Format Technische vragen Commissie R + I 26 mei 2021
Tekst van het document
Format Technische vragen Commissie R + I 26 mei 2021 gemeente Waddinxveen
Agendapunten: Agendapunt 7.: RV.RB Ontwerp Transitievisie Warmte Partij: VVD
Vraag (kort en bondig) • In het stuk wordt meerdere malen gesproken over het stimuleren van inwoners om zelf al stappen te ondernemen om te isoleren/ van het gas af te gaan. De gemeente beschikt nu over informatie van wijken over hoe dit mogelijk zou kunnen in de toekomst en wat mensen zelf kunnen doen. Hoe gaat de gemeente deze informatie bij de inwoners brengen zodat zij inzicht krijgen in wat van het gas of voor hun woning zou betekenen, wat de gemeente aan warmteoplossing heeft bedacht, wat subsidiemogelijkheden zijn om zelf stappen te ondernemen?
Antwoord • Dit wordt meegenomen en uitgewerkt bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte. Daarnaast wordt de (inhoud van de) Ontwerp Transitievisie Warmte afgestemd met het onafhankelijke energieloket. Bij het energieloket kunnen inwoners terecht met vragen over duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing en energie opwekken.
• p.17 de keuzevrijheid van inwoners en bedrijven hoe verhoudt deze zich tot betaalbaarheid? (keuze betekent immers twee netten in stand houden). Wat houdt de vrije keuze concreet in?
•
Op p. 10 in het bijlagendocument staat het uitgangspunt ‘Keuzevrijheid voor inwoners en bedrijven’ toegelicht. Het gaat er hierbij om dat inwoners en bedrijven niet verplicht zijn om mee te doen aan een bepaalde (aardgasvrije) warmtetechniek. Of niet vastzitten aan een vaste leverancier.
• p. 22 wat wordt gedaan om grote bedrijven te stimuleren zelfvoorzienend te worden?
•
Dit wordt meegenomen en uitgewerkt bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte.
• p. 24 in de visie wordt veel beredeneerd op de energie labels. Deze komen echter lang niet altijd overeen met maatregelen/verbeteringen die inwoners zelf al hebben toegepast (bijv. warmtepomp). In hoeverre wordt verwacht dat de werkelijkheid een stuk afligt van de weergegeven energie labels?
•
Voor het bepalen van gemiddelde cijfers die voldoende informatie geven om een globaal beeld van Waddinxveen te vormen, wordt niet alleen gekeken naar de afgegeven energielabels. Ook algemene kenmerken (leeftijd van woningen, hoogbouw, laagbouw, etc.) worden betrokken. Daarom is de verwachting dat de uitgangspunten niet ver zullen afliggen van de gemiddelde werkelijkheid. De ervaring is óók dat elk individuele woning weer anders is, wat bij de uitvoering
rekening mee gehouden moet en zal worden. • p.33 bij de beschikbare warmtebronnen is waterstof niet opgenomen. Kan een toelichting gegeven worden waarom niet?
•
In het (groene) schema op p. 38 wordt toegelicht waarom waterstof (nog) niet is meegenomen.
• p. 34 er wordt gesproken over één RWZI, maar in figuur 0.1 worden twee RWZI aangegeven. Welke betreft de tweede?
•
De tekst op p. 34 is juist. In figuur 0.1 (en daarmee ook in figuur 5.1) zit inderdaad een fout. Eén van de pictogrammen (bij Park Triangel) had een oppervlaktewatergemaal moeten betreffen. Figuur 0.1 (en figuur 5.1) zal aangepast worden in de definitieve Transitievisie Warmte Waddinxveen.
• p.39 hoe wordt geborgd dat in fase 3 geleerd kan worden van fase 1 (zoals aangegeven in figuur 0.2) wanneer slechts iedere 5 jaar wordt geëvalueerd?
•
Er wordt een uitvoering van de Transitievisie Warmte beoogd, waarin continu leren centraal staat. Iedere vijf jaar wordt de Transitievisie Warmte geactualiseerd, waardoor nieuwe inzichten kunnen worden opgenomen.
• p.41 hoe strookt het verwijderen van aardgasleidingen met keuzevrijheid en met mogelijke toekomstige ontwikkelingen waarbij de aardgasleidingen hergebruikt zouden kunnen worden?
•
De keuze voor het verwijderen van een aardgasleiding is volgend op de keuze voor het warmtesysteem dat in een gebied gaat komen. De vrijheid van kiezen ligt dus in de aanloop van besluitvorming in de uitvoering van een buurt. Waddinxveen kiest er in de Ontwerp Transitievisie Warmte voor om het proces tot besluitvorming voor een buurt met en in de buurt te laten plaatsvinden.
• p.41 laatste zin, hoe wordt gezorgd dat samen opgetrokken wordt op dit vlak ook onderling tussen gemeentes?
•
In de Ontwerp Transitievisie Warmte is aangegeven (p. 60, figuur 7.1) dat een aanpak voor bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed onderdeel uitmaakt van de inhoud en structuur van de uitvoeringsstrategie. De warmtevoorziening voor kantoorgebieden/bedrijventerreinen wordt afgestemd en uitgewerkt in een uitvoeringsplan. De afstemming onderling tussen de gemeentes vindt plaats binnen de Regionale Energie Strategie (RES) via het onderdeel Regionale Structuur Warmte (RSW).
•
Deze tekst staat opgenomen in de gebiedsanalyse van de buurten Oostpolderwijk, GouwePlein en Coenecoop 3. Deze tekst heeft daarom betrekking op deze buurten.
•
De inhoud van de Warmtewet 2 is nog in ontwikkeling. ‘Lokaal eigendom van collectieve systemen’ is een van de algemene uitgangspunten (p. 17) die wordt genoemd in de Ontwerp
• p.43 hier wordt aangegeven dat de Gouwe theoretisch gezien voldoende opbrengt om alle buurten van warmte te voorzien. Waarom wordt dit dan niet optimaal benut? • p. 63 de Warmtewet 2 biedt ook de mogelijkheid voor lokaal eigenaarschap. Waarom wordt hier niet over gesproken?
Transitievisie Warmte. Bij dit uitgangspunt gaat het om de mogelijkheid dat inwoners (deels) eigenaar worden van collectieve warmtebronnen en/of warmte-infrastructuur. Dit uitgangspunt staat verder uitgelegd in Bijlage B (p.10) van het bijlagendocument van de Ontwerp Transitievisie Warmte. Daarnaast wordt ‘lokaal eigendom’ ook benoemd in de uitvoeringsstrategie (paragraaf 7.3.3.). Hier wordt gesproken over de rol van de gemeente bij collectieve warmte. Beide aspecten worden verder uitgewerkt bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte en de uitvoeringsplannen op buurtniveau. WeWa
- 1. Ontwerp Blz. 8 laatste paragraaf. Er wordt gesproken over ‘pas als de buurt het eens is’ . Welk percentage hangt hier aan? Is het 50% of bij breed gedragen? Graag toelichting. Komt er een financieringsplan.
•
In de Ontwerp Transitievisie Warmte is hier nog geen kader voor uitgewerkt. Dit dient verder uitgewerkt te worden bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte. Dit is enerzijds afhankelijk van de oplossingsrichting die in een buurt wordt gekozen. De ene oplossingsrichting is afhankelijk van een groter draagvlak dan een andere oplossingsrichting. Anderzijds is het ook afhankelijk van de omstandigheden in een buurt. In het proces in de buurt is altijd sprake van een financiële onderbouwing van de keuze die wordt ontwikkeld. Ondertussen komen er ook steeds meer financieringsmogelijkheden beschikbaar in de vorm van subsidies en leningen.
Blz. 10 1.1 . Wat is het doel van Waddinxveen, welk percentage woningen? Is er bekend wat de CO2 uitstoot in de bestaande utiliteitsbouw in Waddinxveen is?
