BP Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord) toelichting en regels, 15-12-2025
Tekst van het document
Het groepsrisico van de A12/A20 is met 0.48 keer de oriëntatiewaarde net iets hoger dan het groepsrisico van de A12 (0.46 keer de oriëntatiewaarde). In deze paragraaf wordt daarom het groepsrisico van de A12 verder niet behandeld. Uit het onderzoek blijkt dat het groepsrisico groter is dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde, maar de oriëntatiewaarde niet overschrijdt. Door de voorgenomen ontwikkeling neemt het groepsrisico toe. De verantwoording voor het groepsrisico voor de A12, A20 en N451 vindt plaats in paragraaf 6.1.7.1. Plasbrandaandachtsgebied In het Basisnet Weg wordt het zogenaamde plasbrandaandachtsgebied (PAG) geïntroduceerd. Het PAG is het gebied tot 30 m van de weg waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste kantlijn van de rechterrijstrook. Voor wegvak Z135 geldt geen PAG, voor wegvakken Z018 en Z136 wel. Het plangebied ligt op meer dan 55 m van de buitenste kantlijn zodat het PAG geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van het plangebied. Dat betekent dat er geen aparte verantwoording in het kader van het PAG hoeft plaats te vinden. Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen.
Hierbij dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in het Besluit. Er ligt aan de noordzijde langs de Zuidelijke Rondweg van het plangebied een aardgasleiding W521-01 van de Gasunie
Toelichting
49
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
met een diameter van 12 inch en 40 bar. Voor deze hogedruk gasleiding dient voor kwetsbare objecten een belemmeringenstrook te worden aangehouden van 4 meter vanaf het hart met een invloedsgebied van 140 m. Verderop liggen twee aardgasleidingen (W-501-01 (ten noordoosten van Akkeroord) en W-517-01 (ten noordwesten van Akkeroord)). Voor het overige liggen er in de directe nabijheid geen leidingen, die voor externe veiligheid relevant zijn. In figuur 10 is de buisleiding aangeduid. De omvang van het risico in relatie tot de oriëntatiewaarde bepaalt of en onder welke voorwaarden de bestemming op die locatie kan worden gerealiseerd. In verband hiermede is een risicoberekening uitgevoerd en een verantwoording van het groepsrisico in het invloedsgebied opgesteld. In paragraaf 6.1.7.1 wordt hierop ingegaan. Inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de EV relevante inrichtingen dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. In de nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevante inrichtingen gevestigd, zodat het GR hier geen belemmering vormt. Risicokaart De Risicokaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving.
Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de Signaleringskaart EV (figuur 12) zijn in de nabijheid van het plangebied (binnen een straal van 200 meter) geen risicovolle bedrijven gevestigd, zodat er geen belemmeringen zijn voor deze planontwikkeling.
Figuur 12: Uitsnede Signaleringskaart EV (plangebied zwart gestippeld omlijnd aangeduid). Overstromingsrisico Hoogwater leidt tot materiële schade in ondergelopen gebieden en kan tot slachtoffers leiden. In het
50
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
zwaarste scenario is er sprake van een overstroming van de gehele dijkring, waardoor grote aantallen inwoners geëvacueerd moeten worden. Uitval van nutsvoorzieningen kan leiden tot een nog groter effectgebied. Een dergelijke calamiteit leidt tot een ontwrichting van het maatschappelijke leven. Het plangebied valt binnen dijkring 14 van Zuid-Holland en heeft een verhoogd risico voor een dijkdoorbraak. Om burgers te kunnen beschermen en om de risico's zo veel mogelijk in te perken is er een Rampenbestrijdingsplan in voorbereiding (zoals dijkdoorbraken in dijkring 14). In geval van overlast/ overstroming treedt het hoogheemraadschap op in samenwerking met andere partijen. Bij een ramp is de gemeente coördinator en zitten het hoogheemraadschap en hulpdiensten in een calamiteitenteam. Overeenkomstig het advies van het hoogheemraadschap zal bij nieuwbouw minimaal 1,3 m drooglegging voor bebouwing worden aangehouden om (grond)wateroverlast te voorkomen. 6.1.7 Rapport 'Externe Veiligheid' Aardgastransportleiding en rijkswegen A12, A20 en Provincialeweg N451 Ten behoeve van deze planontwikkeling is een risicoberekening voor het Plaatsgebonden Risico opgesteld in verband met de aan de noordzijde gelegen hogedruk gasleidingen en de zuidelijk gelegen rijkswegen. De risicoberekening is uitgevoerd door adviesgroep AVIV B.V.
