Ecologisch onderzoek (1)
Tekst van het document
Ecologisch Onderzoek Kerkweg-Oost, Waddinxveen Eindrapportage Uitgave: april 2020
Watersnip-rapport 17A049
Colofon Titel
Ecologisch Onderzoek Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Status rapport
Eindrapportage
Projectnummer
17A049
Datum uitgave
april 2020
Samengesteld door
Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Blouberg B.V./Realvisie B.V. p/a Casembrootstraat 7 4311 AB Bruinisse
Contactpersoon opdrachtgever
De heer W.P. Kaandorp
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ...................................................................................................................... 3
2
TOETSINGSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 EUROPESE RICHTLIJNEN ................................................................................................. 5 2.2 LANDELIJK NATUURBELEID- EN WETGEVING .......................................................................... 5 2.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) ....................................................................... 5 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................... 8 2.2.3 Visie Ruimte en Mobiliteit (2014) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap ZuidHolland (2013) ................................................................................................................ 9
3
LOCATIEBESCHRIJVING ................................................................................................ 11 3.1 3.2
4
HUIDIGE SITUATIE ...................................................................................................... 11 PLANNEN ................................................................................................................ 11
RESULTATEN ONDERZOEK ............................................................................................ 13 4.1 METHODE................................................................................................................ 13 4.2 FLORA .................................................................................................................... 13 4.3 FAUNA ................................................................................................................... 13 4.3.1 Vogels ............................................................................................................... 13 4.3.2 Amfibieën........................................................................................................... 14 4.3.3 Reptielen ............................................................................................................ 14 4.3.4 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 14 4.3.5 Vleermuizen ........................................................................................................ 15 4.3.6 Overige soorten ................................................................................................... 16
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................. 17 5.1 5.2
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 17 ALGEMENE ZORGPLICHT............................................................................................... 18
BRONNEN .................................................................................................................... 19
BIJLAGE I: FOTO’S AANWEZIGE BOMEN KERKWEG-OOST ....................................................... 21
Watersnip Advies
1
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Watersnip Advies
2
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
1 Inleiding In verband met de woningbouwontwikkeling op de hoek van Kerkweg-Oost en Juliana van Stolberglaan in Waddinxveen dient een ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Wel staan er diverse grote bomen. In deze rapportage hebben we uitsluitend gekeken naar de huidige situatie van het plangebied en niet naar de reeds afgebroken woning. Dit valt buiten de opdracht. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: - Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming). Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.
Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; - Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing Wet Natuurbescherming); - Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In september 2017 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Floraen fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Naar aanleiding van vragen van de ODMH is er op maandag 4 juni 2018 een extra veldbezoek uitgevoerd.
Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkomen van schade.
Watersnip Advies
3
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Watersnip Advies
4
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
2
Toetsingskader
2.1 Europese richtlijnen Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017.
2.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving 2.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort.
In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten “Vogelrichtlijn (wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn” (wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime “andere soorten” (wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het
Watersnip Advies
5
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Door het nemen van (mitigerende) maatregelen kan een ontheffingsaanvraag in de meeste gevallen voorkomen worden. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 1). Deze mitigerende maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige. Ook het integreren van ecologische maatregelen in onderdelen van het plan met het oog op consolideren van het leefgebied voor populaties kan een ontheffingsaanvraag voorkomen.
Figuur 1: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)
In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die
Watersnip Advies
6
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten.
Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’, bevindt zich 6,7 km ten oosten van het plangebied. Ten noordoosten van het plangebied ligt het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ op 9 km. Doelsoorten van het gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein zijn Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient. Doelsoorten van het gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ zijn Gestreepte waterroofkever, Bittervoorn, Kleine Modderkruiper, Meervleermuis, Noordse woelmuis, Groenknolorchis, Platte schijfhoren, Zeggekorfslak, Roerdomp, Purperreiger, Zwartkopmeeuw, Zwarte stern, Snor, Rietzanger, Grote zilverreiger, Kolgans, Smient en Krakeend. Het plangebied bevindt zich midden in de bebouwde kom van Waddinxveen en voldoet niet aan de specifieke eisen die de genoemde doelsoorten stellen aan hun leefgebied. Het is niet geschikt als foerageergebied of rustgebied voor de genoemde doelsoorten. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.