•
De gemeente Waddinxveen volgt in de Transitievisie Warmte het percentage (19% van de woningen in 2030) dat is opgenomen in het nationale Klimaatakkoord (2019). Dit is opgenomen op p. 57 in de Ontwerp Transitievisie Warmte. In de Klimaatmonitor (op basis van CBS-gegevens) staat de CO2-uitstoot van de Gebouwde Omgeving (ton) opgenomen in de gemeente Waddinxveen. Voor de commerciële dienstverlening (aardgas en elektriciteit) is dit 32.545 (meest recente gegevens dateren uit 2017) en voor de publieke dienstverlening (aardgas en elektriciteit) is dit 5.546 (meest recente gegevens dateren uit 2019). De verdeling die hier wordt gebruikt, dekt niet de volledig utiliteitsbouw. Maar geeft een
goede indicatie voor de utiliteitsbouw in de gebouwde omgeving.
PCW
Blz. 15 2.2 wat is de reden dat de pelletkachel hier nog in opgenomen is?
•
Dit staat toegelicht op p. 53 en p. 70 in de Ontwerp Transitievisie Warmte.
Blz. 17 3.1 hier staat dat de kosten draagbaar moeten zijn voor alle betrokkenen oa eindgebruikers en in blauwe blok onderaan staat woonlasten neutraliteit voor inwoners. Hier zit een verschil in. Graag uitleg over de kosten voor de bewoners. Is dit neutraal of draagbaar?
•
Het uitgangspunt van het nationale klimaatakkoord (2019) is woonlastenneutraliteit. Het kabinet streeft naar woonlastenneutraliteit voor zoveel mogelijk mensen. ‘Woonlastenneutraliteit’ is ook een van de algemene uitgangspunten in de Ontwerp Transitievisie Warmte. Het uitgangspunt ‘woonlastenneutraliteit’ staat verder toegelicht op p.9 en p.10 in het bijlagendocument van de Ontwerp Transitievisie Warmte.
Blz. 34 4.4.3 wordt er al gekeken naar zonnewarmte op kassen? Met de nieuwe generatie licht- en warmtedoorlatende zonnepanelen?
•
Vraag1: In het raadsvoorstel wordt bijna onderaan op bladzijde 2 het volgende gezegd: Kanttekeningen Hieronder wordt een aantal kanttekeningen bij het besluit gegeven. Niet alle kanttekeningen kunnen worden beschreven, maar de belangrijkste zijn hieronder uitgelicht. Vraag: Welke andere kanttekeningen zijn er nog en waarom worden deze niet omschreven?
•
Op p. 68 (groene kader) wordt toegelicht hoe in de Ontwerp Transitievisie Warmte wordt omgegaan met innovaties en nieuwe ontwikkelingen. Voor de leesbaarheid van het raadsvoorstel zijn niet alle kanttekeningen benoemd. Kanttekeningen met betrekking tot het aantal inspraakreacties, het abstractieniveau van de visie en het bereik van de warmtetransitie zijn achterwege gelaten in het raadsvoorstel.
Vraag 2: In het raadsvoorstel wordt bijna onderaan op bladzijde 2 ook het volgende gezegd: Proces Transitievisie Warmte Een afwijkend besluit van u zorgt enerzijds voor vertraging in het proces, waardoor het wettelijke termijn mogelijk niet wordt gehaald. Anderzijds kan het mogelijk ook extra kosten met zich meebrengen, omdat de opdracht voor het adviesbureau dat de gemeente Waddinxveen ondersteunt bij de Transitievisie Warmte moet worden verlengd. Vraag: Het is toch altijd mogelijk om een afwijkend besluit te nemen? Dit is de eerste keer dat er een inhoudelijk document voorligt. Tussendoor zijn informerende bijeenkomsten geweest waarbij ook inhoudelijk kritische vragen zijn gesteld. Wat is de reden dat dit nu zo geformuleerd is in het raadsvoorstel? Waarom ligt er geen concept voor dat nog aangepast kan worden voordat deze ter inzage gelegd wordt?
•
Het is inderdaad mogelijk om een afwijkend besluit te nemen en/of de Ontwerp Transitievisie Warmte aan te passen. In het raadsvoorstel zijn alleen de consequenties hiervan geschetst.
Vraag 3 Onzekerheden en ontwikkelingen Bovenaan bladzijde 3 van het raadsvoorstel wordt ingegaan op onzekerheden en ontwikkelingen. Wat is de reden waarom deze aspecten zo benadrukt worden. Ontwikkelingen zullen er zeker zijn. Maar dan moet je toch juist een visie hebben die enerzijds richting geeft maar anderzijds ook flexibiliteit in zich heeft. Nu lijkt het erop dat deze aspecten opgenomen te zijn als indekking terwijl het ons inziens beter is om dit te koppelen aan de visie. Is dit overwogen? En waarom is het niet als zodanig in de visie verwerkt?
•
De Ontwerp Transitievisie Warmte geeft de huidige stand van zaken weer. De aanpak, zoals voorgeschreven in het nationale Klimaatakkoord (2019), geeft de mogelijkheid om ontwikkelingen te integreren. Vanwege de hoeveelheid ontwikkelingen en onzekerheden werd het waardevol ervaren om deze apart te benoemen in het raadsvoorstel.
Vraag 4 Warmtenet Zuidplas80 Op bladzijde 6 van de ontwerp transitievisie warmte wordt de Zuidplas80 aangegeven dat een warmtenet de meest kansrijke warmtevoorziening is. Uit de verkenning blijkt echter dat de kosten voor een warmtenet hoger zijn dan de kosten voor individuele warmtepompsystemen. Waarom is dan toch een warmtenet als meest kansrijke voorziening aangegeven? En als het voor de Zuidplas80 al moeilijk is om een warmtenet ‘kostenneutraal’ te krijgen waarom wordt het dan voor overige wijken en buurten in Waddinxveen met grotendeels rijwoningen als mogelijk optie voorzien?
•
Het is juist geconstateerd dat op p. 6 (figuur 0.1 en figuur 5.1) van de Ontwerp Transitievisie Warmte bij Zuidplas 80 een warmtenet is opgenomen en dat in de verkenningsstudie is opgenomen dat de kosten voor een individuele oplossing lager zijn. Figuur 0.1 (en figuur 5.1) is gemaakt naar aanleiding van een eerste analyse op gemeenteniveau. Vervolgens is er als verdiepende stap een analyse op buurtniveau gemaakt (verkenningsstudie). In figuur 0.1 (en figuur 5.1) zijn de uitkomsten van de verkenningsstudie niet verwerkt. In figuur 0.1 (en figuur 5.1) dient een gearceerd gebied opgenomen te worden. De kaart wordt daarom aangepast bij de definitieve Transitievisie Warmte.
Vraag 5 Onderaan bladzijde 8 staat: Een gefaseerde aanpak per buurt Voor buurten met een gefaseerde aanpak maken we een Buurtuitvoeringsplan (BUP). Dit wil zeggen dat we samen met lokale partijen en inwoners alle kosten, baten, voor- en nadelen in kaart brengen. Ook is het belangrijk samen te bepalen hoe we besluiten voor de buurt nemen (met inspraak van inwoners). Pas als de buurt het eens is met de nodige financiële, sociale, wettelijke en technische voorwaarden en de meeste mensen de overstap willen maken, kan de gemeente het besluit voor een overstap naar aardgasvrij nemen. Vraag: Wat is de waarde van de TVW als alles nog ter discussie staat en als er pas een besluit genomen wordt als ‘de buurt het eens is’ en als ‘de meeste mensen de overstap willen maken’? Wanneer is de buurt het eens? Hoeveel mensen moeten de overstap willen maken? Wat zijn criteria hierbij?
