De Passage Toelichting Bijlage 3 M.e.r.-beoordelingsbesluit
Tekst van het document
M.e.r.-beoordelingsbesluit De Passage 1
Aanleiding
In verband met de voorgenomen ontwikkeling van de gemeente Waddinxveen in samenwerking met Gemiva hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het herinrichten van de Passage, waarbij er een mix ontstaat van woningen (huur, koop, grondgebonden en gestapeld) en ondersteunende functies (gericht op dienstverlening, ambacht en zorg). Circa 1.100m2 commerciële ruimten (detailhandel en horeca) wordt verplaatst binnen het plangebied. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.
2
Besluit
Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door de gemeente Waddinxveen in samenwerking met Gemiva geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan (NL.IMRO.0627.bpDePassage2023-0301) maakt onderdeel uit van dit besluit.
3
Rechtsmiddelen
Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.
4
Procedure
De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.
5
Overwegingen
De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag: 5.1
Toetsingskader
De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D11.2. In kolom 2 van D11.2 is de m.e.r-beoordelingsdrempel opgenomen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer,
2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). Deze criteria omvatten: - de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); - de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); - soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid). Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. 5.1.1 De kenmerken van het project De omvang van het project Het toevoegen van circa 160 woningen, herstructureren en indelen van 1100m2 aan commerciële ruimte in het plangebied De Passage in Waddinxveen tussen Stationsplein/ Prinses Beatrixlaan en Juliana van Stolberglaan.
De cumulatie met andere projecten De ontwikkeling van de Passage maakt onderdeel uit van een groter aantal ontwikkellocaties in Waddinxveen die allemaal zijn gelegen tussen het station en de hefbrug. Deze ontwikkellocaties staan gezamenlijk bekend als het Sleutelkwartier. Een aantal van deze locaties is al gerealiseerd of in uitvoering. Vooruitlopend op de uitvoering van de Passage worden het Raadhuisplein en de locatie Stationsstraat 5 ontwikkeld tot woningbouwlocatie, hiervoor zijn reeds bestemmingsplannen vastgesteld. Er is geen sprake van cumulatie met deze of andere projecten. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen worden beperkt toegepast Verontreiniging en hinder Er is sprake van beperkte hinder als gevolg van dit plan. Risico van ongevallen Als gevolg van de aanleg en het gebruik van de woningen en de nieuwe functies is er geen toename van het risico op ongevallen te verwachten. 5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik Het plangebied wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk woonbebouwing. Deze woonbebouwing komt in verschillende typen voor. Appartement is het meest voorkomende woontype. De Passage kenmerkt zich vooral door haar autovrije verbinding tussen Kerkweg-oost en Kerkweg- west. Daarnaast komen er enkele maatschappelijke locaties voor, zoals de Kruiskerk, en gemengde locaties.
Bij de gemengde locaties wordt wonen gecombineerd met bedrijven/ winkels. Tegenwoordig is de Passage een open gebied waar samenhang ontbreekt. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het plangebied kent geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Het opname vermogen van het natuurlijke milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, HA/ Richtlijnengebied, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historische cultureel of archeologische gebieden van belang
Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken.
Met betrekking tot de plaats van het project is ecologie relevant. Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), weidevogelgebieden of andere door de Wet natuurbescherming beschermde gebieden. Het plangebied is eveneens niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Directe verstoring, anders dan die van stikstofdepositie, als gevolg van de voorgenomen activiteiten zijn niet te verwachten. De Natura 2000-gebieden zoals ‘Broekvelden, Vettenbroek & polder Stein’ liggen op circa 6 kilometer afstand, waardoor verstoring door licht, zicht, trillingen, geluid, verdroging of vernatting en dergelijke kunnen worden uitgesloten. Uit berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat er in de permanente gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie wordt berekend. Uit de AERIUS Calculator blijkt dat er ook tijdens de tijdelijke aanlegfase geen toename in stikstofdepositie wordt berekend (0,00 mol N/ha/j). Hierdoor kunnen significant negatieve effecten binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. In en in de nabijheid van het plangebied aanwezige bebouwing vormt geschikt leefgebied voor verschillende vleermuissoorten, huismussen en gierzwaluwen. Deze kunnen verstoord worden. Algemene broedvogels kunnen in vrijwel het gehele plangebied tot broed komen.
Door het nemen van maatregelen kan overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voor (algemene) broedvogels, vleermuizen en amfibieën worden voorkomen. In sommige gevallen zijn eerst nog vervolgstappen noodzakelijk. Het plangebied is niet gelegen in een gebied waar de milieukwaliteitsnormen worden overschreden. De locatie betreft een binnenstedelijk gebied dat niet gerekend kan worden tot een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid. Het plangebied is ook niet gelegen in of in de nabijheid van een landschap van historisch, cultureel of archeologisch belang. 5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (Geografisch en grootte getroffen bevolking) De effecten zijn beperkt en treden hooguit lokaal op. Het effect op het woon- en leefklimaat in de omgeving zijn nihil. De beperkte effecten in het plangebied zijn te ondervangen middels maatregelen. Zo worden maatregelen genomen om ter bescherming van beschermde diersoorten; vleermuizen, broedvogels met en zonder jaarrond beschermd nest en amfibieën. Daarnaast worden voor een aantal woningen hogere waarden verleend. Grensoverschrijdend karakter Niet van toepassing Orde van grootte en complexiteit effect Het effect van het planvoornemen (bouwen/aanleggen en gebruiken) is beperkt en niet complex.
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Er zal geen sprake zijn van potentieel aanzienlijke effecten permanent van aard, zoals in het vorenstaande is aangetoond. Tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden worden effecten verwacht, maar deze zijn beperkt en tijdelijk van aard. 5.2
Conclusie
Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig. Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen.