Evaluatie Minimabeleid - Gemeente Waddinxveen - versie 1 4 62785
Tekst van het document
EVALUATIE MINIMABELEID GEMEENTE WADDINXVEEN
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Evaluatie Minimabeleid 2023 Gemeente Waddinxveen Een onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijk minimabeleid en het effect van het landelijk en lokale beleid op de inkomens, het huidige beleid en haar uitvoering. Hierbij worden tevens de ervaringen van ketenpartners, interne medewerkers en minimahuishoudens in de gemeente Waddinxveen betrokken.
Cofon Colofon Opdrachtgever Gemeente Gemeentenaam Opdrachtgever Gemeente Waddinxveen Datum November 2021 Datum Juli 2023 Auteurs Michelle Ellens Auteurs Reimer Vonk Michelle Ellens Jitske Kooistra – van der Wijk Grafische Anieta Boerondersteuning Senne Trip Marijke Bos KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ KWIZ.B.V.. Het overnemen Het overnemen van cijfers van cijfers en/ ofen teksten / of teksten is is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en en//of ofopenbaar openbaargemaakt gemaaktworden wordenin inwelke welkevorm vormdan danook ookzonder zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V.. 1
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting en conclusie ........................................................................................................... 5 1. Minimahuishoudens in Waddinxveen ...................................................................................... 14 2. Huidig beleid ............................................................................................................................ 17 3. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage ................................................................ 21 4. De inkomenseffecten............................................................................................................... 25 5. Gebruik inkomensondersteunende regelingen ....................................................................... 39 6. Uitvoering van het beleid ......................................................................................................... 45 7. Ervaring inwoners minimaregelingen ...................................................................................... 50 8. Scenarioanalyse ...................................................................................................................... 53 Bijlage 1.
Onderzoeksmethodiek Armoede Index ....................................................................... 62 Bijlage 2. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 63 Bijlage 3. Opbouw totaal inkomen 100 tot 130% Wsm ............................................................... 65 Bijlage 4. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 68 Bijlage 5. Aanwezigen groepsgesprekken .................................................................................. 77
1
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. In de gemeente Waddinxveen is het minimabeleid een relevant thema en een constant aandachtspunt. De beleidsplannen ‘Waddinxveen Samen Redzaam’ (2019 – 2023) en de ‘Verordening Sociaal Domein ‘Samenredzaam’ 2022’ liggen ten grondslag aan de huidige doelstelling dat alle inwoners van de gemeente Waddinxveen kunnen meedoen. De gemeente Waddinxveen heeft hun armoedebeleid eerder onder de loep genomen in 2016 toen KWIZ tevens een evaluatie heeft uitgevoerd. De gemeente Waddinxveen wil het huidige minimabeleid en het aanbod aan minimaregelingen herijken. KWIZ voert daarom een evaluatie uit aan de hand van een beleidsanalyse, een schatting van de minimapopulatie, inkomens effectrapportage, gesprekken met interne medewerkers en ketenpartners en een behoeftepeiling onder de doelgroep. In dit integrale rapport zijn alle deelonderzoeken weergegeven.
Dit onderzoek dient inzicht te geven in: • De omvang en kenmerken van de doelgroepen voor armoede; • De effecten van het beleid op de doelgroepen en de inkomens; • Hoe de doelgroep het beleid beoordeelt; • Wat de ketenpartners en interne medewerkers van het beleid en de uitvoering ervan vinden; • Welke bouwstenen de bovengenoemde aspecten opleveren bij het formuleren van het nieuwe beleid. Beleidsanalyse Voor de beleidsanalyse is gebruikgemaakt van het Beleidskader Sociaal Domein 2019-2023 ‘Samen Redzaam’ en de Verordening Sociaal Domein ‘Samenredzaam’ 2022. De visie en doelstellingen van de gemeente Waddinxveen op het minimabeleid zijn in de beleidsanalyse in beeld gebracht. Opzet van de Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel. Deze index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBSgegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid behoort. Dit zijn de minimahuishoudens op 1 januari 2023 met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm1 en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Daarnaast wordt het gebruik van de regelingen in 2022 weergegeven, op basis van aantallen die door de gemeente zijn aangeleverd.
Vergelijkingen met andere gemeenten die worden gedaan zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ2. Voor deze doelgroep berekenen wij voor 2023 (het huidige jaar) het effect van het landelijke en lokale beleid door. Dit doen we door middel van de Inkomens effectrapportage. Opzet van de inkomenseffect rapportage Voor negen verschillende huishoudtypen met vijf verschillende inkomens (tot en met 130 procent Wsm en een langdurig minimuminkomen) ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum worden het landelijke en lokale beleid berekend. Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. 1 Dit betekent dat de doelgroep wordt geschat met een inkomensniveau van 100, 110, 120 en 130 procent
Wsm (niet alleen op 130 procent Wsm). 2 De gemeente Waddinxveen wordt vergeleken met andere gemeenten die eveneens een inwonertal tot 50.000 inwoners hebben.
2
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud 3. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting, zie paragraaf 3.4 tot en met 3.7). Ten slotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Energietoeslag In 2023 kunnen huishoudens opnieuw aanspraak maken op een tegemoetkoming in de energiekosten. Deze regeling wordt in de huidige rapportage meegenomen, aangezien deze toeslag een substantiële invloed heeft op het budget van de inwoners. De compensatie is van belang om een realistisch inzicht in de huidige situatie te geven. Deze regeling wordt later in het rapport verder toegelicht. Onderzoeksmethode gesprekken met ketenpartners en interne medewerkers De ketenpartners, ook wel minimapartners genoemd, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de inkomensondersteunende regelingen. Ze staan namelijk in nauw contact met de doelgroep. Ook de ervaringen van interne medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering en het beleid zijn relevant. Daarom worden de visies van interne medewerkers en ketenpartners op (de uitvoering van) het beleid meegenomen in dit onderzoek.
Er hebben twee groepsgesprekken plaatsgevonden in december 2022 en januari 2023 om de ervaringen in beeld te krijgen. Het groepsgesprek met ketenpartners heeft plaatsgevonden op het gemeentehuis van Waddinxveen. Daarnaast heeft een onlinegesprek plaatsgevonden met interne medewerkers van de gemeente, waaronder beleidsmedewerkers, teammanagers en communicatieadviseurs. De input uit de groepsgesprekken is verwerkt in dit onderzoek. Onderzoeksmethode behoeftepeiling minimadoelgroep De doelgroep bestaat uit 7594 huishoudens in de gemeente Waddinxveen die in het afgelopen jaar (2022) een bijstandsuitkering hadden en/of gebruik hebben gemaakt van een of meerdere minimaregelingen. De vragenlijst is in december 2022 verstuurd. De volledige weergave en analyse van de resultaten is opgeleverd als aparte rapportage van de behoeftepeiling. Hiervoor verwijzen wij u graag naar het rapport ‘Behoeftepeiling minimabeleid 2023’. Een samenvatting van de resultaten staat in deze integrale rapportage beschreven. Respons In totaal hebben 186 respondenten de enquête ingevuld (140 op papier en 46 online). Dat brengt de respons op 25 procent. De respons is niet voldoende om betrouwbare uitspraken te doen over de volledige doelgroep5. De resultaten dienen daarom als indicatief te worden beschouwd.