•
De Ontwerp Transitievisie Warmte maakt het tijdspad inzichtelijk: wanneer kunnen welke buurten van het aardgas worden afgekoppeld. Daarnaast geeft de Ontwerp Transitievisie Warmte voor de buurten waar de komende jaren wordt gestart een duidelijk perspectief. Het geeft in globale zin inzicht in de mogelijke opties voor vervanging van aardgas als energiebron in de buurten. Daarnaast geeft de visie aan in welke buurten tot 2030 een start wordt gemaakt met een traject naar aardgasvrij of aardgasvrij-ready. Bij die keuze speelt een grote rol hoe robuust de opties zijn voor die bepaalde buurt. Maar er spelen ook andere criteria (multicriteria analyse). In het buurtproces is de Ontwerp Transitievisie Warmte het startpunt van de gesprekken die gevoerd moeten worden. Tot slot, biedt de Ontwerp Transitievisie Warmte een basis voor de aanpak voor de warmtetransitie en de uitvoeringsplannen op buurtniveau. In de Ontwerp Transitievisie Warmte is nog geen kader
uitgewerkt m.b.t. ‘wanneer de buurt het eens is’. Dit dient verder uitgewerkt te worden bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte. Dit is enerzijds afhankelijk van de oplossingsrichting die in een buurt wordt gekozen. De ene oplossingsrichting is afhankelijk van een groter draagvlak dan een andere oplossingsrichting. Anderzijds is het ook afhankelijk van de omstandigheden in een buurt. Vraag 6 Betekenis van het plan voor de bewoners van Waddinxveen Wat hebben inwoners van Waddinxveen aan deze visie waarin eigenlijk niets vastligt omdat alles nog nader onderzocht wordt? Het enige wat aangegeven wordt, is een globale volgorde van wijken die aangepakt worden.
•
De buurten waar de komende jaren wordt gestart, hebben een duidelijk perspectief voor betrokken inwoners. Voor andere delen van Waddinxveen wordt een apart traject opgezet om het investeren in besparen en isoleren te stimuleren. Het terugbrengen van het gebruik van energie is immers altijd goed. Daarnaast biedt de Transitievisie Warmte een basis voor de aanpak voor de warmtetransitie en de uitvoeringsplannen op buurtniveau.
Vraag 7 Discussietafels In paragraaf 1.5 wordt op bladzijde 13 aangegeven dat er verschillende discussietafels zijn georganiseerd. Wat hebben deze tafels concreet opgeleverd? En wat is daarmee gedaan in de visie?
•
In het bijlagedocument van de Ontwerp Transitievisie Warmte staat in bijlage A een overzicht opgenomen van de participatiebijeenkomsten, waaronder de discussietafels. Hierin staat per discussietafel opgenomen wat het doel van de bijeenkomst was. De input die naar voren is gekomen n.a.v. de discussietafels is verwerkt in de Ontwerp Transitievisie Warmte.
Vraag 8 Besluit om over te stappen op een duurzame warmtevoorziening In paragraaf 1.6 wordt aangegeven dat een besluit pas genomen wordt als bekend is wat de gevolgen voor de bewoner zijn op de woonlasten. Wordt hiermee bedoeld dat pas besloten wordt als daadwerkelijk aangetoond wordt dat er sprake is van kostenneutraliteit? Vooralsnog lijkt het erop dat er bij geen van de warmteopties sprake is van kostenneutraliteit. Dit zou kunnen betekenen dat er voorlopig geen besluit genomen kan worden. Hoe ziet u dit? Ook wordt in deze paragraaf aangegeven dat uiterlijk 8 jaar van tevoren bekend gemaakt wordt dat een buurt afgesloten wordt van het aardgas. Er vanuit gaande dat het minimaal nog twee jaar duurt om uitvoeringsplannen te maken, zou de eerste buurt dan pas over 10 jaar aardgasvrij zijn (2031). Is dit niet veel te laat?
•
In de aanloop naar de Ontwerp Transitievisie Warmte heeft de gemeenteraad eerder aangegeven dat een van de belangrijkste uitgangspunten de ‘betaalbaarheid’ van de transitie voor eigenaar/bewoner is. Bij de uitwerking in de buurten zullen kosten en vooral kostenverdeling meespelen in de afwegingen in de buurten en bij de besluitvorming door de raad. Naar ons inzicht is het proces bepalend voor de timing van deze belangrijke transitie. Daarbij is de termijn van uiterlijk 8 jaar bedoeld om een redelijke termijn te bieden, zodat er voldoende tijd is voor alle betrokkenen om zich voor te bereiden op de andere energievoorziening. Deze termijn wordt door de gemeente in samenspraak met andere betrokken partijen, zoals gebouweigenaren en netbeheerder bepaald.
Vraag 9 Isoleren In paragraaf 2.3 wordt aangegeven dat isoleren belangrijk is. Waarom is
•
Isoleren is een belangrijk onderdeel van de Ontwerp Transitievisie Warmte, onder andere in de gemeentebrede
dit in de visie niet verder uitgewerkt als (belangrijkste) speerpunt? Het gaat toch uiteindelijk om CO2-reductie en niet perse om aardgasvrij te worden? Bent u het ermee eens dat er met isoleren op kortere termijn resultaten gehaald kunnen worden?
Vraag 10 lokaal eigendom In paragraaf 3.1 in wordt lokaal eigendom als belangrijk aandachtspunt genoemd. Is er door de inwoners van Waddinxveen aangegeven dat dit belangrijk is? En wat wordt bedoeld met lokaal eigendom? Wordt daarmee bedoeld dat de inwoners zelf eigenaar moeten worden? Of wordt bedoeld dat we als gemeente eigenaar moeten worden van collectieve systemen en er op die manier invulling gegeven wordt aan lokaal eigendom? Als dat laatste het geval is, wat zijn dan de achterliggende overwegingen en hoe denkt u dat vorm te gaan geven?
aanpak (paragraaf 7.2). Dit wordt verder uitgewerkt in de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte. In de Klimaatwet zijn de percentages met betrekking tot de CO2reductie in 2030 en 2050 vastgelegd. De inhoudelijke maatregelen hiervoor zijn opgenomen in het nationale Klimaatakkoord. De afspraak in het nationale Klimaatakkoord (2019) is dat in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Het tijdspad waarop de buurten van het aardgas af gaan, wordt vastgelegd in de Ontwerp Transitievisie Warmte. •
In de vragenlijst voor alle Waddinxveners is onder andere uitgevraagd welke punten voor hen belangrijk zijn bij het maken van plannen voor een aardgasvrij Waddinxveen. 7 procent van de inwoners die de vragenlijst hebben ingevuld gaven aan dit belangrijk te vinden. De rapportage met de resultaten van de vragenlijst is met u gedeeld tijdens de themabijeenkomst op 18 november 2020. Het uitgangspunt ‘Lokaal eigendom van collectieve systemen’ staat uitgelegd in bijlage B (p. 10) van het bijlagendocument van de Ontwerp Transitievisie Warmte. Lokaal eigendom is tevens in het nationale Klimaatakkoord (2019) een belangrijk streven voor de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. In de Ontwerp Transitievisie Warmte wordt aangegeven dat Waddinxveen dat ook mogelijk wil maken voor het eigendom van collectieve systemen. Daarnaast wordt ‘lokaal eigendom’ ook benoemd in de uitvoeringsstrategie (paragraaf 7.3.3.). Hier wordt gesproken over de rol van de gemeente bij collectieve warmte. Beide aspecten worden verder uitgewerkt bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte en de uitvoeringsplannen op buurtniveau.
Vraag 11 Integrale benadering Wat wordt in figuur 3.2 bedoeld met integrale benadering? In bijlage B wordt dit wel nader toegelicht maar hoe komt dit punt tot uiting in voorliggende visie?