In het Natura2000-gebied Nieuwkoopse plassen & De Haeck zijn meerdere stikstofgevoelige habitattypen aanwezig, zoals o.m. Kranswierwateren, Vochtige heiden, Blauwgraslanden en Overgangs- en trilvenen. Voor Polder Stein loopt momenteel een procedure om het aan te wijzen als stikstofgevoelig gebied (mei 2019). Op dit moment zijn er in dit Natura2000gebied nog geen stikstofgevoelige habitattypen aangewezen. Watersnip Advies
7
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Door de toezichthouder Wet Natuurbescherming in Zuid-Holland (Omgevingsdienst ZuidHolland-Zuid) is een proefberekening gemaakt. Daaruit blijkt dat bij de bouw van vijftien woningen (appartementen, één twee-onder-één kap woning en één vrijstaande woning) geen stikstofdepositie zal plaatsvinden op Natura2000-gebieden op meer dan 6700 meter, indien het tussenliggende gebied uit grasland bestaat. Voor stedelijk gebied en akkerbouw is deze afstand minder. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is 6,7 km. Er zal daarom geen sprake zijn van stikstofdepositie. Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Het oppervlakte van de bomen betreft minder dan 10 are. Het aantal bomen dat gekapt gaat worden is minder dan 20 bomen. Hierdoor is er geen meldingsplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming (bron: online checklist houtopstanden). De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. Uit gegevens van de gemeente Waddinxveen van de ‘Waardevolle bomenlijst’ van januari 2016 blijkt dat er binnen het plangebied een monumentale Vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) binnen het plangebied staat. Tijdens het extra veldbezoek van maandag 4 juni 2018 is deze boom niet aangetroffen. In bijlage I zijn extra foto’s opgenomen van de aanwezige bomen.
2.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland in de wet benoemd als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven verkleind wordt. De NNN bestaat uit: - Natura 2000 gebieden; - bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; - gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; - grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime.
Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd.
Watersnip Advies
8
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Figuur 2: De ligging van het plangebied (rode contour) t.o.v. de NNN en de Natura2000-gebieden. (Bron: http://www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/VRM/)
Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van NNN-gebied (zie figuur 2). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de bouw van de woningen zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN. 2.2.3 Visie Ruimte en Mobiliteit (2014) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 9 juli 2014 is de Visie ruimte en mobiliteit (VRM) vastgesteld door de Provinciale Staten. Deze visie geeft op regionaal niveau invulling aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. De belangrijkste doelen van deze nieuwe visie zijn: Ruimte bieden aan ontwikkelingen; Aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit; Allianties aangaan met maatschappelijke partners; Minder toetsen op regels en meer sturen op doelen. De Visie ruimte en mobiliteit bestaat uit; De Visie ruimte en mobiliteit, het Programma mobiliteit, het Programma ruimte en de Verordening ruimte 2014. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.
GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld). Deze beleidsregel is opgenomen in de Visie ruimte en mobiliteit. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; de Ecologische Hoofdstructuur;
Watersnip Advies
9
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
de belangrijke weidevogelgebieden; de recreatiegebieden om de stad; strategische reservering natuur; de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig. Toetsing Visie Ruimte en Mobiliteit en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap ZuidHolland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig, omdat het plangebied midden in de bebouwde kom van Waddinxveen ligt. Er zal daardoor geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden.
Figuur 3: ligging van het plangebied t.o.v. compensatie-plichtige elementen (Bron: www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl, kaart 7)
Watersnip Advies
10
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
3 Locatiebeschrijving 3.1 Huidige situatie Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten 104, 450. Het plangebied is braakliggend terrein met diverse grote bomen. Het wordt aan de zuidkant begrensd door de Kerkweg-Oost en aan de westkant door de Juliana van Stolberglaan. Aan de noordkant ligt een benzinestation. Aan de oostkant wordt het plangebied begrensd door het perceel van Kerkweg-Oost 218.
3.2 Plannen Blouberg B.V. / Realvisie B.V. wil een bestemmingsplan voor woningbouwontwikkeling mogelijk maken voor ongeveer 7 woningen op de hoek van Kerkweg-Oost en Juliana van Stolberglaan in Waddinxveen. Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Wel staan er enkele grote bomen, die gekapt gaan worden. Er is Figuur 4: Plangebied (rode contour) ook geen water aanwezig binnen het plangebied. Op de kruising van beide wegen ligt een rotonde die iets uitgebreid zal worden over een hoek van het perceel.
