CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Format Technische vragen Commissie R + I 6 oktober 2021

Commissie Ruimte + Infrastructuur 6 oktober 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen3.452 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Format Technische vragen Commissie R + I gemeente Waddinxveen 6 oktober 2021

Agendapunten: Agendapunt 7.: RV.RB Transitievisie Warmte Waddinxveen en Nota van beantwoording zienswijzen Partij: PCW

Vraag (kort en bondig) 1.Op bladzijde 4 van de ‘nota van beantwoording zienswijzen’ staat dat ‘het aantal zienswijzen kan worden uitgelegd’. Er zijn 7 reacties/zienswijzen. Op zo’n 15000 gezinnen/woningen is dat 0,05 procent. Gezien de relevantie van het onderwerp lijkt dit niet veel. U lijkt dit te verklaren door het uitgebreide participatietraject. Kunt u aangeven hoeveel deelnemers er waren bij de digitale bijeenkomsten (excl ondersteuning en excl politiek betrokkenen)?

Antwoord 1. Bijlage A in het bijlagendocument van de Transitievisie Warmte beschrijft de participatiebijeenkomsten die, per fase van het opstellen van de TVW, hebben plaatsgevonden. Daar is het aantal deelnemers per bijeenkomst niet opgenomen. Hieronder wordt een samenvatting van het aantal deelnemers per bijeenkomst weergeven:  Bijeenkomsten Discussietafel: - De discussietafel bestaat uit een vaste groep van 4 koplopers en 25 kernteamleden. De koplopers waren vaak allen aanwezig bij de bijeenkomsten. De aanwezigheid van de kernteamleden wisselde per bijeenkomst.  Bijeenkomsten Transitietafel: - De Transitietafel bestaat uit een vaste groep van 7 stakeholders (Stedin, Woonpartners Midden-Holland, Hoogheemraadschappen, WaddGroen en OPW).  Gemeentebrede informatieavonden: - Algemene informatieavond (juni ’20): bij deze informatieavond waren 25 inwoners en 2 ondernemers aanwezig. - Buurtdiscussietafel sleutelfiguren Zuidplas (jan ’21): bij deze buurtdiscussietafel waren 4 sleutelfiguren uit de buurt Zuidplas aanwezig. - Buurtdiscussietafel GVPH (jan ’21): bij deze buurtdiscussietafel waren 4 sleutelfiguren uit het buurtcluster GVPH aanwezig. - Informatieavond verkenningsbuurten (jan ’21): voor deze (digitale) informatieavond hebben 316 inwoners zich

-

aangemeld. Niet alle aangemelde inwoners zijn uiteindelijk bij de digitale bijeenkomst aanwezig geweest. Bij de digitale bijeenkomst waren uiteindelijk ongeveer 250 inwoners aanwezig. Vragenuurtje bijeenkomst (jan ’21): 312 inwoners hebben (naar aanleiding van de informatieavond verkenningsbuurten) de uitnodiging ontvangen voor het vragenuurtje. Inwoners konden van tevoren een schriftelijke vraag indienen. Uiteindelijk hebben we 130 ingestuurde vragen (gefilterd op dubbele vragen) beantwoord. Deze beantwoording staat op de website van de gemeente Waddinxveen. Het aantal aanwezigen op de avond zelf is onbekend. Algemene informatieavond (juli ’21): bij deze informatieavond waren 19 inwoners aanwezig.

Gemeentebrede vragenlijst: Elk huishouden in de gemeente Waddinxveen heeft een uitnodiging (per post) gekregen om de vragenlijst in te vullen. In totaal hebben 31 ondernemers en 784 inwoners de vragenlijst ingevuld.

Naast de participatiebijeenkomsten is er ook (in elke fase van het opstellen van de TVW) veel gecommuniceerd. 2. In de reactie op de moties (bijlage 6) valt op dat er pas gestart wordt met BUP als er duidelijkheid is voor wat betreft de financiële middelen vanuit het Rijk. a. Wat zijn de kosten voor het uitvoeren van de eerste benodigde onderzoeken naar de meest geschikte warmtebronnen, de kosten en de baten?

2(a). De specifieke kosten voor een haalbaarheidsstudie zijn op dit moment (nog) niet bekend voor de gemeente Waddinxveen. Dit wordt onderdeel van de startnotitie voor de startbuurt. Daarbij maken we gebruik van het ROB-onderzoek naar de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden.

b. En wat zijn de kosten om de voorbereidingen te doen voor het participatietraject (participatieplan)?