Leeswijzer Na de samenvatting wordt in het eerste hoofdstuk de doelgroep voor het minimabeleid in kaart gebracht. Door middel van een schatting (Armoede Index) wordt de omvang van de doelgroep weergegeven en een aantal kenmerken beschreven. Nadat de doelgroep bekend is, wordt in het tweede hoofdstuk het minimabeleid geanalyseerd. Dit geeft een beeld van het beleid voor de doelgroep die in het eerste hoofdstuk is beschreven. Om inwoners met een minimuminkomen te ondersteunen heeft de gemeente een aantal inkomensondersteunende regelingen. Deze regelingen worden in hoofdstuk 3 beschreven. Daarna wordt er in hoofdstuk 4 gekeken naar het effect van deze regelingen op de financiële (maand)overzichten van verschillende huishoudtypes op verschillende inkomensgrenzen. In hoofdstuk 5 geven we per regeling weer door hoeveel huishoudens de regeling gebruikt wordt en wat daarmee het bereik per regeling is. In hoofdstuk 6 volgt een analyse van de mening en ervaringen van de ketenpartners en de interne 3 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en
adviseert over financiën van huishoudens. 4 Dit aantal is in werkelijkheid iets lager, omdat in totaliteit 8 huishoudens niet geadresseerd konden worden wegens verhuizingen. 5 Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen met een betrouwbaarheidsniveau van 90 procent moet de respons bestaan uit minstens 200 respondenten.
3
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
medewerkers over het minimabeleid. In hoofdstuk 7 wordt een samenvatting van de mening en ervaringen van de inwoners die tot de doelgroep behoren weergegeven. In hoofdstuk 8 worden tot slot de scenarioanalyses uitgewerkt. In bijlage 1 staat de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index beschreven. In bijlage 2 staat een overzicht met de minimaregelingen in de gemeente Waddinxveen inclusief voorwaarden en bedragen. Daarbij is weergegeven welke regelingen uit de gemeente Waddinxveen niet zijn meegenomen in de rapportage. In bijlage 3 staat per huishoudtype de opbouw van het totale inkomen bij een inkomensniveau tussen de 100 en 130 procent Wsm. Bijlage 4 geeft het financieel maandoverzicht per huishoudtype weer. Tot slot geeft bijlage 5 een overzicht van de aanwezigen bij de groepsgesprekken weer.
4
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Samenvatting en conclusie S1. Bevindingen S1.1. Aantal minimahuishoudens Op 1 januari 2023 hebben naar schatting 1.224 huishoudens een inkomen tot 130 procent wettelijk sociaal minimum (Wsm) in de gemeente Waddinxveen. Dat is 9,4 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dit percentage ligt hoger dan het gemiddelde in andere gemeenten met een inwonersaantal tot 50.000 inwoners; het gemiddelde in gemeenten van vergelijkbare grootte is 6 à 7 procent.
1.224
Deze 1.224 huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. 679 van deze huishoudens hebben een inkomen tot 100 procent Wsm. Naar schatting groeien er 600 kinderen tot 18 jaar op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm. Dit is 8,7 procent van alle kinderen tot 18 jaar in de gemeente Waddinxveen. Kenmerken doelgroep minimabeleid Van de 1.224 huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm, heeft 25 procent (300 huishoudens) een uitkering vanuit de Participatiewet. Verder hebben 450 huishoudens een AOW-uitkering en de overige 474 huishoudens hebben een andersoortig inkomen, zoals de WW of inkomsten vanuit een baan. Meer dan de helft (57 procent) van de minimahuishoudens betreft een alleenstaand huishouden en 29 procent heeft thuiswonende kinderen.
S1.2. Minimabeleid In de missie van het minimabeleid van de gemeente Waddinxveen staat centraal dat de gemeente een inclusieve samenleving nastreeft, waarbij iedereen in Waddinxveen gelijkwaardig meedoet. Daarbij wordt van inwoners verwacht dat zij verantwoordelijkheid dragen voor het ondernemen van actie bij problemen. De gemeente Waddinxveen heeft vijf uitgangspunten opgesteld om de armoede in de gemeente te bestrijden. Aan de uitgangspunten worden verschillende actiepunten gekoppeld. Om ervoor te zorgen dat inwoners met een laag inkomen kunnen participeren in de samenleving, heeft de gemeente een aantal minimaregelingen.
S1.3. Bereik van de minimaregelingen Onderstaand geven we het bereik (d.w.z. het gebruik afgezet tegen de doelgroep) van de verschillende gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen weer. Vergeleken met andere gemeenten ligt het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de individuele inkomenstoeslag voor langdurige minima boven het landelijke gemiddelde. De collectieve zorgverzekering, energietoeslag, Rotterdampas en de bijzondere bijstand hebben een lager bereik dan landelijk gemiddeld. Daarnaast biedt de gemeente Waddinxveen in samenwerking met Stichting Leergeld verschillende ondersteuningsvormen aan voor kinderen. Het bereik van de Kindpas ligt aanzienlijk boven het landelijke gemiddelde. Daarnaast kunnen kinderen aanspraak maken op een schoolspullenpas en kledingpas. Ook de gemeente biedt ondersteuning aan in de vorm van een Schoolkostenbijdrage; het bereik hiervan ligt in lijn met het landelijke gemiddelde.
5
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Tabel S1.3.1. Gebruik en bereik inkomensondersteunende en participatie bevorderende regelingen Categorie Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Individuele bijzondere bijstand Collectieve zorgverzekering Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Individuele inkomenstoeslag Regeling Bijdrage Maatschappelijke Activiteiten Bijdrage schoolkosten Kindpas (SL) Kledingpas (SL) Schoolspullenpas (SL) Rotterdampas Energietoeslag Woonkostentoeslag Studietoeslag
Gebruik in 2022
Bereik onder de doelgroep
534 huishoudens
79%
140 personen 334 personen
n.t.b.6 21%
218 personen
n.t.b.
260 personen Basis: 306 personen RBMA Extra Cultuur: 14 personen RBMA Extra Sport: 40 personen RBMA Extra Zwemles: 22 personen 52 personen 371 kinderen 129 kinderen 101 kinderen 165 volwassenen 197 kinderen 1.153 huishoudens 4 personen 6 personen
48% n.t.b. 43% 62% 36% 84% 10% 33% 74% n.t.b. n.t.b.
S1.4. Bevindingen inkomenseffecten Financieel effect Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Ditzelfde gaat op voor de gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke regelingen zorgen ervoor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Dit komt met name paren op bijstandsniveau ten goede, die zonder de gemeentelijke regelingen geen budget zouden overhouden voor vrije bestedingen en daardoor niet sociaal kunnen participeren. Dit geldt ook voor alleenstaanden en paren zonder kinderen en alleenstaande ouders met kinderen van 14 en 16 jaar bij wie de gemeentelijke regelingen ook op bijstandsniveau nodig zijn om het normbedrag voor sociale participatie te halen. Paren met kinderen van 14 en 16 jaar en paren met vier kinderen van 3, 6, 14 en 16 jaar zijn zelfs tot en met 130 procent Wsm afhankelijk van de gemeentelijke regelingen. Verder kan opgemerkt worden dat paren met twee kinderen van 14 en 16 jaar zonder gemeentelijke bijdragen € 1 onder het normbedrag voor vrije bestedingen zitten.
