Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026_1.pdf
Tekst van het document
Voorwoord Voor u ligt het Economisch Koersdocument Waddinxveen voor de periode 2021 - 2026. Hierin presenteren we de doelstellingen en kaders waarbinnen gemeente, ondernemers en onderwijs in Waddinxveen de komende jaren willen werken aan het versterken van de lokale economie. Aan de hand van 7 speerpunten schetsen we onze gezamenlijke ambities. Met deze economische koers bouwen we verder aan de status van Waddinxveen als ondernemend dorp. Dit Koersdocument is een product van samenwerking. De tijd dat de overheid zich in economisch beleid beperkte tot randvoorwaarden (ruimte, bereikbaarheid en vergunningverlening) is voorbij. In de huidige tijd draait economisch beleid vooral ook om samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven, in gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een goed economisch klimaat. Dit document is daarom tot stand gekomen in samenwerking met een Kerngroep bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente Waddinxveen, het Ondernemersplatform Waddinxveen (OPW), stichting Ondernemersfonds Waddinxveen (OFW) en het Coenecoop college. Adviesbureau Blaauwberg heeft de Kerngroep begeleid en was penvoerder. De Kerngroep en het college committeren zich aan de uitvoering van deze speerpunten. In samenwerking met de Kerngroep wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld. We overleggen jaarlijks met ondernemers (OPW en OFW) en onderwijs over dit uitvoeringsprogramma.
Samen bewaken we de voortgang. Ik vind het mooi dat wij tot een gezamenlijk Koersdocument zijn gekomen. Zo werken wij nu en in de toekomst samen aan een economisch, gezond Waddinxveen. Martijn Kortleven
Wethouder Economische Zaken
2 Economisch Koersdocument Waddinxveen
Inhoudsopgave
1.
Inleiding: achtergrond, opgave en analytisch kader ....................................................................... 4 1.1
Achtergrond van dit Economisch Koersdocument ................................................................. 4
1.2
Proces ...................................................................................................................................... 4
1.3
Van kwantiteit naar kwaliteit .................................................................................................. 4
1.4
Analytisch kader ...................................................................................................................... 5
1.4.1 Reikwijdte............................................................................................................................... 5 1.4.2
Input ................................................................................................................................ 6
1.4.3
Hardware, software en orgware ..................................................................................... 7
1.5
Leeswijzer................................................................................................................................ 8
2. Het economisch DNA en de economische koers van Waddinxveen ............................................... 8
3.
2.1
DNA ......................................................................................................................................... 8
2.2
Koersbepaling: kennis en talent binden ............................................................................... 10
Zeven speerpunten ....................................................................................................................... 12 3.1
Werk maken van kleinschalige economische locaties: levendig en onderscheidend .......... 14
3.2 Verbeteren verblijfs- en ondernemersklimaat bestaande bedrijventerreinen (schoon, heel, veilig +) .............................................................................................................................................. 16 3.3
Toewerken naar een optimale winkelstructuur ................................................................... 18
3.4
Bouwacademie als centrum voor kennis en innovatie in techniek, bouw en infra .............. 19
3.5 Logistiek: naar een hogere toegevoegde waarde en meer innovatie ...................................... 21
4.
3.6
Energietransitie en circulaire economie als uitgangspunt .................................................... 23
3.7
Versterken organiserend vermogen en doorontwikkelen Ondernemersfonds ................... 25
Uitvoering...................................................................................................................................... 27 4.1
Werkwijze ............................................................................................................................. 27
4.2
Personele en financiële inzet ................................................................................................ 27
3 Economisch Koersdocument Waddinxveen
1. Inleiding: achtergrond, opgave en analytisch kader
1.1 Achtergrond van dit Economisch Koersdocument In 2019 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen bepaald dat er een Economisch Koersdocument 1 moet komen voor Waddinxveen. Dit is per motie vastgelegd. Dat was om twee redenen een goede timing. 1. Waddinxveen is flink gegroeid; qua aantal inwoners en aan de ondernemerskant. Aan de zuidkant van de gemeente zijn nieuwe bedrijventerreinen gekomen. Daarmee heeft Waddinxveen een stevige economische positie gekregen. Om die te behouden is visie en beleid nodig: vastgelegd voor de langere termijn in een economisch koersdocument. 2. Recent is een nieuwe economische visie in de regio Midden-Holland vastgesteld. Daarmee wordt een impuls gegeven aan de regionale samenwerking. Daarvoor is het van belang om lokaal (binnen de gemeente) de koers te hebben bepaald. Binnen dit Economisch Koersdocument hebben overheid, onderwijs en bedrijfsleven samen afgesproken te zorgen voor een goed ondernemersklimaat en een sterke lokale economie.
1.2 Proces Een Kerngroep met vertegenwoordigers van de gemeente, het Ondernemersplatform Waddinxveen, stichting het Ondernemersfonds Waddinxveen en het Coenecoop College heeft gezorgd voor de totstandkoming van dit Economisch Koersdocument. De inhoud en de totstandkoming van dit Koersdocument zijn beïnvloed door de coronacrisis. Een interviewronde onder ondernemers, die gepland stond in april 2020, is uitgesteld tot het najaar. Er zijn toen alsnog circa twintig interviews gehouden (zie bijlage 1 voor de respondentenlijst), gevolgd door (online) sessies met raadsleden en college. Een geplande werkconferentie met ondernemers kon in oktober 2020 helaas niet doorgaan vanwege aangescherpte corona-maatregelen. Met de Kerngroep is toen tot een aantal extra onderlinge sessies besloten om de bijdrage vanuit het bedrijfsleven te borgen.
1.3 Van kwantiteit naar kwaliteit Waddinxveen is de afgelopen jaren hard gegroeid. Het einde van de uitbreiding voor wat betreft de bedrijventerreinen, is echter in zicht. Dat heeft invloed op het economische beleid, want hoe kan je economische groei borgen zonder grote nieuwe bedrijventerreinen? Dat vraagt om een andere kijk op het economisch beleid. Er zijn meerdere mogelijkheden: van uitbreiding naar inbreiding, meer arbeidsplaatsen per hectare, de bestaande terreinen versterken én zorgen dat wonen en werken in een hogere dichtheid wordt gerealiseerd (sub-stedelijke functiemenging en verdichting). Algemene ontwikkelingen spelen hierbij ook een rol:
In plaats van Economische Agenda is gekozen voor Economisch Koersdocument, omdat deze benaming beter bij het doel van dit document past.
1
4 Economisch Koersdocument Waddinxveen
•
•
•
Kennis is het meest bepalend voor economische groei. Ruimte, bereikbaarheid en ligging blijven belangrijk bij een vestigingskeuze, maar kennis zorgt voor de grootste economische groei. Een aantal kennissteden, dat talent weet te binden, profiteert daarvan. Kennis is afhankelijk van menselijk talent. Lokaal en regionaal wordt het behouden van dat talent de belangrijkste opgave. Dan gaan nieuwe vestigingsvoorwaarden een rol spelen zoals de bereikbaarheid met het openbaar vervoer, het ondernemersklimaat op de bedrijventerreinen, een gevarieerd en aantrekkelijk woningaanbod en beschikbaarheid en kwaliteit van onderwijs. Het aantal zelfstandigen zonder personeel (hierna ZZP’ers) en microondernemingen neemt toe. Ook in Waddinxveen, waar op een aantal plekken ook een ‘broedplaatscultuur’ wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld in het Sleutelkwartier.
Aan de hand van deze ontwikkelingen vindt de economische groei en dynamiek van de laatste jaren vooral plaats in de kennissteden. Niet-stedelijk Nederland staat voor de vraag hoe ze een deel van die dynamiek naar zich toe kan trekken of een eigen strategie kan ontwikkelen. Waddinxveen is, economisch gezien, eerder kleinstedelijk dan dorps. Er is logistieke bedrijvigheid, maakindustrie, voortgezet onderwijs en Waddinxveen heeft met de Bouwacademie een eigen kennisinstituut. Een flink deel van de ondernemers is van ‘eigen kweek’. Waddinxveen heeft haar DNA van een ondernemende gemeente weten te behouden en uitgebouwd. Het ligt middenin het ‘geweld’ van de Randstad en zou, met een eigen economische koers onderscheidend kunnen zijn: met start-up mogelijkheden, woonwerkcombinaties, veel ruimte voor pioniers, een duurzaamheidsagenda, hoogwaardige kleinschalige werklocaties, goede afspraken met onderwijsinstellingen (in Waddinxveen het Coenecoop College, de Bouwacademie en in de toekomst Campus Gouda) over stageplaatsen, leeropdrachten en afstudeermogelijkheden. Met andere woorden: Waddinxveen staat voor de opgave hoe de focus op groei te verleggen van kwantiteit naar kwaliteit.
1.4 Analytisch kader Het is voor gemeenten geen wettelijke verplichting om economisch beleid te voeren. Waddinxveen heeft momenteel ook geen economisch beleidsplan. Het economisch beleid moet het voor een belangrijk deel hebben van ‘soft power’: het borgen van economische aspecten in ander beleid (zoals ruimtelijke ordening en infrastructuur), samenwerking met ondernemers en onderwijs, het versterken van het vestigingsklimaat met goodwill, kennis, evenementen, gebiedsmarketing en andere initiatieven. Economisch beleid heeft alles te maken met de ‘architectuur van de samenleving’: wat voor gemeente wil je zijn?
1.4.1 Reikwijdte Een Economisch Koersdocument gaat dan ook over een aantal verschillende dingen: •
•
Koers en speerpunten: waar wil je op inzetten en je op profileren? Zijn er aanknopingspunten waar je al sterk staat? Wat ga je uitdragen? Waar wil je anderen op uitnodigen om te investeren of allianties aan te gaan? Met andere woorden: waar ben je goed in en wat moet beter? Innovatie en start-ups: een steeds groter deel van de economie speelt zich af in microondernemingen (ZZP’ers en andere kleine ondernemingen zonder personeel). Hoe wil je
5 Economisch Koersdocument Waddinxveen
•
•
•
•
aansluiten bij een ontwikkeling die je vaak bij deze kleine ondernemingen ziet, de startups? Zijn er aanknopingspunten voor (regionale) stimuleringsprogramma’s voor starters? Positie in de regio en in de Randstad: door de dynamiek in de grootstedelijke gebieden ontstaan nieuwe kansen voor de gebieden daarbuiten, die zelf ook veel te bieden hebben als het gaat om woon- en vestigingsklimaat: ruimte, scholen, voorzieningen, een goede woningmarkt, goede verbindingen (infra, OV). Waar zet je dan op in: kennisklimaat, wonen, ruimte, groen, ruimte op bedrijventerreinen? Identiteitsvorming: economisch beleid gaat dus over de vraag ‘wat voor gemeente wil je zijn’? Een tendens is dat kleinstedelijke gebieden zich, in economische zin, gaan profileren als tegengestelde van de grote kennissteden, in een poging om zich te onderscheidend en aanvullend te zijn. Ze richten zich op bouw, klassieke logistiek, opslag en andere toeleverende activiteiten die een uitweg zoekt uit de volle steden. Maar de vraag is of je daarmee een succesvolle strategie kan opbouwen. Organiserend vermogen, samenwerking en rolverdeling: dit Koersdocument is geen draaiboek of voorschrift. Het gaat om het gesprek met ondernemers, investeerders, onderzoeks- en onderwijsinstellingen, andere overheden en actieve inwoners.
Om zo voortdurend na te gaan waar de accenten liggen, wat de uitdagingen zijn en hoe je gezamenlijk tot een economische koers kunt komen. Het is een uitnodiging om te werken aan de toekomst. Afstemming: een Economisch Koersdocument heeft ook een coördinerende rol en vraagt om lokale en regionale afstemming. Lokaal bijvoorbeeld met het sociaal domein (arbeidsmarktbeleid), de Omgevingsvisie, de duurzaamheidsagenda en de Transitievisie Warmte. En regionaal met collega-gemeenten in Midden-Holland.
1.4.2 Input Om het Koersdocument op te bouwen, gebruikten we daarvoor - met de informatie uit de interviews en gesprekken in de Kerngroep - de volgende elementen: •
• •
• •
•
Analyse en kengetallen. Hoe heeft Waddinxveen zich economisch ontwikkeld? Welke relevante economische trends zijn van toepassing? Wat is de verwachte impact van de coronacrisis? Een blik op de economische trends. Welke landelijke of zelfs internationale trends in economie, maatschappij en ondernemerschap zijn met name relevant voor Waddinxveen? Het organiserend vermogen. De samenhang tussen overheidsbeleid en de visie van het georganiseerd ondernemerschap is per definitie van belang voor een Koersdocument. Voor Waddinxveen komt daar de actuele vraag bij over de doorontwikkeling van het Ondernemersfonds. De mogelijkheden en plannen vanuit het onderwijs, met name met de Bouwacademie en in het verlengde daarvan het Coenecoop College en mboRijnland. De positie in de regio, met name als het gaat om een duidelijke lijn met de Economische Visie Midden-Holland, maar bijvoorbeeld ook de logistieke hotspot samenwerking binnen de A12 corridor, het werkboek Oostland (glastuinbouw), de Greenport Boskoop, Greenport West-Holland, Groene Hart Werkt, het programma Beter Bereikbaar Gouwe (N207, Bodegravenboog, Vredenburghlaan) en de Regionale Energie Strategie (RES) MiddenHolland. Samenhang met ander lokaal beleid. Zoals de Omgevingsvisie, het project Sleutelkwartier, de detailhandelsstructuurvisie, de Transitievisie Warmte en locatiegebonden vraagstukken rond bijvoorbeeld de Noordkade.
6 Economisch Koersdocument Waddinxveen
1.4.3 Hardware, software en orgware We lopen bovenstaande punten in dit document niet één voor één langs, maar ze zijn als achterliggend kader herkenbaar. Dat geldt - tot slot van deze inleiding - ook voor een kort analytisch kader over gemeentelijk economisch beleid. We maken onderscheid tussen de hardware, de software en het organiserend vermogen (orgware) in economisch beleid (zie onderstaande figuur). Een gemeentelijke economische visie ging vroeger vooral over de ‘hardware’, met uitlopers naar de ‘software’: bedrijventerreinen, parkeren en bereikbaarheid en vergunningen. In de laatste jaren groeit juist de belangstelling voor de software en de orgware. Het idee is dat een goed georganiseerd speelveld - waarin overheid, ondernemers en onderwijs samen plannen maken en uitvoeren op het gebied van bijvoorbeeld parkmanagement op bedrijventerreinen, citymarketing, arbeidsmarktprojecten, winkelstraatmanagement, startersbeleid et cetera - het lokale ondernemersklimaat en de werkgelegenheid ten goede komt. Het bijzondere bij de orgware is dat het om vestigingsvoorwaarden gaat die minder geld en ruimte kosten dan de andere twee. Ze vergen vooral visie, organisatiekracht, vermogen tot samenwerking, ondernemerschap en vasthoudendheid.
Figuur 1 Hardware, software en orgware in economisch beleid
7 Economisch Koersdocument Waddinxveen
1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een kort overzicht van het economisch DNA van Waddinxveen en presenteert de nieuwe koers van het economisch beleid. In hoofdstuk 3 wordt de koers vertaald naar zeven speerpunten voor het economisch beleid. Hoofdstuk 4 slaat de brug naar de uitvoering en beschrijft hoe ondernemers, onderwijs en gemeente willen samenwerken om van dit Koersdocument een succes te maken. In een apart bijlagendocument zijn vier bijlagen opgenomen. Ten eerste een respondentenlijst van de interviews die in het najaar van 2020 zijn gehouden. Vervolgens een uitwerking van de analyse over het DNA van Waddinxveen (bijlage 2) en van de stand van zaken van de economie van Waddinxveen in feiten en cijfers (bijlage 3). De vraagstelling rondom het Ondernemersfonds heeft tenslotte geleid tot een klein zijtraject. Het bestuur van het Ondernemersfonds heeft met Blaauwberg een kennissessie belegd. Na een open gesprek over de toekomst is één en ander vastgelegd in een discussienotitie. Deze discussienota is toegevoegd in bijlage 4 van het achtergronddocument.
