CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

c. BSGR Kadernota 2024

Besluitvormende raadsvergadering 31 mei 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2024-2027 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland13.599 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken extra kosten voor de BSGR met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan : • Dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1.442,- p/s) • Kosten voor beroepsprocedures • Griffierechten te betalen voor kwetsbare doelgroepen • Behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere ‘No Cure No Pay’-bureaus die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bureaus nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling) De BSGR is het huidige kwijtscheldingsproces al zodanig aan het herinrichten dat al zo veel mogelijk gewerkt kan gaan worden conform de genoemde behandeltermijn. Robotisering / Artificiële Intelligentie RPA (Robotic Process Automation) of robotisering is de automatisering van op business rules gebaseerde bedrijfsprocessen door middel van een software-applicatie of een ‘software robot’. Met name processen die een hoog repeterend karakter kennen qua verzamelen, invoeren en valideren van informatie uit systemen of spreadsheets komen hiervoor in aanmerking. De BSGR werkt met name met ‘scripting’ (processen die door een programma uitgevoerd worden, of aanvullend op een proces worden uitgevoerd).

Omdat de BSGR zal overgaan naar de cloudversie van het belastingpakket, zullen alle scripts die momenteel worden gebruikt ter efficiency en/of controle van de huidige processen, dienen te worden (her)beoordeeld. Bezien wordt of deze in de nieuwe cloudversie 17

Kadernota 2024 kunnen dan wel moeten worden opgenomen. In overleg met de softwareleverancier worden eventuele mogelijkheden onderzocht, waarbij met name de privacy van burgers dient te worden gewaarborgd. Kwijtschelding 3.0 De bedoeling van KWS 3.0 is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Inmiddels is bekend dat ook deze wijziging vertraging gaat oplopen. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor burgers zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die burgers in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatisering)aanpassingen in ons proces dienen plaats te vinden, maar zou ook mogelijk formatieve consequenties kunnen hebben. Als namelijk de huidige ‘verlenging van toetsing voor kwijtschelding’ waarmee BSGR ruim 60% van zijn kwijtscheldingsverzoeken direct kan afhandelen zou komen te vervallen omdat het initiatief bij de burger wordt gelegd, betekent dit dat alle kwijtscheldingsverzoeken handmatig dienen te worden gaan behandeld, met als gevolg een forse ophoging van de noodzakelijke personele capaciteit.

Kwijtschelding 3.0 in één keer volledig implementeren is qua complexiteit onmogelijk voor gemeenten en samenwerkingsverbanden. Er is nu besloten stapsgewijs wijzigingen in de procedure op te nemen door het gebruik van parameters (voorbeeld is het wel/niet gebruiken van de verruiming vermogensnorm bij pensioengerechtigden). Een tegengeluid in deze ontwikkeling rondom kwijtschelding is juist dat sommige waterschappen en gemeenten er voor kiezen juist geen of beperkt kwijtschelding te verlenen. Een voorbeeld is om voor het vastrecht van Diftar wel kwijtschelding te verlenen maar voor het aangeboden vuil niet. Teveel verschillende varianten kunnen overigens wel leiden tot onduidelijkheid bij de burgers en problemen bij de verwerking in het belastingsysteem. Immers op een combibiljet waar verschillende variaties gehanteerd worden is dit niet alleen onduidelijk voor de burger maar ook automatiseringstechnisch lastig uitvoerbaar. Net niet in aanmerking komen voor kwijtschelding maar toch net niet rond kunnen komen. Deze gevallen komen helaas vaak voor. Dit komt doordat de berekening van de betalingscapaciteit (= inkomen minus woonlasten minus zorgkosten minus rijksnormbedrag), te ingewikkeld is geworden.

Hierdoor kan het voorkomen dat burgers met een iets lager inkomen wel huurtoeslag ontvangen, maar dan geen kwijtschelding krijgen, terwijl burgers met een hoger inkomen, maar zonder huurtoeslag, wel kwijtschelding krijgen. Het totaalbedrag van kwijtschelding is veelal lager dan het totaalbedrag van huurtoeslag, waardoor iemand met een lager inkomen uiteindelijk meer netto te besteden heeft dan iemand met een hoger inkomen. Dwanginvordering De focus van invordering ligt op het voorkomen van ‘instroom’ van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van de BSGR kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er natuurlijk direct (gedeeltelijk) per PIN of contant worden betaald. Het leggen van beslag op roerende zaken zal verder gaan veranderen. Is het makkelijker geworden voor deurwaarders om ‘administratief’ beslag te leggen op een auto, door de opkomst van ‘private-lease’ wordt het steeds lastiger om nog beslag te kunnen leggen omdat het eigendom van de auto dan ligt bij de leasemaatschappij.