Het bedrag dat wordt overgehouden verschilt aanzienlijk per huishoudtype en inkomensniveau. Paren zijn gemiddeld langer afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om sociaal te participeren dan alleenstaanden. Toch hebben alle huishoudtypen, als zij gebruikmaken van alle regelingen, voldoende budget om op een minimaal niveau sociaal te kunnen participeren. Het is belangrijk om te benoemen dat binnen het huidige rapport de aanname is gedaan dat huishoudens gebruik maken van alle beschikbare regelingen. Echter, de ervaring in de praktijk is dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. Het bereik van de regelingen onderstreept dit. In werkelijkheid zal het vrij besteedbaar budget daarom vaak lager uitvallen.
6 Van verschillende regelingen in dit overzicht kan geen doelgroep worden vastgesteld. Bijvoorbeeld
omdat de regeling specifieke voorwaarden heeft. Het is daarom tevens niet mogelijk om een bereik van de betreffende regelingen weer te geven.
6
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Werken loont voor alle huishoudens Werken loont in de gemeente Waddinxveen voor alle huishoudtypes die vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon. Zij gaan er in totaal inkomen altijd op vooruit (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen). Deze vooruitgang is echter niet evenredig met de vooruitgang in loon. Landelijke toeslagen lopen terug en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt. Het totaal inkomen bestaat uit het nettoinkomen (inclusief vakantietoeslag), landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Alleenstaanden en alleenstaande ouders gaan er bij ieder hoger inkomensniveau relatief gezien het meest op vooruit. De procentuele groei van het inkomen bij paren (met kinderen) is lager omdat al vrij snel een daling van de landelijke toeslagen inzet, eerder dan bij alleenstaanden en alleenstaande ouders. De teruggang in landelijke toeslagen en het wegvallen van de gemeentelijke minimaregelingen kunnen paren echter opvangen met hun inkomensstijging; zij blijven erop vooruitgaan bij een hoger inkomen ten opzichte van de bijstand.
Figuur S1.4.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm 3%
Alleenstaande
10% 16% 4%
Paar zonder kinderen
8% 11% 3%
Alleenstaande ouder met twee kinderen (3 en 6 jaar)
7% 12% 1%
Alleenstaande ouder met twee kinderen (14 en 16 jaar)
5% 10% 3%
Paar met twee kinderen (3 en 6 jaar)
7% 9% 3%
Paar met twee kinderen (14 en 16 jaar)
7% 9% 2%
Paar met vier kinderen (3, 6, 14 en 16 jaar)
6% 7%
Tegemoetkoming in de energiekosten De energietoeslag is begin 2022 door het Rijk aangekondigd om huishoudens met een laag inkomen te compenseren in de fors stijgende energiekosten. Deze toeslag zal ook in 2023 uitgekeerd worden. In deze inkomenseffect rapportage is zichtbaar geworden dat huishoudens, ondanks het ingestelde prijsplafond, alsnog een flink bedrag moeten betalen voor het gebruik van gas en energie, oplopend tot € 348 voor een gezin met vier kinderen. Met name de gasprijs is sterk gestegen; ten opzichte van 2021 heeft een verdubbeling plaatsgevonden 7. De energietoeslag bedraagt € 1.300 euro per huishouden voor het jaar 2023. In dit rapport is de energietoeslag doorgerekend voor alle huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. Uit de berekeningen en maandbegrotingen blijkt de compensatie van € 108 euro per maand (€ 1.300 per jaar) duidelijk helpt in het betalen van de kosten, zeker nu er ook een prijsplafond ingesteld is. Het lukt de verschillende huishoudens op het moment om hun kosten voor levensonderhoud te bekostigen. 7 Bron: Artikel ‘Prijs van energie 86 procent hoger’ van CBS, 18 februari 2022.
7
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
S1.5. Uitvoering van het beleid Ontwikkelingen in de doelgroep In de gemeente Waddinxveen blijft de verwachte toename van het aantal hulpvragen vanuit de doelgroep tot op heden nog uit volgens interne medewerkers en maatschappelijke organisaties (ketenpartners). Het aantal aanvragen van de energietoeslag is hoger uitgevallen dan verwacht. Werkende armen vormen een nieuwe doelgroep in het minimabeleid, maar maatschappelijke organisaties identificeren meer (onzichtbare) groepen binnen hun bestand waaronder zzp’ers, statushouders, kinderen, inwoners met gezondheidsproblemen en inwoners die een scheiding doormaken. Minimaregelingen De gemeente Waddinxveen biedt een uitgebreid pakket aan minimaregelingen aan met ondersteuning voor verschillende doelgroepen. De maatschappelijke organisaties signaleren binnen de doelgroep een aantal aanvullingen dan wel wijzigingen van het huidige aanbod: • Zorgkosten De gemeente Waddinxveen biedt reeds een collectieve zorgverzekering en een tegemoetkoming voor chronisch zieken aan, maar maatschappelijke organisaties signaleren een behoefte aan het opnemen van het eigen risico in de verzekering of het vergoeden daarvan. • Noodfonds Op dit moment wordt een Noodfonds gemist, bijvoorbeeld om inwoners met een uithuisplaatsing op passende wijze te ondersteunen. De maatschappelijke organisaties geven aan dat een Noodfonds veel leed en stress kan voorkomen.
Hier zijn verschillende landelijke voorzieningen voor beschikbaar zoals SUNN. • Participatie volwassenen Volwassenen kunnen aanspraak maken op de Rotterdampas, maar de maatschappelijke organisaties geven aan dat deze pas niet volstaat: het aanbod is beperkt, met name in en rondom de gemeente Waddinxveen. Zij dragen de suggestie aan om een debetpas te introduceren waarop een vast budget wordt gestort dat inwoners naar eigen inzicht en behoefte kunnen inzetten. • Glijdende schaal Maatschappelijke organisaties pleiten voor een glijdende schaal waar inwoners langer aanspraak maken op een deel van de gemeentelijke vergoeding als zij meer gaan verdienen. Sturing en monitoring Medewerkers van de gemeente kunnen gebruikmaken van verschillende dashboards om te monitoren en datagestuurd te werken. Op dit moment worden deze middelen onvoldoende ingezet om op de beleidsvisie te sturen, maar er worden wel stappen ondernomen om het gebruik hiervan te intensiveren. Samenwerking De maatschappelijke organisaties werken slechts incidenteel met elkaar samen. Ze zijn zich ervan bewust dat samenwerken elkaar kan versterken. Daarom zou een periodiek overleg wat hen betreft wenselijk zijn, met als voorwaarde dat de gemeente een regierol en steunende houding aanneemt. Dit zou daarnaast kunnen bijdragen aan het opstellen van een sociale kaart om op de juiste manier naar elkaar te kunnen doorverwijzen.