•
De integrale benadering komt in de Ontwerp Transitievisie Warmte tot uiting in paragraaf 7.1 ‘Een integrale aanpak: Energieke buurten’ (p. 59).
Vraag 12 Individueel of collectief In figuur 3.3 is aangegeven dat een aanzienlijk groter deel kiest voor individuele voorzieningen. De visie geeft echter voor veel wijken een collectief warmtenet als oplossingsrichting. Als de kosten gelijk zijn zou je verwachten dat de individuele oplossingsrichtingen als visie opgenomen zouden moeten worden. Dit is echter niet het geval. Kunt u toelichten waarom voor grote delen van Waddinxveen toch voor collectieve oplossingen gekozen wordt?
•
De informatie die opgenomen is in de Ontwerp Transitievisie Warmte is gebaseerd op een technische analyse en laat zien wat de fysieke mogelijkheden zijn. Deze informatie heeft geen betrekking op de voorkeur van inwoners. De vragenlijst is een van de aspecten, maar geen referendum. In de Ontwerp Transitievisie Warmte wordt nog geen definitieve keuze weergegeven van een oplossingsrichting. Dit moet verder uitgewerkt worden in een uitvoeringsplan op buurtniveau.
Vraag 13 Afwegingskader In paragraaf 3.3 wordt aangegeven dat op basis van het afwegingskader een voorkeur is gekozen voor een oplossingsrichting. Aangegeven wordt dat dit een kwalitatieve afweging is geweest. Hoe is voorkomen dat de afweging te subjectief is gemaakt? En kunt u aangeven welke aspecten zwaar en minder zwaar hebben gewogen bij de afweging?
•
Het afwegingskader warmteopties gaat gebruikt worden bij het kiezen van aardgasvrije technieken en is daarmee de basis om te komen tot een voorkeur voor de toekomstige warmtevoorziening. Bij de toekomstige warmtevoorzieningen moet rekening gehouden worden met meerdere aspecten. Of bepaalde aspecten zwaar en minder zwaar moeten wegen moet een invulling aan gegeven worden bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte. Dit dient onder andere uitgewerkt te worden met de inwoners van de buurten. Het afwegingskader is een belangrijk onderdeel van de visievorming en heeft waarde voor de uitvoering.
Vraag 14 Temperatuurniveau In paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 wordt het temperatuurniveau toegelicht. Dit geldt voor ruimteverwarming. Voor warm water is toch altijd hoog temperatuur warmte nodig? Hoe is dit meegenomen in de afweging van de oplossingsrichtingen? Met name bij laagtemperatuur warmtenetten is dan toch altijd een (dure) voorziening nodig voor warm water?
•
Bij de opties die uitgaan van lage temperatuur verwarming is voor woningen ook rekening gehouden met apparatuur voor warmtapwater.
Vraag 15 Warmtevraagdichtheid In paragraaf 4.3.3 wordt de warmtedichtheid toegelicht. Als je naar de figuur kijkt, lijkt het vooral interessant om in de donkerste gebieden een warmtenet te overwegen. Zeker gezien de uitslag van de enquête van de inwoners en de uitkomst van de verdieping voor Zuidplas80 (individueel goedkoper dan warmtenet). Waarom wordt er in deze visie dan toch voor veel delen van Waddinxveen ingezet op een warmtenet?
•
De informatie die opgenomen is in de Ontwerp Transitievisie Warmte is gebaseerd op een technische analyse en laat zien wat de fysieke mogelijkheden zijn. Deze informatie heeft geen betrekking op de voorkeur van inwoners. In de Ontwerp Transitievisie Warmte wordt nog geen definitieve keuze weergegeven van een oplossingsrichting. Dit moet verder uitgewerkt worden in een uitvoeringsplan op buurtniveau. Op basis van de verkenningsstudie, en de kleine kostenverschillen tussen de verschillende opties, wordt verwacht dat deze oplossingsrichting nog niet doorslaggevend is.
Vraag 16 Aardwarmte In paragraaf 4.4.2 wordt aardwarmte beschreven. Uit de RES1.0 blijkt dat
•
Dit is bekend. In de Ontwerp Transitievisie Warmte is alleen de potentie geredeneerd vanuit het aanbod.
er geen match is tussen vraag en aanbod. Is dit in de visie voor Waddinxeen bekend en ook meegenomen bij het berekenen van de potentie? Of is dit alleen de potentie geredeneerd vanuit het aanbod zonder te kijken naar de locatie van de vraag? Vraag 17 Thermische energie uit oppervlaktewater In paragraaf 4.4.2 wordt de potentie van de Gouwe benoemd. Is dit een theoretische berekening of is ook berekend hoeveel warmte er praktisch gewonnen kan worden? Is er bijvoorbeeld rekening mee gehouden dat het lastig is om de warmte uit het midden (of vanuit de westelijke rand geredeneerd: hoe win je de warmte die zich in het water aan de oostelijke rand van het water bevindt)? Is er ook bekend hoeveel ruimte er nodig is om de warmte op te slaan? Is deze ruimte er? (Excuus voor beroepsdeformatie: Ten noorden kan er blijkbaar 475000 GJ gewonnen worden. Om dit op te slaan heb je bijna 20 miljoen m3 (grond)water nodig! Kan je zoveel bronnen maken?)
•
De potentie is een calculatie van de warmte die uit de Gouwe beschikbaar kan worden gemaakt. Die potentie is berekend op basis van vooral benodigd oppervlakte van het water. De benutting van de potentie is verbonden met praktische systeemrestricties. Deze worden duidelijk als er sprake is van concrete projecten.
Vraag 18 Zonthermie (4.4.2) Waar is er ruimte om grootschalig toe te passen? Waarin kan je zonnewarmte uit collectoren in opslaan? Is dit economisch gezien interessant?
•
In de Ontwerp Transitievisie Warmte is de algemene potentie van Zonthermie geschetst. Dit moet verder onderzocht worden bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte.
Vraag 19 Restwarmte glastuinbouw (4.4.3) Er wordt aangegeven dat de restwarmte in de zomer beschikbaar is en opgeslagen kan worden. Waarom zou je dit voor de woningen gebruiken? Kunnen de tuinders het zelf niet opslaan en onderling uitwisselen? Wij hebben onlangs met een aantal tuinders gesproken. Daaruit kwam naar voren dat er in het grootste deel van het gebied een warmtevraag is en op de schaal van het gebied geen warmteoverschot. Wat is de reden dat dit toch zo als mogelijkheid genoemd wordt voor de woningen?
•
De restwarmte van de glastuinbouw is als eventuele potentie naar voren gekomen in de gesprekken met de brede groep belanghebbenden (in bijlage A van het bijlagendocument van de Ontwerp Transitievisie Warmte is een overzicht gegeven). Dit dient verder onderzocht te worden bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte.
Vraag 20 Restwarmte RWZI (4.4.3) De RWZI ligt aan de overkant van de Gouwe. Is het dan voor de hand liggend om deze warmte onder de Gouwe door te distribueren?
•
Dit dient verder onderzocht te worden bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte.
