CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

De Passage_Toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 26 maart 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bijlage 223.784 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.0627.bpDePassage2023-0401

afbeelding bij dit plan

De Passage

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM

VERSIE

bestemmingsplan De Passage

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan De Passage

4

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende plannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk2 Huidige situatie 2.1 Historie 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9 11

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Doelstellingen en uitgangspunten 3.2 Ontwikkelingen

13 13 13

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

17 17 19 21 25

Hoofdstuk5 Omgevingsaspecten 5.1 Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) 5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.3 Bedrijven en milieuzonering 5.4 Verkeer 5.5 Luchtkwaliteit 5.6 Geluidhinder 5.7 Externe veiligheid 5.8 Bodemkwaliteit 5.9 Water 5.10 Ecologie 5.11 Archeologie en cultuurhistorie 5.12 Bezonning

33 33 34 36 38 42 43 46 50 51 53 56 57

Hoofdstuk6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Plansystematiek 6.3 Toelichting op de regels

59 59 59 60

Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

63 63 64

Toelichting

5

bestemmingsplan De Passage

6

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De huidige Passage is één van de oudste en belangrijkste straten van Waddinxveen. Al sinds de aanleg van de brug over de Gouwe vormde de Passage, toen nog Kerkweg geheten, de belangrijkste verbinding tussen de westkant en de oostkant van het dorp. De kerk, de winkels en het naburige station zorgden voor reuring en ontmoeting. In 1975 werd een deels overdekt winkelgebied opgeleverd waarmee de voormalige Kerkstraat een gebied voor voetgangers werd: de Passage. Sinds de opening van het winkelcentrum Gouweplein in 2014 zijn veel winkels verplaatst naar dit nieuwe winkelgebied en is de oude winkelpassage deels afgebroken. Daarmee is de reuring grotendeels verdwenen uit de Passage. Door de jaren heen is het gebied meerdere keren van kleur veranderd, waardoor de samenhang en kwaliteit van het gebied is zoekgeraakt. De ooit statige centrale as van het dorp levert geen bijdrage meer aan de kwaliteit van het dorp. Een ruimtelijke en programmatische kwaliteitsimpuls is gewenst. In de gemeentelijke Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied uit 2017 zijn diverse ontwikkellocaties aangewezen. Deze locaties samen staan inmiddels bekend als het Sleutelkwartier. Drie van deze ontwikkellocaties vormen samen gebiedsontwikkeling de Passage.

De plannen voor de Passage zijn vastgelegd en in hoofdlijnen uitgewerkt in het Ambitiedocument Gebiedsontwikkeling de Passage (2021), vastgesteld door de raad op 26 januari 2022. De gemeenteraad van Waddinxveen ziet in het Sleutelkwartier een verdichting van het gebied, waarin een mix van woningen (huur, koop, grondgebonden en gestapeld) en ondersteunende functies (gericht op dienstverlening, ambacht en zorg) het gebied rondom de Passage kunnen versterken. Met de ontwikkeling kan de Passage een impuls geven aan het Sleutelkwartier.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied, zoals globaal gemarkeerd in afbeelding 1.1, bevindt zich nabij het centrum van Waddinxveen en wordt als volgt begrensd: noordzijde: begrenzing door het wooncomplex Souburgh gelegen tussen de Passage en de Prins Bernhardlaan; westzijde: begrenzing door het Stationsplein en de Prinses Beatrixlaan; oostzijde: begrenzing door de Juliana van Stolberglaan en de bestaande bebouwing aan de Passage; zuidzijde: begrenzing door de Stationsstraat en de bestaande bebouwing aan de Passage en de Stationsstraat.

Toelichting

7

bestemmingsplan De Passage

Afbeelding 1.1: Globale begrenzing plangebied

1.3

Vigerende plannen

Binnen het plangebied gelden momenteel de volgende ruimtelijke plannen: bestemmingsplan 'Van station tot hefbrug', vastgesteld door de raad op 30 januari 2013; bestemmingsplan 'Passage', vastgesteld door de raad op 10 juni 2016; wijzigingsplan 'Passage, herziening nummer 208', vastgesteld door het college op 29 oktober 2019; bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren', vastgesteld door de raad op 19 september 2018; bestemmingsplan 'Parapluplan biomassa-installaties, vastgesteld door de raad op 14 oktober 2020. De eerste drie plannen worden integraal herzien, voor zover deze plannen samenvallen met het plangebied van dit bestemmingsplan. De regels van de twee parapluplannen worden overgenomen voor zover deze relevant zijn voor dit plangebied c.q. dit bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteen gezet. Hoofdstuk 4 bevat de planbeschrijving, waarin de voorgenomen ontwikkeling wordt toegelicht. Hoofdstuk 5 gaat in op de diverse omgevingsaspecten die voor dit plan relevant zijn. In hoofdstuk 6 wordt de juridische opzet van het plan beschreven. Eveneens bevat hoofdstuk 6 een artikelsgewijze toelichting op de planregels. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan. Dat hoofdstuk bevat ook de resultaten van de inspraak en het maatschappelijk vooroverleg.

8

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Historie

Waddinxveen is ontstaan uit drie losse kernen (Noord-Waddinxveen, Zuid-Waddinxveen en Zuid Gouwekade) die in de loop van de tijd aan elkaar zijn gegroeid. In 1934 werd de spoorlijn tussen Gouda en Alphen aan den Rijn aangelegd en werd het station van Waddinxveen geopend. Er werd besloten om op een centrale locatie in Waddinxveen een nieuw winkelcentrum aan te leggen. Het midden van de Kerkweg, tussen de Juliana van Stolberglaan en de spoorlijn, bleek de meest geschikte plek. In 1975 werd het winkelcentrum de Passage opgeleverd en werd de Kerkweg geknipt. De Kerkweg-Oost en Kerkweg-West ontstonden aan beide zijden van de Passage.

Afbeelding 2.1: De Passage in aanbouw in 1975 (bron: Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied, 2017)

Afbeelding 2.2: De Passage in gebruik in 2013 (bron: Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied, 2017)

Toelichting

9

bestemmingsplan De Passage

Recentelijk zijn veel voorzieningen (vooral detailhandel) vertrokken uit de Passage en hebben zich gevestigd aan het in 2014 geopende Gouweplein. Het grootste deel van de Passage is inmiddels weer afgebroken. Naast de Passage bevond zich oorspronkelijk ook een spijsfabriek. Ondanks dat deze fabriek er niet meer staat, staat deze in de herinnering nog steeds symbool voor het industriële verleden van Waddinxveen.

