CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

f. Nota van Beantwoording Zienswijzen

Besluitvormende raadsvergadering 15 oktober 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: TAM omgevingsplan Triangel deelplan I3 Park Vredenburgh3.254 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzennota TAM-omgevingsplan Triangel I3 NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 Gemeente Waddinxveen

1

Nota van zienswijzen TAM-omgevingsplan ‘Triangel I3’ Met ingang van 29 mei 2025 tot en met 10 juli 2025 heeft het ontwerp-TAM-omgevingsplan ‘Triangel I3’ met bijbehorende stukken gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Het besluit is op 28 mei 2025 gepubliceerd. Zienswijzen Tijdens de termijn van terinzagelegging zijn twee zienswijzen ingediend op het ontwerp-TAM-omgevingsplan. Deze zienswijzen worden onderstaand samengevat en beantwoord. Zienswijze 1 (Oasen) Ingediend: 8 juli 2025 De zienswijze is tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. Samenvatting zienswijze Zoals uw gemeente bekend is, is wetgeving rondom de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening van kracht, specifiek de Drinkwaterwet en bijbehorende regelingen. De Drinkwaterwet legt niet alleen aan de drinkwaterbedrijven eisen op, maar ook aan overheden, zoals het Rijk, de provincies, hoogheemraad- en waterschappen en gemeenten. Met name de bescherming van de drinkwaterbelangen bij besluitvorming is een belangrijke eis die door de Drinkwaterwet wordt opgelegd aan bestuursorganen (art. 2 DWW). Om die reden verzoekt Oasen u bij actualisatie van het plan ook de functies voor de waterwinning en distributie expliciet mee te nemen en te bestemmen.

Oasen heeft op het ontwerp de volgende opmerking: aan de westkant van het plan ligt een belangrijke drinkwatertransportleiding (PE915mm), waarmee rekening dient te worden gehouden. Dergelijke belangrijke leidingen dienen beschermd te worden ten behoeve van de veiligstelling van de drinkwatervoorziening. Dit betekent dat elke handeling wordt onthouden, waardoor het met behulp van het werk te verrichten watertransport kan worden belet of belemmerd, dan wel waardoor gevaar kan ontstaan voor personen of goederen, en zal er in het bijzonder geen bouwwerken worden opgericht, goederen - waaronder afvalstoffen- worden opgeslagen, gesloten wegdek worden aangebracht, ontgrondingen worden verricht, rioleringen dan wel leidingen of kabels worden aangelegd, bomen of diepwortelende struiken planten dan wel voorwerpen de grond in worden gedreven, noch aan een derde toestemming tot zulk een handeling verlenen, zonder schriftelijke instemming van Oasen.

Gemeentelijke reactie Aan de hand van deze zienswijze heeft nader overleg plaatsgevonden met drinkwaterbedrijf Oasen. Op basis van aangeleverde kaart en informatie van Oasen is de belemmeringenstrook (2x4meter) van de leiding opgenomen op de verbeelding en in de regels middels de functie LeidingWater. De drinkwaterleiding is daarmee planologisch beschermd en daarmee is tegemoet gekomen aan de zienswijze.

Besluit De zienswijze is ontvankelijk en gegrond. De zienswijze geeft aanleiding tot een wijziging van het TAM-omgevingsplan.

2

Zienswijze 2 (WAGRO) Ingediend: pro forma 10 juli 2025, aangevuld (binnen de door de gemeente gestelde termijn) op 31 juli 2025. De zienswijze is, met inbegrip van de pro forma zienswijze, tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. Samenvatting zienswijze Bij het bouwen van geurgevoelige objecten moet rekening worden gehouden met de geurcontouren van bedrijven. Het bouwen van nieuwe geurgevoelige objecten binnen de geurcontour van een bestaand bedrijf is niet zonder meer toegestaan. Uitgangspunt is dat een nieuwe woonlocatie, of een anderszins gevoelige bestemming, op een zodanige afstand wordt gepland van stankbronnen dat geen of hooguit een acceptabele mate van hinder (aanvaardbaar geurhinderniveau) te verwachten is. Daarbij geldt dat niet zonder meer kan worden uitgegaan van de geurhindercirkel op grond van de geldende omgevingsvergunning milieu.

