CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Programma zon op veld - ter vaststelling

Besluitvormende raadsvergadering 14 februari 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ontwerp Programma zon op veld24.942 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

College

Gemeenteraad

Voorbereiding vaststelling van het Programma zon op veld

Eerste conceptversie naar college.

Procedure ‘wensen en bedenkingen’ ten aanzien van vaststelling programma voorafgaand aan vaststelling door college (reactie gemeenteraad). Gemeenteraden wordt gevraagd te besluiten om niet over te gaan tot wensen en bedenkingen

Na reactie gemeenteraad vaststelling van het Programma zon op veld

Stap 1. Publicatie

Raadplegen van het gepubliceerde programma

Stap 2a. Eerste openstellingstermijn

Voorbereiding en indienen project

Stappen 2b. Tussentijdse toets

Ambtelijke dienst gemeente

Raadplegen van het gepubliceerde programma

Voorbereiding publicatie vaststelling van het Programma zon op veld

Afstemming met ambtelijke dienst aangaande binnenkomende initiatieven

Afstemming met externe ona ankelijke partij aangaande binnenkomende initiatieven

Uitbrengen voorlopig advies toetsing ‘meest wenselijke projecten’.

Voorbereiding tussentijdse rapportage voorlopige toetsing ‘meest wenselijke projecten’

Aangeven of een project door de initiatiefnemer kan worden verbeterd op welke onderdelen om alsnog aan de randvoorwaarden in de ruimtelijke instrumenten te voldoen of beter te kunnen scoren

Publicatie vaststelling van het Programma zon op veld

Kennisname tussentijdse rapportage en voorlopige toetsing ‘meest wenselijke projecten’

27

Activiteit

Initiatiefnemer

Stap 3a. Tweede openstellingstermijn

Verbeteren project n.a.v. tussentijds advies

Omgeving

Stap 3b. Definitieve toets

Externe ona ankelijke partij voor zon op veld

Ambtelijke dienst gemeente

afstemming met ambtelijke dienst aangaande binnenkomende initiatieven en verlening ondersteuning aan initiatiefnemers

afstemming met externe ona ankelijke partij aangaande binnenkomende initiatieven en verlening van ondersteuning aan initiatiefnemers.

Uitbrengen definitief advies toetsing ‘meest wenselijke projecten’ Voorbereiding concept bevestigingsbrieven

ondersteuning in advies ona ankelijke partij.

Stap 4. Advies aan college en raden en besluit

Voorbereiding besluitvorming toetsing ‘meest wenselijke projecten’ en concept bevestigingsbrieven

Stap 5. Bekendmaking en verstrekking bevestigingsbrieven

Kennisnemen van besluit college en bevestigingsbri even

Kennisnemen van toetsing en prioritering ‘meest wenselijke projecten’

Uitbrengen adviezen

Voorbereiding verlening omgevingsvergunning

Stap 6. Uitwerking, aanvraag en verlening omgevingsvergunning

uitwerking initiatief, organiseren projectparticipa tie en aanvragen omgevingsverg unning

Deelnemen aan participatie

Waar nodig ondersteunen van initiatiefnemers in de aanvraag voor een omgevingsvergunning

behandeling aanvragen omgevingsvergunninge n

College

Gemeenteraad

Vaststellen toetsing ‘meest wenselijke projecten’ en bevestigen bevestigingsbrieven

Procedure ‘wensen en bedenkingen’ t.a.v. ‘meest wenselijke projecten’ voorafgaand aan vaststelling door college (reactie gemeenteraad)

Verlening omgevingsvergunning

28

Activiteit

Initiatiefnemer

Stap 7. Realisatie

Realisering van project

Stappen 2b, 3b, 4 en 6 Monitoring

Omgeving

Externe ona ankelijke partij voor zon op veld

Ambtelijke dienst gemeente

College

Gemeenteraad

Voorbereiden advies monitoringssysteem.

Vaststellen monitoringssysteem.

Procedure ‘wensen en bedenkingen’ t.a.v. monitoringssysteem, voorafgaand aan vaststelling door college (reactie gemeenteraad)

Voorbereiding besluitvorming over adviezen nav monitoring.

Besluitvorming over adviezen nav monitoring.

Procedure ‘wensen en bedenkingen’ t.a.v. en adviezen n.a.v. monitoring; voorafgaand aan vaststelling door college (reactie gemeenteraad)

monitoring realisatie

Voorbereiden advies monitoringssysteem. Uitvoeren monitoring.

Voorbereiden adviezen nav monitoring

Tabel 5 - Verantwoordelijkheden stakeholders

29

3.4 Relatie opgave RES regio - monitoring In het Programma zon op veld is aangegeven op welke wijze de gezamenlijk vastgestelde RES-ambitie kan worden gerealiseerd. Van belang is dat het proces met de gewenste of benodigde voortvarendheid wordt gevolgd. Of dit mogelijk is hangt mede af van het aantal en de kwaliteit van in te dienen projecten, de tijd die wordt besteed aan participatie. Veel factoren zijn van invloed op het wel of niet halen van de RES-ambitie op 1 januari 2025 als taakstellende datum voor verlening van omgevingsvergunningen. Het is van groot belang dat bevoegde gezagen tijdig zicht hebben op het kunnen behalen van RES-ambities. En zeker ook gelegenheid hebben om tussentijds en daarmee voortijdig bij te sturen of acties te ondernemen gedurende het proces. Het past ook in de RES-structuur en de voorziene terugmeldingsmomenten aan NPRES, dat gedurende het proces wordt gemonitord. Ingezet wordt op het opmaken van de balans van gerealiseerde projecten in relatie tot het behalen van de RES-ambitie na de stappen 2a, 3b en 4 en 6 en tijdens Stap 7 (driemaandelijks). Nadat de omgevingsvergunningen zijn verleend, wordt die balans hal aarlijks ter kennisgeving aan de colleges en jaarlijks aan de gemeenteraden gebracht.

Daaraan wordt een advies toegevoegd als daarvoor aanleiding bestaat, bijvoorbeeld als het behalen van de RES-ambitie onder te grote druk staat (zie paragraaf 3.5).

3.5 Toepassing programma bij niet halen regionaal bod De RES-regio Midden-Holland heeft een ambitie voor het realiseren van 0,186 TWh zon op veld. De verwachting is dat hiervoor voldoende projecten worden aangemeld. Het kan zijn dat in de loop van de tijd de indruk ontstaat dat de ambitie niet in volle omvang en tijdig wordt gerealiseerd. Of dat hierover gerede twijfels ontstaan. Daarvoor zijn uiteenlopende omstandigheden aanleiding te bedenken (zie de tabel). Van belang is dat verschillende acties kunnen worden geïnitieerd om alsnog de regionale RES-ambitie te realiseren of af te wijken van de vastgestelde kaders. Inzet van de externe ona ankelijke partij vindt in overleg met het bevoegde gezag plaats, ondersteund door de ambtelijke dienst. Coördinatie zal door deze externe partij regionaal plaatsvinden. Deze partij bereid de informatievoorziening over de inzet van maatregelen en het resultaat hiervan voor voor het bevoegde gezag, met ondersteuning van de ambtelijke dienst. Als de situatie zich voordoet dat het programma op onderdelen wordt aangepast, dan is van belang daarbij ook te kijken naar de ruimte die de provinciale zonneladder wel of niet biedt. De volgende risicotabel licht de omstandigheden en maatregelen toe. Risico

Maatregelen

Te beperkte capaciteit projecten in relatie tot de RES-ambitie

●Inzet van gemeente richting ieder project voor optimalisering ●Inzet van gemeente zon op veld richting de markt in de vorm van het informeren van grondeigenaren en overleg met energiecoöperaties of ontwikkelaars van zonnevelden gericht op interesseren in projecten zon op veld in de RES-regio

Projecten vallen af bij toetsing kansenkaart

● Inzet gemeente gericht op verbetering van het project ● Beoordelen of sprake is van inconsistentie of voortschrijdend inzicht

30

Projecten vallen af bij toetsing afwegingskader

● Inzet gemeenten gericht op verbetering van het project ● Overwegen verruiming afwegingskader ● Beoordelen of sprake is van inconsistentie of voortschrijdend inzicht