Afbeelding 2.3: Oorspronkelijke spijsfabriek in Waddinxveen (bron: Ambitiedocument Gebiedsontwikkeling de Passage, 2021)

Afbeelding 2.4 Historische ontwikkeling van het plangebied en diens omgeving in Waddinxveen, plangebied centraal in de kaarten en omgeven door paarse omlijning (Bron: Topotijdreis, bewerking:

10

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Royal HaskoningDHV) Afbeelding 2.4 laat de ontwikkeling van het plangebied in de afgelopen anderhalve eeuw in vogelvlucht zien. Te zien is dat het plangebied in 1900 nog uit polder en deels water bestaat. Waddinxveen is zeer beperkt bebouwd langs de Gouwe. In 1950 begint Waddinxveen verder westwaarts te ontwikkelen en is er een station gerealiseerd ten westen van het plangebied. Het plangebied is drooggelegd, maar nog maar in beperkte mate bebouwd. Anno 2000 is Waddinxveen uitgegroeid tot een volwaardige kern en is het plangebied vrijwel geheel bebouwd. Tegenwoordig is er alweer bebouwing gesloopt en wordt het plangebied minder intensief gebruikt dan in 2000.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Bebouwing Het plangebied wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk woonbebouwing. Deze woonbebouwing komt in verschillende typen voor. Appartementen zijn het meest voorkomende woningtype binnen het plangebied en directe omgeving daarvan. De belangrijkste structurerende ruimtelijke elementen zijn met name de ontsluitingswegen Juliana Van Stolberglaan, Kanaalstraat, Stationsstraat, Stationsplein en Prinses Beatrixlaan. Buiten deze omliggende ontsluitingswegen kenmerkt de Passage zich verder vooral door haar autovrije verbinding tussen Kerkweg-Oost en Kerkweg-West. Deze weg (voorheen Kerkweg, nu Passage) is alleen nog bestemd voor langzaam verkeer. Dit creëert een autovrije zone in het hart van het plangebied. In het hart van de Passage is de Kruiskerk gelegen. De Passage kent daarnaast ook enkele gemengde locaties, waarbij wonen wordt gecombineerd met bedrijven/winkels. Tegenwoordig is de Passage een open gebied waar samenhang ontbreekt. De Passage is een gebied met bouwstijlen uit verschillende tijden. De oudste gebouwen dateren van voor de oorlog, zoals de kerk. De naoorlogse bebouwing bestaat voornamelijk uit flats aan de noordzijde van de Passage en de winkelstrip die onderdeel is geweest van het winkelcentrum. Het karakter van de Passage is in de loop van de jaren vaak veranderd, met gebouwen die zijn toegevoegd en gesloopt.

De sloop heeft bijvoorbeeld geleid tot achterkanten die in het zicht zijn komen te staan en tot onduidelijke situaties, met gevels die nooit zijn ontworpen om aan een openbare ruimte te staan. Dit leidt tot een onsamenhangend karaker van de straat. De meeste gebouwen missen architectonische kwaliteit en kampen met achterstallig onderhoud, wat afbreuk doet aan de uitstraling. Openbaar gebied Het openbaar gebied van de Passage is sinds de transformatie naar winkelpassage autoluw en dit is de afgelopen jaren versterkt met de aanleg van het fietspad. Deze inrichting heeft de potentie in zich om een prettig verblijfsklimaat te vormen, maar dat doet het nog niet. Het openbaar gebied is onduidelijk afgebakend en in de loop der jaren zijn er ongewenste hoekjes ontstaan, zonder functie en met achterstallig onderhoud. Ondanks het autoluwe karakter is er veel parkeergelegenheid in het zicht van het openbaar gebied, wat de verblijfskwaliteit op dit moment niet ten goede komt. Aan de noordzijde van de Passage ligt een grotere groenstructuur, passend bij de moderne structuur van de appartementenblokken en het wooncomplex Souburgh. Hoewel er zichtrelaties zijn, is het gebied ruimtelijk niet bij de Passage betrokken. Een bijzonder element is zichtbaar aan de stationszijde van de Passage: het oorlogsmonument 'De poort der bevrijding'.

Verkeersstructuur De hoofdstructuur van de Passage bestaat uit een fietspad dat vanaf de rotonde bij de Kerkweg-Oost tot aan de spoorwegovergang naar de Kerkweg-West loopt. Dit is een belangrijke fietsroute binnen Waddinxveen. Deze fietsroute wordt aan de westzijde gedeeld met een auto-toegang tot het gebied, waarvandaan een aantal parkeerterreinen wordt ontsloten. Vanaf de Stationsstraat is het parkeerterrein bij de kerk te bereiken. Via de Juliana van Stolberglaan worden de parkeerterreinen in het noorden van het plangebied ontsloten. De ontsluiting van deze parkeerterreinen is relatief dicht op de rotonde met de

Toelichting

11

bestemmingsplan De Passage

Kerkweg-Oost gelegen wat met regelmaat tot oponthoud op de Juliana van Stolberglaan, Kerkweg-Oost en Kanaalstraat leidt. Het gebied ligt dicht bij het station Waddinxveen, wat een stationsgeörienteerde ontwikkeling mogelijk maakt.

12

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Doelstellingen en uitgangspunten

De combinatie van verschillende bouwstijlen en stedelijke structuren maakt het gebied rondom de Passage onsamenhangend. De kwaliteit van gebouwen en openbare ruimte is niet hoog, er is leegstand en sprake van een rommelig gevelbeeld. De Passage mist stedelijke hiërarchie en architectonische kwaliteit. De autoluwe en groene openbare ruimte biedt potentie voor kwaliteit. De beoogde (her)ontwikkeling heeft als doel om van de Passage een aantrekkelijk woon- en leefgebied te maken binnen Waddinxveen. Daarom zijn de volgende doelstellingen leidend voor de ontwikkeling: een aantrekkelijk en vitaal gebied creëren, met een samenhangende inrichting; een aangenaam en veilig openbaar gebied, met hoge verblijfskwaliteit; toevoegen van extra woningen om in de toenemende woningbehoefte te voorzien; efficiënt ruimtegebruik. Daartoe zijn zeven stedenbouwkundige leidmotieven geformuleerd om kwaliteit te bereiken in de Passage: 1. gebruik de gebouwen om een goede straat te maken; 2. maak duidelijk welke ruimte voor wie bedoeld is; 3. zorg voor een verrassende vanzelfsprekendheid; 4. ontwerp voor voetgangers en fietsen, zij maken het gezellig; 5. ontwerp een aantrekkelijk en vitaal straatbeeld; 6. eigentijds Waddinxveens: stoer en verfijnd; 7. ontwerp tijdloos en duurzaam.

