Document 2021079526 Jaarstukken 2020 Inhoud document
Tekst van het document
Jaarstukken 2020
Versienummer: 1.2 Datum: 29 maart 2021
Productnummer Omschrijving Status Datum Opdrachtgever Opgesteld door
Jaarstukken 2020 Versie 1.2 29 maart 2021 Aangesloten gemeenten Midden-Holland en provincie Zuid-Holland Jaqueline Vos
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
2 van 63
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
3 van 63
Inhoudsopgave 1
Voorwoord ........................................................................................................................................6
2
Rekening in één oogopslag ..............................................................................................................7
3
2.1
Resultaat 2020 ............................................................................................................ 7
2.2
Resultaatbestemming ................................................................................................. 7
2.3
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten ................................................................ 9
Jaarverslag .................................................................................................................................... 10 3.1 3.1.1
Programma milieu ......................................................................................................... 10
3.1.2
Programma bouw- en woningtoezicht ........................................................................... 15
3.1.3
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien ...................................................... 18
3.1.4
Algemene dekkingsmiddelen ........................................................................................ 21
3.2
4
Programmaverantwoording ....................................................................................... 10
Paragrafen................................................................................................................. 22
3.2.1
Lokale heffingen ............................................................................................................ 22
3.2.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................... 22
3.2.3
Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................ 25
3.2.4
Financiering ................................................................................................................... 26
3.2.5
Bedrijfsvoering ............................................................................................................... 29
3.2.6
Verbonden partijen ........................................................................................................ 30
3.2.7
Rechtmatigheid .............................................................................................................. 30
3.2.8
Corona ........................................................................................................................... 31
Jaarrekening .................................................................................................................................. 33 4.1
Balans per 31 december 2020 .................................................................................. 34
4.2
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ................................................. 36
4.2.1
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening ................................... 36
4.2.2
Vaste activa ................................................................................................................... 37
4.2.3
Vlottende activa ............................................................................................................. 38
4.2.4
Voorzieningen ................................................................................................................ 39
4.2.5
Vaste schulden .............................................................................................................. 39
4.2.6
Vlottende passiva .......................................................................................................... 39
4.2.7
Waarderingsgrondslagen WNT ..................................................................................... 39
4.3
Toelichting op de balans per 31 december 2020 ...................................................... 40
ACTIVA .......................................................................................................................................... 40 4.3.1
Materiële vaste activa .................................................................................................... 40
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
4 van 63
4.3.2
Vlottende activa ............................................................................................................. 41
PASSIVA ....................................................................................................................................... 43 4.3.3
Vaste passiva ................................................................................................................ 43
4.3.4
Vlottende passiva .......................................................................................................... 46
4.3.5
Niet uit de balans blijkende verplichtingen .................................................................... 48
4.4
5
Overzicht van baten en lasten .................................................................................. 49
4.4.1
Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2020 ................................................. 49
4.4.2
Verschillenanalyse overzicht baten en lasten ............................................................... 50
4.4.3
Onvoorzien .................................................................................................................... 51
4.4.4
Structurele mutaties in de reserves ............................................................................... 51
4.4.5
Incidentele baten en lasten ........................................................................................... 52
4.5
Structureel begrotingssaldo ...................................................................................... 54
4.6
Wet Normering Topinkomens ................................................................................... 54
4.7
Taakvelden ................................................................................................................ 56
4.8
SiSa 2020 .................................................................................................................. 57
Vaststelling jaarrekening 2020 ...................................................................................................... 58
Bijlagen .................................................................................................................................................. 59 Bijlage 1
Bijdragen jaarprogramma’s 2020 .......................................................................... 60
Bijlage 2
Provinciale bijdragen 2020 ..................................................................................... 61
Bijlage 3
Restitutie resultaat 2020 ......................................................................................... 62
Bijlage 4
Controleverklaring .................................................................................................. 63
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
5 van 63
1
Voorwoord
Het begrotingsjaar 2020 heeft voor een groot deel in het teken gestaan van de wereldwijde coronapandemie. Vanaf maart moest de hele manier van werken worden aangepast en passen binnen de landelijke richtlijnen. In eerste instantie is bij de ODMH met een groepensysteem gewerkt waarbij de gezondheid van de medewerkers centraal stond, maar ook de continuïteit van de dienstverlening werd geoptimaliseerd. Vanaf oktober is de organisatie in lockdown gegaan. Vanwege de aanwezigheid van de onderhuurder (de GGD) is het pand open gebleven, maar was steeds slechts een handvol facilitaire medewerkers aanwezig. Ondanks de ingrijpende gezondheidscrisis heeft de ODMH in 2020 haar productiedoelstellingen gehaald. Het is mogelijk gebleken om de dienstverlening ongewijzigd en tegen hetzelfde kwaliteitsniveau voort te zetten. Mede dankzij de flexibele en loyale instelling van de ODMHmedewerkers is het bedrijf zowel op het gebied van milieu als bij bouw- en woningtoezicht vol continu productief geweest. In financieel opzicht heeft de ODMH een stabiel jaar doorgemaakt. Dat de productie uiteindelijk op een percentage van rond de 100% is uitgekomen, vormt de basis onder het positieve resultaat. In verband met de coronapandemie zijn extra kosten gemaakt, onder andere voor het aanpassen van bedrijfsauto’s en het plaatsen van spatschermen.
Deze extra kosten wegen evenwel op tegen de besparingen die het gevolg zijn van Corona. Logischerwijs zijn er minder reiskosten gemaakt en zijn bepaalde zaken als de kantinevoorziening tijdelijk buiten gebruik gesteld. In 2021 zullen mogelijk nog kosten gemaakt worden i.v.m. het hogere ziekteverzuim en de opgebouwde verlofstuwmeren, maar de ODMH zal dit binnen haar basisbudget zelf oplossen. Het resultaat over 2020 bedroeg uiteindelijk € 152.214. Dit resultaat is in lijn met de afgelopen jaren. De ODMH bezit een stabiele financiële basis en hanteert een strakke planning & controlcyclus om (tijdig) te sturen op zowel de productie als op de financiën. Het vermogen van de ODMH is op orde, wat betekent dat er een buffer aanwezig is om risico’s op te vangen. Jaarlijks worden deze risico’s geactualiseerd en wordt getoetst of voldoende weerstand bestaat. In 2020 heeft de ODMH zich onverkort voorbereid op diverse wetswijzigingen. Ondanks de onzekerheid over de invoering van de Omgevingswet en de Wkb, is de ODMH klaar voor de uitvoering ervan. Ook op het gebied van de kwaliteitsontwikkeling heeft de ODMH een goed jaar achter de rug. Het ISO-certificaat is succesvol verlengd. In een organisatie met de omvang van de ODMH is het van belang dat de resultaten het logische gevolg zijn van de beheerste processen die daaraan vooraf gaan.
Om die reden wordt veel betekenis gehecht aan de interne en externe ISO-audits, die door het jaar heen worden uitgevoerd. Door het consequent uitvoeren van deze audits worden niet alleen de rollen van alle betrokkenen geijkt, maar wordt ook toegezien op het realiseren van een constante productiekwaliteit. De ODMH zal zich inspannen om in financieel opzicht proactief te blijven handelen. Welke economische gevolgen de Corona crisis op lange termijn heeft is nog onduidelijk, maar de ODMH blijft investeren in zijn flexibiliteit, zodat de dienst tijdig kan blijven inspringen op ontwikkelingen.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
6 van 63
2
Rekening in één oogopslag
2.1
Resultaat 2020
De jaarrekening 2020, waarvoor op de volgende pagina’s een voorstel is geformuleerd, sluit met een positief exploitatieresultaat van € 152.214. Het exploitatieresultaat van 2020 per kostensoort is als volgt opgebouwd, waarbij ter vergelijking de cijfers van de begroting 2020 (inclusief begrotingswijzigingen) zijn weergegeven. ODMH 2020 Kostensoort Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves Totaal Baten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves Totaal Lasten Totaal baten en lasten
Milieu
Bouw- en Overhead ODMH Woningtoezicht Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting -12.660.860 -12.667.711 -6.361.708 -6.170.615 0 0 -19.022.568 -18.838.326 -117.393 -116.627 -102.410 -91.100 -468.203 -473.795 -688.006 -681.522 -1.475.991 -1.749.414 -56.284 -36.273 0 0 -1.532.275 -1.785.687 0 0 0 0 -806.972 -866.972 -806.972 -866.972 -14.254.244 -14.533.752 -6.520.402 -6.297.988 -1.275.175 -1.340.767 -22.049.820 -22.172.507 7.860.897 8.083.597 4.518.869 4.468.611 4.435.506 4.042.332 16.815.272 16.594.540 283.894 268.254 133.733 130.670 2.913.109 3.120.522 3.330.736 3.519.446 81.706 134.806 10.590 11.000 0 0 92.296 145.806 1.475.990 1.749.414 56.284 36.273 0 0 1.532.274 1.785.687 0 0 0 0 117.937 117.937 117.937 117.937 9.091 9.091 0 0 0 0 9.091 9.091 9.711.578 10.245.162 4.719.476 4.646.554 7.466.552 7.280.791 21.897.606 22.172.507 -4.542.666 -4.288.590 -1.800.926 -1.651.434 6.191.377 5.940.024 -152.214 0
NB In alle overzichten worden de baten weergegeven met een negatief bedrag en de lasten met een positief bedrag.
Het positieve resultaat is het resultaat van de twee programma’s milieu en bouw- en woningtoezicht (BWT) en van de overhead tezamen. De mutaties in de reserves betreffen de reguliere onttrekkingen ter dekking van de kapitaallasten van de verbouwing van het Midden-Hollandhuis, de jaarlijkse dotatie aan de reserve bodemkwaliteitskaarten voor de actualisatie van de kaarten. De begrote onttrekking aan de bestemmingsreserve ontwikkeling was bedoeld ter dekking van implementatiekosten van de Omgevingswet. Door het uitstel van de inwerkingtreding worden deze kosten pas in 2021 gemaakt en wordt ook de onttrekking een jaar opgeschoven. Voor een nadere specificatie van de mutaties van de reserves wordt verwezen naar de toelichting op de balans. Voor een compleet overzicht van de lasten en baten verwijzen wij naar de recapitulatie van de baten en lasten met toelichting in hoofdstuk 4.4 Overzicht van baten en lasten. Voor een toelichting op de diverse kosten en opbrengsten per kostensoort verwijzen wij naar hoofdstuk 2.3 Toelichting kostenen opbrengstensoorten.
2.2
Resultaatbestemming
Het totale resultaat van 2020 bedraagt € 152.214 positief.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
7 van 63
Resultaatbestemming Omschrijving Algemene reserve - Aandeel milieu - Aandeel BWT Subtotaal algemene reserve Bestemmingsreserve Automatisering Bestemmingsreserve Bodemkwaliteitskaarten Bestemmingsreserve Verbouwing Bestemmingsreserve Digitalisering Bestemmingsreserve Externe Veiligheid Bestemmingsreserve Ontwikkelingen Bestemmingsreserve Meerjaren onderhoud Subtotaal bestemmingsreserves Totaal reserves Te restitueren aan deelnemers Restitutie Totaal
Stand 31-12-2020 voor bestemming 746.987 655.513 1.402.500 91.122 106.651 494.528 112.500 87.307 60.000 0 952.108 2.354.608
Stand 31-12-2020 na bestemming
Resultaat 2020
0
0 0 152.214 152.214 152.214
746.987 655.513 1.402.500 91.122 106.651 494.528 112.500 87.307 60.000 0 952.108 2.354.608
Voorgesteld wordt om bij de resultaatbestemming het exploitatieresultaat ad € 152.214 te restitueren aan de deelnemende organisaties. De verdeling van de restitutie is als bijlage 3 toegevoegd aan de jaarstukken.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
8 van 63
2.3
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten
In de tabellen van hoofdstuk 2.1 worden de baten en lasten weergegeven in diverse kosten- en opbrengstensoorten. Hierna volgt per soort een korte uiteenzetting van de kosten en opbrengsten, die onder deze posten worden verantwoord. Baten • Algemene bijdragen: Contractuele bijdragen conform de jaarprogramma’s voor zowel milieu als BWT • Overige bijdragen: Overige inkomsten en doorberekende bijdragen; • Projectbaten: Projectopbrengsten, deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; Lasten • Personeelskosten: Salarislasten van personeel van de ODMH, inclusief ingehuurd personeel en bijkomende personeelslasten, zoals studiekosten; • Apparaatskosten: Diverse kosten, zoals leaseauto’s, automatiseringskosten, huisvestingslasten en kapitaallasten; • Directe productkosten: Algemene kosten, zoals werkbudgetten; • Projectlasten: Projectlasten, deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; • Financieringslasten: Rentelasten van de langlopende geldlening. Mutatie reserves • Onttrekking reserves: onttrekkingen aan de reserves worden onder andere gedaan ter dekking van afschrijvingslasten; • Dotatie reserves: Toevoegingen aan reserves.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
9 van 63
3
Jaarverslag
3.1
Programmaverantwoording
In dit onderdeel van het jaarverslag geven we inhoudelijk toelichting over de ontwikkelingen in 2020. Via de programmaverantwoording en de paragrafen leggen wij verantwoording af over het gerealiseerde beleid in 2020. De programmaverantwoording is uitgesplitst in programma milieu (paragraaf 3.1.1) en programma bouw- en woningtoezicht (paragraaf 3.1.2).
3.1.1 Programma milieu Wat wilden we bereiken? De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Voor het programma milieu doen wij dit door milieutaken in de hele regio uit te voeren in opdracht van de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Daarnaast voeren wij de wettelijke zwemwatertaak uit in de gehele provincie Zuid-Holland. De ODMH voert namens de gemeente de wettelijke taken uit op het gebied van milieu. Hierbij zoeken wij aansluiting bij de gemeentelijke doelen en visies, verwoord in de eigen documenten zoals het collegeprogramma, beleidsdocumenten en uitvoeringsprogramma’s. Naast de wettelijk opgedragen taken, vormen de coalitieakkoorden en de programmabegroting 2020-2023 de inhoudelijke uitgangspunten voor dit jaarprogramma. Hierbij streven wij ernaar een professionele, betrouwbare en valide organisatie te zijn. Wat realiseerden we? De hierna volgende tabel geeft de totale productie voor het programma milieu weer. Linksboven staat de totale productie per deelnemer. Voor alle deelnemers realiseerden wij een productie tussen de 99,3% en 103,8%. Drie van de zeven deelnemers bleven niet binnen de zogenoemde 2%-marge (conform paragraaf 3.4 van de Nota Planning & Control 2020-2023). De productie boven de 102% van Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Krimpenerwaard brachten wij apart in rekening.
De totale productie (in uren) voor milieu in 2020 ziet er als volgt uit: Organisatie
ODMH Totaal geleverd begroot Alphen aan den Rijn * 33.755 33.355 Bodegraven Reeuwijk 14.555 14.204 Gouda 16.387 15.953 Krimpenerwaard * 20.747 19.988 Provincie Zuid-Holland 33.814 33.291 Waddinxveen 9.300 9.366 Zuidplas 15.284 15.137 Eindtotaal 143.842 141.294
Algemeen geleverd Alphen aan den Rijn 3.486 Bodegraven Reeuwijk 902 Gouda 1.306 Krimpenerwaard 2.257 Provincie Zuid-Holland 2.310 Waddinxveen 598 Zuidplas 963 Eindtotaal 11.822
% 101,2% 102,5% 102,7% 103,8% 101,6% 99,3% 101,0% 101,8%
Toezicht en Handhaving geleverd begroot 12.860 12.654 5.468 4.879 5.844 5.438 7.650 7.615 12.520 11.740 3.511 3.667 6.163 6.039 54.016 52.032
% 101,6% 112,1% 107,5% 100,5% 106,6% 95,7% 102,1% 103,8%
Vergunningverlening geleverd begroot 3.666 3.391 1.080 1.155 1.269 1.346 2.580 1.907 1.710 2.095 761 1.127 1.580 1.532 12.646 12.553
% 103,8% 100,0% 100,0% 102,9% 100,0% 100,0% 100,0% 101,6%
Bodem en Archeologie geleverd begroot 4.063 3.672 1.767 1.836 1.651 1.398 2.936 2.706 11.906 12.264 1.385 1.017 1.649 1.665 25.358 24.558
% 110,7% 96,2% 118,1% 108,5% 97,1% 136,2% 99,0% 103,3%
Geluid, Lucht, Ec. en Veiligheid geleverd begroot % 2.459 3.131 78,5% 1.690 1.691 100,0% 2.237 2.183 102,5% 1.635 1.543 106,0% 542 439 123,5% 1.055 973 108,4% 1.153 1.243 92,7% 10.771 11.203 96,1%
Organisatie
begroot 3.359 902 1.306 2.193 2.310 598 963 11.631
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
10 van 63
% 108,1% 93,5% 94,3% 135,3% 81,6% 67,5% 103,1% 100,7%
Organisatie
ROM geleverd Alphen aan den Rijn 3.131 Bodegraven Reeuwijk 1.455 Gouda 707 Krimpenerwaard 1.172 Provincie Zuid-Holland 2.193 Waddinxveen 755 Zuidplas 1.271 Eindtotaal 10.684
begroot 3.283 1.448 837 1.001 2.003 672 1.256 10.500
% 95,4% 100,5% 84,5% 117,1% 109,5% 112,3% 101,2% 101,8%
Juridisch geleverd 1.204 262 475 569 1.072 243 332 4.157
begroot 1.076 310 577 541 1.140 317 404 4.365
% 111,9% 84,5% 82,3% 105,2% 94,0% 76,7% 82,2% 95,2%
Duurzaamheid geleverd begroot 2.885 2.789 1.932 1.983 2.897 2.868 1.948 2.482 1.561 1.300 993 995 2.172 2.035 14.388 14.452
% 103,5% 97,4% 101,0% 78,5% 120,0% 99,8% 106,7% 99,6%
* inclusief asbesttaken
Toezicht en handhaving De ODMH controleert namens de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland of bedrijven binnen de regio zich houden aan de (milieu-)wet- en regelgeving. Fysieke en administratieve controles De ODMH controleert voor aangesloten gemeenten omgevingsvergunningen en meldingen. Tijdens de fysieke controles houden we toezicht op de impact van bedrijven op de veiligheid en de milieubelasting. Bedrijven met de grootste impact op de veiligheid of de milieubelasting krijgen de meeste aandacht. Het inplannen van de bedrijfscontroles gebeurt risicogericht, waarbij we rekening houden met de ervaringen bij de bedrijven in de afgelopen jaren. Afhankelijk van onder andere het naleefgedrag, klachten en bedrijfsmeldingen voeren we extra toezicht uit waar dit nodig is. Naast de fysieke controles houdt de ODMH ook administratief toezicht en onderzoekt de juistheid en betrouwbaarheid van de door bedrijven beschikbaar gestelde informatie. Hierbij werken we nauw samen in de keten met andere handhavingspartners voor de optimalisering van het toezicht. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving Indien er sprake is van een overtreding, zetten we een optimale mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten in om de overtreding ongedaan te maken. De basis hiervoor is de landelijke handhavingsstrategie.
De ernst van de overtreding (milieu, veiligheid, gezondheid) en het gedrag van de overtreder (pro-actief, onverschillig, calculerend bewust, structureel negatief) zijn bepalend voor de te kiezen instrumentaria. Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) Namens Gedeputeerde Staten is de ODMH gemandateerd voor de handhaving in het kader van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) van de hele provincie Zuid-Holland. In het kader hiervan controleren wij jaarlijks 345 bad- en zweminrichtingen op hygiëne en veiligheid. Tijdens het zwemseizoen (1 mei – 1 oktober) controleren wij de buitenlocaties. Vergunningverlening Voor het thema Vergunningverlening binnen het onderdeel milieu behandelen we aanvragen voor een omgevingsvergunning en actualiseren we deze vergunningen indien nodig. Een vergunning biedt rechtszekerheid aan ondernemers en beschermt daarnaast omwonenden tegen onaanvaardbare milieuhinder. De vergunningprocedure geeft omwonenden bovendien de gelegenheid inspraak uit te oefenen en kennis te nemen van de inhoud van de vergunning. Vergunningen voor vergelijkbare activiteiten worden op vergelijkbare wijze verleend, zodat sprake is van rechtszekerheid en
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
11 van 63
rechtsgelijkheid voor de ondernemers. Daarnaast behandelen we ook meldingen van bedrijven die milieurelevante activiteiten uitvoeren maar daarvoor geen vergunning nodig hebben. Specialistische taken De ODMH voert alle milieutaken uit inclusief in- en externe advisering op het gebied van bodem, archeologie, geluid, lucht, ecologie en externe veiligheid. Ook voeren wij werkzaamheden uit die gericht zijn op het realiseren van een duurzame leefomgeving in Midden-Holland. Bodem en Archeologie De adviezen en ondersteuning op het gebied van bodem en archeologie leiden ertoe dat, naast het inrichten en beheer van de openbare ruimte, de aspecten bodem en archeologie worden meegewogen en meegenomen in de besluitvorming bij wettelijke taken. Zo wordt niet gebouwd op ernstig verontreinigde grond, wordt toegezien op het verantwoord toepassen van grond, wordt hergebruik van grond gestimuleerd, wordt bodemonderzoek tegen een scherpe prijs aangeboden en worden de archeologische waarden beschermd. Geluid, Lucht, Ecologie en Externe Veiligheid (GLEV) Voor het thema GLEV ondersteunt en adviseert de ODMH zijn opdrachtgevers daar waar geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid of ecologie van belang zijn. Dit kan zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving betreffen.