te Enschede (rapport van 1 september 2021, project 214617, Bijlage 9). Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de relevante aardgasleidingen is berekend voor de huidige situatie en toekomstige situatie. Plaatsgebonden risico gasleiding Voor leidingen met een druk van maximaal 40 bar, zoals het geval, geldt een belemmeringenstrook van ten minste 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. Het plangebied ligt net buiten de belemmeringenstrook. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor een uitbreiding van het bedrijventerrein. Plaatsgebonden risico A12, A20 en N451 Het plangebied ligt buiten de belemmeringenstrook van de rijkswegen A12, A20 en Provinciale weg. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor een uitbreiding van het bedrijventerrein. Groepsrisico gasleiding In het rapport is het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde vergeleken tussen de huidige en toekomstige situatie. Hieruit blijkt dat het groepsrisico door het plan niet toeneemt. (Het groepsrisico is in de huidige en toekomstige situatie minder dan 10% van de oriëntatiewaarde.) Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
Het bevoegd gezag dient de Veiligheidsregio Hollands Midden in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen. Groepsrisico A12, A20 en N451 Het groepsrisico is berekend voor zowel de A12 als de A12/A20. Het groepsrisico van de A12/A20 is met 0.48 keer de oriëntatiewaarde net iets hoger dan het groepsrisico van de A12 (0.46 keer de oriëntatiewaarde). Het groepsrisico van de A12 hoeft om die reden niet verder te worden behandeld. voor de overige wegen kan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico worden volstaan. Het bevoegd gezag dient de Veiligheidsregio Hollands Midden in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen.
Toelichting
51
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
6.1.7.1 Verantwoording groepsrisico Er dient een verantwoording te worden opgesteld, omdat het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van drie gasleidingen en de A12, A20 en N451. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is niet aan de orde gezien het groepsrisico nagenoeg niet wijzigt. De hoogte van het groepsrisico moet worden onderzocht en bestuurlijk worden verantwoord. Door deze verantwoordingsplicht zijn betrokken partijen gedwongen om een goede ruimtelijke afweging te maken waarin de veiligheid in het plangebied in de omgeving voldoende is gewaarborgd. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt voor de verantwoording aanvullend advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Bereikbaarheid en bluswatervoorziening Bij de ontwikkeling van het plangebied moet voor een adequate hulpverlening rekening worden gehouden met bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Het plangebied moet bereikbaar zijn via minstens twee, bij voorkeur drie toegangswegen. De wegen binnen het plangebied moeten minimaal 4,5 meter breed zijn (minimale verharding breed 3,25 meter) met een vrije hoogte van 4,2 meter. Voor de gebouwen geldt dat primaire bluswatervoorziening binnen 40 meter vanaf de brandweeringang aanwezig dient te zijn. De maximale afstand tussen de inzetlocatie en de dichtstbijzijnde secundaire bluswatervoorziening mag maximaal 160 meter zijn.
In de Praktijkrichtlijn Bluswatervoorziening en de Praktijkrichtlijn Bereikbaarheid, zoals vastgesteld door de Regionale Brandweer Hollands Midden, staan deze en andere punten uitgebreid omschreven. Toetsing plan aan plaatsgebonden risico en verantwoordingsplicht groepsrisico De ontvluchting vanuit het plangebied vanaf de risicobron is goed. Via de voor- en achterzijde van de bedrijven kan in zuidelijke dan wel noordelijke richting worden ontvlucht. Aangenomen wordt dat de mobiliteit van de aanwezigen goed is en dat deze goed in staat zijn om zichzelf in veiligheid te brengen. De bestrijdbaarheid wordt als goed beoordeeld. De Zuidelijke Rondweg is goed bereikbaar en de bluswatervoorziening ter plaatse is voldoende om een incident met gevaarlijke stoffen effectief te bestrijden. Met inachtneming hiervan zijn er geen beperkingen voor het plangebied. Plaatsgebonden risico Voor deze risicobronnen is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour PR=10-6 die over het plangebied ligt. Verantwoordingsplicht groepsrisico De risico's van de gasleidingen ter hoogte van het plangebied ligt op maximaal 0,01* oriëntatiewaarde voor het groepsrisico (OW). Er is geen sprake van een significante toename van het groepsrisico. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet nodig.
Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. Het plangebied is goed bereikbaar voor hulpdiensten vanaf verschillende windrichtingen. Via het bestaande wegennetwerk kan ook van de bron af gevlucht worden. Zelfredzaamheid Er worden alleen bedrijven mogelijk gemaakt waar zelfredzame personen werken. Het bestemmingsplan voorziet niet in functies die specifiek bedoeld zijn voor verminderd zelfredzame personen. In de bedrijfsgebouwen wordt een uitschakelbare mechanische ventilatie aangelegd om te voorkomen dat bij een incident in de omgeving giftige (rook)gassen naar binnen worden gezogen. Dit wordt geborgd in artikel 3.4.4 van de regels. Advies Veiligheidsregio Hollands Midden Bij brief van 24 maart 2022 heeft de Veiligheidsregio het volgende advies uitgebracht om de kans op incidenten te verkleinen, de effecten te beperken en/of de zelfredzaamheid van de aanwezigen en het optreden van de hulpdiensten te verbeteren (de brief is opgenomen in Bijlage 10): a.
Om de effecten van een mogelijke calamiteit van de verschillende risicobronnen, hogedruk aardgasleiding en (rijks)wegen waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, te beperken worden de volgende bouwkundige maatregelen geadviseerd:
52
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
1. In het kader van het scenario fakkelbrand / BLEVE kan een brand overslaan op het gebouw. Geadviseerd wordt bij de uitvoering en het ontwerp van de bouwwerken om bij de buitengevels en daken zo min mogelijk gebruik te maken van brandgevaarlijke materialen (PIR- en PUR-schuimen, plantaardige producten etc.). Hiermee wordt de branduitbreidingskans verkleind. 2. Bij een calamiteit op de Rijksweg A12/A20 waarbij een toxische wolk vrijkomt is het handelingsperspectief voor de aanwezigen schuilen binnen een bouwwerk. Bouwwerken kunnen hiervoor enige tijd bescherming bieden, mits de ramen en deuren gesloten kunnen worden en de (mechanische) ventilatie afgeschakeld kan worden. Er wordt dan ook geadviseerd om de bouwwerken te voorzien van de mogelijkheid om de ventilatie met één druk op de knop af te kunnen schakelen en deze maatregel op te nemen in de regels van het bestemmingsplan. b. Het is van belang dat elk van de bedrijfsgebouwen tot op maximaal 40 meter bereikbaar is door een brandweervoertuig. Geadviseerd wordt om te voorzien in een opstelplaats tot op een afstand van 40 meter gemeten van de (brandweer)ingang, zodat voldaan wordt aan artikel 6.37 van het Bouwbesluit en daarmee een snelle inzet voor het beperken van schade en eventueel redden van personen mogelijk wordt gemaakt. Naar aanleiding van het advies merken wij het volgende op.
Ad a1 Bij uitwerking van bouwplannen wordt rekening gehouden met de opmerkingen van de VRHM wanneer een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend. Ad a 2 Dit advies is overgenomen door in de regels op te nemen dat in bedrijfsgebouwen een uitschakelbare mechanische ventilatie wordt aangelegd (artikel 3.4.4 van de regels). Ad b Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met dit advies, zodat een bedrijfsgebouw tot op maximaal 40 meter bereikbaar is voor een brandweervoertuig. Voorts zal voorafgaande aan de aanvragen omgevingsvergunning een tekening worden overlegd hoe en op welke wijze (inclusief bochtstralen) het terrein door een brandweervoertuig kan worden benaderd. Restrisico Hoewel de kans op een zwaar ongeval of ramp met gevaarlijke stoffen in het algemeen klein is, blijft een restrisico aanwezig. Het restrisico geeft aan hoeveel slachtoffers en materiële schade er overblijven na het toepassen van risico reducerende maatregelen, zoals alarmering, verbeteren bereikbaarheid en bluswatervoorziening en verhogen zelfredzaamheid. Het aantal gewonden zal een veelvoud zijn van het aantal berekende dodelijke slachtoffers.
