CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

d. BSGR Begroting 2024-2027

Besluitvormende raadsvergadering 31 mei 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2024-2027 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland22.462 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Duidelijk is daarnaast wel dat de BSGR als uitvoeringsorganisatie als gevolg van externe factoren de kosten de komende jaren zal zien oplopen Nieuw informatiemodel voor de WOZ De Waarderingskamer heeft, samen met een aantal betrokken partijen, een nieuw informatiemodel voor de WOZ opgesteld (IMWOZ) welke de basis moet gaan vormen voor de specificaties van de inhoud van de Basisregistratie WOZ, de Landelijke Voorziening WOZ en verdere registraties die gemeenten en samenwerkingsverbanden voeren voor de uitvoering van de Wet WOZ. De belangrijkste wijzigingen die hierin benoemd worden zijn: • Andere modellering van gegevens van belanghebbenden: alleen natuurlijke personen of nietnatuurlijke personen kunnen in de nieuwe situatie belanghebbende zijn waardoor minder synchronisatieproblemen optreden (aangevuld met meer flexibiliteit voor aanvullende tenaamstelling); • Landelijke uniformering typering WOZ-objecten en WOZ-deelobjecten (mede ter voorbereiding op de SOR)

Begroting 2024-2027 • •

20

Afzonderlijk vastleggen van fysieke en taxatiekenmerken (mede ter voorbereiding op de SOR) IMWOZ als stap richting Common Ground: gegevensbestanden worden losgemaakt van functionele applicaties zodat diverse functionele applicaties gebruik kunnen maken van dezelfde gegevensbestanden en hier ook in of op kunnen muteren. (StUF-)XML-berichten worden op den duur vervangen door API-specificaties. Voor het muteren en massaal onttrekken van gegevens blijven nog wel StUF-XML berichten gedefinieerd (StUF WOZ 3.20).

Op basis van het uitgebrachte eindrapport ‘aanvullend kostenonderzoek IMWOZ (uitgevoerd door VNG Realisatie) zijn enkele conclusies getrokken met betrekking tot de te maken kosten welke voor de implementatie door gemeenten en samenwerkingsverbanden gemaakt zouden moeten worden en worden suggesties voor vervolgstappen gedaan. Het bepalen van de impact vraagt een diepgaander onderzoek waarbij ook de softwareleveranciers betrokken moeten (gaan) worden. Vooralsnog is de conclusie gerechtvaardigd dat de zeer hoge kosten van IMWOZ niet worden gecompenseerd door dito baten. Rijksprogramma Regie op Gegevens (RoG) Het programma ‘Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening en handelt in opdracht van de ministeries van BZK en EZK. Specifiek voor het WOZ-domein kan gedacht worden aan het permanent ‘openzetten’ van objectgegevens. Door de vele lopende ontwikkelingen, de toegenomen werkdruk door, met name (NCNP)bezwaren en de uitdagende arbeidsmarkt zal deze ontwikkeling waarschijnlijk op korte(re) termijn slechts beperkt tot uitvoering kunnen worden gebracht; controle en analyse door de medewerkers (ook in verband met synchroon houden van koppelingen tussen basisregistraties) blijft immers noodzakelijk.

De ontwikkeling van een nieuwe generatie taxatiemodellen Voor de traditionele taxatiemodellen gebaseerd op sec vergelijkings- of (lineaire) regressiemethodieken, zoals bij het huidige taxatiemodel van de BSGR, zal innovatie en aanvullende ontwikkeling richting integratie met Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning (ML) de komende jaren noodzakelijk worden. Deze nieuwe generatie taxatiemodellen kan flexibeler gebruik maken van verschillende vormen van informatie en (open) data. De ontwikkelingen en mogelijkheden zullen in de komende jaren nauwlettend gevolgd worden. Vanaf 2023/2024 zal onderzocht worden of de strategische ontwikkeling van het Waarderingspakket van Centric in de nabije toekomst kan voldoen aan de noodzakelijke ontwikkelingen. Transparantie en uitlegbaarheid Het uiteindelijke doel blijft, binnen de context van de geldende eisen voor de uitvoering van de WOZwerkzaamheden, dat de aansluiting op marktwaarde zo maximaal/optimaal mogelijk is. Aan de hand van (internationale) standaarden wordt de kwaliteit van de taxatiemodellen door de BSGR lopend het proces gecontroleerd en uiteindelijk door de Waarderingskamer getoetst.

Naast het kunnen bepalen van een zo juist mogelijke taxatiewaarde zal er ook, in navolging van het advies uit het WODC-rapport, aandacht nodig zijn voor transparantie en uitlegbaarheid en het betrekken van burgers in de totstandkoming van de WOZ-waarde voor woningen. Het in 2023, voor elke gemeente binnen de BSGR, opgesteld verantwoordingsdocument zal jaarlijks herzien worden aan de hand van de wijzigingen en doorgevoerde aanpassingen in de inrichting van het WOZ-proces, de vakbekwaamheidseisen en de wijze waarop de WOZ-waarden tot stand zijn gekomen. De aankomende jaren zal het gemoderniseerde taxatieverslag ook geïmplementeerd en doorgevoerd gaan worden. Hierin zal dan ook een verwijzing plaatsvinden naar het bovengenoemde verantwoordingsdocument. Door het gebruik van foto's, grafieken en kaartjes wordt echter van de taxatie-applicaties andere functionaliteit gevraagd bij het (massaal) vervaardigen van dit type taxatieverslag. Uit een pilot zal duidelijk moeten worden of het (massaal) vervaardigen en ter beschikking stellen, onder ander via MijnOverheid, ook überhaupt uitvoerbaar is.

Onderzoek bezwaren in relatie tot toegekende kostenvergoeding NCNP-bureaus De grote hoeveelheid af te handelen (gestandaardiseerde) bezwaarschriften welke worden ingediend door No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus die namens woningeigenaren bezwaar maken tegen de WOZwaarde heeft als gevolg dat er toenemende zorgen zijn rondom de grenzen van de uitvoeringsactiviteiten. De tijdigheid van de afhandeling van bezwaarschriften komt hiermee in het

Begroting 2024-2027

21

geding maar in het verlengde daarvan mogelijk ook het tijdig bekend maken van de WOZ-waarden in de daaropvolgende beschikkingsronde. Inmiddels is duidelijk dat onder andere het sentiment rondom de marktontwikkelingen op de woningmarkt en de reclamespotjes van de NCNP-bureaus op radio en televisie een onbeheersbare toename van bezwaarschriften met zich meebrengen. Door de tot op heden uitblijvende wijziging/aanpassing op de bestaande wet- en regelgeving, waardoor het verdienmodel van deze bureaus intact is gebleven, zal de dienstverlening de komende jaren dusdanig onder druk komen te staan dat er keuzes gemaakt zullen moeten gaan worden in kernprocessen. De tijdslijnen van de afhandeling van de bezwaren en de herwaarderingsactiviteiten zijn naar alle waarschijnlijkheid niet meer verenigbaar, niet in de laatste plaats door de vastlopende dossiers in de beroepsfase bij zowel de uitvoeringsorganisatie als de rechtbanken. De recent door 15 belastingkantoren ondertekende brief aan de staatssecretaris van Financiën Fiscaliteit en Belastingdienst over dit onderwerp heeft erin geresulteerd dat staatsecretaris Van Rij heeft aangekondigd om nog voor de zomer de Tweede Kamer te informeren over de te nemen maatregelen en plannen.