Gemeentelijke reactie Bij het bouwen van geurgevoelige objecten moet inderdaad rekening worden gehouden met de geurcontouren van omliggende bedrijven. De onderbouwing daaromtrent is dan ook opgenomen in paragraaf 6.4 van de motivering van het TAMomgevingsplan. Hierbij is beoordeeld of ter plaatse van de nieuwe functies hinder is te verwachten van omliggende bedrijven. Omgekeerd is daarbij ook getoetst of de nieuwe functie geen onevenredige aantasting van de belangen van omliggende bedrijven. Het plangebied ligt binnen het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Waddinxveen. Deze is in werking getreden op 1 januari 2024. De vigerende planologische regeling staat echter nog beschreven in het bestemmingsplan 'Park Triangel' dat is vastgesteld op 24 september 2008. Dit plan betreft een nader uit te werken plan waarbij de beoogde hoofdfunctie in het gebied wonen is. Binnen het plan zijn geurgevoelige gebouwen (art. 5.91 Bkl), namelijk woningen en een onderwijsfunctie, toegestaan.

Gezien de omgekeerde werking dient in het ontwerpplan te worden meegewogen dat enerzijds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren geurgevoelige objecten en anderzijds geen sprake is van onevenredige aantasting van de belangen van het bedrijf en de omgeving. Uitgangspunt is dat geen sprake is van hinder bij 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel. In het geuronderzoek dat deel uitmaakt van de vigerende omgevingsvergunning milieu zijn de geurcontouren van Wagro weergegeven bij 1,5 en 4,5 ouE/m3 als 98percentielwaarde.

Juridische situatie Wagro • Op 8 oktober 2015 heeft Gedeputeerde Staten van ZuidHolland een revisievergunning verleend aan de Wagro (de oude vergunde situatie). • Op 18 september 2024 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen het bestemmingsplan vastgesteld die de bouw van een (composterings-)hal mogelijk maakt. Dit besluit is nog niet onherroepelijk. • Op 19 september 2024 heeft GS een besluit genomen op de aanvraag omgevingsvergunning van de Wagro om de bestaande buitencompostering onder te brengen in een hal (een zogeheten tunnelcompostering). Dit besluit is nog niet onherroepelijk. Gelet op de juridische situatie omtrent het vastgestelde bestemmingsplan en verleende omgevingsvergunning, die nog niet onherroepelijk zijn, is de situatie getoetst aan de oude vergunde situatie (2015) én vervolgens aan de nieuwe vergunde/bestemde situatie. Oude vergunde situatie (2015) In de oude vergunde situatie is het aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld. Hierbij levert de grootste geurcontour (6 OUE/m3 de 99,9-percentiel)1 het volgende beeld op:

Ter informatie treft u onderstaand een afbeelding, waarbij niet alleen de vergunde geurcontour van 1,5 ouE/m3 als 98percentielwaarde is weergegeven, maar ook de contouren bij 0,5, 3 en 9 ouE/m3 als 98-percentielwaarde.

1 O.b.v geuronderzoek PRA Odournet bv, WAGR13A3, d.d. 2 oktober 2013 dat deel uitmaakt van de revisievergunning d.d. 8 oktober

2015

3

Bij het vaststellen van de TAM-omgevingsplanwijziging wordt rekening gehouden met deze oude vergunde geurcontouren, aangezien de nieuwe vergunde/bestemde situatie nog niet onherroepelijk is. Conform bovenstaande afbeelding ligt o.b.v. het ontwerp omgevingsplanwijziging een deel van functie Woongebied voor een beperkt deel binnen de geurcontour. Na de terinzagelegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan is het stedenbouwkundig ontwerp verder uitgewerkt. Langs de zuidwestelijke rand van het plangebied is een groenstrook voorzien, als afronding van het woongebied. De groenstrook wordt voorzien van de functie “Groen”. Dit is weergegeven in de volgende afbeelding:

