociaal ontwikkelbedrijf Promen, dat een deel van de re-integratietrajecten uitvoert, tijdelijk dicht geweest in verband met aanpassing van het ventilatiesysteem. Daarnaast is een deel van de capaciteit van de sociale dienst ingezet om twee tijdelijke steunregelingen van de Rijksoverheid uit te voeren, de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). De gemeente geeft aan dat het uitvoeren van de Tozo en TONK zeer veel extra werk heeft opgeleverd, vooral voor consulenten. Deze capaciteit kon niet ingezet worden voor de uitvoering van de Participatiewet.

4.4

Financiële resultaten

Wat is het totale gemeentelijke budget voor de uitvoering van de Participatiewet en uit welke deelbudgetten bestaat dit budget? De financiering van de Participatiewet is als volgt georganiseerd. De Rijksoverheid biedt gemeenten een budget voor uitkeringen en loonkostensubsidies via de zogenoemde gebundelde uitkering (BUIG). Het budget voor uitkeringen wordt voor gemeenten groter dan 40.000 inwoners verdeeld middels een objectief verdeelmodel. Dat wil zeggen dat de omvang van het budget afhangt van statistische factoren die niet door gemeenten te beïnvloeden zijn, bijvoorbeeld de sociale structuur en de arbeidsmarktstructuur. Als gemeenten minder uitgeven dan het objectief bepaalde budget, dan mogen ze het overschot houden. Als ze meer uitgeven, dan moeten ze het tekort zelf oplossen. Het budget voor loonkostensubsidies wordt sinds kort door het Rijk verdeeld op basis van realisaties. Dat betekent dat het aantal daadwerkelijk ingezette loonkostensubsidietrajecten bepalend is voor het budget. De BUIG-budgetten en -realisaties zijn voor gemeenten transparant, want het BUIG-budget wordt apart overgemaakt door het ministerie van SZW en is geen onderdeel van het Gemeentefonds. Een overzicht van BUIG-saldi als percentage van het jaarlijkse budget van de Groene Hart gemeenten van de afgelopen jaren (2017 tot en met 2021) staat in de navolgende tabel.

Na de tabel hebben we ook nog enkele figuren opgenomen die de resultaten visueel uitlichten. Saldi BUIG als % van het budget

2017

2018

2019

2020

2021

Gouda

-12,68%

2,18%

7,14%

5,49%

0,99%

Waddinxveen

-7,71%

7,14%

19,25%

20,69%

6,14%

Zuidplas

-16,61%

-7,44%

-1,24%

8,86%

5,23%

Bodegraven-Reeuwijk

-11,60%

6,62%

7,43%

5,99%

1,44%

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

27/34

Uitgaven (lasten) BUIG

€ 5,500,000 € 5,000,000 € 4,500,000 € 4,000,000

€ 1,500,000 € 1,000,000

2017

2018

2019

2020

2021

Saldo BUIG - Waddinxveen

€ 500,000 €-

€ -500,000

2017

2018

2019

2020

2021

Zoals blijkt uit de figuur, zijn de BUIG-lasten van de gemeente in 2020 en 2021 gestegen ten opzichte van 2019. Ondanks de stijgende BUIG-lasten is in 2020 een positief BUIG-saldo gerealiseerd. Het BUIG-saldo was in 2021 nog steeds positief, zij het lager dan in 2020.

Naast het BUIG-budget ontvangen gemeenten een apart budget voor re-integratie. Een deel van het reintegratiebudget is berekend op basis van de reguliere bijstandsdoelgroep die ook al vóór de invoering van de Participatiewet door gemeenten ondersteund werd. Daarbovenop stelt een extra budget ter beschikking voor de re-integratie van nieuwe doelgroepen. De re-integratiebudgetten zijn beide versleuteld in het Gemeentefonds. Het is voor gemeenten dus moeilijk om transparant te krijgen hoeveel geld ze voor deze taken ontvangen. Daardoor is het ook nauwelijks te achterhalen of een gemeente meer of minder uitgeeft dan het re-integratiebudget. Ook voor dit onderzoek is dat niet mogelijk gebleken. We kunnen alleen een overzicht bieden van de begrote uitgaven en de gerealiseerde uitgaven. Een overzicht daarvan staat in de navolgende tabel en figuur. De bron van de tabel en figuur is het datapaneel financiën decentrale overheden (Findo). Binnen deze dataset wordt aan re-integratie gerefereerd onder de term arbeidsparticipatie. Op het moment van schrijven zijn alleen de resultaten over 2019 en 2020 bekend.