De leidmotieven zijn samen met een beschrijving van het plan opgenomen in het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan (Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan de Passage, De Zwarte Hond, januari 2025, Bijlage 1).

3.2

Ontwikkelingen

De ontwikkelingen aan de Passage moeten de huidige omgeving een impuls en meer kwaliteit geven. De nieuwe gebouwen worden hoogwaardig en passen zorgvuldig in de bestaande omgeving. Samen met een nieuw ontwerp voor de openbare ruimte moet de nieuwbouw van de Passage een fijne plek maken om te wonen, werken en verblijven. Het geplande programma biedt een forse verdichting van het stationsgebied van Waddinxveen en geeft daarmee ook invulling aan de middenhuurverordening die in 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. De nieuwbouw vindt plaats op verschillende kavels. Het gaat om de kavels 7, 8 en 9 en de C1000-locatie zoals op afbeelding 3.1 is aangegeven. Ook wordt een vrijstaande woning gebouwd aan de Stationsstraat. Deze nieuwbouw, samen met het ontwerp voor de openbare ruimte, zet de Passage weer op de kaart.

Toelichting

13

bestemmingsplan De Passage

Afbeelding 3.1 Stedenbouwkundig plan de Passage (bron: De Zwarte Hond) In totaal worden er circa 150 woningen toegevoegd, onder te verdelen in de segmenten koop, middenhuur en sociale huur. Daarnaast biedt de nieuwbouw ruimte voor bruto vloeroppervlakte (bvo) aan vervangende commerciële en maatschappelijke functies in de plint. Dit is als volgt over de drie kavels verdeeld: Deellocatie

Woningen Type woningen

Kavel 7

59

Kavel 8

43 of 50

Kavel 9

10 of 11*

C1000-locatie

31

11 grondgebonden koopwoningen en 48 koopappartementen 23 sociale huurwoningen en 20 midden huurwoningen of 27 sociale (huur)woningen 5 of 6 koopappartementen en 5 grondgebonden koopwoningen 31 koopappartementen

Stationsstraat 1 1 gondgebonden koopwoning 8-10 Totaal 152 * 11 woningen bij niet invullen commerciële functie

14

Commerciële/ maatschappelijke functie in de plint Van maximaal 1.405 m2 verminderd tot maximaal 1.232 m2

Verandering van functie: 125 m2 Van maximaal 1.627 m2 verminderd tot maximaal 316 m2

1.673 m2

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Kavel 7 Op kavel 7 staat in de huidige situatie één pand (voormalig bankgebouw), daarnaast zijn er een parkeerterrein en een grasveld aanwezig. In de huidige situatie heeft kavel 7 een bestemming 'Gemengd' met ruimte voor commerciële en maatschappelijke functies op de begane grond en wonen op de verdieping. Ook geldt er een bestemming 'Verkeer' ter plaatse van het parkeerterrein. Het voormalig bankgebouw wordt gesloopt. Op kavel 7 worden 59 koopwoningen in de vrije sector toegevoegd. Dit betreft een mix van grondgebonden woningen en appartementen van gedeeltelijk maximaal vier lagen hoog en gedeeltelijk maximaal elf lagen hoog. De elf lagen worden gebouwd in het hoogte-accent van maximaal 35 meter hoog op de hoek van het projectgebied. Deze toren zal dienen als oriëntatiepunt voor Waddinxveen. Alle woningen zijn aaneen gebouwd. Op de begane grond van de hoek is ruimte voor commerciële functies. Op de eerste verdieping van de hoek mogen ook maatschappelijke functies worden gerealiseerd. Hier mogen ook woningen komen. Kavel 7 wordt onderkelderd met een parkeerkelder. Windhinder In het ontwerp is rekening gehouden met valwinden rondom de hoogbouw op kavel 7 door de onderste lagen van de hoogbouw groter uit te voeren waardoor valwinden worden opgevangen. Kavel 8 Kavel 8 ligt in de huidige situatie braak en is deels in gebruik als parkeerterrein en deels als grasveld.

De kavel heeft een bestemming 'Bedrijf' waarbij bedrijven in milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan. Op kavel 8 wordt met de voorgestelde bouwmassa verwezen naar het gebouw van de vroegere spijsfabriek, zowel in uitstraling als in maatvoering. De woningen worden allen aaneengebouwd en zullen drie lagen hoog worden. De gemeente Waddinxveen wil op deze locatie meewerken aan de inpassing van een ouders/kind-initiatief. Het gaat om twee woongroepen van jong volwassenen met een verstandelijke beperking. Zij krijgen elk een zelfstandige woning. De groepen met zelfstandige woningen zijn gesitueerd op de begane grond en de eerste verdieping van het pand. Het bouwdeel heeft een eigen ingang. Op de tweede verdieping komen nog zeven sociale appartementen. In het westelijke bouwdeel zijn nog twintig middenhuur of 27 sociale (huur)woningen voorzien. Kavel 9 Kavel 9 ligt nu braak en is in gebruik als grasveld. Ter plaatse geldt tot vaststelling van onderhavig bestemmingsplan een bestemming 'Gemengd' met ruimte voor commerciële en maatschappelijke functies en horeca op de begane grond en wonen op de verdieping. Op kavel 9 wordt met een hoekstuk aangesloten op de andere blokken. Het blok krijgt een bij de aangrenzende bebouwing passende uitstraling en bouwhoogte (drie bouwlagen).

Hier zijn vijf koopappartementen en vijf grondgebonden woningen voorzien, alsmede de mogelijkheid voor een commerciële of maatschappelijke functie in de plint aan de zijde van de Passage. Mocht deze laatste functie niet ingevuld worden dan mag er op de hoek ook een elfde woning gebouwd worden. C1000-locatie De C1000-locatie ontleent zijn naam aan de voormalige supermarkt. Het pand is er nog altijd aanwezig. Naast en boven de voormalige supermarkt is een appartementencomplex gelegen. Ter plaatse geldt een bestemming 'Gemengd' met ruimte voor maatschappelijke functies op de begane grond en wonen op de verdieping. Het appartementencomplex blijft bestaan, de voormalige supermarkt wordt deels gesloopt.

