Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2023 (met koppen) GEREED met aanpassingen n.a.v. Auditcommissie d.d. 23-5-2023
Tekst van het document
Wel is het groot onderhoud als gevolg van door de raad vastgestelde beheerplannen toegevoegd. Lid 5. In de jaarrekening wordt voor de door de raad vastgestelde kredieten voor investeringen en groot onderhoud inzicht gegeven in de uitputting en het voldoende zijn van deze kredieten voor de (verdere) realisatie. In overeenstemming met artikel 3, lid 2, modelverordening 2022. Wel zijn de kredieten groot onderhoud als gevolg van de beheerplannen toegevoegd. Dit is in overeenstemming met de bestaande inrichting van de jaarrekening. Lid 6. In de begroting en jaarrekening wordt een overzicht van alle incidentele lasten en baten per programma opgenomen. Geregeld moet worden vanaf welk grensbedrag deze incidentele lasten en baten worden gespecificeerd en toegelicht. Bij het bedrag van € 50.000,- is een aansluiting gezocht bij artikel 6, lid 3, van de voorliggende verordening. In overeenstemming met artikel 3, lid 3, modelverordening 2022.
Artikel 4. Kaders begroting In dit artikel zijn bepalingen opgenomen voor het opstellen van de begroting en de meerjarenraming. Hierin staat een aantal uitgangspunten die het college bij het opstellen van deze stukken in acht moeten nemen. Dit in aanvulling op de artikelen 189 en 193 Gemeentewet en het BBV. Lid 1. De raad stelt voorafgaand aan het opstellen van de begroting en meerjarenraming een kaderbrief vast, waarin de hoofdlijnen voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor de komende jaren zijn vastgelegd. De kaders geven richting aan het college voor het opstellen van de begroting en de meerjarenraming. In een jaar met gemeenteraadsverkiezingen kan hiervan worden afgeweken. In overeenstemming met artikel 4, lid 1, modelverordening 2022 met de toevoeging van de mogelijkheid om in een jaar met gemeenteraadsverkiezingen af te wijken. Lid 2. In aanvulling op artikel 8, eerste lid, onder e, BBV is in dit lid bepaald dat in de begroting een bedrag voor onvoorzien wordt opgenomen. De hoogte van het bedrag wordt vastgesteld door de raad. Het gaat hierbij om uitgaven die bij het samenstellen van de begroting niet waren te voorzien en op het moment dat ze zich voordoen, onuitstelbaar en onontkoombaar zijn. In overeenstemming met artikel 4, lid 2, modelverordening 2022. 21
Artikel 5. Autorisatie begroting en kredieten Volgens artikel 189 Gemeentewet is het budgetrecht van de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen voor taken en activiteiten in de begroting beschikbaar worden gesteld. Tijdens het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen voor het wijzigen van de begroting. Het college kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor in de begroting zijn opgenomen. Lid 1. De raad kan kiezen op welk niveau budgetten beschikbaar worden gesteld. Volgens bestaand beleid zijn dit in onze gemeente van de begroting de totale lasten en baten, per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en het overzicht overhead. Dit is in overeenstemming met de voorgaande verordening 2017. In overeenstemming met artikel 5, lid 1, modelverordening 2022, met de toevoeging dat het eerste jaar van de begroting door de raad wordt vastgesteld. Artikel 5, lid 2, modelverordening 2022 is niet overgenomen. Is facultatief. Lid 2. Om het bedrag voor onvoorzien in de begroting te kunnen gebruiken voor onuitstelbare en onontkoombare uitgaven heeft het college een mandaat nodig van de raad. Dit is in overeenstemming met artikel 5, lid 2, voorgaande verordening 2017, inclusief het grensbedrag. Toegevoegd is de verwijzing naar artikel 4, lid 2, in de voorliggende verordening.
Toegevoegd ten opzichte van de modelverordening 2022. Lid 3. Dit is in overeenstemming met de artikel 5, lid 3, voorgaande verordening 2017. Toegevoegd ten opzichte van de modelverordening 2022. Lid 4. Met de vaststelling van de begroting worden ook uitgaven voor investeringen door de raad geautoriseerd. De raad kan bij de begrotingsbehandeling aangeven, welke investeringskredieten op een later tijdstip worden geautoriseerd. Zo kan de raad bijvoorbeeld de autorisatie van een politiek belangrijke investering combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant van het investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft wel in de begroting staan, maar de raad autoriseert de bijbehorende uitgaven nog niet. Het college is dan nog niet bevoegd verplichtingen voor de investering aan te gaan. In overeenstemming met artikel 5, lid 3, modelverordening 2022. Lid 5. Het college moet dreigende overschrijdingen van geautoriseerde lasten, investerings- en groot onderhoudskredieten en dreigende onderschrijdingen van geautoriseerde baten bij het bekend worden aan de raad te melden. Dit is een actieve informatieplicht voor het college. In overeenstemming met artikel 5, lid 4, modelverordening 2022 en artikel 5, lid 4, voorgaande verordening 2017. Hierbij is de laatste zin niet meer overgenomen. Er moet altijd een voorstel aan de raad komen.