Zoals blijkt uit de tabel en figuur, werd er in 2019 ongeveer evenveel besteed aan re-integratie als begroot en in 2020 juist minder besteed dan begroot. In 2020 waren er ook lagere uitgaven begroot dan in 2019. De verklaring hiervoor is dat in 2020 als gevolg van de coronacrisis minder re-integratieactiviteiten konden worden uitgevoerd. 2017

Waddinxveen

6.5 Re-integratie

2018

2019

2020

Begroot

Realisatie

Begroot

Realisatie

Begroot

Realisatie

Begroot

Realisatie

984

335

1027

621

625

615

283

392

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

1200

28/34

Re-integratie Realisatie

Begroot

2017

2019

1000

800 600 400 200

0

4.5

2018

2020

Verantwoording

Hoe meten de gemeenten de effectiviteit van hun participatiebeleid? Voeren zij metingen uit of de gestelde doelen en streefwaarden worden bereikt? En hoe wordt de gemeenteraad meegenomen? De monitoring en verantwoording van de resultaten vindt binnen de gemeente Waddinxveen plaats door middel van rapportages. Zo worden er maandrapportages opgesteld die het management en het bestuur inzicht geven in de actuele ontwikkeling van het bijstandsbestand. In de maandrapportages worden alleen het aantal bijstandsuitkeringen en de redenen voor in- en uitstroom gerapporteerd. Er is geen overzicht van de ontwikkelstappen die cliënten zetten of van de inzet van instrumenten en de resultaten daarvan. Daarnaast worden de realisatie van beleidsdoelen en de inzet van financiële middelen verantwoord in het jaarverslag en bijbehorende jaarrekening. In het jaarverslag wordt, net als in de begroting, die we in hoofdstuk 2 toegelicht hebben, nauwelijks aandacht besteed aan de Participatiewet. Van de 12 doelen voor het sociaal domein waarover verantwoording wordt afgelegd, is alleen het aantal uitkeringen een doel dat op de Participatiewet betrekking heeft. 4 Het doel om minder uitkeringen voor inwoners in te zetten is in 2019 behaald, maar in 2020 niet. De voornaamste verklaring dat deze doelstelling in 2020 niet behaald is, betreft de coronacrisis (zie paragraaf 4.3).

Verder hanteert de gemeente Waddinxveen een intern dashboard waarin de voortgang van projecten en projecten wordt bewaakt. Ten behoeve van dit onderzoek hebben wij inzage gekregen in dit dashboard. Dit dashboard is echter niet beschikbaar voor raadsleden. In het dashboard staan 15 projecten benoemd. Het gaat bijvoorbeeld om de professionalisering van het team en over trainingen voor werkzoekenden, maar ook over doelen die gezamenlijk in de arbeidsmarktregio worden nagestreefd, zoals harmonisatie van werkgeversregelingen, harmonisatie van social return, de invoering van een matchingsplatform en de implementatie van een CRM-systeem (zoals toegelicht in paragraaf 3.3). Tot slot wordt in het dashboard het aantal deelnemers aan banenmarkten bijgehouden, evenals het aantal deelnemers aan branchetrajecten. Om de mening van de raad op te halen is een korte raadsenquête opgesteld met een aantal vragen over de kaderstelling en verantwoording. Hier hebben vier raadsleden op gereageerd, van wie er drie al vóór de recente verkiezingen al in de raad plaatsnamen. De reactie van de overige respondent nemen we afgewogen mee in de beoordelingen. De raadsleden geven aan vrijwel neutraal te zijn over in hoeverre zij worden meegenomen in het opstellen van kaders, en gematigd positief over de verantwoording van resultaten. Het gevoel dat zij bij de uitvoeringspraktijk hebben, is gematigd positief.

Men geeft aan dat dit

4 Bron: jaarrekening 2020 gemeente Waddinxveen. Op het moment van schrijven is de jaarrekening 2021

nog niet verschenen.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

29/34

door corona lastiger was. Daarnaast geeft men aan graag een meer vergelijkende beoordeling van de resultaten te zien: hoe doen we het nu ten opzichte van vergelijkbare gemeenten? Dit om beter inzicht te krijgen in het daadwerkelijke effect van het beleid. De kwaliteit van de verantwoordingsinformatie wordt als positief beoordeeld, net als de timing hiervan. Dit geeft de raad ook in veel gevallen voldoende tijd bij te sturen, hoewel één respondent toch aangeeft hier ontevreden over te zijn. Het onderwerp Participatie leeft redelijk bij de Raad, zo geven zij dit op een schaal van 1 tot 10 gemiddeld een 6,5.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

30/34

HOOFDSTUK 5.

