CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde GR Groenalliantie MH versie def

Besluitvormende raadsvergadering 24 januari 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Wijzigen GR Groenalliantie Midden-Holland e.o.11.418 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 12 De regels omtrent immuniteit van de leden van het bestuur van de Groenalliantie zijn geregeld in artikel 22, eerste lid, Wgr, juncto artikel 22 van de Gemeentewet. Artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een ieder, daartoe op wettige wijze opgeroepen, verplicht is getuigenis af te leggen. Artikel 13 De regels omtrent het verloop van een stemming vloeien voort uit de regels zoals die in de artikelen 28 en 29 van de Gemeentewet zijn neergelegd en die ingevolge artikel 22, eerste lid, Wgr van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Een benoeming gaat iemand volgens artikel 28, derde lid, van de Gemeentewet persoonlijk aan, wanneer diegene behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Voorts kan nog worden opgemerkt dat ingevolge het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 28, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat bij een schriftelijke stemming onder het deelnemen aan een stemming wordt verstaan het inleveren van een stembriefje. Artikel 14 Elke lid van het algemeen bestuur heeft één stem,. Derhalve kunnen in een vergadering van het algemeen bestuur maximaal tien stemmen worden uitgebracht bij een stemming. Daarbij geldt voor het tot stand komen een besluit een volstrekt meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Dat wil zeggen dat in het geval 10 stemmen zijn uitgebracht, een besluit tot stand is gekomen indien 6 stemmen voor de totstandkoming van dat besluit zijn uitgebracht. Uit oogpunt van het verminderen van de bestuurlijke drukte is in het derde lid bepaald dat, mits afkomstig van dezelfde gemeente, leden die tijdens de vergadering deelnemen aan de stemming naar rato mogen beschikken over de stemmen van leden die, bijvoorbeeld vanwege afwezigheid, tijdens de vergadering niet deelnemen aan de stemming. Artikel 15 Het algemeen bestuur kan regels stellen over de vergoedingen aan de leden van het bestuur en aan de door het algemeen bestuur benoemde leden van advies- en bestuurscommissies. Voor wat betreft de vergoeding en tegemoetkoming aan een bestuurslid bepaalt artikel 21 Wgr dat deze in redelijke verhouding dient te staan tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van het aan de regeling deelnemende bestuursorgaan. Artikel 99 van de Gemeentewet bepaalt voorts dat naast hetgeen de bestuursleden krachtens het eerste lid is toegekend, zij geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de Groenalliantie mogen ontvangen. Voordelen ten

laste van de Groenalliantie, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten de bestuursleden slechts voor zover het algemeen bestuur dit bij een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurde verordening bepalen. Artikel 16 De artikelen 16 en 17 Wgr bepalen dat de regeling bepalingen inhoudt omtrent de wijze waarop het bestuur van een openbaar lichaam of een lid van het algemeen bestuur van dat lichaam inlichtingen dient te verstrekken aan de raden. Evenzo dient de regeling bepalingen te bevatten omtrent de wijze waarop de leden verantwoording dienen af te leggen aan de raden waardoor zij zijn benoemd. Hiertoe dienen het eerste en tweede lid van artikel 16 van de regeling. Het derde lid geeft de raden de bevoegdheid door hen benoemde leden van het algemeen bestuur te ontslaan indien deze het vertrouwen van de raad niet meer bezitten. Artikel 17 Dit artikel regelt de samenstelling van het dagelijks bestuur. Tot de door het algemeen bestuur aan te wijzen leden behoort tevens de door het algemeen bestuur uit haar midden aangewezen voorzitter van de Groenalliantie. Artikel 18 Het dagelijks bestuur geeft dagelijkse leiding aan de Groenalliantie en bereidt alle zaken voor die in het algemeen bestuur worden besproken en waarover het algemeen bestuur dient te beslissen.