•
In de Ontwerp Transitievisie Warmte is aangegeven (p. 9) dat er in Waddinxveen genoeg lokale bronnen zijn om de hele gemeente, op het glastuinbouwgebied na, te voorzien van duurzame warmte. Daarnaast geeft de Ontwerp Transitievisie Warmte aan dat er nog nader onderzoek moet komen en dat de ontwikkelingen van de restwarmte infrastructuur in Zuid-Holland nauw worden gevolgd. De Transitievisie Warmte wordt elke vijf
Vraag 21 Boven-regionale warmte-infrastructuur (4.4.4) Als de grote steden (Rotterdam, Den Haag, Leiden, Delft, Zoetermeer, etc) gebruik maken van de restwarmte, is er dan wel voldoende warmte over voor Waddinxveen. In een inventarisatie van de warmte infrastructuur voor de RES Rotterdam-Den Haag bleek dat er net voldoende warmte is voor deze regio. Is het de verwachting dat er dan wel voldoende warmte
beschikbaar is voor Waddinxveen uit deze infrastructuur? Hoe zeker is dat? En kan je daar een visie op ‘bouwen’? Of is het niet beter om dan je eigen plan te maken? Eventueel met de mogelijkheid om op langere termijn te kijken of er nog mogelijkheden zijn om aan te haken?
jaar herzien en daar ligt de kans om flexibel in te spelen op de kansen die deze ontwikkeling bieden. Tot slot, geeft de verkenningsstudie aan dat de bovenregionale warmte infrastructuur (RoCa-leiding) in Zuidplas onder andere het best scoort als warmtebron voor een warmtenet.
Vraag 22 Match vraag en aanbod Tabel 4.6 laat zien hoeveel warmte er beschikbaar is en hoeveel er nodig is. Klopt het dat dit een theoretische vergelijking is waarbij nog geen rekening is gehouden met onzekerheden, praktische overwegingen (afstand etc.), bouwdichtheid, etc.? Wat is de realistische verhouding tussen beschikbare bronnen en de warmtevraag?
•
Het is inderdaad een theoretische vergelijking. Voor de warmtevraag is op gemeente- en buurtniveau een goede inschatting te maken, maar de economische en realistische potentie van de warmtebronnen moet verder onderzocht worden bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte. De gegeven potenties zijn op basis van de best beschikbare informatie en geven daarmee een indicatie.
Vraag 23 Toekomstige warmtevoorziening Figuur 5.1 geeft aan dat de toekomstige warmtevoorziening voor een groot deel gebaseerd is op de wamtebronnen geothermie, aquathermie, restwarmte en geothermie. Juist bij deze bronnen zijn er nog veel onzekerheden en praktische inpassingsvragen die mogelijk zeer kostenbepalend kunnen zijn. De vraag is of de visie voor Waddinxveen hiermee niet erg onzeker is geworden?
•
De transitie van aardgas naar duurzame warmtebronnen brengt inderdaad vraagstukken met zich mee. De Ontwerp Transitievisie Warmte brengt in beeld welke kansen er liggen en welke aandachtspunten er zijn bij de overstap naar deze duurzame warmtebronnen. Dit zal verder worden onderzocht in de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte.
Vraag 24 Koppelkansen Is er ook onderzocht wanneer de aardgasleidingen in de verschillende wijken/buurten vervangen moet worden? Is er ook onderzocht in welke wijken er op grote schaal wijkverbetering nodig is en of dit gecombineerd kan worden met aanpassingen aan energie-infrastructuur? Idem voor het combineren met maatregelen in het kader van klimaatadaptatie?
•
Dit is meegenomen in de Ontwerp Transitievisie Warmte. Figuur 3.4 (p. 19) laat zien welke koppelkansen en natuurlijke momenten in kaart zijn gebracht, onder andere de werkzaamheden aan de netten en de werkzaamheden in de openbare ruimte. In bijlage H in het bijlagendocument van de Ontwerp Transitievisie Warmte worden deze koppelkansen en natuurlijke momenten nader uitgelegd. Daarnaast zullen de koppelkansen verder worden onderzocht in de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte (onderdeel van de uitvoeringsplannen op buurtniveau). In paragraaf 7.1 wordt de integrale aanpak: Energieke buurten toegelicht. Hierbij wordt aangegeven dat Klimaatadaptatie daar een onderdeel van is.
Vraag 25 Financiering en betaalbaarheid In de visie wordt ‘betaalbaarheid’ niet verder uitgewerkt. Zijn de alternatieven zoals voor de verkenningsbuurten uitgewerkt betaalbaar voor onze inwoners?
•
Dit moet verder uitgewerkt worden in de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte, in bijvoorbeeld een uitvoeringsplan op buurtniveau. De huidige verkenningsstudie neemt bijvoorbeeld niet mee welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot beschikbare subsidies en duurzaamheidsleningen. Het gaat hier nog niet om een
businesscase, maar om een verkenningsstudie. Dit wordt gebruikt om een eerste orde van grote te krijgen en de verschillende opties met elkaar te vergelijken. Vraag 26 Bewoners meekrijgen Hoe worden de bewoners van de wijken die als eerste in aanmerking komen, betrokken bij het vervolg? Is er een plan om deze bewoners mee te krijgen? Wat zijn de contouren van dit plan?
•
In elke buurt met een gefaseerde aanpak wordt in samenwerking met inwoners en lokale partijen een buurtuitvoeringsplan opgesteld. In paragraaf 7.3.1. (p.62) zijn de contouren van de participatie aanpak voor de buurtuitvoeringsplannen beschreven. Tevens staan in paragraaf 7.6.1. de participatiekaders in de buurtaanpak beschreven. Dit wordt nog verder uitgewerkt bij de uitvoering van de Ontwerp Transitievisie Warmte.
Agendapunt 8.: RV.RB Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026 Partij: CDA
Vraag (kort en bondig) RVRB Economisch koersdocument blz 3 c. Wat wordt precies bedoeld met conserverend beleid?
Antwoord Het geldende beleid, dus de detailhandelsstructuurvisie Waddinxveen 2019-2030.
blz 3 c. Een aantrekkelijke mix…. Wordt daar nu dan nog niet met vastgoedeigenaren over gesproken?
Ja, o.a. op het Gouweplein blijft de gemeente in gesprek met de vastgoedeigenaren en verhuurder over het winkelaanbod.
blz 3. e Wordt met imagoschade ook de verdozing bedoeld?
Ja, dat wordt ook genoemd op pagina 22 van het hoofddocument.
blz 4 e. Geen uitgifte te doen…. wordt bedoeld geen logistieke bedrijven (verdozing) meer?
Ja, met uitzondering van verplaatsing van bestaande bedrijven (zie pagina 21 hoofddocument).
Economisch koersdocument blz 16 3.2. Gaat er ook nagedacht worden over de esthetische kant… hoe kan het mooier? Wordt niet in document genoemd.
blz 20 Wat is de schatting van niet geregistreerde arbeidsmigranten? En hoe wordt registratie gestimuleerd?
VVD
• p. 15 er wordt gesproken over leegkomende winkelpanden buiten de kernwinkelgebieden invullen. Wordt hiermee bedoelt dat de gemeente voornemens is actief te gaan herbestemmen in deze gebieden?
De uitstraling is altijd al onderdeel van de ruimtelijke beoordeling van principeverzoeken en aanvragen omgevingsvergunning (stedenbouwkundig en door de welstandscommissie). Dit staat op pagina 20 van het hoofddocument. In 2018 was dit gemiddeld 248. Recentere cijfers hebben we niet. Wij stimuleren registratie niet actief, hier zijn wettelijke regels voor. Ondernemers zijn op de hoogte van deze regels. In lijn met pagina 16 van de detailhandelsstructuurvisie Waddinxveen 2019-2030 wordt hiermee bedoeld dat de gemeente in gesprek gaat met vastgoedeigenaren en ondernemers over leegstaande panden en
de mogelijkheden van een toekomstige wijziging van de functies in de winkelgebieden die buiten de hoofdwinkelstructuur vallen
WeWa
PCW
• p.15 hier wordt gesproken over "prikkelgeld" kan een andere toelichting gegeven worden wat hiermee wordt bedoeld?
Hiermee wordt bedoeld het faciliteren van initiatieven of onderzoek waarbij er geen directe financiering aan initiatiefnemers wordt gegeven, maar wel door bijvoorbeeld onderzoek te laten doen of advies aan te bieden. Een voorbeeld hiervan is het Move 2 Social traject van een paar jaar geleden, waar ook SK Works aan mee gedaan heeft.
