CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Energy Hub Bijlagen bij toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 15 december 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Bestemmingsplan 'Energy Hub'18.429 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Energy Hub vastgesteld

bestemmingsplan Bijlagen toelichting

Energy Hub vastgesteld

Energy Hub

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

4

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

4

Bijlage 2

Memo water

21

Bijlage 3

Toelichting nut en noodzaak Energy Hub

30

Bijlage 4

Bodemonderzoek

45

Bijlage 5

Ecologische inventarisatie

245

Bijlage 6

Nader onderzoek Grote modderkruiper

254

Bijlage 7

Aerius-berekening

257

Bijlage 8

Aerius-berekening Polder Stein

270

Bijlage 9

Risicoanalyse LNG, CNG & waterstof-tankstation Waddinxveen

277

Bijlage 10

Advies veiligheidsregio

327

Bijlage 11

Memo EV Windmolen

342

Bijlage 12

Te verwachten toename van verkeer

346

Bijlage 13

Notitie ontsluiting

348

Bijlage 14

Aanmeldnotitie

357

3

Energy Hub

Bijlagen toelichting Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

4

Inpassingsplan Energy Hub Distripark A12 | Waddinxveen

A12

ard eny e r G

eg agw

d Zui

BGSV bezoek post

E

e elijk

eg arsw w D

bureau voor stedenbouw en landschap

Westblaak 51 Postbus 21639

3001 AP Rotterdam T

N457- Moordrechtboog

rsl Ove

010 240 05 40 bgsv@bgsv.nl

Rotterdam, 8 april 2020

Inpassingsplan Energy Hub In de noordoost punt van Distripark A12 is de initiatiefnemer voornemens om een Energy Hub te vestigen. Deze zal bestaan uit circa 76 parkeerplaatsen voor vrachtwagens, circa 10 parkeerplaatsen voor auto’s en een truckerstankstation met bijbehorende voorzieningen. Naar aanleiding van de eerste versie van de inpassing, is er contact geweest tussen de aanvrager en de gemeente. Deze heeft beoordeeld dat inpassing van het groen op een andere wijze plaats moet vinden. Om die reden zijn er diverse wijzigingen doorgevoerd welke de groen- en blauwstructuur ten goede komen. De landschappelijke inpassing van de Energy Hub wordt in dit document beschreven en verbeeld.

Locatie De locatie wordt in een groter verband omkaderd door de A12, A20, N457 (Moordrechtboog) en de spoorlijnen Gouda - Den Haag en Gouda - Alphen a/d Rijn. Distripark A12 ligt centraal in deze infrastructurele knooppunt. De goede bereikbaarheid en de vele zichtlocaties maken dit gebied uitermate geschikt voor distributiecentra, logistieke bedrijven en voor de vestiging van een parkeervoorziening voor vrachtwagens in combinatie met een tankstation. De kavel waarop Energy Hub ontwikkeld wordt grenst aan de noordzijde direct aan de A12 en aan de oostzijde aan de Moordrechtboog, die een directe verbinding vormt tussen de A12 en A20. Door de komst van de Moordrechtboog is de recreatieve functie van de Zuidelijke Dwarsweg verminderd en is de woonbebouwing voor een groot deel verdwenen. Met het verdwijnen van de woonfunctie langs de Zuidelijke Dwarsweg blijft de recreatieve functie en de ecologische verbinding van ruimtelijk belang.

3 | BGSV

visie uit Landschapsplan Distripark Doelwijk 2004

richting Alphen a/d Rijn

A12

r ich ting

D en

Haa

kavel Energy Hub

g

A2

0

Zu i

de

lij

ke

Dw ar

sw eg

Moordrechtboog

richting Rotterdam

landschappelijke context van het kavel met Moordrechtboog 4 | BGSV

r ic

in ht

o gG

ud

a

Landschappelijke inpassing Een aantrekkelijke groene inrichting met voldoende ruimte voor water is van belang bij de situering van de Energy Hub. Aanwezige landschappelijke water- en groenstructuren zijn doorgezet en zorgvuldig ingepast in het ontwerp. In het Landschapsplan Distripark Doelwijk (2004) wordt aan noordoostzijde van het plangebied een landschappelijk-recreatieve en ecologische verbindingszone geprojecteerd en wordt rondom de Zuidelijk Dwarsweg een groene overgangszone aangebracht met elementen uit het polderlandschap. In het Landschapsplan is geen rekening gehouden met de komst van de Moordrechtboog. Hierdoor is de ecologische verbindingszone verschoven naar het oosten en wordt ingeklemd tussen de nieuwe weg en de spoorlijn richting Alphen a/d Rijn. In deze nieuwe context kan Distripark A12 worden opgevat als het hele gebied tussen de A12, Bredeweg, Zuidelijke Dwarsweg en Moordrechtboog. De kavel waarop de Energy Hub gerealiseerd wordt valt binnen dit gebied. Realisatie van een tankstation en een truckersparkeervoorziening lijkt dan ook een logische invulling voor de kavel dat wordt ingeklemd door de A12, de Moordrechtboog en bedrijventerrein. Voor de driehoekige kavel ten zuiden van het plan van de Energy Hub is reeds een landschappelijk inpassingsplan gemaakt in 2017 waarbij de landschappelijke groenzone met houtwal is vormgegeven langs de Zuidelijke Dwarsweg.

Aan de oostzijde van het perceel is een groene overgang gemaakt als buffer tussen de Moordrechtboog (N457) en de bedrijfskavel. Deze landschappelijke structuur bestaat uit een breed groen talud, een watergang en een doorlopende rij elzen. De bomenrij is vormgegeven als overgang tussen het bedrijventerrein en het polderlandschap. Op en langs de kavel van Energy-Hub zal deze buffer direct langs de Moordrechtboog richting het noorden worden doorgezet, zodat een doorlopende groenstructuur ontstaat die het brede groene talud langs de A12 verbindt met de landschappelijke groenzone langs de Zuidelijke Dwarsweg. De groenzone vormt tevens een duidelijke afbakening van het bedrijventerrein. Daarbij wordt aangesloten op de Structuurvisie 2030 waarin langs de Moordrechtboog een groene begeleiding van de weg en ecologische verbinding tussen de Zuidelijke Dwarsweg en A12 wordt beoogd. De bomenrij wordt doorgezet rondom de kavel en het parkeerterrein, zodat gezien vanaf de truckersparking een aantrekkelijk groen decor ontstaat en gezien vanaf de omliggende infrastructuur het zicht op de geparkeerde vrachtwagens aan het beeld wordt onttrokken. Doordat de N457 rondom de Energy Hub laag ligt kijken automobilisten schuin over het plangebied heen, waarbij de boomkronen bovendien als afscherming dienen.

5 | BGSV

Landschappelijke structuren • Doorzetten bosschages langs A12. Vanaf de A12 ontstaat een aantrekkelijk spel van dichtere bosschages en open doorzichten over het landschap waar de A12 wordt gekruist door infrastructuur. De bosschage aan de noordzijde van Energy-Hub vormt een mooie robuuste groene afscherming van de truckersparking. • Verbinden brede (ecologische) groenzone langs de Zuidelijke Dwarsweg met groen talud en bosschage langs de A12. Langs de Moordrechtboog wordt een breed talud, watergang en bomenrij doorgezet. Daarmee wordt een aantrekkelijke overgang gemaakt naar het bedrijventerrein en wordt het zicht op de verharding en geparkeerde (vracht)wagens beperkt.

Bestaande situatie van het kavel waar het DC moet komen eg (15 arsw Dw e k j deli Zui e n o enz Gro 6 | BGSV

/18

re mb

de h

o

et al m w t u

elze

n)

Waterstructuur • Rondom het kavel van Energy Hub liggen twee watergangen. Beide watergangen worden uitgebreid om voldoende waterbergingscapaciteit te realiseren. Dat is van belang als compensatie van de hoeveelheid verharding die wordt aangelegd om het parkeerterrein te kunnen realiseren. • De brede watergang aan de westzijde wordt op de koppen aan de noord- en zuidzijde vergroot om de benodigde waterbergingscapaciteit te realiseren. Deze watergang ligt op -7.12 NAP. • De bestaande smalle sloot aan de oostzijde van de kavel wordt verbreed naar een breedte van 1114 meter. In totaal heeft de groenblauwe zone langs de Moordrechtboog een maat van minimaal 25 meter.

