Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
erl Buro Ma L a n
d s c
h a p
,
l o E c o
g i e
&
ant
t e R u i m
l i j k e
O rd
e n i n
g
B M- R APPOR T 2020
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
J. va n Suijle kom, 19 fe b rua ri 2020
Inhoud Blz 1
Inleiding
3
1.1
Algemeen
3
1.2
Methode / doel
3
1.3
Beschrijving van het plangebied en de ingrepen
3
2
Wet- en regelgeving
4
2.1
Wet natuurbescherming
4
3
Bronnenonderzoek
8
3.1
Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
8
3.2
Gebiedsbescherming
8
4
Resultaten van het veldonderzoek
8
4.1
Algemeen
8
4.2
Beschermde soorten: resultaten en verwachting
8
5
Conclusie
11
Literatuur
12
I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 08-0 5 - 2 0 1 9 e n 1 9 - 0 2 2020.
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Coen Schiereck Bouwkundige werkzaamheden en adviezen BV heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen het plangebied Noordeinde 130 te Waddinxveen. Het veldonderzoek werd uitgevoerd op 8 mei 2019 en 19 februari 2020. Men is voornemens een gedeelte van een schuur met stal te slopen en op enige afstand van het te behouden deel een nieuwe woning te realiseren. In ondehavige tekst wordt hiermee ‘het plangebied’ bedoeld.
1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.
1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Noordeinde 130 (vanaf nu ‘het plangebied’) is gelegen tegen de rand van de bebouwde kom van Waddinxveen en omvat een gedeeltelijk te slopen schuur met zolder en een overkapping / stal en een achterliggende weide (zie figuur 1). De boerderij wordt na uitvoer teruggebracht in originele staat, zij het met een iets kleinere schuur met zolder aan de achterzijde. Op enige afstand van de te behouden boerderij wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Fi guur 1 Gl obal e weergav e v an het bes t emmi ngs v l ak i n rood. B i nnen het bl auwe v l ak wordt een gedeel t e v an de bebouwi ng ges oopt en v i ndt ni euwbouw pl aat s (“het pl angebi ed”). B ron l ucht f ot o: Googl e.
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
3
Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel). Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk
levende vogels opzettelijk te
natuurlijke verspreidingsgebied
te doden of te vangen
doden of te vangen.
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de voortplan-
Het is verboden de vaste voort-
nesten, rustplaatsen en eieren
tingsplaatsen of rustplaatsen
plantingsplaatsen of rustplaatsen
van vogels te vernielen of te
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadi-
beschadigen, of nesten van
vernielen
gen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur opzettelijk te
hebben
vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels op-
Het is verboden dieren opzette-
zettelijk te verstoren, tenzij de
lijk te verstoren
vogels weg te nemen
Niet van toepassing
verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten
Het is verboden plantensoorten in
in hun natuurlijke verspreidings-
hun natuurlijke verspreidingsgebied
gebied opzettelijk te plukken en
opzettelijk te plukken en te ver-
te verzamelen, af te snijden, te
zamelen, af te snijden, te ontworte-
ontwortelen of te vernielen
len of te vernielen
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
4
Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.
Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie
Omschrijving Jaarrond beschermde nesten
Ta b e l 2 B e sc h e r m i n g sc a tegori e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i ngen v a n a r t i k e l 3 . 1 en 3. 5 W n b v a n t o e p a s s i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d se i z o e n ( c a t eg o r i e 5 ).
1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd.
5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
5
Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:
» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);
» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
6
3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Da t a u i t d e N D F F : waarnemingen s tr i k t e r b e s c h e rmd e so o r t e n i n de omgeving van het plangebied, ex c l u s i e f a l g e m e n e soorten waarvoor ee n p ro v i n c i a l e vrijstelling geldt. © N D F F - q u i c k s c a nhulp.nl 15-07-2019.
Soort Alpenwatersalamander Ringslang Rugstreeppad Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Hazelworm Grote modderkruiper Boommarter Steenmarter Waterspitsmuis Groene glazenmaker Platte schijfhoren Bever Meervleermuis Otter Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Zwarte Wouw
Soortgroep Amfibieën Reptielen Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Reptielen Vissen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Insecten - Libellen Weekdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vogels
Bescherming wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-vrl
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.