Tot het geven van dagelijkse leiding behoren in ieder geval de in het tweede lid genoemde taken. Daaronder behoort het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur, tenzij de voorzitter hiermee is belast dan wel het algemeen bestuur bepaalde uitvoeringstaken heeft gemandateerd aan andere personen. Te denken valt hierbij aan het door het algemeen bestuur mandateren van uitvoerende taken aan de secretaris, zoals het geven van opdrachten namens het algemeen bestuur inzake werkzaamheden rond het beheer van groengebieden, zoals geregeld in artikel 28, tweede lid, van deze regeling. Voor zover het de handhaving van regels, bijvoorbeeld verordeningen, van het algemeen bestuur betreft is het dagelijks bestuur bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Onder een last onder bestuursdwang wordt verstaan de herstelsanctie, inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van een overtreding en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht vereist een wettelijke grondslag voor de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie. Daarin voorziet het derde lid van artikel 18.

Artikel 19 Dit artikel regelt de inlichtingen- en verantwoordingsplicht voor het dagelijks bestuur en leden van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en aan de raden van de deelnemende gemeenten. Dit artikel vindt zijn grondslag in artikel 16, tweede lid, Wgr. Artikel 20 Dit artikel regelt, in aanvulling op artikel 16 waarin het verstrekken van gevraagde inlichtingen is geregeld, op welke wijze ook ongevraagde inlichtingen worden verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten conform artikel 17 tweede lid Wgr. De inlichtingen dienen bij te dragen aan de juiste uitoefening van de taken van de raden van de deelnemende gemeenten. Artikelen 21 en 22 In deze artikelen is geregeld ten aanzien van welke besluiten het bestuur beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt geboden en op welke wijze. Het tweede lid van artikel 21 regelt ten aanzien van welke besluiten er geen mogelijkheid tot participatie wordt geboden. Artikelen 23 en 24 Deze artikelen regelen de aanwijzing van de voorzitter van de Groenalliantie en de taken van de voorzitter. De voorzitter van de Groenalliantie is tevens voorzitter en lid van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

De functies van bestuurlijk secretaris en penningmeester zijn wettelijk niet verplicht en voegen niets meer toe. Dergelijke taken worden in opdracht van het bestuur verricht door ambtelijk secretaris (zie artikel 27 en 28). Artikel 25 Overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 Wgr bepaalt artikel 25 dat het algemeen bestuur commissies van advies kan instellen. Het tweede lid van artikel 25 verplicht het algemeen bestuur ten minste één commissie van advies in te stellen. Deze commissie adviseert het bestuur omtrent aangelegenheden als bedoeld in het derde lid betreffende het grondgebied van de gemeenten die deelnemen in Groenalliantie. Het algemeen bestuur regelt de samenstelling van de commissies. Daarbij is het mogelijk dat het algemeen bestuur naast door de onderscheidenlijke gemeenten voorgestelde leden tevens leden benoemt voorgedragen door andere organisaties zoals waterschappen, terrein beherende organisaties of organisaties van eigenaren van groengebieden. Voorts bestaat de mogelijkheid dat ook het dagelijks bestuur en de voorzitter al dan niet vaste commissies van advies instellen die het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter kunnen adviseren. Artikel 26 Artikel 25 Wgr regelt dat het algemeen bestuur tevens bestuurscommissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen indien de regeling dit mogelijk maakt.