2(b). De specifieke kosten om de voorbereidingen te doen voor het participatieproject (participatieplan) zijn op dit moment (nog) niet bekend voor de gemeente Waddinxveen. Dit wordt onderdeel van de startnotitie voor de startbuurt. Daarbij maken we gebruikt van het ROBonderzoek naar de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden.

c. Wat is de doorlooptijd van het onderzoek en de voorbereiding?

2(c). De specifieke doorlooptijden van een haalbaarheidsstudie (inclusief de voorbereiding) en de voorbereidingen voor het participatietraject (participatieplan) zijn op dit moment (nog) niet bekend voor de gemeente Waddinxveen. Dit moet naar voren komen in de startnotitie voor de startbuurt. De bijlage ‘stappen en tijdslijn bij een collectieve warmteoplossing’ schetst de verwachting dat de doorlooptijd van een haalbaarheidsstudie ongeveer een half jaar is. De doorlooptijd voor een uitvoeringsplan op buurtniveau wordt door het ROB-onderzoek geraamd op een gemiddelde looptijd van 2 jaar.

3. In de reactie op de moties (bijlage 6) zijn de stappen en de tijdslijn toegevoegd om een collectieve warmtevoorziening te ontwikkelen. De planning lijkt erg voorzichtig.

3. Op dit moment zijn er naar ons inziens geen mogelijkheden om te versnellen, door bijvoorbeeld op korte termijn te starten met de haalbaarheidsstudie en (voorbereiding) van het participatietraject. Omdat hier geen financiële middelen en capaciteit beschikbaar voor zijn. Indien deze financiële middelen en capaciteit beschikbaar zijn, dan zou eventueel na de vaststelling van de Transitievisie Warmte gestart kunnen worden met (de voorbereiding van) het participatietraject en het haalbaarheidsonderzoek. Dit zorgt ervoor dat de tijdslijn van de startbuurt iets naar voren schuift. Dit betekent wel dat de besluitvorming van de overige stappen in de tijdslijn en bijbehorende investeringsbesluiten eerder moeten worden genomen. Het gaat om een versnelling van een aantal maanden. Op de totale tijdslijn en dus een periode van 15 jaar zal de versnelling van deze (eerste) stappen geen groot effect hebben. Aandachtspunt hierbij is dat de uitvoering van de stappen en de tijdslijn een langdurig en integraal traject is, waarbij continuïteit (in de financiële middelen en capaciteit) van belang is, zodat de gemeente haar regierol in elke stap kan blijven uitvoeren.

Zijn er mogelijkheden om te versnellen? Bijvoorbeeld door op korte termijn al te starten met (voorbereiding van) het participatietraject en haalbaarheidsonderzoek?

Tevens verwachten we niet dat we de geschetste tijd per stap kunnen inkorten, omdat de warmtetransitie in Nederland en de bijbehorende regierol voor gemeenten nieuw is. We moeten hier eerst als gemeente ervaring in opdoen. Wellicht dat we bij volgende buurten verschillende stappen uit de tijdslijn sneller kunnen doorlopen, omdat we meer informatie tot onze beschikking hebben en ervaring hebben opgedaan. Een aandachtspunt daarbij is dat elke buurt/buurtcluster uniek is en een eigen aanpak vergt. 4. Betaalbaarheid: uit de verkenningsstudies blijkt dat er (grote) verschillen zijn tussen oplossingsrichtingen. Daarnaast geldt dat er mogelijk veel inwoners zijn die de aanschafkosten niet kunnen betalen. Het gaat dus niet om alleen de vergelijking van TCO bijvoorbeeld maar ook over

4. U heeft gelijk dat niet alleen de kosten, maar ook de financiering daarvan een belangrijk aspect is. In de motie ‘haalbaarheid en betaalbaarheid TVW’ heeft het college antwoord gegeven op hoe zij wenst om te gaan met huiseigenaren die de kosten niet kunnen en/of

financiering. En als het over financiering gaat, is dat voor veel inwoners een uitdaging om boven de bestaande hypotheek extra geld te lenen. Heeft het college daar een visie op? Of kan deze ontwikkeld worden; met als doel dat het voor iedereen mogelijk is om mee te doen? En dat er niet te grote verschillen ontstaan. 5. Kan er een andere naam bedacht worden voor GVPH-wijk?