Zoals bij u bekend, heeft Wagro plannen om de bestaande buitencompostering onder te brengen in een hal (een zogeheten tunnelcompostering). Het daartoe benodigde bestemmingsplan is inmiddels vastgesteld en de omgevingsvergunning milieu is inmiddels verleend; beide zijn echter nog niet in werking getreden of onherroepelijk. Bij het bestemmingsplan is rekening gehouden met de bestuurlijke wens om de bestaande geurcontour terug te brengen en op vooraf vastgestelde punten een waarde van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde te halen. Daarmee heeft ook het college te kennen gegeven dat bij een waarde van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau. Tot het moment dat voor Wagro het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning milieu in werking zijn getreden en onherroepelijk zijn, dient te worden uitgegaan van de bestaande, feitelijke situatie. In het ontwerpplan wordt dit als zodanig terecht onderkend. Wel geldt dat de raad ten onrechte vanwege de bestaande, feitelijke situatie een geurhinderniveau van 6 ouE/m3 bij 99,9-percentiel heeft geacht.

Ter plaatse van de gronden van de geurcontour is de functie “Groen” toegekend. De verbeelding is hierop aangepast. Geurgevoelige gebouwen zijn niet toegestaan binnen “Groen”.

4

Nieuwe vergunde/bestemde situatie In tegenstelling tot hetgeen genoemd in de zienswijze zijn het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning milieu ten behoeve van de tunnelcompostering wel in werking getreden. Er zijn geen voorlopige voorzieningen gevraagd. Gelet op de lopende beroepen zijn deze nog niet onherroepelijk. In de zienswijze wordt gesteld dat de gemeente bij de realisatie van de tunnelcompostering de bestuurlijke wens heeft de contour terug te brengen tot een waarde van 0,5 OUE/m3 als 98-percentiel. Daarmee heeft het college en de gemeenteraad te kennen gegeven dat dit de waarde is van het aanvaardbaar hinderniveau. Hierover het volgende: • De gemeente heeft geen geurbeleid en kan in iedere situatie de afweging maken wat acceptabel is, binnen de grenzen van het geurbeleid van de provincie. • Voor het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau is gebruik gemaakt van het geurhinderbeleid van de Provincie Zuid-Holland2. • Het afwegingsgebied voor het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau ligt op basis van dit beleid tussen de hindergrens (0,5 OUE/m3) en de ernstige hindergrens (5 OUE/m3 als 98-percentiel). • Het geurhinderniveau van de oude vergunde situatie valt binnen het afwegingsgebied.

• Bij een uitbreiding van de productiecapaciteit van een bestaande installatie met meer dan 50% moet het aanvaardbaar hinderniveau opnieuw worden vastgesteld (§4.2.1 van het geurbeleid). • Bij het (opnieuw) vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau wordt rekening gehouden met de best beschikbare technieken (BBT). • De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan die de bouw van een (composterings-)hal mogelijk maakt beoordeeld dat door toepassing van BBT een geurhinderniveau van 0,5 OUE/m3 als 98-percentiel mogelijk is. • De gemeenteraad heeft dit niveau voor de nieuwe (toekomstige) situatie vastgesteld als het aanvaardbaar hinderniveau. • In de nieuwe (toekomstige) situatie wordt ter plaatse van de nieuwe woningen voldaan aan het geurhinderniveau van 0,5 OUE/m3 als 98-percentiel door toepassing van BBT. • Er is zicht op de nieuwe (toekomstige) situatie omdat de vergunning is verleend (en in werking is) en het bestemmingsplan is vastgesteld (en in werking is) voor de bouw van een (composterings-)hal. Geconcludeerd wordt dat, met inachtneming van de verkleining van het plangebied, op basis van zowel de oude vergunde als de nieuwe vergunde situatie van Wagro wordt voldaan aan het daarbij behorende aanvaardbaar hinderniveau bij de woningen én daardoor geen sprake is van onevenredige aantasting van de belangen van nabijgelegen bedrijvigheid.

In dit verband merkt Wagro op dat het ontwerpplan niet overeenkomstig paragraaf 5.1.4.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: ‘Bkl’) is. Zo dienen omgevingskwaliteitswaarden te worden vastgesteld (artikel 5.92, eerste lid, van het Bkl). De raad kan daarbij niet anticiperen voor een plan op provinciaal geurbeleid. De geur ten gevolge van een activiteit moet op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92, tweede lid, van het Bkl).

Voor een aantal activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan. Hiervoor staan instructieregels in het Bkl. Dit geldt voor rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's),

2 Geurhinderbeleid provincie Zuid-Holland Actualisatie 2019 - Provincie Zuid-Holland

5

Dit betekent dat de raad moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau

het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten. Voor andere geurveroorzakende activiteiten kan de gemeente zelf kiezen welke geurregels ze in het omgevingsplan stelt. Op basis van de instructieregels op grond van art. 5.93 Bkl dient te worden bepaald dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. De waarden voor geur door een activiteit op een (toegestaan) geurgevoelig gebouw gelden op een gevel (art. 5.93 Bkl lid 1) of in afwijking daarvan op een locatie die dichter bij de geurveroorzakende activiteit is gelegen (art. 5.93 Bkl lid 2). De geurnorm voor een activiteit van 0,5 ouE/m3 bij 98-percentiel zal worden vastgelegd in het omgevingsplan. Deze geurcontour valt op basis van de nieuwe vergunde/bestemde situatie buiten het plangebied van dit plan. Op een later moment - wanneer ter plaatse van die geurcontour het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt omgezet naar het nieuwe deel – worden de waarden voor geur conform de instructieregel opgenomen in het omgevingsplan. Gelet daarop is er in deze omgevingsplanwijziging geen noodzaak voor het vastleggen van de waarden voor geur.

Bij het bepalen of de raad regels in het omgevingsplan moet vastleggen spelen de volgende aspecten een rol: a. bestaande toetsingskaders, zoals het lokaal geurbeleid; b. geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige gebouwen en locaties; c. aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt van de activiteit; d. historie van het bedrijf en het klachtenpatroon; e. bestaande en verwachte geurhinder van die activiteit; f. kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels.

De raad dient ook rekening te houden met mogelijke cumulatie van geur door meerdere activiteiten. Gelet op het voorgaande is in het ontwerpplan het aspect geur onvoldoende gemotiveerd.

Activiteiten met een voor dit plan relevante milieu-uitstraling zijn behandeld in paragraaf 6.4.1 van de motivering. Andere activiteiten met milieu-uitstraling zijn op een zodanige afstand gelegen, dat deze niet relevant zijn voor een nadere beoordeling.

In paragraaf 6.4.1 van de plantoelichting is verder toegelicht dat gebruik is gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering 2009’ voor het bepalen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid in relatie tot bestaande bedrijfsactiviteiten. Dit is ten onrechte, omdat de VNG-brochure zeker voor geur is achterhaald en ook niet meer van toepassing is onder de Omgevingswet. Echter, dit vormt wel de basis voor de beoordeling van de bedrijfsactiviteiten van Wagro in relatie tot de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de bij het ontwerpplan voorziene woningbouw.