Daartoe is artikel 26 in de regeling opgenomen. Aan deze commissies, indien ingesteld, kan het algemeen bestuur tevens bepaalde bevoegdheden delegeren. Om de kenbaarheid rond de bevoegdheden en de werkwijze van deze commissies te verduidelijken is de tekst van artikel 25 Wgr hier grotendeels overgenomen. Artikelen 27 en 28 Het algemeen bestuur benoemt een secretaris van de Groenalliantie die het bestuur en de commissies bijstaat in de werkzaamheden en kan een instructie voor hem vaststellen. De secretaris heeft tevens tot taak namens het algemeen bestuur en gehoord de betreffende commissie van advies, opdrachten te geven ten aanzien van uitvoerende werkzaamheden in de groengebieden. Het derde lid van artikel 28 maakt het mogelijk dat de secretaris zijn taken onder mandateert. Op deze wijze kunnen ook andere personen, bijvoorbeeld verschillende personen per werkgebied van een commissie van advies, opdrachten geven ten aanzien van uitvoerende werkzaamheden. Ten aanzien van (onder)gemandateerde bevoegdheden blijft het algemeen bestuur het verantwoordelijke bestuursorgaan. Artikel 29 Bij gebreke aan een ambtelijk apparaat van de Groenalliantie dient het algemeen bestuur te regelen op welke wijze in ambtelijke bijstand wordt voorzien voor de werkzaamheden van de Groenalliantie.

Artikel 30 Conform artikel 10 vijfde en zesde lid van de Wgr, regelt dit artikel welke besluiten voor zienswijzen voorgelegd worden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Met de omschrijving ‘ingrijpende ruimtelijke wijzigingen’ wordt bedoeld: de ingrijpende wijziging van de zichtbare inrichting van de omgeving, waarbij de mogelijkheid tot zienswijze openstaat op zowel de ruimtelijke, financiële als juridische aspecten. Artikel 31 Tot de taken van het bestuur van de Groenalliantie behoort ingevolge artikel 5, tweede lid onder g. van de regeling, het vaststellen van verordeningen binnen de grenzen van de wet en ter verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel. In artikel 31 wordt het vaststellen van verordeningen door het algemeen bestuur nader uitgewerkt. Zo moet een verordening met handhavingsbepalingen door het algemeen bestuur met een twee derde meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen worden vastgesteld. Hoewel het algemeen bestuur ingevolge artikel 14 doorgaans besluit met een volstrekte meerderheid van stemmen is het handhaven van de bepalingen van een verordening middels een strafbepaling of bestuursdwang dermate vergaand dat daarvoor een extra ruime meerderheid wordt vereist.

Het derde lid voorziet in het toezenden van het ontwerp van een verordening, tevens inhoudende een algemeen verbindend voorschrift, aan de colleges van burgemeester en wethouders alvorens tot vaststelling kan worden overgegaan, zodat op deze wijze de zienswijze van de deelnemende gemeenten en de provincie in de besluitvorming kan worden meegenomen. Artikel 32 Ingevolge artikel 30, tweede lid Wgr, dient bij de overdracht van bevoegdheden van regeling en bestuur als bij deze regeling voorzien, tevens de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van de besturen van de deelnemende gemeenten te worden geregeld. Daartoe dient artikel 32. Het eerste lid is reeds geregeld in artikel 54, derde lid Wgr, en is hier integraal overgenomen in verband met de kenbaarheid van de bepaling. Het tweede lid is met name van belang voor zover een verordening van een deelnemende gemeente van kracht is terwijl voordien voor een gedeelte van het grondgebied van de deelnemende gemeente , zijnde het werkgebied van de Groenalliantie, een verordening van de Groenalliantie is vastgesteld welke voorziet in regeling van hetzelfde onderwerp. In dat geval geldt de verordening van de deelnemende gemeente niet voor het binnen het werkgebied van de Groenalliantie gelegen deel van de deelnemende gemeente.

Artikelen 33, 34 en 35 De procedure rond het vaststellen van de begroting en de jaarrekening is geregeld in de artikelen 33 en 34 Wgr en is omwille van de kenbaarheid in de artikelen 33, 34 en 35 zoveel mogelijk integraal overgenomen. In de begroting wordt ingevolge artikel 33, tweede lid, de bijdrage van elke deelnemende gemeente vastgelegd. De bijdragen van de gemeenten zullen voor wat betreft de investerings- en ontwikkelingskosten reeds voortvloeien uit het met instemming van de raden vastgestelde meerjaren investeringsprogramma groen zoals geregeld in artikel 5, tweede lid onder b. en derde lid, van de regeling. Ook de bijdragen van de gemeenten voor de beheerkosten zullen grotendeels voortvloeien uit het ingevolge artikel 8, tweede lid, van de regeling vastgestelde beheerplan groengebieden. Artikel 36 Artikel 36 is de neerslag van de financiële administratie en de controle zoals dat in hoofdstuk XIV van de Gemeentewet is geregeld. Het betreft het vaststellen van een verordening voor het beleid, beheer en organisatie van de financiën van de Groenalliantie. Ingevolge de van toepassing verklaarde artikelen van de Gemeentewet worden daarbij een of meerdere accountants aangewezen belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een verslag van bevindingen.