2. Het economisch DNA en de economische koers van Waddinxveen
Hoofdstuk 1 beschrijft de opgave voor de economie van Waddinxveen: na jaren van ruimtegeoriënteerde groei naar een groei, gericht op kwaliteit. Dit hoofdstuk verkent wat dat betekent voor de nieuwe koers in het economisch beleid.
2.1 DNA Het zwaartepunt van de economie van Waddinxveen ligt in de handel (inclusief detailhandel) en logistiek: daar zit meer dan een derde (35,1%) van de werkgelegenheid. Landelijk is dat nog geen 18% (zie tabel 1). Een tweede zwaartepunt ligt in de landbouw, waar de glastuinbouw en de bedrijven die deel uitmaken van het cluster Greenport Boskoop blikvangers zijn. Waddinxveen heeft ook een relatief omvangrijke economie: 84 banen per 100 leden van de beroepsbevolking. Voor een niet-centrumgemeente is dat opvallend. Op andere gebieden, zoals de werkloosheid en het aantal ZZP’ers, wijkt Waddinxveen nauwelijks af van de landelijke cijfers.
8 Economisch Koersdocument Waddinxveen
Tabel 1 Overzichtstabel van de economie van Waddinxveen
Gegevens 2019 tenzij anders vermeld
Waddinxveen
Vergelijking
Banen (werknemers) per 100 leden beroepsbevolking
84
77 (regio MiddenHolland)
Banen (inclusief zelfstandigen) per 1.000 inwoners
636
677 (Nederland)
Aantal banen in de handel en logistiek
35,1%
17,5% (Nederland)
Aantal banen in de landbouw
5,5%
2,6% (Nederland)
Aantal banen in de collectieve sector
15,3%
29,7% (Nederland)
Werkloosheid (2018)
3,3%
3,9% (Nederland)
ZZP’ers t.o.v. het totaal aantal banen (2018)
11,9%
11,4% (Nederland)
Bronnen: CBS StatLine, waarstaatjegemeente.nl – zie bijlage 2 voor een uitgebreider versie van deze tabel
Vanaf 2015 groeit de bevolking van Waddinxveen met circa duizend inwoners per jaar. Daarmee behoort Waddinxveen tot één van de snelste groeiende gemeenten van het land. De verwachting is dat de groei nog even aanhoudt. De laatste voorspelling van het CBS plaatst Waddinxveen in de top 15 van groeigemeenten tot 2035, net achter Amsterdam. Op economisch vlak is de groei bijna even uitbundig geweest: zowel wat betreft het aantal banen, als het aantal bedrijven (zie tabel 2). Dat komt enerzijds door de ‘traditionele’ groei (de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen) en anderzijds door de opkomst van de ‘nieuwe economie’: ZZP’ers en andere zelfstandigen. Tabel 2 Procentuele banen- en bedrijvengroei tussen 2015 en 2019
Banengroei 2015 – 2019
Bedrijvengroei 2015 – 2019
Waddinxveen
+ 11.4%
+ 42.5%
Oost-Zuid-Holland 1
+ 10.8%
+ 39.8%
Nederland
+ 8.1%
+ 17.1%
1 Corop-regio Oost-Zuid Holland: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard,
Nieuwkoop, Waddinxveen. Bron: LISA
Waddinxveen groeide in de hoogconjunctuur van 2015-2019 harder dan het landelijk gemiddelde en harder dan de regio. In Waddinxveen hing die werkgelegenheidsgroei wel sterk samen met de beschikbare ruimte. Waddinxveen staat zelfs voor de periode 2008-2017 in de
9 Economisch Koersdocument Waddinxveen
top van de Nederlandse gemeenten met de meeste terreinuitgifte (tabel 3). Waddinxveen telt nu circa 85 m2 bedrijventerrein per inwoner. Dat is een stuk hoger dan het landelijke cijfer van 51 m2. Tabel 3 Top 6 gemeenten uitgegeven hectares bedrijventerrein tussen 2008 en 2017
1. Lansingerland
67,4 hectare
2. Dordrecht
35,5 hectare
3. Waddinxveen
28,9 hectare
4. Westland
27,3 hectare
5. Krimpenerwaard
25,6 hectare
6. Zuidplas
21,3 hectare
Bron: CBS Statline
In bijlage 2 is een uitgebreide analyse van het economisch DNA van Waddinxveen opgenomen. Het is nog steeds moeilijk om de gevolgen van de corona-maatregelen op de lokale economie in te schatten. Wat betreft de recessie zelf is de algemene verwachting dat het om een tijdelijke (conjuncturele) dip zal gaan. Weliswaar een diepe dip, maar waarschijnlijk zonder de diepgaande gevolgen die bijvoorbeeld de crisis van de jaren ‘80 wel had. Die crisis zorgde er destijds voor dat Nederland definitief van een industriële naar een diensteneconomie overging. Het beeld in Waddinxveen is wat dubbel. Delen van de detailhandel worden natuurlijk hard geraakt, maar Waddinxveen kent verhoudingsgewijs weer weinig werkgelegenheid in andere gevoelige sectoren, zoals toerisme. Daar staat tegenover dat Waddinxveen veel werkgelegenheid heeft in de logistiek. Een sector die het nu goed doet, maar die traditioneel ook kwetsbaar is voor conjuncturele schommelingen. Maar de corona-maatregelen betekenen ook dat analisten niet goed weten waar dat op middellange termijn economisch toe zal leiden. We besteden in bijlage 3 aandacht aan de (verwachte) crisisimpact.
2.2 Koersbepaling: kennis en talent binden Het midden- en kleinbedrijf (hierna MKB) is de motor van de economie van Waddinxveen. Maar de ZZP’ers zijn in opkomst. En andere vestigingsvoorwaarden worden belangrijk (zie ook 1.3). De vraag is hoe Waddinxveen een deel van de kenniseconomie naar zich toe kan trekken. Een sleutelrol daarbij ligt bij het binden van kennis en talent, voor Waddinxveen met name in de techniek. Techniek, technische kennis en vakmanschap worden steeds belangrijker in de economie. Zelfs in de van oorsprong niet-technische sectoren als zorg, logistiek, groothandels en tuinbouw, zijn technische functies cruciaal geworden. En er is al jaren een groot tekort aan technische vakmensen, zowel op mbo- als hbo-niveau. Daar kan Waddinxveen een rol in spelen. Het gaat dan niet om het concurreren met de universiteitssteden en hun focus op innovatie. Maar wel om het goed samenwerken met bedrijven en de Bouwacademie en in het verlengde daarvan het Coenecoop College en mboRijnland. Om juist in het beroepsonderwijs een goede omgeving te creëren voor vakmanschap.
10 Economisch Koersdocument Waddinxveen
Waddinxveen kan daarbij aanhaken op de regionale visie van Midden-Holland, bijvoorbeeld voor wat betreft de Campus Gouda. Dit is een initiatief van gemeenten, bedrijfsleven en onderwijs in Midden-Holland. Rond maatschappelijke en economische vraagstukken - in eerste instantie zorg(technologie) en bodemdaling - wordt samengewerkt met (hoger) onderwijs, in de vorm van stages, onderzoek met lectoren en wetenschappers, praktijkopdrachten en afstudeerprojecten. Idee is dat de regio een goede voedingsbodem biedt voor leeropdrachten voor studenten en onderzoekers en dat Midden-Holland zo niet alleen kennis ontwikkelt op praktische vraagstukken van deze tijd, maar ook jong talent aan zich bindt. De samenwerking in de Campus Gouda kan zich voor Waddinxveen toespitsen op een thema als technisch vakmanschap en bodemdaling (bouw en infratechniek) en de logistiek (zie verder speerpunt 3). Zo’n programma rond onderzoek en onderwijs kan zorgen voor veel dynamiek, op een manier die goed bij de gemeente past. We komen op basis van het DNA en de opgave uit hoofdstuk 1 tot de volgende koers: •
•
•
Van kwantiteit naar kwaliteit. Waddinxveen is hard gegroeid door onder meer in te zetten op nieuwe bedrijventerreinen en nu is anders denken nodig in de economische ontwikkeling: van kwantiteit naar kwaliteit. Daarvoor zijn verschillende redenen: grenzen aan de ruimte, andere vestigingsvoorwaarden, concurrentiepositie in de kenniseconomie, de opkomst en noodzaak van een duurzame en circulaire economie, vitaliteit van de retail. Mix van wonen en werken. Dat betekent dat er goed nagedacht moet worden over de kwaliteit van de huidige bedrijventerreinen, gestreefd moet worden naar een goede mix van wonen en werken op kleinschaliger economische locaties, zoals het Sleutelkwartier en de Noordkade (functiemenging, verdichting). Kenniseconomie. Daarnaast moet er ingezet worden op het ontwikkelen naar een kenniseconomie op een manier die past bij Waddinxveen. Dat kan vooral door in te zetten op (duurzame en circulaire) techniek, bouw en infra en door samen op te trekken met het onderwijs en het bedrijfsleven. Ook aansluiting bij de regionale agenda van Midden-Holland is daarbij belangrijk. In hoofdstuk 3 wordt deze koers vertaald naar zeven speerpunten voor het economisch beleid in de komende vijf jaar.