Toelichting

15

bestemmingsplan De Passage

Een herontwikkeling van de voormalige C1000-locatie kan de openbare ruimte van de Passage verder versterken en de kwaliteit van het gebied verhogen. Ter plaatse van de voormalige supermarkt worden 31 koopappartementen toegevoegd. Aan de Passagezijde en op de hoek mogen commerciële en maatschappelijke functies worden toegevoegd, waaronder één horecavestiging. De nieuwbouw krijgt een hoogte van 11 tot 14 meter, met een tweetal accenten aan de Passage zijde: 17 meter hoog op de hoek en 23 meter hoog ter plaatse van het bestaande appartementencomplex. Stationsstraat 8-10 De kavel Stationsstraat 8-10 ligt nu braak en is in gebruik als grasveld. Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt er een bestemming 'Wonen', maar het bouwen van woningen is pas toegestaan na het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid. Met dit bestemmingsplan is er aan de Stationsstraat 8-10 één nieuwe vrijstaande woning van rechtswege toegestaan. Verkeer en parkeren In het ontwerp is rekening gehouden met voldoende parkeervoorzieningen in het plangebied en voldoende en veilige ontsluitingen van het plangebied. In paragraaf 5.4 wordt hier nader op ingegaan.

16

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI (vastgesteld 11 september 2020, treedt in werking op 1 januari 2024) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (uitgezonderd Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk. Nationale belangen Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen.

De volgende nationale belangen zijn van toepassing op dit plan: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Prioriteiten De NOVI geeft richting met behulp van vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Afwegingsprincipes Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond. Zo wordt 'omgevingsinclusief' beleid gevoerd. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Uitgangspunten voor samenwerking De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij worden vier uitgangspunten gehanteerd: 1.

Er wordt gewerkt als één overheid, samen met de samenleving. 2. De opgave staat centraal.

Toelichting

17

bestemmingsplan De Passage

3. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. 4. Er wordt permanent en adaptief gewerkt aan de opgaven. Brede maatschappelijke betrokkenheid is een voorwaarde voor het slagen van gezamenlijke ambities. Daarom wordt in de NOVI tevens aandacht besteed aan participatie. Participatie vraagt om maatwerk per opgave, gebied en bestuurlijke situatie. NOVI-gebieden Ten slotte worden in de NOVI op vier thema's voorlopig acht zogenaamde NOVI-gebieden benoemd welke onderdeel worden van de Omgevingsagenda. Het Rijk zal in deze gebieden een actieve rol gaan spelen. Het plangebied behoort niet tot één van deze gebieden. Uitvoeringsagenda De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. 4.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland.

Daarmee is de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Hiervoor zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van deze ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de 'behoefte' en het 'bestaand stedelijk gebied'. Tevens is het van belang om te bepalen of de ladder van toepassing is, door te bepalen of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’ in de zin van het Bro. De laddertoets is opgenomen in paragraaf 5.2. Er blijkt voldoende behoefte te zijn aan de woningen die middels dit plan mogelijk worden gemaakt. Het plangebied bevindt zich binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Waddinxveen.

18

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Gezien vorenstaande geldt dat met deze ontwikkeling wordt voldaan aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Omgevingswet: Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en wordt deze vervangen door de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Hoewel de NOVI nog niet van toepassing is, wordt hierop wel voorgesorteerd. De volgende subparagraaf gaat in op de NOVI in relatie tot dit bestemmingsplan. 4.1.3 Afweging en conclusie Rijksbeleid De ontwikkeling van de Passage draagt bij aan het Rijksbeleid door te voorzien in de woningbehoefte. Het dient echter geen echte Rijksbelangen. Dit plan staat het Rijksbeleid daarentegen ook niet in de weg.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie (vastgesteld 20 februari 2019, geactualiseerd in 2023) geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer, energie, landschap en bodem en water. Zuid-Holland staat voor de opgave om de komende jaren een fors aantal woningen te realiseren en om de woningvoorraad te verduurzamen. Opgaven die in Zuid-Holland om ingrijpende keuzes vragen. Daarvoor zijn sturende ruimtelijke concepten nodig. De uitdaging is om de stap te maken naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. De metropolitane ontwikkeling moet op die manier vorm krijgen. Om die vitale samenleving te realiseren is meer nodig dan woningbouw alleen. Het economisch potentieel kan beter benut worden door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden tot één metropolitaan gebied. Het leef- en vestigingsklimaat daarin kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden aan groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. Opgaven omgevingskwaliteit Voor het realiseren van de maatschappelijke belangen werkt de provincie vanuit de zes vernieuwingsambities en vanuit opgaven in het gebied.

Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid, die van provinciaal belang worden geacht. Ten aanzien van wonen heeft de provincie de opgaven 'Wonen' en 'Ruimte en verstedelijking' opgesteld. Onderstaande beleidskeuzes zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling.

Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale

Toelichting

19

bestemmingsplan De Passage

woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. In paragraaf 4.3.2 wordt hierop nader ingegaan. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 4.1.2 en paragraaf 5.2) Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de Omgevingsverordening (zie hierna) een verwijzing opgenomen naar de rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio. Risico's van Klimaatverandering De provincie Zuid-Holland streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuuste provincie in 2050. De provincie wil dan voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast door overvloedige neerslag, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Daarnaast voert de provincie actief beleid om de maatschappelijke kosten van bodemdaling zoveel mogelijk te beperken. Dit heeft direct gevolgen voor locatiekeuze, ontwerp en inrichting van openbare ruimte en gebouwde omgeving. In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat de provincie ernaar streeft om bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen betrokken partijen de uitkomsten uit de klimaatstresstesten expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze en inrichting van het gebied. Dit geldt voor alle risico's die gepaard gaan met klimaatverandering (in ieder geval wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte). Deze risico's hebben naast lokale ook regionale aspecten.