S1.6. Ervaring doelgroep minimabeleid Regelingen De energietoeslag is de meest bekende en gebruikte regeling onder volwassenen in de gemeente Waddinxveen; bijna negen op de tien respondenten gebruikt de energietoeslag. De overige gemeentelijke regelingen kennen een gebruik van 40 à 50 procent onder de respondenten. De Rotterdampas heeft een gebruik van 15 procent en blijft daarmee achter op de overige regelingen in het aanbod. 8
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Het niet kennen van de regelingen, oftewel onbekendheid, is de voornaamste reden om geen gebruik te maken van de minimaregelingen (53 procent). Maar ook onwetendheid over het aanvraagproces van de regelingen, of moeite met het aanvragen van de regelingen vormen voor een kwart van de respondenten een reden om geen gebruik te maken van de regelingen. De financiële bijdragen vanuit de regelingen worden het vaakst ingezet voor het betalen van de rekeningen en maandelijks rond te komen. Daarnaast worden regelingen ingezet om kleding aan te schaffen en medische kosten te bekostigen. De regelingen worden bovendien ingezet voor participatiedoeleinden; bijvoorbeeld om sportieve of culturele activiteiten te ondernemen. Respondenten missen een regeling voor zorgkosten, reiskosten en participatie. Informatie en communicatie De helft van de respondenten is tevreden over de informatievoorziening vanuit de gemeente over het minimabeleid, waarbij zij het meest tevreden zijn over de telefonische bereikbaarheid van de gemeente8. Vier op de tien respondenten zijn tevreden over de vindbaarheid en begrijpelijkheid van de informatie. De gemeente gebruikt verschillende informatiekanalen waarvan de website als meest positief wordt beoordeeld en de sociale media minder positief.
De helft van de respondenten uit zich tevreden over het contact met de gemeente over de minimaregelingen9: zij voelen zich serieus genomen en vinden dat medewerkers voldoende tijd voor hen nemen. Het is voor respondenten niet altijd duidelijk bij wie ze moeten zijn voor vragen over de regelingen (33 procent) of van welke regelingen zij nog meer gebruik kunnen maken (41 procent). Financiële situatie Ondanks het brede aanbod van de gemeente kunnen zeven op de tien respondenten niet altijd rondkomen. Een vijfde blijkt niet rond te kunnen komen en ruim de helft lukt dat niet altijd. Respondenten hebben vaak geen budget voor leuke activiteiten (55 procent) en het betalen van de energierekening (44 procent). Een kwart van de respondenten geeft aan vaak geen geld te hebben voor basisbehoeften, zoals wonen en eten.
S1.7. Scenarioanalyse De gemeente Waddinxveen overweegt een aantal beleidsscenario’s. Hiertoe zijn de programmakosten uitgewerkt voor het invoeren van een aantal nieuwe regelingen: 1) Een vergoeding van het eigen risico Inwoners hebben aangegeven dat ze behoefte hebben aan extra ondersteuning bij hun zorgkosten, met name in een vergoeding van het eigen risico. De gemeente overweegt om een gedeeltelijke of volledige vergoeding aan te bieden vanaf een drempelbedrag van € 100. Bij een bereik van 25 procent in het eerste jaar komen de totale programmakosten uit op € 33.016 (gedeeltelijke vergoeding) of € 66.031 (volledige vergoeding) op jaarbasis. Mocht het bereik van de regeling oplopen tot 40 procent komen de totale programmakosten uit op € 52.825 (gedeeltelijke vergoeding) of € 105.650 (volledige vergoeding) op jaarbasis. 2) Een sportregeling voor volwassenen Op dit moment kunnen volwassenen geen gebruikmaken van een vergoeding voor sporten. De gemeente overweegt een kostendekkende sportregeling. Op basis van lokale sporttarieven voor voetbal, volleybal en fitness bedraagt de gemiddelde contributie op jaarbasis € 304,60. Bij een bereik van 20 procent in het eerste jaar bedragen de programmakosten € 96.924 op jaarbasis. Mocht het bereik oplopen tot 35 procent bedragen de kosten € 169.617 op jaarbasis. 3) Een witgoedregeling
8 Opvallend is dat een relatief groot aandeel respondenten (circa 40 procent) de stellingen over de
informatievoorziening met ‘neutraal’ heeft beantwoord. Dit betekent dat van deze groep respondenten niet kan worden vastgesteld dat ze tevreden noch dat ze ontevreden zijn. 9 Opnieuw heeft een relatief groot aandeel respondenten (30 – 40 procent) de stellingen met ‘neutraal’ beantwoord.
9
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Huishoudens krijgen de mogelijkheid om eens per zeven jaar een elektrische kookplaat, koelkast of wasmachine te kunnen aanschaffen dan wel vervangen. Op basis van de marktprijzen van deze huishoudelijke apparatuur hanteren we een richtlijn in de berekeningen van € 500 voor een wasmachine, € 450 voor een elektrische kookplaat en € 550 voor een koelkast. Bij een bereik van 10 procent zijn de totale programmakosten voor de volledige periode van zeven jaar € 183.600. Per jaar komt dat neer op € 26.229. Mocht het bereik oplopen tot 15 procent bedragen de programmakosten voor de volledige periode van zeven jaar € 275.400. Per jaar komt dat neer op € 39.343.
S2. Conclusie De missie van de gemeente Waddinxveen is helder: een inclusieve samenleving, waarbij iedereen in Waddinxveen gelijkwaardig meedoet. Van inwoners wordt hierbij verwacht dat zij verantwoordelijkheid dragen voor het ondernemen van actie bij problemen. De missie omtrent minimabeleid is uitgewerkt in doelen voor de beleidsperiode 2019-2023. De doelen zijn echter niet opgedeeld in verschillende jaren. Wel bevat het beleidsplan een lijst met 36 indicatoren, welke twee keer per jaar wordt voorgesteld. Aan de hand van de deelonderzoeken uit het huidige rapport worden de vijf uitgangspunten uit het beleidsplan geëvalueerd. Er wordt besproken in hoeverre het huidige minimabeleid van de gemeente Waddinxveen de doelstellingen ondersteunt.