B ossch

ages do

orzette

n

Referentiemodel passend binnen bestemmingsplan

7 | BGSV

bestaande sloot doorzetten tbv afwatering

bosschage doorzetten langs A12

7.00 4.47

7 2x 4x lz pa v rk pa e rk ren er en

C

50

20

54 -7.1 4 2 m 2

w

ng

gi

er

rb

e at

w at er b 60 -6.3 erg 3 2 ing m 2

bossage

uitg

ang

min. 25 m brede groenblauwezone langs N457 doorzetten bomenrij langs water rondom kavel

ng

pe

e ilb

sl

ui

t-

uit

rit

6.

32

en

-7

.1

2

waterberging -6.32 1.749 m2

p

g rgin erbe

LN G a vu pr and lp ijz uid un en in t bo g rd sbo 10 rd m / tr.

l lu

en

w

ag

m

en

ife

s

an

de

lig

e

w

to

eg

eg

an

g

2x

fa

ci

wat

lit

ei

nh tesc

ei

di

xp

10 2 H

uit

rit

in

sta

lla

pe

tie

rs

on

circa 53m brede groenblauwezone

s

en

ag

htw

G

N

G

LC

sta

in

be

38 -6.3 rg 3 2 ing m 2

en

er

in

at

2

w

.1

be

er

at

kte la rv 2 pe 0 m op .72 3

in

-e

n

uit

rit

w

ng

i rg

81 -7.1 2 2 m 2

w

at

er

be

rg

in

rit

g

LN

-7

tie

lla

ac

vr

O

ve

rs l

ag w

eg

13/20m brede groenblauwezone langs N457

27

2

C

8 | BGSV

Vogelvlucht voorkeursmodel gezien vanaf de Zuidelijke Dwarsweg vanuit zuidoostelijke richting

17

Verklaring Stedenbouwkundig Matenplan

Aanpassingen Links het nieuwe plan met de landschappelijke inpassing van Energy Hub. Hieronder het oude ingediende plan. In het nieuwe plan zijn de landschappelijke verbindingszones en belangrijkste groenblauwe structuren aangegeven. Op de tekening hieronder is aangegeven wat er gewijzigd is ten opzichte van het oude plan.

Bestaande sloot was gedempt of niet ingetekend, is nu weer aangesloten op verbrede watergang aan oostzijde. Stuk rijbaan ontbreekt. Het groene talud was niet meegenomen in het ontwerp. Dit talud is nu mee-ontworpen bij de landschappelijke inpassing en ingevuld met een bosschage zoals ook verderop langs de A12. Rijbanen waren over gedimensioneerd, waardoor er aan de noord- en westzijde een te smal talud over bleef om bomen in aan te planten. Het talud heeft nu een maat van 4,5m zodat dat wel kan. Koppen van parkeerzones waren verhard. Nu groen met waar nodig doorlaatbare verharding en bomen. Talud was erg smal en verharding onnodig breed. Dit is versmald, zodat er voldoende ruimte is voor een goede inpassing van de bomenrij. Groen aan overzijde water meegenomen als integraal onderdeel van de landschappelijke inpassing.

Waddinxveen

Wijzigingen t.o.v. oude plan Energy Hub

Inpassing Energy Hub

wijz.

9 | BGSV

A

datum

Datum

ontw | controle | tek

10 02 2020

.

.

07 04 2020

.

.

:

07 04 2020

Voorstel boomsoorten

Op de koppen van het parkeerterrein Els (Alnus Spaethii ‘Spaeth’) 15 - 20 m, snelgroeiend

Bomenrij rondom parkeerterrein Witte els, Gauwe els (Alnus incana) 12 - 20 m, snelgroeiend

Waterdoorlatende verharding met groene uitstraling op de koppen van de parkeerstroken

10 | BGSV

Bosschage op talud A12 Zwarte els (Alnus glutinosa) 10 - 20 m, snelgroeiend

Groenplan Een goede landschappelijke inpassing van de Energy Hub wordt vormgegeven door middel van diverse groenblauwe (buffer)zones als overgang tussen het bedrijventerrein en de omliggende infrastructuur. Aan de noordzijde wordt het talud langs de A12 ingeplant met een bosschage, zoals die verderop langs de A12 ook te vinden zijn. De bosschage heeft een dichte begroeiingsstrucuur, zodat het parkeerterrein aan het zicht wordt onttrokken. Onderaan het talud wordt de smalle poldersloot gehandhaafd om het water dan van het talud af stroomt op te vangen en te bergen. Zo wordt voorkomen dat het parkeerterrein onderstroomt bij hevige buien. Het parkeerterrein wordt omgrenst door water. In het talud wordt (op het kavel van Energy Hub) een doorgaande bomenrij aangelegd. Langs de Zuidelijke Dwarsweg staan veel Elzen afgewisseld met een enkele (solitaire) kastanjeboom. In het inpassingsplan dat BGSV eerder heeft opgesteld voor de groenzone en houtwal langs de Zuidelijke Dwarsweg is een brede houtwal geïntroduceerd waarin deze elzen zijn doorgezet. De bomenrij vormt in een robuust groenelement een structurele bijdrage aan een ecologische verbinding langs de Zuidelijke Dwarsweg. De voorgestelde plantsoorten zijn onderhoudsarm. In het assortiment van de beplanting wordt rekening gehouden met een onderhoud van ca. 1 maal per 5 jaar.

Aan de zijde van de Moordrechtboog wordt een brede groenblauwe zone gerealiseerd. De overgang van het kavel naar de Moordrechtboog wordt vormgegeven door middel van een 11 tot 14 meter brede watergang met aan beide zijden een groen talud. Aan de zijde van Energy Hub wordt in het talud een bomenrij aangeplant die aansluit op de voorziene bomenrij langs het driehoekige perceel ten zuiden van Energy Hub

11 | BGSV

Vogelvlucht inpassing Energy Hub vanaf A12 richting Zuidelijke Dwarsweg

12 | BGSV

Vogelvlucht vanaf Moordrechtboog

Ooghoogte perspectief gezien vanaf de Moordrechtboog

Ooghoogte perspectief op gezien vanaf de Moordrechtboog

13 | BGSV

Ooghoogte perspectief gezien vanaf de A12 richting Gouda

Ooghoogte perspectief gezien vanaf de A12 richting Gouda

14 | BGSV

Ooghoogte perspectief gezien vanaf de A12 richting Den Haag

Ooghoogte perspectief op gezien vanaf Overslagweg

15 | BGSV

Westblaak 51 Postbus 21639 3001 AP Rotterdam The Netherlands bezoek

post

T

+31 10 240 05 40

bgsv@bgsv.nl W www.bgsv.nl E

BGSV

bureau voor stedenbouw en landschap

Energy Hub

Bijlage 2 Memo water

21

Postbus 525 7300 AM Apeldoorn Kleine Fluitersweg 253 7316 MX Apeldoorn T 055 578 13 50 F 055 578 13 51 info@contrall.nl

MEMO Apeldoorn, 26 februari 2020

Opgesteld: Kenmerk: Betreft:

Harmen de Jong 552914 Water memo DCB Energy Hub en Truckparking Waddinxveen

1. INLEIDING DCB energy BV i.s.m. Distripark A12 ontwikkelt momenteel een Energy Hub en truckparking te Waddinxveen. Hierna te noemen het plangebied. In het in ontwikkeling zijnde plangebied wordt de realisatie van een Energy Hub voorzien en een afgesloten parkeerplaats voor vrachtwagens. De vrachtwagen parkeerplaats zal tevens gebruikt worden voor overnachtingen. T.b.v. de ruimtelijke inpassing van het plan dient er te worden bekeken hoe er wordt omgegaan met de waterbergingen en de compensatie m.b.t. het aanvullende verharde oppervlakte. Hiervoor is met het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard op 9 december 2019 vooroverleg gevoerd over de exacte invulling. De uitwerking hiervan is opgenomen in deze memo 2. UITGANGSSITUATIE 2.1 Locatie omschrijving Het plangebied is gelegen bij het bedrijfsgebied Distripark te Waddinxveen. Aan de westzijde van de ontwikkeling staat een windmolen. Zie hieronder rood blauw het plangebied. Binnen het plangebied liggen een aantal sloten en een bestaande waterberging. Zie bijgevoegde tekening voor gedetailleerde informatie omtrent de liggingen, oppervlaktes en ontwerp.

www.contrall.nl ContrAll Projektrealisatie B.V. ⚫ kvk 08058410 ⚫ btw NL006483616B07

2.2 Uitgangspunten In overleg met het waterschap is het volgende bepaald: - Conform peilbesluit Zuidplaspolder zal het rechterdeel(noordoost) van het terrein op waterpeil -6.32 t.o.v. NAP worden aangelegd. Voor het linkerdeel(zuidwest) geldt het waterpeil van-7.12 t.o.v. NAP. Zie afbeelding hieronder. - Aanvullend verhard oppervlakte wat wordt geloosd op een waterberging op waterpeil -7.12 t.o.v. NAP geldt een voorwaarde dat er 5% compensatie dient te worden gerealiseerd. - Aanvullend verhard oppervlakte wat wordt geloosd op een waterberging op waterpeil -6.32 t.o.v. NAP geldt een voorwaarde dat er 15% compensatie dient te worden gerealiseerd.