Dit bij voorkeur in de tussentijdse rapportages (Burap). Hierbij speelt onder andere het begrotingscriterium in artikel 11 in de voorliggende verordening een belangrijke rol. Lid 6. Voor de autorisatie door de raad van de noodzakelijke begrotingswijzigingen en bijstellingen van beleid is er voor gekozen deze mee te nemen bij de behandeling van de tussentijdse rapportages. Bij investeringen en groot onderhoud met een meerjarig karakter, waaronder ook grondexploitaties, vindt ook bij elke begroting een actualisatie van de ramingen plaats en doet het college aan de raad voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde kredieten. In overeenstemming met artikel 5, lid 5, modelverordening 2022. Lid 7. Tijdens het begrotingsjaar ontstaan nieuwe of gewijzigde investeringsvoornemens, die bij het opstellen van de begroting niet waren voorzien. Dit lid regelt de autorisatie van de investeringskredieten die niet bij de vaststelling van de begroting bekend waren. 22
In overeenstemming met artikel 5, lid 6, modelverordening 2022 met de opmerking dat in onze gemeente wordt uitgegaan van integrale financiering. Daarom worden de gevolgen voor de schuldpositie van de gemeente en de rentelasten meegenomen in de eerstvolgende tussentijdse rapportage of begroting. De laatste zin uit de modelverordening 2022 is daarom niet meer overgenomen Artikel 5, lid 7, modelverordening 2022 is niet overgenomen. Is facultatief. Lid 8. Heeft betrekking op hoe het college kan handelen bij calamiteiten, zoals corona of opvang van vluchtelingen, en de actieve informatieplicht hierover aan de raad. Dit is een bevestiging van een reeds bestaande aanpak. Toegevoegd ten opzichte van de modelverordening 2022. Lid 9. Dit mandaat aan het college om strategische grondaankopen te doen is toegevoegd op basis van de besluitvorming in de raadsvergadering van 23 februari 2022, agendapunt 12. Toegevoegd ten opzichte van de modelverordening 2022.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage (Burap) De tussentijdse rapportages zijn een belangrijk onderdeel van de planning- en control cyclus voor de raad. Op basis van tussentijdse rapportages wordt de raad geïnformeerd over de uitputting van budgetten en kredieten en de voortgang van de uitvoering van het beleid. Lid 1. Volgens bestaand beleid zijn er twee tussentijdse rapportages. De eerste rapportage wordt integraal meegenomen in de begroting en de meerjarenraming voor het volgende jaar. De planning voor de raad in september en december is bestaand beleid. Dit heeft te maken met de spreiding van de belasting op de ambtelijke organisatie met betrekking tot de samenstelling van de documenten van de planning- en control cyclus (kaderbrief, begroting, tussentijdse rapportages en jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening)). In overeenstemming met artikel 6, lid 1, modelverordening 2022. Het aantal rapportages en de planning voor de raad is aan een gemeente zelf. Lid 2. Geeft bepalingen over de minimale inhoud van de tussentijdse rapportages, waarbij de grondexploitaties onderdeel uitmaken van de lasten en baten en de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma. Nagenoeg in overeenstemming met artikel 6, lid 2, modelverordening 2022. Lid 2, onderdeel g, modelverordening 2022 is aangepast. Lid 3, 4 en 5.
Hierin wordt bepaald welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het college in de tussentijdse rapportages moet toelichten. Dit is een verdere uitwerking van artikel 6, lid 3, modelverordening 2022.
Artikel 7. Criteria voor overheveling incidentele budgetten en kredieten Dit artikel is specifiek voor onze gemeente en komt in de modelverordening 2022 voor onder artikel 7, lid 2. Het artikel in voorliggende verordening is artikel 7 uit voorgaande verordening 2017. Hiermee kan het college aan de raad een voorstel doen voor de overheveling van incidentele budgetten en kredieten naar een volgend begrotingsjaar. Lid 1. Is nagenoeg in overeenstemming met artikel 7, lid 1, voorgaande verordening 2017, maar aangepast aan de bestaande wijze van uitvoering. Lid 2. Ten opzichte van artikel 7, lid 2, voorgaande verordening is een grensbedrag opgenomen voor de toelichting op een over te hevelen budget. Dit sluit aan op het grensbedrag in de eerste regel van artikel 6, lid 3, van de voorliggende verordening. Bij de jaarstukken kunnen geen incidentele budgetten meer worden overgeheveld. Daarom is dit vervallen ten opzichte van de voorgaande verordening 2017. 23
Lid 3. Van artikel 7, lid 3, voorgaande verordening 2017 is onderdeel b komen te vervallen. Bij de overheveling van incidentele budgetten kunnen namelijk bijbehorende onttrekkingen aan reserves van toepassing zijn. Lid 4. Dit is nieuw en gericht op het voorkomen van een ‘boeggolf’ aan nog niet in uitvoering genomen investerings- en groot onderhoudskredieten, die mogelijk niet gaan worden uitgegeven. Hiermee wordt onnodig beslag op de begroting, meerjarenraming, investeringsplanning en (onderhouds)voorzieningen tegen gegaan.