11 Economisch Koersdocument Waddinxveen
3. Zeven speerpunten
In hoofdstuk 2 hebben we een koers uitgezet op basis van het economische DNA van Waddinxveen, de groei van de afgelopen jaren, de huidige stand van zaken en (te verwachten) ontwikkelingen in ondernemerschap en economie. We geven deze koers vorm in zeven speerpunten, onder drie pijlers: A. specifiek lokaal; B. Lokale invulling van regionale speerpunten; C. Randvoorwaarden en uitgangspunten.
12 Economisch Koersdocument Waddinxveen
De specifiek lokale pijler telt drie speerpunten voor de komende jaren voor de economie van Waddinxveen. Voor alle drie geldt dat het gaat om ‘te zorgen dat je klaar bent voor de toekomst’. Dat betekent dus niet dat het nu niet goed gaat. Een aantal ontwikkelingen rondom parkmanagement, de staat van bedrijventerreinen en ontwikkelingen in de relatie tussen ruimtelijke ordening en economie zijn nu al toe te spitsen op Waddinxveen. Zeker met de Omgevingsvisie in aantocht is het belangrijk daar nu al aan te gaan werken. De pijler lokale invulling van regionale speerpunten heeft betrekking op de Economische Visie Midden-Holland. Daarin zijn ontwikkelingen en doelstellingen geformuleerd die ook Waddinxveen aangaan. Waddinxveen is voor zijn (economische) ontwikkeling sterk afhankelijk van de omgeving. Waddinxveen doet volop mee in de regio Midden-Holland. In twee van de regionale speerpunten kan Waddinxveen een (mede)-voortrekkersrol vervullen. De Campus Gouda biedt in combinatie met de Bouwacademie kansen op het gebied van onderwijs en innovatie op het gebied van techniek en bouw. Daarnaast is logistiek een zwaartepunt in de economie van Waddinxveen. De derde pijler benoemt twee randvoorwaarden en uitgangspunten die eigenlijk in alle beleid en projecten moeten terugkeren: • •
Werken aan energietransitie en circulariteit. Het organiseren van een goede samenwerking en voldoende slagkracht tussen overheid, onderwijs en ondernemers. Twee agrarische thema’s keren in deze speerpunten niet terug, omdat ze al zijn belegd in ander verband:
• •
De samenwerking van de gemeente en ondernemers in de Greenport Boskoop. De ontwikkelingen in de glastuinbouw, waar in het kader van Werkboek Oostland aan wordt gewerkt. Het gaat om lopende trajecten waar de gemeente Waddinxveen aan gecommitteerd is en die naast dit Economisch Koersdocument hun eigen traject kennen. In het Werkboek Oostland gaat het om een duurzaam economisch perspectief voor de glastuinbouw (zie bijlage 2). De urgentie voor Waddinxveen zit op het verouderde glastuinbouwgebied Van Dort Kroonweg. Herstructurering is niet aan de orde, er moet nagedacht worden over een nieuwe invulling van het gebied in de toekomst.
13 Economisch Koersdocument Waddinxveen
3.1 Werk maken van kleinschalige economische locaties: levendig en onderscheidend
Toelichting speerpunt
Op geschikte locaties als het Sleutelkwartier, de Noordkade en in de kleinschalige winkelstrips in de wijken onderscheidende en levendige woon-werkgebieden creëren. Economische functies behouden en toevoegen die zich goed laten verdragen met de woonfunctie, zoals creatieve bedrijfsverzamelgebouwen, werkplekken voor ZZP’ers, ateliers en ambachtsruimten.
Doelstellingen
a. Transformatie van de Noordkade naar een aantrekkelijk woonwerkmilieu b. Inbrengen werkfuncties in het Sleutelkwartier c. Leegkomende winkelpanden buiten de kernwinkelgebieden invullen
Inspanningen
• Meenemen in gebiedsplannen en Omgevingsvisie. Bijvoorbeeld: per nieuwe woning in het gebied ook ruimte voor een arbeidsplaats (niet direct gekoppeld aan de woning, het gaat om ruimte voor werkgelegenheid in de gebiedsontwikkeling). • Onderzoek naar mogelijkheden op basis van voorbeelden elders (experimenteerruimte, tiny houses, loslaten functie-toewijzing kavels).
Naast de grote nieuwe bedrijventerreinen aan de zuidkant heeft Waddinxveen nog veel verspreide economische locaties, van winkelstrips tot kleine bedrijventerreinen (Noord, Brugweg, Zuid, Kouwehoek). Deze verwevenheid (en zichtbaarheid) van de economie in alle delen van de gemeente behoort tot het DNA van Waddinxveen. Een strakke functiescheiding (werken op de terreinen in het zuiden, winkels op het Gouweplein en wonen overal elders) past niet bij Waddinxveen. Daarnaast is functiemenging in deze tijd (opkomst van ZZP’ers, steeds specifieker ingekleurd winkelbestand, kenniseconomie) ook een goed uitgangspunt. Op veel plekken in de (sub-)stedelijke economie zien we dat werken en wonen steeds vaker in elkaar overlopen: bedrijfsverzamelgebouwen verspreid over de stad, broedplaatsen en ambachtsruimtes in de wijk en ondernemers met een praktijk aan huis. Rondom de werkplekken van creatievelingen ontstaat weer een parallelle economie aan hospitality: lunchrooms, koffiezaken, conceptstores. Voor dit soort nieuwe bedrijvigheid gelden weer andere vestigingsvoorkeuren dan voor bedrijven op een ruim bedrijventerrein: liefst in een omgeving met hoge dichtheid, met veel mogelijkheden voor ontmoeting, (dag-)horeca binnen handbereik, gemengde functies, mogelijkheid tot experimenten (broedplaatsen), ovbereikbaarheid en uiteraard hoogwaardig internet.
Dergelijke ontwikkelingen lijken op het eerste gezicht een stads feestje, met name rond universiteiten, in binnensteden en in oud industrieel erfgoed. Zo lijkt er een nieuwe scheidslijn tussen stedelijk en niet-stedelijk Nederland te ontstaan. Maar zo hoeft het niet zijn. Het gaat erom die trends te ‘vertalen’ naar de MKB-gedreven en ‘down to earth’ situatie in Waddinxveen. We komen op drie interessante proposities:
14 Economisch Koersdocument Waddinxveen
1. Transformatie van de Noordkade naar een aantrekkelijk woon-werkmilieu. Streef naar een mix van wonen en werken aan de Noordkade. En biedt innovatieve start-ups de ruimte om in dit enigszins ongepolijste gebied de eerste stappen te zetten. Dat kan ook in combinatie met woon- en andere functies. 2. Werkfuncties in het Sleutelkwartier. Met het project Sleutelkwartier wordt ingezet op de woonfunctie in het gebied tussen station en Hefbrug. Dat kan gepaard gaan met investeren in kleinschalige werklocaties: werkfuncties die makkelijk inpasbaar zijn in een woongebied, zoals kleine ambachtsruimtes, ateliers en (kantoor)werkplekken voor zelfstandigen. 3. Leegkomende winkelpanden buiten de kernwinkelgebieden invullen met een andere werkbestemming, zo vaak als mogelijk, uiteraard passend in de omgeving. Het behoud van werk zorgt voor levendigheid binnen de omliggende wijken. Voor de goede orde: een woonbestemming is dan niet uitgesloten en één en ander is mede afhankelijk van het gesprek met de vastgoedeigenaren. Enig ‘prikkelgeld’ voor onderzoek of planvorming kan nodig zijn om initiatieven van de grond te krijgen. De wijze waarop de flexplekken voor ZZP’ers (SK/WRKS) aan de Juliana van Stolberglaan tot stand is gekomen, is daarvan een voorbeeld.