Toetsing aan de Omgevingsvisie Zuid-Holland Voorliggende ontwikkeling voorziet in de toevoeging van circa 150 nieuwe woningen en een kleine oppervlakte commerciële en horecafuncties in bestaand bebouwd gebied in de kern van Waddinxveen. Het plan voorziet in de transformatie van dit bestaand bebouwd gebied. In paragraaf 5.2 wordt de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Daaruit blijkt dat er behoefte is en dat de voorgenomen ontwikkeling passend is. Tevens wordt in de ontwikkeling rekening gehouden met voldoende water, groen en parkeerplaatsen. De ruimtevraag voldoet verder aan de wettelijke eisen, zie hiervoor ook Hoofdstuk 5. 4.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Naast de Omgevingsvisie is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening opgesteld. Deze verordening is vastgesteld 15 december 2021 en daarna meerdere malen gewijzigd (laatste actualisatie 2023). De regels in de verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. De Omgevingsverordening stelt algemene regels aan bestemmingsplannen met als doel het veiligstellen van de provinciale belangen. In de Omgevingsverordening wordt voor een aantal onderwerpen regels gesteld die door de rijksoverheid bij provincies zijn neergelegd ter verdere uitwerking en/of aanvulling in een provinciale verordening.

Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen: Provinciale vaarwegen Regionale waterkeringen Gebieden met waterkwantiteitsnorm en waterschappen Milieubeschermingsgebieden voor grondwater Stiltegebieden

20

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Natuurnetwerk Nederland Archeologische waarden Ontgrondingen Kantoren en detailhandel Greenports Recreatietoervaartnet Veiligheid Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën Cultureel erfgoed Windenergie Gebieden met verplichte peilbesluiten Voor het plangebied zijn de onderwerpen 'regionale waterkeringen' en 'ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën' van belang. Voor de aanwezige regionale waterkering is het Hoogheemraadschap van Rijnland verantwoordelijk. Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit zijn onderstaande paragrafen uit de verordening van toepassing: § 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Bij de ontwikkeling van de Passage wordt rekening gehouden met het bepaalde in § 7.3.7 van de Omgevingsverordening. Gelet op de huidige gebiedsidentiteit is sprake van inpassen, waarbij de ruimtelijke kwaliteit verbetert. De nieuwbouw sluit aan op het stedenbouwkundig kader. De ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een binnenstedelijk gebied waarbij circa 150 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Daarnaast biedt de nieuwbouw ruimte voor bruto vloeroppervlakte (bvo) aan nieuwe commerciële en horecafuncties in de plint. Er wordt echter ook oppervlakte commerciële en horecafuncties onttrokken aan het plan. De nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op de stedenbouwkundige identiteit en schaal van het gebied. Voor het gehele plan is een separaat beeldkwaliteitsplan opgesteld.

§ 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen In dit plan wordt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Hiervoor is in paragraaf 5.2 een ladderonderbouwing opgenomen waarin de behoefte is beschreven. Daarnaast betreft het een binnenstedelijke ontwikkeling. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen als bedoeld in § 7.3.8 van de Omgevingsverordening. 4.2.3 Afweging en conclusie provinciaal beleid Het initiatief sluit aan bij provinciaal beleid. Het betreft een binnenstedelijke ontwikkeling waaraan voldoende behoefte bestaat en daarmee is het initiatief in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop De Greenport regio Boskoop heeft een echte centrumpositie in Nederland. Om die positie te kunnen vasthouden en uitbouwen, is met overtuiging gekozen voor ontwikkeling van de Greenport regio Boskoop. Om gestalte hieraan te geven is in opdracht van de toenmalige gemeente Boskoop, mede namens de gemeenten Reeuwijk, Rijnwoude en Waddinxveen, in 2011 de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop (hierna: ISV) opgeleverd en in 2020 herzien. De ambitie die in deze Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop (ISV) is verwoord, ligt in het ontwikkelen van een sterke, duurzame en beleefbare Greenport in een leefbare omgeving. Een sterke Greenport wordt bereikt door de centrumfunctie te versterken, de eigen identiteit te

Toelichting

21

bestemmingsplan De Passage

versterken en door een betrouwbare bereikbaarheid te waarborgen. Kernbegrippen zijn compactheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. De duurzame Greenport ontstaat allereerst door efficiënt ruimtegebruik, bundelen, concentreren en herstructureren. Ook moet de wateropgave structureel geregeld worden, met duurzaam waterbeheer en voldoende zoet watervoorziening. De beleefbare Greenport richt zich op het verkrijgen van meer uitstraling. Een Greenport die aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers van het Groene Hart. Op die manier vormt de Greenport een schakel tussen de stedelijke gebieden en het open veenweidegebied. Het gaat ook om een Greenport die herkenbaar is als economisch centrum van de boomsierteelt, zichtbaar vanaf de hoofdinfrastructuur. De leefbaarheid van de omgeving wordt vergroot door verkeersoverlast te voorkomen, mede dankzij de voorgenomen infrastructurele verbeteringen. Ook de woonfunctie kan versterkt worden met de ontwikkeling van de Greenport. Met het oog op een leefbare omgeving stelt de intergemeentelijke structuurvisie twee doelen: 1. Verkeersoverlast voorkomen 2. Wonen in kernen versterken, met bijzondere woonlocaties. Verkeersoverlast voorkomen Diverse maatregelen kunnen verkeersoverlast reduceren, bijvoorbeeld door diverse wegen te ontlasten van zwaar verkeer.

Daarnaast dient te worden ingezet op betrouwbare bereikbaarheid met het oog op een verbetering van het leefklimaat in de kernen. Ten slotte kan door het gebruik van duurzame mobiliteit het gebruik van fossiele brandstoffen en schadelijke uitlaatgassen worden verlaagd en ontstaat een gezondere en veiligere leefomgeving. Wonen in kernen versterken, met bijzondere woonlocaties Bij het toevoegen van woningen (o.a. via Ruimte-voor-Ruimte) dient overwegend sprake te zijn van de toevoeging van een bijzonder woonmilieu, waarbij een meerwaarde voor de woonkern ontstaat, bijvoorbeeld in de vorm van recreatief medegebruik, zoals een wandelpad met groene beleving of een landschapstuin. Belangrijke structuurdragers als watergangen, bestaande houtakkers of bomenrijen blijven daarbij gehandhaafd of worden nieuw aangelegd. Daarenboven zal rekening worden gehouden met de woningbehoefte en nieuwe woonconcepten, passend binnen de lokale en regionale woonvisies. Het plangebied de Passage is in de visie aangemerkt met een aanduiding 'kwaliteitsverbetering centra'.