De betalingsvordering (het leggen van derdenbeslag op een bankrekening) wordt door banken enkel nog elektronisch toegestaan als dit via een beveiligde emailomgeving wordt gedaan. Momenteel wordt er overlegd tussen de VNG en de Unie enerzijds en de banken anderzijds over een uniform werkproces en de te gebruiken formulieren voor de betalingsvordering. Daarnaast is met de banken afgesproken dat een aantal lokale belastingorganisaties vanaf 1 januari 2023 eerst bij wijze van pilot betalingsvorderingen zullen doen en dat de betalingsvordering pas daarna, bij een positieve uitkomst van de proef, landelijk zal worden uitgerold.

18

Kadernota 2024 Als eerdere invorderingsacties geen gewenst resultaat opleveren, is een laatste actie veelal een binnentreding conform artikel 44 van de Invorderingswet. Hierbij wordt onder toezicht van een Hulpofficier van Justitie toegang tot de woning van de belastingplichtige geforceerd, waarna de deurwaarder in staat is om beslag op roerende zaken te leggen. Een andere laatste actie kan zijn, in het geval van eigendom, het leggen van beslag op onroerende zaken. Hiermee kan een verkoop van een onroerende zaak worden geblokkeerd bij de notaris. De wanbetaler wordt gedwongen zijn schuld te voldoen om de verkoop doorgang te laten vinden, dan wel de schuld wordt verrekend met de verkoopsom. Mocht een minnelijk akkoord niet mogelijk zijn met alle schuldeisers, dan kan de rechter besluiten tot het traject Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om een burger na 36 maanden weer schuldenvrij te laten zijn. Er is dan sprake van extern budgetbeheer (bewindvoering) bij de burger. Aan het einde van de WSNP ontvangen alle schuldeisers een percentage van de vordering tegen finale kwijting. Samenvattend betekent dit voor de toekomst van invorderen een veel meer informatie gestuurde en digitale procesgang. Het administratieve werk is steeds meer aan het verdwijnen.

De vrijkomende capaciteit wordt ingezet om steeds pro-actiever burgers te benaderen. Deze vrijkomende capaciteit kan echter tekort schieten als wetswijzigingen als de wijziging beroepschriften kwijtschelding en kwijtschelding 3.0 worden doorgevoerd.

19

Kadernota 2024

3.3

Waarderen

Voor de belastingsector van gemeenten en waterschappen en specifiek voor de BSGR bieden onder andere de lange-termijn-agenda van de Landelijk Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en het strategiedocument van de Waarderingskamer (tot 2025) samen met de roadmap van onze softwareleverancier Centric (tot 2025) een handvat voor de thema's, ontwikkelingen en initiatieven welke de komende jaren binnen het belastingdomein te verwachten zijn. Zowel de roadmap van Centric als de lange-termijn-agenda van de LVLB laten echter wel zien dat een aantal ontwikkelingen vertraging oploopt en/of on-hold lijken te staan. Specifiek voor de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) biedt het strategiedocument van de Waarderingskamer (2020-2025) en het jaarlijks geactualiseerde werkplan, inzicht in de belangrijkste onderwerpen binnen de ontwikkelingen op het gebied van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de verwachte invloed daarvan op de werkzaamheden binnen het WOZ-domein. De politieke keuzes op het gebied van lokale belastingen en de mogelijke alternatieven voor de OZB zoals in het regeerakkoord genoemd, blijven op de korte(re) termijn nog onduidelijk met als gevolg dat ontwikkelingen (nagenoeg) stilstaan totdat deze beleidskeuzes gemaakt zijn.