Capaciteit netwerk is niet tijdig gereed

Inzet gemeenten richting netwerkorganisatie

Te weinig gronden beschikbaar

Inzet gemeenten meer grondeigenaren ●het stimuleren van deelname door bijvoorbeeld inzicht geven in kosten-opbrengsten voor een grondeigenaar ●inzetten op meer koppelkansen met ontwikkelingen in de omgeving ●inzet versoepeling belastingssysteem (actie richting Rijksoverheid)

Projecten vallen af bij realisering waardoor bod niet gehaald wordt

Overprogrammering opnemen ●uitgaan van 120% benodigde ‘wenselijke projecten’ ●20% teveel wordt enkel ingezet bij afvallen projecten tijdens realisatie

Tabel 6 - Risicotabel

3.6 Toepassing programma bij initiatieven (deels) buiten een zoekgebied Op basis van de kansenkaart wordt de kansrijkheid van een gebied voor een initiatief aangeduid. De kansenkaart vormt daarmee een belangrijk criterium in het programma en bepaalt voor een belangrijke mate de score van een initiatief. Idealiter landen initiatieven binnen de kansrijke gebieden. Initiatieven buiten de groene kansrijke gebieden Het is denkbaar dat een initiatief wordt voorgesteld buiten de groene kansrijke gebieden. In dat geval betekent het dat het plan in principe niet in aanmerking komt voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Initiatieven die deels buiten de groene kansrijke gebieden zijn gelegen, kunnen in de volgende omstandigheden alsnog voor een beoordeling in aanmerking komen. Het voldoen aan het afwegingskader blijft overigens van belang. De initiatiefnemer toont in deze situatie aan dat de begrenzing van de kansrijke gebieden moet worden aangepast, zodanig dat het initiatief wel binnen een kansrijk gebied komt te liggen.

Dit kan in de volgende situaties nodig zijn: ● Inconsistentie De aangehouden begrenzing in het programma blijkt inconsistentie te vertonen, zoals dit kan worden aangetoond aan de hand van de criteria voor het begrenzen van kansrijke gebieden; ● Voortschrijdend inzicht Elders zijn projecten gerealiseerd waarbij de aanvankelijk veronderstelde bezwaren adequaat kunnen worden ondervangen of dat is gebleken dat die bezwaren zich in de praktijk niet voordoen. De genoemde omstandigheden kunnen ertoe leiden dat de kansenkaart wordt aangepast.Echter, de indruk bestaat dat op een initiatiefnemer een zware verantwoordingsplicht ligt voor het aantonen 31

van inconsistentie of voortschrijdend inzicht. Tegelijkertijd dient zo’n project altijd nog te voldoen aan de andere ruimtelijke instrumenten (gebiedsbeschrijvingen en afwegingskader) en deel uit te maken van een openstellingsronde, zodat op een evenwichtige wijze een prioriteringsvolgorde tot stand komt. Initiatieven die volledig buiten de zoekgebieden zijn gelegen, kunnen enkel in het programma meedingen in eventuele volgende openstellingsrondes, als het beoogde gebied is opgenomen in de kansrijke zoekgebieden door middel van herijking. Het herijkingsproces vindt niet per sé parallel aan het programma plaats. Bij elke herijking van de RES en bij eventuele nieuwe openstellingstermijnen van dit programma worden de kansenkaart en het afwegingskader tegen het licht gehouden en waar nodig aangepast aan de actualiteit. Overheidsbeleid, publieke opinie en ontwikkeling in de markt maken daar deel van uit. Steeds zal in ogenschouw worden genomen of de provinciale zonneladder de gewenste ruimte voor aanpassing van het instrumentarium wel of niet biedt. Bijstelling of afwijking van gebiedsbeschrijvingen en afwegingskader De hiervoor genoemde omstandigheden van inconsistenties en voortschrijdend inzicht, kunnen ook aan de orde zijn bij het toepassen van de gebiedsbeschrijvingen en het afwegingskader. Ook bij die ruimtelijke instrumenten kan blijken dat aanpassing nodig is.

Hetzelfde geldt voor ontwikkelingen in het kader van netcongestie. Als dat het geval is, wordt het voorliggende programma hierop aangepast. De bevoegde gezagen zullen dan, op voorstel van de ambtelijke dienst, dat is geïnitieerd door de externe adviespartij, hiertoe besluiten nemen na consultatie van de provincie ten aanzien van met name de provinciale zonneladder en na de procedure ‘wensen en bedenkingen’ bij de gemeenteraad.

32

4 Omgevingsvergunningen, -visie en -plan 4.1 Onderbouwing projecten voor aanvraag omgevingsvergunning Programma als basis voor onderbouwing van projecten Initiatiefnemers onderbouwen hun eigen projecten. Dit kunnen zij doen aan de hand van het programma met daarin uitgesplitst de kansenkaart, gebiedsbeschrijvingen en afwegingskader. Immers, deze ruimtelijke instrumenten bevatten criteria die zijn voorzien van een onderbouwing en toelichting (zie bijlagen). Aan de hand van die onderbouwingen en toelichtingen kunnen initiatiefnemers het eigen project opbouwen en onderbouwen. Milieueffectrapportage Module Energietransitie provincie Zuid-Holland De provincie heeft voor het wijzigen van de Omgevingsverordening de Milieueffectrapportage Module Energietransitie (MER) opgesteld. De commissie MER heeft hierover geadviseerd. In de milieueffectrapportage en het advies zijn de zoekgebieden voor zon op veld uitgebreid en indringend beoordeeld. De informatie kan door initiatiefnemers worden benut voor de opbouw van het project en de onderbouwing van het project.

Samenvatting • Milieueffectrapportage Module Energietransitie • Provincie Zuid-Holland https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p35/p3592/a3592ts.pdf Beoordeling en prioritering projecten Voor de beoordeling van de projecten aan de hand van de drie ruimtelijke instrumenten en de prioritering wordt een ona ankelijke externe partij ingeschakeld. Zij bereiden hiervoor adviezen voor, die de ambtelijke dienst aan het bevoegde gezag uitbrengt.

4.2 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning In de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingevolge artikel 7.3 Omgevingsregeling en het Programma zon op veld in ieder geval vermeld: ● Een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd; ● Het telefoonnummer van de aanvrager; ● Het adres, de kadastrale aanduiding en coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; ● Een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; ● Als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; ● Als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde; ● de wijze waarop aan de kansenkaart, het afwegingskader en de gebiedsbeschrijvingen wordt voldaan; ● De effecten voor de fysieke leefomgeving om te kunnen beoordelen of aan de wettelijke voorwaarde voor een evenwichtige toedeling van functies wordt voldaan.

33

4.3 Toetsing vergunningverlening Voor het proces van een Bopa heeft de VNG een stappenschema opgesteld. Dit stappenschema zal op hoofdlijnen worden gevolgd. Voor de benodigde tijdsperiode wordt uitgegaan van de reguliere procedure en die bedraagt circa 14 weken. Essentieel is dat projecten voor 1 januari 2030 worden gerealiseerd.

Figuur 4 - Stappenplan Bopa (bron: P04277_interactief_rapport_stappenplan, pagina 8)

4.4 Omgevingsvisie en omgevingsplan Omgevingsvisie Gemeenten beschikken over omgevingsvisies. Daarin is opgenomen dat de realisering van de energietransitie verloopt via de RES Midden-Holland 1.0, zodat rekening wordt gehouden met onder meer ruimtelijke kwaliteiten van de omgeving en netwerkcapaciteit. Binnen de kaders van de RES en de omgevingsvisies is hiervoor het programma zon op veld opgesteld. Dit programma bevat een uitwerking van de daarin opgenomen doelstellingen. De uitwerking is gericht op het realiseren van de RES-ambitie door middel van de meest wenselijke projecten. Hiervoor worden alle in te dienen projecten getoetst aan de spelregels van dit programma. Het is gewenst dat deze gezamenlijke opgave in de omgevingsvisies wordt opgenomen, als invulling van de reeds opgenomen doelstellingen. Voorgesteld wordt dat na vaststelling van het programma zon op veld door de colleges, op een gegeven moment de omgevingsvisie op dit onderdeel aanvullen: ‘Ingezet wordt op het realiseren van de meest wenselijke projecten zon op veld, zoals bedoeld in het programma zon op veld’.