• p. 18/19 hier wordt gesproken over een aantal aandachtspunten op het Gouweplein. Hoe denkt de gemeente invloed te kunnen uitoefenen op invulling van het Gouweplein (leegstand, branchering, nieuwe concepten)?
Dit is overeenstemmend beleid met de detailhandelsstructuurvisie. Daarin is ook aangegeven om in gesprek te blijven met vastgoedeigenaren en ondernemers over de ontwikkeling van het Gouweplein. Daarnaast wordt de leegstand in samenwerking met het OPW per kwartaal besproken. De gemeente gaat niet over brancheringsregels van het Gouweplein. De tarieven in Waddinxveen zijn voor gebruikers 0,2445% en voor eigenaren 0,3035%. De tarieven in Gouda zijn voor gebruikers 0,2653% en voor eigenaren 0,3327%.
Wat is de verhouding in OZB voor bedrijven in vergelijking met Gouda en Waddinxveen?
Wat zijn de inkomsten nu uit de OZB voor bedrijven in Waddinxveen? Hoeveel is dit?
De OZB opbrengst eigenaren bedroeg in 2020 € 2.407.000 De OZB opbrengst gebruikers bedroeg in 2020 € 1.570.000
Welke taken en inspanningen worden er van een parkmanagement verwacht of gedaan?
Bij parkmanagement is er een parkmanager die samenwerking of acties op het gebied van verduurzaming of andere thema’s tussen de bedrijven op het bedrijventerrein kan stimuleren. Taken van een parkmanager kunnen heel praktisch zijn. Denk aan Contacten met overheidsinstanties, politie, brandweer, Provincie, omgevingsdienst. Of het ondersteunen ondernemers bij (interne) veiligheidsvraagstukken – (interne) diefstallen en inbraken. Maar ook meer strategisch, zoals coördineren van gezamenlijke inkoop, onderzoek naar gebruik restenergie of het aanvragen van subsidies tbv het terrein. 1. Belangrijk is dat er een stuurgroep wordt ingericht waarbij het bedrijfsleven, onderwijs en de gemeente samen sturing geeft aan de uitvoering van het Economisch Koersdocument. Tegelijkertijd moet er een concreet uitvoeringsplan opgesteld worden. Een deel van de genoemde speerpunten en acties zijn al werkzaamheden die binnen reguliere werkzaamheden van de gemeente vallen en waar geen extra financiële middelen voor nodig zijn (bv de transformatie van de Noordkade en kwaliteitseisen stellen bij de uitgifte van bedrijventerreinen). Voor de uitvoering van een aantal andere
1. Hoe kan de gemeente de vele ambities die in dit Koersdocument staan allemaal goed uitvoeren de komende jaren?
speerpunten is de wens dat een tijdelijke programma manager wordt gefinancierd (tot de herontwikkeling van het Ondernemersfonds) die voor een deel verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ambities. De financiën die overblijven kunnen bijvoorbeeld besteed worden aan onderzoek of andere acties die uit het uitvoeringsprogramma volgen. 2. Welke financiële middelen van de gemeente zijn de komende jaren (2021-2026) nodig voor de uitvoering en de begeleiding van dit economische koersdocument?
2. Voor de uitvoering is €50.000 per jaar nodig (dus tot en met 2025). Naast dit budget levert de beleidsmedewerker economie vanuit de huidige formatie een bijdrage.
3. Hoeveel fte is er nodig vanuit de gemeente om de plannen in het Koersdocument tot een succes te maken voor de komende jaren, naast de programmamanager die door het OFW/de OPW zal worden aangesteld. Heeft de gemeente momenteel genoeg deskundige ambtenaren in dienst om de uitvoering van de ambities en plannen in het economische koersdocument te begeleiden en te (laten) realiseren en de actieve connecties met het OPW en het OFW goed te kunnen onderhouden?
3. Met de huidige beschikbare middelen kunnen we de jaren 2021, 2022 en 2023 het economisch koersdocument uitvoeren. Daarna is extra budget nodig. Dat wordt tegen die tijd bij de kaderbrief meegenomen.
4. Op blz. 3 wordt gesproken over maatschappelijke functies op de bedrijventerreinen. Wat wordt hiermee bedoeld?
4. Hiermee worden bijvoorbeeld functies zoals onderwijs, sport, zorg en kinderopvang bedoeld.
5. Op blz. 5 staat “Economisch beleid heeft alles te maken met de ‘architectuur van de samenleving’: wat voor gemeente wil je zijn. De vraag aan het college is: wat voor gemeente wil Waddinxveen zijn? Kan dit nader worden uitgelegd en onderbouwd in het kader van dit economische koersdocument?
5. Waddinxveen wil een ‘compleet’ dorp blijven. Dat betekent naast wonen ook voldoende economie, bedrijvigheid en voorzieningen. We investeren daarom in levendige woonwerkmilieus. Dat is goed voor de economie en de baankansen van onze inwoners. Het voegt bovendien veel kwaliteit en levendigheid toe aan het dorp. Daarmee zorg je voor economische vitaliteit en een fijne leefomgeving met voldoende voorzieningen voor de inwoners.
6. Op blz. 11 staat als tweede koers genoemd: een Mix van Wonen en werken. Waarop is deze verwachte koers gebaseerd? Zijn hier studies naar gedaan en/of enquêtes over gehouden? En wat zijn de resultaten hiervan? Zie ook blz. 15, de genoemde punten 1-3.
6. De toenemende vraag naar functiemenging is een landelijk fenomeen. Dat heeft te maken met: • Het toenemend aantal zelfstandigen en micro-ondernemers, in de bijlage bij het koersdocument zijn de Waddinxveense cijfers hierover opgenomen. In Waddinxveen vragen ondernemers/ZZP’ers ook zelf om functiemenging. • Het feit dat bedrijvigheid zich steeds beter laat verdragen met wonen door de aard van werkzaamheden. We noemen in het Koersdocument al dat ‘kennis’ de belangrijkste productiefactor is geworden. Dat vergt veel menselijk contact en digitale faciliteiten, maar steeds minder machines of grootschalige productie.
7. Wat is en wordt de bijdrage van de gemeente Waddinxveen aan de Bouwacademie?
7. De gemeente Waddinxveen heeft de bouw van de Bouwacademie gefaciliteerd door het ruimtelijk mogelijk te maken en betrekt de Bouwacademie in de uitvoering van het Economisch Koersdocument en uitvoering van het speerpunt sterke maakindustrie van de regionale Economische Visie. Voor de uitvoering van de regionale Economische Visie wordt een MKB-Deal gesloten met de provincie. Binnen deze MKB-Deal wordt een subsidieaanvraag gedaan. Met deze subsidie wordt o.a. uitvoering gegeven aan een deelproject met de Bouwacademie. Dit project richt zich op het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn in de bouw.
8. Valt de toekomst van de Dort Kroonweg ook niet onder dit economische koersdocument en zo nee waarom niet (blz. 13)?
8. Dit is een aparte ruimtelijke opgave die momenteel onderzocht wordt en onder het vervolg van het werkboek glastuinbouw Oostland valt.
9. Op Blz. 14 staat een opmerking over leegkomende winkelpanden buiten de kernwinkelgebieden. Om welke winkelgebieden gaat het? Er is momenteel toch weinig leegstand? En is de op blz. 14 beschreven situatie in overeenstemming met de huidige detailhandelstructuurvisie?