3.2 Gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen nabij de bebouwde kom van Waddinxveen en op ruime afstand (> 6,5 km) van Natura 2000-gebieden. Zones op een afstand van circa 1,3 tot 2 km km in de omgeving maken onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland (of NNN). De ingrepen betreffen slechts de sloop van een deel van de bebouwing en de realisatie van een nieuwe woning, waardoor effecten op beschermde gebieden op deze afstand op voorhand uit te sluiten zijn.
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
7
4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in de late ochtend van 8 mei 2019 en op 19 februari 2020, Tijdens het eerste bezoek was het bewolkt, droog na lichte regen, was sprake van enige wind, bij een temperatuur van circa 10 °C. Tijdens het tweede bezoek was het half bewolkt, droog en was sprake van een redeljke wind, bij een temperatuur van circa 9 °C . Biotopen In het plangebied, deel van de ingrepen, waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Schuur (gedeelte) met zolder, opgetrokken uit baksteen met een pannendak. Het dak vertoonde veel gaten, waardoor weersinvloeden deels vrij spel hadden.
» » Overkapping dat functie had als stal, opgetrokken uit hout en gedeeltelijk halfsteens metselwerk, met een golfplaten dak. Golfplaten waren aangebracht op dunne balken.
» » Paardenwei, deels onbegroeid / modderig, met spaarzaam raaigras tijdens het bezoek in februari. In mei was de (korte) grasmat vrijwel bodembedekkend. Het overige deel van het bestemmingsvlak bestond uit een vergelijkbaar deel van een paardenwei met enkele relatief jonge zwarte elzen nabij het bouwblok. Ten zuiden daarvan was een zone met een betonnen verharding aanwezig en een strook gras met een klein stalletje, opgetrokken uit staal en hout en enkele jonge zwarte elzen.
4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten In de omgeving (binnen een straal van 5 km) van het plangebied zijn blijkens voorhanden verspreidingsgegevens geen beschermde vaatplanten aangetroffen(zie tabel 4). Op de slooplocatie ontbraken grotendeels potenties, daardat deze volledig bestond uit bebouwing. Er ter plekke zijn geen beschermde planten aangetroffen ook geen muurplanten. De achterliggende te bebouwen weide was voedselrijk en soortenarm. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten binnen de werkgrenzen kan worden uitgesloten. Zoogdieren algemeen In de ruimere omgeving zijn blijkens de data van de NDFF naast de aan wateren gebonden otter, bever en de waterspitsmuis, de steenmarter en de boommarter aangetroffen. Doordat sprake was van bebouwing en een raaigrasweide ontbrak voor de meeste soorten op voorhand biotoop. De steenmarter prefereert bebouwing en in het bijzonder deze in agrarisch gebied. In de te slopen bebouwing ontbraken sporen van de steenmarter. Potenties waren door de afwezigheid van voldoende schuilmogelijkheden niet aanwezig. De te slopen delen stonden vrijwel leeg, zónder plekken voor de steenmarter om weg te kunnen kruipen, dan wel te nestelen. In de weide werden geen sporen van strikter beschermde zoogdieren aange-
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
8
troffen ook geen holen. De aanwezigheid van de steenmarter en overige strikt beschermde grondgebonden zoogdieren binnen en/of nabij de werkgrenzen kan op basis van deze habitatscan en de gekende verspreidingsgegevens redelijkerwijs worden uitgesloten. Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger in de nabijheid van het plangebied. De meeste soorten uit tabel 4 zijn in meer of mindere mate gebouwbewonend. De rosse vleermuis is een meer uitgesproken boombewonende soort. De bebouwing is beoordeeld als grotendeels ongeschikt voor vleermuizen. De later aangebouwde overkappingen / stallen boden onvoldoende beschutting. Voor vleermuizen geschikte tussenruimten werden niet aangetroffen. Het te slopen deel deel met het pannendak was in slechte staat, waardoor invloeden als daglicht en regen vrij spel hadden. Beschutte plekken om weg te kruipen ontbraken ook in dit gedeelte van de bebouwing. Deze is dan ook beoordeeld als ongeschikt voor vleermuizen. Sporen van vleermuizen werden niet aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Foerageergebied en vliegroutes Het erf waarbinnen het plangebied is gelegen heeft enige potentie als jachtgebied door de aanwezigheid van bebouwing en verspreid staande bomen.