34

Omgevingsplan Ieder gemeente beschikt tot 1 januari 2024 over verschillende bestemmingsplannen. Vanaf 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking en vormen die bestemmingsplannen van rechtswege één omgevingsplan. Voorheen werden bestemmingsplannen herzien, partieel of geheel. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het omgevingsplan gewijzigd door middel van wijzigingsbesluiten die de gemeenteraad vaststelt. Na vaststelling van het programma zon op veld zou de gemeenteraad het omgevingsplan kunnen wijzigen en daarmee op een locatie een project voor zon op veld direct toestaan. In paragraaf 2.1 is echter aangegeven dat het juist niet de bedoeling is dat een gemeente een wijziging van het omgevingsplan vaststelt voor het direct toestaan van projecten zon op veld. Ook al betreft het een locatie die in de RES 1.0 als zoekgebied is aangewezen of in dit programma zelfs als kansrijke locatie. Het direct toestaan van zonnevelden is strijdig met de opzet van de RES en het programma zon op veld. De route voor het realiseren van projecten zon op veld verloopt via toetsing aan het programma zon op veld en kan vervolgens worden gefaciliteerd met toepassing als Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (Bopa’s).

Dit is een afwijkingsprocedure die het mogelijk maakt af te wijken van het omgevingsplan, waarin een project voor zon op veld niet is toegestaan, en het project te toetsen aan de kaders die in het programma zijn opgenomen. Die kaders zijn met name gericht op het realiseren van alleen de meest wenselijke projecten en als er voldoende netwerkcapaciteit beschikbaar is.Daarvoor is wel nodig dat het project niet direct kan worden gerealiseerd. De gemeente verwerkt de Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) binnen 5 jaar in het omgevingsplan. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2032. Dit betekent dat omgevingsvergunningen voor Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die voor of op 1 januari 2027 onherroepelijk zijn geworden, op 1 januari 2032 in het omgevingsplan moeten zijn verwerkt. Het staat de gemeente vrij om een Bopa eerder in een omgevingsplan te verwerken, bijvoorbeeld in combinatie met allerlei andere wijzigingen van het omgevingsplan. Het verdient de voorkeur dat de ruimtelijke kwaliteiten van een project op veld zorgvuldig in het omgevingsplan worden geborgd. De wijze waarop dat gebeurt hangt af van de opzet van het omgevingsplan van iedere gemeente. Als uitgangspunt kan worden genomen dat de bevestigingsbrief met de voorwaarden voor verlening van een omgevingsvergunning, hiervoor als basis wordt gebruikt.

Tevens is het mogelijk om in het omgevingsplan regels te stellen ten aanzien van onderhoud en beheer, zoals circulariteit van een project. Voor regels met betrekking tot onderhoud en beheer wordt in een omgevingsplan een afzonderlijk hoofdstuk gereserveerd, die hiervoor kan worden benut..

35

5 Bijlagen 5.1 Overzicht beleid en regelgeving bevoegde gezagen Instanties

Instrumenten

Rijk

Klimaatakkoord Het gezamenlijke doel is 35 TWh duurzaam opgewekte energie op land in 2030 te realiseren. Hierbinnen passen projecten voor zon op veld.

Provincie Zuid-Holland

Omgevingsvisie energietransitie Streven naar grootschalige energieprojecten (windprojecten en zonneprojecten vanaf 15 KWp) met minimaal 50% lokaal eigendom. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied hebben invloed op de kwaliteit van het landschap en de ruimte voor voedselproductie. In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Het beleid voor zonne-energie is gebaseerd op de volgende principes: 1. Meervoudig ruimtegebruik 2. Bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden. 3. Een goede ruimtelijke ordening, waarbij infrastructuur (energienetwerk) als leidend principe wordt gehanteerd. 4. Ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied.

Omgevingsverordening, Module Energietransitie Voorkeur voor zonnepanelen op daken of binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Aanvullend buiten het bestaand stads- en dorpsgebied als duidelijk is dat capaciteit op daken en in stedelijk gebied onvoldoende is. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied mogelijk: op locaties passend binnen de provinciale zonneladder. Aanvullend op basis van integrale nadere verkenning en uitwerking die rekening houdt met onder andere opgaven landbouw, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit en in combinatie met andere ruimtelijke opgaven. Landschappelijk ingepast en rekening houdend met biodiversiteit. Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland De zogeheten zonneladder bevat handvatten voor zonnevelden met een meerwaarde voor de omgeving, bestaande uit: ● een stappenplan voor het ontwikkelen van zonnevelden met ruimtelijke kwaliteit ● ontwerpprincipes voor bij elkaar brengen van ontwerp en kwaliteit, functie en belangen ● inspirerende voorbeelden Provincie erbij betrekken als de planologische kaders of de borging van ruimtelijke kwaliteit in bestemmingsplan / beeldkwaliteitsparagraaf onvoldoende zekerheid of ruimte bieden.

36

Gemeenten

Omgevingsvisie

Omgevingsplan

Participatie

Bodegraven-Reeuwijk

Toekomstvisie Bodegraven Reeuwijk (ruimtelijkeplannen.nl) De komende decennia omslag naar duurzame energie. Zonnevelden nemen veel ruimte in en hebben impact op onze leefomgeving. Zorgvuldig mee omgaan. Opwekken duurzame energie voor agrariërs, inwoners, verenigingen en bedrijven bron van inkomsten. Baten komen ten goede aan de samenleving. In RES Midden-Holland afspraken waar beste schone energie opgewekt kan worden. Zonne-energie op daken, waterbassins (tuinbouw), parkeerterreinen en geluidsschermen langs snelwegen voorkeur. Daarnaast zoekgebieden zonne-energie. Uitwerking in RES 2.0. Efficiënt en meervoudig ruimtegebruik, combinatie andere functies uitgangspunt. Effecten energie-opwek op gezondheid meenemen.

De geldende bestemmingsplannen staan geen projecten zon op veld toe.

De gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft als eerste gemeente in Nederland een Participatieverordening ‘nieuwe stijl’ vastgesteld, bij besluit van 22 juli 2021. Tevens is de Leidraad participatie Bodegraven-Reeuwijk gepubliceerd. Voor projecten voor zon op veld is participatie voorgeschreven.

Gouda

Energietransitie | Omgevingsvisie Gouda Omgevingsvisie bevat verwijzing naar RES, dat hierin de doelstelling en gebieden voor productie verder worden onderzocht; het Goudse aandeel ongeveer 25% - 0,108 TWh. Ambitie 50% lokaal eigendom. Zonne-energie combineren op plekken die het meest wenselijk en kansrijk zijn. ● Daken (bestaand en nieuw), voor de opwekking van zonne-energie ● De zone langs de A12/A20 en de invalswegen, voor de opwekking van zonne- en windenergie (samen met buurgemeente Waddinxveen) ● Voor zonne-energie wordt hierbij gekeken vooral naar grote (bedrijfs-) daken en op overkappingen van parkeerterreinen

De geldende bestemmingsplannen staan geen projecten zon op veld toe.

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft de gemeenteraad besloten tot verplichte participatie rondom Bopa’s voor zon op veld.

Aanvullende oplossingen: één of meer grote locaties om schone energie met zon en/of wind in ‘energielandschappen’.

37

Gouda (vervolg)

Spelregels: ● Houd bij energietransitie rekening met (beschermd) cultureel erfgoed ● Houd bij herontwikkeling in het stedelijk gebied rekening met plaatsing van zonnepanelen (bijv. op (groene) daken) ● Zoek voor de plaatsing van windturbines zo veel mogelijk aansluiting bij bestaand (gesloten) stedelijk gebied en/of bestaande windturbines ● Houd rekening met beschikbare energie-infrastructuur De RES zal in een separaat spoor worden afgerond, inclusief een eigen MER.

Krimpenerwaard

Omgevingsvisie Gemeente Krimpenerwaard (ruimtelijkeplannen.nl) De energietransitie overstap van fossiele naar duurzame energiebronnen. Stimuleren opwekken duurzame energie. Zorgvuldige inpassing, voorkeur mix zonnevelden en (kleine) windmolens. Verwijzing naar RES Midden-Holland. Inzet op onder andere: ● samenleving vrij van fossiele brandstoffen en fossiele energie en CO2-neutraal in 2050. In 2030 is de CO2-uitstoot met 50% afgenomen (ten opzichte van 2015). ● Lokaal eigendom en koppelkansen. ● Samenwerking binnen RES-regio en zorgvuldige keuze zoekgebieden voor zonne-energie.