S2.1 Beleidsdoelstellingen Inzet op preventie De inzet op preventie komt naar voren in de volgende punten: • Inwoners kunnen met hun (hulp)vraag in eerste instantie terecht bij preventieteam Wadwijzer. De online hulpwijzer van Wadwijzer geeft informatie over de regelingen, waarbij regelmatige updates noodzakelijk zijn voor een actueel overzicht. • De gemeente Waddinxveen geeft vorm aan preventie door vroegsignalering aan te bieden; medewerkers nemen contact op met inwoners die een betalingsachterstand hebben. • Uit de inkomenseffect rapportage blijkt dat alleenstaanden met en zonder kinderen een terugval in hun vrij besteedbaar budget ervaren als ze vanuit de bijstand gaan werken tegen 110 procent Wsm. Deze situatie zorgt ervoor dat werkaanvaarding minder aantrekkelijk wordt, terwijl de gemeente streeft naar zelfstandigheid van inwoners. Iedereen doet mee •
•
•
Een breed en toereikend aanbod van minimaregelingen ondersteunt inwoners met een minimuminkomen in hun participatie. De gemeente Waddinxveen biedt een breed pakket aan minimaregelingen aan waarbij verschillende doelgroepen worden ondersteund. Zo worden regelingen aangeboden voor zorgkosten, participatiedoeleinden, ondersteuning van kinderen en langdurige minima. De inkomenseffecten hebben laten zien dat het huidige aanbod van gemeentelijke minimaregelingen van belang is voor de participatie van inwoners met een minimuminkomen. Met name paren (met kinderen) hebben tot een inkomen van 120 procent Wsm de ondersteuning nodig om te kunnen participeren in de samenleving. Uit de gesprekken met maatschappelijke organisaties (ketenpartners) blijkt dat de huidige regelingen (nog) niet altijd aansluiten bij de behoeften van inwoners. De respondenten uit de behoeftepeiling onderschrijven dit; slechts vier op de tien inwoners vinden dat het huidige aanbod aansluit bij de behoefte. Hiervoor zijn een aantal oorzaken mogelijk: o Inwoners maken niet van alle regelingen gebruik In de praktijk maken inwoners niet van alle regelingen in het aanbod gebruik, waardoor zij ondersteuning mislopen. o Inwoners hebben een grotere ondersteuningsbehoefte De gemeente biedt bijvoorbeeld reeds een collectieve zorgverzekering 10 en een tegemoetkoming voor chronisch zieken aan. Toch geven inwoners aan dat ze
10 De gemeente Waddinxveen biedt vanaf 2023 een drietal aanvullende pakketten aan waarbij inwoners
voor een budgetvriendelijke optie kunnen kiezen. De doelstelling is om ook inwoners met weinig zorgvraag
10
Gemeente Waddinxveen
•
•
•
Versie 1.4
een regeling missen voor zorgkosten (28 procent) en mijdt meer dan de helft van de respondenten soms tot vaak zorg. o Het aanbod is nog niet compleet Een belangrijk voorbeeld is de participatie van volwassenen. Op dit moment wordt hiervoor de Rotterdampas aangeboden, maar deze pas heeft een laag gebruik (15 procent) en het aanbod voor benutting van de pas is zeer beperkt in Waddinxveen. Inwoners missen bovendien een vergoeding voor reiskosten om te kunnen meedoen. Volwassen inwoners hebben een grote behoefte aan ondersteuning in hun sportieve, culturele en sociale participatie. Naast een toereikend aanbod van regelingen is het ook van belang dat de regelingen laagdrempelig en toegankelijk zijn. Op dit moment is de helft van de inwoners tevreden over de informatie en communicatie over de regelingen. De ontwikkelkansen liggen met name bij het duidelijk communiceren waar inwoners hun hulpvraag kunnen stellen én op het informeren over andere regelingen wanneer zij één regeling aanvragen. Ter aanvulling op het huidige aanbod zijn drie beleidsscenario’s doorgerekend voor nieuwe regelingen op gebieden waar respondenten een aanvullende ondersteuningsbehoefte hebben aangegeven: witgoed, sport voor volwassenen en het eigen risico binnen de zorgverzekering. Het volledige aanbod aan minimaregelingen in ogenschouw genomen, valt op dat het aanbod niet altijd overzichtelijk is.
Dit speelt bijvoorbeeld op het gebied van participatie. o Vanuit de RBMA worden twee pakketkeuzes aangeboden en daarnaast is op het gebied van participatie ook de Rotterdampas actief, hoewel het lokale aanbod hiervan zeer beperkt is. o Kinderen kunnen op het gebied van participatie aanspraak maken op de RBMA, een bijdrage voor schoolkosten, de Rotterdampas en drie passen vanuit Stichting Leergeld (Kindpas, schoolspullenpas en kledingpas). Hier lijkt sprake van overlap (in de vergoeding van schoolkosten), maar in de praktijk is hiervan geen sprake omdat vanuit de gemeente lesgeld wordt vergoed en vanuit Stichting Leergeld schoolspullen. Aanbevelingen 1. Blijf de minimadoelgroep breed ondersteunen op verschillende levensdomeinen. 2. Overweeg om minimaal één van de beleidsscenario’s door te voeren om in de aanvullende ondersteuningsbehoefte van inwoners tegemoet te komen. 3. Onderzoek of dezelfde groep inwoners gebruikmaakt van de verschillende regelingen gericht op participatie en of dit aanbod vereenvoudigd kan worden. Bijvoorbeeld door de vergoeding voor participatie ofwel volledig te organiseren via de Rotterdampas of via de RBMA.
Integraliteit en maatwerk •
• • •
Middels de methode één gezin/huishouden, één plan, één regisseur (1G1P1R) streeft de gemeente integraal werken na. De doelstelling is om inwoners snel van reactie te kunnen voorzien en eenduidig om te zijn in de communicatie. Vier op de tien inwoners geven echter aan dat het niet altijd duidelijk is waar zij terechtkunnen met hulpvragen. Hier liggen dus kansen om de communicatie verder aan te scherpen. Binnen de gemeente zijn cliëntondersteuners actief om maatwerk te kunnen leveren. Inwoners geven aan dat zij niet altijd worden geïnformeerd door de medewerkers over andere regelingen. Om maatwerk te leveren kan het brede aanbod van minimaregelingen verder onder de aandacht worden gebracht. Maatschappelijke organisaties vormen een cruciale verbindingspartners om integraal te werken. De maatschappelijke organisaties zien de meerwaarde van onderlinge samenwerking en wensen frequenter en intensiever met elkaar samen te werken, ook ter
en een minimuminkomen te ondersteunen. De respondenten konden hier op het moment van de behoeftepeiling nog geen gebruik van maken. Dit vernieuwde aanbod is dus nog niet meegenomen in de huidige resultaten.
11
Gemeente Waddinxveen
•
Versie 1.4
borging van activiteiten in de keten. Periodieke ontmoetingen, georganiseerd door het Sociaal Platform en gefaciliteerd door de gemeente, zien zij daarvoor als wenselijke vorm. Om maatwerk te kunnen leveren en integraal te werken is sturingsinformatie nodig. Hoewel de gemeente beschikt over sturingsinformatie, wordt hier niet actief mee gewerkt.
Aanbevelingen 4. Investeer in de samenwerking met externe ketenpartners. Deze maatschappelijke organisaties spelen een cruciale rol in het vroegtijdig en preventief handelen. Neem als gemeente een faciliterende en proactieve rol in het organiseren van netwerkbijeenkomsten waar de gemeente en partners elkaar onderling kunnen ontmoeten. 5. Communiceer duidelijk over het totale aanbod van regelingen en wijs inwoners waar ze recht op hebben, ook als ze een aanvraag voor één regeling doen. 6. De gemeente beschikt over sturingsinformatie voor het brede sociale domein. Zet in op het gebruik hiervan om te sturen op de beleidsdoelstellingen.
Duurzaamheid en nazorg •
•
•
Om de zelfstandigheid van inwoners op de lange termijn te bevorderen (en hen uit de bijstand te houden) is duurzaamheid van het beleid en nazorg van belang. o De helft van de inwoners geeft in de behoeftepeiling aan dat zij maandelijks niet kunnen rondkomen; dat is geen wenselijk uitgangspunt met het oog op zelfstandigheid op de lange termijn. o Uit de inkomenseffect rapportage blijkt echter dat alle huishoudtypen op een inkomensniveau van 100, 110, 120 of 130 procent Wsm in staat zijn om op een minimaal niveau sociaal te participeren11. De aanname hierbij is echter dat inwoners van alle regelingen gebruikmaken en dat hoeft niet het geval te zijn. De energietoeslag is de meest bekende en meest gebruikte regeling onder inwoners (volgens de behoeftepeiling) en ondersteunt in de hoge energielasten. Echter, om de inkomenspositie van inwoners te bevorderen is inzet op verduurzaming ook wenselijk. De gemeente Waddinxveen zet op dit moment al energiecoaches in om verduurzaming te bevorderen. De gemeente Waddinxveen streeft naar zelfstandigheid van inwoners, bijvoorbeeld door werkaanvaarding. Maatschappelijke organisaties pleiten, om werkaanvaarding te stimuleren, voor een glijdende schaal waarbij inwoners langer gebruik kunnen maken van regelingen (bijvoorbeeld met een draagkrachtberekening) wanneer zij gaan werken.