De uitbaters van SK/WRKS maken kosteloos gebruik van de ruimte in ruil voor investeringen in het interieur en het toegankelijk maken van werkplekken voor zelfstandigen en bedrijven. Bij een organische transformatie van de Noordkade kijken we met een schuin oog naar succesvolle projecten elders. Ter inspiratie zetten we een aantal voorbeelden op een rij. Die voorbeelden komen wel voornamelijk uit meer stedelijke omgevingen, maar kunnen toch interessante voorbeelden zijn voor Waddinxveen.
Praktijkcase
Bijzonderheden
Kop van Isselt, Amersfoort
Start van transformatie met vestiging tijdelijke woonstudio’s voor jongeren tot 30 jaar. Investeerder is woningbouwcorporatie. Gezamenlijke voorzieningen en werk-units voorzien in de plinten.
Binckhorst, Den Haag
Expliciet maken functiemenging naar planmakers: voor iedere wooneenheid, minimaal één arbeidsplaats realiseren. Ruimte voor tijdelijkheid en initiatieven lokale ondernemers. Circulaire gebiedsontwikkeling.
Strijp S, Eindhoven
Identiteit (‘design’) aan gebied toegevoegd aan de hand van evenementen en kleinschalige activiteiten.
Stadsoevers, Roosendaal
Vestiging ‘broedplaats’ als start gebiedsontwikkeling. Onderwijs naar gebied gehaald, praktijklessen in buitenruimte. Inzet ambassadeurs om gebied te vermarkten. Komst tiny houses in december 2020.
C-Mill, Heerlen
Oud-Philips complex omgevormd tot duurzaam urban park. Grote ruimtelijke flexibiliteit, geen functie-toewijzing per kavel.
15 Economisch Koersdocument Waddinxveen
3.2 Verbeteren verblijfs- en ondernemersklimaat bestaande bedrijventerreinen (schoon, heel, veilig +)
Toelichting speerpunt
Investeren in de toekomstbestendigheid van en het ondernemers- en verblijfsklimaat op bestaande werkterreinen. Om ook op langere termijn succesvolle terreinen te behouden, moet er werk gemaakt worden van kwaliteit: vergroening, ov-bereikbaarheid, fietsvoorzieningen, verduurzaming (energiebesparing en opwekking, circulariteit) mogelijkheden voor eventuele andere functies (geen detailhandel).
Doelstellingen
a. Investeren in meer parkmanagement-activiteiten, circulariteit en energietransitie, uitstraling en gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte. b. Intensiever ruimtegebruik op de bedrijventerreinen. Met ondernemers (de verenigingen, het Ondernemersfonds en duurzaamheidsplatform) voor de verschillende bedrijventerreinen een plan maken voor schoon, heel, veilig+ en intensiever ruimtegebruik, met als elementen onder andere: •
Inspanningen
• • •
bereikbaarheid en multimodaal vervoer: openbaar vervoer, (deel)fietsen, deelauto’s, elektrisch. circulariteit en energietransitie, groen en klimaat-adaptatie maatschappelijke voorzieningen (geen detailhandel). uitbouwen van bestaand parkmanagement en KVO (Keurmerk Veilig Ondernemen).
We bepalen met de georganiseerde ondernemers wat voorrang heeft en we sluiten zoveel mogelijk aan op plannen waar de georganiseerde ondernemers zelf mee komen.
Een van de opgaven van Waddinxveen is om te blijven investeren in de bestaande bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen van Waddinxveen zijn op zich op orde. Ze zijn goed bereikbaar, hebben een nette, zakelijke uitstraling, er is enige vorm van collectieve particuliere beveiliging en er vindt periodiek onderhoud plaats. Aandachtspunten op korte termijn zijn er natuurlijk ook: parkeerproblemen op Coenecoop, een verzakte weg bij de Kouwehoek. Maar over het geheel gezien lijkt de basis op orde. De vraag is of dat voldoende is om ook voor de toekomst een goed ondernemersklimaat te houden. Wat opvalt is dat de terreinen van Waddinxveen weliswaar overal parkmanagementorganisaties kennen, maar dat er wat minder activiteiten zijn in vergelijking met andere gemeenten. Elders in de Randstad en Nederland is een uitgebreider vorm van parkmanagement inmiddels de standaard. Niet alleen om een terrein ‘schoon, heel en veilig’ te houden, maar ook om nieuwe uitdagingen rondom duurzaamheid en kwaliteit in uitstraling goed aan te kunnen. Dat is geen luxe meer, maar is de nieuwe standaard in het ondernemersklimaat. In Waddinxveen is
16 Economisch Koersdocument Waddinxveen
dat nog niet het geval. En dat kan de concurrentiepositie van de bedrijventerreinen op termijn schaden. De uitdaging voor Waddinxveen is om de lat hoger te leggen. Om de bedrijventerreinen toekomstbestendig te houden is het zaak: 1.
2.
Het verblijfsklimaat te versterken voor de bedrijven, werknemers, klanten en bezoekers. Dat betekent samen met de georganiseerde ondernemers plannen maken voor en investeren in parkmanagement-activiteiten, duurzaamheid, uitstraling, groen (zie ook speerpunt 6 hieronder) en gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte. Het gebruik van de ruimte te intensiveren. In bijlage 3 analyseren we dat de arbeidsdichtheid van de bedrijventerreinen in Waddinxveen relatief laag is. Efficiënter gebruik van de bestaande ruimte (meer arbeidsplaatsen per hectare) draagt bij aan de algehele uitstraling en toekomstbestendigheid van de terreinen.
We denken ook aan: •
•
•
Multimodaal vervoer stimuleren: openbaar vervoer, (deel)fietsen, deelauto’s, elektrisch verkeer, wandelverkeer. De terreinen zijn goed ontsloten voor het autoverkeer, maar een toenemend aantal bezoekers heeft behoefte aan alternatieven. Met de komst van station Triangel is de ov-bereikbaarheid van bedrijventerrein Coenecoop verbeterd. Met ondersteunend ‘last mile’ vervoer (fietsen, elektrische busjes) kan dat verder geoptimaliseerd worden. Investeren in gezamenlijke energiehuishouding: het opwekken van duurzame energie, de Transitievisie Warmte, het gebruik van restwarmte. Vergroening en vernatting op plekken die zich daarvoor lenen, ten behoeve van uitstraling, klimaatadaptiviteit (efficiënte waterhuishouding, hittestress) en biodiversiteit. Het Duurzaamheidsplatform Waddinxveen heeft op dit punt de eerste stappen gezet. Toevoegen van maatschappelijke voorzieningen (onderwijs, sport, zorg, kinderopvang; geen detailhandel) om de levendigheid van de terreinen te vergroten, ook buiten kantoortijd (denk aan sportscholen en/of avondonderwijs).
17 Economisch Koersdocument Waddinxveen
3.3 Toewerken naar een optimale winkelstructuur
Toelichting speerpunt
We willen de detailhandel concentreren in een overzichtelijk aantal gebieden. Een prominente functie is uiteraard voorzien voor het Gouweplein, dat zich verder kan ontwikkelen tot het koopcentrum van Waddinxveen met ondersteunende voorzieningen. Voor de retail elders in de gemeente geldt een conserverend beleid, in lijn met het vastgelegde beleid in de Detailhandelsstructuurvisie 2019-2030.
Doelstellingen
a. Meer koopkracht aantrekken door het stimuleren van een aantrekkelijke mix van aanbod. b. Concentratie van het winkelaanbod op de winkellocaties, met inachtneming van mogelijkheden voor economische functies en functiemenging (zie speerpunt 1). •
Inspanningen
• •
In gesprekken met vastgoedeigenaren sturen op een goede mix van aanbod. Monitoren van de ontwikkelingen op winkellocaties. Samenwerking binnen de regio Midden-Holland in lijn met de doelstellingen van de regionale detailhandelsstructuurvisie.