22

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Afbeelding 4.1 Uitsnede Visiekaart Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop Partiële herziening 2020 4.3.2 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau.

Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019. Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede

Toelichting

23

bestemmingsplan De Passage

samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat; duurzaamheid; wonen en zorg; betaalbaarheid/toegankelijkheid; beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie en een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer. De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. De gemeente Waddinxveen behoort qua woonprofiel in de subregio in de categorie 'Middelgroot', vergelijkbaar met Bodegraven, Nieuwerkerk en Schoonhoven.

Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. In de tabel wordt de toekomstwaarde van het woonmilieu weergegeven: hoe groener, hoe hoger de toekomstwaarde (Bron: Marktonderzoek Regio Midden-Holland, Fakton). Tabel 4.1 Toekomstwaarde van het woonmilieu in Waddinxveen (Bron: Marktonderzoek Regio Midden-Holland, Fakton)

4.3.3 Afweging en conclusie regionaal beleid Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de woonfunctie in het centrum van Waddinxveen versterkt. De ontwikkeling draagt bij aan een sterke greenport doordat de centrumfunctie wordt versterkt. Daarnaast wordt de gehele openbare ruimte in het plangebied aangepakt. Hiermee wordt de leefbaarheid in de omgeving versterkt. Gelet hierop kan dan ook gesteld worden dat het project aansluit op de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen (zie paragraaf 5.2). Plannen waarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden doorlopen, worden regionaal afgestemd. Deze locatie is één van de Waddinxveense projecten in de bijlagen bij de RAW, wat inhoudt dat er in regionaal verband behoefte is aan deze woningen en dat hierover in voldoende mate door de regio afstemming heeft plaatsgevonden.

24

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Daarmee is dit bestemmingsplan in overeenstemming met het regionaal beleid.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 Op 12 oktober 2022 stelde de gemeenteraad van Waddinxveen de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vast. De gemeente Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid en blijft groeien. Mede daardoor staat de gemeente voor grote opgaven. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig met bijbehorende voorzieningen en verkeersdoorstroming. Waddinxveen moet een prettige omgeving blijven om te wonen, te werken en vrije tijd door te brengen. Tegelijkertijd moeten natuur en biodiversiteit beschermd en hersteld worden en moet het mogelijk blijven te recreëren in het landschap. Er is een grote klimaatopgave. Maatschappelijke verhoudingen veranderen en inwoners en bedrijven nemen steeds vaker het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken. De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen meer ruimte dan die zomaar beschikbaar is. De omgevingsvisie geeft de koers voor het evenwichtig vormgeven van de groei van Waddinxveen. De ambities van de gemeente Waddinxveen voor 2050 laat zich vatten in drie pijlers die ieder zijn uitgewerkt in drie thema's: Veelzijdig polderlandschap 1. robuust groen; 2. klimaatbestendig; 3. energieneutraal en circulair. Goed leven tussen stad en land 1. sociaal en inclusief; 2. wonen en voorzieningen; 3. een gezonde leefomgeving.

Innovatieve knoop aan de Gouwe 1. economisch gezond; 2. innovatieve economie; 3. emissieloos bereikbaar. De Passage is in de omgevingsvisie aangewezen als woongebied waar planvorming voor woningbouw loopt. In het gehele woongebied wordt ingezet op het verbeteren van de fietsinfrastructuur en verbindingen met de fiets. Voor de auto komt er een dekkend laadpalennetwerk. In de woonwijken wordt sterk ingezet op het stimuleren van zon op dak en op klimaatadaptatie. De gemeente is ingedeeld in deelgebieden. Per deelgebied is een koers beschreven. Het plangebied is gelegen in het deelgebied Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier, om meer specifiek te zijn in het Sleutelkwartier. De volgende koers en kansen zijn gedefinieerd voor het Sleutelkwartier: Klimaatadaptie, biodiversiteit. Toevoegen woningbouw, beleving en levendigheid in het Sleutelkwartier. De omgevingsvisie werkt door in omgevingsplannen (thans nog bestemmingsplannen) en in programma's. 4.4.2 Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied Het Station tot Brug-gebied (verder genoemd: SB-gebied) is centraal gelegen in Waddinxveen, tussen de spoorlijn en de Gouwe. Het gebied is goed bereikbaar met zowel het openbaar vervoer als de auto en is daarmee een belangrijke entree voor Waddinxveen. Het gebied vormt een belangrijk onderdeel van de historische kern van Waddinxveen.

Toelichting

25

bestemmingsplan De Passage

Afbeelding 4.2: Afbakening van het Station tot Brug-gebied (bron: Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied, 2017) De ruimtelijke kwaliteit van het SB-gebied is op dit moment matig. De stedenbouwkundige invulling van het gebied is op veel plekken onsamenhangend en rommelig. Een behoorlijk aantal locaties in het SB-gebied vraagt nu of op termijn om een herontwikkeling. Mede door de opening van Gouweplein in 2014 zijn er veel locaties beschikbaar gekomen. Ook de kwaliteit van de openbare ruimte kan verbeteren. Een kwaliteitsimpuls is wenselijk voor een aantrekkelijk en leefbaar SB-gebied. Het doel is een kwaliteitsimpuls voor het SB-gebied, enerzijds voor diverse ontwikkellocaties en anderzijds voor de openbare ruimte. De ontwikkelvisie, opgesteld in 2017, biedt hiervoor realistische kaders en uitgangspunten. In totaal behelst de totale herontwikkeling 10 ontwikkellocaties (zie afbeelding 4.3). Binnen het plangebied de Passage bevinden zich 3 ontwikkellocaties: kavel 7, 8 en 9.