Ten eerste wordt opgemerkt dat de VNG-brochures richtlijnen betreffen, die algemeen geaccepteerd zijn, maar geen wettelijke kaders betreffen. De VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering (2024) vervangt de veelgebruikte publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). In dit geval is niet enkel een beoordeling van ETFAL gemaakt op basis van de richtafstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Hierbij is geput uit het vastgestelde bestemmingsplan voor de Wagro3 en de geldende revisievergunning4. Op basis daarvan is de conclusie getrokken dat ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar hinderniveau aanwezig is én geen sprake is van onevenredige aantasting van de belangen van nabijgelegen bedrijvigheid.

De VNG heeft met het oog op de Omgevingswet een nieuwe handreiking Activiteiten en milieuzonering (Handreiking Activiteiten en milieuzonering) opgesteld, waarin is onderkend dat bedrijfsactiviteiten op een andere wijze moet worden beoordeeld voor wat betreft de aanvaardbaarheid en menging van functies. Deze nieuwe handreiking is afgestemd en gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en efficiënt ruimtegebruik zoals bedoeld in de Omgevingswet. De VNG geeft aan dat de Handreiking Activiteiten en milieuzonering specifiek is geschreven voor plannen en besluiten onder de Omgevingswet en dat deze Handreiking de VNGbrochure uit 2009 definitief vervangt. Een raad wordt aanbevolen deze nieuwe systematiek te hanteren, óók bij omgekeerde werking (dus bij regulering van bijvoorbeeld wonen nabij bedrijven). In het ontwerpplan is het voorgaande onvoldoende onderkend. Los van de vraag in hoeverre het de raad vrijstaat om aan te sluiten bij het provinciale geurbeleid en de geldigheid daarvan, geldt dat uit dit provinciale geurbeleid volgt dat ook de

Zoals eerder beschreven is in de motivering van de omgevingsplanwijziging in paragraaf 6.4 uitgebreid ingegaan op de toetsing of er sprake is van een aanvaardbaar hinderniveau

3

Bestemmingsplan 'Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen' en het daarbij uitgevoerd ‘Geuronderzoek Wagro BV, Olfasense WAG23A1, oktober 2023’ 4 O.b.v geuronderzoek PRA Odournet bv, WAGR13A3, d.d. 2 oktober 2013 dat deel uitmaakt van de revisievergunning d.d. 8 oktober 2015

6

realisering van nieuwe geurgevoelige objecten een nieuwe situatie oplevert, waarbij opnieuw dient te worden bepaald wanneer sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau. Volgens vaste rechtspraak kan namelijk geen onderscheid worden gemaakt tussen een nieuwe situatie waarbij een nieuw bedrijf zich vestigt en een nieuwe situatie waarbij zich nieuwe geurgevoelige objecten binnen een bestaande contour mogelijk worden gemaakt. In alle gevallen geldt dat sprake dient te zijn van een aanvaardbaar geurhinderniveau.

en of sprake is van onevenredige aantasting van de belangen van nabijgelegen bedrijvigheid.

In dit licht is het onbegrijpelijk dat de raad met het ontwerpplan afwijkt van het provinciale geurbeleid door wel een onderscheid te maken tussen de situatie dat Wagro een aanpassing in haar bedrijfsvoering zal doorvoeren en de situatie dat nieuwe geurgevoelige objecten zullen worden gerealiseerd binnen de bestaande feitelijke geurcontour. Ook overeenkomstig dit provinciaal geurbeleid geldt dat sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau bij zowel een significante wijziging van de bedrijfsvoering als bij het toestaan van nieuwe geurgevoelige objecten binnen de bij de bedrijfsvoering behorende geurcontour als sprake is van 0,5 ouE/m3 bij 98-percentiel.