11 Een punt van actualisatie dient hier gemaakt te worden. Per januari 2023 is de bijstandsuitkering
verhoogd, zijn de toeslagen van het Rijk gestegen en is een prijsplafond voor energie afgekondigd. Deze actuele cijfers zijn doorgerekend in de inkomens- effectrapportage. Ten tijde van de behoeftepeiling (december 2022) hebben inwoners de gevolgen van deze ontwikkelingen nog niet gevoeld. Het kan zijn dat de situatie (iets) nijpender is geweest dan dat hij nu is. Desondanks dienen de duidelijke signalen dat de helft van de inwoners niet kan rondkomen gehoord te worden.
12
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Aanbeveling 7. Investeer in duidelijke en toegankelijke informatievoorziening over de regelingen. Voor alle communicatie en informatie-uitingen geldt: B1-niveau en pictogrammen of filmpjes spreken tot de verbeelding. 8. Stel een overzicht op van de beschikbare regelingen en ondersteuning van externe organisaties. Neem als gemeente een regisserende rol en zorg voor regelmatige updates en verspreiding van deze sociale kaart.
Samenredzaamheid • • •
•
Om samenredzaam te zijn is een sterk sociaal netwerk van persoonlijke contacten en vrijwilligersorganisaties cruciaal. Binnen de gemeente Waddinxveen is een groot aantal vrijwilligers- dan wel kerkelijke organisaties actief om inwoners te ondersteunen. Om in staat te zijn iemand door te verwijzen, moet informatie voor iedereen duidelijk en toegankelijk zijn. Inwoners geven aan dat dat nu niet altijd het geval is; slechts vier op de tien respondenten zijn tevreden over de huidige informatievoorziening. Maatschappelijke organisaties zien dat inwoners met beperkte taalvaardigheden of digitale vaardigheden moeite hebben met het stellen van hun hulpvraag. Voldoende ondersteuning is noodzakelijk. In de gemeente is hiervoor de Formulierenbrigade actief die spreekuur houdt in de Waddinxveense bibliotheek. Een derde van de inwoners vraagt hulp bij hun eigen sociale netwerk van vrienden, familie en kennissen. Juist in het kader van samenredzaamheid is de realisatie van belang dat niet iedereen, zeker niet binnen een kwetsbare doelgroep, een sociaal netwerk heeft om op terug te vallen. Juist daarom spelen de vrijwilligersorganisaties een rol om dicht bij de burger actief te zijn.
13
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
1. Minimahuishoudens in Waddinxveen In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de groepen huishoudens met inkomens tot 130 procent van het Wettelijke sociale minimum (Wsm) in de gemeente Waddinxveen. Dit is de doelgroep die centraal staat in dit onderzoek 12. Het aantal minimahuishoudens schatten we aan de hand van de Armoede Index 13. De Armoede Index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid hoort.
1.1. Alle huishoudens In Waddinxveen wonen 31.342 personen, verdeeld over 12.962 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,42 personen komt. Dit ligt hoger dan het landelijke gemiddelde (2,16 personen per huishouden). Van de 31.342 personen in de gemeenten, zijn er 6.899 (22 procent) jonger dan 18 jaar en 5.631 (18 procent) personen ouder dan 66 jaar. De huishoudsamenstelling in de gemeente Waddinxveen wijkt af van het landelijke beeld. Het aandeel huishoudens met alleenstaanden ligt in de gemeente Waddinxveen lager dan het landelijk gemiddelde. Verder is het aandeel meerpersoonshuishoudens met en zonder kinderen in de gemeente Waddinxveen hoger dan het landelijke aandeel. Onderstaand geven we de belangrijkste kenmerken van de bevolkingspopulatie in 2023 in de gemeente Waddinxveen weer. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners gemeente Waddinxveen Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte
12.962 31.342 2.42
Tabel 1.1.2 Huishoudens naar type Huishoudtype
Aantal
Aandeel
Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal
3.698 808 4.212 4.244 12.962
29% 6% 32% 33% 100%
Aandeel landelijk 39% 7% 29% 25% 100%
1.2. Minimahuishoudens Van alle huishoudens in de gemeente Waddinxveen moeten (naar schatting) 679 huishoudens rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Dit is 5,2 procent van alle huishoudens. Het gemiddelde percentage met een dergelijk inkomen ligt landelijk tussen de 5 en 6 procent. In totaal hebben naar schatting 786 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm, 6,1 procent van alle huishoudens in de gemeente Waddinxveen en naar schatting hebben 962 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm, 7,4 procent van alle huishoudens. Dit ligt net iets onder het gemiddeld aandeel minimahuishoudens in andere (vergelijkbare) gemeenten: het gemiddelde aandeel is 8 à 9 procent. 1.224 huishoudens hebben een inkomen tot 130 procent Wsm (9,4 procent van alle huishoudens). De volgende tabel bevat een overzicht van het actuele aantal en aandeel huishoudens in de gemeente dat een inkomen heeft tot maximaal 130 procent van het Wettelijk sociale minimum voor het betreffende huishoudtype. 12 De omvang van de doelgroepen tot 150 procent Wsm wordt tevens weergegeven. 13 In bijlage 1 staat de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index beschreven.