Cliëntervaringen 5.1

Inleiding

Om vast te stellen in hoeverre klanten tevreden zijn met de gemeente Waddinxveen hebben we een beeld gevormd van de cliëntervaringen op basis van ervaringsonderzoeken onder zowel cliënten als werkgevers gedaan. We zien zowel werkzoekenden als werkgevers als klant van de gemeente, aangezien zij beide een dienst of ondersteuning ontvangen. Aangezien er in Waddinxveen geen recent uitgevoerd ervaringsonderzoek beschikbaar is, hebben we zelf interviews afgenomen met cliënten. We hebben via de gemeente contact gezocht met cliënten, van wie we er in totaal vijf hebben geïnterviewd. Daarnaast hebben we zelf een ervaringsonderzoek onder werkgevers uitgevoerd. Omdat een belangrijk deel van de werkgevers regionaal werkt en omdat er voor de vier Groene Hart gemeenten twee en niet vier werkgeversservicepunten zijn, hebben we in totaal twaalf interviews afgenomen.

Het is van belang om op te merken dat zowel het onderzoek voor de cliëntervaring als voor de werkgeverservaring een relatief beperkte omvang heeft en dat het beeld dat we op basis daarvan gevormd hebben wel illustratief is maar niet representatief. Dat wil zeggen dat we met het beeld uit de ervaringsonderzoeken wel onze andere bevindingen kunnen illustreren en nuanceren maar ze niet kunnen opvatten als eigenstandige bevindingen. Als er sprake is van een representatief aantal cliënten en werkgevers dan zou het aantal interviews hoger liggen en dan zouden de onderzoeken cliënttevredenheidsonderzoeken kunnen worden genoemd, waaruit eigenstandige conclusies kunnen worden getrokken.

5.2

Ervaringen van werkzoekenden

Zijn bijstandsgerechtigden tevreden met de ondersteuning van de gemeente? Welke effecten ervaren bijstandsgerechtigden van de ondersteuning van de gemeenten? Om een inzicht te krijgen in de cliëntervaringen in Waddinxveen hebben we een vijftal interviews gehouden met cliënten. Dit levert zoals toegelicht een illustratief beeld op en niet een representatief beeld. Rekening houdend met de omvang van de steekproef kunnen we stellen dat cliënten over het algemeen redelijk tevreden zijn. Ze zijn positief over de consulent die hen ondersteunt en over de ondersteuning die ze krijgen in de zoektocht naar werk. Meer specifiek geven veel van de geïnterviewde cliënten aan dat bijvoorbeeld het helpen bij het regelen van kinderopvang erg wordt gewaardeerd. De gemeente lijkt goed bereikbaar te zijn en regelt dingen snel, hoewel niet ieder van de gesproken cliënten het hier over eens was. Zo geeft men ook aan dat er vaak weinig tijd is en er weinig afspraken zijn wat het lastig maakt om voldoende ondersteuning te krijgen. Ook geeft een aantal cliënten aan niet vaak contact te hebben of iets te vernemen van de gemeente. Daarnaast is er tijdens een gesprek sprake van gescheiden ruimtes, waardoor de consulent niet in dezelfde ruimte zit als de cliënt; dit in verband met het veiligheidsbeleid van de gemeente. Echter, de cliënt ervoer dit als zeer onprettig.

Een laatste punt dat werd meegegeven betreft de privacy van uitkeringsgerechtigden. Een cliënt benoemde dat alle cliënten in een grote groep werden uitgenodigd om kennis te maken met de nieuwe consulenten, waardoor iedereen van elkaar wist dat ze in de bijstand zitten. De cliënt ervoer dit als onprettig.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

31/34

De positieve ervaringen van cliënten en de ervaren knelpunten komen in grote lijnen overeen met onze andere bevindingen die we in eerdere hoofdstukken hebben geschetst. Zo blijkt uit ons beeld van de uitvoering dat er sprake is van een hands-on mentaliteit. Dit beeld wordt bevestigd door cliënten, die aangeven dat als ze een verzoek doen, de gemeente meestal dingen snel regelt. Het knelpunt dat uit ons beeld van de uitvoering naar voren is gekomen, namelijk gebrek aan capaciteit, wordt eveneens bevestigd door cliënten, van wie sommige hebben aangegeven dat de gemeente weinig contact met hen opneemt.