De beoogde wettelijke aanpassingen zijn er onder andere op gericht om de (proceskosten)vergoedingen meer in verhouding te brengen met het werk dat door de NCNP bureaus wordt verricht. Het verdienmodel zou daardoor een stuk minder aantrekkelijk moeten worden. Daarnaast zou de vergoeding standaard aan de woningbezitter uitbetaald moeten gaan worden waardoor de belastingplichtige meer in het proces van bezwaar en beroep wordt betrokken. Aanpassing van de weten regelgeving wordt niet eerder dan voor belastingjaar 2024 verwacht. Het is daarnaast van belang om de ontstane problematiek niet los te zien van het uitgangspunt dat de waarde-vaststelling geen exacte wetenschap of wiskundige berekening is maar dat er altijd sprake is van een schatting van de waarde en in feite dus van een waardebepaling binnen een bepaalde bandbreedte (WOZ-paradox). De politieke keuzes die de komende jaren gemaakt zullen gaan worden, zullen een prominente factor zijn in de toekomstige kostenontwikkeling voor de uitvoering van het WOZproces; een mogelijke wijziging in de OZB-heffing waarover in het regeerakkoord gesproken wordt, kan daarnaast alles bepalend worden. Deze ontwikkelingen overziende maakt de BSGR zich, zoals gezegd, grote zorgen over de kostenontwikkeling. De energiecrisis, de hoge inflatie en de daling van de koopkracht vormen een risico.

De vergrijzing, krappe arbeidsmarkt en erosie van belastingkennis zullen de komende jaren, naast het financiële aspect, een grote rol gaan spelen. De steeds ingewikkeldere en uitgebreidere wet- en regelgeving, waarvoor de uitvoeringscapaciteit zowel kwalitatief als kwantitatief te beperkt is, maken de continuïteitsissues nog nijpender. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten

Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Project overgang waarderen naar gebruiksoppervlak Velsen Project resterende opschoningsact. Velsen Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Resultaat voor bestemming Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Resultaat na bestemming

Jaarrekening 2022

Begroting 2023 Primitief

Begroting na wijziging maart 2023

Begroting 2024

3.418 815 400 -1 40 31 4.703

3.341 1.127 545 0 0 0 5.013

3.541 1.158 457 0 0 0 5.155

3.767 1.244 498 0 0 0 5.509

-4.663 -4.663 40 0 0 -40 0

-5.013 -5.013 0 0 0 0 0

-5.155 -5.155 0 0 0 0 0

-5.509 -5.509 0 0 0 0 0

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

3.767 1.244 498 0 0 0 5.509

3.767 1.244 498 0 0 0 5.509

3.767 1.244 498 0 0 0 5.509

-5.509 -5.509 0 0 0 0 0

-5.509 -5.509 0 0 0 0 0

-5.509 -5.509 0 0 0 0 0

De personeelslasten blijven de komende jaren, CAO-stijgingen uitgezonderd, na een zeer forse stijging in 2023 op een redelijk gelijkblijvend niveau. Hierbij wordt wel de kanttekening gemaakt dat nog onduidelijk is hoe de NCNP bezwaren zich de komende jaren zullen ontwikkelen en wat het effect is van de voorgenomen ingrepen van staatssecretaris Van Rij op deze ontwikkelingen. De meerjaren

Begroting 2024-2027

22

begroting van het programma Waarderen is daarmee met veel onzekerheid omgeven. Politieke beslissingen in het komende jaar zullen hierin bepalend zijn. Voor wat betreft de automatiseringskosten is niet uitgesloten dat deze meer zullen gaan oplopen dan hier gepresenteerd. Dit uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen. Opgemerkt dient te worden dat de areaaluitbreidingen vanaf 2024 hierin nog niet meegenomen zijn, omdat deze nog niet bekend zijn.

Begroting 2024-2027

23

Programma 4: Overhead Onderwerp De directie, de staf en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van de primaire programma’s zijn binnen dit programma ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot interne controle werkzaamheden, management informatie, de financiële administratie, bestuur en beleid (waaronder communicatie) en de P&O werkzaamheden. Ook vallen de loonkosten van de afdelingshoofden onder dit programma. Wat gaan we doen? De komende jaren blijven in het teken staan van het onderzoeken van mogelijkheden voor verdere uitbreiding van de BSGR. Primair wordt hierbij gekeken naar gemeenten binnen het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Ook het onderzoeken van mogelijkheden voor een verdergaande samenwerking met andere belastingsamenwerkingen kan een optie zijn. Zowel de inflatie als het private arbeidsrecht, waarbij overname of samengaan wordt gezien als een overgang van onderneming, kan hierbij een complicerende factor zijn. Daarnaast speelt het issue van de NCNP bureau’s wat het bepalen van een overnameprijs bemoeilijkt. Ten behoeve van uitbreiding wordt gebruik gemaakt van het kostprijscalculatiemodel waarbij middels activity based costing alle werkzaamheden en activiteiten gedifferentieerd worden toebedeeld aan primaire producten.

Daarnaast kan het kostprijscalculatiemodel worden gebruikt om de interne prijzen per product te challengen en te benchmarken (denk hierbij bijvoorbeeld aan de prijs van een WOZ-object) en wordt het kostprijscalculatiemodel tevens gebruikt om de deelnemersbijdrage van de huidige deelnemers te bepalen. Het behouden van een ISAE-verklaring zal een nadrukkelijk Unique Selling Point zijn in de uitbreidingsstrategie. Immers, de BSGR is ook nu nog steeds de eerste en enige belastingorganisatie die al negen jaar dit internationaal erkende kwaliteitspredicaat in haar bezit heeft. Ook over 2022 is wederom een ISAE type II verklaring verkregen. Voor wat betreft de interne organisatieontwikkeling, de ontwikkelingen op personeelsgebied, financiën, automatisering en privacy wordt gemakshalve verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering, zie pagina 35 en verder. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Kapitaallasten Automatisering Huisvesting Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties Onttrekkingen aan reserve/resultaat Resultaat na bestemming