14
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Tabel 1.2.1 Huishoudens naar inkomen in de gemeente Waddinxveen Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm
Aantal 679 786 962 1.224
Aandeel 5,2% 6,1% 7,4% 9,4%
Overig Totaal
11.738 12.962
90,6% 100%
Verdeling naar kenmerken De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 130 procent Wsm bestaat voor een kwart uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 37 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. 39 procent heeft een overig inkomen. Dit bestaat uit bijvoorbeeld een WW-uitkering of inkomen uit werk. In andere gemeenten zien we gemiddeld dat 40 à 45 procent van de minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt, 20 à 25 procent heeft een AOW-uitkering en 35 à 40 procent een overig inkomen. De gemeente Waddinxveen heeft relatief minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en meer huishoudens met een AOW-uitkering. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (57 procent) alleenstaand. Dit beeld komt overeen met wat we in andere gemeenten met een inwonerstal tot 50.000 vinden. Gemiddeld ligt het aandeel alleenstaanden in deze gemeenten tussen de 50 en 55 procent van alle minimahuishoudens. In totaal heeft 29 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit ligt ook in lijn met het gemiddelde dat we bij andere gemeenten van vergelijkbare grootte zien; 25 à 30 procent. Tabel 1.2.1 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tot 100% en 130% Wsm Categorie
100% Wsm
130% Wsm
Aantal
Aandeel
Aantal
Aandeel
Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • Werkloosheidsverzekering • Arbeidsongeschiktheid • ZZP • Werk uit arbeid Totaal
300 183 196 25 52 43 76 679
44% 27% 29% 4% 8% 6% 11% 100%
300 450 474 125 114 114 121 1.224
25% 37% 39% 10% 9% 9% 10% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal
382 76 110 110 679
56% 11% 16% 16% 100%
693 125 168 238 1.224
57% 10% 14% 19% 100%
15
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
1.3. Kinderen Van alle 6.899 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Waddinxveen groeien er naar schatting 600 op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent van het voor dat huishouden geldende Wettelijk sociaal minimum. In totaal vormen zij 8,7 procent van alle kinderen in de gemeente. Dit aandeel ligt iets boven het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten: in andere gemeente van vergelijkbare grootte vormen minimakinderen gemiddeld zo’n 7 à 8 procent van alle kinderen. Circa 355 kinderen (5,1 procent van alle kinderen) groeien op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en naar schatting 481 kinderen (7,0 procent) groeien op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Tabel 1.3.1 Aantal kinderen naar inkomen, cumulatief (schatting) Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm
Aantal 355 409 481 600
Aandeel 5,1% 5,9% 7,0% 8,7%
Overige inkomens Alle kinderen
6.418 6.899
91,3% 100%
16
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
2. Huidig beleid In dit hoofdstuk staat het huidige beleid (visie, uitgangspunten en actiepunten) rondom het minimabeleid van de gemeente Waddinxveen beschreven. Dit doen we aan de hand van de meest recente beleidsdocumenten van de gemeente Waddinxveen. Dit zijn het Beleidskader Sociaal Domein 2019-2023 ‘Samen Redzaam’ en de Verordening Sociaal Domein ‘Samenredzaam’ 2022.
2.1. Beleidskader Sociaal Domein 2019-2023 2.1.1. Visie en missie De gemeente Waddinxveen heeft een visie voor het brede Sociaal Domein (2019 – 2023) opgesteld waarin de inwoner centraal staat. De gemeente streeft ernaar om inwoners te stimuleren om met een hulpvraag bij de gemeente te komen en om taboes te doorbreken, door onderwerpen bespreekbaar te maken. Van inwoners wordt verwacht dat zij verantwoordelijkheid dragen voor het ondernemen van actie bij problemen. Tegelijkertijd realiseert de gemeente zich dat een deel van de inwoners beschikt over een beperkte mate van zelfredzaamheid 14. De gemeente blijft – ook bij die laatste groep - kijken naar mogelijkheden en verwacht van inwoners een actieve inzet in het meedenken in oplossingen. De missie van de gemeente Waddinxveen is als volgt: ‘We willen dat iedereen in Waddinxveen gelijkwaardig meedoet in de samenleving. Dit betekent een inclusieve samenleving waarin iedereen op voet van gelijkheid mee kan doen en de mogelijkheden, talenten en eigen regie van onze inwoners centraal staan. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties geven we invulling aan die inclusieve samenleving.’ Om bovenstaande missie te bereiken kiest de gemeente ervoor om de hulpvraag van inwoners centraal te stellen (en niet hun aanvraag) en om integraal te werken.
Door een inwoner te benaderen vanuit zijn hulpvraag kan bij aanvang meteen naar een brede oplossing worden gezocht. Een voorbeeld hiervan is werken met één toegangspunt waarbij de inwoner direct toegang heeft tot alle minimaregelingen, in plaats van dat hij langs verschillende loketten moet om de regelingen (apart) aan te vragen. Bijkomend voordeel is dat de inwoner door één en dezelfde consulent kan worden geholpen gedurende de afhandeling van zijn hulpvraag.
2.1.2. Uitgangspunten De visie van de gemeente is verder uitgewerkt in vijf uitgangspunten voor het Sociaal Domein. 1. Inzet op preventie De gemeente Waddinxveen richt zich in een zo vroeg mogelijk stadium op hulpvragen signaleren en oplossen. Samen met partners in de gemeente is er de wens een netwerk te creëren waarin inwoners geen drempel voelen om een hulpvraag te stellen. Daarbij wil de gemeente met lichte interventies, als informatie- en adviesgesprekken, voorlichting, korte cursussen en de inzet van vrijwilligersorganisaties, de drempel verlagen voor inwoners om hulp te vragen. De gemeente heeft een preventiewerkplan uitgewerkt ter uitvoering van dit beleidskader. 2. Iedereen doet mee De gemeente ziet haar eigen rol als faciliterend: er moet een laagdrempelig en toereikend aanbod zijn aan voorzieningen, zodat iedereen mee kan doen. Ook wordt verwacht van burgers dat zij meedoen en initiatief tonen. De gemeente ziet daarnaast dat er altijd inwoners zijn die niet mee willen doen. De gemeente respecteert deze keuze als hier verder geen (gezondheids)risico’s zijn voor de inwoner of zijn omgeving. 3. Integraliteit en maatwerk De gemeente Waddinxveen werkt integraal en met één aanspreekpunt zodat inwoners zo snel als mogelijk een reactie op hun vraag krijgen en hun hulpvraag (mogelijk) kan worden opgelost.
Een situatie wordt door de gemeente integraal beoordeeld, door samen met de inwoner, een ondersteuningsplan op maat op te stellen volgens de methode één 14 De gemeente beschrijft dat niet iedereen in aanleg gelijke kansen op zelfredzaamheid heeft, iedereen
kan in situaties verzeild raken waarin de zelfredzaamheid ontoereikend is.
17
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
gezin/huishouden, één plan, één regisseur (1G1P1R). Waar nodig zal de gemeente samenwerken met andere professionals of de zorg overdragen aan een gespecialiseerde organisatie. De gemeente heeft daarnaast één verordening, waardoor een hulpvraag in één keer wordt getoetst op alle wetten. Er wordt samen met de cliënt gekeken naar de draaglast en draagkracht om maatwerk te leveren. Een cliënt kan kosteloos gebruik maken van een cliëntondersteuner, de gemeente informeert over deze mogelijkheid via folders, de website en bij het keukentafelgesprek. 4. Duurzaamheid en nazorg Er wordt gezocht naar een duurzame oplossing van een hulpvraag. Het doel is dat na inzet van hulp een inwoner weer zelf verder kan, met of zonder de hulp van een sociaal netwerk. Voor een zo duurzaam mogelijke oplossing van een hulpvraag is het belangrijk om alle levensgebieden van de inwoner in kaart te brengen. Wanneer hulp is geboden, houdt de gemeente contact met de inwoner. Hiermee wordt in gaten gehouden of de hulp geleverd is en of deze bijdraagt aan het verbeteren van de situatie. De gemeente grijpt in als dit niet het geval is. 5. Samenredzaamheid De gemeente vindt het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat een inwoner zelf kan en wil, maar ook wat de sociale omgeving daarin kan betekenen, zogenaamd ‘samenredzaamheid’.