Door deze expertises in een zo vroeg mogelijk stadium in te schakelen, kunnen opdrachtgevers de veiligheid en leefbaarheid in de regio Midden-Holland verbeteren. Met betrekking tot externe veiligheid brengen we de plaatselijke risico’s voor de omgeving tijdens de verschillende productiefases van gevaarlijke stoffen (produceren, behandelen of vervoer) in kaart. We objectiveren de risico’s waarna de adviezen in het planvormingsproces van de regionale gemeenten worden meegenomen. Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM) Het team ROM adviseert en ondersteunt op milieugebied bij ruimtelijke plannen in de regio. Hiermee verhogen we de leefbaarheid en duurzaamheid in de regio en kunnen ruimtelijke processen doorgang vinden. In een zo vroeg mogelijk stadium brengt de ODMH de benodigde randvoorwaarden in kaart om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarnaast hebben we aandacht voor kansen om de kwaliteit van de leefomgeving en duurzaamheid te verhogen. Duurzaamheid Het team duurzaamheid van de ODMH ondersteunt bij de uitvoering van duurzaamheidsprogramma’s van onze gemeenten. Wij doen dit door particulieren te stimuleren hun bestaande woning energetisch te verbeteren of de verduurzaming van de eigen organisatie en het maatschappelijk vastgoed te stimuleren.
Daarnaast laat de ODMH, ondersteund door ons regionale Centrum voor Natuur- en Milieueducatie De Zwanebloem, kinderen in het basisonderwijs kennis maken met natuureducatie. Tevens bestaat de mogelijkheid voor buitenlessen op een locatie vlakbij school. Juridische taken De juridische taken van de ODMH bestaan uit juridische ondersteuning op de diverse vakgebieden van milieu. Daarnaast behandelen we bezwaar- en beroepzaken op deze vakgebieden.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
12 van 63
Algemeen Binnen de algemene werkzaamheden vallen de beleidsmatige activiteiten van de ODMH. Zo bereiden we ons op dit moment voor op de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. Daartoe werken we in pilots met een nieuwe werkwijze die past bij de modernere overheid en de vereisten van de Omgevingswet (van “nee, tenzij…” naar “ja, mits…”). De Omgevingswet brengt ook een verdere digitalisering met zich mee. Om de veranderingen tijdig en goed op te vangen, gaat de ODMH door met digitalisering op basis van wat nu reeds landelijk bekend is. Wat heeft het gekost? Over het gehele jaar bedraagt het bruto positieve resultaat van het programma milieu € 4.542.666. Na verdeling van de overhead (gebaseerd op de hoogte van de bijdragen) bedraagt het netto positieve resultaat € 223.107.
Programma Milieu
Baten/Lasten Baten
Totaal Baten Lasten
Mutatie reserves
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten
Kostensoort Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves
Totaal Milieu
2019 Realisatie -11.778.312 -44.789 -1.680.821 -13.503.922 7.571.697 236.988 96.953 1.680.821 9.586.459 0 0 8.843 8.843 -3.908.620
2020 Begroting Realisatie -12.667.711 -12.660.860 -116.627 -117.393 -1.749.414 -1.475.991 -14.533.752 -14.254.244 8.083.597 7.860.897 268.254 283.894 134.806 81.706 1.749.414 1.475.990 10.236.071 9.702.487 0 0 0 0 9.091 9.091 9.091 9.091 -4.288.590 -4.542.666
Algemene bijdragen De algemene bijdragen zijn gebaseerd op de jaarprogramma’s van het jaar 2020. De gemeentelijke en provinciale bijdragen voor milieu bedragen ruim 12 miljoen. De bijdragen worden berekend op basis van productfinanciering. Hiervoor zijn afspraken met de gemeenten en de provincie vastgelegd in jaarprogramma’s. De werkelijke bijdragen zijn ongeveer gelijk aan de begrote bijdragen. In 2020 was voor het eerst de marge van 2%, zoals genoemd in de P&C-nota 2020-2023, van toepassing. Tot en met 2019 bedroeg deze marge 5%. De wijziging van de marge heeft geresulteerd in aanvullende rekeningen voor de productie boven 102% voor de gemeenten Bodegraven Reeuwijk, Gouda en Krimpenerwaard, die respectievelijk een productie van 102,5%, 102,7% en 103,8 geleverd gekregen hebben. Toch zijn de werkelijk bijdragen iets lager dan de begrote bijdragen. Dit komt doordat in 2020 een groter aandeel van de bijdragen in het gezamenlijke project voor de Regionale Verkeersmodule Midden-Holland (RVMH) gestort is. Onder aftrek van de door medewerkers van de ODMH geschreven uren, worden de bijdragen van dit product gereserveerd voor de actualisatie van de RVMH door een extern ingenieursbureau. In 2021 wordt een uitgebreide actualisatie van het model uitgevoerd. De stijging ten opzichte van boekjaar 2019 wordt vooral veroorzaakt door de indexering in 2020 (2,8%).
Voor een uitgebreider overzicht van de bijdragen wordt verwezen naar de bijlage 1 van deze jaarstukken.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
13 van 63
Overige bijdragen De overige bijdragen zijn conform begroting en betreffen vooral de detachering van een medewerker. Deze medewerker wordt tegen salarislasten uitgeleend aan de Unie van Waterschappen. Personeelskosten De personeelskosten zijn ruim € 200.000 lager dan begroot. Mede als gevolg van de onzekere situatie door de coronapandemie is in 2020 veel aandacht besteed aan het zo beperkt mogelijk houden van de personeelskosten, met name op het gebied van inhuur van personeel. Nu achteraf geconstateerd kan worden dat de productie redelijk ruim gehaald is, kan geconcludeerd worden, dat de productiviteit van de medewerkers zeer hoog geweest is. Apparaatskosten De apparaatskosten worden met name gevormd door de kosten voor het functioneel applicatiebeheer. Deze kosten worden evenredig verdeeld over BWT en milieu en zijn in 2020 iets hoger uitgekomen dan aanvankelijk begroot. De verdeling vindt plaats op basis van de opbrengsten. Directe productkosten Onder de directe productkosten vallen diverse onderzoekskosten. Ook de bestedingen voor de Zwanebloem, het inhuren van de Watersnip voor educatielessen, de milieuvluchten en de kosten voor de meldkamer bij de DCMR worden hier weergegeven. De bestedingen zijn lager dan vooraf geraamd en ook lager dan het voorgaande jaar.
De lagere bestedingen zijn vooral het gevolg van de coronapandemie, waardoor de lessen van de Zwanebloem en dus ook de bijbehorende kosten minder waren. De milieuvluchten zijn zelfs helemaal niet uitgevoerd in 2020. Projectbaten en -lasten De projectbaten en –lasten zijn in 2020 net als in ander jaren gelijk. Ook zijn de werkelijk baten en lasten net als in voorgaande jaren lager dan begroot. Het verschil is ook dit jaar weer vooral ontstaan bij de provinciale projecten voor spoedlocaties en nazorg. Hier zijn de jaarbudgetten niet volledig uitgeput. De werkzaamheden schuiven gedeeltelijk door naar 2021. Mutatie reserves De toevoeging aan de reserves in 2020 is conform de begroting. Dit betreft de jaarlijkse dotatie aan de bestemmingsreserve bodemkwaliteitskaarten ter grootte van 100 uur.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
14 van 63
3.1.2 Programma bouw- en woningtoezicht Sinds 1 januari 2013 voert de ODMH, naast milieutaken, ook taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht en ruimtelijke ordening (BWT-taken) uit in een deel van de regio Midden-Holland. Wat wilden we bereiken? De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Voor het programma bouw- en woningtoezicht doen wij dit door bouw- en woningtoezichttaken uit te voeren in opdracht van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas en de provincie ZuidHolland. De afdeling BWT van de ODMH heeft daarbij een duidelijke missie: BWT ziet namens de aangesloten gemeenten toe op veilige bouw en het toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Wij doen dat door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van bouwregelgeving en ruimtelijke ordening. Die taken vertalen we waar mogelijk naar de speerpunten van onze opdrachtgevers. Regelmatig komen de regievoerders van onze gemeenten en de accounthouders van de ODMH samen om de voorgenomen planning te monitoren en al dan niet bij te stellen. Naast de wettelijke taken, zijn er ook taken waarbij meer beleidsruimte de mogelijkheid biedt om een programma op maat te maken. Hierbij zoeken wij aansluiting bij de gemeentelijke doelen en visies.