Watersnip Advies
11
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Figuur 5: Ontwerp Kerkweg-Oost – Juliana van Stolberglaan
Figuur 6: Overzicht van het plangebied
Watersnip Advies
12
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
4 Resultaten onderzoek 4.1 Methode Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke (streng) beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op vrijdag 1 september 2017 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is tijdens de inventarisatie een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen.
4.2 Flora Binnen het plangebied staan meerdere hoge bomen en struiken, zoals Berk, Treurwilg, Esdoorn, Tamme kastanje, Es, Amerikaanse eik, Zwarte els, Liguster, Rododendron en Kornoelje. Het plangebied is dicht begroeid met kruiden en grassen, zoals o.a. Ridderzuring, Akkerdistel, Grote brandnetel, Paardenbloem, Smalle weegbree, Witbol, Haagwinde. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.
4.3 Fauna
Figuur 7: Bomen aan de noordkant van het plangebied
4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Merel, Heggemus, Zanglijster en Zwartkop. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. De inventarisatie heeft buiten het broedseizoen plaatsgevonden er zijn geen broedende vogels waargenomen. De aanwezige bomen en struiken zijn wel geschikt als broedlocatie voor verschillende vogelsoorten. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Voor de Gierzwaluw en Huismus geldt dat deze soorten broeden in
Watersnip Advies
13
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
bebouwing. Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van nesten voor de Gierzwaluw en Huismus kan worden uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor roofvogels en uilen. De cultuurdruk is hoog rond het plangebied, de Kerkweg-Oost is een zeer intensief gebruikte weg. Daarnaast bestaat de omgeving van het plangebied voornamelijk uit bebouwing. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Er kan aangenomen worden dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen wnb-andere soorten) voorkomen in de directe omgeving het plangebied (0-1km). De Meerkikker (wnb-andere soorten) kan voorkomen in de omgeving van het plangebied (1-5km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers.
Voor de voortplanting is de Rugstreeppad afhankelijk van ondiepe wateren, die vrij snel opwarmen. Vaak wordt gebruik gemaakt van tijdelijke poeltjes of plassen. Binnen het plangebied is geen geschikt voortplantingsbiotoop voor de Rugstreeppad aangetroffen. Ondiepe plassen en/of poelen ontbreken binnen het plangebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen voor de voortplanting of overwintering. Overwintering vindt plaats in bijv. hopen zand of in stapels stenen. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Het plangebied is zeer goed begroeid met grassen en kruiden. Het plangebied is in zijn huidige staat ongeschikt als voortplantings- en overwinteringsgebied. Op het moment dat er binnen het plangebied werkzaamheden gaan plaatsvinden en het gebied voor langere tijd braak komt te liggen wordt het mogelijk wel geschikt als voortplantings- en overwinteringsgebied. Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere beschermde amfibieën verwacht. 4.3.3 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de Ringslang (wnb-andere soorten/ Rode Lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Het plangebied is zeer ongeschikt voor reptielen.
Deze watergebonden soort leeft in gebieden met rijk begroeide oevers. Deze zijn in het plangebied afwezig. Tevens is dit groene gebied opgesloten in een wegenpatroon en daardoor niet goed bereikbaar voor de Ringslang. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht. 4.3.4 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere zoogdiersoorten voorkomen in en rond het plangebied, zoals Bosmuis, Bunzing, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Veldmuis Watersnip Advies
14
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
en Vos (allen wnb-andere soorten) (0-1km). De Dwergmuis, Steenmarter, Wezel en Woelrat komen voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie ZuidHolland. In de directe omgeving van het plangebied (0-1km) komt de beschermde Boommarter (wnbandere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voor. De Boommarter leeft met name in bosrijk gebied. Binnen het plangebied zijn wel enkele bomen aanwezig, deze vormen echter geen geschikt leefgebied voor deze soort. Ook door de hoge cultuurdruk rond het plangebied, waardoor de bomen binnen het plangebied erg geïsoleerd zijn, is het geen geschikt leefgebied voor deze soort. De aanwezigheid van de Boommarter binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Voor de Waterspitsmuis biedt het plangebied geen geschikt leefgebied. Er zijn namelijk geen ruig begroeide, insectenrijke oevers aanwezig waar de Waterspitsmuis kan jagen en rusten. Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde zoogdieren. Deze worden hier derhalve niet verwacht. 4.3.5 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage.
Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende streng beschermde vleermuissoorten voorkomen in het plangebied, zoals de Gewone dwergvleermuis en de Laatvlieger (0-1 km). In de omgeving van het plangebied komen de Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis voor (1-5km). Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Vleermuisverblijven van gebouwbewonende soorten kunnen dus worden uitgesloten. Figuur 8: Bomen langs de straatkant aan de grens van Het plangebied is door de aanwezigheid het plangebied van bomen zeer geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebieden zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het functioneren van een verblijfplaats en er geen voldoende alternatieven zijn. Er zijn echter in de directe omgeving van het plangebied meerdere geschikte foerageergebieden, zoals in westelijke richting de bomen bij de Juliana van Stolberglaan en langs het spoor. Watersnip Advies
15
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
De bomen zijn onderzocht op geschiktheid voor boombewonende soorten. De bomen zijn zeer vitaal en vertonen geen kieren en holtes die kunnen dienen als verblijfplaats. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten kan worden uitgesloten. 4.3.6 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat de Groene Glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) in en rond het plangebied voorkomt (0-1km). Deze soort heeft echter water nodig. Er zijn geen sloten aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van de Groene glazenmaker kan daarmee worden uitgesloten. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht.
Watersnip Advies
16
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de (streng) beschermde soorten binnen het plangebied.
5.1 Conclusies en aanbevelingen
Het plangebied heeft geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura2000, NNN-gebieden of ecologische verbindingszones). Het plangebied is niet geschikt als foerageergebied voor de doelsoorten van de nabij gelegen Natura2000-gebieden. Schade aan Natura2000-doelsoorten is derhalve niet aan de orde. Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied zal er geen sprake zijn van stikstofdepositie.
Voor een deel van de beschermde soorten (Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker, Bosmuis, Bunzing, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Veldmuis, Vos, Dwergmuis, Steenmarter, Wezel en Woelrat geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden.
Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Het huidige plangebied is niet geschikt als leefgebied voor de Rugstreeppad er zijn geen voortplantings- en/of overwinteringslocaties aanwezig. Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad zijn eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.
Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de Ringslang (wnb-andere soorten/ Rode Lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het
Watersnip Advies
17
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
plangebied (0-1km). Het plangebied is echter niet geschikt als leefgebied voor deze soort, mede doordat het niet bereikbaar is. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten.
In de directe omgeving van het plangebied (0-1km) komt de beschermde Boommarter (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voor. De Waterspitsmuis (wnbandere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Voor beide soorten geldt dat het plangebied niet voldoet aan de specifieke eisen die deze soorten stellen aan hun leefgebied. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kunnen worden uitgesloten.
Uit de bureaustudie blijkt dat verschillende streng beschermde vleermuissoorten voorkomen in de directe omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger (0-1 km). In de omgeving van het plangebied komen Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis voor (1-5km). Binnen het plangebied zijn geen geschikte locaties aanwezig voor verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten. De aanwezige bomen zijn vitaal en vertonen geen kieren en holtes die geschikt zijn voor boombewonende vleermuissoorten. De aanwezigheid van verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Het plangebied is wel geschikt als foerageergebied. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Dit is niet het geval er zijn voldoende alternatieven aanwezig in de omgeving van het plangebied.
5.2 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om zoveel mogelijk van de bomen te laten staan, zodat deze kunnen blijven functioneren als broedlocatie voor vogels en foerageergebied voor vleermuizen.
Watersnip Advies
18
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 4 oktober 2016 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. 6. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, 9 juli 2014 7. ‘NDFF - quickscanhulp.nl 23-08-2017 14:40:05' 8. https://eloket.odh.nl/checklisthoutopstanden 9. Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw i.v.m. stikstofdepositie, versie 2.0, 20 september 2019 Geraadpleegde internetsites: 10. www.rijksoverheid.nl 11. www.bij12.nl 12. www.rvo.nl 13. www.ravon.nl 14. www.vleermuis.net 15. www.zuid-holland.nl 16. www.zoogdiervereniging.nl 17. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/VRM 18. http://geo.zuid-holland.nl/geo-loket/html/atlas.html?atlas=EHS 19. waarneming.nl 20. https://eloket.odh.nl/checklisthoutopstanden
Watersnip Advies
19
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Watersnip Advies
20
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Bijlage I: Foto’s aanwezige bomen Kerkweg-Oost
Watersnip Advies
21
17A049 EO Kerkweg-Oost, Waddinxveen
Figuur 9 t/m 12: De aanwezige bomen met o.a. Esdoorn, Berk, Es, Zwarte els en Amerikaanse eik
Watersnip Advies
22
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info