VVD

Bijlage 6: 1 Op pagina 2 en 3 worden inschattingen gegeven van investeringen voor particuliere huiseigenaren voor het overgaan op een warmtenet dan wel overstap op een warmtepomp. Kan aangegeven worden of met de huidige regelingen deze investeringen deels gedekt kunnen worden met beschikbare subsidies vanuit het rijk? Oftewel wat moeten particulieren naar schatting (waarbij snappen dat de schatting grof is) zelf opbrengen?

willen dragen. Het aspect financiering is onderdeel van de uitvoering van de TVW (een BUP) waar nog een verder invulling aan gegeven moet worden (zoals geschetst in de uitvoeringsstrategie van de TVW). De memo ‘Beantwoording moties Ontwerp Transitievisie Warmte Waddinxveen’ geeft alvast op hoofdlijnen aan welke stappen hiervoor genomen moeten worden. 5. Er kan een andere naam worden bedacht voor het GVPHbuurtcluster. De naam voor het buurtcluster kan eventueel onderdeel zijn van het participatietraject in en met de buurt. Op deze manier kan de buurt daar zelf een invulling aan geven. 1. In de verkenningsstudie zijn in de warmtetoolberekeningen de volgende subsidies meegenomen: Individuele oplossingen - ISDE: aanschaf individuele lucht-water warmtepompen Collectieve oplossingen - SDE++ (voor de volgende warmtebronnen: zonnecollectorveld, TEO, ondiepe geothermie, RWZI, oppervlaktewatergemaal). De investeringen die gegeven worden in de verkenningsstudie zijn dus verrekend met bovenstaande beschikbare subsidies.

2 Wat is de reden dat het aansluiten op het warmtenet in Zuidplas 80 naar verwachting een stuk duurder is dan in GVPH? Heeft dit moet het aantal “meters” warmtenet te maken?

2. Het verschil in de bijdrage aansluitkosten (BAK) wordt veroorzaakt door het verschil in de warmtebronnen (kosten van de warmte en de efficiëntie van de warmte), de dichtheid van de bebouwing en de kosten met betrekking tot het type wegverharding (aanwezigheid van een grote of juist kleine mate van asfalt).

3 Er wordt aangegeven dat in stap 3 van de participatie aanpak in samenspraak met lokale belanghebbenden wordt bepaald wat de beste warmteoplossing is voor de buurt. Hoeveel draagvlak moet er minimaal zijn voor een oplossing om tot besluit over te gaan en hoe verhoudt zich dit tot individuele keuzevrijheid?

3. Er is geen streefcijfer voor het draagvlak in een buurt met betrekking tot een collectieve warmteoplossing. Maar de verwachting is dat een ruime meerderheid noodzakelijk is om een rendabel collectief warmtesysteem te ontwikkelen. Bekend is dat de aansluitingskosten op een collectief warmtesysteem dalen wanneer er meer woningen worden aangesloten. In het traject naar een collectief warmtesysteem zal precies duidelijk worden hoeveel woningen (warmte afzet), en daarmee draagvlak, nodig zijn om een rendabel collectief systeem te ontwikkelen. Dit wordt bepaald door

lokale omstandigheden. Ondanks dat er voldoende draagvlak moet zijn om een rendabel collectief warmtesysteem te ontwikkelingen blijft er een individuele keuzevrijheid. De Warmtewet 2.0 (momenteel nog in ontwikkeling) faciliteert een ‘opt-out-systeem’. Dit betekent dat in principe alle gebouweigenaren in een buurt waar collectieve warmte is voorzien, worden aangesloten op een warmtenet, tenzij de pandeigenaar met een alternatief duurzaam voorstel komt. De gebouweigenaar moet dan met een alternatief plan komen voor hoe hun gebouw duurzaam verwarmd wordt. Een woning achteraf alsnog aansluiten op een warmtenet kan wel duurder uitpakken. 4 Wat is de rol straks van de gemeente in de “financiële buurtarrangementen”?