Jaarrekening 2022

Begroting 2023 Primitief

1.154 232 1.015 748 285 3.435

1.172 249 645 595 288 2.949

Begroting 2023 na wijziging maart 2023 1.367 208 985 684 288 3.532

-3.435 -3.435 0 0 0 0

-2.949 -2.949 0 0 0 0

-3.532 -3.532 0 0 0 0

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

1.460 162 755 746 314 3.437

1.460 149 755 746 314 3.423

1.460 266 755 746 314 3.541

1.460 164 755 746 314 3.439

-3.437 -3.437 0 0 0 0

-3.423 -3.423 0 0 0 0

-3.541 -3.541 0 0 0 0

-3.439 -3.439 0 0 0 0

De personeelslasten blijven de komende jaren, CAO-stijgingen uitgezonderd, na een zeer forse stijging in 2023 op een redelijk gelijkblijvend niveau. De loonkosten van de toegevoegde functie Afdelingshoofd Bedrijfsvoering zijn hier ook in meegenomen. De kapitaallasten zullen na een dip in 2024 en 2025 weer gaan oplopen in verband met een mogelijke aanbesteding van het waarderingspakket en de aanschaf van (deels) nieuw meubilair. De automatiseringskosten zijn gestegen als gevolg van de aanbesteding van de infrastructuur en kantoorautomatisering in 2022. Deze kunnen nog verder gaan oplopen als gevolg van ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. De huisvestingslasten stijgen als gevolg van zeer forse indexaties.

Begroting 2024-2027

24

Algemene dekkingsmiddelen Onderwerp Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) in artikel 8 ook voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Daarnaast komen de financieringslasten en –baten in dit programma tot uitdrukking. Het bedrag onvoorzien Het bedrag onvoorzien moet volgens het BBV expliciet vermeld worden. De keus wordt gelaten om dit bedrag per programma of voor de begroting in zijn geheel te ramen. Om praktische redenen hanteert de BSGR de laatst genoemde mogelijkheid. De aanwending van het bedrag onvoorzien is alleen onder voorwaarden toelaatbaar; inzet vindt plaats voor uitgaven die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn en waarvoor in de begroting geen raming is opgenomen. Indien een dergelijke uitgave een structureel karakter heeft, dan worden de meerjarige consequenties als autonome ontwikkelingen in de volgende begroting verwerkt. Verwerking van een onvoorziene post leidt tot een begrotingswijziging welke aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd. Het bedrag onvoorzien is vastgesteld op € 109K voor de periode 2024-2027. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten

Onvoorzien Flankerend beleid Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Overige opbrengsten Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming

Jaarrekening 2022

Begroting 2023 Primitief

Begroting 2023 Begroting na wijziging maart 2024 2023

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

0 -4 -4

109 0 109

109 0 109

109 0 109

109 0 109

109 0 109

109 0 109

127 0 -9 118 115 0 0 -200 -86

-109 0 0 -109

1.115 -50 -8 1.057 1.165 0 0 0 1.165

-101 0 -8 -109 0 0 0 0 0

-101 0 -8 -109 0 0 0 0 0

-101 0 -8 -109 0 0 0 0 0

-101 0 -8 -109 0 0 0 0 0

0 0 0 0

Begroting 2024-2027

25

Binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn er in de jaren 2024-2027 de volgende incidentele baten en lasten. Programma

Incidentele baten en lasten x € 1.000

Algemene Dekkingsmiddelen Onvoorzien Totaal Lasten Baten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Dotaties Onttrekkingen bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begrotin 2027

109 109

109 109

109 109

109 109

109

109

109

109

109

109

109

109

Door de provincie is in een notitie inzake incidentele baten en lasten aangegeven dat post onvoorzien hiervan deel uitmaakt.

Begroting 2024-2027

26

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. Een stille reserve is bij de BSGR niet aanwezig. Wel beschikt de BSGR over de post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt. Deze post bedraagt jaarlijks € 109K. Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken.

Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende: ➢ ➢ ➢ ➢

De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen zijn ingericht, alsmede IT aspecten en het opstellen van de belastingrapportage en privacy. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.

Dit raamwerk wordt jaarlijks indien nodig bijgesteld. Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven bij de belastingrapportage, wordt het raamwerk indien nodig jaarlijks bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage. Bij het opstellen van de begroting 2024-2027 worden de volgende risico’s onderkend, inclusief kwantificering:

Begroting 2024-2027

Risico's

27 Getroffen maatregelen

Kwantificering

Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking

Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te cruciaal belang dat de continuiteit van de waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne gebruikte (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij controlemaatregelen geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen uitval van een systeem zal dit direct van invloed worden periodiek getoetst. Op basis van het zijn op het serviceniveau van de organisatie. informatiebeveiligingsbeleid van de BSGR wordt een informatiebeveiliginsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICTgebied zijn opgenomen, waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd.

gemitigeerd

Niet voldoen aan wet- & regelgeving

Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen. Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van de BSGR

De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.

p.m.

Risico's bij schaalvergroting

Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen gemitigeerd veelal tot kostenstijging en vermindering van de een begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit. harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt. Risico's binnen operationele processen

Door diverse oorzaken kunnen achterstanden Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op Grotendeels ontstaan in de gegevensverwerking en de sturen is cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden. gemitigeerd belastingopleggingen en inningen. De BSGR en Desalnietemin leveren de nieuwe basisregistraties plus bijbehorende haar deelnemers lopen hierin het risico op software een op voorhand niet te becijferen risico op vertraging op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers). Liquiditeitsrisico

Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht heeft in de bestaande kasstromen.

De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte omvang hiervan. Voorwaarde is wel dat eventuele liquiditeitstekorten tijdig worden aangevuld.

vrijwel nihil

Uittredingsrisico

Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf De nieuwe wet op de Gemeenschappelijke Regelingen gaat deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben waarborgen bieden ter beperking van het financiële risico bij uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een uittreding. deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd te zijn.

wordt gemitigeerd

Reputatieschade

De BSGR is een publieke organisatie met een De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belangrijke publieke taak. Incidenten, schandalen belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en en maatschappelijke onrust kunnen een negatieve efficiency centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te uitwerking hebben op de reputatie en goede maken. Hiertoe dienen de website en management informatie. naam.

gemitigeerd

Begroting 2024-2027

Risico's (vervolg)

28 Getroffen maatregelen

Kwantificering

ICT Ontwikkelingen

Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant

De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door p.m. het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.

Maatwerk

Harmonisatie en standaardisatie van het De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende p.m. belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, jaren waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking de hand liggend. van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd. Areaaluitbreidingen

Toename aantal objecten per deelnemer

In de AB vergadering van 23 februari 2023 is besloten areaal uitbreidingen jaarlijks mee te nemen in de begroting.

gemitigeerd

De ultieme wettelijke beperking voor ongewenste effecten NCNPbureaus laat op zich wachten. Zorg is dat vanaf 2024 NCNP bezwaren zich mogelijk ook gaan uitbreiden naar andere domeinen, zoals de Kwijtschelding.

p.m.