9. Het gaat dan om winkelgebieden buiten de bestaande hoofdwinkelstructuur zoals beschreven staat in de detailhandelsstructuurvisie Waddinxveen 2019-2030, dit zijn de Luifelbaan, Ieplaan en Dorpsstraat. In deze winkelgebieden is op dit moment weinig leegstand. Alles wat in het Economisch Koersdocument beschreven staat is in lijn met de geldende detailhandelsstructuurvisie 2019-2030, waarin staat beschreven dat ook met vastgoedeigenaren van leegstaande winkels buiten de bestaande hoofdwinkelstructuur in gesprek wordt gegaan over mogelijk toekomstige nieuwe functies. Juist om de levendigheid te behouden in een wijk zoals ook pagina 16 van de detailhandelsstructuurvisie staat beschreven is het belangrijk om ook andere functies mogelijk te maken.
10. Waar en hoe wordt er voldoende huisvesting geregeld voor arbeidsmigranten (blz. 21)? Is het toegezegde (regionale/provinciale) geactualiseerde beleidsplan arbeidsmigranten er al of wanneer wordt dit verwacht?
10. Dit is geen onderdeel van het economisch koersdocument. Er wordt gewerkt aan beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het regionale arbeidsmigrantenbeleid is voorlopig gepland om in april 2022 klaar te zijn.
11. Wanneer is het actieplan circulaire economie Waddinxveen gereed en wanneer wordt dit plan in de gemeenteraad besproken (blz. 25)?
11. In het kader van de actualisatie van de duurzaamheidsvisie wordt een strategie circulaire economie ontwikkeld. Deze strategie kan (mede als onderdeel van het uitvoeringsprogramma Economisch Koersdocument) worden door vertaald naar een actieplan.
12. Wanneer wordt het voorstel voor de doorontwikkeling van het Ondernemersfonds 2.0 in de gemeenteraad besproken?
12. Dit zal naar verwachting na de zomer zijn.
13. Hoeveel geld komt er naar verwachting jaarlijks in het nieuwe Ondernemersfonds? En wat wordt de structurele bijdrage van de gemeente hierin?
13. Dat moet blijken uit het herontwikkelingsplan. De structurele bijdrage van de gemeente aan het Ondernemersfonds stopt per 2023.
14. En hierbij het verzoek om de jaarlijkse evaluatie van het nieuwe Ondernemersfonds ter informatie aan de gemeenteraad te sturen.
14. Deze vraag zal aan het ondernemersfonds gesteld moeten worden. Als er namelijk vanaf het nieuwe Ondernemersfonds 2.0 geen financiële bijdrage is van de gemeente, dan is er geen subsidierelatie meer tussen de gemeente en het fonds. Het is dan aan het fonds om te bepalen op welke manier ze evalueren en met wie ze dit delen.
Agendapunt 9.: RV.RB Vaststellen Programma van Eisen en grondexploitatie de Dreef Partij: PCW
Vraag (kort en bondig) 1a. Het voorliggende plan past qua woningtype verdeling keurig in de Woonvisie. Maar zijn dit wel de woningen waar nu en in de toekomst de meeste behoefte aan is in Waddinxveen? Als gekeken wordt naar het Dashboard Woningbehoeften Waddinxveen (DWW) wat zou dan de optimale mix van woningen zijn voor dit gebied? En zorgt deze optimale mix voor een positieve Grex? Of hoe krijg je dit gepast in een positieve Grex?
Antwoord 1a Het voorliggende plan is gebaseerd op uitgangspunten conform het vastgestelde beleid en het Rapport Woningbehoefteverkenning Zuid Holland. De Woonvisie is opgesteld op basis van diverse woningbehoefteanalyses. Om die reden wordt ervanuit gegaan dat de woningtypeverdeling zoals voorgesteld voor de Dreef in de woningbehoefte voor Waddinxveen voorziet. Er is niet bekend wat wordt bedoeld met het Dashboard Woningbehoeften Waddinxveen. Als hier het Dashboard Wonen mee wordt bedoeld, kan worden aangegeven dat het Dashboard Wonen gebaseerd is op de Woonvisie.
1b. Kunnen er op basis van de DWW extra varianten worden uitgerekend: bijv. meer woningen en meer goedkope koopwoningen of meer goedkope koopwoningen (starters) en geen dure koopwoningen?
1b Voor nu is er gekozen voor een viertal woningtypes. Deze categorieën zijn bewust nog niet verder gespecificeerd en fungeren als bandbreedte waarbinnen de diverse woningtypen verder worden uitgewerkt. Hiermee bouwen we flexibiliteit in en kunnen we inspelen op de meest actuele marktvraag. Deze verdere uitwerking zal plaatsvinden nadat de grondexploitatie is vastgesteld.
1c. Hoe houd je de koopappartementen in het plan betaalbaar bij aankoop en verkoop? Hoe kan de gemeente een aantal extra eisen stellen hiervoor? Bijvoorbeeld een zelfbewoningsplicht en een antispeculatiebeding?
1c Deze vraag zal in het vervolgtraject aan de orde komen.
2. Hoeveel duurder worden de woningen (% en bedragen) door de eisen m.b.t. circulariteit?
2 Uitgangspunt is dat de woningen niet duurder worden. De bouwkosten worden wel duurder en dat heeft invloed op de grondwaarde. Dit effect op de grondwaarde is meegenomen in de berekeningen van de grondexploitatie.
VVD
3. Aan welke doelgroepen wordt gedacht m.b.t. het lokale zorginitiatief / 1000 m2 maatschappelijke voorzieningen met als beoogde functie zorg en hoe en door wie wordt bepaald welke groep(en) hiervoor in aanmerking komen?
3 Er wordt een lijst met lokale woonzorginitiatieven voor Waddinxveen bijgehouden. In de verdere uitwerking van de plannen zal worden bepaald welk woonzorginitiatief het beste past bij de Dreef. Het college zal hier het voortouw in nemen.
4. Is er ook ruimte voor gezamenlijke (volks)tuintjes (n.a.v. de opmerkingen over circulaire openbare ruimte).
4 In het plan is genoeg openbare ruimte. Volkstuinen is een voorbeeld van circulariteit en daarom wordt in het vervolgtraject (bij het maken van het ontwerp) onderzocht of dit haalbaar is voor de Dreef.
5. Hoe worden de huidige (en toekomstige) gebruikers van het gemaal betrokken bij de nieuwe bedoelde functies van het gemaal (blz. 13; 5.3)?
5 Wij gaan met de huidige gebruikers van het Gemaal in gesprek over de toekomst van de Dreef en het Gemaal.
6. Kunnen de heipalen die in de grond blijven (van de Coenecoop school en de sporthal) nog worden gebruikt voor de nieuwe woningen? Dit zou pas echt Circulair zijn.
6 Dit is een goede suggestie en er zal in het vervolgtraject worden onderzocht of dit haalbaar is.
7. Er wordt een lagere parkeernormering gehanteerd. Dit klink ambitieus, maar de vraag is wat de toekomstige bewoners hiervan vinden en kunnen zij hier wel mee omgaan? Hoe kan de gemeente dit voor iedere gebruiker van de parkeerplaatsen goed organiseren?
7 Wanneer een blauwe zone gerealiseerd is valt de locatie onder “schil centrum” hierdoor kan er dus worden afgeweken van het bestaande parkeerbeleid. In het plan is het doel om (in aansluiting op de circulaire ambities) het persoonlijk autogebruik te verminderen. Dit kan op meerdere manieren worden georganiseerd en wordt in het vervolgtraject uitgewerkt.
Opmerking Voortaan graag paginanummering overal toepassen, ook in het raadsvoorstel. Algemene vragen 1. Is er geen bestemmingsplanwijziging nodig?
1 Ja er is een bestemmingsplanwijziging nodig.
2. De woondichtheid komt neer op ca. 50 woningen per hectare. Hoe groot is de woondichtheid in de wijken Zuidplas 80, Zuidplas 90 en Triangel?
2 De woningdichtheid van Triangel is 35 woningen per hectare. De woningdichtheid van Zuidplas 80 en Zuidplas 90 is niet bekend.