Het winkellandschap verandert. Er is landelijk gezien een overcapaciteit aan winkelmeters en op de druk op winkeliers neemt toe door veranderende consumentbestedingen en de opkomst van internetverkoop. Er zijn voorbeelden van innovatieve retailers die ook nu een goede boterham verdienen. Over het geheel genomen maakt de retail als sector echter moeilijke tijden door. De coronacrisis komt daar nog eens bovenop. Een recent onderzoek van brancheorganisaties (verenigd onder De Retailagenda) verwacht dat tien tot dertig procent van de non-food winkels de komende jaren gaat verdwijnen. Waddinxveen en Midden-Holland hebben recent nieuwe detailhandelsstructuurvisies vastgesteld. Daarin wordt de prominente positie van het Gouweplein onderstreept. Aanvullend worden er twee ondersteunende centra aangewezen: in Zuid het boodschappencentrum Zuidplas, en in Noord de gezamenlijke centra Koningin Wilhelminaplein en Groensvoorde (samen één boodschappencentrum). De Kouwe Hoek is aangewezen voor perifere detailhandel. De Dorpsstraat, Luifelbaan en Ieplaan nemen een bijzondere positie in de winkelstructuur van Waddinxveen in. De overkoepelende ambitie is om de detailhandel zoveel mogelijk te concentreren. In de detailhandelsstructuurvisie 2019-2030 is het beleid per winkelgebied vastgelegd.
Met de ontwikkeling van het Gouweplein is er flink geïnvesteerd in de lokale retail en is het aantal winkelmeters gestegen (tegen de landelijke trend in). Waddinxveen beschikt daarmee over een duidelijk, samenhangend winkelcentrum met ondersteunende (horeca-) voorzieningen. Aandachtspunten zijn de nog leegstaande panden die wachten op een goede invulling (met mogelijke bedreiging van ondermijning in de tussentijd) en de ontmoetingsfunctie die nog verder ingevuld moet worden. Te denken valt aan andersoortige concepten naast winkels (horeca, dienstverlening, ambachten).
18 Economisch Koersdocument Waddinxveen
Verder heeft het Gouweplein nog een weinig specifieke uitstraling en wordt het gedomineerd door een aantal grotere landelijke ketens. De ontwikkeling in de detailhandel lijkt echter een andere kant op te gaan: enerzijds echt grote winkelformules, met regionale trekkracht. En anderzijds juist meer specifieke lokale winkels, zoals in veel binnensteden te zien is. De ketens in het middensegment met middelgrote winkels hebben het juist moeilijk. Dat blijkt ook uit de koopkrachtcijfers voor Waddinxveen (zie bijlage 3). Waddinxveen bindt weliswaar de lokale koopkracht in dezelfde mate als vergelijkbare gemeenten in de Randstad. In vergelijking met andere gemeenten trekt ze wel minder koopkracht van buiten aan. Daar ligt een opgave, die in regionaal verband moet worden bezien (en die moet aansluiten bij de uitvoering van de detailhandelsstructuurvisie van Midden-Holland).
3.4 Bouwacademie als centrum voor kennis en innovatie in techniek, bouw en infra
Toelichting speerpunt
Waddinxveen beschikt met de Bouwacademie - en in het verlengde daarvan mboRijnland en het Coenecoop College - over partners om een belangrijke rol te spelen in het waarmaken van de regionale ambitie om ‘het centrum voor innovatief technisch vakmanschap in de Randstad’ te worden.
Doelstellingen
Techniekbreed goed praktijkonderwijs organiseren in samenwerking met het onderwijs en bedrijfsleven, door het Centrum voor Innovatief Vakmanschap van mboRijnland, de Stichting Vrienden van het Coenecoop College, het Waddinxveense bedrijfsleven, Sterk Techniekonderwijs (programma voor versteking van vmbotechniekonderwijs), het PMT-stagebureau van het Coenecoop College en de Campus Gouda aan elkaar te verbinden. •
Inspanningen
•
•
Uitwerken van de thema’s duurzaam en circulair bouwen en bodemdaling binnen Campus Gouda in samenwerking met het Coenecoop College, mboRijnland en de Bouwacademie: leeropdrachten (stages, onderzoek met lectoren en wetenschappers, praktijkopdrachten, afstudeerprojecten) uit bedrijfsleven en samenleving. Met de Bouwacademie de mogelijkheden verkennen om (zelfstandig) ondernemerschap en innovatie te stimuleren door een start-up programma. De Bouwacademie gebruiken om met werkzoekenden te onderzoeken of er voor hen mogelijkheden zijn voor werk in de techniek en eventueel omscholing.
Arbeidsmarktbeleid maakt niet expliciet deel uit van dit Economisch Koersdocument (het arbeidsmarktbeleid is belegd in het sociaal domein). Maar een goed functionerende arbeidsmarkt is uiteraard een belangrijke randvoorwaarde voor een goed draaiende economie. We willen in dit Koersdocument wel een speerpunt maken van een aantal arbeidsmarktaspecten, met name rond onderwijs en de techniek.
19 Economisch Koersdocument Waddinxveen
De arbeidsmarkt voor technisch personeel blijft krap, terwijl techniek een steeds grotere rol gaat spelen. Ook in traditioneel niet-technische sectoren zoals zorg, tuinbouw en logistiek. En in vraagstukken rond duurzaamheid, circulair bouwen en bodemdaling (bouwen in moeilijke bodemomstandigheden). Voor bedrijven is een goede personeelsvoorziening steeds vaker een voorwaarde bij de keuze voor hun vestigingsplaats. Waddinxveen kan daar, in de samenwerking binnen het Midden-Hollandverband, een sterk punt van maken. Technisch vakmanschap wordt bovendien steeds complexer. Door innovaties en een sterkere nadruk op ‘soft skills’ (samenwerken, klantvriendelijkheid, planningsgedrag, rapportage vaardigheid, anticipatievermogen). Er is voornamelijk behoefte aan technisch en bèta opgeleide mensen op mbo 4 (de volleerde vakman/vakvrouw), hbo, en wo denk- en werkniveau. De Regio Midden-Holland heeft ‘Midden-Holland als centrum voor technisch vakmanschap’ tot economisch speerpunt uitgeroepen. Met de Bouwacademie, en in het verlengde daarvan mboRijnland en het Coenecoop College, kan Waddinxveen daar op het gebied van met name bouw en infratechniek een belangrijke bijdrage aan leveren. Daar zijn veel bedrijven bij betrokken. Van de Bouwacademie zijn veel regionale bedrijven lid (zij stellen de leerwerkplaatsen voor mbo-leerlingen in de BBL beschikbaar).
mboRijnland heeft veel bedrijfscontacten in de techniek via het Centrum voor Innovatief Vakmanschap. En er is een bijzondere band tussen de stichting Vrienden van het Coenecoop College en het Waddinxveense bedrijfsleven. Tenslotte is het landelijke vmbo-programma Sterk Techniekonderwijs ook verbonden met het Coenecoop College en wil het Coenecoop College met een nieuw stagebureau (Professional Meets Talent - het PMT-platform) een impuls geven aan de praktijkstages van leerlingen. Dat zal nog dit jaar van start gaan. Dat geeft Waddinxveen (als middelgrote gemeente) een bijzondere positie. Er zijn niet zoveel gemeenten van deze omvang waar zoveel onderwijsinitiatieven en mogelijkheden samenkomen rond een specifiek thema. Dat alles laat zich goed verbinden met de Campus Gouda. De Campus Gouda is in 2020 opgezet en nu is dus een goede tijd om daar vanuit Waddinxveen mee vorm aan te geven.