Doordat sprake is van een gering oppervlak jachgebied in verhouding tot ruimschoots geschikter jachtgebied in de omgeving , is met zekerheid géén sprake van essentieel jachtgebied. Na de ingrepen blijft de omgeving voor vleermuizen in vergelijkbare mate geschikt. Stucturen die potentieel functie kunnen hebben als vliegroute waren niet aanwezig in- of nabij de werkgrenzen. Effecten op de navigeeren foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Vogels Nabij de te slopen bebouwing / het plangebied werden tijdens het veldbezoek algemene vogels aangetroffen als de merel, de ekster en de kauw. De te slopen gebouwdelen zelf en het toekomstige bouwvlak (weide) hadden als broedlocatie weinig tot niets te bieden. In de nabijheid van de te slopen bebouwing en het bouwvlak zijn potenties aanwezig voor diverse algemene vogels. Soorten als de merel, maar ook de zanglijster, kunnen daarnaast op de meest uiteenlopende plekken tot broeden komen, óók onder overkappingen. Nesten werden tijdens het veldonderzoek niet waargenomen. Door preventief rekening te houden met de broedperiode, wordt voorkomen dat in gebruik zijnde nesten worden verstoord. Jaarrond beschermde soorten Voor de meeste jaarrond beschermde soorten ontbraken eveneens potenties in het plangebied door het ontbreken van beschutte plekken om te kunnen broeden.
Uilen als de de steenuil en de kerkuil verblijven ook op meer open zolders. Sporen werden echter niet aangetroffen. De huismus heeft niet veel nodig om te kunnen broeden, zodat er enige potentie aanwezig was. Echter werd de huismus tijdens het eerste bezoek in het voorjaar- in deze tijd van Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
9
het jaar (mei) prominent aanwezig op en nabij nestlocaties- zowel in het plangebied zelf als de ruime omgeving niet gezien of gehoord. Sporen van de huismus werden ook niet aangetroffen. Tijdens het tweede bezoek werden eveneens géén huismussen gezien of gehoord. De aanwezigheid van nesten van de huismus en/of overige jaarrond beschermde soorten kan op basis van deze habitatscan worden uitgesloten. Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn de Alpenwatersalamander en de rugstreeppad waargenomen. Door het ontbreken van voortplantingswater en voldoende beschutting ontbreken potenties voor beide soorten. De rugstreeppad echter, is zéér mobiel en kan gebieden snel koloniseren. Het is dan ook aan te bevelen te voorkomen dat tijdelijke plassen ontstaan. Indien stagnatie van (hemel)water in de voortplantingsperiode (half april t/m september) niet voorkomen kan worden, dient het bouwblok te worden afgezet met amfibieënschermen. Reptielen In de omgeving van het plangebied zijn de ringslang en de hazelworm aangetroffen. Voor beide soorten ontbreekt geschikte habitat in het plangebied. De aanwezigheid van reptielen kan worden uitgesloten.
Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt mede door de afwezigheid van water en landbiotoop geschikt leefgebied.
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
10
5 Conclusie en advies Conclusie Soorten In het plangebied, of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële strikter beschermde natuurwaarden aangetroffen:
» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). » » Kans op de vestiging van rugstreeppad indien water stagneert tijdens de voortplantingsperiode. Beschermde gebieden / nieuwe Wet natuurbescherming Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de ingrepen op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uit te sluiten zijn.
Advies Vogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in de nabijheid van de werkzaamheden aanwezig zijn, wordt aanbevolen de werkzaamheden aan en nabij de bebouwing uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Amfibieën (rugstreeppad) Bij grondwerkzaamheden in de voortplantingsperiode van rugstreeppad (globaal april tot augustus, soms tot in september) dient men te voorkomen dat ondiepe waterplassen ontstaan en rugstreeppad zich alsnog vestigt. Indien stagnatie van (hemel)water in de voortplantingsperiode niet voorkomen kan worden, dient het terrein te worden afgezet met amfibieënschermen. In samenspraak met een ter zake deskundige worden deze preventieve stappen genomen.
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
11
Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » Google maps » » http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN » » h t t p : / / w w w. n a t u u r i n d e g e m e e n t e . n l / a a n d e s l a g m e t d e n a t u u r w e t / w p - c o n t e n t / u p loads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
» » www.nederlandsesoorten.nl » » http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/flora-en-faunawet-ffw/ontheffing-vrijstelling/soortenstandaard
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Waddinxveen Noordeinde 130 Ecologische quickscan
12