De bestaande waterberging aan de westzijde van de locatie heeft een waterpeil -7.12 t.o.v. NAP. De bestaande sloten op het terrein hebben een waterpeil van zowel van -6.32 t.o.v. NAP.

2

www.contrall.nl

2.3 Dempen watergangen Te dempen watergangen conform tekening RV-B102:

3

Dempen -7.12 Dempen 1 Totaal dempen

1.454 m2 1.454 m2

Dempen -6.32 Dempen 2 Dempen 3 Dempen 4 Dempen 5 Totaal dempen

1.219 m2 553 m2 30 m2 268 m2 2.070 m2

www.contrall.nl

2.4 Nieuwe watergangen Nieuwe watergangen conform tekening RV-B103: Nieuw -7.12 Nieuw 1 833 m2 Nieuw 2 544 m2 Nieuw 3 812 m2 Totaal nieuw 2.189 m2 Dit betekent dat er ten opzichte van het gedempte sloten er aanvullend op dit niveau er 735 m2 (2189-1.454) zal worden gerealiseerd. Nieuw -6.32 Nieuw 4 603 m2 Nieuw 5 383 m2 Nieuw 6 1.749 m2 Nieuw 7 165 m2 Totaal nieuw 2.900 m2 Dit betekend dat er ten opzichte van het gedempte sloten er aanvullend op dit niveau er 830 m2(2.900-2.070) zal worden gerealiseerd.

4

www.contrall.nl

5

www.contrall.nl

2.5 Aanvullende verharding en gebouwen Aanvullend verhardingen en gebouwen: - Aanvullend verhard oppervlakte parkeren en overige wegen 15.795m2 - Aanvullend verhard oppervlakte Energy Hub 2.030 m2 - Aanvullend dakoppervlakten, totaal 690 m2 o luifel 530 m2 o faciliteitengebouw 160 m2 Totaal : 18.515 m2

‘

6

www.contrall.nl

Op het peil -6.32 is 830m2 aanvullend gerealiseerd. Op basis van de 15% regel kan op de 830 m2 een totaal verharding van 5.533 m2 worden aangesloten. Het voorstel is om de 2.560m2 van de Energy Hub en 2.973 m2 van de truckparking op het hoge niveau worden aangesloten Op het peil -7.12 is 735 m2 aanvullend gerealiseerd. Op basis van de 5% regel kan op de 735 m2 een totaal verharding van 14.700 m2 worden aangesloten. De resterende 12.982m2 van de truckparking zal op het laag niveau worden aangesloten. 3. CONCLUSIE DCB energy BV i.s.m. Distripark A12 zijn voornemens een Energy Hub met truckparking te realiseren. Hiervoor zal er een watercompensatie moeten komen voor het aanvullende oppervlakte. Er wordt 18.515m2 verharding en dakoppervlakken gerealiseerd. Door middel van compensatie wordt er conform de afspraken met het waterschap invulling gegeven aan compensatie voor alle verhardingen en gebouwen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er voldoende waterberging wordt gerealiseerd.

7

www.contrall.nl

Energy Hub

Bijlage 3 Toelichting nut en noodzaak Energy Hub

30

1

DCB Energy B.V. Postbus 481 3200 AL Spijkenisse T: (+31) 0181 692111 E: dcb@dcbenergy.nl 30 10 2019

VERTROUWELIJK

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5.

Visie duurzame mobiliteit DCB Energy Energy Hub Concept voor wegverkeer Het nieuwe Energy hub concept Energy hub locaties bestaand Referentie locaties

VERTROUWELIJK

3

1. Visie duurzame mobiliteit DCB Energy DCB Energy DCB Energy levert brandstoffen, smeermiddelen en verwante diensten van A-kwaliteit. Met eigen DCB Energy tanklocaties, onderverdeeld in vier concepten, voorzien we zakelijke en particuliere weggebruikers van gemak, voordeel en mobiliteit. Aangevuld met partnerlocaties omvat het netwerk van de DCB Energy Card een dekking in de gehele Benelux.

Visie Duurzame mobiliteit betekent langdurige, kosteneffectieve en milieuvriendelijke oplossingen voor alle vervoersuitdagingen van bedrijven en individuen. Net als alle andere bedrijven binnen de D.C. Berkel Groep onderscheiden we ons van de concurrentie door continue focus op – en drang naar – duurzame ontwikkeling van onze diensten en relaties. Zo is DCB Energy voorloper op het gebied van de uitrol van een netwerk duurzame brandstoffen, zoals LNG, CNG, H2 + elektrisch laden , Groengas en Biodiesel. Zowel zichtbaar bij de pomp, als achter de schermen op politiek niveau. DCB Energy zet zich daarnaast in om al haar reguliere brandstoffen te verduurzamen. Onze organisatie is erop ingericht om flexibel in te springen op behoeften van onze klanten en de brandstoffenmarkt in het algemeen. Duurzame mobiliteit betekent ook continuïteit en vooruitgang, een gedachtegoed dat diep in ons DNA zit. Net als klantvriendelijkheid en persoonlijk en professioneel advies. Onze medewerkers weten er alles van.

‘Duurzaam rijden doen we voor de toekomst van onze kinderen’

VERTROUWELIJK

4

2. Energy Hub concept voor wegverkeer Infrastructuur voor alternatieve duurzame energiebronnen

Inleiding In 2015 steeg de CO2 uitstoot ten opzichte van 2014 met 5 % in Nederland. Dit blijkt uit jaarcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en Emissieautoriteit. De verwachting was dat door de maatregelen, die de overheid richting industrie en verkeer had gesteld, de uitstoot van CO2 juist zou dalen. Niets is minder waar, want door de lage prijzen voor steenkool is het gebruik hiervan weer toegenomen en dus de CO2 uitstoot gestegen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu werkt al jaren aan een aanpak van het klimaatprobleem en heeft mede naar aanleiding van het klimaatakkoord van Parijs zichzelf ten doel gesteld meer richting te gaan geven aan het leefomgevingsgebied, waarin o.a. energietransitie een wezenlijke rol moet gaan vervullen. Om deze reden is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu het “Beleidskader infrastructuur voor Alternatieve Brandstoffen” geschreven, gedateerd op 26 januari 2017. Het Europees Parlement en de Raad hebben de Richtlijn 2014/94/EU over de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen vastgesteld. Doel van deze richtlijn is het zover mogelijk terugdringen van de olieafhankelijkheid en het verminderen van het negatieve milieueffect door het verkeer en vervoer.