Intermezzo: arbeidsmigranten als kapitaal In dit Koersdocument is kwaliteit een sleutelwoord. Kwaliteit betekent ook zorgvuldig met de factor arbeid om gaan. Omdat er in Waddinxveen veel logistiek en glastuinbouw is, is er ook een relatief grote vraag naar arbeidsmigranten. Voor Waddinxveense ondernemers is de inzet van arbeidsmigranten niet meer weg te denken. In opdracht van de provincie Zuid-Holland heeft PBLQ in 2020 onderzoek verricht naar het aantal migranten dat in Zuid-Holland werkt. In dat onderzoek staat dat het aantal niet-ingezetenen, dat in het jaar 2018 per maand werkte in de gemeente Waddinxveen, varieert tussen de 212 en 278 personen (gemiddeld 248). In ditzelfde onderzoek komt naar voren dat het aantal ingezeten arbeidsmigranten op drie meetmomenten in 2018 gemiddeld 156 bedraagt in Waddinxveen.
20 Economisch Koersdocument Waddinxveen
Dat vraagt om een benadering van deze groep als een volwaardig onderdeel van de economie, arbeidsmarkt en samenleving. Dan gaat het om huisvesting, verwelkoming, maatschappelijke participatie en arbeidsmarktkansen (met het oog op het voorkomen van werkloosheid). Waddinxveen heeft niet alleen een sociaal (of moreel), maar ook een economisch belang bij een goede verwelkoming en adequate huisvesting voor arbeidsmigranten. Maar het is niet alleen een lokaal vraagstuk en het is van belang dat vragen rondom bijvoorbeeld huisvesting van arbeidsmigranten dan ook in het regionaal verband van Midden-Holland worden opgepakt.
3.5 Logistiek: naar een hogere toegevoegde waarde en meer innovatie
Toelichting speerpunt
Veel logistieke bedrijven clusteren zich rondom de snelweg. De uitgeefbare ruimte in Waddinxveen wordt echter schaarser en de banendichtheid van de logistiek is beperkt. Regionaal is de ambitie om van Midden-Holland een ‘best practice’ te maken op gebied van logistiek en distributie. Die regionale visie is één-op- één door te vertalen naar Waddinxveen en is samen te vatten als terughoudend (verdozing tegengaan) en ‘kwaliteit boven kwantiteit’. Die ambitie zou ook leidend moeten worden in de samenwerking rond de logistieke hotspot A12corridor. 2
Doelstellingen
a. In samenwerking met het onderwijs en bedrijfsleven technologische innovatie en hoogwaardige arbeid stimuleren b. Lokaal kan de gemeente ervoor kiezen geen uitgifte meer te doen voor reguliere logistieke bedrijven (behalve bij uitplaatsing van bedrijven uit andere plekken van Waddinxveen) c. Kwaliteitseisen stellen in het ruimtegebruik bij de ontwikkeling van logistieke bedrijven(terreinen).
Inspanningen
• In de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen kwaliteitseisen formuleren, zoals meerlaags bouwen, duurzame gebouwen, zelfvoorzienend in energie en een visie op personeelsbehoefte (inclusief huisvesting). • In de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen exclusieve bestemming voor logistiek mogelijk loslaten. • Overweeg om ‘restkavels’ die vanwege omvang minder interessant zijn voor logistiek her te bestemmen voor andere invulling.
2 www.a12-corridor.nl: “De gemeenten Lansingerland, Waddinxveen, Zoetermeer en Zuidplas, provincie Zuid-Holland en VNO-NCW West werken samen met diverse partners en belanghebbenden samen om de A12-corridor te ontwikkelen tot een sterke logistieke hotspot.”
21 Economisch Koersdocument Waddinxveen
Veel logistieke bedrijven zijn gevestigd rondom de A12 en er is nog steeds vraag naar ruimte vanuit logistieke bedrijven. Waddinxveen heeft echter niet veel bedrijventerreinruimte meer uit te geven. En de banendichtheid van de logistiek is beperkt. Het imago van de logistiek heeft bovendien schade opgelopen: enerzijds door de snelle opkomst van hallen op zichtlocaties (de ‘verdozing’ van het landschap) en anderzijds door de slechte werkomstandigheden binnen delen van de bezorgindustrie. Er is een beeld ontstaan van een sector waarin op veel vierkante meters weinig mensen werk doen met weinig perspectief. Dat beeld doet echter ook wel wat onrecht aan de logistiek en groothandel ‘van eigen kweek’ in de regio Midden-Holland. Er is ook vaak sprake van innovatie in de technologie, hoge waardetoevoeging en toenemende arbeidsintensiteit. De logistieke samenwerking in de A12corridor richt zich onder andere op scholing, arbeidsmarkt en duurzaamheid. Die doelen sluiten goed aan bij de ambities van Midden-Holland. En er zijn verbindingen met andere sectoren, zoals de maakindustrie. Maar toch is er die keerzijde. De arbeidsdichtheid van de logistieke locaties is beperkt ten opzichte van de ruimte die ze in beslag nemen. Veel panden hebben een beperkte levensduur en veel daken zijn bijvoorbeeld niet geschikt voor zonnepanelen.
Midden-Holland heeft de ambitie om regionaal een ‘best practice’ te maken op het gebied van logistiek en distributie. Dat betekent: goede landschappelijke inpassing, beheersing van verkeersstromen, hoogwaardige arbeid en technologische innovatie. Met name op het gebied van innovatie en het realiseren van een grotere toegevoegde waarde ligt er een opgave. Die opgave zal vooral digitaal gestuurd zijn. Dat betekent inzet op ict- en automatiseringstechnologie. Er lijken kansen te liggen door in de regio maakindustrie, de ictsector en de logistiek meer met elkaar te verbinden. Onder speerpunt 4 verwezen we daarvoor al naar de regionale Economische Visie van Midden-Holland. Mogelijk kan dit ook een thema zijn binnen de Campus Gouda. De regionale visie van Midden-Holland is één-op- één door te vertalen naar Waddinxveen. Samengevat wil men terughoudend zijn in nieuwe logistiek (om de verdozing tegen te gaan) vanuit de visie op ‘kwaliteit boven kwantiteit’. Ook voor de logistieke samenwerking in de A12corridor zou die ambitie leidend moeten worden.
22 Economisch Koersdocument Waddinxveen
3.6 Energietransitie en circulaire economie als uitgangspunt
Toelichting speerpunt
Energietransitie en circulariteit zijn een onlosmakelijk onderdeel geworden van het gesprek over de lokale economie. De gemeente kan stimuleren, maar bedrijven en anderen zijn nodig om echt stappen te zetten. Er liggen duidelijke lijnen met speerpunt 2 (groen en verduurzamen op bedrijventerreinen) en speerpunt 4 (programma’s met Campus Gouda en de Bouwacademie rond duurzaam en circulair bouwen). Dat is dan ook een effectievere rol van de overheid: stimuleren en ondersteunen van nieuwe initiatieven.
Doelstellingen
Energietransitie en circulariteit als uitgangspunt bij al het (economisch) beleid.
Inspanningen
• Opstellen van een gemeentebreed actieplan circulaire economie, met het georganiseerd bedrijfsleven (Duurzaamheidsplatform). Kijk daarbij goed naar ‘best practices’ zoals de Strategie Amsterdam Circulair en naar mogelijkheden binnen de bestaande regelgeving (belemmeringen wegnemen). • Bewaken van energietransitie en circulariteit als uitgangspunt bij met name twee speerpunten in dit Koersdocument: speerpunt 2 (groen en verduurzamen op bedrijventerreinen) en speerpunt 4 (programma’s met Campus Gouda en de Bouwacademie rond duurzaam en circulair bouwen).
Energietransitie en circulariteit zijn onlosmakelijk onderdeel van het gesprek over de lokale economie. Bij circulaire economie gaat het ten minste om: 1. Langer, intensiever of hergebruik van materialen en grondstoffen, kringlopen sluitend maken en restafval zoveel mogelijk voorkomen (hergebruik, afval als grondstof). 2. Al bij het ontwerp en productie van materialen geschikt maken voor demontage en hergebruik in de toekomst (circulair productontwerp). Als het gaat om energietransitie komen daar nog bij: 3. Energiemaatregelen, gericht op het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (duurzame energieopwekking en energiebesparing). Dat hangt sterk samen met de Regionale Energiestrategie Midden-Holland en de Transitievisie Warmte (aardgasvrij). 4. Investeringen in groen en water op de diverse bedrijventerreinen (hittestress tegengaan). Meer groen, maar bijvoorbeeld ook het verbinden van groen op de bedrijventerreinen met de groenstructuren daaromheen. Dat heeft bijkomende positieve effecten op lucht, grond, water en biodiversiteit; en op het verblijfsklimaat en de uitstraling. Er zitten uiteraard meer aspecten aan duurzaamheid (zoals watermanagement, groen in de openbare ruimte, verduurzaming van het woningbestand, terugdringen autogebruik, etc).