26

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

Afbeelding 4.3 overzicht van de tien ontwikkellocaties binnen het SB-gebied. De locaties 7 t/m 9 bevinden zich binnen het plangebied de Passage (bron: Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied, 2017) Kavels 7 en 9: Passage noord- en zuidzijde Vanwege de opening van het Gouweplein is de detailhandel in de Passage grotendeels verdwenen. De bebouwing is gesloopt en beschikbaar voor herontwikkeling. Kavel 8: Voormalige Spijsfabriek Vanwege de sloop van de Spijsfabriek heeft het grootste deel van de locatie geen functie meer en is deze locatie beschikbaar voor herontwikkeling. Stedenbouwkundige kaders Nieuwe bebouwing op ontwikkellocaties dient kwalitatief hoogwaardig te zijn en zorgvuldig te worden ingepast in diens omgeving. Daarom zijn voor het SB-gebied stedenbouwkundige kaders ontwikkeld. Stedenbouwkundig zijn er twee belangrijke aandachtspunten: 1. Op dit moment is er in het SB-gebied op diverse plekken sprake van een minimale ruimtelijke kwaliteit en samenhang. Dit komt door de diverse braakliggende locaties, waardoor er gaten zijn en er zicht is op achterkanten. Dit geeft een rommelig beeld; 2. Het SB-gebied is één van de oudere delen van Waddinxveen. Door de historische waarden in het gebied te herstellen of te benadrukken, ontstaat er extra kwaliteit. Bij de herontwikkeling van de ontwikkellocaties kan dit door samenhangende bebouwing en rooilijnen.

Ook bij de verbetermogelijkheden voor de openbare ruimte is dit een belangrijk element. Functionele kaders De nieuwe functies op de ontwikkellocaties dienen een toegevoegde waarde te hebben voor Waddinxveen. Er dient behoefte aan te zijn en de functies dienen niet ongewenst te concurreren met andere functies binnen Waddinxveen. Er is een marktonderzoek uitgevoerd om de meest kansrijke functies voor het gebied te bepalen. Dit zijn: wonen; maatschappelijke voorzieningen gericht op zorg.

Toelichting

27

bestemmingsplan De Passage

Openbare ruimte De openbare ruimte vormt de verbinding tussen de verschillende ontwikkellocaties. Eén van de zwakke punten van het SB-gebied is het ontbreken van samenhang, zowel met betrekking tot bebouwing als tot openbare ruimte. Er wordt ingezet op een heldere structuur met een eenduidige inrichting van de openbare ruimte, met het herstel van het historische lint aan de Kerkweg als speerpunt. Het geeft extra kwaliteit als de historische waarden in het gebied hersteld en/of benadrukt worden, bijvoorbeeld door: een begeleidende bomenstructuur; het terugbrengen van open water in het Passagegebied. 4.4.3 Ambitiedocument Gebiedsontwikkeling de Passage In het ambitiedocument Gebiedsontwikkeling de Passage (29 november 2021, vastgesteld door de raad op 26 januari 2022) zijn aan de hand van een historische en een stedenbouwkundige analyse zeven leidmotieven opgesteld aan de hand waarvan het stedenbouwkundig plan de Passage ontwikkeld is en stedenbouwkundige kwaliteit behaald kan worden. De leidmotieven zijn: 1. gebruik de gebouwen om een goede straat te maken; 2. maak duidelijk welke ruimte voor wie bedoeld is; 3. zorg voor een verrassende vanzelfsprekendheid; 4. ontwerp voor voetgangers en fietsen, zij maken het gezellig; 5. ontwerp een aantrekkelijk en vitaal straatbeeld; 6. eigentijds Waddinxveens: stoer en verfijnd; 7. ontwerp tijdloos en duurzaam. 4.4.4

Woonzorgvisie en woningbouwprogramma

Woonzorgvisie 2035 De Woonzorgvisie 2035 gaat in op de duurzame huisvesting van de huidige en toekomstige inwoners van Waddinxveen, de vraag en het aanbod en de bestaande en gewenste woningvoorraad. Het doel is om vraag en aanbod zoveel mogelijk bij elkaar te brengen: voor iedereen een passende woonruimte. De visie gaat niet alleen over het aantal woningen, maar ook om de kwalitatieve kant: betaalbaar, toegankelijk en duurzaam. Het doel van de woonzorgvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen (de woning en de woonomgeving) en de woningmarkt in Waddinxveen. Vier pijlers geven vorm aan dit doel: Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid Passende huisvesting kan voor iedereen iets anders betekenen. Er moet variatie zijn in het woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De gemeente wil kwaliteit en diversiteit bieden, zowel qua woning als qua woonomgeving. Voor sommige doelgroepen zijn onvoldoende woningen beschikbaar. Om deze doelgroepen te kunnen bedienen, zal de woningvoorraad moeten worden aangepast en aangevuld. Hierbij gaat het zowel om aanpassingen in de bestaande voorraad als om de toevoeging van nieuwbouwwoningen. Belangrijk is de bouw van levensloopgeschikte woningen.

Dit zijn zelfstandige woningen die geschikt zijn (te maken) voor bewoning in alle levensfasen, met minimale fysieke inspanning en minimale kans op ongevallen. Levensloopgeschiktheid in nieuwe woningen is tot op zekere hoogte gewaarborgd via het Bouwbesluit. Pijler 2: Wonen, zorg en welzijn Prettig wonen hangt voor een groot deel samen met contact hebben met anderen en worden ondersteund wanneer dat nodig is. Dit gebeurt steeds vaker in de eigen woning. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin dit kan, zowel in de bestaande voorraad als nieuwbouw. Ook de openbare ruimte en voorzieningen in de nabije omgeving kunnen ontmoeting en welbevinden stimuleren. Samenwerking met de samenleving en andere partners, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties en

28

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

scholen staat voorop. Pijler 3: Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen, bestaande woningen te verduurzamen en door bewustwording en gedragsverandering van bewoners, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan het voorkomen van uitputting van fossiele brandstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Pijler 4: Leefbaarheid Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. De woonomgeving draagt bij aan de gezondheid van de inwoners. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed. Doel is om dit zo te houden en op wijk- en buurtniveau in te zetten op de punten waar verbetering nodig is en zoveel mogelijk samen en met de bewoners. Leefbaarheid is niet alleen fysiek. Het doel is om de sociale cohesie in de buurten en wijken te bevorderen, zodat eenzaamheid kan worden voorkomen. Woningbouwprogramma Om aan de vraag te voldoen is het van belang inzicht te hebben in het gewenste programma voor Waddinxveen voor de komende jaren.