NCNP bezwaren

Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.

Risico's

risicobedrag

jaar

Niet voldoen aan wet- en regelgeving Vervanging belastingapplicatie

p.m.

2024 e.v. 2025

Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk NCNP bezwaren (Per jaar stijgend) Berekend risico af: Algemene Reserve Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.

p.m.

2024

0,75 p.m.

p.m. p.m.

2024 2024 e.v.

0,75 p.m. 0,75 p.m.

€ 1.500.000 over 5 jaar

kans

* Op basis van een toevoeging van € 86K vanuit het rekeningresultaat 2022

gewogen

0,1 p.m. 750.000 0,5 €

€

750.000

€

781.000

p.m.

Begroting 2024-2027

29

Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is gericht op de ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut, vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 10 februari 2022. In het Treasurystatuut zijn de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven. Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Het kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico, valutarisico en debiteurenrisico worden niet gelopen. Alhoewel de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR uitermate inzichtelijk zijn, is het liquiditeitsrisico groter geworden aangezien de huidige deelnemersbijdragen onvoldoende zijn om de uitgaven te financieren. Jaarlijks wordt, aan de hand van de ontwikkelingen op de financiële markten, de hoogte van de rekenrente bepaald. Momenteel is dat 4% (www.rijksoverheid.nl).

De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom zijn binnen de BSGR strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier (ING). De BSGR heeft bij s’ Rijks schatkist eveneens twee rekeningcourantverhoudingen, één voor de belastinggelden en één voor de eigen bedrijfsvoering. Om de liquiditeitspositie ten behoeve van de bedrijfsvoering te bewaken wordt er gewerkt met een liquiditeitsprognose en –planning en een strikt debiteurenbeheer. Kasgeldlimiet en renterisico De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De kasgeldlimiet is gesteld op 8,2% van de omvang van de begroting, met een minimum van € 300K. De begrotingsomvang van de BSGR is in het jaar 2024 ongeveer € 15,97 miljoen de bijbehorende kasgeldlimiet is € 1.309 K. Dit betekent dat tot een bedrag van € 1.309K aan kortlopende geldleningen mag worden afgesloten. Daarboven moet worden overgegaan op langlopende geldleningen. De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen.

Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden. De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. Dreigen de verplichte aflossingen en renteherzieningen boven de renterisiconorm uit te komen, dan zullen nieuwe langlopende schulden slechts met langere looptijden (met de daarbij behorende lagere aflossingsverplichtingen) uitkomst moeten bieden. Voor de BSGR bedraagt de renterisiconorm € 3,2 mln. In de periode 2024-2027 zal naar verwachting geen gebruik worden gemaakt van kortlopende of langlopende financieringen. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren dient de BSGR een rekening-courant bij s’ Rijks schatkist aan te houden waar overtollige middelen op worden gestort. Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden. De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met s’ Rijks schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze bij s’ Rijks schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag.

Het drempelbedrag bedraagt 2,0% van de totaaltelling van de verlies en winstrekening met een minimum van € 1 miljoen. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht.

Begroting 2024-2027

x € 1.000 Drempelbedrag Drempelbedrag Gemiddeld werkelijk Verschil

30

2024 1.000 0 1.000

2025 1.000 0 1.000

2026 1.000 0 1.000

2027 1.000 0 1.000

EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis. Conform het BBV (artikel 71) dient in de programmabegroting een berekening opgenomen te worden van het aandeel van de decentrale overheidsinstelling in het EMU-saldo. EU-lidstaten mogen als gevolg van de Europese regelgeving een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Van dit maximale tekort is er sinds 2016 geen uitsplitsing meer tussen decentrale overheden en het Rijk. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: Omschrijving 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo

Realisatie 2022 155 232

Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 gewijzigd 1.165208 162 149 266 164

528-

-

100-

-141

-958

62

-

149

200-

66

-

164

Het Exploitatiesaldo voor bestemming reserves is het uitgangspunt voor de berekening van het EMUsaldo. Dit saldo is terug te vinden in het Overzicht van baten en lasten (zie pagina 41).

Begroting 2024-2027

31

Verplichte kengetallen Conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: De kengetallen zijn grotendeels gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens. De geprognosticeerde balans is opgenomen op pagina 44 van deze begroting. Naarmate de geprognosticeerde balansgegevens verder in de toekomst zijn gelegen, worden deze minder betrouwbaar. Kengetallen Netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

Realisatie 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 -1,4%

-2,1%

-2,9%

0,6%

-1,1%

-2,1%

-1,4%

-2,1%

-2,9%

0,6%

-1,1%

-2,1%

4,6%

12,1%

12,4%

11,4%

11,9%

12,2%

-1,1%

-8,2%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Bovenstaande kengetallen maken het inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Indien de netto schuldquote negatief is betekent dit dat het eigen vermogen hoger is dan de boekwaarde van de investeringen. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Omdat de algemene reserve van BSGR gelimiteerd is tussen 3% en 5% van de begrote lasten, is deze ratio bij BSGR relatief laag.

Bij de structurele exploitatieruimte betekent een positief percentage dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten(waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie is het belang om te weten welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. Vanaf 2024 is de exploitatieruimte nihil.

Begroting 2024-2027

32

Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Landelijke ontwikkelingen binnen het belastingdomein, zie hierboven, maar ook de steeds verdergaande digitalisering zullen de komende jaren derhalve de organisatie ingrijpend gaan beïnvloeden. De verwachting is dat bestaande functies zullen wijzigen, wellicht in omvang teruggaan of mogelijk op termijn helemaal verdwijnen. De BSGR doelt op specifiek de volgende drie ontwikkelingen: • Ontwikkelingen in de basisadministraties • De intrede van Artificial Intelligence • Het beheren van software applicaties in de cloud. Ontwikkelingen in de basisregistraties Ontwikkelingen in basisregistraties hebben als belangrijkste kenmerk dat zuiver administratieve werkzaamheden grotendeels gaan verdwijnen en plaats gemaakt gaat worden voor werkzaamheden met een belangrijke geo component. Dit vraagt van medewerkers analytische vaardigheden en ruimtelijk inzicht, specifiek bij de afdelingen Heffen en Waarderen. De opstartproblemen van deze landelijke basisregistraties maken dat er in plaats van minder vooralsnog meer capaciteit benodigd is. Intrede Artificial Intelligence Artificial Intelligence (A.I.) gaat de komende jaren steeds vaker zijn intrede doen op het werkterrein van de BSGR. Niet alleen zal A.I. het werk van de huidige taxateur gaan raken, ook binnen Informatie en Inning zal A.I. waarschijnlijk een belangrijke rol gaan spelen.

Te denken valt dan met name aan het onderdeel Kwijtscheldingen waar bij het nemen van standaard beslissingen mogelijk gebruik gemaakt kan gaan worden van big data. Uiteraard zal de BSGR dit doen binnen de richtlijnen van vigerende weten regelgeving zoals de AVG. Ook zal bij de keuze om onze huidige waarderingsapplicatie al dan niet te continueren de mogelijkheid van integratie van A.I. technieken een belangrijke rol spelen. Het beheren van (standaard) softwareapplicaties in de cloud Deze (landelijke) ontwikkeling naar beheer van software in de cloud heeft met name effecten op de behoefte van organisaties aan eigen applicatiebeheerders, in dienst dan wel ingehuurd. Het beheer vindt voornamelijk dan plaats bij de softwareleverancier zelf. Automatiseringsfuncties gaan plaats maken voor informatisering functies waarbij de liaisonfunctie met de softwareleverancier centraal staat. Standaard beheertaken zoals het opstarten van "jobs" zullen zoveel mogelijk binnen de lijnafdelingen worden ondergebracht. De BSGR heeft al enige tijd de wens om met de vakbonden in gesprek te gaan over de totstandkoming van een meer eigentijds Sociaal Statuut. Het huidige Sociaal Statuut is in 2013 vastgesteld en sinds die tijd niet meer geactualiseerd.

Gelet op de landelijke weerstand bij de bonden tegen modernisering van bestaande Sociaal Statuten en mede ingegeven door de krapte op te arbeidsmarkt is besloten hier voorlopig van af te zien. Personeelsontwikkeling Het sturen op kwaliteit van het personeelsbestand blijft in de komende jaren een aandachtspunt. De werkzaamheden dienen immers efficiënt en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd te worden. Er wordt steeds meer geautomatiseerd en gedigitaliseerd, waardoor de overblijvende taken andere vaardigheden en competenties vragen, zoals een hoger werk- en denkniveau en analytisch vermogen. Door de huidige beperkingen van met name de basisregistraties heeft dit nog niet geleid tot forse efficiencyslagen. Dat in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt in met name het WOZ-domein leidt tot een verhoging van de werkdruk aangezien de benodigde functieformatie niet volledig ingevuld kan worden. Het strategische personeelsplan liep tot en met 2022. Alhoewel er een sterke behoefte is aan een personeelsplanning voor de komende jaren zal deze behoefte sterk beïnvloed gaan worden door ontwikkelingen in het belastingdomein zoals bijvoorbeeld een eventuele wijziging in de grondslag van de OZB zoals gememoreerd in het huidige Regeerakkoord. Zodra de contouren van deze ontwikkelingen duidelijk worden zal de BSGR een nieuw strategisch personeelsplan opstellen.

Het eventueel invoeren van een ingezetenenheffing, waarbinnen mogelijk bestaande belastingsoorten worden geïncorporeerd, kan landelijk vergaande consequenties hebben voor belastingorganisaties.

Begroting 2024-2027

33

Besluitvorming hierover was gepland voor 2022. Ingrijpende mondiale ontwikkelingen hebben hierin vertraging gebracht. De brief van 15 belastingkantoren van begin maart 2023 heeft de knelpunten binnen het huidige belastingstelsel nogmaals nadrukkelijk onder de aandacht gebracht. Voor de zomer van 2023 zal een voorstel aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Voor de komende jaren zal in ieder geval worden ingezet op het versterken van potentieel dat uiteindelijk kan doorgroeien naar functies van schaal 9 en hoger. Key posities in de organisatie die nu bemenst worden door “vergrijzende” BSGR medewerkers kunnen zo van adequate opvolging worden voorzien. Ontwikkelingen automatisering Samen met een aantal andere belastingkantoren die allemaal gemeenten en tenminste 1 waterschap als deelnemer hebben, wordt in een directeurenoverleg gesproken over de aan te houden koers als het gaat om ICT ontwikkelingen. Hierbij worden ze geadviseerd door de leden van het kernteam. Dit zijn vanuit deze belastingkantoren medewerkers die of verantwoordelijk zijn voor de ICT en/of beleid dan wel afdelingshoofd zijn. Door het kernteam wordt ook de ontwikkelagenda van Centric en Bakerware (onze portal leverancier en inmiddels ook onderdeel van Centric) besproken met de betrokken partijen.

Hierdoor is een ICT samenwerking ontstaan tussen de genoemde kantoren aan de ene kant en de softwareontwikkelaar aan de andere kant. Deze samenwerking leidt ertoe dat krachten gebundeld worden en kosten gedeeld. Van elkaars kennis en kunde kan dan breder worden gebruik gemaakt. De kostendeling is van belang gezien de hogere perceptiekosten die het gevolg zijn van de door het Rijk in het leven geroepen en door te ontwikkelen basisregistraties. Deze landelijke basisregistraties leiden tot aanzienlijke prijskaartjes. Niet alleen voor belastingkantoren, maar ook voor belastingafdelingen van waterschappen en gemeenten. De verwachting is dat de vanuit het Rijk geïnitieerde kosten alleen nog maar zullen stijgen. Het beperkt aantal organisaties dat pakketten levert voor integrale belastingheffing en -inning wordt daarmee vanuit het Rijk geconfronteerd met zowel omvangrijke softwarewijzigingen als de daarbij behorende zeer hoge kosten. Twee belangrijke ontwikkelingen staan hierin centraal: De doorontwikkeling van een aantal basisregistraties naar een samenhangende objectenregistratie en ”common ground”. Duidelijk is dat hiervoor forse inspanningen en ICT investeringen benodigd zijn. Daarnaast vragen WOZ-taxaties om steeds slimmere technieken.

Door de inzet van enerzijds kunstmatige intelligentie in taxatiemodellen en anderzijds meer locatiegegevens uit Geo-registraties en GIS-analyses zullen de voor WOZ taxaties gebruikte modellen steeds betere taxaties leveren. Het huidige waarderingspakket van de BSGR biedt deze technieken nog onvoldoende. Onderzocht zal worden of de strategische ontwikkeling van het huidige waarderingspakket in de nabije toekomst gaat voldoen aan de noodzakelijke ontwikkelingen. Forse investeringen nopen softwareleveranciers tevens tot cloud oplossingen. Langzaam maar zeker wordt door onze softwareleverancier gewerkt aan het ombouwen van haar applicaties om het beheer van deze applicaties in de Cloud aan te kunnen bieden. Insteek was dat de belastingapplicaties in 2023 als SaaS oplossing via de Cloud zouden worden aangeboden. De grote tekorten aan ict-personeel op de arbeidsmarkt nopen de leverancier inmiddels tot een aanpassing van deze planning. Voorjaar 2023 zou hierover meer bekend moeten worden. Er zal een nog nauwere samenwerking moeten worden gezocht tussen belastingkantoren onderling om ervoor te zorgen dat we onze processen op elkaar afstemmen en meesturend zijn in de ontwikkeling van deze standaardsoftware. Insteek daarbij is dat door belastingkantoren ontwikkelde scripting zoveel als mogelijk in de standaardsoftware wordt ingebouwd.