De geldende bestemmingsplannen staan geen projecten zon op veld toe.

Omgevingsvisie Waddinxveen (ruimtelijkeplannen.nl) Energievraag stijgt en verduurzaming is nodig. Verwijzing naar RES Midden-Holland: zoekgebieden voor zon op grote daken, parkeerplaatsen, waterbassins, geluidsschermen en langs infrastructuur. Aanvullend kijken naar windenergie.

De geldende bestemmingsplannen staan geen projecten zon op veld toe.

Waddinxveen

Krimpenerwaard heeft een participatieverordening vastgesteld bij besluit van 21 december 2021. Vastgelegd is dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie wordt toegepast. Uit de verordening volgt dat het college besluit over het wel of niet verplicht zijn van participatie voor een Bopa voor zon op veld.

In Waddinxveen wordt ingezet op ‘samenlevingsparticipatie’, gericht op het op een goede manier samenwerken door inwoners, ondernemers, organisaties, verenigingen en de gemeente. Hiervoor is de Leidraad Samenlevingsparticipatie 2019-2022 opgesteld.

38

Zuidplas

Omgevingsvisie | Maak Zuidplas Verwijzing naar RES 1.0: mogelijkheden beoordelen zonnepanelen op daken, bedrijventerreinen en bedrijfspanden. Combineren met andere ambities. Opties vele kleinschalige, lokale projecten of één of enkele geconcentreerde gebieden. Voorkeur zonnepanelen op daken, innovatie in glastuinbouw. Aanpassingen netwerk nodig. De gemeente stimuleert actief en zet in op (financiële) bijdrage van energie-opwek aan andere ambities voor ontwikkelingen en transities.

De geldende bestemmingsplannen staan geen projecten zon op veld toe. Uitzondering bestemmingsplan Zuidplas: Agrarisch - Glastuinbouw staat onder meer collectieve energievoorzieningen toe.

Het Kader Participatie (021) geeft aan dat participatie wordt voorgeschreven voor initiatieven met een middelgrote, veel en zeer grote impact op de omgeving en omwonenden. De projecten zon op veld behoren naar verwachting tot één van deze categorieën.

Hoogheemraadschap

Waterschapsverordening

Schieland en de Krimpenerwaard

Het aanleggen van ‘nieuwe’ soorten voorzieningen zoals bodem-energiesystemen, aquathermie en zonnepanelen op waterstaatswerken valt, net als in de oude situatie, onder de omgevingsvergunningplicht. In de verordening is verder geen regelgeving voor projecten voor zon op veld opgenomen.

Rijnland

Geen regeling inzake zon op land.

De Stichtse Rijnlanden

Geen regeling voor zon op veld. Zonnepanelen mogen niet zonder vergunning boven watergangen worden geplaatst.

RES Midden-Holland

Instrument RES 1.0 Midden-Holland (Zie paragraaf 1.1 en 2.1.) In bijlage 7 is ter inspiratie een stappenplan participatie opgenomen en een toelichting op het aspect lokaal eigendom / financiële participatie.

39

5.2 Handreiking Kansenkaart Spelregels omtrent de kansenkaart voor Zon op Veld, RES Midden Holland - Versie 10-08-2023

Inleiding In 2022 is de Regio Midden Holland gestart met een proef om te toetsen of een kansenkaart voor deze regio een geschikt ruimtelijk instrument is om de kansrijkheid van zoekgebieden te onderbouwen. Eind 2022 is vastgesteld dat de regio onder andere met de kansenkaart zal gaan werken. De kansenkaart van de RES Midden-Holland is een visueel instrument waarin zichtbaar is gemaakt op welke plekken in de regio de realisatie van grondgebonden zonneparken kansrijk is en waar niet. De kansenkaart gaat alleen in op de zoekgebieden die voor zon op veld in de RES 1.0 van de regio zijn vastgesteld. De kansenkaart maakt deel uit van het programma Zon op Veld. zie onderstaande figuur voor de verhouding ten opzichte van de andere ruimtelijke instrumenten in de regio Midden-Holland.

Figuur 1 - werking programma zon op veld

De methode van de kansenkaart is ontwikkeld door de Werkgroep Elektriciteit van de RES regio Midden-Holland, in samenwerking met de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH), maatschappelijke organisaties in de regio, de waterschappen, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. Met deze partners is een onderverdeling in kansrijkheid opgesteld. De bepaling van de kansrijkheid van gebieden is tot stand gekomen in een uitgebreid participatieproces met de inwoners van de regio in 2023. De kansenkaart wordt eind 2023 ter besluitvorming aan de individuele gemeenteraden voorgelegd. Deze handreiking beschrijft de methodiek en de werking van de kansenkaart.

Doel van de kansenkaart De kansenkaart heeft als doel om in de regio onderscheid te maken in kansrijke en niet kansrijke gebieden voor de opwek van zon op veld binnen de vastgestelde zoekgebieden uit de RES 1.0. Alleen op (matig) kansrijke zoekgebieden is de ontwikkeling van zon met de vaststelling van het programma in principe realistisch en wenselijk 40

Methodiek De kansenkaart methode betreft een multicriteria-analyse die voor elk zoekgebied een oordeel geeft over de mate van kansrijkheid van dat zoekgebied. Op basis van een set criteria die kwantitatief en kwalitatief worden ‘gescoord’, ontstaat per zoekgebied een oordeel waarin alle overwegingen die voor dat gebied gelden, zijn meegenomen. Dit oordeel is navolgbaar door de gebiedsbeschrijvingen die voor ieder gebied zijn opgesteld en waarin de beargumentering voor de behaalde score wordt weergegeven. Input voor de scores van de criteria en de gebiedsomschrijving zijn: ●

● ● ● ● ●

de provinciale planMER met onderliggende informatiesets, zoals: - Natura2000 en NNN; - recreatie; - cultuurlandschappen; - erfgoed; bestemmings- en masterplannen; gebiedsprofielen; 3ha-kaarten; expert judgement; netebeheergegevens: - locatie en reikwijdte spanningsstations; - beschikbare ruimte voor aansluitingen op spanningstations.

De methodiek biedt hiermee een transparante en eenduidige aanpak voor de beoordeling van de kansrijkheid van alle zoekgebieden binnen de RES-regio.

Samenwerking met het afwegingskader De kansenkaart en het afwegingskader werken samen. De kansenkaart geeft de kansrijkheid weer van een specifiek zoekgebied om zonnepanelen binnen te realiseren. Deze kansrijkheid wordt weergegeven met een score en een oordeel. Initiatiefnemers kunnen op basis van de kansenkaart inschatten waar zij het best een initiatief kunnen realiseren. Het afwegingskader neemt de scores uit de kansenkaart over: op het moment dat een initiatiefnemer een plan indient dat wordt opgenomen in het afwegingskader, wordt gekeken welk gebied dit betreft op de kansenkaart. Een initiatief dat zich bevindt in een groen gebied wordt in het afwegingskader sneller als wenselijk beoordeeld dan een oranje gebied. De kansenkaart is daarmee één van de criteria van het afwegingskader. De kansenkaart bestaat uit een overzicht met zoekgebieden die gekoppeld is aan een GIS-applicatie voor een visuele, geografische weergave van de zoekgebieden.

Zoekgebieden Alle vastgestelde zoekgebieden binnen de RES Midden-Holland zijn in de kansenkaart opgenomen. Door de opsplitsing van verscheidene grote zoekgebieden in meerdere kleine, is het aantal zoekgebieden in de kansenkaart groter dan in de RES 1.0 was voorzien voor zon op veld en zon langs infrastructuur. De volgende paragraaf beschrijft de detaillering van de zoekgebieden en direct daarna de lijst met kansrijke zoekgebieden in de regio. De paragrafen daarna beschrijft de totstandkoming van de beoordeling per zoekgebied en de gebiedsbeschrijvingen die de beoordeling onderbouwen.