Staatsecretaris Dijksma van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat de nieuwe Europese richtlijn verplichtingen bevat om een nieuwe infrastructuur aan te leggen om zo het rijden op elektriciteit, waterstof en aardgas (CNG en LNG) mogelijk te maken. Om een infrastructuur voor deze nieuwe energiebronnen te realiseren is een goede samenwerking met alle betrokken partijen, zoals industrie provincie- en gemeentebesturen onontbeerlijk. Door het rijden en tanken van deze nieuwe duurzame brandstoffen moeten de negatieve milieueffecten worden verminderd. Daarom zijn er nu eisen geformuleerd aan de toekomstig uit te rollen tank- en oplaadpunten. Hierbij zal worden ingezet op elektriciteit, waterstof, CNG, LNG en de bio vormen van CNG en LNG. Het “Beleidskader infrastructuur voor Alternatieve Brandstoffen is aangevuld met het SER Energieakkoord. Daarin zijn doelen vastgesteld om de CO2 uitstoot voor de sector mobiliteit en transport te verminderen:

VERTROUWELIJK

❖ In 2050 moet de CO2 uitstoot in de sector transport en mobiliteit met 60% zijn verlaagd. ❖ Na 2035 moeten alle nieuw verkochte auto’s CO2 emissievrij zijn. ❖ Na 2050 geldt dit voor alle personenauto’s Inmiddels heeft de overheid in het Energieakkoord voor 2020 een CO2-reductie opgenomen van 25% ten opzichte van 1990. Gezien de korte periode waarin deze doelstelling moet worden bereikt heeft Urgenda de urgentie hiervan voor de rechter laten afdwingen. Door deze uitspraak van de rechter op 9 oktober jl. mag er geen tijd meer worden verloren om deze doelstelling te halen. De EU heeft inmiddels als doel gesteld in 2030 een CO2-reductie van 35% te bewerkstelligen.

5

Nederland kan deze transitie naar de nieuwe alternatieven niet alleen oplossen, maar zal Europees en zelfs wereldwijd betrokken moeten zijn bij een goede invulling hiervan. Internationaal is er een aantal prioriteiten gesteld om het klimaatprobleem zo goed mogelijk op te lossen: ❖ Een gecoördineerde samenwerking om vanaf 2020 te komen tot een daling van emissie ❖ Een zeer grootschalige inzet van bio-massa en waterstof ❖ Een verdere invulling van energiebesparing op industrieel gebied, in het wegverkeer en privé gebruik Het tempo waarin energiebesparing moet worden bereikt is ontzettend belangrijk. Zonen windenergie lopen reeds op koers, maar blijven slechts een beperkt aandeel in het totaal van energiebesparing leveren. Hierdoor zal de aandacht zich meer moeten gaan richten op CO2 reductie door de huidige brandstoffen zuiniger toe te passen en deze te vervangen door alternatieven, waarbij sterk moet worden overwogen nieuwe brandstoffen uit bio-massa te genereren en waterstof op te wekken door electrolyse en deze in het wegverkeer op grote schaal toe te gaan toepassen. Er moet dus iets gebeuren.

Visie 2030 van URGENDA spreekt hierin duidelijke taal: (http://www.urgenda.nl/visie/rapport-2030/) Deze visie en de bijbehorende agenda voor de komende twintig jaar zijn geen opdracht voor de overheid; het is een opdracht voor de hele maatschappij, een opdracht waar iedereen aan zal moeten bijdragen. Zo zullen burgers aan de hand van dit scenario meer moeten investeren in hun huis, om te zorgen dat in 2030 alle huizen energieneutraal zijn. Mensen zullen in de nabije toekomst meer auto’s moeten gaan delen en hun benzine- of dieselauto inruilen voor een elektrische auto. Bedrijven zullen vanaf nu tot en met 2030 ieder jaar 2% energie moeten besparen. Ook zullen ze meer moeten investeren in energiebesparende aanpassingen aan hun gebouwen en zullen ze overgaan op elektrisch rijden. Het zwaarder vervoer zal in dit scenario overgaan op bio-LNG of bio-CNG, terwijl de tuinbouwsector 75% van alle kassen op aardwarmte laat draaien in combinatie met andere duurzame bronnen.

VERTROUWELIJK

6

Visie 2030 van Urgenda vertelt ons dat Nederland in 2030 100% duurzaam kán zijn. Het is alleen een kwestie van willen. Het is een combinatie van vele oplossingen samen, waarbij niet alleen aan technologie moet worden gedacht. De Initiatiefnemers van de Energie Hub sluiten zich hierbij aan en zijn door de visie van Urgenda geïnspireerd. Zij willen door de uitrol van het Energie hub concept als infrastructuur voor de verkoop van energie de uitwerking van de visie dichterbij brengen door het nu te dóen. Om dit te laten slagen is met name hulp nodig van gemeentelijke en provinciale overheden, omdat zij besluiten nemen over de ruimtelijke ordening. Bij voorkeur een ordening die dat uitstraalt dat 100% duurzaam werkelijk kán. Uit het verleden is bekend dat het proces van een dergelijke uitrol veel te traag verloopt. Het moet nú gebeuren, anders bereiken we niets. En iedereen moet er ook in geloven anders gebeurt het niet. Bekend is de rechtszaak tegen de Nederlandse staat over het niet behalen van zelf gestelde doelen. Het mag niet meer vrijblijvend zijn. Met name overheden hebben de verantwoordelijkheid om initiatieven te ondersteunen. Volgens de nieuwe richtlijnen zal in de EU diesel als motorbrandstof vanaf 2035 worden uit gefaseerd.

Dit is inmiddels opgenomen in het beleidskader “infrastructuur alternatieve brandstoffen”, dat is uitgegeven door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. In de nieuwe kabinetsplannen voor de periode 2017 – 2021 wordt straks door de nieuw te vormen regering overwogen de uitfasering van steenkolencentrales naar voren te halen en wordt er nieuw beleid opgezet om alternatieve duurzame energiebronnen nog verder naar voren te trekken. Er vindt reeds een verschuiving plaats van fossiele- naar duurzame energiebronnen. Deze transitie moet dus de komende jaren worden doorlopen. Naast de huidige brandstoffen, zoals benzine en diesel, zullen op dezelfde locatie de nieuwe alternatieve energiebronnen moeten worden gerealiseerd om zo gedurende de komende jaren de transitie gestalte te doen. Een locatie waar zowel conventionele als alternatieve energiebronnen kunnen worden getankt, noemen wij een Energie hub (E-hub). EU beleid biedt een richting, echter de initiatiefnemers kiezen voor een ambitie niveau dat onderstreept dat er nú iets moet gebeuren, het opzetten van een nieuwe infrastructuur middels het Energie Hub concept. Ook het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het initiatief genomen om een Energie Hub netwerk te ondersteunen, waarbij waterstof kan worden getankt voor personenauto’s en bussen en LNG voor het vrachtverkeer.

VERTROUWELIJK

7

Het Energy Hub concept In de automotive branche is er nu sprake van een transformatie, oftewel de verschuiving van fossiele brandstoffen naar duurzame brandstoffen. Om deze transformatie volledig door te voeren is tijd en geld nodig. Niet alleen op het gebied van het aanbieden van de alternatieve duurzame brandstoffen, maar ook om alle transportmiddelen technisch aan te passen aan die duurzame alternatieve brandstoffen. Op dit moment zijn de meeste duurzame transportmiddelen uitgerust met hybride aandrijvingssystemen, die functioneren op traditionele en alternatieve duurzame brandstof(fen). In de toekomst zullen de traditionele brandstoffen nauwelijks meer nodig zijn. De nieuwe Energy Hub locaties kunnen en moeten die overgangsfase stimuleren door het aanbieden van meerdere energiebronnen. Afhankelijk per locatie biedt een Energy Hub verkooppunt nieuwe energiebronnen aan zoals LNG, LBM, CNG, en ad blue voor de trucks en benzine met ethanol toevoegingen, HVO 100, CNG, biomethaan, waterstof en elektriciteit voor de personen- bestelauto’s. Brandstofverkooppunten, zoals wij die nu kennen, behoren dus straks tot het verleden. Het nieuwe rijden vereist een nieuwe infrastructuur, waarbij reguliere brandstoffen op de langere termijn naar achteren worden geschoven en nieuwe energiebronnen hun intrede doen op de Energie Hub verkooppunten.