De verwachting is wel dat in de toekomst minder maatwerk geleverd zal worden door softwareleveranciers dan nu het geval is. Dit zal uiteraard ook consequenties hebben voor de deelnemers. In voorkomende gevallen kan er gebruik worden gemaakt van maatwerk API’s. De kosten die dit met zich meebrengt zullen dan worden doorbelast aan de opdrachtgever. Een alternatief voor deze SaaS ontwikkeling is er echter niet aangezien het zelf ontwikkelen van een belastingapplicatie een zeer kostbare en daarmee onbegaanbare weg is.

Begroting 2024-2027

34

Privacywetgeving Sinds 25 mei 2018 wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in Nederland gehandhaafd. Dat wil zeggen dat de toezichthouder in deze, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), actief controleert in hoeverre organisaties voldoen aan het in de AVG en overige van toepassing zijnde wetgeving gestelde. Alhoewel in eerdere wetgeving (Wet bescherming persoonsgegevens, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990) al strenge eisen werden gesteld aan de wijze waarop er met gegevens in het kader van de belastingheffing en –invordering werd omgegaan, heeft de invoering van de AVG de bewustwording rondom privacy en informatiebeveiliging nog aanzienlijk aangescherpt. Het in 2019 door de AP gepubliceerde document, Focus AP 2020-2023 ‘Dataprotectie in een digitale samenleving’, is nog van toepassing en de daarin neergelegde doelstellingen van de AP tot en met 2023 zijn nog ongewijzigd. Momenteel is nog niet bekend of en wanneer de AP de doelstellingen gaat publiceren waarop in komende jaren met name de aandacht naar uitgaat.

In het document uit 2019 geeft de AP op basis van een drietal gesignaleerde ontwikkelingen, te weten: • Doorgroei van de datasamenleving • Toename van digitaal onrecht • Toename van privacybewustzijn, een tweetal gebieden- die de BSGR kunnen raken- waarop de AP zich tot en met 2023 focust, zijnde: • Digitale overheid • Artificiële intelligentie (AI) & algoritmes Digitale overheid Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen. Vanuit Rijksniveau is hierop ingezet o.a. door de aanstaande invoering van de Wet Digitale Overheid (Wdo). De Wdo is een zogeheten kaderwet; de wet regelt algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures, maar geen gedetailleerde regels. In de Wdo wordt geregeld dat publieke dienstverleners verplicht zijn om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ te gebruiken om toegang te geven tot online diensten waarbij de overheid deze betrouwbaarheidsniveaus nodig vindt.

De uitwerking van de Wdo als kaderwet vindt plaats in de lagere regelgeving, zoals in algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Daarmee is er meer flexibiliteit om innovatie, verdere keuzes en nieuwe voorzieningen en functionaliteiten in regelgeving te verwerken. De Wdo maakt het mogelijk om straks, via publieke én private inlogmiddelen, digitaal zaken te doen met bijvoorbeeld gemeenten en zorginstanties. Daarbij worden dan alleen die middelen toegelaten die door de overheid op veiligheid en betrouwbaarheid zijn gecontroleerd. Beoogd wordt om aan burgers elektronische identificatiemiddelen (eIDAS) te verstrekken met een hogere mate van betrouwbaarheid dan het huidige DigiD. Dit gaat gevolgen hebben voor de wijze waarop de BSGR toegang moet verlenen tot de gegevens in MijnBSGR. Inmiddels heeft de Eerste Kamer op 29 november 2022 het wetsvoorstel in een eerste termijn van de kant van de Kamer plenair behandeld. De voortzetting van het debat vindt plaats op 21 februari 2023. De gebieden waarop de AP in deze extra de aandacht zal vestigen zijn voor zover voor de BSGR van belang: 1: databeveiliging en 2: samenwerkingsverbanden/ongeoorloofd delen.

Ad1. De AP verwacht van overheidsorganisaties dat zij structureel en op toereikende wijze investeren in hun informatiebeveiliging. De komende jaren wil de AP overheidsorganisaties controleren op hun beveiligingsniveau en hen stimuleren om werk te maken van een sterke IT- en datahuishouding. Dit

Begroting 2024-2027

35

heeft als consequentie dat de kosten rondom automatisering de komende jaren verder zullen gaan toenemen. Het is dan ook noodzakelijk om in samenspraak met meerdere afnemers van dezelfde software te bezien in hoeverre audits bij softwareleveranciers gezamenlijk kunnen worden opgepakt.

Ad 2. Steeds vaker worden bestanden gedeeld en gekoppeld. De overheid doet dit bijvoorbeeld om de publieke dienstverlening te verbeteren, bijvoorbeeld zodat problematische schulden eerder kunnen worden gesignaleerd. Hoewel de intenties vaak goed zijn, kan het delen en koppelen van bestanden een schending zijn van het wettelijke beginsel van doelbinding. Tenzij dit in wet- of regelgeving duidelijk en nauwkeurig is vastgelegd mogen gegevens niet voor een ander doel worden gebruikt dan het doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. De AP verwacht van overheidsorganisaties terughoudendheid met het delen van bestanden. Het is aan overheidsbestuurders en aan de wetgever om een goede afweging te maken over het nut en de noodzaak van het gebruik van data en nieuwe verwerkingen. De AP spreekt bestuurders hierop aan! Schending van het beginsel van doelbinding pakt de AP zo nodig aan. De Informatiebeveiligingdienst (IBD) adviseert gemeenten om in dat verband goede afspraken te maken met de samenwerkingsverbanden waarbij zij zijn aangesloten. De BSGR heeft zowel in de met de deelnemers afgesloten DVO als in het door het dagelijks bestuur vastgestelde Besluit gegevensverstrekking (17 oktober 2019) neergelegd welke gegevens zij deelt met andere partijen.