Tevens verricht het dagelijks bestuur periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door de Groenalliantie gevoerde bestuur. De verordening dient voorts binnen twee weken na vaststelling aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te worden gezonden. De Minister kan te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting van de financiële organisatie. Artikel 37 Om te zorgen dat de Groenalliantie op elk moment beschikt over voldoende financiële middelen om te kunnen voldoen aan de verplichtingen, zijn de deelnemende gemeenten verplicht om op vier momenten in het jaar een voorschot van 25% te betalen van de in de begroting van het betreffende jaar opgenomen voor hen geldende bijdragen. Artikel 38 Artikel 38 regelt het algemene beginsel dat en de deelnemende gemeenten garant staan voor het door de Groenalliantie te allen tijde beschikken over voldoende middelen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Voor het werkgebied Reeuwijkse Plassen en het werkgebied Krimpenerwaard komen de deelnemersbijdragen vanaf 1 januari van het jaar voorafgaande aan het boekjaar ten laste van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen, Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel op basis van het inwonertal.

Het bestuur kan ook bij begroting besluiten dat een deel van het nadelig saldo niet ten laste van één van de compartimenten maar ten laste van het geheel wordt gebracht, volgens een daarbij te bepalen verdeelsleutel. Artikelen 39 t/m 49

Artikel 9 Wgr bepaalt dat een voor onbepaalde tijd getroffen gemeenschappelijke regeling, zoals het geval bij deze regeling, bepalingen dient in te houden omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Daarin is in de artikelen 39 tot en met 49 voorzien. Van belang daarbij is dat voor wijziging of opheffing van de regeling of toetreding tot de regeling alle deelnemers moeten instemmen. In het geval van opheffing van de regeling regelt het algemeen bestuur de gevolgen van de opheffing, waaronder de vereffening van het vermogen. Voorts zijn niet alleen de gevolgen van uittreding vastgelegd, maar ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden (hoofdstuk 15). Artikel 50 De bestuursorganen van de Groenalliantie kunnen ingevolge de hoofdstukken VIII en IX Wgr, alleen een gemeenschappelijke regeling treffen met bestuursorganen van andere gemeenten, provincies, waterschappen of andere openbare lichamen dan wel het bestuur van een rechtspersoon indien deze daartoe bevoegd zijn. In artikel 50 wordt voorzien in deze bevoegdheid voor het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Artikel 51 Ingevolge de Archiefwet 1995 zijn overheidsorganen verplicht de onder hen berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.

Een regeling waarbij een of meer taken van een overheidsorgaan worden overgedragen aan een ander overheidsorgaan, hetgeen in deze gemeenschappelijke regeling aan de orde is, houdt een voorziening in omtrent de archiefbescheiden. Hierin wordt voorzien in artikel 51. Reeds ingevolge artikel 18, tweede lid onder h., is bepaald dat het dagelijks bestuur belast is met de zorg voor de bewaring van archiefbescheiden. De daadwerkelijke bewaring en het beheer van archiefbescheiden in de tijdelijke archiefruimte geschiedt ingevolge het tweede lid door de door het algemeen bestuur benoemde secretaris van de Groenalliantie. Als archiefbewaarplaats voor de blijvende bewaring van de archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Gouda. Artikel 52 en 53 Deze artikelen regelen de inwerkingtreding en bepalen de citeertitel van de regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13631239/1