In het TAM-omgevingsplan is getoetst aan de oude vergunde situatie (2015) en de nieuwe vergunde/bestemde situatie, om daarmee, gelet op de juridische uitgangssituatie waarbij de nieuwe vergunning en bestemmingsplan van Wagro nog niet onherroepelijk zijn, in geen situatie een onevenredige aantasting van de belangen van nabijgelegen bedrijvigheid te creëren. Bij de aanvraag voor de meest recente vergunning van Wagro is sprake van een uitbreiding van de productiecapaciteit van een bestaande installatie van Wagro met meer dan 50%. Op basis daarvan moet het aanvaardbaar hinderniveau opnieuw worden vastgesteld (§4.2.1 van het provinciaal geurbeleid). Bij het (opnieuw) vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau wordt rekening gehouden met de best beschikbare technieken (BBT). De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan die de bouw van een (composterings-)hal van Wagro mogelijk maakt, beoordeeld dat door toepassing van BBT een geurhinderniveau van 0,5 OUE/m3 als 98-percentiel mogelijk is. Hierdoor is duidelijk dat concreet zicht bestaat op het kunnen voldoen aan 0,5 OUE/m3 als 98-percentiel. Indien de milieuvergunning niet onherroepelijk wordt, wordt teruggevallen op de oude vergunning (incl. daarbij behorende contour van 6 OUE/m3 als 99,9-percentiel) en daarmee ontstaat geen belemmering voor de Wagro zoals eerder weergegeven in de vorenstaande reactie.

Gelet op het voorgaande dient dan ook in het ontwerpplan te worden geborgd dat een geurgevoelig object eerst kan worden gerealiseerd, nadat sprake is van een situatie waarbij er een geurhinderniveau van 0,5 ouE/m3 bij 98-percentiel feitelijk is gerealiseerd. Gelet op het voorgaande verzoek ik u dan ook om het ontwerpplan niet vast te stellen dan nadat voorgaande zienswijze in acht is genomen en dit heeft geleid tot substantiële wijziging van het plan.

Besluit De zienswijze is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. De zienswijze geeft aanleiding tot een wijziging van het TAMomgevingsplan.

7

Wijzigingen in de omgevingsplanwijziging Hieronder zal ingegaan worden op de aanpassingen die ten opzichte van het ontwerp-TAM-omgevingsplanwijziging worden doorgevoerd op basis van de ingediende zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. De wijzigingen zijn geordend naar wijziging op de verbeelding, motivering en planregels. Verbeelding: De verbeelding is op de volgende punten aangepast of aangevuld: • Ter plaatse van de beoogde groenstrook is de functie “Groen” toegekend. De functie “Woongebied” komt daarmee buiten de geurcontour (6 OUE/m3 de 99,9-percentiel) conform de oude vergunde situatie (2015). • De dubbelbestemming “Leiding – Water” is toegevoegd op basis van de door de indiener aangeleverde tekeningen.

Motivering De motivering is op de volgende punten aangepast of aangevuld: • Paragraaf 6.12 ‘Kabels & leidingen’ is toegevoegd. • In Paragraaf 6.4.2; o onder het kopje ‘Oude vergunde situatie (2015)’ is het volgende toegevoegd: ‘Op de gronden binnen die contour is de functie Groen opgenomen’. o onder het kopje ‘Oude vergunde situatie (2015)’ is toegevoegd de omgevingsvergunning milieu en het bestemmingsplan voor de bouw van een (composterings-)hal beiden in werking zijn. • In Paragraaf 7.2 is de beschrijving van het toegevoegde hoofdstuk ‘Beperkte gebieden’. • In Paragraaf 7.3 is de beschrijving van het toegevoegde werkingsgebied ‘Groen’ toegevoegd. • Ambtshalve wijziging: paragraaf 9.2 is aangevuld met een verwijzing naar de Zienswijzennota. • Ambtshalve wijziging: Bijlage 10 ‘Zienswijzennota’ is toegevoegd.

Regels De regels is op de volgende punten aangepast of aangevuld: • De functie “Groen” is toegevoegd in het plan in artikel 9 en de bijbehorende ruimtelijke bouwmogelijkheden in artikel 13. • Hoofdstuk 4 ‘beperkte gebieden’ is toegevoegd, met Voorrangsregels (art.17) en de regeling omtrent “LeidingWater” (art. 18).

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15986532/3