5.3

Ervaringen van werkgevers

Hoe tevreden zijn werkgevers met de dienstverlening van de gemeenten (het aanleveren van kandidaten voor vacatures en het bieden van ondersteunende instrumenten om werkzoekenden aan de slag te helpen) en met het proces van de dienstverlening? De werkgeverservaringen van Waddinxveen zijn zoals toegelicht gebaseerd op een kleine steekproef onder werkgevers in de regio, die ervaring hebben met de dienstverlening. Rekening houdend met de omvang van de steekproef hebben we hier ook een aantal ervaringen kunnen ophalen. De ervaringen van werkgevers zijn over het algemeen positief. Werkgevers benoemen dat zij een vaste contactpersoon hebben bij de gemeente, en dat het contact goed is. Ook is er voldoende frequent contact en reageert de gemeente snel wanneer dat nodig is. Daarnaast ervaren werkgevers weinig administratieve lasten. De gemeente helpt ook goed bij het aanleveren en matchen van kandidaten. Als laatste punt geven werkgevers echter wel aan dat er weinig sprake is van begeleiding of jobcoaching na een plaatsing, waar men soms wel behoefte aan heeft.

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

32/34

Bijlage 1. Referentiegemeenten Waddinxveen: • • • • • • • • • •

Krimpenerwaard Langedijk Lingewaard Noordwijk Oegstgeest Stichtse Vecht Uithoorn Veldhoven Vijfheerenlanden Voorschoten

Bijlage 2. Midden-Holland

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

33/34

Onderzoek uitvoering Participatiewet Waddinxveen

34/34

‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: • Toekomst van werk en organisatie • Energietransitie • Transformatie van zorg • Transformatie van openbaar bestuur

Berenschot Groep B.V.

Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl

TECHNISCHE REACTIE BETREFT: NOTA VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK PARTICIPATIEBELEID GROENE HART REKENKAMER

Paginanummer en regelnummer

Opmerking

Algemeen

Ik vind het algehele rapport zeer compleet en doorwrocht. Complimenten daarvoor. We zullen deze werkwijze hebben afgesproken. Maar ik vind het naar dat we niet ook kunnen reageren op de concept conclusie en aanbevelingen.

Pagina 4/30, regel 23, 25

Pagina 11/30, regel 8

Klopt het dat ik het leerwerkloket mis? Of staat dat elders?

Pagina 16/30, regel 30 / algemeen

Ik weet niet of dit aan de orde is geweest tijdens het gesprek. Maar ik merk dat in toenemende mate interactie met DUO en UWV nodig voor werkgeversdienstverlening, inburgering en diverse andere diensten. En dat bij beide organisaties er niet altijd duidelijk is hoe autorisaties worden verleend, bijgehouden en wie dat binnen de organisatie en binnen de gemeente moet regelen. Ik denk dat dit een punt van aandacht zou kunnen zijn in het rapport. In de tabel wordt gesproken over arbeidsparticipatie en in de tekst over re-integratie. Ik vind dat verwarrend. Want ik zie dat als totaal verschillende dingen. Ik neem aan dat de tabellen anders dan de kopjes suggereren iets willen zeggen over re-integratie. Is Berenschot ook gebleken hoe het zou kunnen komen dat er zo weinig aan re-integratie wordt gedaan? Immers

Pagina 23/30, regel 6 15

Opmerking wel of niet overgenomen in rapport Dank!

Dat is inderdaad de procedure van de Groene Hart Rekenkamer. Het college krijgt de gelegenheid om te reageren gelijktijdig met de raad. Overgenomen

Toelichting

We hebben het vermeld in paragraaf 3.3

Overgenomen

Overgenomen

In reactie op de vraag over re-integratie: in 2020 is er minder aan re-integratie besteed dan in 2019. De voornaamste verklaring daarvoor is dat door de coronacrisis minder reintegratieactiviteiten konden worden uitgevoerd.

Pagina 27/30, regel 15

een van de kenmerken van de dienstverlening – zoals eerder in het rapport staat – is dat wij de klanten kennen. Kennen we wellicht de persoonlijke situatie goed maar de werk situatie minder? Hoeft niet in het rapport, maar wellicht even via de mail. Maar kan er een toelichting gegeven worden wat meer verwacht wordt van de begeleiding en jobcoaching door de werkgevers. Ik meen dat dit namelijk tamelijk goed op de kaart staat.

Koppelen we terug per mail.

Toelichting op format: De eerste twee kolommen worden door de gemeente ingevuld. De laatste twee kolommen worden ingevuld door de onderzoekers.

pagina 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11804617/1