Artikel 8. EMU-saldo Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze een aandeel hebben in het plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten overschreden, dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die gevolgen heeft voor gemeenten. Maar het kan ook zijn, dat de overschrijding niet tot aanvullend beleid en actie van het Rijk of Europa leidt. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten noodzakelijk is. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan de gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting naar beneden bijstellen om de bijdrage aan de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. Het college informeert de raad als de gemeente van het rijk een bericht heeft ontvangen dat het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten dreigt te worden overschreden. Als daarop actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Tot op heden heeft voorgaand zich niet voorgedaan. In overeenstemming met artikel 9 modelverordening 2022.
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Bij de verantwoording over rechtmatigheid in de jaarrekening wordt gekeken naar negen criteria. Het college legt verantwoording af over alle negen criteria in de jaarrekening. Zie Kadernota rechtmatigheid 2023 van de commissie BBV, blz. 9 e.v. voor de criteria en bijbehorende toelichting. Zes criteria zijn geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringcriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium. Ze komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. De overige drie criteria voorwaardencriterium, begrotingscriterium en misbruik en oneigenlijk gebruikcriterium zijn onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Deze zijn daarmee ook onderdeel van de voorliggende verordening. Ook stelt de raad in deze verordening de verantwoordings- en rapportagegrens voor de rechtmatigheidsverantwoording vast.
Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Lid 1. In relatie tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is hierin opgenomen dat de raad vaststelt op welke wijze door middel van onder andere de paragraaf bedrijfsvoering in de begroting en de jaarstukken wordt geïnformeerd over rechtmatigheid. Nagenoeg in overeenstemming met artikel 10, lid 1, modelverordening 2022. Onder andere toegevoegd ten opzichte van de modelverordening 2022. Lid 2. De raad stelt de verantwoordingsgrens vast, waarboven het college afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) in de rechtmatigheidsverantwoording moet rapporteren aan de raad. Deze grens moet tussen 0 en 3% liggen van de werkelijke totale lasten van de gemeente, inclusief de toevoegingen aan de reserves. Dit percentage is gelijk voor fouten en onduidelijkheden. De interne beheersing in de organisatie is in ontwikkeling. Daarom wordt voor 2023 en 2024 uitgegaan van 2%. Vanaf 2025 is dit 1%. 24
In overeenstemming met artikel 10, lid 2, modelverordening 2022. In de modelverordening 2022 is geen voorkeur voor een verantwoordingsgrens opgenomen. Lid 3. Geeft aan boven welk bedrag afzonderlijke fouten en onduidelijkheden in principe moeten worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarrekening. Hierbij is aangesloten bij de rapportagegrens voor de accountant zoals opgenomen in het Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekeningen 2023 en 2024 van de gemeente Waddinxveen. Met nadruk wordt erop gewezen dat dus ook fouten en onduidelijkheden die onder de verantwoordingsgrens liggen van lid 2, maar boven de rapportagegrens in lid 3 worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarrekening. Dit inclusief, indien van toepassing, door het college genomen of nog te nemen beheersmaatregelen om de afwijkingen te voorkomen. In overeenstemming met artikel 10, lid 3, modelverordening 2022. In de modelverordening 2022 is geen voorkeur voor een rapportagegrens opgenomen. De laatste zin over de beheersmaatregelen is toegevoegd ten opzichte van de modelverordening 2022.
Artikel 10. Voorwaardencriterium Lid 1. Geeft de definitie weer van het voorwaardencriterium, de input voor het normenkader in lid 2. In overeenstemming met artikel 11, lid 1, modelverordening 2022. Lid 2. Geeft aan dat jaarlijks het normenkader ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording door de raad moet worden vastgesteld en voor een bepaalde datum aan de raad moet worden aangeboden. In overeenstemming met artikel 11, lid 2, modelverordening 2022.
Artikel 11. Begrotingscriterium Lid 1. Geeft de definitie weer van het begrotingscriterium. In overeenstemming met artikel 12, lid 1, modelverordening 2022. Lid 2 en 3. De lasten en baten moeten zich bewegen binnen de door de raad goedgekeurde en vastgestelde budget- en kredietplafonds. Indien er een overschrijding plaatsvindt is er sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Dit is niet van toepassing op de overschrijding van de jaarschijf van een krediet, die blijft binnen het totaal bedrag van het krediet. In overeenstemming met artikel 12, lid 2 en 3, modelverordening 2022. Lid 4. Volgens de Kadernota rechtmatigheid 2023, blz. 35, van de commissie BBV is het uitgangspunt dat iedere afwijking van de begroting onrechtmatig is. In dit lid worden onder a, b en c de situaties opgesomd waarin deze onrechtmatigheden voor de raad acceptabel zijn. Hierbij is een aansluiting gezocht bij de tabel zoals opgenomen in de Kadernota rechtmatigheid 2018 van de commissie BBV, blz. 22 en 23. Uitgangspunt is artikel 12, lid 4, modelverordening 2022, waarbij onderdeel c in overeenstemming is gebracht met de Kadernota rechtmatigheid 2018 van de commissie BBV, blz. 22 en 23. Ten opzichte van de modelverordening 2022 is toegevoegd dat de afwijkingen in de onderdelen a, b en c verder worden toegelicht in het overzicht van lasten en baten inclusief toelichting in de jaarrekening.