4. De rol van de gemeente met betrekking tot de financiële buurtarrangementen moet een specifieke invulling krijgen bij de uitvoering van de Transitievisie Warmte. Over het algemeen is het wel de rol van de gemeente om de (financiële) buurtarrangementen te organiseren en daarbij rekening te houden met alle woningeigenaren (welgestelde eigenaren, minima, zakelijke vastgoedbeheerders, de woningcorporatie, etc.), de kenmerken en de natuurlijke transitiemomenten van een buurt(cluster). Onderdeel van deze rol is om de belanghebbenden partijen bij elkaar te brengen.

5 Wat gebeurt er wanneer blijkt dat er geen ruime meerderheid draagvlak is een buurt bij de voorbereiding van de BUP?

5. Wanneer er geen ruime meerderheid is in een buurt voor een collectief warmtesysteem kan het zo zijn (zoals bij vraag 3 beschreven) dat het niet mogelijk is om een rendabel collectief warmtesysteem te ontwikkelen. In dat geval moet er, met de buurt, gezocht worden naar een andere warmteoplossing. Het is dan mogelijk dat de keuze voor een collectieve warmteoplossing komt te vervallen. Dan moet er bijvoorbeeld met de buurt naar een individueel systeem worden toegewerkt. Er ligt dan een andere businesscase voor.

Agendapunt 5.1.: Memo d.d. 14-9 motie rotonde Koningin Wilhelminaplein Partij: PCW

Vraag (kort en bondig)

Antwoord

Uit de Memo hebben wij kunnen lezen dat de wethouder ervoor kiest om geen rotonde aan te leggen maar gaat voor het renoveren VRI aan het KW-plein. De reden wordt in de verstuurde Memo summier aangegeven, daarom willen we dat dit agendapunt wordt geagendeerd. Vooraf willen we over dit onderwerp wat vragen stellen, zodat tijdens behandeling van dit agendapunt de reden duidelijker wordt en ook verstandig is? Vragen; De SWOV adviseert (duurzaam en veilig) rotonde boven andere kruispunten. Ook de fietsersbond geeft aan dat een rotonde veiliger en beter is voor de verwerking van het fietsverkeer dan een VRI. Juist ook bij meer verkeersintensiteit. In de ontvangen memo geeft u aan dat het beter is om huidig VRI te renoveren. 1. a. Wilt u bij het agenderen van dit stuk deze gegevens met ons delen, zodat ons het verschil duidelijk wordt? Dan gaat het ons om de volgende gegevens; Plattegronden van beide inrichtingen (Rotonde en vervangende VRI) Welke watergangen moeten er gedempt worden? Ook de gegevens wat dit doet met het verkeer. Om de verschillen te kunnen zien tussen het gebruik van een rotonde en een gerenoveerde VRI met huidige verkeersintensiteit als ook bij groei zoals bij evt. realisatie Noordkade?

1a. Plattegrond van het vervangen van de VRI voor een nieuwe VRI is niet gemaakt. De bestaande situatie is te vinden in bijlage A1 In bijlage A2 treft u een variant van de situatie wanneer het een rotonde zou worden. Aan de Oost en West kant van de rotonde is te zien dat een deel van de watergangen gedempt moet worden. De cijfers van een vergelijking rotonde-huidige vri zijn er niet. Er is destijds gekeken of een rotonde de capaciteit aan kan. In 2019 kon dat, maar nu de Noordkade ontwikkeld gaat worden en de hoeveelheid verkeer nog niet in beeld is zal de conclusie herzien moeten worden. De conclusie is te vinden in bijlage B.

b. Onderbouwing van het investeringsbedrag. Dan gaat het ons om de 1b. In bijlage C staat de SSK-raming (GEHEIM) volgende gegevens; I Wat zijn de kosten voor het dempen van de watergangen II Wat zijn de kosten voor de aanleg van een rotonde III Wat zijn de kosten voor de herinrichting van het kruispunt als er gekozen wordt voor een vervangende VRI IV Wat zijn de afschrijvingskosten en termijn van beide inrichtingen?

In het verlengde van de koningin Wilhelminaplein staan twee rotondes ingetekend: “namelijk op de verlengde Beethovenlaan”, waar de verwachting is dat ook daar de verkeersintensiteit zal toenemen. 2. a. Wat heeft deze wijziging voor consequenties voor beide geplande rotondes? b. Als dit betekent dat de geplande rotondes niet doorgaan, of anderszins. Wanneer en op basis van welke cijfers kunnen wij deze gegevens dan verwachten in de raad? 3. De uiteindelijke beslissing om geen rotonde aan te leggen, maar om de huidige VRI te vervangen. a. Op welke manier en wanneer heeft u deze wijziging aan de deelnemende participanten gecommuniceerd?