Dat voert echter te ver voor dit document en zal een plek vinden in bijvoorbeeld de nieuwe omgevingsvisie en de Transitievisie Warmte.
23 Economisch Koersdocument Waddinxveen
Het initiatief voor de eerste twee punten (afval als grondstof en circulair ontwerp) ligt nu vooral nog bij de marktpartijen (de ondernemers zelf). De gemeente kan daarbij veel betekenen in de afvalverwerking en stelt eisen aan (duurzaam en/ of circulair) bouwen in bestemmingsplannen. Maar de gemeente loopt snel tegen haar grenzen aan als ze individueel optreedt. Eisen aan de circulaire economie moeten ook vastgelegd worden in Europese en landelijke regelgeving. Dat zal geleidelijk gebeuren. Ondertussen is het nu zaak de ontwikkeling naar een circulaire economie echt in gang te zetten. Bovendien stelden we al dat een gemeente die voorop loopt op dit soort thema’s (verblijfsklimaat, vervoer, groen, duurzaamheid et cetera) een streepje voor heeft in het vestigings- en ondernemersklimaat. Er ligt dan bijvoorbeeld een duidelijke link met speerpunt 4 in dit Koersdocument: programma’s met Campus Gouda en de Bouwacademie rond duurzaam en circulair bouwen. Dat is dan ook een meer effectieve rol van de overheid: stimuleren en ondersteunen van nieuwe initiatieven, zoals het nieuwe Innovatie en Experience centrum op het gebied van duurzame bouw en infra.
Voor alle vier de aspecten van een circulaire economie geldt dat er binnen verschillende schaalniveaus kan worden geacteerd: als individueel bedrijf, als kring van bedrijven (al dan niet gebiedsgericht), als overheid, als overheid en bedrijven gezamenlijk, op groter regionaal (of zelfs provinciaal) niveau. In onderstaande matrix geven we een (niet-uitputtend) overzicht van mogelijke activiteiten binnen de vier aspecten en schaalniveaus. Individueel bedrijf
1. Hergebruik materialen
2. Nieuwe materialen en dienstverlening
Afvalscheiding Circulaire inkoop Reparatie
Productontwerp Circulaire businessmodellen
3. Energie
Zonnepanelen Energiescan Isolatie
4. Groen
Groen op eigen terrein Groene daken Regenopslag
Kring van bedrijven
Overheid (met bedrijven)
Regionaal
Grondstoffenbank Deelauto’s
Circulair verwerken afvalstromen (grondstofleverancie r worden)
Kennisontwikkeling Good practices delen Subsidies/ capaciteit
Kennisdeling en netwerkactiviteiten
Early demand (circulair inkopen, circulair bouwen) Kennisdeling Steunen en verbinden
Kennisontwikkeling Onderzoek/ innovatie Financiering
Subsidie Warmtenet Windenergie
Warmterotonde Energielabels Onderzoek/ innovatie
Gescheiden waterhuishouding Vergroening terreinen
Certificaten Aanjaagfinanciering
Collectieve inkoop Restwarmte delen
Vergroening terrein (private gronden) Beplanting stroken
In Waddinxveen is al een Duurzaamheidsplatform actief; zelfstandig opgericht en nu functionerend als commissie in het Ondernemersplatform Waddinxveen. Het platform verbindt
24 Economisch Koersdocument Waddinxveen
en deelt onder meer kennis over praktische maatregelen die op individueel bedrijfsniveau kunnen worden getroffen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de isolatie van panden, zuiniger watergebruik, warmte en energie besparen. Daarnaast onderzoekt het de mogelijkheid voor collectieve investeringen in bijvoorbeeld energiemanagement op Coenecoop en Doelwijk. Het is nu zaak een volgende stap te zetten: gemeente en Duurzaamheidsplatform (als vertegenwoordiger van het georganiseerd bedrijfsleven) die samen een actieplan circulaire economie voor Waddinxveen opstellen. Dat past in de ambities die de gemeente heeft met het programma Energietransitie en Duurzaamheid (in voorbereiding).
3.7 Versterken organiserend vermogen en doorontwikkelen Ondernemersfonds
Toelichting speerpunt
Waddinxveen heeft een goed georganiseerd bedrijfsleven, met het OPW als overkoepelende ondernemersvereniging. Daarnaast is Waddinxveen één van de ongeveer vijftig gemeenten in Nederland met een Ondernemersfonds op OZB-basis. Maar rond het Ondernemersfonds is ook wel iets bijzonders aan de hand. Het is relatief klein, wordt voor de helft vanuit de gemeente opgebracht en heeft een horizon tot eind 2022, wanneer de overheidsbijdrage ophoudt. Er liggen mogelijk kansen voor de doorontwikkeling van het fonds, onafhankelijk van de bijdrage en inbreng van de gemeente. Het Ondernemersfonds brengt de komende maanden een voorstel uit over de doorontwikkeling van het fonds.
Doelstelling
Verder versterken van de samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven door gezamenlijk uitvoering te geven aan dit Economisch Koersdocument en de regionale Economische Visie Midden-Holland. •
Inspanningen
De gemeente vormt samen met het OPW, het Ondernemersfonds en het onderwijs (Coenecoop College, mogelijk ook de Bouwacademie) een stuurgroep. In deze stuurgroep bespreken ze de voortgang van dit Economisch Koersdocument en welke acties er gezamenlijk nodig zijn om de uitvoering te versterken. • Ondersteunen van de mogelijke doorontwikkeling van het Ondernemersfonds.
Waddinxveen heeft een sterk georganiseerd bedrijfsleven. Dat is niet alleen zichtbaar in het Ondernemersplatform Waddinxveen, maar ook in de vele met het onderwijs verbonden bedrijven (Vrienden van Coenecoop, Bouwacademie etc.). En Waddinxveen is één van de ongeveer vijftig gemeenten in Nederland met een Ondernemersfonds op OZB-basis. Dat is goed voor het vestigingsklimaat. Het zorgt ervoor dat bestuurlijke gesprekken tussen ondernemers en gemeente inhoudelijk en van goede kwaliteit zijn. Het betekent ook dat partijen snel kunnen schakelen, bijvoorbeeld bij het aantrekken van (overheids)investeringen en subsidies op provinciaal of landelijk niveau.
25 Economisch Koersdocument Waddinxveen
Tegelijk is er rond het Ondernemersfonds ook wel iets bijzonders aan de hand. Het is relatief klein, wordt voor de helft vanuit de gemeente opgebracht en loopt tot eind 2022. Dan stopt de overheidsbijdrage. In bijlage 4 (ter informatie) is een door Blaauwberg opgestelde discussienotitie opgenomen met mogelijkheden voor de doorontwikkeling van het Ondernemersfonds. Het Ondernemersfonds heeft een aparte evaluatie laten uitvoeren en gaat aan de slag met een voorstel voor de toekomst. Voor de volledigheid geven we hier de voornaamste punten uit de Blaauwberg-notitie over het Ondernemersfonds: •
Het Ondernemersfonds is een gewaardeerde partner met een vaste plek binnen de lokale economie. Bestuur en ambassadeurs hebben een governance opgezet die het vertrouwen geniet van de ondernemers. Binnen het fonds vindt goede informatie-uitwisseling plaats, en de partijen met trekkingsrecht zijn gaan hechten aan hun eigen investeringsbudget.
•
Tegelijkertijd: het is financieel een beperkt fonds, van jaarlijks € 50.000 uit private OZBopbrengsten en € 50.000 uit de algemene gemeentelijke middelen. De gemeentelijke middelen zijn in principe tijdelijk en lopen eind 2022 af. In relatie tot de overgebleven opbrengst is de governance structuur, met veel kleine werkgebieden, nogal zwaar.