Ondanks alle voorgestelde maatregelen is er een kans dat er een calamiteit ontstaat waarvoor in de eerste uren de inzet van de hulpverleningsdiensten niet toereikend is, met name omdat tegelijk getracht wordt de bron te bestrijden en de omgeving te ontruimen. Verantwoording Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Waddinxveen hebben kennis genomen van de inhoud van deze rapportage en de gegeven adviezen en achten het groepsrisico, na het nemen van de voorgestelde maatregelen, aanvaardbaar. Conclusie Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen gelden geen beperkingen voor het plangebied. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.
Toelichting
53
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
6.2
Archeologie en cultuurhistorie
Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in thans de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. Onderzoek/ beoordeling In de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland provincie Zuid-Holland (CHS) is het plangebied niet specifiek aangeduid.
Er is onderscheid gemaakt in drie kleuren categorieën (drie tinten bruin). De toekenning van een (zeer) grote, redelijke of lage kans op sporen (kleuren donker-, middel- en lichtbruin) heeft betrekking op de relatieve dichtheid van archeologische vondsten die in een bepaald gebied verwacht wordt. De witte gebieden hebben een lage trefkans. De CHS geeft grofschalig weer wat de 'archeologische trefkans/ verwachting' is. Op basis van de gehanteerde/ gebruikte gegevens ligt het plangebied nabij stroomgordels en geulafzettingen in de Formatie van Echteld. Het plangebied zelf heeft geen archeologische waarde. In figuur 13 is een uitsnede van de CHS opgenomen.
54
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Figuur 13: Gecombineerde Waardenkaart CHS provincie Zuid-Holland. Archeologiebeleid gemeente Waddinxveen (2012) De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 14 november 2012 de 'Nota archeologiebeleid gemeente Waddinxveen' vastgesteld. Op de waarden- en verwachtingenkaart is voor het plangebied af te lezen waar welke verwachtingswaarden voorkomen. Deze beleidskaart is aan veranderingen onderhevig: door voortschrijdend inzicht en nieuwe onderzoeken kunnen nu betere keuzes gemaakt worden. In verband hiermee is in het document 'Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente van Waddinxveen' van 11 januari 2018 de archeologische beleidskaart aangepast. Deze dient als aanvulling op de toelichting van het gemeentelijke archeologiebeleid uit 2012. De vastgestelde Nota archeologiebeleid gemeente Waddinxveen uit 2012 blijft ongewijzigd. Onderzoek/ beoordeling In het geldende bestemmingsplan is geen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Op de geactualiseerde archeologische beleidskaart heeft het plangebied geen verwachtingswaarde. De juridische doorvertaling van het geactualiseerde archeologiebeleid heeft de gemeenteraad vastgesteld in het op 19 september 2018 vastgestelde bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren'. De bedrijfsontwikkeling ligt in een gebied zonder verwachtingswaarde. Zie hiervoor de uitsnede van de beleidskaart zoals opgenomen in figuur 14.
Een onderzoek naar archeologie kan achterwege worden gelaten. Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.
Toelichting
55
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Figuur 14: Uitsnede archeologische beleidskaart. 6.2.1 Cultuurhistorie/ monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het plangebied staat geen bebouwing. Evenmin worden cultuurhistorische waarden in en rondom het gebied aangetast. Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.
56
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
6.3
Flora en fauna
Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Gebiedsbescherming Het gebied Broekvelden/ Vettenbroek, bestaande uit plassen en graslandpolders, is aangewezen als Speciale BeschermingsZone (SBZ). Dit aangewezen Natura 2000-gebied ligt op circa 6,1 kilometer ten oosten van het plangebied.