41

Nadere detaillering van de zoekgebieden In de applicatie ArcGIS Pro zijn de zoekgebieden die zijn vastgesteld in de RES 1.0 overgenomen. De vaststelling van de RES 1.0 was een illustratie en geen exacte plaatsbepaling op kaart. De gebieden ‘zon langs infrastructuur’ waren in het proces richting RES 1.0 zorgvuldig geanalyseerd en beoordeeld. De ‘transitie-’ en ‘agrarische gebieden’ waren grotere en grovere gebieden die nog een verdere analyse en uitwerking nodig hadden na de vaststelling van de RES 1.0. In het proces van de kansenkaart is deze stap ook voor deze gebieden gemaakt. Daarnaast is er gekozen om in verschillende gebieden een verdere onderverdeling te maken zodat landschappelijke lijnen als infrastructuur tot opsplitsing van zoekgebieden leiden. In geen gevallen is daarmee een zoekgebied groter geworden. De opsplitsing vond alleen plaats binnen aangemerkte zoekgebieden van de RES 1.0. Dit bood de mogelijkheid om gebieden los van elkaar te beoordelen en te rangschikken volgens de methodiek van de kansenkaart. Voor de zoekgebieden ‘zon langs infrastructuur’ is deze methodiek bijna overal op het volledige zoekgebied van de RES 1.0 toegepast. Voor ‘zon in agrarische gebieden’ en ‘zon in transitiegebieden’ is dat gedaan voor kleinere gebieden.

Om tot deze kleinere gebieden te komen is een vergelijkbare analyse toegepast voor de totstandkoming van de zoekgebieden ‘zon langs infrastructuur’ in de RES 1.0. In de praktijk betekende dat het weglaten van (toekomstig) bestemde gebieden met natuur (Natura2000, NNN en weidevogelgebieden), woningbouw en recreatie. Vervolgens is er gekeken naar welke gronden binnen deze gebieden geschikt zijn. In eerste instantie om een beeld te krijgen van de haalbaarheid van de ambitie die in de RES 1.0 gesteld is. Dat is gedaan door de ongeschikte oppervlaktes binnen zoekgebieden eruit te laten. Denk aan stukken die bebouwd zijn, waar sloten liggen en andere objecten staan en waar zodoende geen plek is om zonnepanelen te plaatsen. Daardoor bleven er binnen zoekgebieden onlogische gebieden en niet-aaneengesloten delen over. Hierdoor zijn de zoekgebieden verder verfijnd. Deze stappen leiden tot het in de kaart hieronder weergegeven overzicht van zoekgebieden zon op veld. De gele gebieden zijn de gebieden die meegenomen zijn in de kansenkaart, beoordeeld zijn en a ankelijk daarvan verder meegenomen worden in de volgende stappen. De lichtbruine daaronder zijn de oorspronkelijke begrenzingen uit de RES 1.0.

42

Figuur 3 - Kansenkaart Zon op veld Midden-Holland

Kansrijke zoekgebieden Hieronder volgt de lijst met kansrijke zoekgebieden die in de regio worden vrijgegeven. Dit gebeurt in twee segmenten. In het eerste segment betreft het de volgende zoekgebieden. Zoekgebied Driehoek N11/N459/Nespad A12/Boerderijweg/Enkele Wiericke Binnenpolder Oost (Dammekant) Bredeweg - Noordelijke Dwarsweg - A12 (A12/N219 knoop) Gouda buitengebied Groen energielandschap Krimpenerhout Moerkapelle Zuid (A12/Swanlaweg) Polder Westeinde Waarder Noord Restveengebied Tweede Bloksweg Waddinxveen Knoop A12/A20/N457 Zoutman-West

Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk

Type Langs infrastructuur Langs infrastructuur Langs infrastructuur

Zuidplas

Langs infrastructuur

Gouda Zuidplas Krimpenerwaard Zuidplas Bodegraven Reeuwijk Zuidplas Waddinxveen Waddinxveen Bodegraven-Reeuwijk

Langs infrastructuur In transitiegebied Agrarisch gebied Langs infrastructuur Langs infrastructuur In transitiegebied Langs infrastructuur Langs infrastructuur Langs infrastructuur

Tabel 1 (herhaald) - Eerst segment zoekgebieden

Mochten bovenstaande zoekgebieden onvoldoende initiatieven opleveren om de ambitie te halen, dan worden onderstaande zoekgebieden in ronde twee vrijgegeven.

43

Zoekgebied Polder Middelburg Polder Westeinde Waarder Oost Tempelpolder Oost Tempelpolder West Tempelpolder Zuid

Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk

Type Agrarisch gebied Agrarisch gebied Agrarisch gebied Agrarisch gebied Agrarisch gebied

Tabel 2 (herhaald) - Tweede segment zoekgebieden

Criteria Om de kansrijkheid van een zoekgebied eenduidig te kunnen beoordelen is een aantal criteria opgesteld dat van belang is bij de inschatting van de kansrijkheid van het gebied. Deze criteria zijn: ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

type zoekgebied; landschapstype; natuurwaarden; recreatiegebied; geplande ontwikkelingen; netaansluiting; netimpact; archeologische waarden; cultuurhistorische waarden; gebiedsspecifieke meekoppelkansen; landbouw- en landschappelijke waarden.

Ieder gebied wordt op deze criteria beoordeeld. In de meeste gevallen betreft dit per criterium een kwantitatieve beoordeling, die op basis van meetbare data wordt gedaan. Bijvoorbeeld openbare geografische kaartdata. Deze scores variëren op een schaal van 1 tot en met 5. In de regel zijn scores 1, 2 of 3 nadelig voor de kansrijkheid van een zoekgebied. Scores van 4 en 5 zijn voordelig in de beoordeling van de kansrijkheid. Sommige criteria leiden bij een lage score direct tot een algehele beoordeling van het gebied als niet-kansrijk. Bijvoorbeeld omdat het gebied op korte termijn een andere bestemming krijgt of omdat het bijvoorbeeld beschermd gebied is. Dit wordt ook wel een uitsluitingscriterium genoemd. Dit wordt in het criterium aangegeven. Sommige criteria zijn niet te beoordelen op openbare geografische kaartdata. Om toch tot een score en weging te komen, zijn bijvoorbeeld bestemmingsplannen, gebiedsprofielen of expert-judgement geraadpleegd. De beoordeling van deze criteria is dan kwalitatief en niet te duiden op de vijfpuntsschaal. De beoordeling van deze criteria is opgenomen in de gebiedsomschrijving van ieder gebied. De gebiedsbeschrijvingen worden later in deze handreiking behandeld. Hieronder zijn de criteria uitgelicht met de bijbehorende definities per score.

Type zoekgebied In de regio is in de RES 1.0 een voorkeur uitgesproken voor het ene type zoekgebied boven het andere. Deze voorkeur volgt de provinciale zonneladder. Allereerst is zon op dak, waterbassins en parkeerplaatsen het meest wenselijk. Initiatieven hiervoor vallen buiten de scope van het programma Zon op veld. Vergunningverlening verloopt direct via de gemeente en vereist geen voortraject zoals dit programma beoogt. De regio wil juist dergelijke initiatieven stimuleren. Zon op- en langs infrastructuur is als tweede geprioriteerd op de zonneladder, en is het eerste type dat 44

wordt behandeld binnen het Programma zon op veld. Het krijgt binnen het programma de hoogste prioriteit en is geprioriteerd boven zon in transitiegebieden en zon op agrarische gronden. Daarnaast is in de regio gekozen om de zoekgebieden in twee ronden vrij te geven, waarbij zoveel mogelijk gebieden langs infrastructuur de voorkeur krijgen boven gebieden op agrarische gronden. Geen van de typen zoekgebieden leidt per direct tot uitsluiting. criteria/score

1

2

Type zoekgebied

3 Agrarisch gebied

4

5

Transitiegebied

Gebied langs infrastructuur

Landschap De algemene landschappelijke kenmerken en de ondergrond van een gebied zeggen iets over de geschiktheid voor de plaatsing van zonnepanelen. Zo zijn panelen gemakkelijker te plaatsen en te onderhouden op droogmakerijen met klei dan op veenweidegebied. De ondergrond is steviger en de verkaveling van een droogmakerij is meer geschikt voor de opstelling van een zonneveld. Ook is op klei zowel intensief als extensieve bouw van panelen mogelijk, waarbij veenweidegebied enkel extensief bouwen mogelijk is. Dat is omdat wegens de bedekking van de bodem het veen meer zal gaan oxideren en daarmee CO2 zal uitstoten, wat onwenselijk is. Bron van dit criterium zijn de landschapskaarten van de gebiedsprofielen van de provincie Zuid-Holland. Het criterium betreft geen uitsluitingscriterium en er kan zowel negatief als positief gescoord worden. criteria/score Type landschap