Ten aanzien van het Besluit gegevensverstrekking is afgelopen jaar aan de deelnemers verzocht om aan te geven in hoeverre zij behoefte hebben aan aanpassing van de voornoemde regeling. Deze exercitie zal ook komende jaren herhaald worden. Daarnaast zal bezien worden in hoeverre de huidige DVO actualisatie behoeft. Een eventuele actualisatie zal evenwel pas worden geformaliseerd nadat duidelijk is op welke wijze de aanpassingen die voortvloeien uit de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (wetwijziging van 1 juli 2022) in de tekst van de gemeenschappelijke regeling van de BSGR verwerkt gaan worden. Artificiële Intelligentie (AI) en algoritmes Steeds meer bedrijven en organisaties maken gebruik van algoritmes en AI. Dit biedt voordelen en leidt tot nieuwe nuttige toepassingen. Maar de inzet van AI en algoritmes kent ook risico´s en schaduw kanten. De AP is verantwoordelijk voor het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens, en daarmee ook op de toepassing van AI en algoritmes waarbij persoonsgegevens worden gebruikt. Een aantal organisaties heeft inmiddels de eerste stappen gezet op de inzet van AI bij belastingheffing, met name bij de waardering in het kader van de uitvoering van de Wet Woz. Alhoewel deze vorm van gebruik van AI object-gerelateerd is, is het niet denkbeeldig dat AI op termijn ook op andere vlakken ingezet kan worden.

Opgemerkt wordt dat ook op dit vlak vanuit Europa steeds strikter wordt toegezien. In april 2021 heeft de Europese Commissie (EC) een voorstel gedaan voor een nieuwe verordening voor AI, omdat de EC vindt dat de huidige Europese regelgeving de (toekomstige) risico’s van AI onvoldoende adresseert. Deze verordening heeft een op risico gebaseerde aanpak; dus hoe meer risico de technologie met zich meebrengt, hoe strikter de regels die daarvoor gelden. Inmiddels hebben de Europese telecomministers begin december 2022 een akkoord bereikt over deze kunstmatige intelligentie verordening (AI Act). Voor wat betreft toename van privacybewustzijn zal hier intern ook blijvend aandacht voor moeten worden gevraagd. Medewerkers zullen zich continu bewust moeten zijn en blijven van het feit dat zij in hun dagelijkse werkzaamheden omgaan met persoons- c.q. bedrijfsgevoelige gegevens die niet voor een ieder ter inzage zijn en waarmee aldus prudent moet worden omgegaan. In de praktijk zal dan ook bij herhaling de alertheid van medewerkers op phishing, zowel voice phishing als phishingmails, worden getest. Verder is besluitvorming aangaande de ePrivacy-verordening nog steeds niet afgerond. Het voorstel voor de ePrivacy-verordening is het sluitstuk van de inspanningen van de EC om het kader voor gegevensbescherming in Europa te voltooien.

De verordening bevat regels om de privacy bij online communicatie beter te waarborgen. Het uitgangspunt daarbij is dat de inhoud van deze berichten alleen toegankelijk is voor de partijen die direct bij de communicatie betrokken zijn (beveiligd mailen!). Het is nog niet zeker wanneer het Commissievoorstel voor de ePrivacy-verordening wordt aangenomen, omdat de lidstaten nog onderhandelen over een aantal artikelen. Sinds mei 2021 zijn de Europese

Begroting 2024-2027

36

Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad met elkaar in onderhandeling over een definitieve versie van de verordening. De verwachting is dat deze onderhandelingen ook nog wel even zullen duren. De BSGR heeft eerder aangegeven dat zij als standaard voor de af te sluiten verwerkersovereenkomsten het model van de VNG/IBD hanteert (versie 2.41 van december 2021 is de meest recente versie). Bij nieuwe contracten c.q. verlenging van bestaande contracten, waarbij vanuit de BSGR persoonsgegevens worden uitgewisseld met de leverancier, zal de BSGR te allen tijde deze standaard verwerkersovereenkomst aan de leveranciers voorleggen. Dat is evenwel geen garantie dat de betreffende leverancier deze ook accepteert. Tot op heden zijn er slechts ca. 100 bedrijven in heel Nederland die hebben aangegeven zich te committeren aan de tekst van deze overeenkomst. Verder heeft de EC in juni 2021 zelf een standaardtekst van een verwerkersovereenkomst gepubliceerd. Nog niet duidelijk is hoe deze zich verhoudt tot de standaardtekst die de VNG/IBD nu hanteert. Hierover zal uiteindelijk op rijksniveau helderheid over moeten worden gegeven. Al met al lopen een aantal ontwikkelingen ernstige vertraging op. De kritieke mondiale situatie zal hier voor een groot deel debet aan zijn, waardoor prioriteiten worden verlegd.

Archivering Voor archivering van documenten bestaat afzonderlijke regelgeving, onder andere de Archiefwet. Naast deze van toepassing zijnde regelgeving speelt ook de AVG bij archivering een belangrijke rol. Op basis van de AVG dient er te worden gestreefd naar dataminimalisatie. Dat wil zeggen dat een organisatie niet meer gegevens mag verzamelen dan strikt noodzakelijk voor het door haar beoogde doel. Dit, in combinatie met het recht op vergetelheid (uit de AVG), verhoogt de druk op het verder en tijdig ‘opruimen’ van gearchiveerde documenten, die gebonden zijn aan een maximale bewaartermijn. Inmiddels hebben er in de afgelopen jaren –in en na overleg met de gemeentearchivaris van Leidenperiodiek opschoningsacties in de fysiek gearchiveerde documenten plaatsgevonden. Ook in de digitale omgeving worden de nodige documenten/gegevens opgeschoond, daarbij worden ook de nodige oude –voldane- vorderingen verwijderd. Deze exercitie wordt jaarlijks herhaald. De BSGR heeft intern voor zichzelf vastgelegd dat niet alle inkomende documenten behoeven te worden gearchiveerd, omdat deze niet altijd benodigd zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee kan onnodige opslag van documenten al aan de voorkant worden voorkomen. Met name daar waar het de registratie van persoonsgegevens betreft.

De BSGR streeft er in ieder geval naar om de registratie van (persoons)gegevens, zowel qua aantal als bewaartermijn, zo beperkt mogelijk te houden. Op 18 november 2021 is het voorstel voor modernisering van de Archiefwet ingediend bij de Tweede Kamer. De aanpassing van de Archiefwet is nodig om ervoor te zorgen dat overheidsorganisaties ook digitale informatie goed opslaan en toegankelijk houden. Bovendien moeten de overheidsdiensten de blijvend te bewaren informatie (bijvoorbeeld bestuursbesluiten) straks al na tien in plaats van na twintig jaar overbrengen naar een archiefdienst, waar iedereen de informatie kan raadplegen. Voor de BSGR betekent dat dat deze documenten alsdan bij Erfgoed Leiden moeten worden ondergebracht. De Archiefwet geldt voor organisaties van de Rijksoverheid, gemeenten, provincies en waterschappen. De Archiefwet geldt verder voor Hoge Colleges van Staat, zoals de Eerste en Tweede Kamer, en voor private organisaties met openbaar gezagtaken, zoals notarissen en deurwaarders. De nieuwe Archiefwet sluit aan bij andere ontwikkelingen, zoals de Wet open overheid (Woo). De openbare internetconsultatie van het wetsvoorstel van de nieuwe Archiefwet zal naar verwachting in januarifebruari 2023 worden gehouden. De verwachte inwerkingtredingsdatum van de nieuwe wetgeving is dan waarschijnlijk 1 juli 2024.