2a. De effecten van de ontwikkelingen aan de Noordkade zijn nog niet bekend. 2b. Als blijkt dat er veranderingen zijn dan zal de raad op dat moment op de hoogte gebracht worden.

3a. Het is niet duidelijk welke participanten hier bedoeld worden. Als het gaat om inwoners die deelgenomen hebben aan het opstellen van het mobiliteitsplan in 2013 dan hebben wij hier geen lijst van. De memo die naar de raad gestuurd is is openbaar. Het heeft inmiddels ook in de krant gestaan. Voorafgaand aan de herinrichting zal, zoals altijd, een participatietraject plaatsvinden.

b. Hoe staan zij tegenover deze wijziging? CDA

1. alinea verkeerstoename: Hoe lang is bekend dat een aanleg van een rotonde bij het KW plein veel meer kost dan het vernieuwen van de huidige kruising?

3b. Aangezien niet duidelijk is welke participanten bedoeld wordt is er ook geen reactie van hen bekend. 1. In juni 2019 is door de toenmalige verkeerskundige een schatting gemaakt. Rotonde: 800.000 Slimme VRI: 100.000 eenmalig en 10.00 per jaar

2. alinea de verkeerslichten zijn aan vervanging toe: Hoe lang gaan nieuwe verkeerslichten mee? En wat is de afschrijvingstermijn?

2. detectielussenverkeerslichten 8 jaar, verkeerslichten meubilair 30 jaar, verkeersregelregelinstallatie 15 jaar

3. alinea verkeerstoename: Komt er nog onderzoek om de toename van het verkeer te bepalen? Zo ja, wanneer?

3. Wanneer de plannen voor de Noordkade concreet zijn dan kan een berekening worden gemaakt hoeveel verkeer eraf gaat en hoeveel erbij komt. Dit zal door een extern bureau uitgevoerd moeten worden.

Agendapunt 8.: Onderzoek Groene Hart Rekenkamercommissie naar Woonbeleid Partij: PCW

Vraag (kort en bondig) 1. Welke inhoudelijke reactie heeft het college op de zeven aanbevelingen die de Groene Hart Rekenkamer doet voor de gemeente Waddinxveen in de begeleidende brief van de rekenkamer (blz. 2 en 3)? Kunt u deze reactie van het college schriftelijk inbrengen voor de commissievergadering van 6-10-2021? 2. a. Welke gevolgen heeft de groei van Waddinxveen naar 40.000 inwoners, zoals de burgemeester in Hart van Holland van 21-9-2021 meldde, voor de bouw van nieuwe woningen? b. Hoe kan dit worden gerealiseerd binnen de huidige contouren van Waddinxveen? 3a. Hoe kunnen de in het rapport genoemde achterstanden in sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen, bereikbare koopwoningen en levensloopgeschikte woningen de komende jaren worden ingehaald? b. Welke beleid, welke instrumenten kan de gemeente Waddinxveen hiervoor inzetten. Bijvoorbeeld het in het rapport genoemde vereveningsfonds of volkshuisvestingsfonds, de doelgroepenverordening, de koop-start-regeling? 4. In het rapport wordt vaak op een positieve wijze verwezen naar het dashboard Wonen van Waddinxveen. Er wordt in het rapport ook geadviseerd om de woningbehoeften van de verschillende doelgroepen mee te nemen. Tijdens de bijeenkomst op 16-9-2021 antwoordde de directeur van de Stec groep dat het toevoegen van de woningbehoeften een hele waardevolle en gewenste aanvulling is op het huidige dashboard wonen.

Het aanvullen van het dashboard wonen met de woningbehoeften per doelgroep kost 15.000 – 20.000 euro (bron: Stec groep). Op welke manier kunt u deze woningbehoeften opnemen in het Dashboard Wonen? Wat heeft u hiervoor nodig?

Antwoord 1. College heeft geen vraag van de raad ontvangen om een reactie te geven op het onderzoek van de Rekenkamer. Dus deze reactie is er (nog) niet.

2a. We gaan door met de bouw van nieuwe woningen gebaseerd op de planning die we hebben. Deze planning is grotendeels gebaseerd op de woningbehoefteraming waarin deze groei van inwoners is opgenomen. 2b. De locaties zijn opgenomen in RPW. Het gaat voornamelijk om transformaties van voormalige bedrijfsterreinen. 3a+b. We doen ons best om zoveel mogelijk in die genoemde segmenten te bouwen. Instrumenten zoals genoemd in het rapport zijn inderdaad mogelijkheden. Bijvoorbeeld: we maken afspraken bij ontwikkellocaties, regelen dat in verordeningen zoals de middenhuurverordening, in overeenkomsten zorgen voor zelfbewoningsplicht en onderzoeken de mogelijkheden van het inzetten van vereveningsfonds. 4. Op dit moment is het Dashbord Wonen de monitor en de woningbehoefte nemen we mee in de RPW. Een van de onderleggers van de RPW is het grootste woonbehoefteonderzoek van Nederland waar wij gebruik maken van de verdiepingsslag voor onze gemeente.

5. Wanneer start de gemeente Waddinxveen met de voorbereidingen voor een nieuwe Woon-Zorgvisie en hoe wordt de gemeenteraad hierin meegenomen?

5. We pakken dit tegelijk met de Woonvisie op en vaststelling hiervan is gepland rond eind van het jaar 2022. We horen graag van u hoe u meegenomen zou willen worden, zodat we dit kunnen opnemen in het plan van aanpak die nog opgesteld moet worden.

6. In het rapport staat dat de gemeente Waddinxveen geen

6. Als het noodzakelijk is en hier behoefte voor blijkt, zullen we een

uitvoeringsprogramma heeft bij de huidige woonvisie. Hoe kan de gemeente dit voor de komende woon(zorg)visie wel realiseren? 7. Hoe kan de gemeente de doorstroming van de scheefwoners beter bevorderen (blz. 33 en 34)? 8. Naar aanleiding van blz. 36 van het rapport: wanneer gaat de gemeente Waddinxveen structureel beleid ontwikkelen voor de huisvesting van arbeidsmigranten en statushouders? 9a. Wat zijn de oorzaken dat de Blijverslening nog nooit is verstrekt (blz. 40)?

uitvoeringsprogramma opstellen.

7. Wij kunnen als gemeente ons hiervoor inzetten door een passende voorraad te bouwen, zodat mensen doorstromen. 8. We zijn regionaal bezig met beleid opstellen en verwachten dit 2e kwartaal van 2022 af te ronden.

9a. Ondanks dat de blijverslening via verschillende kanalen regelmatig onder de aandacht is gebracht, is er sinds de introductie in Waddinxveen geen gebruik van gemaakt. De blijverslening is een laatste middel en kan gebruikt worden als er geen andere financiering mogelijk is. Vaak is via een andere weg aanpassing van de woning mogelijk. Een inhoudelijke evaluatie naar het gebruik van de blijverslening gaat nog uitgevoerd worden.

b. En waarom wil de gemeente dit nu gaan omzetten naar een geïntegreerde stimuleringsregeling? Waarom niet eerst deze leningen nog beter onder de aandacht te brengen? Het levensloopbestendig maken van bestaande woningen is toch nog steeds zeer actueel en nodig?

9b. We zijn aan het onderzoeken om een geïntegreerde stimuleringsregeling op te zetten waarin zowel duurzaamheids- als levensloopbestendige maatregelen zijn opgenomen. Zo wordt de lening breder inzetbaar.

10. Hoe kan de gemeente Waddinxveen ervoor zorgen dat er meer integraliteit komt tussen wonen en zorg (n.a.v. blz. 40)?

10. Wonen en zorg is een onderdeel van de huidige woonvisie en we gaan dat uitbreiden door een Woonzorgvisie op te stellen, daar zal uit blijken hoe we dat kunnen doen.

11. Wanneer gaat de gemeente weer metingen onder de burgers doen naar de tevredenheid over de woonomgeving? Deze tevredenheid is niet meer gepeild sinds 2015 (blz. 51).

11. Al vele jaren vindt elke twee jaar de burgerpeiling Waarstaatjegemeente plaats. In dit onderzoek wordt ook de tevredenheid gemeten over de woonomgeving. Ook in 2021 vindt dit onderzoek plaats. De rapportage bevindt zich in de afrondende fase. Naar verwachting wordt de raad in december geïnformeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10622099/1