Sprake is van een uitbreiding van een bedrijventerrein; dit Natura2000-gebied wordt hierdoor niet beïnvloed. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht. Ten zuiden van het plangebied ligt de ecologische verbindingszone tussen het Bentwoud en de Krimpenerwaard op circa 1,9 km. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor deze ecologische verbindingszone en verderop gelegen weidevogelgebieden in de polder Bloemendaal. Voorts liggen er in de directe omgeving van het plangebied geen bestaande en nieuwe natuur van Natuurnetwerk Nederland van de provincie Zuid-Holland (figuur 15).
Figuur 15: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met een rode stip aangeduid).
Toelichting
57
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
6.3.1 Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' ligt op circa 6,1 km ten oosten van het plangebied. Dit gebied is momenteel nog niet stikstofgevoelig, maar mogelijk wordt de Polder Stein binnenkort wel aangewezen als stikstofgevoelig gebied. Het Natura2000-gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck' is wel een stikstofrelevant habitatrichtlijngebied. Dit gebied ligt evenwel op circa 10,8 km afstand, zodat er geen sprake is van negatieve effecten van stikstofdepositie op kwetsbare natuur. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de op 1 januari 2024 ingevoerde Omgevingswet). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Aan de hand van de depositieberekeningen kan worden geconcludeerd dat het voorgenomen plan niet zal leiden tot significant negatieve effecten op de omliggende beschermde Natura 2000-gebieden.
Uit deze berekeningen blijkt dat de emissie-uitstoot van de gewenste situatie voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dermate laag is, dat deze niet zal leiden tot een depositie die hoger is dan 0,00 mol per ha/jaar, zoals dat is aangetoond in de notitie Effecten depositieplan van Stalbouw.NL van 14 november 2023, Bijlage 11). Deze bijdragen zijn zo klein dat er ook geen vergunningplicht is in het kader van de Wet natuurbescherming, gebiedsbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 6.3.2 Flora- en faunatoets Soortenbescherming Bij een bestemmingsplanherziening moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede heeft Watersnip Advies te Reeuwijk een ecologisch onderzoek uitgevoerd (rapport van september 2021, rapportnummer 21A082, Bijlage 12). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport) Gebiedsbescherming Natuurgebieden Natura2000 Habitattypen
Soorten NNN-gebieden Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Soortenbescherming Soortgroep
58
Gevolgen Natura 2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein heeft habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Voor de nieuwe ontwikkeling is daarom getoetst of er sprake is van stikstof depositie op de natuurgebieden. Het aspect stikstofemissie is geen belemmering voor het project. Geen Geen Geen
Overtreding verbodsbepalingen
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Algemeen
Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bunzing, Egel, Haas, Hermelijn, Konijn en Wezel geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Flora Nee Jaarrond beschermde nesten Nee Vissen Nee Reptielen Nee Zoogdieren Nee Vleermuizen Nee Overige soorten Nee
Aanvullende maatregelen vereist Soortgroep Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Vogels Nee Amfibieën Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Conclusie Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er geen beperkingen tegen deze planontwikkeling. Bij uitwerking van bouwplannen zullen de in het rapport genoemde aanbevelingen worden overgenomen.
6.4
Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.
Toelichting
59
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
60
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische opzet
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.
7.2
Verbeelding
Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven.
7.3
Regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.
Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Artikel 2 In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 3 Bedrijf De op de verbeelding voor 'Bedrijf' aangeduide gronden zijn, met inachtneming van de nadere
Toelichting
61
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
aanduidingen, bestemd voor gebouwen en andere voorzieningen ten behoeve van bedrijven. Aan de hand van de richtafstanden is binnen deze bestemming een milieuzonering opgenomen aan de hand waarvan wordt aangegeven welke categorie ter plaatse is toegestaan. In het plangebied zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.1 toegestaan. Hiervoor is als bijlage een Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen. Binnen de bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: bedrijfsgebouwen en overige bouwwerken. In de regels zijn onder meer de toegestane bouwhoogte en het bebouwingspercentage van bedrijfsgebouwen vastgelegd. Met betrekking tot de situering van de bebouwing zijn op de verbeelding bouwvlakken ingetekend, waarin de bedrijfsgebouwen gesitueerd dienen te worden. Niet-zelfstandige kantoren zijn toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 50% van de bruto vloeroppervlakte van een bedrijf, met een maximum van 3.000 m². Op basis van de resultaten van het Akoestisch onderzoek 14 maart 2025 van Peutz, zoals opgenomen in Bijlage 5 dienen er twee geluidschermen van 3 meter hoog te worden geplaatst om vestiging van DHL mogelijk te maken in het zuidelijke deel van het plangebied. In verband hiermede is in artikel 3.4.3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat deze geluidschermen moeten zijn geplaatst, voordat dit bedrijf in gebruik wordt genomen.
Daarnaast is de mogelijkheid opgenomen om twee groenblijvende geluidschermen te kunnen plaatsen bij bedrijven langs de Zuidelijke Rondweg om te kunnen voldoen aan de (geluid) voorschriften. Verder zijn specifieke gebruiksregels voor geluid opgenomen in artikel 3.4.2, waarin zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als het maximale geluidsniveau in tabel 1.1 wordt vastgelegd voor alle activiteiten binnen de grenzen van de bestemming 'Bedrijf'. Groen Artikel 4 De bestemming 'Groen' is opgenomen voor de groene gebieden waarvan het groene karakter voor de ruimtelijke structuur van het plangebied van belang is. Binnen de bestemming is de aanleg van water mogelijk. Verkeer Artikel 5 De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen, straten en paden. Bijbehorende voorzieningen zoals ongebouwde parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden en groenvoorzieningen zijn toegestaan. In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.
Artikel 7 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals kelders en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Artikel 8 In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden
62
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
gerealiseerd. Overige regels Artikel 10 In dit artikel zijn de parkeerregels opgenomen. Deze komen er op neer dat het parkeerbeleid van de gemeente dient te worden toegepast bij nieuwe bouwplannen en functiewijzigingen. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Artikel 11 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 11.1 e.v. van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 11.4 e.v. van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 12 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.
7.4
Handhaving bestemmingsplan
Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.
Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.
Toelichting
63
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
64
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Hoofdstuk 8 8.1
Economische uitvoerbaarheid
Financiële haalbaarheid
De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten exploitatieovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de exploitatieovereenkomst.
Toelichting
65
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
66
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Hoofdstuk 9 9.1
Maatschappelijke betrokkenheid
Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan een aantal personen en/of instanties. Er zijn geen vooroverlegreacties ontvangen.
9.2
Communicatie
Initiatiefnemer heeft op 9 juni 2022 een informatiebijeenkomst gehouden voor omwonenden. Het verslag van de bijeenkomst is opgenomen in Bijlage 13. De aanwezigen zijn niet positief over deze planontwikkeling, omdat zij een uitbreiding van het bedrijventerrein niet passend vinden. Initiatiefnemer heeft aangeboden om mee te denken over de landschappelijke inpassing tussen de achterzijde van de percelen aan Akkeroord en de uitbreiding van het bedrijventerrein. Ten behoeve hiervan is de landschapsinrichtingstekening van de landschapsarchitect toegezonden.
9.3
Zienswijzen
Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 25 mei 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn acht zienswijzen ontvangen. Deze zijn beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen zoals opgenomen in Bijlage 14.
Toelichting
67
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
68
Toelichting
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Regels
Regels
69
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan Het bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord) met identificatienummer NL.IMRO.0627.BPachterakkeroord-0402 van de gemeente Waddinxveen. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 afwijking Een afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo juncto art. 2.12, eerste lid, onder a, sub 1, van de Wabo. 1.6 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7 bebouwingsgrens Een grens van een bouwperceel, welke niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen.