Met de uitvoering van het jaarprogramma draagt de ODMH actief bij aan het bereiken van de gemeentelijke doelstellingen en ambities. Wat realiseerden we? De hierna volgende tabel geeft de totale productie voor het programma bouw- en woningtoezicht weer. Linksboven staat de totale productie per deelnemer. Voor alle deelnemers realiseerden wij een productie tussen de 100% en 114,2%. Twee deelnemers bleven niet binnen de zogenoemde 2%marge (conform paragraaf 3.4 van de Nota Planning & Control 2020-2023). De productie boven de 102% van Waddinxveen en Zuidplas brachten wij apart in rekening. De totale productie (in uren) voor BWT in 2020 ziet er als volgt uit: Gemeente Bodegraven Reeuwijk Gouda Waddinxveen Zuidplas Eindtotaal
Gemeente Bodegraven Reeuwijk Gouda Waddinxveen Zuidplas Eindtotaal
ODMH Totaal geleverd begroot 17.365 17.369 21.149 21.074 13.112 12.617 17.386 15.224 69.013 66.284
Toezicht % geleverd 100,0% 5.006 100,4% 6.657 103,9% 5.107 114,2% 4.885 104,1% 21.655
Juridische aspecten geleverd begroot 1.800 1.820 2.092 1.630 1.010 856 1.665 1.672 6.566 5.978
Handhaving % geleverd begroot 98,9% 1.938 1.885 128,3% 1.738 1.146 118,0% 769 495 99,6% 1.268 1.578 109,8% 5.712 5.104
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
begroot 5.296 6.687 5.425 3.808 21.216
Vergunningverlening % geleverd begroot 94,5% 7.168 7.115 99,5% 8.678 8.879 94,1% 5.419 4.939 128,3% 7.942 5.076 102,1% 29.208 26.009
% 100,7% 97,7% 109,7% 156,5% 112,3%
Diversen % geleverd 102,8% 1.453 151,7% 1.984 155,3% 808 80,3% 1.628 111,9% 5.873
% 115,9% 72,6% 89,6% 52,7% 73,6%
begroot 1.253 2.732 902 3.090 7.977
15 van 63
Vergunningverlening Voor het thema Vergunningverlening binnen het onderdeel BWT behandelen we aanvragen voor een omgevingsvergunning op het gebied van bouwen. Voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas verzorgen wij tevens de BWT frontoffice. Een omgevingsvergunning kan betrekking hebben op meerdere activiteiten waaronder bouwen, slopen, kappen en reclame. Een vergunning biedt rechtszekerheid aan de aanvrager. De vergunningprocedure geeft omwonenden bovendien de gelegenheid inspraak uit te oefenen en kennis te nemen van de inhoud van de vergunning. Vergunningen voor vergelijkbare activiteiten worden op éénduidige wijze verleend, zodat sprake is van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor iedereen. Naast het werken met een standaard voorschriftenpakket, leveren we ook maatwerkproducten. Toezicht en handhaving De ODMH verzorgt toezicht op verleende omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten. Het uitgangspunt hierbij zijn de beleidsplannen en uitvoeringsplannen. Mede aan de hand van deze plannen en de gemeentelijke criteria, bepalen we per verleende omgevingsvergunning of activiteit welk toezichtniveau noodzakelijk is. Daarnaast beschikt de afdeling BWT over een wachtdienst die 24x7 uur paraat is bij situaties waarbij de constructieve veiligheid van panden in het geding is of wanneer er sprake is van het vrijkomen van asbest.
Anders dan bij ‘milieu’ reageert deze wachtdienst niet op klachten en meldingen van inwoners, maar op oproepen van de hulpdiensten. Naast toezicht voert de ODMH ook handhaving uit en beschikt over bestuursrechtelijke handhavingstrajecten. Het betreft het toepassen van al dan niet spoedeisende bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom. Het opleggen van een dwangsom doen wij uitsluitend na overleg met de betreffende gemeente. Voorafgaand aan een handhavingstraject proberen wij in veel gevallen de kwestie middels een minnelijk traject genaamd pre-mediation op te lossen. Hiermee voorkomen wij met regelmaat een langlopend, juridisch traject. Uitzonderingen daargelaten, want soms is het wenselijk om een overtreding aan te pakken door een bestuurlijke strafbeschikking. De afdeling BWT beschikt over een beëdigde bijzondere opsporingsambtenaar (BOA). Juridische aspecten Bezwaar- en beroepschriften en overige procedures die verband houden met de BWT-taken handelen wij eveneens af. De ODMH beschikt over een juridisch team dat het voortouw neemt in bestuursrechtelijke handhavingstrajecten. Dit team verzorgt het opstellen van verweerschriften en vertegenwoordigt onze opdrachtgevers tijdens hoorzittingen in bezwaar- en beroepzaken. Diversen Onder “diversen” vallen taken waaraan alle teams een bijdrage leveren.
Het gaat om diverse gebiedsgerichte of thematische (handhavings)projecten, beleidsadvisering, delen van gebiedskennis, minnelijk traject bij handhavingszaken en bezwaarprocedures inclusief mediation, advisering over bestemmingsplannen, helpdesk en tenslotte datamanagement en ontsluiting. Daarnaast bestaat altijd de mogelijkheid om in overleg afspraken te maken over projecten die niet onder een specifiek product vallen, maar die wel tot het vakgebied BWT behoren.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
16 van 63
Aanvullende bijdragen Provincie Zuid-Holland In 2020 is een aanvullende bijdrage van de provincie ad € 50.000 ontvangen voor de BRIKS-taken. Ten aanzien van deze taken kan het volgende opgemerkt worden: • Het uitvoeren van de BRIKS-taak door de ODMH is vanwege het geringe aantal provinciale bedrijven waar wij deze taak voor uitvoeren, kleinschalig van opzet. • Conform afspraak hielden wij over 2020 een tijdsregistratie bij voor de BRIKS-regietaak en de BRIKS-adviestaak. • Voor alle aanvragen om vergunning/meldingen geldt dat deze zijn vergund, dan wel in procedure zijn. Alle vergunningen en meldingen zijn onder de aandacht gebracht van de toezichthouders. • De werkelijke besteding van het budget bedraagt € 26.670. Het teveel ontvangen budget is terugbetaald. De werkelijke bestedingen van alle aanvullende bijdragen van de provincie zijn weergegeven in bijlage 2. Wat heeft het gekost? Over het gehele jaar bedraagt het bruto positieve resultaat van het programma milieu € 1.800.926. Na verdeling van de overhead (gebaseerd op de hoogte van de bijdragen) bedraagt het netto negatieve resultaat € 70.892.