Hierdoor kan de raad vaststellen dat de afwijkingen inderdaad acceptabel zijn. Daarnaast wordt een relatie gelegd naar artikel 9, lid 3, over de verantwoording in de paragraaf bedrijfsvoering in de jaarrekening. Lid 5. Gaat over de verantwoording van begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaand beleid van de raad. Uitgangspunt is artikel 12, lid 5, modelverordening 2022, waarbij is toegevoegd dat de afwijkingen die passen binnen het bestaand beleid van de raad verder worden toegelicht in het overzicht van lasten en baten inclusief toelichting in de jaarrekening. Hierdoor kan de raad vaststellen dat de afwijkingen inderdaad passen binnen het bestaand beleid. Daarnaast wordt een relatie gelegd naar artikel 9, lid 3, over de verantwoording in de paragraaf bedrijfsvoering in de jaarrekening. 25
Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Lid 1. Geeft de definitie weer van het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de gemeente te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, wel overeenstemming is met de bewoordingen van de regelgeving, maar niet met het doel en de strekking daarvan. In overeenstemming met artikel 13, lid 1, modelverordening 2022. Lid 2. Het college wordt door de raad opgedragen om regels op stellen voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Bijvoorbeeld de Notitie Voorkoming van Misbruik en Oneigenlijk (M&O) gebruik Gemeente Waddinxveen 2021, zoals deze door het college op 5 januari 2021 is vastgesteld. Met aanvullingen in overeenstemming met artikel 13, lid 1, modelverordening 2022.
Paragraaf 4. Financieel beleid Artikel 13. Waardering en afschrijving vaste activa In artikel 212, lid 2, onder a, Gemeentewet is opgenomen, dat de voorliggende verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan wordt in dit artikel invulling gegeven. In onze gemeente is de regelgeving waardering en afschrijving vaste activa, waarin onze gemeente eigen keuzes mag maken ten opzichte van het BBV, onderdeel van deze verordening. Er is dus geen aparte Nota waardering en afschrijving vaste activa. De modelverordening 2022 bevat nauwelijks richtlijnen. Daarom wordt in de toelichting op dit artikel een relatie gelegd met de voorgaande verordening 2017). Lid 1. Bevat een toelichting op artikel 13 in deze verordening. Verder verbeterd ten opzichte van artikel 9, lid 1, voorgaande verordening 2017. Lid 2. Niet gewijzigd ten opzichte van artikel 9, lid 2, voorgaande verordening 2017. Lid 3. Niet gewijzigd ten opzichte van artikel 9, lid 3, voorgaande verordening 2017. Lid 4. Niet gewijzigd ten opzichte van artikel 9, lid 4, voorgaande verordening 2017. Lid 5. Niet gewijzigd ten opzichte van artikel 9, lid 5, voorgaande verordening 2017. Lid 6. Hier is sprake van een stelselwijziging voor de lasten van onderzoek en ontwikkeling ten opzichte van artikel 9, lid 6, voorgaande verordening 2017.
Tot en met het begrotingsjaar 2023 worden deze lasten geactiveerd en in 4 jaar afgeschreven. De invloed op de exploitatie wordt hierbij nagenoeg geneutraliseerd door hier afschrijvingsreserves tegenover te zetten die worden gevormd ten laste van de Algemene Bedrijfsreserve Algemene Dienst. Inmiddels zijn er een flink aantal van deze afschrijvingsreserves. Activeren is volgens artikel 60 BBV niet verplicht. Daarom worden vanaf de begroting 2024 – 2027 deze incidentele lasten van onderzoek en ontwikkeling gedekt uit een positief saldo van de begroting en/of een onttrekking aan de Algemene Bedrijfsreserve Algemene Dienst. Dit geeft een aanzienlijke administratieve lastenverlichting. Lid 7. Niet gewijzigd ten opzichte van artikel 9, lid 7, voorgaande verordening 2017. Lid 8. De wijziging in lid 6 van dit artikel werkt door in dit lid. Hierdoor is artikel 9, lid 8, onderdeel a, voorgaande verordening 2017 vervallen. Daarnaast is artikel 9, lid 8c, voorgaande verordening 2017 vervallen, door de opname van artikel 11 in de voorliggende verordening.