1

2 Veenweide gebied

3 Droogmakerij Veen + sierteelt op veen

4

5 Droogmakerij Klei

Natuurwaarden De aanwezigheid van verschillende typen natuur in de zoekgebieden maakt ze meer of minder kansrijk voor de plaatsing van zonnepanelen. Als bron voor de beoordeling van dit criterium zijn de provinciale kaarten weergegeven met daarop terreinen met bijzondere planten en vegetatie, Natura 2000 gebieden, NNN-gebieden en belangrijke weidevogelgebieden. In al dit soort gebieden is plaatsing van zonnepanelen in principe uitgesloten. Vandaar dat een negatieve score op dit criterium direct leidt tot de beoordeling ‘niet kansrijk’, ona ankelijk van de scores op andere criteria. Dit criterium is daarmee een uitsluitingscriterium. De aangrenzing van het zoekgebied aan een natuurgebied levert een gemiddelde score, score 3 op. De afwezigheid van deze gebieden levert een maximaal positieve score op.

45

criteria/score

Natuurwaarden

1

2

Hoge natuurwaarden door de aanwezigheid of directe uitstraling van een Natura 2000 gebied, NNN gebied en/of weidevogel-ge bied

3

4

Gemiddelde aanwezigheid van recreatieve waarden door grenzing van het zoekgebied aan een natuurgebied

5

Geen aanwezigheid natuurwaarden

Recreatiegebied De aanwezigheid van recreatiegebied in een zoekgebied zegt iets over de wenselijkheid van het plaatsen van panelen aldaar. In een recreatief wandel/fietsgebied zijn panelen minder wenselijk dan op een terrein dat hier niet voor is bestempeld. De aanwezigheid van een recreatief gebied leidt niet direct tot uitsluiting maar beïnvloedt de kansrijkheid van het zoekgebied in meer of mindere mate. Zo is bepaald dat een zoekgebied dat volledig in een recreatiegebied ligt het meest benadeeld wordt qua kansrijkheid. Een zoekgebied dat gedeeltelijk uit een recreatiegebied bestaat of grenst aan een recreatiegebied, scoort respectievelijk een 2 of een 3. Geen aanwezigheid van recreatiegebieden levert de maximaal positieve score op. Bron voor dit criterium zijn de kaarten van Fietsnetwerk Nederland en de provinciale recreatiegebieden. criteria/score

Recreatiegebied

1

2 Hoge recreatieve Zeer hoge waarden door recreatieve de directe waarde, door invloed van ligging van recreatieve zoekgebied in vaar-, fiets- en recreatie-gebie wandel-verbin d dingen in het zoekgebied

3 Gemiddelde aanwezigheid van recreatieve waarden door grenzing van het zoekgebied aan een recreatie-gebie d

4

5

Geen recreatieve waarde

Geplande ontwikkelingen Als er op korte termijn ontwikkelingen in een gebied gepland staan, is het onwenselijk om daar zonnepanelen te plaatsen. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van woningen binnen een termijn van 5 jaar, dan is het niet zinvol een zonnepark te bouwen op diezelfde locatie. Als bron voor de beoordeling van dit criterium wordt de 3ha-kaart van de provincie gebruikt, aangevuld met expert-judgement van de gemeenten. De 3ha-kaart duidt niet op welke termijn ontwikkelingen worden gerealiseerd en levert daarmee te weinig inzicht. Dit criterium betreft een uitsluitingscriterium, waarbij een negatieve beoordeling (een ontwikkeling binnen nu en vijf jaar) direct leidt tot de beoordeling ‘niet kansrijk’. Alle andere mogelijkheden (na 5 jaar of geen ontwikkelingen voorzien) dragen ‘neutraal’ bij aan de kansrijkheid van het gebied. 46

criteria/score

Geplande ontwikkelingen

1

2

Ontwikke-linge n (woningbouw/ bedrijven) te verwachten binnen 0 tot 5 jaar.

3

4

5

Geen ontwikkelingen voorzien of pas voorzien na 5 jaar.

Netaansluiting In de Regio zijn verscheidene spanningsstations waarop een zonnepark kan worden aangesloten. Hoe verder een initiatief afligt van een spanningsstation, des te meer verliezen er plaats vinden in de kabels. Hoe duurder de aansluiting, des te meer werkzaamheden er dienen plaats te vinden met mogelijk overlast. Dit heeft een slechtere business case tot gevolg. De netaansluiting is kostentechnisch voor rekening van de initiatiefnemer maar kan leiden tot omgevingsoverlast, of door de slechtere business case tot minder aandacht voor overige aspecten. De afstand tot een spanningsstation leidt niet tot uitsluiting maar beïnvloedt de kansrijkheid van een gebied. Bron voor dit criterium zijn door Stedin aangeleverde geografische locaties van de spannings-stations met hun reikwijdte voor aansluiting (cirkels om de locatie). Stedin geeft aan dat een aansluiting tot 10 MW tot 3 km van het spanningsstation is aan te sluiten, alvorens het zeer complex wordt dit te doen. Voor projecten >10MW geldt dit tot 5 km. Vandaar dat in de beoordeling sprake is van een positieve beoordeling bij afstanden onder de 3 km, daarboven wordt de beoordeling negatief. criteria/score

1

2

3

4

5

Netaansluiting

Buiten 7 km van spannings-st ation

Buiten 5 km van spannings-st ation

Binnen 3 tot 5 km van spanningsstation

Binnen 1 tot 3 km van spanningsstation

Binnen 0 tot 1 km van spanningsstation

Netimpact Naast de geografische afstand van het zonnepark tot het aan te sluiten spanningsstation is ook de beschikbare capaciteit van het spanningsstation een belangrijke factor in de kansrijkheid van een zonnepark. De aanwezigheid van een knelpunt dat niet is opgelost voor 2030 leidt er per definitie toe dat zoekgebied tot die tijd niet kansrijk is. Het is daarmee een uitsluitingscriterium. Bron voor dit criterium betreft de geografische capaciteitskaart van Netbeheer Nederland en de netimpactanalyse van de Netbeheerder. In de beoordeling is ervoor gekozen om gebieden zonder knelpunten de maximale positieve score te geven. Waar sprake is van knelpunten beïnvloedt dit de kansrijkheid negatief.

47

criteria/score

1

Netimpact

Veroorzaakt een knelpunt dat niet voor 2030 wordt opgelost.

2

3 Veroorzaakt een knelpunt, dat voor 2030 wordt opgelost.

4

5 Veroorzaakt geen knelpunt.

Archeologische waarden In de regio heb je verschillende typen afzettingen met kans op archeologische vondsten. Hiervoor wordt de provinciale kaart archeologische verwachtingswaarde 2011 gebruikt als bron. De mate van kansrijkheid voor de plaatsing van zonnepanelen in een gebied wordt maar minimaal door de aanwezigheid van archeologische waarden beinvloedt. Er is daarom gekozen om dit geen onderdeel uit te laten maken van de multicriteria analyse maar van de gebiedsbeschrijving. Als het te beoordelen gebied unieke en mee te wegen aspecten heeft op archeologische vondsten, zal het in de gebiedsbeschrijving zijn meegenomen en zijn weerslag hebben op het eindoordeel van dat gebied. Cultuurhistorische waarde De Cultuurhistorische waarde van een gebied wordt bepaald door de aanwezigheid van monumenten, molenbiotopen of ander beeldbepalend erfgoed. In hoeverre een gebied door de aanwezigheid hiervan wordt beïnvloed, is sterk a ankelijk van expert judgement. Immers, de aanwezigheid van een molenbiotoop in een zoekgebied van 4 hectare heeft meer invloed dan de aanwezigheid van eenzelfde molenbiotoop in een zoekgebied van 40 hectare. Er is voor dit criterium daarom gekozen voor een kwalitatieve beoordeling in de gebiedsbeschrijving.