Het Energy Hub concept is een flexibel concept met als kernpunt Duurzame Mobiliteit. De flexibiliteit zit in de volgende aspecten: ❖ A) Het kan gefaseerd in de tijd worden ingevuld, waarbij snelheid en haalbaarheid in realisatie moet worden bereikt met realistische plannen. ❖ B) Het E-Hub concept is gericht op verschillende modaliteiten en technologieën. D.w.z er is niet één oplossing. ❖ C) Per locatie kunnen de opgenomen functies verschillen. Het E-Hub concept is niet star maar juist flexibel en gericht op lokale mogelijkheden en behoeften. Zie schema hier rechts:

VERTROUWELIJK

8

Het internationale transport en wegverkeer Voor het Internationale transport vanuit Nederland naar het achterland wordt rijden op vloeibaar aardgas (LNG) of op vloeibaar biomethaan (LBM) binnenkort een feit. De EU heeft een green deal afgesloten met de EU leden, waarbij alle overheden zich conformeren aan het reduceren van de uitstoot van CO2 met 20 % in 2020 t.o.v. 2000 en tot nagenoeg nul gereduceerd in 2050. Bovendien starten verschillende Europese landen reeds nu al met het uit faseren van diesel voertuigen. Noorwegen overweegt om de verkoop van benzine en dieselvoertuigen voor 2025 te stoppen. Om de doelstellingen daadwerkelijk te bereiken is een aantal initiatieven opgenomen in de crisis- en herstelwetgeving. De EU wil daarom de toepassing van alternatieve brandstoffen in het wegverkeer, waarmee CO2 kan worden gereduceerd min of meer verplicht gaan stellen. De EU wil door alle West Europese landen LNG, CNG en H2 Energie Hub verkooppunten gaan uitrollen, zodanig dat deze niet meer dan ongeveer 400 km uit elkaar liggen. Hiermee geeft de EU een enorme push richting het uitrollen van een dergelijk nieuw netwerk voor het wegtransport ,voor distributie en personenvervoer.

Om deze reden heeft de EU een tweetal projecten geïnitieerd, die verschillende “Blue corridors” behelzen van Noord naar Zuid door Scandinavië via Duitsland, Frankrijk naar Spanje en van West naar Oost vanuit Engeland door de Benelux, Duitsland richting Zwitserland en Italië. Het ligt in de bedoeling deze corridors binnen nu en 2025 uit te rollen. DCB Energy is met verschillende partijen en vervoerders zoals Running on Flowers, Vos Logistics en Bosman druk bezig hier invulling aan te geven. Nederland vormt een deel van het netwerk van deze Blue Corridors. Locaties in Nederland, die belangrijk zijn om te kunnen aansluiten op de ons omliggende landen, zijn o.a. vanuit Rotterdam, Amsterdam Schiphol A4 zone West en Lelystad. Vanuit Rotterdam via knooppunt Utrecht A20/A12richting Duitsland en via de A15 en A67 richting Duitse grens over. Vanuit Amsterdam en Schiphol via A1 richting Duitsland, maar ook via A1, A28 en A7 eveneens richting Duitsland, Polen en Scandinavië. Eenzelfde soort route vanuit Rotterdam en gaat naar het zuiden via de A16 richting België en Frankrijk en vanuit Amsterdam via de A2 en A27 naar het zuiden richting België, Duitsland en Frankrijk. DCB Energy wil daarom in samenwerking met de bedrijven op verschillende locaties op genoemde routes het netwerk verder uitbreiden middels het Energie Hub Concept te realiseren.

Op dit moment heeft DCB Energy de locaties op Schiphol, Breda, Assen, Bergen op Zoom, Eindhoven, Roosendaal, Rotterdam Maasvlakte , Venlo en Harnaschpolder reeds in ontwikkeling.

VERTROUWELIJK

Verschillende vervoerders zoals Post NL ,DHL, Albert Heijn, Sligro en Flora Holland, die distributievervoer doen en vervoerders vanuit de havens van Amsterdam en Rotterdam richting Duitsland en Scandinavië en omgekeerd, willen van deze locaties gebruik maken. Daarmee bereiken zij een schonere en duurzamere transportprestatie. Truckfabrikanten zoals Volvo, Iveco, Scania en Mercedes leveren af-fabriek trucks die geschikt zijn gemaakt om op LNG of LBM te kunnen rijden. Zij verzorgen het specialistisch onderhoud voor deze nieuwe trucks.

Bestelwagens en distributievervoer Nadrukkelijk zal het moeten gaan om een Energie Hub faciliteit voor CNG, bio-methaan, LNG, LBM (vloeibaar bio-methaan) én diesel/ Adblue, zodat omrijden voor dual fuel trucks niet nodig is. Dual fuel trucks rijden namelijk op een mix van diesel en LNG. Diesel ongeveer 20 % en LNG of LBM 80%. Ad-Blue is vanuit de diesel technologie noodzakelijk om aan Euro 5 of Euro 6 te blijven voldoen. De Energie Hub zal ook worden voorzien van de brandstof E10. Dit is een brandstof waaraan 10% ethanol is toegevoegd, waardoor bij het rijden op deze brandstof in de totale kringloop een reductie van CO2 uitstoot kan worden bewerkstelligd.

9

Waterstof Waterstof als nieuwe brandstof is reeds op de markt. Er zijn al enkele automerken, zoals Hyundai en Toyota, die waterstofauto’s in hun assortiment hebben. Bij de bouw van de Energie Hub zal hiervoor rekening worden gehouden met de mogelijkheid van tanken van waterstof op termijn. Waterstof is een zeer belangrijke toevoeging aan het assortiment van energievoorziening, maar dit kan worden overwogen zodra waterstofvoertuigen op iets grotere schaal te koop zijn. Zoals het zich nu laat aanzien is het de brandstof van de toekomst voor personen- en bedrijfswagens, maar ook voor stad- en streekbussen. Want met rijden op waterstof is de CO2 uitstoot nul en rijden daarop 100% duurzaam. Het produceren van waterstof is een item dat in de toekomst wordt overwogen op de Energy Hub zelf te doen. Hiermee wordt voorkomen dat speciale tankauto’s waterstof, H2, over de weg moeten gaan transporteren naar de nieuwe Energie Hub. Voor de productie van waterstof kan dan gebruik worden gemaakt van groene elektriciteit middels energie van windmolens en zonnepanelen, dat wordt ( terug) geleverd aan het netwerk. Kenmerkend voor energie van windmolens en zonnepanelen is dat zij geregeld elektriciteit leveren in perioden van de 24 uurscyclus, waarbij nagenoeg geen afname is door industrie en/of huishoudens.

In deze perioden kan het overschot van elektriciteit worden gebruikt voor het produceren van waterstof op de E-hub zelf. Het overschot aan elektriciteit laat zich namelijk slecht opslaan. Door het te gebruiken om waterstof te produceren wordt het probleem van energie-overschot op een efficiënte wijze opgelost en kan op duurzame wijze waterstof worden geproduceerd. Voor elektrische voertuigen wordt een aantal laadpunten geplaatst. Zoals bekend neemt het opladen van elektrische voertuigen meer tijd dan voertuigen die een tappunt gebruiken voor vloeibare of gasvormige energiebronnen. Daarvoor kan worden overwogen speciale Car & Bike parkeerplaatsen aan te leggen. Kortom alle genoemde energiebronnen moeten beschikbaar zijn. Vandaar de naam Energie Hub verkooppunt.

VERTROUWELIJK

10

Duurzaamheid Alle nieuw te realiseren Energy Hubs zullen zodanig worden gebouwd dat zij slim omgaan met de energie voorziening. Om deze reden zullen in de luifel boven de energie eilanden zonnepanelen worden geïntegreerd. De geleverde stroom zal niet alleen voor de Energie Hub worden gebruikt, maar ook voor alle andere faciliteiten op het E-Hub verkooppunt. De eerder beschreven zelfvoorziening op energiegebied vraagt niet alleen om duurzame opwekking op de locatie, maar ook een duurzaam gebruik van de opgewekte energie. Voor een eventueel pick-up point of truckparking/ sanitair worden bijvoorbeeld slimme energiebesparende oplossingen toegepast, waaronder LED verlichting en warmteboilers op zonne-energie.

Veiligheid Door de toepassing van nieuwe energiebronnen zijn er ook nieuwe veiligheidsaspecten aan de orde, die bij een vergunningaanvraag onderbouwd dienen te worden met een QRA voor het bepalen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Onder andere de LNG en H2 installatie dient hier beschouwd te worden.