26
Lid 9. De wijziging in lid 6 van dit artikel werkt door in dit lid. Hierdoor is de uitzondering in artikel 9, lid 9, laatste zin, voorgaande verordening 2017 vervallen. Lid 10. Verder verbeterd ten opzichte van artikel 9, lid 10, voorgaande verordening 2017. Lid 11. Niet gewijzigd ten opzichte van artikel 9, lid 11, voorgaande verordening 2017. Lid 12. Naar aanleiding van een stellige uitspraak van de commissie BBV in de Notitie materiële vaste activa 2020 is de zin toegevoegd dat een waardevermindering van vaste activa met economisch nut naar de directe opbrengstwaarde moet worden onderbouwd met een onafhankelijke toets. Dit is een aanvulling op artikel 9, lid 12, voorgaande verordening 2017. Lid 13 en 14. Artikel 9, lid 13, voorgaande verordening 2017 is in de voorliggende verordening gesplitst in lid 13 en lid 14 met aanpassingen.
Artikel 14. Reserves en voorzieningen In onze gemeente is de regelgeving reserves en voorzieningen waarin onze gemeente eigen keuzes mag maken ten opzichte van het BBV onderdeel van deze verordening. Er is dus geen aparte ‘Nota reserves en voorzieningen’. In de toelichting wordt aangesloten op de modelverordening 2022 en/of de voorgaande 2017). Lid 1. Bevat een toelichting op artikel 14 in deze verordening. Verder verbeterd ten opzichte van artikel 10, lid 1, voorgaande verordening 2017. Lid 2. Betreft het toevoegen van rente aan reserves en voorzieningen, volgens het bestaand beleid in onze gemeente. Dit lid vervangt artikel 16, lid 1, modelverordening 2022. Lid 3. Betreft het toevoegen van het saldo van een algemene reserve of bestemmingsreserve in een voorstel bij aanwending van deze reserve als dekkingsmiddel in dit voorstel. Toegevoegd vanuit bestaand beleid en ten opzichte van de modelverordening 2022 en voorgaande verordening 2017. Lid 4. Artikel 16, lid 3, modelverordening 2022 is niet overgenomen omdat de tekst beperkt is tot de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen. Ten opzichte van artikel 10, lid 2, voorgaande verordening 2017 is onderdeel d. de maximale looptijd vervallen.
Dit is vervangen door de toevoeging van de regel dat looptijden van de (bestemmings)reserves minimaal jaarlijks worden beoordeeld in het kader van het voorstel van bestemming van het resultaat van de jaarrekening aan de raad. Door deze toevoeging komt artikel 10, lid 3, voorgaande verordening 2017 ook te vervallen. Lid 5. Verder verbeterd ten opzichte van artikel 10, lid 4, voorgaande verordening 2017.
Artikel 15. Kostprijsberekening Artikel 212, lid 2, onderdeel b, Gemeentewet bepaalt dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door de gemeente in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b Gemeentewet en heffingen bedoeld in artikel 15.33 Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt, en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. De overheadkosten moeten apart worden verantwoord. Ze worden bij de gemeente niet doorberekend aan de programma’s en taakvelden. Daarmee is het niet mogelijk om de integrale kostprijzen in de administratie van de baten en lasten op programma’s en taakvelden van de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening in beeld te brengen. De kostprijzen moeten buiten de administratie transparant berekend en vastgelegd. Lid 1. Hier wordt bepaalt dat de kostprijsberekeningen inzichtelijk (extracomptabel) worden vastgelegd en waaruit de kostentoerekening aan de kostprijzen bestaat. Aangepast artikel 17, lid 1, modelverordening 2022. Lid 2. Gebaseerd op de VNG Handreiking kostenonderbouwing lokale heffingen 2016. 27
In overeenstemming met artikel 17, lid 2, modelverordening 2022. Lid 3, 4 en 5. Geeft de mogelijkheid dat de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan verschillende kostendragers, apart onder het taakveld overhead inzichtelijk te maken. Aangepast artikel 17, lid 3 en 5, modelverordening 2022. In overeenstemming met artikel 17, lid 4, modelverordening 2022. Lid 6. De Notitie rente 2017 van de commissie BBV is hiervoor het kader. Aangepast artikel 17, lid 6, modelverordening 2022.
Lid 7. Hier wordt voor de omslagrente voor de kostprijs van verstrekte leningen een afwijkend regel gegeven. De kostprijs wordt dan gebaseerd op de integrale financiering of de rente van de lening die is aangetrokken voor de verstrekte lening. Die rente kan worden verhoogd met een risico-opslag voor de kans dat de (een deel van) de lening niet wordt terugbetaald (debiteurenrisico). Daarnaast moeten voor het bepalen van die kostprijs natuurlijk als directe kosten ook de afsluitkosten e.d. worden meegenomen. Aangepast artikel 17, lid 7, modelverordening 2022.
Artikel 16. Prijzen economische activiteiten Lid 1, 2 en 3. In de Wet Markt en Overheid (waarmee de Mededingingswet is gewijzigd) is opgenomen dat als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden de gemeente deze activiteiten niet mag bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met andere ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat ten minste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten en werken en het verstrekken van leningen en garanties in rekening moet worden gebracht. In overeenstemming met artikel 18, lid 1, 2 en 3, modelverordening 2022. Lid 4. Van voorgaand verbod kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid voor het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een officieel elektronisch publicatieblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. In overeenstemming met artikel 18, lid 4, modelverordening 2022. Lid 5.
Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen en garanties geldt een aantal uitzonderingen (artikel 25h Mededingingswet). In overeenstemming met artikel 18, lid 5, modelverordening 2022.
Artikel 17. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Lid 1. Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten, leges en heffingen is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd volgens artikel 156 Gemeentewet. In overeenstemming met artikel 19, lid 1, modelverordening 2022. Lid 2. De nota met beleidskaders voor de te hanteren prijzen, huren en tarieven voor erfpacht worden door de raad vastgesteld. In overeenstemming met artikel 19, lid 2, modelverordening 2022. Frequentie aangepast van vast naar indien de actualiteit of andere omstandigheden dit vereisen.
28
Lid 3. Als wordt afgeweken van de nota genoemd in lid 2 dan moet het college een voorstel aan de raad doen. In overeenstemming met artikel 19, lid 3, modelverordening 2022.
Artikel 18. Financieringsfunctie Artikel 212, lid 2, onder c, Gemeentewet bevat de bepaling, dat de verordening in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. De voorgaande verordening 2017 gaat hierin verder dan de modelverordening 2022. De voorgaande verordening 2017 is daarmee de basis gebleven voor de voorliggende verordening. Van artikel 14 voorgaande verordening 2017 zijn lid 2 en 3 met regels over respectievelijk de wettelijke kasgeldlimiet en de wettelijke renterisiconorm niet overgenomen. Dit is al in de uitwerking van de Wet fido geregeld. Lid 1. Bevat kaders voor het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen. In overeenstemming met artikel 20, lid 1, modelverordening 2022 maar aangepast in lijn met artikel 14 van de voorgaande verordening 2017. Lid 2. Onze gemeente onderkent het belang van treasury. Dit is een verantwoord en toereikend beheer van de financiële middelen. De bijbehorende activiteiten moeten op een transparant en beheersbare wijze worden ingericht. De raad delegeert de vaststelling van het bijbehorend treasurystatuut aan het college. Dit reeds bestaande beleid is aan de voorliggende verordening toegevoegd Lid 3. Bevat kaders voor het verstrekken van geldleningen en garanties voor de publieke taak of het algemeen belang.
Tevens is hierin de rolverdeling tussen college en raad geregeld. Ten opzichte van de voorgaande verordening 2017 heeft de mogelijkheid voor het verstrekken van geldleningen een plaats gekregen. Lid 4. Het college richt het proces van het verstrekken van geldleningen en garanties uit lid 3 op een transparante en beheersbare wijze in. Het college legt dit vast in een nota. Dit reeds bestaande beleid is aan de voorliggende verordening toegevoegd
Paragraaf 5. Paragrafen begroting en jaarstukken De artikelen 19 tot en met 25 geven aan wat er in de paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid van de begroting en de jaarstukken minimaal moet staan. In deze artikelen over de paragrafen is ervoor gekozen niet de regelgeving van het BBV te herhalen. Volstaan wordt met een verwijzing naar de betreffende artikelen in het BBV. Onze gemeente is verplicht zich hieraan te houden. Daar waar mogelijk is aanvullende regelgeving voor onze gemeente toegevoegd. In deze verordening kan de raad bepalen, dat ook over aanvullende zaken in één of meerdere paragrafen informatie wordt opgenomen. Het artikel 26 duurzaamheid is hiervan het resultaat.
Artikel 19. Lokale heffingen In artikel 10 van het BBV staat welke informatie de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van de raad gedefinieerd. Een deel van de aanvullende informatie dient voor het met de begroting vaststellen van de gehanteerde omslagrente voor de kostprijsberekening van rechten en leges waarmee kosten in rekening worden gebracht. Ook wordt gevraagd de toerekening van de rente en de toerekening van de overheadkosten aan de verschillende rechten en heffingen in beeld te brengen. De commissie BBV beveelt aan om in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken ook een overzicht op te nemen van de te onderscheiden lokale rechten en heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van het recht of de heffing. Dit alles komt tot uitdrukking in artikel 19 van voorliggende verordening aangevuld met de informatie over de kostendekkendheid van de rechten en heffingen, zoals opgenomen in artikel 15 voorgaande verordening 2017. Het artikel 21 modelverordening 2022 is dus grotendeels overgenomen. 29
Artikel 20. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In artikel 11 van het BBV staat welke informatie de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf vastgelegd. Er is opgenomen, dat de raad voor het vormen van een oordeel over het weerstandsvermogen in deze paragraaf ook wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner, de ontwikkeling van het saldo van baten en lasten als aandeel van de inkomsten en over de onbenutte belastingcapaciteit als aandeel van de inkomsten. Met deze aanvulling op de wettelijk verplichte financiële kengetallen komt de set financiële kengetallen overeen met die van www.waarstaatjegemeente.nl. Lid 1 en 2. Zijn gebaseerd op artikel 22, lid 2, modelverordening 2022 en voorgaande toelichting. De begrippen netto schuld per inwoner en onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting in artikel 22, lid 1, modelverordening 2022 zijn opgenomen in Bijlage 3 – Begrippenlijst van de voorliggende verordening. Lid 3. Onze gemeente kent een Nota risicomanagement en weerstandsvermogen. In deze nota wordt onder andere ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, weerstandsvermogen of anderszins en het instrumentarium van beheersmaatregelen.