1.8 bebouwingspercentage Indien het percentage van een bestemmingsvlak betreft de verhouding tussen de oppervlakte van het te bebouwen terreingedeelte en de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak; indien het percentage een bouwperceel betreft de verhouding tussen de oppervlakte van het te bebouwen terreingedeelte en de totale oppervlakte van het bouwperceel; dit percentage wordt slechts berekend over het gedeelte van het bestemmingsvlak of het bouwperceel, waarbinnen de bouwwerken mogen worden gebouwd. 1.9 bedrijf Een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen, waarbij detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.10 bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.11 bedrijfswoning Een woning in of bij een bedrijf, slechts bestemd voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op het legaal gebruik van het gebouw of terrein, noodzakelijk is. 1.12 begane grond bouwlaag De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.
70
Regels
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
1.13 bestaande situatie a. Bij gebruik: aanwezig op het moment van het van kracht worden van het plan; b. bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan, en bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning. 1.14 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 Bevi-inrichting Een bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.17 bevoegd gezag Het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.18 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.19 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitzondering van onderbouw (kelder), kap of kapverdieping.
1.22 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.24 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26 bruto-vloeroppervlakte (bvo) Bruto-oppervlakte als bedoeld in NEN2580. 1.27 coffeeshop Gelegenheid waar softdrugs wordt verkocht.
Regels
71
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
1.28 detailhandel in volumineuze goederen Detailhandel in zeer volumineuze goederen zoals auto's, motoren, boten, caravans, keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen. 1.29 dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waaronder mede begrepen publieksgerichte dienstverlening, al of niet met baliefunctie, op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch of cosmetisch gebied, zonnebanken, kleinschalige kantoren, fotostudio's, uitzendbureaus, reisbureaus, belwinkels, internetcafé en kapsalons; onder dienstverlening wordt niet begrepen: garagebedrijven, prostitutie, een prostitutie-inrichting of seksinrichting en escortbedrijven. 1.30 diffractor Bouwwerk, geen gebouw zijnde, zijnde een overdrachtsmaatregel waardoor het geluid dat over de diffractor passeert naar boven wordt afgebogen en een geluidreductie van minimaal 2 dB teweegbrengt. 1.31 erf- of perceelafscheiding Een open bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld om een perceel of erf of een deel daarvan af te scheiden en waarlangs beplanting kan groeien, zoals een raster-/hekwerk, niet zijnde een muur of schutting. 1.32 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.33 geluidgevoelige objecten Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.34 geluidzoneringsplichtig bedrijf Een bedrijf als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder, dat in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken en waarvoor op grond van die wet de verplichting geldt tot vaststelling van een geluidszone rond het betrokken terrein. 1.35 groothandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren en/of het leveren van goederen aan wederverkopers dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. 1.36 hoofdgebouw Eén of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.37 horeca Een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodaties. 1.38 kantoor Een verblijfsruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard zonder baliefunctie.
1.39 kelder Een afgedekt gedeelte van een gebouw, waarvan meer dan de helft van de inhoud niet boven peil is gelegen.
72
Regels
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
1.40 kunstwerk Bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele voorzieningen, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening, niet zijnde een geluidscherm. 1.41 nutsvoorziening Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit en de telecommunicatie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.42 openbare nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-. water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen. 1.43 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.44 overkapping Een bouwwerk met een open constructie en een dak met maximaal één gesloten wand. 1.45 parkeren Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 1.46 peil a. Voor hoofdgebouwen: de wegkruin van de voorliggende weg; b. voor aan- en uitbouwen: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; c.
indien op of in het water gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil; d. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. 1.47 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.48 productiegebonden detailhandel Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.49 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.50 risicovolle inrichting Een inrichting waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico dan wel een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in genoemd Besluit. 1.51 seksinrichting De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
Regels
73
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
1.52 Staat van Bedrijfsactiviteiten De Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uit maakt. 1.53 stallen van voertuigen Het in een garage of andere bewaarplaats zetten van voertuigen. 1.54 straatmeubilair Bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden en verkeerslichten, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, ondergrondse en bovengrondse vuilcontainers, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, alsmede telefooncellen, abri's, draagconstructies voor reclame, gedenktekens, kunstwerken en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.55 verdieping De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondlaag gelegen is/zijn. 1.56 voorgevel Het voorste deel van de gevel van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die door zijn aard, ligging aan de weg, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.57 waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van de berging en infiltratie van hemelwater. 1.58 windturbine Een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding.