Als het te beoordelen gebied belangrijke, mee te wegen aspecten heeft op cultuurhistorische waarden zal het in de gebiedsbeschrijving zijn meegenomen en zijn weerslag hebben op het eindoordeel van dat gebied. Gebiedsspecifieke meekoppelkansen Meekoppelkansen zijn een belangrijke en soms doorslaggevende factor in de kansrijkheid van een initiatief. In het ene gebied worden andere meekoppelkansen belangrijker geacht dan in het andere gebied. Denk aan de aanwezigheid van knikpuntgebieden of recreatief terrein waar het wenselijk is zonnepanelen toe te passen. Deze meekoppelkansen worden meegenomen in de gebiedsbeschrijvingen. In de basis moet ieder zonneveld koppelkansen met andere opgaven meenemen. Dit wordt in een later stadium, bij de beoordeling van plannen in het afwegingskader, aan planontwikkelaars als voorwaarde gesteld. Als bron voor de specifieke gebiedsbeschrijvingen wordt expert- judgement gebruikt. Overige landbouw- en landschappelijke waarden Er kunnen in een gebied nog andere aspecten van invloed zijn op de wenselijkheid of kansrijkheid om in dat gebied zonnepanelen te plaatsen. Denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van intensieve landbouw en de keuzes die gemaakt moeten worden met betrekking tot het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).

Deze kwalitatieve aspecten worden opgenomen in de gebiedsbeschrijvingen en hebben op die manier hun weerslag op het eindoordeel van een gebied. Per gebied wordt een aantal gegevens onderscheiden. Deze gegevens worden in de gebiedsbeschrijvingen weergegeven. 48

Het oordeel Ieder zoekgebied krijgt op basis van de beoordeling van bovengenoemde criteria een eindbeoordeling. Deze beoordeling stelt de mate van kansrijkheid voor dit gebied vast. De beoordeling komt in eerste instantie kwantitatief tot stand. De berekening betreft een optelsom van de score op de verschillende kwantitatieve criteria. De score die hieruit komt, bepaalt vervolgens het eindoordeel: rood, oranje of groen. De drempelwaarden en de definitie van deze beoordeling worden hieronder beschreven. Vervolgens wordt de uitkomst zo nodig aangevuld of genuanceerd met de kwalitatieve benadering van de gebiedsbeschrijving en resultaten uit het participatietraject dat in 2023 is uitgevoerd. Hierdoor kan het uiteindelijke oordeel van een zoekgebied afwijken van de score van de kansenkaart. De berekening De berekening van de score betreft de optelsom van de individuele scores (1 t/m 5) van de criteria gedeeld door het totaal aantal criteria. Een score van 3 is gemiddeld of neutraal. De totaalscore varieert hiermee van 1 (minimale score) tot 5 (maximale score). De drempelwaarden en definities Totaalscores tussen 3 en 5 bevorderen de kansrijkheid van het gebied. Immers, in deze gebieden is op meer criteria positief gescoord dan negatief om op de eindscore tussen 3 en 5 uit te komen. Een score van 1 of 2 beperkt de kansrijkheid van het gebied.

In deze gebieden is minimaal meer negatief geoordeeld op de criteria dan positief. Gebieden die laag hebben gescoord op uitsluitingscriteria zijn per definitie uitgesloten en zijn daarmee niet kansrijk. Dit leidt tot de volgende definities van beoordeling: Drempelwaarde

3 en daarboven

Onder 3

Uitsluiting

Beoordeling

Definitie

Groen gebied

Redelijk kansrijk tot kansrijk: Het gebied is geschikt voor de realisatie van zonnepanelen op veld. Dit beïnvloedt de beoordeling van een plan positief. Het is niet zo dat een project op deze gebieden per definitie als wenselijk wordt gezien. Initiatiefnemers dienen de criteria van het afwegingskader in acht te nemen bij de verdere uitwerking van hun plan.

Oranje gebied

Matig kansrijk Het gebied is minder geschikt voor zonnepanelen op veld. Dit beïnvloedt de beoordeling van een plan negatief. Of een project op dit gebied als wenselijk wordt gezien is mede a ankelijk van de beoordeling van het plan op andere thema’s. Initiatiefnemers dienen de criteria van het afwegingskader in acht te nemen bij de verdere uitwerking van hun plan.

Rood gebied

Niet kansrijk Dit gebied is niet geschikt voor de plaatsing van zonnepanelen. Een project wordt per definitie niet als wenselijk gezien. Het advies is om gebruik te maken van kansen voor zonnevelden in andere gebieden.

49

Gebiedsbeschrijvingen Ter onderbouwing van de kansrijkheid van de zoekgebieden zijn gebiedsbeschrijvingen opgesteld. De gebiedsbeschrijving dient om: ● ●

Een oordeel van de kansrijkheid van een zoekgebied te onderbouwen met landschappelijke waarden en kenmerken en om de navolgbaarheid van de gegeven score te duiden. Gebiedsspecifieke inpassingsvoorwaarden om inpassing van zonnepanelen en aansluiting op gebiedsspecifieke meekoppelkansen te duiden. Dit ten behoeve van de prioritering van initiatieven in het afwegingskader.

Ieder kansrijk zoekgebied heeft een gebiedsbeschrijving als naslagwerk. Deze gebiedsbeschrijvingen hebben als bron onder andere gebiedsvisies, bestemmingsplannen en gebiedsprofielen. Ze dekken de totale beoordeling van het zoekgebied in de kansenkaart. De opbouw van de gebiedsbeschrijving is eenduidig, om verschillende gebieden te kunnen vergelijken. Deze opbouw is als volgt: ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

●

Naam zoekgebied en gemeente; Type zoekgebied (bijv. langs infrastructuur); Landschapstype (bijv. droogmakerij veen) Inleidende tekst en algemene omschrijving van het gebied; Overzichtskaart Landschappelijke waarden en kenmerken Natuur en ecologische waarden Recreatiewaarden Cultuurhistorische waarden Archeologische waarden Gebiedsspecifieke inpassingsvoorwaarden - configuratie - begrenzing, afscherming en landschapskwaliteit - techniek en installatie - planproces en communicatie - beheer - meekoppelkansen Kansenkaartscore -

de kansenkaartscore staat op een apart formulier en geeft de totaalscore van het zoekgebied weer op basis van de eerder genoemde waarden.

De gebiedsbeschrijvingen zijn door een extern bureau ontwikkeld in samenwerking met ambtelijke vertegenwoordiging.

50

5.3 Handreiking Afwegingskader Spelregels omtrent het afwegingskader voor zon op veld, RES Midden Holland Versie 10-08-2023

Inleiding In 2022 is in de regio Midden-Holland een proef gestart om te toetsen of een afwegingskader een geschikt instrument is om de wenselijkheid van initiatieven voor zon op veld in Midden-Holland weer te geven. Eind 2022 is vastgesteld dat de regio onder andere met een afwegingskader gaat werken. Het afwegingskader van de RES-regio Midden-Holland is een instrument dat initiatieven voor zon op veld ten opzichte van elkaar prioriteert. Daarmee geeft het aan welke van de ingediende initiatieven het meest wenselijk zijn om in de regio te realiseren. Het instrument dient niet als vergunningverlenend kader, daarvoor dient een ander instrument dat lokaal wordt vastgesteld. Het afwegingskader maakt onderdeel uit van het programma zon op veld. In onderstaande figuur wordt de verhouding van het afwegingskader ten opzichte van de andere ruimtelijke instrumenten in de regio Midden-Holland weergegeven.

Figuur 2 (herhaald) - Programma Zon op veld met ruimtelijke instrumenten

De methode van het afwegingskader is ontwikkeld door de Werkgroep Elektriciteit van de RES-regio Midden-Holland, in samenwerking met de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH), maatschappelijke organisaties in de regio, de waterschappen, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. De inhoudelijke kenmerken van het afwegingskader, waarmee de uiteindelijke wenselijkheid van een initiatief wordt bepaald, zijn door middel van een uitvoerig participatieproces met de inwoners van de regio in 2023 uitgewerkt. Het afwegingskader is eind 2023 ter besluitvorming aan de individuele gemeenten voorgelegd. Het afwegingskader dient zowel voor initiatiefnemers als leidraad op basis waarvan zij hun initiatief of plan kunnen aanscherpen, als voor de regio om alle ingediende initiatieven ten opzichte van elkaar te kunnen prioriteren. Deze handout beschrijft de methodiek en de werking van het afwegingskader.