In de nota wordt ook de gewenste minimale ratio voor de weerstandscapaciteit bepaald. Toegevoegd ten opzichte van de artikel 22 modelverordening 2022. Was al grotendeels opgenomen in artikel 16, lid 2, voorgaande verordening 2017. Lid 4. Bestaand beleid is dat de weerstandsvermogen en risico’s minimaal tweemaal per kalenderjaar in de jaarstukken en de begroting worden geactualiseerd. Toegevoegd ten opzichte van de modelverordening 2022 en de voorgaande verordening 2017.
Artikel 21. Onderhoud kapitaalgoederen In artikel 12 van het BBV staat welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. Kapitaalgoederen maken een groot deel uit van de bezittingen van een gemeente. Kapitaalgoederen zijn groen, water, wegen, kunstwerken, openbare verlichting, riolering en vastgoed (incl. accommodaties). De door de raad vastgestelde onderhoudsniveaus van deze kapitaalgoederen zijn bepalend voor de lasten in de begroting en de jaarstukken. Deze onderhoudsniveaus wordt verder uitgewerkt in de beheerplannen voor de verschillende soorten kapitaalgoederen die door de raad worden vastgesteld en regelmatig geactualiseerd. Lid 1 tot en met 8. Zijn gebaseerd op artikel 23 modelverordening 2022, artikel 18 voorgaande verordening 2017 en voorgaande toelichting. Lid 3 in voorliggende verordening is toegevoegd ten opzichte van de modelverordening 2022
Artikel 22. Financiering In artikel 13 van het BBV staat welke informatie de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In deze paragraaf wordt ingegaan op het rentebeleid op basis van de notities grondexploitaties en rente van de commissie BBV. Het hierbij behorende rentebeleid voor de gemeente Waddinxveen is vastgelegd in de voorliggende verordening. Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie aangevuld met de rente over de reserve bovenwijkse voorzieningen. Een goed beeld met betrekking tot de ontwikkeling van de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte is hierbij noodzakelijk. Dit beeld wordt niet verkregen uit de ontwikkeling van de baten en lasten en het verloop van de financieringspositie zoals opgenomen in de begroting, maar uit inzicht in de ontwikkeling van de uitgaande en inkomende kasstromen in meerjarenperspectief. Dit artikel is gebaseerd op artikel 24 modelverordening 2022, artikel 16 voorgaande verordening 2017 en voorgaande toelichting. 30
Artikel 23. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering is ondersteunend aan het uitvoeren van de primaire processen en taken door onze gemeente. Onder bedrijfsvoering vallen bijvoorbeeld personeelsaangelegenheden, automatisering, informatisering, organisatieontwikkeling, financiën, huisvesting en inkoop en aanbesteding. In artikel 14 van het BBV staat welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. Lid 1. Is gebaseerd op artikel 25 modelverordening 2022 en voorgaande toelichting. Lid 2. Is gebaseerd op artikel 25 modelverordening 2022. In artikel 23 van voorliggende verordening is de aanvullende informatie van het college aan de raad in deze paragraaf vastgelegd. In verband met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording krijgt de paragraaf bedrijfsvoering een grotere rol. De commissie BBV doet hierover een aantal stellige uitspraken, die zijn overgenomen in voorliggende verordening: - Onderdeel f. Het college geeft in de paragraaf bedrijfsvoering, op basis van de door de raad vastgestelde rapportagegrens, een toelichting op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en, indien van toepassing, welke maatregelen zijn of worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Zie ook artikel 9, lid 3, voorliggende verordening. - Onderdeel g.
Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen moeten door het college worden opgenomen en toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. - Onderdeel h. Indien de normen uit de gids proportionaliteit veelvuldig niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn, dan moet het college dit opnemen en toelichten in de paragraaf bedrijfsvoering. De commissie BBV adviseert om afspraken te maken tussen raad en college over de wijze waarop met niet financiële onrechtmatigheden wordt omgegaan. - Onderdeel i. Daarnaast adviseert de commissie BBV om geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt, toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 24. Verbonden partijen De gemeente is verantwoordelijk voor de taken die zij door verbonden partijen laat uitvoeren. Het is daarom van belang de bijdrage van verbonden partijen aan de realisatie van de programma’s en daarmee gepaard gaande risico’s te kunnen beoordelen. In de programma’s in de begroting en jaarstukken is beschreven hoe de verbonden partijen bijdragen of hebben bijgedragen aan de realisatie van de programma’s. Om te kunnen sturen op hoe verbonden partijen bijdragen aan de realisatie van de programma’s is ook de financiële positie van belang. In de paragraaf verbonden partijen wordt per verbonden partij vermeld op welke wijze de gemeente financieel en bestuurlijk is verbonden. Ook wordt opgenomen of er sprake is van risico’s voor de gemeente waarvoor geen maatregelen bij de verbonden partij zijn getroffen, maar die wel van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeente. De door de raad vastgestelde Leidraad sturing en grip op verbonden partijen 2017 schetst de wijze waarop raad, college en ambtelijke organisatie – ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid – zorgen voor sturing en grip. In artikel 15 van het BBV staat welke informatie de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. Lid 1 en 2. Zijn gebaseerd op artikel 26 modelverordening 2022 en voorgaande toelichting.