Over de wijze waarop de archivaris verslag gaat doen van het door haar uit te voeren periodiek toezicht op het archief van de BSGR dient nog nader overleg plaats te vinden met Erfgoed Leiden. Dit wordt daarna in een te actualiseren Besluit informatiebeheer BSGR vastgelegd. Per 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo), als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), gedeeltelijk in werking getreden. Deze wet moet er voor zorgen dat, naast het actief openbaar en toegankelijk maken van overheidsinformatie, de informatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De verplichtingen uit de Woo om documenten actief openbaar te

Begroting 2024-2027

37

maken, treden nog niet in werking. De ontwikkeling van de hiervoor verplicht te gebruiken tool (Platform Open Overheidsinformatie, kortweg PLOOI) is, na kritiek op de complexiteit van de tool, door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onlangs stopgezet. Dat wil zeggen dat overheden voorlopig nog geen gebruik kunnen maken van één centrale tool om documenten te publiceren. De komende jaren zal deze verplichting alsnog gefaseerd in werking treden. Mede ten behoeve daarvan verplicht de Woo overheden om de informatiehuishouding op orde te brengen. De verwachting is wel dat met het op orde krijgen van de digitale informatiehuishouding van de overheid nog een aanzienlijke doorlooptijd zal zijn gemoeid. Voor het volledig realiseren hiervan bij het Rijk en de decentrale overheden wordt een termijn van ten minste 8 jaar genoemd (Memorie van Toelichting, kamerdossier 35112). Omdat het niet efficiënt werd geacht dat ieder bestuursorgaan zelf het wiel uitvindt, is vanuit de Rijksoverheid een meerjarenplanning opgesteld, waarbij een begin is gemaakt bij de digitale huishouding van het Rijk en daarna stap voor stap bij de overige overheden. De BSGR gaat nog bezien in hoeverre één en ander kan worden gecombineerd met een definitieve overstap van zowel een fysiek als digitaal archief naar nog slechts digitale archivering van documenten.

Inmiddels ligt er ook op Europees niveau een voorstel voor een verordening voor Gegevensbeheer, de zogenaamde Data Governance Act (DGA). Dit vormt een onderdeel van een groter strategisch beleidsplan om de Europese Unie (EU) een concurrentievoordeel te geven in een steeds verdergaande datagedreven samenleving en tegelijkertijd de welvaart en het welzijn in Europa te vergroten. Bezien zal moeten worden wat de impact van deze Europese wetgeving gaat worden op de huidige nationale wetgeving op het gebied van gegevensbeheer en wat daarvan voor de BSGR de gevolgen zijn. Volgens de tekst in de verordening zouden de regels van de DGA van toepassing zijn met ingang van 24 september 2023. Ook hier is de vraag of dit, gezien de huidige mondiale situatie, dan zal zijn gerealiseerd. Financiën De middelen staan de komende jaren blijvend onder druk.

Wanneer teruggeblikt wordt op de afgelopen jaren kan een aantal kosten opdrijvende elementen genoemd worden die het gevolg zijn van: • Stijging van het aantal (waarde)bezwaren, mede als gevolg van • Toename van verzoeken NCNP bureaus • Forse areaalontwikkelingen die tot op heden grotendeels binnen de bestaande begroting zijn opgevangen • Stijging van de tarieven van de gemeentelijke deelnemers boven de inflatie met mogelijk extra WOZ bezwaren als gevolg Strak sturen op efficiency mede met behulp van automatisering kon de kostentoename de afgelopen jaren beperken, die rek lijkt er voor de komende jaren uit te zijn. Te meer daar de volgende ontwikkelingen op ons afkomen: • • • • •

Ontwikkelingen en investeringen in de basisadministraties o.a. als gevolg van het convenant WOZ-ICT standaarden De intrede van Artificial Intelligence Forse areaalontwikkelingen ook in de toekomst Gelet op de grote financiële druk op de gemeenten ook voor de komende jaren een verwachte stijgingen van de tarieven van de gemeentelijke deelnemers boven de inflatie leidend tot extra WOZ bezwaren Als gevolg van de energiecrisis en stijgende prijzen naar verwachting extra druk op de afdeling Informatie & Inning als gevolg van extra verzoeken tot kwijtschelding en betalingsproblemen bij burgers en bedrijven

Dit betekent dat er veel op de BSGR afkomt. De begroting vanaf 2023 o.b.v. de reguliere indexaties zal dan ook zeer onvoldoende blijken te zijn om de huidige taken adequaat te kunnen blijven uitvoeren. De BSGR heeft afgelopen jaren te maken gehad met forse areaaluitbreidingen. Voor wat betreft de groei van het aantal WOZ-objecten, is er eenmaal (in het begrotingsjaar 2021) een budgettaire inhaalslag geweest. Voor het begrotingsjaar 2024 staat deze conform afspraak opnieuw op de rol.

Begroting 2024-2027

38

Voor wat betreft de groei in aantallen aanslagregels en aanslagbiljetten is er nog nimmer een inhaalslag geweest. De autonome groei hiervan is vanaf het startjaar 2011 nooit in de BSGR begroting meegenomen. In het AB van 23 februari jl. is besloten de areaaluitbreiding voor zowel de objecten als de aanslagregels als de aanslagbiljetten in de begroting van 2024 mee te nemen en deze exercitie jaarlijks te herhalen. Het begrotingstekort over 2023 is fors hoger dan de areaaluitbreiding ad € 660K die voor 2024 meegenomen mag worden in de begroting. Met name de CAO-stijging 2023 is hier debet aan. Reden waarom voor 2024 volstaan wordt met de indexaties zoals vastgesteld voor de gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begroting 2024. Voor wat betreft de koepelvrijstelling zijn er geen nieuwe ontwikkelingen te melden. Indien deze zich voordoen zullen ter kennis van het bestuur worden gebracht. ISAE, VIC en aanbestedingen De BSGR heeft het proces van risicomanagement structureel ingepast in het bestaande beleid. Om invulling te geven aan dit beleid heeft de BSGR een raamwerk ontwikkeld, waarbij de bestaande risico’s zijn geïdentificeerd en de bijbehorende beheersmaatregelen zijn geïmplementeerd. Dit raamwerk wordt in de vorm van een ISAE3402 type 2 rapportage jaarlijks gevalideerd door een externe accountant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12649446/2