51

Doel van het afwegingskader Het afwegingskader heeft als doel om de wenselijkheid van initiatieven voor de regio te bepalen, binnen gebieden die in de kansenkaart als kansrijk worden geacht. Alleen wenselijke initiatieven komen in de regio in aanmerking voor de aanvraag van een omgevingsvergunning en kunnen bij toekenning van de vergunning overgaan tot realisatie. Het afwegingskader is daarmee een voorportaal van de vergunningverlening en geeft de wenselijkheid van het initiatief aan.

Methodiek De methode betreft een multicriteria-analyse die voor elk initiatief een oordeel geeft over de wenselijkheid ervan. Op basis van een set criteria die kwalitatief en kwantitatief kunnen worden ‘gescoord’, krijgt ieder initiatief een score toebedeeld. De initiatieven met de hoogste score zijn het meest wenselijk en zullen worden geprioriteerd richting vergunningverlening. Verdere uitleg over de scores en prioritering volgt verderop in deze handreiking. Ieder initiatief dat bekend is bij gemeenten komt in aanmerking voor opname in het afwegingskader. Dit kunnen initiatieven zijn die in de fase van een principeverzoek zijn of initiatieven die al richting aanvraag omgevingsvergunning (willen) gaan. Doorgaans is wel een plan vereist om in het afwegingskader opgenomen te worden. Het afwegingskader dient ertoe om deze initiatieven aan te scherpen óf af te laten vallen omdat er mogelijk doorslaggevende criteria zijn die het initiatief niet als wenselijk kunnen laten beschouwen. De methodiek biedt hiermee een transparante en eenduidige aanpak voor de prioritering van alle initiatieven voor zon op veld in de regio.

Samenwerking met de kansenkaart De kansenkaart en het afwegingskader werken samen. De kansenkaart geeft de kansrijkheid weer van een specifiek zoekgebied om zonnepanelen op te realiseren. Deze kansrijkheid wordt weergegeven met een score en een oordeel (Kansrijk, matig kansrijk of niet kansrijk). Initiatiefnemers kunnen op basis van de kansenkaart inschatten waar zij het best een initiatief kunnen realiseren. Het afwegingskader neemt de scores uit de kansenkaart over: op het moment dat een initiatiefnemer een plan indient, wordt het plan opgenomen in het afwegingskader. In het afwegeingskader wordt gekeken welk gebied dit betreft op de kansenkaart. Een initiatief dat zich bevindt in een groen gebied wordt in het afwegingskader sneller als wenselijk beoordeeld dan een oranje gebied. De kansenkaart is daarmee één van de criteria van het afwegingskader. Het afwegingskader bestaat uit een document met daarin: ● ●

een lijst aan criteria op basis waarvan de initiatieven worden geprioriteerd de scores van initiatieven gerangschikt naar wenselijkheid.

Voorwaarden en uitzonderingen Belangrijk voor initiatiefnemers en ontwikkelaars zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor beoordeling binnen het afwegingskader: ●

Eenieder die een initiatief voor zonnepanelen op veld wil realiseren en daarmee vergunningsplichtig is, kan zich als ‘initiatiefnemer’ opgeven.

52

● ● ● ● ●

Een initiatief dient te voldoen aan de minimale eisen op ieder criterium binnen het afwegingskader. Een initiatief dient te liggen in één van de kansrijke zoekgebieden die zijn gepubliceerd binnen de kansenkaart. Een initiatief mag niet op Rijksvastgoed- en Rijksgrond liggen. Een initiatief dient afgestemd en akkoord te zijn bevonden door de eigenaar van de grond waarop het initiatief dient te worden ontwikkeld. Een initiatief dient te voldoen aan het toepassingsbereik voor een zonneveld zoals opgenomen in het omgevingsbeleid van de provincie

Er zijn enkele uitzonderingen voor projecten die wel vergunningplichtig zijn, maar waar prioritering middels het afwegingskader en daarmee het programma zon op veld niet van toepassing is. Deze projecten kunnen bij het bevoegd gezag direct een omgevingsvergunning aanvragen, mits zij voldoen aan alle voorwaarden voor provinciaal en gemeentelijk beleid aangaande de ruimtelijke kwaliteit en beleid en regelgeving vanuit de waterschappen. De uitzonderingen betreffen: ● ● ● ● ● ●

Projecten voor zon op veld met een omvang kleiner dan het provinciaal toepassingsbereik voor een zonneveld Projecten voor zon op parkeerterreinen (solar carports). Projecten voor zon op waterbassins. Projecten voor zon op geluidsschermen. Projecten voor zon op bestaande infrastructuur (zoals taluds). Projecten voor zon op boerenerven, stortplaatsen of bebouwing.

Bij projecten met een omvang kleiner dan het provinciaal toepassingsbereik voor een zonneveld wordt gedacht aan kleine velden gericht op de opwek van eigen energie. Voor deze uitzondering is gekozen om particuliere eigenaren niet onnodig in het afwegingskader van het programma op te nemen. Bij realisatie van dergelijke kleine velden blijft ruimtelijke kwaliteit en inpassing onverminderd van toepassing. Dergelijke uitzonderingen die dus qua locatie wel binnen de vastgestelde zoekgebieden vallen, vallen dus buiten het programma en zijn een aangelegenheid voor de individuele gemeenten. Daarbij worden zij aangemoedigd wel de instrumenten te hanteren, maar zijn ze vrij in het vergeven van vergunningen. Alle vergunningsplichtige initiatieven buiten deze uitzonderingen dienen volgens het programma tot stand te komen en dienen daarmee aan de voorwaarden van het programma te voldoen. In het bepalen van de wenselijkheid van de binnengekomen initiatieven wordt rekening gehouden met 20% extra reservering, rekening houdend met enige uitval in de vervolgfases van vergunningverlening en realisatie.

Criteria Niet specifiek genoemd zijn de wettelijke verplichtingen bij de realisatie van een zonnepark. Deze gelden onverminderd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. de criteria uit het afwegingskader zijn hier een aanvulling op, en zijn daarmee bovenwettelijk, ofwel additioneel, om de wenselijkheid van een initiatief in de regio Midden Holland te verbeteren.

53

Deze criteria zijn niet alleen van landschappelijke of technische aard. Ook criteria met betrekking tot participatie, netbeheer of aansluiting bij lokale opgaven zijn onderdeel van de prioritering. Zo wordt breed gekeken naar de wenselijkheid van een initiatief. De volgende criteria zijn meegenomen: ● ● ● ● ● ● ● ● ●

de kansenkaartscore meekoppelkansen landschappelijke inpassing ontwerp biodiversiteit veiligheid en gezondheid participatie - projectparticipatie participatie - lokaal eigendom netbeheer

Ieder initiatief wordt op basis van deze criteria gescoord met een kwantitatieve score. Elk criterium heeft per mogelijke score een eigen definitie om op deze score te komen. Onvoldoende Een score van 0 bij één of meer criteria betekent dat het initiatief op dat moment niet wordt opgenomen in de prioritering. Het plan is onvoldoende uitgewerkt en hoeft niet verder te worden beoordeeld. Het is aan de initiatiefnemer om het plan verder uit te werken en om aan de minimumeisen te voldoen. Minimale eis - voldoende score Een score van 1 bij één of meer criteria (indien elders geen uitsluiting voorkomt) is noodzakelijk om in de prioritering opgenomen te worden. Het plan voldoet aan de minimumeisen om mee te gaan in de prioritering van het afwegingskader. Het initiatief zal niet hoog in de uiteindelijke prioritering uitkomen als alle criteria op voldoende worden gescoord. Aanscherping van het initiatief kan leiden tot een verhoging van de score en daarmee betere kansen om hoger geprioriteerd te worden. Goed en zeer goed Scores van 2 (goed) of 3 (zeer goed) bij criteria leiden tot wenselijker plannen. De hoeveelheid plannen die worden ingediend en de schaalgrootte van deze plannen tezamen bepalen de grensscore waarop een plan wenselijk wordt geacht of niet. Dit wordt verder uitgelegd onder ‘De score en prioritering’. Hieronder worden de verschillende criteria toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13742181/3