Haalbaarheid De nieuw genoemde technologieën zijn niet allemaal tegelijkertijd financieel haalbaar. Voor zover mogelijk moeten deze technologieën, zoals LNG, H2, CNG en elektriciteit tegelijkertijd worden ingezet. Er moet dus sprake blijven van een overgang naar een nieuwe energiebron, waarbij deze zo aantrekkelijk mogelijk moet worden gemaakt. Bij dit laatste speelt de nationale overheid een cruciale rol. Om traffic op de Energie Hub te behouden zullen dus ook de reguliere brandstoffen moeten worden aangeboden. Tevens zal de locatie op den duur haalbaar geëxploiteerd moeten kunnen worden. Hiervoor is een combinatie van diverse aantrekkelijke formules nodig waarbij mobiliteit de hoofdrol speelt. Zie hiervoor verder op ook de menukaart van de diverse onderdelen.

Vrachtwagen parkeren Voor de transportmarkt is het van belang de kilometers tot een minimum te beperken en zijn de chauffeurs afhankelijk van de rijtijdenwet. Een goede veilige parkeermogelijkheid is daarom van groot belang. Alleen al in de regio Zuid Holland is er een tekort aan truck parkeerplaatsen van ca 2.000 stuks. Door hier invulling aan te geven

VERTROUWELIJK

worden er minder onnodige vrachtwagen kilometers gemaakt, overlast in bewoonde gebieden met wild parkeren en direct parkeren op en afritten voorkomen.

11

3. Het nieuwe Energy Hub concept DCB is gestart om een netwerk van Energy hub locaties te bouwen in Nederland. Hierbij als uitgangspunt deze locaties qua vormgeving en uitstraling identiek zijn.

VERTROUWELIJK

12

VERTROUWELIJK

4. Energy Hub locaties bestaand Locaties Zuid Holland DCB Energy is reeds geruime tijd bezig met het uitbreiden van het netwerk. In de regio zuid west zijn reeds een aantal Energy hub locaties. Op een aantal hiervan lopen vergevorderde plannen/ vergunningsaanvragen voor de uitbreidingen met de duurzame brandstoffen.

A) Harnaschpolder - Den Hoorn B) Moezelweg - Europoort C) Distripark 2 - Rotterdam D) Distripark 3 - Rotterdam

VERTROUWELIJK

14

5. Referenties locaties Onlangs gerealiseerde projecten in Den Hoorn, Venlo, Borne en Eindhoven Flight Forum.

VERTROUWELIJK

Energy Hub

Bijlage 4 Bodemonderzoek

45

RAPPORT betreffende diverse omgevingsonderzoeken Distripark A12 te Waddinxveen

Status Datum Kenmerk Auteur

: Concept : 24 februari 2017 : 1609J657/JHA/rap1 : De heer J. van Haaster BBE

Vrijgave

: De heer C. Brouwer BBA (projectleider)

: ………………….

Opdrachtgever

: De Raad Vastgoed : De heer M. Kort : Postbus 3081 : 2220 CB Katwijk

BRL SIKB 2000 VKB-protocollen 2001 & 2002 & 2003 © IDDS bv. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING .......................................................................................................................... 3

2.

VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET .............................................................. 5 2.1. ALGEMEEN ............................................................................................................. 5 2.2. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ...................................... 5 2.3. BESCHRIJVING ONDERZOEKSLOCATIE ............................................................ 6 2.4. HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................. 7 2.5. CONCLUSIES VOORONDERZOEK ....................................................................... 9 2.6. ONDERZOEKSOPZET.......................................................................................... 10

3.

VELDONDERZOEK .......................................................................................................... 12 3.1. VELDWERKZAAMHEDEN .................................................................................... 12 3.2. RESULTATEN VELDWERK .................................................................................. 13

4.

CHEMISCH ONDERZOEK ............................................................................................... 15 4.1. ANALYSESTRATEGIE .......................................................................................... 15 4.2. RESULTATEN EN TOETSING CHEMISCHE ANALYSES ................................... 16

5.

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN................................................................ 21

6.

CONCLUSIES EN ADVIES .............................................................................................. 23

7.

BETROUWBAARHEID ..................................................................................................... 26

BIJLAGEN 1.

Kaarten en tekeningen 1.1. overzichtskaart 1.2. situatietekening

2.

Boorstaten en legenda 2.1 grond 2.2. wegverhardingen 2.3. waterbodem

3.

Analysecertificaten 3.1. grond 3.2. grondwater 3.3. wegverhardingen 3.4. waterbodem

4.

Toetsingsresultaten en -waarden 4.1 . grond 4.2. grondwater 4.3. waterbodem

5.

Toetsingstabel regeling Bodemkwaliteit

6.

Fotoreportage

7.

Veldverslagen

8.

Historische informatie

1.

INLEIDING

In opdracht van De Raad Vastgoed zijn diverse milieukundige onderzoeken verricht op de projectlocatie Distripark te Waddinxveen. Aanleiding en doelstelling onderzoek De onderzoeken zijn uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging en de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Daarnaast zijn de onderzoeken wenselijk in het kader van het ontwerp en aanleg van de ondergrondse infra (OI) en inrichting van de buitenruimte (BR). Doel van de milieukundige onderzoeken is vast te stellen of er risico’s te voorzien zijn waar rekening mee gehouden dient te worden bij de planvorming en realisatie. In onderhavige rapportage zijn een drietal milieukundige onderzoeken te onderscheiden, te weten: deelonderzoek landbodem, waterbodem en verhardingen. Deelonderzoek landbodem Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740 (onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek, NNI, januari 2009) gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond.

Deelonderzoek waterbodem Voor het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van het vrijkomende slib op de locatie is de betreffende waterbodem onderzocht conform de NEN 5720:2009 (onderzoeksstrategie bij onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, NNI, november 2009). Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend waterbodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem en eventueel vrijkomende baggerspecie. Deelonderzoek verhardingen De onderzoeksopzet van het milieukundig onderzoek voor het bepalen van de chemische kwaliteit (teerhoudendheid) van het vrijkomende asfalt is afgeleid van het VKB-protocol 1003 onderdeel “Indicatief Onderzoek voor wegen/terreinverhardingen” en het CROW-publicatie 210 “Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt”. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de dikte, opbouw en teerhoudendheid (chemische kwaliteit) van de asfaltverharding, teneinde de hergebruik- dan wel afzetmogelijkheden van het vrijkomende asfalt te bepalen, alsmede het indicatief vaststellen van de dikte, opbouw en chemische kwaliteit van het aanwezige funderingsmateriaal teneinde de hergebruik- dan wel afzetmogelijkheden van het vrijkomende funderingsmateriaal te bepalen.

Distripark A12 te Waddinxveen: 1609J657/JHA/rap1

Pagina 3 van 26

Leeswijzer De locatiegegevens, het vooronderzoek en de opzet van het onderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 2. De keuze van de opzet van het onderzoek is onder meer afhankelijk van het huidige en het voormalige gebruik van het perceel. Een beschrijving van het veldonderzoek en het analytisch onderzoek is weergegeven in de hoofdstukken 3 en 4. De verzamelde gegevens zijn getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming, geïnterpreteerd en besproken in hoofdstuk 5. Op basis van de verzamelde onderzoeksresultaten is de chemische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie beoordeeld. Deze beoordeling is ondergebracht in hoofdstuk 6 (conclusies). Daarnaast worden op basis van de onderzoeksresultaten aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 7 zijn de factoren, die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek, toegelicht.

Distripark A12 te Waddinxveen: 1609J657/JHA/rap1

Pagina 4 van 26

2.

VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET

2.1.

ALGEMEEN

Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan- of afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventueel te verwachten verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van de hypothese dient een vooronderzoek uitgevoerd te worden overeenkomstig de NEN 5725 (Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, NNI, januari 2009). In het kader van onderhavig onderzoek is het vooronderzoek uitgevoerd conform het standaard niveau. In dit kader is informatie verzameld over de volgende aspecten van de locatie: -

regionale bodemopbouw en geohydrologie (paragraaf 2.2); huidig (en toekomstig) gebruik van de onderzoekslocatie (paragraaf 2.3); historische informatie (paragraaf 2.4).

De verzamelde informatie is vastgelegd per bron en weergegeven in de genoemde paragrafen van onderhavige rapportage. De conclusies van het vooronderzoek worden weergegeven in paragraaf 2.5. Op basis van deze gegevens is in paragraaf 2.6 de onderzoeksopzet bepaald. Als afbakening van de onderzoekslocatie, ten behoeve van het vooronderzoek, is gekozen voor het te onderzoeken perceel alsmede de aangrenzende percelen tot maximaal 25 meter gerekend vanaf de grens van het te onderzoeken perceel. Opgemerkt dient te worden dat de genoemde afstand een arbitraire keuze betreft.

2.2.

REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

Teneinde inzicht te kunnen verkrijgen in de samenstelling van de diepere bodemlagen is de Grondwaterkaart van Nederland, kaartbladen 30D, 30 oost, 31 west (Den Haag-Utrecht) geraadpleegd. Deze is uitgegeven door het Instituut van Grondwater en Geo-energie TNO (IGG). De regionale geohydrologische opbouw kan als volgt worden omschreven: Deklaag Over het algemeen wordt de slecht doorlatende deklaag gevormd door fijne slibhoudende zanden, kleien en veen afzettingen van holocene ouderdom. De dikte van de deklaag op de onderzoekslocatie is circa 8 meter en begint op circa 5m - NAP. Globaal bestaat de deklaag uit klei, waarbij plaatselijk veen kan voorkomen. 1e watervoerende pakket Het eerste watervoerende pakket wordt globaal gevormd door goed doorlatende afzettingen tussen de slecht doorlatende deklaag en de scheidende laag. Het eerste watervoerende pakket bestaat met name uit matig grof tot matig fijne zanden. In de nabijheid van de onderzoekslocatie bevindt dit pakket zich op een diepte van circa 13 m - NAP en bedraagt de dikte van dit pakket ongeveer 33 meter. Het ondiepe grondwater staat op circa 0,5 tot 1,0 m-mv. De grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is westelijk tot zuidwestelijk gericht. De locatie is gelegen in een gebied waar regionaal infiltratie optreedt.

1e scheidende laag Het eerste en tweede watervoerende pakket worden gescheiden door kleiige en slibhoudende afzettingen behorende tot de Formatie van Kedichem. De top van de scheidende laag in de nabijheid van de onderzoekslocatie ligt op een diepte van circa 41 m - NAP en de dikte van dit pakket bedraagt ongeveer 4 meter.

Distripark A12 te Waddinxveen: 1609J657/JHA/rap1

Pagina 5 van 26

2.3.

BESCHRIJVING ONDERZOEKSLOCATIE

De ligging van de onderzoekslocatie is globaal weergegeven in de overzichtskaart van bijlage 1.1. Enkele locatiespecifieke aspecten zijn opgenomen in tabel 1. TABEL 1: Locatiespecifieke gegevens Locatiegegevens Locatie

Distripark A12

Plaats

Waddinxveen

Gemeente

Waddinxveen

Provincie

Zuid-Holland

Kadastrale gegevens

Sectie C, nummers 5599, 5021, 5596, 4899 en 4845

Rijksdriehoekcoördinaten

X: 103.842

Oppervlakte in m2

circa 3,6 hectare

Huidige gebruik

braak, openbare weg

Maaiveldtype

braak, asfalt- en puinverharding

Y: 448.062

Huidig en toekomstig gebruik Op 22 december 2016 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. De onderzoekslocatie is gelegen op het industrieterrein Distripark Moordrechtboog. De locatie bestaat momenteel uit een aantal braakliggende percelen, watergangen en een met asfalt verharde toegangsweg, welke overgaat in een puinverharding voor de ontsluiting van een windmolen langs de rijksweg A12. In de toekomst is men voornemens het plangebied te herontwikkelen. Overige aspecten ten aanzien van de onderzoekslocatie staan hieronder beknopt omschreven: -

-

Tijdens de locatie-inspectie zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen zakkingen in het maaiveld waargenomen welke kunnen duiden op de aanwezigheid van mogelijke (sloot)dempingen. Op de onderzoekslocatie is een ophooglaag waargenomen welke gesitueerd is tussen de watergang en het puinpad voor ontsluiting van de windmolen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen huidige (bodem)bedreigende activiteiten waargenomen die een mogelijke bodemverontreiniging (hebben) kunnen veroorzaken.

Ter illustratie is in bijlage 5 een fotoreportage opgenomen.

Distripark A12 te Waddinxveen: 1609J657/JHA/rap1

Pagina 6 van 26

2.4.

HISTORISCHE INFORMATIE

Op 22 december 2017 is de Omgevingsdienst Midden-Holland geraadpleegd inzake het historische gebruik van de onderzoekslocatie en de omliggende percelen. Voor de volledigheid is de verkregen historische informatie opgenomen in bijlage 8 van onderhavige rapportage. Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: -

Voor zover bekend hebben geen tanks gelegen op het onderzoeksterrein. De locatie is op basis van de voor ons bekende informatie niet verdacht op het voorkomen van asbest. De naastgelegen percelen zijn (of waren) in gebruik ten behoeve van weiland, wonen met tuin en diverse bedrijvigheid. Naar verwachting hebben de activiteiten van de omliggende percelen de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie niet negatief beïnvloed.

Luchtfoto’s onderzoekslocatie en omliggende percelen Van het gebied zijn drie luchtfoto’s bestudeerd. De foto's zijn gemaakt in 1957, 1978 en 1996. Opgemerkt dient te worden dat op het oostelijk deel van de locatie enkele watergangen zijn gelegen. Op basis van de beschikbare informatie zijn de betreffende watergangen naar verwachting onverdacht voor bodemverontreiniging. Op de foto’s zijn verder geen bijzonderheden waargenomen die mogelijk een (bodem)verontreiniging (hebben) kunnen veroorzaken. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Ter plaatse van de onderzoekslocatie of in de nabije omgeving hiervan zijn in het verleden diverse milieukundige onderzoeken uitgevoerd. Overslagweg (Distripark/Moordrechtboog) Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in het verleden een historisch bodemonderzoek uitgevoerd door Lievense CSO, d.d. 8 december 2015 (rapport kenmerk 15M1127). Het onderzoek is in opdracht van de gemeente Waddinxveen uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling van het Distripark en heeft betrekking op de huidige onderzoekslocatie. De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek zijn hieronder weergegeven: Voor zover bekend hebben op de locatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. De onderzoekslocatie was tot minimaal 2000 in gebruik als weiland.

Momenteel bestaat de locatie uit infra en weiland en is onderdeel van het industrieterrein Distripark Moordrechtboog. Het westelijk deel van de locatie (Overslagweg) is verhard met asfalt. Op het oostelijk van de locatie is een puinverharding aanwezig, grenzend aan een weiland horende bij het adres Zuidelijke Dwarsweg 13B. De puinverharding op het oostelijk deel van de locatie is waarschijnlijk recent (na 2000) aangelegd voor de ontsluiting van een windmolen langs de rijksweg A12. Omdat de puinverharding recent is aangelegd, wordt het puin beschouwd als onverdacht voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging en asbest. Het kwaliteitscertificaat van het puin is niet achterhaald in het kader van onderhavig onderzoek. De met asfalt verharde Overslagweg inclusief fundering wordt vanwege de recente aanleg beschouwd als onverdacht voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging en asbest. Waarschijnlijk behoudt de Overslagweg zijn functie in de toekomst. Op de locatie hebben voor zover bekend geen (ondergrondse) tanks gelegen. In 2006 heeft een bodemonderzoek plaatsgevonden op het oostelijk gelegen weiland, voor een deel behorend bij onderhavige onderzoekslocatie. In de grond werden maximaal licht verhoogde gehalten aan cadmium, zink en EOX aangetroffen en in het grondwater een licht verhoogde concentratie arseen.

Distripark A12 te Waddinxveen: 1609J657/JHA/rap1

Pagina 7 van 26

-

-

-

Op het erfperceel van de Zuidelijke Dwarsweg 13B is een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig vanwege verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB’s. Aangezien het immobiele stoffen betreft, is het niet de verwachting dat deze verontreinigingen invloed hebben op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Ten noorden van de locatie zijn in het verleden in het grondwater matig tot sterk verhoogde concentraties nikkel en zink aangetroffen. Het betreft hier waarschijnlijk natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. Opgemerkt dient te worden dat op het oostelijk deel van de locatie enkele watergangen zijn gelegen. Op basis van huidig onderzoek zijn de betreffende watergangen naar verwachting onverdacht voor bodemverontreiniging.