De gemeente beschikt over een sterk netwerk van (zorg)vrijwilligers, mantelzorgers en professionals in het Sociaal Domein. De gemeente wil ruimte voor creativiteit en experimenten, zodat informele en formele hulp tegelijkertijd ingezet kunnen worden als dat nodig is. Figuur 2.1.1 Samenhang tussen de vijf uitgangspunten van het Sociaal Domein (uit: Beleidskader Sociaal Domein 2019-2023)
18
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
2.1.3. Kader minimabeleid In het beleidskader staan richtinggevende kaders voor verschillende thema’s. De thema’s zijn: (1) gezond opgroeien in Waddinxveen, (2) leven met voldoende middelen, (3) mantelzorger en (zorg)vrijwilligers, (4) wonen, (5) huiselijke relaties en (6) mentaal welbevinden. In deze paragraaf lichten we het thema ‘leven met voldoende middelen’ toe. De overige thema’s sluiten in mindere mate aan bij het huidige onderzoek en zijn daarom minder relevant om hier te specificeren. Visie ‘leven met voldoende middelen’ Hoe eerder inwoners met financiële problemen ondersteuning krijgen, hoe makkelijker het is om de financiële situatie weer op orde te brengen. Er wordt in een zo vroeg mogelijk stadium de benodigde informatie en ondersteuning geboden. Daarnaast richt de gemeente zich op het gedrag en de vaardigheden van inwoners met schulden, om zoveel mogelijk te voorkomen dat inwoners opnieuw te maken krijgen met financiële problemen. Actiepunten 2019-2023 ‘leven met voldoende middelen’ •
•
•
•
Initiatieven blijven opzetten ter bevordering van bekendheid inkomensondersteunende voorzieningen, zoals minimaregelingen De gemeente organiseert initiatieven waarmee regelingen en voorzieningen nog beter bekend worden. Extra aandacht voor nieuwkomers en hun financiële situatie Uit onderzoek blijkt dat vluchtelingen die zich in Nederland vestigen sneller te maken krijgen met schulden. Financiële zelfredzaamheid is onderdeel geworden van het participatieverklaringstraject voor statushouders. De gemeente blijft initiatieven onderzoeken die financiële problemen kunnen voorkomen. Verbinding zoeken tussen schuldhulpverlening en gezondheidsaspecten De gemeente heeft aandacht voor het verband tussen gezondheid en schulden en onderzoeken daarom de verbinding tussen het lokaal gezondheidsbeleid en schuldhulpverlening. Blijvende aandacht voor jeugdigen die opgroeien in armoede De gemeente behoudt de Rotterdampas en onderzoekt de mogelijkheid om het Kindpakket beter aan te laten sluiten bij de behoeften van de jeugdigen.
2.1.4. Monitoring Sociaal Domein De gemeente Waddinxveen heeft een monitor met kaders voor het sociaal domein opgesteld. Deze monitor bevat 36 indicatoren waarmee wordt aangegeven wat de stand van zaken is.
2.2. Verordening Sociaal Domein 2022 In de verordening voor het Sociaal Domein ‘Samenredzaam’ 2022 is een aantal kernwaarden geformuleerd. Deze vormen het uitgangspunt voor het toepassen van de regels uit de verordening. 1. De hulpvraag van de inwoner staat centraal. 2. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te bereiken. 3. De gemeente stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun problemen. De gemeente helpt waar dat nodig is zodat de problemen van inwoners ook voor langere periode kunnen worden opgelost. 4. De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar en zet zich ervoor in om te voorkomen dat problemen van inwoners hen boven het hoofd groeien.
2.2.1. Minimabeleid In de verordening staat een aantal doelen en acties geformuleerd om armoede en schulden zoveel mogelijk te voorkomen en tegen te gaan. Hieronder zetten we deze punten op een rij: 1. De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen (preventie).
19
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
2. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of die schulden hebben, hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. 3. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners en organisaties, die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden. 4. De gemeente legt het armoedebeleid vast in een beleidsplan. De gemeente geeft daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. 5. De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een laag inkomen voldoende ondersteund worden en dat het starten met betaald werk niet leidt tot een armoedeval. 6. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. 7. De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.
2.2.2. In gesprek met inwoners De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld, bijvoorbeeld via de participatieadviesraad, via enquêtes of het op andere wijze raadplegen van inwoners. Ook betrekt de gemeente inwoners bij de voorbereiding van nieuw beleid binnen het sociaal domein. De gemeente kiest de vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. De gemeente doet dit bij voorkeur in overleg met de participatieadviesraad.
20
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
3. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden voor de Inkomens Effectrapportage.
3.1. Huishoudens en inkomensgrenzen We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2023 voor de volgende negen huishoudtypen: Niet AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar zonder kinderen; • alleenstaande ouder met twee kinderen (3 en 6 jaar); • alleenstaande ouder met twee kinderen (14 en 16 jaar); • paar (twee volwassenen) met twee kinderen (3 en 6 jaar); • paar (twee volwassenen) met twee kinderen (14 en 16 jaar); • paar (twee volwassenen) met vier kinderen (3, 6, 14 en 16 jaar). AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar (twee volwassenen). We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent Wsm.
3.2. Inkomensbronnen Het totaal inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit het netto-inkomen, de gemeentelijke regelingen en diverse toeslagen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën: • •
•
netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. gemeentelijke minimaregelingen.
3.3. Gemeentelijke minimaregelingen In de onderstaande tabel volgt een overzicht van de gemeentelijke minimaregelingen in 2023. In bijlage 2 worden deze regelingen verder toegelicht. Tabel 3.3.1 Gemeentelijke minimaregelingen in gemeente Waddinxveen Regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Regeling Bijdrage Maatschappelijke Activiteiten Bijdrage schoolkosten Stichting Leergeld (Kindpas) Rotterdampas Energietoeslag Niet meegenomen in berekeningen: Bijzondere bijstand Individuele studietoeslag Tegemoetkoming voor chronisch zieken en beperkten 21
Inkomensgrens 100% Wsm 130% Wsm 130% Wsm, 3 jaar of langer 130% Wsm 130% Wsm 130% Wsm 130% Wsm 130% Wsm 130% Wsm 130% Wsm 130% Wsm
Gemeente Waddinxveen
Versie 1.4
Regeling Woonkostentoeslag
Inkomensgrens Minimale daling van het inkomen met 25%
Niet meegenomen regelingen Een aantal regelingen wordt niet meegenomen in de berekeningen en begrotingen. In de meeste gevallen gaat het om een regeling die een beperkte doelgroep heeft of niet ieder jaar wordt toegekend. Hieronder staat beschreven wat de precieze reden is waarom de regeling niet is meegenomen. • Bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen, omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt. Het is dus geen structureel (maandelijks) inkomen. • De individuele studietoeslag is eveneens niet doorgerekend in de financiële overzichten. Deze regeling kent een specifieke doelgroep; namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking, waarbij het niet mogelijk is dat zij naast hun studie werken. In deze inkomens effectrapportage is geen huishouden opgenomen waarbij deze regeling van toepassing is. • Ook zijn er geen huishoudens in deze inkomens effectrapportage opgenomen met een (grote) zorgvraag, waardoor de voorbeeldhuishoudens in deze rapportage geen recht hebben op een tegemoetkoming voor chronisch zieken en beperkten. Deze regeling wordt daarom buiten beschouwing gelaten in de rapportage.
• De woonkostentoeslag bestaat niet uit een vast bedrag dat wordt uitgekeerd aan minimahuishoudens en de toeslag wordt aan inwoners in specifieke situaties uitgekeerd. De woonkostentoeslag is daarom niet meegenomen in de berekening.