Op basis van de huidige inzichten zal de WOZ-uitvoering steeds meer verweven raken met de bijhouding en kwaliteitszorg van geo-basisregistraties en daarmee integratie van werkzaamheden en toenemende samenwerking. De komende jaren zal nadrukkelijk ingezet gaan worden op betere en verder geïntegreerde vastgoed-gerelateerde basisregistraties: samenwerking en ook met name technische ontwikkeling gaan daarbij ‘hand in hand’. Deze investeringen zullen naast een kwaliteitsupgrade ook, maar meer op de langere termijn, invloed hebben op de efficiency die behaald kan worden wanneer meer data geüniformeerd en (daarmee) geautomatiseerd aangeleverd en verwerkt kan (gaan) worden. Voor het maatschappelijk draagvlak en het vergroten van vertrouwen in de WOZ-gegevens en dewaarden is het van belang dat de WOZ-uitvoering, zowel op het vlak van gegevensbeheer als WOZtaxaties, mee blijft ontwikkelen met maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Met het hoge digitaliseringstempo zal de komende periode steeds meer gestuurd worden op het standaardiseren van processen en verminderen van complexiteit. Door gebruik te gaan maken van SAAS-oplossingen kunnen in de toekomst vernieuwingen eenvoudiger en sneller worden doorgevoerd tegen een lagere prijs-kwaliteitverhouding.

Dit is echter ook één van de onderwerpen welke vertraging oplopen en waarvan de planning verder richting de toekomst getrokken wordt. Tussen 2024 en 2027 zullen zich binnen de drie disciplines op de afdeling WOZ (waarderen, objectenbeheer en bezwaar & beroep) een aantal relevante ontwikkelingen gaan voordoen die invloed hebben op het (toekomstige) werk van de medewerkers. Belangrijk is om bij deze ontwikkelingen aan te sluiten, daarop te anticiperen maar vooral medewerkers de mogelijkheid te bieden mee te ontwikkelen door zich bewust te laten zijn van de veranderingen die deze ontwikkelingen met zich (gaan) meebrengen. Structurele toename van omvang aantal WOZ-objecten De omvang van de areaaluitbreiding zal periodiek in kaart gebracht worden. Momenteel is de afspraak deze één keer per 3 jaar door te belasten en daarmee voor het eerst weer in 2024. Op basis van publicaties per gemeente lijkt de areaaluitbreiding zich de komende jaren zeer gevarieerd te gaan ontwikkelen. Daarbij kan de transformatie van leegstaande winkel- en/of kantoorruimte richting woningbouw een rol gaan spelen, maar ook de uitwerking van het vastgestelde programma Stikstofreductie en Natuurverbetering waarin de aangekondigde versnelling en verbreding op reductie van stikstof-neerslag nog niet is opgenomen. Het programma wordt naar verwachting medio 2023 geactualiseerd.

Welke invloed dit gaat hebben op (toekomstige) bouwlocaties is nog niet voldoende duidelijk. Samenhangende Objecten Registratie (SOR) Binnen het interbestuurlijk samenwerkingsverband Dis Geo (doorontwikkeling in samenwerking van de Geo-basisregistraties) werken verschillende partijen samen aan het ontwerp van een samenhangende objectenregistratie (SOR) waarbij de randvoorwaarden, waaronder de organisatie van de SOR, de rollen en verantwoordelijkheden van partijen (waaronder de samenwerkingsverbanden), de governance en de financiering, de komende jaren verder uitgewerkt zullen gaan worden door o.a. het ministerie van

20

Kadernota 2024 Binnenlandse Zaken (BZK), het Kadaster, de Waarderingskamer en de VNG. De tijdshorizon voor het totale traject ligt voorlopig richting 2025. De Waarderingskamer geeft op dit vlak echter aan zorgen te hebben over het (verder) uitblijven van duidelijkheid over de beoogde SOR (en het common-ground-principe). Dit kan invloed hebben op de doorontwikkeling van de WOZ-uitvoering en daarmee ook op de kwaliteit en efficiency van de WOZdienstverlening aan belanghebbenden. Op welke wijze de WOZ hiervan (niet integraal maar op elementniveau) onderdeel zal gaan uitmaken blijft bijvoorbeeld nog onzeker. Daar waar belastingorganisaties betrokken zijn bij de bijhouding van onderdelen die in de SOR betrokken worden, zal voorafgaand al de samenwerking met collega’s buiten de eigen organisatie gezocht moeten worden om op inhoud de gegevens in lijn te brengen en/of te houden. Specifiek voor de BSGR en de deelnemende gemeenten zal, in navolging van het uitgevoerde project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ (bij woningen), het opgestelde beheerplan BAG- WOZ aankomende jaren verdere invulling moeten gaan krijgen en ‘meer volwassen’ moeten gaan worden. De inzet van (gezamenlijke) techniek is wenselijk om te waarborgen dat er nauwelijks verschillen op het gebied van de gebruiksoppervlakte zijn/ontstaan (tenzij deze verklaarbaar zijn door afwijkende wettelijke regelgeving).