Programma BWT
Baten/Lasten Baten
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten Totaal Bouw- en woningtoezicht Mutatie reserves
Kostensoort Algemene bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves
2019 Realisatie -6.287.838 -155.899 -108.905 -6.552.641 4.593.533 114.019 7.014 108.905 4.823.471 0 0 0 0 -1.729.170
2020 Begroting -6.170.615 -91.100 -36.273 -6.297.988 4.468.611 130.670 11.000 36.273 4.646.554 0 0 0 0 -1.651.434
Realisatie -6.361.708 -102.410 -56.284 -6.520.402 4.518.869 133.733 10.590 56.284 4.719.476 0 0 0 0 -1.800.926
Algemene bijdragen De algemene bijdragen omvatten de bijdragen van de gemeenten Bodegraven Reeuwijk, Zuidplas, Gouda en Waddinxveen. De bijdragen zijn gebaseerd op productfinanciering. Hiervoor zijn voorafgaand aan het jaar afspraken gemaakt in de jaarprogramma’s. Een nadere specificatie is beschikbaar in bijlage 1 van deze jaarrekening. In 2020 was voor het eerst de marge van 2%, zoals genoemd in de P&C-nota 2020-2023, van toepassing. Tot en met 2019 bedroeg deze marge 5%. De wijziging van de marge heeft geresulteerd in aanvullende rekeningen voor de productie boven 102% voor de gemeenten Waddinxveen en Zuidplas, die respectievelijk een productie van 103,9% en 114,2% geleverd gekregen hebben. De werkelijke bijdragen zijn daarom ruim € 191.000 hoger dan begroot. Ten opzichte van 2019 is een stijging in de bijdragen waarneembaar. Deze wordt met name veroorzaakt door de index van 2,8% voor het jaar 2020.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
17 van 63
Overige bijdragen De overige bijdragen zijn lager dan in 2019, maar iets hoger dan begroot voor 2020. Deze inkomsten betreffen voor het grootste deel de detachering van een medewerker aan een extern bureau. Deze detachering en ook het dienstverband van deze medewerker zijn eind 2020 beëindigd. Personeelskosten Voor de extra productie in 2020 was extra inzet van ingehuurd personeel noodzakelijk. Deze is zo beperkt mogelijk gehouden, maar heeft toch tot een overschrijding van het budget geleid. Binnen de afdeling BWT is ter voorbereiding op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) een flexibele schil opgebouwd, zodanig dat bij een afname van de productie na de invoering van de wet het personeelsbestand eenvoudig teruggebracht kan worden naar de gewenste omvang. Ten opzichte van 2019 waren de personeelskosten lager, ondanks de stijgende kosten als gevolg van de cao. Apparaatskosten De apparaatskosten worden met name gevormd door de kosten voor het functioneel applicatiebeheer. Deze kosten worden evenredig verdeeld over BWT en milieu en zijn in 2020 iets hoger uitgekomen dan aanvankelijk begroot. De verdeling vindt plaats op basis van de opbrengsten. Directe productkosten Onder de directe productkosten vallen onder andere onderzoekskosten, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de BWT-taken.
De ODMH heeft in 2020 iets meer externe onderzoeken laten uitvoeren, dan in 2019. Projectbaten en -lasten De projectbaten en – lasten zijn in 2020 gelijk. Voor een deel betreft dit de BRIKS-adviestaken van de provincie. Daarnaast zijn er zeer beperkt buiten de jaarprogramma’s om opdrachten uitgevoerd voor de gemeenten. In 2020 was dit minder dan in het voorgaande jaar.
3.1.3 Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien In het vernieuwde BBV wordt overhead gedefinieerd als 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Kort samengevat omvat de overhead: - Leidinggevenden primair proces, exclusief coördinatoren in het primair proces; - Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - Human Resource; - Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement); - Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie (KCC); - Juridische zaken, voor zover het bedrijfsvoering betreft; - Bestuursondersteuning; - Informatievoorziening en automatisering (ICT), exclusief functioneel beheer ten behoeve van primaire proces systemen; - Facilitaire zaken en Huisvesting; - DIV; - Managementondersteuning primair proces.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
18 van 63
Specifiek voor de ODMH zijn de volgende conclusies getrokken: - De afdeling Bedrijfsvoering wordt toegerekend aan de overhead met uitzondering van het cluster Functioneel Applicatiebeheer (FAB), welke de systemen van het primair proces in beheer heeft; - De huisvestingslasten zijn overhead met uitzondering van de kosten die gemaakt worden voor de Zwanebloem; - Alle loonkosten van MT-leden en teamleiders van de afdelingen milieu en BWT behoren tot de overhead; - Alle loonkosten van de bedrijfskundige en communicatiemedewerkers behoren tot de overhead; - De juristen op het gebied van milieu en BWT behoren tot het primair proces. Juristen op het gebied van P&O behoren tot de overhead; - Beleidsadvisering op het gebied van milieu en BWT behoort tot het primair proces. Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen in werking getreden. Ondersteund door een fiscalist van Deloitte heeft de ODMH onderzocht welke gevolgen deze wet heeft voor de dienst. Geconcludeerd is dat de ODMH aangemerkt wordt als ondernemer in de zin van de wet voor een beperkt aantal van haar aanvullende taken. Niet voor de primaire taken voor milieu en BWT. Omdat op deze aanvullende taken geen winst behaald wordt, is de ODMH volledig vrijgesteld van aangifte én van de administratieve rompslomp die daarbij komt kijken.
Om ook in de toekomst gevrijwaard te blijven van aangifte, moet de ODMH deze en eventuele nieuwe taken blijven monitoren. Onvoorzien De ODMH houdt in de begroting geen rekening met een post onvoorzien. Wat heeft het gekost? Over het gehele jaar bedraagt het negatieve resultaat van de overhead € 6.191.377
Programma Overhead
Baten/Lasten Baten Totaal Baten Lasten
Mutatie reserves
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten
Kostensoort Contractuele bijdragen Overige bijdragen Personeelskosten Apparaatskosten Financieringskosten Onttrekking reserves Toevoeging reserves
Totaal Overhead
2019 Realisatie 0 -1.209.900 -1.209.900 3.734.303 2.271.986 124.626 6.130.915 -107.743 -107.743 0 0 4.813.272
2020 Begroting 0 -473.795 -473.795 4.042.332 3.120.522 117.937 7.280.791 -866.972 -866.972 0 0 5.940.024
Realisatie 0 -468.203 -468.203 4.435.506 2.913.109 117.937 7.466.552 -806.972 -806.972 0 0 6.191.377
Overige bijdragen De overige bijdragen in de begroting bestaan voornamelijk uit opbrengsten voor geleverde diensten aan de RDOG. RMH en het Streekarchief en voor de verhuur van het pand aan de RDOG. Het totaal aan bijdragen is veel lager dan in 2019. In dat jaar moest de voorziening voor het meerjaren onderhoudsplan om BBV-technische redenen vrijvallen ten gunste van het resultaat. Als deze
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
19 van 63
incidentele bijdrage van ruim € 760.000 buiten beschouwing gelaten wordt, wijken de bijdragen nauwelijks af van het jaar ervoor. In 2020 is het meerjaren onderhoudsplan van het Midden-Hollandhuis geactualiseerd en is het in 2019 vrijgevallen saldo weer in de voorziening gestort. Bij de resultaatsbestemming van 2019 was het saldo tijdelijk toegevoegd aan een speciaal daarvoor gemaakte bestemmingsreserve. De storting in de voorziening is geboekt in de apparaatskosten en de onttrekking aan de reserve is terug te vinden in de reservemutaties. Personeelskosten De personeelskosten van de overhead betreffen het management, zijn ondersteuning, alle teamleiders en vooral de afdeling bedrijfsvoering. De uitzondering hierop is het cluster FAB. Dit cluster behoort niet tot de overhead, maar wordt toegerekend aan de programma’s milieu en BWT. De kosten zijn als gevolg van de nieuwe cao gestegen ten opzichte van 2019. In deze kostenpost zijn ook incidentele kosten geboekt, die vooraf niet begroot waren, waardoor een begrotingsoverschrijding is opgetreden is van ruim € 380.000. Deze overschrijding van het budget is het gevolg van de coronapandemie. Het coronavirus heeft een forse impact gehad op de medewerkers van de ODMH. Hoewel gelukkig maar een klein deel besmet geraakt is, heeft het virus er wel voor gezorgd dat enkele medewerkers langdurig ziek geworden zijn.
