Format Technische vragen Commissie R + I 13 jan 2021
Tekst van het document
Format Technische vragen Commissie R + I 13 januari 2021 gemeente Waddinxveen
Agendapunten: Agendapunt 5.: Notitie samen meten aan luchtkwaliteit in Waddinxveen Partij: CDA
Vraag (kort en bondig) Zijn de actiegroep tegen BMC (onder leiding van Sandra Plantinga) en platform Duurzaam Waddinxveen betrokken geweest bij de inrichting / positionering van de meetlocaties. Zijn de meetlocaties worstcase in het beheergebied geplaatst daar waar op basis van (bedrijfs)activiteiten (al dan niet diffuse puntbron) verhoogde concentraties te verwachten zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord De meetlocaties zijn bepaald in samenspraak met de werkgroep Waddgroen (de werkgroep voortkomend uit platform Duurzaam Waddinxveen). De voorzitter van Waddgroen, Ton Vreeburg, is medetrekker van dit meetproject. In de krant is een oproep geplaatst waarnaar inwoners hun huis/tuin beschikbaar konden stellen als meetlocatie. Op basis van de aanmeldingen is samen met Waddgroen een eerlijke verdeling gemaakt over Waddinxveen. Voor de keuze van locaties waren we wel afhankelijk van de aanmeldingen van inwoners. Waar mogelijk is er geprobeerd om meetkits op te hangen op plekken waar hogere concentraties werden verwacht en op plekken waar klachten van inwoners waren over de luchtkwaliteit. Daarnaast werd er door inwoners aangegeven dat zij graag een 0-meting te wilden doen voor de komst van de Vredenburghlaan en biomassacentrales. Hiervoor zijn de locaties aan de Plasweg en Sterrenlaan gekozen.
Er wordt gerekend met gemiddelde waarden. In de notitie wordt aangegeven dat de pieken vergelijkbaar zijn met de landelijke metingen en daarom te relateren zijn aan verontreinigde stoffen uit het buitenland. De branden met grote impact van 10 augustus 2019 (compostbrand Wagro) en 2 juli 2020 (compostbrand Bergschenhoek), diverse autobranden Q1
De brand bij Wagro was niet in de metingen terug te zien. Hierover heeft de ODMH destijds ook vragen gekregen van de inwoners die meedoen aan het meetproject. De ODMH heeft vervolgens een kaart gemaakt met daarop een overzicht van
2020 en lokale gebouwenbranden vanaf juli 2019 moeten zonder meer tot lokaal afwijkende waarden hebben geleid. Dit blijkt niet uit de notitie, hoe zit dat?
de rookpluim van waargenomen rook. In het gebied zaten helaas geen van onze meetstations dus vandaar dat dit niet in de resultaten was terug te zien. Aan de deelnemende inwoners wordt gevraagd om afwijkende waarden te melden zodat er gekeken kan worden naar een verklaring. Afwijkende waarden kunnen komen door bijvoorbeeld vocht, houtstook in de directe omgeving of de branden zoals aangegeven. Naar de overige genoemde branden is niet specifiek gekeken.
Agendapunt 7.: Bestemmingsplan Noordeinde 130 Partij: VVD
Vraag (kort en bondig) Zijn er geen zienswijzen op dit bestemmingsplan ingediend? Het ontbreekt immers aan een nota van beantwoording zienswijzen
Antwoord Er zijn geen zienswijzen ingediend.
Agendapunt 8.: addendum welstandsnota Triangel Partij: PCW
Vraag (kort en bondig) 1. Welke randvoorwaarden worden gehanteerd, bij het opstellen van de criteria voor de beeldkwaliteit van het deelgebied Parkrijk, voor het betaalbaar houden van de woningen?
Antwoord De koopsom van een woning wordt vooral bepaald door marktomstandigheden, woninggrootte, locatie, ligging en oriëntatie. De beeldkwaliteit speelt hier wel een rol in, maar is niet maatgevend. Elke ontwikkelaar ontwikkelt op basis van de zojuist genoemde factoren het woonprodukt en vervolgens wordt dit aan het beeldkwaliteitsplan getoetst.
2. Waarom worden er nog schoorstenen opgenomen in het beeldkwaliteitsplan? Dit deelgebied zal toch gasloos worden gebouwd?
Elementen gebruikt in de Engelse landhuisstijl zijn de schoorsteen, rijk gedetailleerde gevels, erkers, veranda’s en soms een serre. De verbinding van het huis met de tuin en het openbare groen is belangrijk in de Engelse Landhuisarchitectuur. Parkrijk onderscheidt zich binnen Park Triangel,
door het gebruik van dit grote scala aan architectonische elementen, welke verwijzen naar de Engelse Landhuisarchitectuur. 3. In de notitie worden zonneceldakpannen genoemd. Zijn deze zonneceldakpannen al voldoende uitontwikkeld? Wat zijn mogelijke alternatieven?
In het Addendum worden meer mogelijkheden gegeven dat alleen zonneceldaken. Ook de reguliere PV panelen mogen worden toegepast. In het Addendum worden de ontwikkelaars uitgedaagd om innovatie toe te passen. Welke keuze er gemaakt wordt is aan de risicodragende ontwikkelaars.
4. Hoe kunnen er in het beeldkwaliteitsplan ook criteria worden opgenomen voor de tuinen en niet alleen voor de erfafscheidingen? Dit gezien de wens van de gemeente om meer groen in de tuinen te krijgen vanwege de klimaatproblematiek?
Dit is niet te regelen in een addendum op de welstandsnota. Daarnaast is het vergroenen of verharden van een tuin niet vergunningsplichtig en kan hierop niet gestuurd worden. Deze vraag (inclusief antwoord) hoort bij Bestemmingsplan Noordeinde 130.
In de kleiige toplaag bevat zwakke tot uiterste bijmenging van baksteen. De venige ondergrond bevat geen bijmenging. Het is aannemelijk dat de kleiige toplaag antropogeen van herkomst is. Boring 2 suggereert mogelijk een antropogene puinlaag in de bodem. Paragraaf 2 geeft aan dat er door de jaren heen allerlei bouwactiviteiten hebben plaatsgevonden, waarbij mogelijk asbesthoudend materiaal is bewerkt en/of toegepast. Dit zijn allen aanwijzingen voor een asbestverdenking. Er is geen asbestonderzoek uitgevoerd, behalve een visuele beoordeling van de opgeboorde grond. Argumentatie waarom locatie niet asbestverdacht is, ontbreken zowel in het rapport als de beoordeling van ODMH. Waarom is er geen asbestonderzoek uitgevoerd?
Baksteen(resten) worden niet als asbestverdacht gezien. In de NEN 5725 bijlage A staat hier het volgende over: In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. (historisch puin betreft puin van voor 1945.)
CDA
Daarnaast is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal op en/of in de bodem waargenomen. Een gecertificeerde veldwerker zal hier altijd goed op letten en hij heeft hier onderricht in gehad om asbestverdacht materiaal te herkennen. Het feit dat baksteen niet als asbesthoudend materiaal wordt gekwalificeerd in combinatie met de zintuiglijke waarneming heeft ertoe geleid dat er geen asbestonderzoek uitgevoerd is. Dit is een gebruikelijke werkwijze.