3. Is de nieuwe Omgevingswet van toepassing op dit gebied zodra er gebouwd wordt?
3 Ja.
RV.RB Programma van Eisen en grondexploitatie de Dreef 4. ‘pagina 4’: blauwe parkeerzone en lage parkeernormering. Normaal gesproken wordt ca. 1,6 parkeerplaats per woning als norm gehanteerd. 1,0 tot 1,5 parkeerplaats per woning is erg weinig! Dit betekent dat er veel buiten dit gebied geparkeerd gaat worden. De vragen zijn: a. Hoe hoog kan de parkeernorm worden als het resultaat van de
RV.RB Programma van Eisen en grondexploitatie de Dreef
4a Zoals in het programma en eisen en het raadsvoorstel te lezen is, is
grondexploitatie € 0,- zou zijn? M.a.w. zijn er extra parkeerplaatsen te realiseren?
er ruimte gereserveerd om het groen om te zetten naar parkeerplaatsen (indien de parkeerdruk te hoog blijkt te zijn, na realisatie). In de grondexploitatie is rekening gehouden met ruimte voor deze extra parkeerplaatsen.
b. Hoeveel auto’s zullen er gemiddeld buiten dit gebied geparkeerd gaan worden? En waar denkt de gemeente dat er geparkeerd wordt?
4b Uitgangspunt is dat er geen auto’s buiten het gebied parkeren.
c. Het risico bestaat dat de parkeerdruk bij o.a. de Schielandweg en de Jan Dorrekenskade-Oost enorm toeneemt. Kan de blauwe parkeerzone daarom uitgebreid worden in een straal rondom het gebied de Dreef?
4c Dit is mogelijk en zal in het vervolgtraject worden onderzocht wat meest efficiënte blauwe parkeerzone is rondom de Dreef en het centrum.
5. ‘pagina 4’: Het resultaat van de grondexploitatie is positief. Aan welke knoppen kunnen gedraaid worden om het resultaat te beïnvloeden? En hoeveel woningen kunnen er minimaal gerealiseerd worden met een resultaat van € 0,-?
5 Er zijn veel knoppen waaraan gedraaid kan worden (o.a. aantal woningen, type woningen, kwaliteit van de buitenruimte, circulariteit). Er is voor nu bewust gekozen voor een positief resultaat om eventuele tegenvallers in de verdere uitwerking op te kunnen vangen. Zeker omdat er nu is gerekend met een normatief programma en de stedenbouwkundige invulling en andere onderzoeken nog moeten plaatsvinden. Een uitspraak doen over hoeveel woningen er minder gerealiseerd kunnen worden bij een neutraal resultaat is afhankelijk van meerdere factoren en is daarom niet zomaar aan te geven.
6. Raadsbesluit 2 e. ‘Voor elk huishouden een boom’: kunnen bestaande bomen rondom het Gemaal en de twee huurhuizen blijven staan? Ook als de twee huurhuizen op termijn verdwijnen?
6 Uitgangspunt vanuit de Gebiedsvisie is om zoveel mogelijk groen te behouden. Nader onderzoek naar de gezondheid van de bomen zal uitwijzen of dit mogelijk is. Verder heeft het Coenecoop College een deel van het perceel (waar ook de twee huurhuizen staan) nodig voor de nieuwbouw van de school.
Programma van Eisen de Dreef_1 7. Pagina 13, paragraaf 5.3: is er overleg gevoerd en overeenstemming bereikt met de huidige gebruikers van het Gemaal dat er meer verschillende gebruikers komen?
Programma van Eisen de Dreef_1 7. Uitgangspunt is dat het Gemaal een plek wordt voor ontmoeting voor de verschillende gebruikers. Hoe dit wordt ingevuld zal in het vervolgtraject (ontwerpfase) verder worden uitgewerkt. We voeren daarbij gesprekken met de huidige gebruikers van het Gemaal.
8. Pagina’s 16 en 17: Hoofdstuk 7. Verkeer en parkeren: zie ook vraag 4. a. Dit hoofdstuk is zeer summier: is de verkeerssituatie doorgerekend? Is er een verkeerscirculatieplan?
b.
Hoe denkt het college het autogebruik te gaan ontmoedigen?
8a. Dit is een vraag voor het ontwerptraject (de vervolgfase). Het programma van eisen geeft alleen de kaders mee waar het ontwerp verder kan worden uitgewerkt. 8b. Dit is een vraag voor het ontwerptraject (de vervolgfase). Het programma van eisen geeft alleen de kaders mee waar het ontwerp verder kan worden uitgewerkt.
c. Hoe wordt het verkeer ontsloten? Op welke plaatsen rijdt het verkeer in en uit?
8c. Dit is vastgelegd in de vastgestelde Gebiedsvisie. Het verkeer wordt ontsloten via de shared space (aan de kant van het spoor).
d.
8d. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de shared space onveilig wordt.
Is Shared Space in de nieuwe situatie nog veilig?
e. Kan het parkeerbeleid uit 2014 worden aangescherpt met beleid over blauwe parkeerzone?
WeWa
f. Stel dat het Gouweplein vol raakt met huurders van winkelpanden en kopers/huurders van woningen, hoe staat het dan met de bezettingsgraad van de parkeergarage?
8e. Dit is geen technische vraag over het voorliggende raadsvoorstel. Voorstel om deze vragen, indien gewenst, los van dit onderwerp in de te dienen. 8f. Dit is geen technische vraag over het voorliggende raadsvoorstel. Voorstel om deze vragen, indien gewenst, los van dit onderwerp in te dienen.
Notitie grondexploitatie de Dreef 9. Pagina 5 van 13: Zijn alle gronden al van de gemeente? Inbrengwaarde gronden € 0,-?
Notitie grondexploitatie de Dreef 9 De gemeente is eigenaar van alle gronden. De inbrengwaarde is inderdaad € 0,-.
10. Pagina 8 van 13: Moet er geen waterberging in dit gebied worden gerealiseerd volgens de eisen van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard?
10. Dit is een vraag voor het ontwerptraject (de vervolgfase).
11. Pagina 8 van 13: Er staat dat voor de nieuwe situatie met 7.265 m2 gerekend is voor parkeerplaatsen. Ruime parkeerplaatsen zijn 5m x 2,5m = 12,5m2. Dit betekent dat er ca. 7.265m2 / 12,5m2 = 581 parkeerplaatsen komen. 581 parkeerplaatsen / 175 woningen = 3,3 parkeernorm in plaats van 1,0 tot 1,5. Klopt deze redenering? Blz. 12 5.1 wat is het doel van de plaatneming van het Coenecoop College in de klankbordgroep?
11. 12,5 m2 per parkeerplaats is het netto aantal m2. Er moet ook een weg worden aangelegd om naar deze parkeerplaatsen te komen. Deze meters zijn ook opgenomen in de 7.265 m2, waardoor deze redenatie niet klopt.
-
Het Coenecoop College is een belangrijke gebruiker in het gebied en het is daarom goed om hen aan de voorkant te betrekken bij de planvorming.
Blz. 13 5.3 is er overleg met stichting Jongerenwerker ‘t Gemaal?
-
Ja, er is overleg met de gebruikers van het Gemaal.
Blz 17 7.2 wat is de intentie met handhaving in de geplande blauwe zone?
-
Dit is een vraag voor het vervolgtraject.
-
Dit is geen technische vraag over het voorliggende raadsvoorstel. Voorstel om deze vraag, indien gewenst, los van dit onderwerp in te dienen.
Algemeen: Is er een overzicht van de woonbehoefte in Waddinxveen, niet naar inkomen, maar naar doelgroep/personen. Hoe groot is de wachtrij voor sociale huur bij Woonpartners en wat is de
samenstelling daarvan qua leeftijdsopbouw, samenstelling etc. .?