De komende jaren zal oriëntatie plaatsvinden op samenwerkingsmogelijkheden en portalen om de bereikte uniformiteit met name op onderdelen tussen de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de WOZ te continueren. In haar advies over kwaliteit en kwaliteitszorg van georegistraties heeft de Waarderingskamer al eerder nadrukkelijk, naast een breed bestuurlijk overleg (met de bewindslieden) over deze ontwikkelingen, ook aandacht voor de financiering van een integrale aanpak en inhoudelijke doorontwikkeling en structurering van het stelsel van geo-basisregistraties. Duidelijk is daarnaast wel dat de BSGR als uitvoeringsorganisatie als gevolg van externe factoren de kosten de komende jaren zal zien oplopen. Was het enkele jaren geleden nog de verwachting dat digitalisering en basisregistraties (die momenteel nog verre van optimaal functioneren) zouden leiden tot meer efficiency en lagere kosten, dan laat de praktijk inmiddels het tegenovergestelde zien; (veel) meer handwerk en daarmee hogere personele kosten gooit ons feitelijk “terug in de tijd”.

Nieuw informatiemodel voor de WOZ De Waarderingskamer heeft, samen met een aantal betrokken partijen, een nieuw informatiemodel voor de WOZ opgesteld (IMWOZ) welke de basis moet gaan vormen voor de specificaties van de inhoud van de Basisregistratie WOZ, de Landelijke Voorziening WOZ en verdere registraties die gemeenten en samenwerkingsverbanden voeren voor de uitvoering van de Wet WOZ. De belangrijkste wijzigingen die hierin benoemd worden zijn: •

• • •

Andere modellering van gegevens van belanghebbenden: alleen natuurlijke personen of nietnatuurlijke personen kunnen in de nieuwe situatie belanghebbende zijn waardoor minder synchronisatieproblemen optreden (aangevuld met meer flexibiliteit voor aanvullende tenaamstelling); Landelijke uniformering typering WOZ-objecten en WOZ-deelobjecten (mede ter voorbereiding op de SOR) Afzonderlijk vastleggen van fysieke en taxatiekenmerken (mede ter voorbereiding op de SOR) IMWOZ als stap richting Common Ground: gegevensbestanden worden losgemaakt van functionele applicaties zodat diverse functionele applicaties gebruik kunnen maken van dezelfde gegevensbestanden en hier ook in of op kunnen muteren. (StUF-)XML-berichten worden op den duur vervangen door API-specificaties. Voor het muteren en massaal onttrekken van gegevens blijven nog wel StUF-XML berichten gedefinieerd (StUF WOZ 3.20).

Op basis van het uitgebrachte eindrapport ‘aanvullend kostenonderzoek IMWOZ (uitgevoerd door VNG Realisatie) zijn enkele conclusies getrokken met betrekking tot de te maken kosten welke voor de implementatie door gemeenten en samenwerkingsverbanden gemaakt zouden moeten worden en worden suggesties voor vervolgstappen gedaan. Het bepalen van de impact vraagt een diepgaander onderzoek waarbij ook de softwareleveranciers betrokken moeten (gaan) worden. Daarnaast zal ook onderzocht moeten worden in hoeverre gewenste wijzigingen gerealiseerd kunnen gaan worden tegen lagere implementatiekosten en/of aanpassingen mogelijk zijn waardoor de gewenste doelstellingen toch (grotendeels) behaald kunnen worden. De komende jaren zal bovenstaande nader uitgewerkt gaan worden waarbij vragen en oplossingen ook in breder verband bekeken dienen te worden, onder andere in relatie tot bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom de SOR.

21

Kadernota 2024 Rijksprogramma Regie op Gegevens (RoG) Het programma ‘Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening en handelt in opdracht van de ministeries van BZK en EZK. Specifiek voor het WOZ-domein kan gedacht worden aan het permanent ‘openzetten’ van objectgegevens. Door de vele lopende ontwikkelingen, de toegenomen werkdruk door, met name (NCNP)bezwaren en de uitdagende arbeidsmarkt zal deze ontwikkeling waarschijnlijk op korte(re) termijn slechts beperkt tot uitvoering kunnen worden gebracht; controle en analyse door de medewerkers (ook in verband met synchroon houden van koppelingen tussen basisregistraties) blijft immers noodzakelijk. De ontwikkeling van een nieuwe generatie taxatiemodellen Voor de traditionele taxatiemodellen gebaseerd op sec vergelijkings- of (lineaire) regressiemethodieken, zoals bij het huidige taxatiemodel van de BSGR, zal innovatie en aanvullende ontwikkeling richting integratie met Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning (ML) de komende jaren noodzakelijk worden. Deze nieuwe generatie taxatiemodellen kunnen flexibeler gebruik maken van verschillende vormen van informatie en (open) data. Dit maakt dat er voor de taxateurs steeds meer nadruk komt te liggen op hoogwaardige analyse-skills en vaardigheden op het gebied van inrichten, verfijnen en kalibreren van moderne modellen.

De ontwikkelingen en mogelijkheden zullen in de komende jaren nauwlettend gevolgd worden. Vanaf 2023/2024 zal onderzocht worden of de strategische ontwikkeling van het Waarderingspakket van Centric in de nabije toekomst kan voldoen aan de noodzakelijke ontwikkelingen. Transparantie en uitlegbaarheid Het uiteindelijke doel blijft, binnen de context van de geldende eisen voor de uitvoering van de WOZwerkzaamheden, dat de aansluiting op marktwaarde zo maximaal/optimaal mogelijk is. Aan de hand van (internationale) standaarden wordt de kwaliteit van de taxatiemodellen door de BSGR lopend het proces gecontroleerd en uiteindelijk door de Waarderingskamer getoetst. Naast het kunnen bepalen van een zo juist mogelijke taxatiewaarde zal er ook, in navolging van het advies uit het WODC-rapport, aandacht nodig zijn voor transparantie en uitlegbaarheid en het betrekken van burgers in de totstandkoming van de WOZ-waarde voor woningen. Vanaf 2023 zal voor elke gemeente binnen de BSGR een verantwoordingsdocument beschikbaar zijn dat inzicht geeft in de inrichting van het WOZproces, de vakbekwaamheidseisen en de wijze waarop de WOZ-waarden tot stand zijn gekomen. Daarnaast zal het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om WOZ-waarden te onderbouwen en in de afgelopen 25 jaar weinig in ontwikkeling is geweest, worden gemoderniseerd.

Door meer transparantie te bieden (lees: meer gegevens te verstrekken) in combinatie met een presentatievorm met ‘meer plaatjes’ is de verwachting dat dit belanghebbenden/inwoners een meer overtuigende onderbouwing biedt. Bij het ontwerp van het nieuwe taxatieverslag zouden alle gegevens die betrekking hebben op de zaak, beeldend verstrekt gaan worden in een gelaagde structuur. Hierin zal dan ook een verwijzing plaatsvinden naar het bovengenoemde verantwoordingsdocument. Door het gebruik van foto's, grafieken en kaartjes wordt echter van de taxatie-applicaties andere functionaliteit gevraagd bij het (massaal) vervaardigen van dit type taxatieverslag. Uit een pilot in 2022/2023 zal duidelijk moeten worden of het (massaal) vervaardigen en ter beschikking stellen, onder ander via MijnOverheid, ook überhaupt uitvoerbaar is.

Onderzoek bezwaren in relatie tot toegekende kostenvergoeding NCNP-bureaus De grote hoeveelheid af te handelen (gestandaardiseerde) bezwaarschriften welke worden ingediend door No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus die namens woningeigenaren bezwaar maken tegen de WOZwaarde heeft als gevolg dat er toenemende zorgen zijn rondom de grenzen van de uitvoeringsactiviteiten. De tijdigheid van de afhandeling van bezwaarschriften komt hiermee in het geding maar in het verlengde daarvan mogelijk ook het tijdig bekend maken van de WOZ-waarden in de daaropvolgende beschikkingsronde. De brief van de Staatssecretaris van Financiën (van eind september 2022) als reactie op het rapport van het WODC beschrijft dat het kernprobleem niet zozeer ligt in het modelmatig waarderen ‘an sich’ maar met name in het feit dat de waarde-vaststelling geen exacte wetenschap of wiskundige berekening is maar dat er altijd sprake is van een schatting van de waarde en in feite dus van een waardebepaling binnen een bepaalde bandbreedte (WOZ-paradox). De politiek erkent dat de huidige wettelijke systematiek één van de factoren is die bijdraagt aan de vele (gehonoreerde) juridische procedures.

22

Kadernota 2024 Naar aanleiding van het WODC-rapport en de conclusies daaruit wordt een tweesporenbeleid gevolgd, bestaande uit het aanpakken van verbeterpunten van het WOZ-proces en daarnaast het onderzoeken van mogelijke aanpassingen in de wet- en regelgeving op het gebied van de WOZ. De komende periode zijn onderstaande speerpunten geformuleerd: • • •

•

Werken aan transparantie en vertrouwen, door belanghebbenden/inwoners te betrekken in de totstandkoming van de WOZ-waarden (onder andere door verantwoordingsdocument en modernere taxatieverslag); Bieden van (meer) informeel contact met belanghebbenden/inwoners bij een (mogelijk) onjuiste WOZ-waarde (voorkomen van formele procedures); Ondersteunen van gemeenten bij afhandeling van bezwaarschriften. In samenwerking met de VNG zal bij gemeentelijke uitvoerders geïnventariseerd gaan worden of met de lopende en voorgestelde initiatieven (op het gebied van de uitvoering alsmede wet- en regelgeving) voldoende perspectief wordt geboden. Uitwerken van een modelconvenant tussen individuele gemeenten/samenwerkingsverbanden en professionele gemachtigden door de Vereniging voor Rechtsbescherming Lokale Belastingen (VRLB) en de LVLB.

De enorme hoeveelheid NCNP bezwaren die na de aanslagoplegging 2023 binnenkomen heeft 15 belastingkantoren genoodzaakt een brandbrief te sturen naar staatssecretaris Van Rij. Deze heeft hierop aangekondigd een wetswijziging door te willen voeren, waarbij de kostenvergoedingen omlaag worden gebracht en deze uitsluitend nog mogen uitbetaald aan de woningbezitter zelf en niet aan het NCNP bureau. De vraag is of dit voor belastingjaar 2024 is geregeld. De politieke keuzes die de komende jaren gemaakt zullen gaan worden, zullen een prominente factor zijn in de toekomstige kostenontwikkeling voor de uitvoering van het WOZ-proces; een mogelijke wijziging in de OZB-heffing waarover in het regeerakkoord gesproken wordt, kan daarnaast alles bepalend worden. Deze ontwikkelingen overziende maakt de BSGR zich, zoals gezegd, grote zorgen over de kostenontwikkeling. De energiecrisis, de hoge inflatie en de daling van de koopkracht vormen een risico. De verwachting voor komende jaren is een (sterk) oplopend aantal bezwaarschriften tegen de WOZbeschikking waarbij zeker ook de dalende verkoopprijzen op de woningmarkt na de waardepeildatum een ‘opzwepend effect’ zullen vormen in met name 2023. De NCNP-bureaus lijken met diverse uitingen in de media nu al in te spelen op dit sentiment.

De vergrijzing, krappe arbeidsmarkt en erosie van belastingkennis zullen de komende jaren, naast het financiële aspect, een grote rol gaan spelen. De steeds ingewikkeldere en uitgebreidere wet- en regelgeving, waarvoor de uitvoeringscapaciteit zowel kwalitatief als kwantitatief te beperkt is, maken de continuïteitsissues nog nijpender.

23

Kadernota 2024

3.4

Overhead

Financiën De middelen staan de komende jaren blijvend onder druk. Wanneer teruggeblikt wordt op de afgelopen jaren kan een aantal kosten opdrijvende elementen genoemd worden die het gevolg zijn van: • Stijging van het aantal (waarde)bezwaren, mede als gevolg van • Toename van verzoeken NCNP bureaus • Forse areaalontwikkelingen die tot op heden grotendeels binnen de bestaande begroting zijn opgevangen • Stijging van de tarieven van de gemeentelijke deelnemers boven de inflatie met mogelijk extra WOZ bezwaren als gevolg Strak sturen op efficiency mede met behulp van automatisering kon de kostentoename de afgelopen jaren beperken, die rek lijkt er voor de komende jaren uit te zijn. Te meer daar de volgende ontwikkelingen op ons afkomen: • • • • •

Ontwikkelingen en investeringen in de basisadministraties o.a. als gevolg van het convenant WOZ-ICT standaarden De intrede van Artificial Intelligence Forse areaalontwikkelingen ook in de toekomst Gelet op de grote financiële druk op de gemeenten ook voor de komende jaren een verwachte stijgingen van de tarieven van de gemeentelijke deelnemers boven de inflatie leidend tot extra WOZ bezwaren Als gevolg van de energiecrisis en stijgende prijzen naar verwachting extra druk op de afdeling Informatie & Inning als gevolg van extra verzoeken tot kwijtschelding en betalingsproblemen bij burgers en bedrijven