Ook heeft het virus invloed gehad op verlof van de medewerkers. Doordat vakanties voor een groot deel niet doorgegaan zijn, is er een verlofstuwmeer ontstaan. Om een dreigend financieel probleem te voorkomen in 2021 zijn het bovenmatige verlof en bovenmatig ziekteverzuim per einde 2020 gekwantificeerd en is voor het verlof € 105.000 opgenomen als nog te betalen post en is voor het ziekteverzuim € 117.000 in de voorziening personeel gestort. Ook heeft het virus ervoor gezorgd dat er veelal thuisgewerkt moest worden. Ter compensatie hebben alle medewerkers van de ODMH in 2020 bijdragen ontvangen voor de inrichting van een thuiswerkplek en voor extra kosten voor gas, water, licht en dergelijke. Omdat hier fiscaal nog niets voor geregeld was in 2020, kon dit maar beperkt belastingvrij uitgekeerd worden, waardoor ook een fors bedrag aan loonheffing betaald moest worden. De totale kosten bedroegen uiteindelijk bijna € 150.000. Apparaatskosten De apparaatskosten bestaan uit alle kosten voor de bedrijfsvoering van de ODMH. Hier vallen dus alle algemene lasten onder zoals de huisvestinglasten, de ICT-kosten, de administratiekosten en de afschrijvingslasten. Uitzondering zijn de kosten voor het functioneel onderhoud en beheer, dat onder verantwoording van het cluster FAB valt.
Deze kosten behoren volgens het vernieuwde BBV tot het primaire proces en komen dus ten laste van de programma’s milieu en BWT. De gerealiseerde kosten zijn lager dan begroot. Als gevolg van de coronapandemie zijn posten als kantinekosten en reiskosten lager uitgevallen. De forse verhoging ten opzichte van 2019 betreft de incidentele storting in de voorziening meerjaren onderhoud van het Midden-Hollandhuis, zie hiervoor ook de toelichting bij overige bijdragen. Financieringskosten De enige financieringskosten van de ODMH zijn de rentelasten voor de langlopende lening die afgesloten is voor het pand. Dit betreft een annuïtaire lening, zodat de rentelasten jaarlijks verminderen.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
20 van 63
Mutaties reserves De mutaties in de reserves zijn deels (€ 46.543) ter dekking van de afschrijvingslasten. Hiervoor zijn jaren geleden bestemmingsreserves aangemaakt. Daarnaast is in 2020 de tijdelijke bestemmingsreserve Meerjaren onderhoudsplan weer opgeheven en is het saldo van deze in 2019 opgerichte reserve weer in de voorziening voor het meerjaren onderhoud gestort. De geraamde onttrekking ad € 60.000 aan de bestemmingsreserve Ontwikkeling is niet uitgevoerd. Als gevolg van uitstel van de invoering van zowel de Ow als de Wkb schuift deze onttrekking door naar 2021, ter dekking van de gemaakte kosten ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de genoemde, nieuwe wetten.
3.1.4 Algemene dekkingsmiddelen In de programmaverantwoording moet ook het overzicht Algemene dekkingsmiddelen worden gegeven. Voor onze gemeenschappelijke regeling interpreteren wij dit als de bijdragen, die de deelnemende gemeenten en provincie betalen aan de ODMH (hoewel dit volgens het BBV niet als zodanig kwalificeert). De algemene bijdragen worden verantwoord in de programma’s milieu en BWT en worden ook weergegeven in de bijlagen 1 en 2 van deze jaarstukken. Financieringsfunctie Met ingang van 2014 zijn deze rentebaten bijna geheel weggevallen door de invoering van het schatkistbankieren. Door deze invoering is de ODMH, net als andere lagere overheden, verplicht overtollige middelen weg te zetten bij het rijk. De rentevergoeding die hier tegenover staat is vooralsnog nihil. Wel kent de ODMH sinds 2015 rentelasten. Bij de overname van het Midden-Hollandhuis is ook de geldlening van het ISMH bij de BNG overgenomen. Voor deze lening, die ultimo 2020 € 3,16 miljoen bedroeg, was de rentelast over het jaar 2020 € 117.937.
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
21 van 63
3.2
Paragrafen
Artikel 26 van het BBV schrijft voor dat in het jaarverslag dezelfde paragrafen opgenomen moeten worden als die in de begroting opgenomen zijn. Op advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is een extra paragraaf toegevoegd: de corona-paragraaf. In deze paragraaf zijn de gevolgen van de Covid-19 op de begroting en de getroffen maatregelen weergegeven.
3.2.1 Lokale heffingen De paragraaf betreffende de lokale heffingen is voor de ODMH niet van toepassing.
3.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen dient te omvatten: a. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de ODMH beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. Een inventarisatie van de risico's, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Hierbij dient bijvoorbeeld te worden gedacht aan risico’s in het kader van organisatieontwikkelingen, rechtmatigheid, garantieverplichtingen, voldoen aan formele voorschriften met betrekking tot de uitvoering van regelingen door de ODMH; c. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risicobeheersing. Weerstandsvermogen: Het weerstandsvermogen is in artikel 11 van het BBV gedefinieerd als “De relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.” Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin de ODMH in staat is middelen vrij te maken om de risico’s, die zich in de praktijk voordoen, op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid gewijzigd dient te worden.
Het vermogen om het beleid door te zetten is afhankelijk van de omvang van de weerstandscapaciteit. Er zijn geen algemeen geldende normen voor de gewenste omvang van het weerstandsvermogen. Iedere gemeenschappelijke regeling moet zelf invulling geven aan de gewenste omvang, gelet op haar eigen situatie en context. De omvang van het weerstandsvermogen moet in verhouding staan tot de risico’s die de organisatie loopt en die niet kunnen worden opgevangen door stuur- en beheersmaatregelen en ook niet financieel kunnen worden afgedekt door voorzieningen. Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan: het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke “resterende” risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen. Met “resterende” risico’s worden bedoeld: de risico’s die onvoldoende “in control” zijn of kunnen worden gehouden door stuur- en beheersmaatregelen en/of waarvoor (nog) geen specifieke voorzieningen zijn of kunnen worden getroffen. Bij de weerstandscapaciteit wordt een onderverdeling gemaakt naar: 1. Stille reserves: Materiële en financiële vaste activa In de materiële en financiële vaste activa van de ODMH komen geen stille reserves voor. Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
22 van 63
2.