Bodemkwaliteitskaart / bodemfunctiekaart Gemeente Waddinxveen beschikt over een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart. Het westelijk deel van de locatie is gelegen in zone 14: Lichte industrie en bedrijven. De bodemfunctieklasse van de grond is Industrie. De ontgravingsklasse voor de bovengrond is Wonen en voor de ondergrond is AW2000 (landbouw/natuur). Het oostelijk deel van de locatie is gelegen in de zone 16 t/m 19: Buitengebied. De bodemfunctie van de grond is AW2000 (landbouw/natuur). De ontgravingsklasse voor de bovengrond en voor de ondergrond is AW2000 (landbouw/natuur).

Distripark A12 te Waddinxveen: 1609J657/JHA/rap1

Pagina 8 van 26

2.5.

CONCLUSIES VOORONDERZOEK

Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. De onderzoekslocatie was tot minimaal 2000 in gebruik als weiland. Momenteel bestaat de locatie uit infra en weiland en is onderdeel van het industrieterrein Distripark Moordrechtboog. Op basis van het vooronderzoek kan worden afgeleid dat op en in de nabije omgeving van het onderzoeksterrein, enkele aandachtspunten aanwezig zijn met betrekking tot het veroorzaken van een mogelijke bodemverontreiniging: -

-

-

-

Op het erfperceel van de Zuidelijke Dwarsweg 13B is een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig vanwege verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB’s. Aangezien het immobiele stoffen betreft, is het niet de verwachting dat deze verontreinigingen invloed hebben op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Het zuidelijke deel van de locatie blijkt opgehoogd met bouw en sloopafval, in deze opgebrachte laag, bestaande uit hoofdzakelijk puin, is sprake van een gehalte asbest boven de norm van 100 mg/kg/ds. Hiermee heeft de eigenaar op basis van het besluit asbestwegen een saneringsplicht. Op basis van het milieuhygiënisch saneringscriterium Bodem, protocol asbest, is er geen sprake van onaanvaardbare risico’s en is het niet noodzakelijk met spoed te saneren. Ten noorden van de locatie zijn in het verleden in het grondwater matig tot sterk verhoogde concentraties nikkel en zink aangetroffen. Het betreft hier waarschijnlijk natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. Opgemerkt dient te worden dat op het oostelijk deel van de locatie enkele watergangen zijn gelegen. Op basis van huidig onderzoek zijn de betreffende watergangen naar verwachting onverdacht voor bodemverontreiniging. Op de onderzoekslocatie is een ophooglaag waargenomen welke gesitueerd is tussen de watergang en het puinpad voor ontsluiting van de windmolen.

Op de locatie is een puinlaag aangetroffen ten behoeve van de ontsluitingsweg naar de windmolen. De puinverharding is waarschijnlijk recent (na 2000) aangelegd voor de ontsluiting van een windmolen langs de rijksweg A12. Omdat de puinverharding recent is aangelegd, wordt het puin beschouwd als onverdacht voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging en asbest.

Op basis van het eerder uitgevoerde historische onderzoek op de onderzoekslocatie (Lievense CSO, d.d. 8 december 2015, kenmerk 15M1127), wordt door de Omgevingsdienst MiddenHolland geconcludeerd dat er geen milieuhygiënische redenen aanwezig zijn, die een beletsel of beperking vormen ten aanzien van de beoogde ontwikkelingsplannen op de locatie.

Distripark A12 te Waddinxveen: 1609J657/JHA/rap1

Pagina 9 van 26

2.6.

ONDERZOEKSOPZET

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de oppervlakte en/of lengte van de te onderzoeken aspecten is de onderzoeksinspanning afgeleid van de geldende protocollen NEN 5740 (landbodem), NEN 5720 (waterbodem) en CROW 210 (asfalt). Milieukundig bodemonderzoek Op basis van de voor ons bekende historische informatie is ervoor gekozen om de onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie (ONV-GR) te hanteren. In tabel 2 is de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 2: Onderzoekstrategie bodem Onderzoeksaspect

Kritische parameters

Kritische bodemlaag (m-mv)

Hypothese

Strategie

Oppervlakte

algemene bodemkwaliteit

-

-

onverdacht

NEN 5740 : ONV-GR

circa 3.3 hectare

verhardingslaag met puin

zware 0,0 – 1,0 metalen, PAK

verdacht

eigen

circa 3.300 m²

De veldwerkzaamheden voor aanwezige ophooglaag, welke gesitueerd is tussen de watergang en het puinpad voor ontsluiting van de windmolen, zijn gecombineerd met de veldwerkzaamheden voor het onderzoek naar de algemene bodemkwaliteit. Asfalt Voor wat betreft het vrijkomende asfalt is formeel gezien een verplichte kwaliteitsbepaling niet van toepassing indien het opnieuw toepassen van niet teerhoudend asfalt of asfaltbeton in wegverhardingen betreft. Het voornoemde doelt op het asfalt dat wordt gefreesd en opnieuw warm wordt aangebracht zonder tussenkomst van een asfaltcentrale. Derhalve is het van belang dat wordt beoordeeld of het asfalt al dan niet teerhoudend is, teneinde de verwerkingsmogelijkheden van het materiaal te kunnen bepalen. De onderzoeksopzet van het milieukundig onderzoek voor het bepalen van de chemische kwaliteit (teerhoudendheid) van het vrijkomende asfalt is afgeleid van het VKB-protocol 1003 onderdeel “Indicatief Onderzoek voor wegen/terreinverhardingen” en het CROW-publicatie 210 “Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt”. Uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke regelingen en het acceptatiebeleid van vergunde acceptanten of verwerkers. De voornoemde protocollen gaan uit van één boring per 500 m 2 met een minimum van twee boringen per te onderscheiden asfaltconstructie.

Uitgegaan is van twee te onderscheiden asfaltconstructies op basis van de door de opdrachtgever aangeleverde informatie, te weten: de rijweg van de overslagweg en de rijweg van de nijverheidsweg met een oppervlakte van circa 3.200 m². Conform de hierboven genoemde protocollen dienen over de asfaltconstructie zes asfaltboringen te worden geplaatst. Funderingsmateriaal Van het aanwezige funderingsmateriaal is er vanuit gegaan dat dit zal worden afgevoerd naar een puinrecyclingsinstallatie of dat het materiaal op de locatie zal worden hergebruikt. Uitgaande van het bovenstaande is het Besluit bodemkwaliteit en de daarbij behorende monstername onderzoeksinspanning niet van toepassing. Derhalve is uitgegaan van een indicatieve bemonstering, waarbij de asfaltboringen zijn doorgezet tot een maximale diepte van 1,5 m-mv, teneinde de mogelijke aanwezigheid en dikte van de funderingslagen, alsmede de opbouw van de onderliggende bodem te bepalen. In tabel 3 is de gevolgde onderzoeksstrategie weergegeven.

Distripark A12 te Waddinxveen: 1609J657/JHA/rap1

Pagina 10 van 26

TABEL 3: Onderzoekstrategie verhardingen Onderzoeksaspect

Geschatte oppervlakte

Geschatte dikte asfalt/ Aantal funderingsconstructie boringen

Geschat tonnage

Chemische analyses

Asfalt

3.200 m²

20 centimeter

6 x 1,5 m-mv

1.600

6 x PAK-marker 6 x PAK (VROM)

Funderingsmateriaal

3.200 m²

23 centimeter

6 x 1,5 m-mv

-

1 x NEN-pakket

Waterbodem Inzake het vaststellen van de chemische kwaliteit van de waterbodem is de onderzoeksopzet afgeleid van de NEN 5720:2009. Op de locatie zijn in totaal vier lintvormige watergangen te onderscheiden, welke in elkaar overgaan aan de noordzijde van het plangebied. In tabel 4 zijn de watergangen opgedeeld in diverse deellocaties en is de gevolgde onderzoeksstrategie weergegeven. TABEL 4: Onderzoekstrategie Onderzoeksaspect

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10801962/1