Dit betekent dat er veel op de BSGR afkomt. De begroting vanaf 2023 o.b.v. de reguliere indexaties zal dan ook zeer onvoldoende blijken te zijn om de huidige taken adequaat te kunnen blijven uitvoeren. De BSGR heeft afgelopen jaren te maken gehad met forse areaaluitbreidingen. Voor wat betreft de groei van het aantal WOZ-objecten, is er eenmaal (in het begrotingsjaar 2021) een budgettaire inhaalslag geweest. Voor het begrotingsjaar 2024 staat deze conform afspraak (eenmaal in de drie jaar) opnieuw op de rol. Voor wat betreft de groei in aantallen aanslagregels en aanslagbiljetten is er nog nimmer een inhaalslag geweest. De autonome groei hiervan is vanaf het startjaar 2011 nooit in de BSGR begroting meegenomen. In 2023 zal een voorstel worden gedaan om deze inhaalslag per 2024 te gaan effectueren. Deze groei is tot op heden “gratis” meegenomen in de bedrijfsvoering van de BSGR. Voor wat betreft de koepelvrijstelling zijn er geen nieuwe ontwikkelingen te melden. Indien deze zich voordoen zullen ter kennis van het bestuur worden gebracht.

Personeelsontwikkeling Het sturen op kwaliteit van het personeelsbestand blijft in de komende jaren een aandachtspunt. De werkzaamheden dienen immers efficiënt en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd te worden. Er wordt steeds meer geautomatiseerd en gedigitaliseerd, waardoor de overblijvende taken andere vaardigheden en competenties vragen, zoals een hoger werk- en denkniveau en analytisch vermogen. Door de huidige beperkingen van met name de basisregistraties heeft dit nog niet geleid tot forse efficiencyslagen. Dat in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt in met name het WOZ-domein leidt tot een verhoging van de werkdruk aangezien de benodigde functieformatie niet volledig ingevuld kan worden. Het strategische personeelsplan liep tot en met 2022. Alhoewel er een sterke behoefte is aan een personeelsplanning voor de komende jaren zal deze behoefte sterk beïnvloed gaan worden door ontwikkelingen in het belastingdomein zoals bijvoorbeeld een eventuele wijziging in de grondslag van

24

Kadernota 2024 de OZB zoals gememoreerd in het huidige Regeerakkoord. Zodra de contouren van deze ontwikkelingen duidelijk worden zal de BSGR een nieuw strategisch personeelsplan opstellen. Het eventueel invoeren van een ingezetenenheffing, waarbinnen mogelijk bestaande belastingsoorten worden geïncorporeerd, kan landelijk vergaande consequenties hebben voor belastingorganisaties. Besluitvorming hierover was gepland voor 2022. Ingrijpende mondiale ontwikkelingen hebben hierin vertraging gebracht. Voor de komende jaren zal in ieder geval worden ingezet op het versterken van potentieel dat uiteindelijk kan doorgroeien naar functies van schaal 9 en hoger. Key posities in de organisatie die nu bemenst worden door “vergrijzende” BSGR medewerkers kunnen zo van adequate opvolging worden voorzien.

Organisatieontwikkeling Landelijke ontwikkelingen binnen het belastingdomein, zie hierboven, maar ook de steeds verdergaande digitalisering zullen de komende jaren derhalve de organisatie ingrijpend gaan beïnvloeden. De verwachting is dat bestaande functies zullen wijzigen, wellicht in omvang teruggaan of mogelijk op termijn helemaal verdwijnen. De BSGR doelt op specifiek de volgende drie ontwikkelingen: • Ontwikkelingen in de basisadministraties • De intrede van Artificial Intelligence • Het beheren van software applicaties in de cloud. Ontwikkelingen in de basisregistraties Ontwikkelingen in basisregistraties hebben als belangrijkste kenmerk dat zuiver administratieve werkzaamheden grotendeels gaan verdwijnen en plaats gemaakt gaat worden voor werkzaamheden met een belangrijke geo component. Dit vraagt van medewerkers analytische vaardigheden en ruimtelijk inzicht, specifiek bij de afdelingen Heffen en Waarderen. De opstartproblemen van deze landelijke basisregistraties maken dat er in plaats van minder vooralsnog meer capaciteit benodigd is. Intrede Artificial Intelligence Artificial Intelligence (A.I.) gaat de komende jaren steeds vaker zijn intrede doen op het werkterrein van de BSGR. Niet alleen zal A.I. het werk van de huidige taxateur gaan raken, ook binnen Informatie en Inning zal A.I. waarschijnlijk een belangrijke rol gaan spelen.