Er is veel vraag naar woningen in de grote steden, maar ook in de gebieden langs de A12, waaronder Waddinxveen. Waddinxveen heeft veel ruimte om woningbouwplannen te realiseren. Naast de uitbreidingslocaties Park Triangel en ’t Suyt zet de gemeente in op binnenstedelijke herontwikkeling en transformatie van vastgoed. Eén van de belangrijkste (transformatie)gebieden voor de komende jaren is het gebied van Station tot Hefbrug. In dit gebied worden onder andere voormalige detailhandel- en bedrijfsbestemmingen getransformeerd naar een gebied voor wonen ondersteund door aanvullende voorzieningen. Deze locatie ligt binnen de invloedssfeer van station Waddinxveen. Vanwege het grote aantal scheefwoners zet de gemeente in op doorstroming door meer huurwoningen te realiseren voor de middeninkomens. Voor de doorstroming is het ook relevant om woningen te realiseren in de goedkope en middeldure koop. Om te voldoen aan de vraag naar meer luxe woonmilieus, wordt ook ingezet op duurdere koopwoningen. 4.4.5 Verordening middenhuurwoningen Waddinxveen Er worden in Waddinxveen te weinig middenhuurwoningen gerealiseerd voor de middeninkomens die niet kunnen huren in de sociale huursector maar door omstandigheden ook geen woning kunnen kopen.

Doel van de Verordening middenhuurwoningen Waddinxveen (2020) is om de maximale huurprijs te reguleren om de woningen financieel bereikbaar te houden voor de doelgroep middeninkomens, het minimale instandhoudingstermijn vast te leggen en een minimale kwaliteit van de woning te garanderen. Voor sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en particulier opdrachtgeverschap is binnen Waddinxveen geen aanvullende regeling nodig. 4.4.6 Koers naar Duurzaam Waddinxveen De gemeente Waddinxveen wil bijdragen aan de omslag naar een samenleving die beter in balans is. Zij doet dit door te werken aan andere vormen van energie en warmte (de energietransitie, waaronder de warmtetransitie) en aan een overgang naar een circulaire economie en door rekening te houden met de verandering van het klimaat (klimaatadaptatie) en onze natuur te herstellen (biodiversiteitsherstel). In het koersdocument Koers naar Duurzaam Waddinxveen (2021), wil de gemeente deze opgaven kwantitatief inzichtelijk maken. In het koersdocument worden de wettelijke en (inter)nationale doelen vertaald naar Waddinxveen. Eveneens wordt beschreven hoe deze doelen te bereiken. Het koersdocument is gebaseerd op en een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050.

Toelichting

29

bestemmingsplan De Passage

De missie op de toekomst van Waddinxveen is als volgt geformuleerd: Waddinxveen wordt uiterlijk in 2050 een circulaire en groene gemeente met schone energie waarbij gelijktijdig doorgewerkt wordt aan het behoud en versterken van een goede sociale basis. In 2030 is Waddinxveen op de helft van deze opgave en transitie. Het koersdocument biedt een duurzaamheidskompas dat een kort analyse geeft van de huidige situatie. Er worden vier noodzakelijke transities inzichtelijk gemaakt: 1. energietransitie; 2. klimaatadaptatie; 3. circulaire economie; 4. biodiversiteit. De vier transities worden beschreven en vertaald naar de te behalen resultaten per doelgroep (inwoners, ondernemers en gemeente). Bijvoorbeeld: 2000 woningen aardgasvrij in 2030 omdat dat bijdraagt aan de CO2-reductie doelstellingen van de energietransitie. Het koersdocument draagt geen ‘voorgeschreven’ inhoudelijke oplossingen aan. Hoe die CO2 terug gebracht gaat worden, wordt (nader) uitgewerkt in onderliggende analyses zoals de Transitievisie Warmte (TVW) en de Regionale Energiestrategie. Het koersdocument nodigt iedereen uit om bij te dragen aan het behalen van de resultaten. 4.4.7 Beleidsnota Klimaatadaptatie en Biodiversiteit (fase II) Vanuit het 'Koersdocument duurzaam Waddinxveen' worden verschillende thema’s uitgewerkt om vervolgens te landen in het uitvoeringsprogramma duurzaamheid.

De thema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit worden integraal uitgewerkt. Vergroenen en groen is immers voor beide thema’s erg belangrijk. Deze uitwerking is beschreven in de beleidsnota Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Deze nota bestaat uit twee delen, elk voor één fase van de uitwerking. In de eerste fase van de uitwerking is een feiten- en risicoanalyse voor biodiversiteit en klimaatadaptatie uitgevoerd. In de tweede fase is per gebied gekeken naar passende maatregelen en kansen. Voor biodiversiteit zijn de maatregelen per buurtcluster omschreven. Voor het onderdeel klimaatadaptatie is een beschrijving op buurtniveau opgenomen. Voor de Passage zijn de volgende beleidsuitspraken relevant. Biodiversiteit Voor het gebied 'Bebouwd Zuidoost' (bebouwde kom van Waddinxveen gelegen zuidelijk van woonzorgcentrum Souburgh en oostelijk van de spoorlijn), waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt, zijn diverse maatregelen (voor de korte en lange termijn) genoemd die de biodiversiteit in het gebied verbeteren. Daarbij gaat het om het aanbrengen van specifieke, inheemse beplanting, inrichting van natuurvriendelijke oevers, plaatsen van nestkasten voor vleermuizen en vogels en (andere) ecologische beheersmaatregelen. Klimaatadaptatie Voor de buurt 'Centrum' zijn wateroverlast, bodemdaling en hittestress de aandachtspunten.

Het beleid is gericht om wateroverlast bij winkels en andere panden te voorkomen door, waar mogelijk, infiltratievoorzieningen en waterberging te realiseren. Hittestress kan worden beperkt door koele looproutes of plekken bij winkelcentra en door groene en schaduwrijke fiets- en wandelroutes.

30

Toelichting

bestemmingsplan De Passage

4.4.8 Mobiliteitsplan Het 'Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020' (op moment van ter visie leggen van dit bestemmingsplan nog steeds geldend beleid) is op 26 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. 4.4.9 Parkeerbeleid In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld (bij bestemmingsplan vastgelegd in 2018). Hierin beschrijft de gemeente hoe wordt omgegaan met parkeernormen. Het parkeerbeleid is met name gericht op de bebouwde kom. Voor de parkeernormen wordt de CROW publicatie 317 als uitgangspunt gehanteerd. De gemeente kan ervoor kiezen om gemotiveerd van de richtlijnen af te wijken. 4.4.10 Groenstructuuren Groenbeleidsplan 'Waddinxveen Hart voor Groen' In mei 2016 heeft de gemeenteraad het Groenstructuur en Groenbeleidsplan 'Waddinxveen Hart voor Groen' vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15148487/2