3.
Vrije deel passiva: Reserves en voorzieningen Bij het bepalen van het vrije deel van de reserves en voorzieningen moet voorzichtigheid betracht worden. Criterium is of het algemeen bestuur de betreffende reserve in geval van een calamiteit kan vrijmaken zonder dat hierdoor een exploitatietekort ontstaat. Van de reserves is alleen de algemene reserves (inclusief de dienstreserve) aan te merken als beschikbare weerstandscapaciteit. Overige componenten In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de deelnemende gemeenten en provincie als achtervang dienen. Zij dienen derhalve in hun risicoparagrafen, naar rato van hun aandeel in de gemeenschappelijke regeling, rekening te houden met de weerstandscapaciteit van de ODMH.
Op grond van voorgaande kan gesteld worden dat het weerstandsvermogen van de ODMH slechts gevormd wordt door de algemene reserves. Kenmerken van een algemene reserve zijn: • Algemene reserve is eigen vermogen • Het totaal van de algemene reserve dient als dekkingsmiddel • Bedragen zijn vrij besteedbaar • Het algemeen bestuur besluit over de vorming en besteding van de algemene reserve. • Toevoegingen en onttrekkingen verlopen via de exploitatie (maar blijven buiten resultaatbepaling) De algemene reserve bestaat uit de componenten van het eigen vermogen waaraan het algemeen bestuur geen ‘bepaalde’ bestemming heeft gegeven. De algemene reserve heeft als belangrijkste functie het dienen als een buffer voor financiële tegenvallers. Het exploitatieresultaat van de jaarrekening (zowel voordelig als nadelig) komt in principe ten gunste respectievelijk ten laste van de algemene reserve en bepaalt dus in beginsel de werkelijke hoogte van de algemene reserve. Omvangbepaling van het weerstandsvermogen De omvangbepaling van het weerstandsvermogen vindt plaats op basis van een risico-inventarisatie. Jaarlijks wordt deze risico-inventarisatie geactualiseerd. De werkelijk beschikbare weerstandscapaciteit Wanneer een risico zich voordoet, welke niet kan worden opgevangen in de reguliere exploitatie, zal in eerste instantie een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit.
In de navolgende tabel is een overzicht van de reserves opgenomen die tot de weerstandscapaciteit worden gerekend. De hoogte van de weerstandscapaciteit op basis van de stand per 31-12-2020 in de jaarrekening 2020 (vóór resultaatbestemming): Vrij aanwendbare reserves behorend tot weerstandscapaciteit Algemene reserve Totaal weerstandscapaciteit
Bedrag in € 1.402.500 1.402.500
Risico-inventarisatie Nadat in 2017 de risicoanalyse volgens de methodiek van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) uitgevoerd is, is de risicoanalyse begin 2019 volgens diezelfde methodiek Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
23 van 63
geactualiseerd. Om aan te sluiten bij algemeen aanvaarde grondslagen wordt hiervoor gebruik gemaakt van NARIS, de methodiek van het NAR. De uitkomsten van de risicoanalyse in 2017 zijn meegenomen in de Nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement 2018. Deze nota is vastgesteld op 21 juni 2018. De uitgevoerde risico-inventarisatie inclusief kwantificering is een logische basis voor het bepalen van het gewenste weerstandsvermogen. Bij de actualisatie van begin 2021 is extra aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen en risico’s van de coronapandemie. Hoewel in 2020 de impact van het virus op de productie en op de financiën van de ODMH beperkt is gebleven, heeft het virus wel grote invloed gehad op de bedrijfsvoering. Vóór de pandemie werd voornamelijk in of vanuit het Midden-Hollandhuis gewerkt. Na de uitbraak was thuiswerken plotseling het nieuwe normaal. Ook waren bezoeken aan bedrijven niet continu mogelijk. Hoewel het einde van de pandemie als gevolg van de vaccinaties nadert, is nog niet te voorspellen, wanneer dit einde precies zal zijn. Tot die tijd gedraagt het virus zich nog grillig en loopt de ODMH risico’s in zijn bedrijfsvoering. De uitgevoerde actualisatie van de risicoinventarisatie leidt daarom tot een groter totaal aan risico’s dan in voorgaande jaren. Ook het gewenste weerstandsvermogen is daarom groter dan in de jaren hiervoor.
Wel mogen we aannemen dat dit tijdelijke verhogingen zijn en dat we langzaamaan weer naar de oude situatie toegroeien, wanneer het virus onder controle is. De in NARIS uitgevoerde risicosimulatie op basis van de geactualiseerde inventarisatie levert de volgende tabel met de bij de zekerheidspercentages behorende bedragen voor het benodigde weerstandsvermogen op: Zekerheidspercentage 10% 25% 50% 75% 80% 90% 95% 99%
Bedrag € 550.691 € 760.600 € 1.049.171 € 1.412.026 € 1.516.250 € 1.804.895 € 2.074.387 € 2.636.894
Uitgaande van het door het NAR geadviseerde zekerheidspercentage van 90% voor het totaal aan risico’s wordt het gewenste weerstandvermogen (streefhoogte van de algemene reserve) op basis van deze risico-inventarisatie bepaald op € 1.804.895 (in 2019: € 1.574.290). Conform de wens van het algemeen bestuur om het weerstandsvermogen van de ODMH te compartimenteren in een BWT- en een milieudeel, wordt het weerstandsvermogen in 2 delen gesplitst. Voor deze splitsing wordt de verhouding in risico’s tussen BWT en milieu als verdeelsleutel gehanteerd: 13% voor BWT en 31% voor milieu. Ook de overheadrisico’s van in totaal 56% worden in die verhouding verdeeld. Het gewenste gecompartimenteerde weerstandvermogen ziet er dan als volgt uit: Gewenst weerstandvermogen: Aandeel BWT € 533.264 Aandeel milieu € 1.271.631 Totaal € 1.804.895
Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland
24 van 63
Het streefsaldo van het weerstandsvermogen bedraagt dus € 1.804.895. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt per 31 december 2020 € 1.402.500. Geconcludeerd kan worden dat de berekende aanwezige weerstandscapaciteit 77,7% (in 2018: 89,1%) van het gewenste weerstandvermogen bedraagt. De daling is volledig te wijten aan de onzekere omstandigheden als gevolg van de coronapandemie. Kengetallen Op grond van een ministeriële regeling moeten jaarlijks de volgende financiële kengetallen weergegeven worden.
Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Verloop van de kengetallen Verslag 2019 19,2% 19,2% 21,8% 0,8% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2020 15,8% 15,8% 21,0% 0,0% n.v.t. n.v.t.
Verslag 2020 17,7% 17,7% 22,1% -2,2% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaliter ligt de netto schuldquote tussen 0% en 90%. Pas bij 100% wordt de kritische norm bereikt. De ODMH voldoet dus ruim aan de norm. Het corrigeren voor alle verstrekte leningen wijzigt de netto schuldquote niet. De ODMH verstrekt immers geen leningen. Solvabiliteit gaat over de vraag of een organisatie in staat is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit van de ODMH is stabiel. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Uit de resultaten blijkt dat de structurele baten van de ODMH maar beperkt lager zijn dan de structurele lasten, hetgeen een financieel gezonde situatie weergeeft. De kengetallen voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de ODMH.