Lid 2 is toegevoegd ten opzichte van voorgaande verordening 2017.
Artikel 25. Grondbeleid De gemeente is verantwoordelijk voor het grondbeleid. De paragraaf grondbeleid geeft een financieel totaalbeeld van de portefeuille van de grondbedrijfsfunctie. Dit doen we op basis van de meest actuele grondexploitaties actief grondbeleid en beoordelingen van de lopende projecten facilitair grondbeleid. De effecten van deze actualisaties hebben een directe invloed op de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG), de voorzieningen en de weerstandscapaciteit. In artikel 16 van het BBV staat welke informatie de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten.
31
Lid 1 en 2. Zijn gebaseerd op artikel 27, lid 1 en 2, modelverordening 2022, artikel 21, lid 1 en 2, voorgaande verordening 2017 en voorgaande toelichting. In gemeente is de grondprijsmethodiek onderdeel van de Nota grondbeleid. Daarom is artikel 27, lid 3, modelverordening 2022 niet overgenomen. Lid 3. Betreft de waardering van verliesvoorzieningen bij verliesgevende exploitaties actief grondbeleid. Bestaand beleid in onze gemeente is dat deze voorzieningen nominaal worden gewaardeerd en er dus geen rente wordt toegevoegd. Is gebaseerd artikel 27, lid 4, modelverordening 2022. In de voorgaande verordening 2017 was dit niet opgenomen.
Artikel 26. Duurzaamheid De groeiende wereldbevolking, het snel toenemende verbruik van grondstoffen en oorlog stellen ons voor enorme uitdagingen. Deze uitdagingen ontstaan doordat economische groei, verdeling van welvaart en de toenemende druk op onze ecosystemen niet in balans zijn. We leven op een ‘te grote voet’. De ontwikkeling van de mensheid is de afgelopen eeuw ten koste gegaan van natuur en milieu. Ook onze gemeente wil bijdragen aan de omslag naar een samenleving die beter in balans is. Dit doen we door: - over te gaan op andere vormen van energie en warmte (de energietransitie, waaronder de warmtetransitie); - over te gaan naar hergebruik van grondstoffen (circulaire economie); - rekening te houden met de verandering van ons klimaat (klimaatadaptatie) en - onze natuur te herstellen (biodiversiteitsherstel). Dit noemen we de 4 transities. Omdat dit van invloed is op meerdere programma’s in de begroting en de jaarstukken heeft de raad besloten een paragraaf duurzaamheid aan de in het BBV wettelijk voorgeschreven paragrafen toe te voegen. Lid 2. Deze paragraaf is nog in ontwikkeling.
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 27. Administratie In dit artikel bepalingen opgenomen van opzet en werking van de gemeentelijke administratie, zodat de opgesomde informatie hieruit kan worden afgeleid. Dit artikel is gelijk aan artikel 28 modelverordening 2022 en artikel 22 voorgaande verordening 2017.
Artikel 28. Financiële organisatie Het college is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie. Dit blijkt uit het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het nader rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212 Gemeentewet. Dit artikel geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie het college beleid en interne regels stellen. Om hier invulling aan te geven stelt het college onder andere een organisatiebesluit en een mandaten- en volmachtenlijst vast. Dit is het geval in onze gemeente. Dit artikel is gelijk aan artikel 29 modelverordening 2022. Van voorgaande verordening 2017 is artikel 23, lid 1, onderdeel f vervallen. Is in voorliggende verordening geregeld in artikel 15. Van voorgaande verordening 2017 is artikel 23, lid 1, onderdeel i vervallen. Is in voorliggende verordening geregeld in artikel 12. 32
Artikel 29. Interne controle Lid 1. De accountant toetst jaarlijks of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën. Het college moet interne beheersmaatregelen treffen, zodat gedurende het jaar of voorafgaand aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de lasten, de baten en de balansmutaties ten grondslag liggen, rechtmatig (zijn) verlopen. In overeenstemming met artikel 30, lid 1, modelverordening 2022 waarbij alles wat al is geregeld in andere artikelen in voorliggende verordening is weggelaten. Lid 2. Het college moet interne beheersmaatregelen treffen, zodat wordt gecontroleerd of de administratie van materiële bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de administratie van het financieel vermogen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen, geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit. Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd. In overeenstemming met artikel 30, lid 2, modelverordening 2022 en artikel 24, lid 2, voorgaande verordening 2017.
33