Te denken valt dan met name aan het onderdeel Kwijtscheldingen waar bij het nemen van standaard beslissingen mogelijk gebruik gemaakt kan gaan worden van big data. Uiteraard zal de BSGR dit doen binnen de richtlijnen van vigerende weten regelgeving zoals de AVG. Ook zal bij de keuze om onze huidige waarderingsapplicatie al dan niet te continueren de mogelijkheid van integratie van A.I. technieken een belangrijke rol spelen. Het beheren van (standaard) softwareapplicaties in de cloud Deze (landelijke) ontwikkeling naar beheer van software in de cloud heeft met name effecten op de behoefte van organisaties aan eigen applicatiebeheerders, in dienst dan wel ingehuurd. Het beheer vindt voornamelijk dan plaats bij de softwareleverancier zelf. Automatiseringsfuncties gaan plaats maken voor informatisering functies waarbij de liaisonfunctie met de softwareleverancier centraal staat. Standaard beheertaken zoals het opstarten van "jobs" zullen zoveel mogelijk binnen de lijnafdelingen worden ondergebracht. De BSGR heeft al enige tijd de wens om met de vakbonden in gesprek te gaan over de totstandkoming van een meer eigentijds Sociaal Statuut. Het huidige Sociaal Statuut is in 2013 vastgesteld en sinds die tijd niet meer geactualiseerd.

Gelet op de landelijke weerstand bij de bonden tegen modernisering van bestaande Sociaal Statuten en mede ingegeven door de krapte op te arbeidsmarkt is besloten hier voorlopig van af te zien.

25

Kadernota 2024

4.

Uitgangspunten

4.1

Uitgangspunten

Voor de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2024-2027 volgt de BSGR de financiële kaderstelling zoals deze is vastgesteld door het bestuurlijk overleg financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen van gemeenten in de regio Hollands-Midden. Voor de periode 2024-2027 zijn de financiële kaderstellingen eind 2022 door de bestuurlijke klankbordgroep vastgesteld. Deze financiële kaderstellingen worden verwerkt in de begroting 2024 voor de begrotingsjaren 2024 tot en met 2027. Voor de jaren 2024 tot en met 2027 betekent dit het volgende: •

• • • • • •

•

De indexering van de deelnemersbijdrage 2024 ten opzichte van 2023 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 6,4% (met een gecorrigeerde indexering van 2,5%) en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 9,0% (met een gecorrigeerde indexering van 6,6%). De uniforme taakstelling voor de Gemeenschappelijke Regelingen als aandeel in een mogelijk neerwaartse ontwikkeling van het Gemeentefonds in 2023 bedraagt 0,0%. Met betrekking tot de activa zal op lineaire basis worden afgeschreven waarbij toerekening plaatsvindt o.b.v. het effectieve rentepercentage. Een bovengrens van de algemene reserve van 5% van de totaal begrote lasten en een ondergrens van de algemene reserve van 3% van de totaal begrote lasten conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 25 juni 2020. Boven 5% wordt uitgekeerd aan de deelnemers en onder de 3% wordt aangevuld door de deelnemers.

Verantwoorden van taakvelden in de begroting en jaarrekening conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) Indien sprake is van nieuwe wettelijke eisen/taken dan wel uitbreiding van de vraagsturing door deelnemers worden de financiële consequenties/investeringen hier tijdig en gedetailleerd van in kaart gebracht indien de insteek is additionele financiële middelen beschikbaar gesteld te krijgen. Eind 2021 is de wijziging Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) definitief geworden. Medio 2024 zullen de consequenties hiervan moeten zijn ingeregeld.

26

Kadernota 2024

4.2

Beleidsindicatoren

Voor de BSGR onderscheiden we de volgende beleidsindicatoren behorende bij artikel 1 van de REGELING VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES VAN 24 MAART 2016, NR. 2016-0000177572. Nr.

1.

Naam Indicator

Eenheid

Formatie

Fte per 1.000 inwoners Eigen gegevens december (verzorgingsgebied) 2022

Bron

Externe bron

0,092

Fte per 1.000 inwoners Eigen gegevens december (verzorgingsgebied) 2022

2.

Bezetting

3.

Kosten per inwoner Apparaatskosten Overhead (verzorgingsgebied)

0,084

€

4.

Externe inhuur

Eigen begroting 2023

2,29

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

Realisatie 2022 tm periode 12 A+O fonds gemeenten 2021

22,5%

5.

16,5%

Overhead

% van totale lasten

Overheadformatie

% van totale formatie P&O

Eigen begroting 2023

20,8%

9,0%

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12649445/2