1.59 zeer kwetsbare groepen Personen, die zichzelf niet goed in veiligheid kunnen brengen, bijvoorbeeld door een geestelijke of lichamelijke beperking of zeer jonge leeftijd, en ouderen.
74
Regels
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van een bouwwerk, waar de afstand het kortst is. 2.2 bebouwingspercentage Het percentage van gronden, nader bepaald in de regels of op de verbeelding, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Ter verduidelijking: Indien de goot/de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel lager is gemonteerd dan het snijvlak van de gevel en het dakvlak, geldt de hoogte tot aan het snijvlak. 2.6 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.7 de lengte, breedte en diepte van een gebouw Tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren). 2.8 de ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, stoeptreden, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, airco-units, warmtepompen, schoorstenen, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, dakgoten, overstekende daken en balkons, voor zover deze niet boven de openbare ruimte gelegen zijn, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van aanduidingsgrenzen, bouwgrenzen dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1.50 meter bedraagt. Voor lifthuizen op daken geldt dat deze niet meer dan 10 % van het dakoppervlakte van het dak mag bedragen. 2.9 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10 de verticale diepte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het laagste ondergrondse punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd.
Regels
75
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de als bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten in: 1. categorie 1 en 2 zoals opgenomen op de verbeelding met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2; 2. categorie 1, 2 en 3.1 zoals opgenomen op de verbeelding met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1; met dien verstande dat bedrijven met zeer kwetsbare groepen als bedoeld in artikel 1.59 niet zijn toegestaan; b. niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van de bedrijven als genoemd in sub a, met een oppervlak van maximaal 50% van de bruto-vloeroppervlakte met een maximum van 3.000 m²; c. geluidschermen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - geluidscherm 1' en 'specifieke vorm van bedrijf - geluidscherm 2'; met de daarbij behorende: d. opslag en uitstalling; e. erven en terreinen; f. wegen en paden; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. water; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. kunstwerken. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor 70% worden bebouwd; c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt aan één zijde minimaal 3 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 meter; e. indien gebouwen en overkappingen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een geluidscherm bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen bedraagt maximaal 3 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 m. 3.2.4 Voorwaardelijke verplichting watercompensatie Een omgevingsvergunning voor bouwen, zoals bedoeld in lid 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals bedoeld in artikel3.2.2, lid a wordt niet verleend indien op eigen terrein of een (aangrenzend) terrein niet wordt voorzien in voldoende waterberging.
76
Regels
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijking bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.3 onder c, ten behoeve van een grotere bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot maximaal 15 m, mits dit stedenbouwkundig inpasbaar is. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Algemeen Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. een geluidszoneringsplichtig bedrijf; b. een risicovolle inrichting; c. een m.e.r.-(beoordelings)plichtige inrichting; d. opslag en (uit)stalling van goederen buiten het bouwvlak dan wel voor de voorgevellijn; e. een sociale werkplaats; f. een bedrijfswoning. 3.4.2 Specifieke voorwaarden geluid Het gebruik als bedoeld in artikel 3.1, aanhef en onder a, van de planregels is slechts toegestaan met inachtneming van het volgende: a. voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LA,LT) en het maximaal geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting (van het bedrijf) aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten (waaronder het dichtslaan van portieren, het afblazen van remlucht en het stoten tegen de trailerwand) ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: 1.
de niveaus op de in tabel 1.1 genoemde plaatsen en tijdstippen op een hoogte van 1,5 en 5 meter ten opzichte van het maaiveld niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden op de grond van de bestemming 'Bedrijf'; Tabel 1.1 07:00-19:00uur 19:00-23:00uur 23:00-07:00uur LAr,LT op grens van bestemming 'Bedrijf' 51 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAmax op grens van bestemming 'Bedrijf' 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) b. Het laden en lossen van vrachtauto's is uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. 3.4.3 Voorwaardelijke verplichting geluidscherm a. Het gebruik van een bedrijf in milieucategorie 3.1 in de voor 'Bedrijf' met aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' aangewezen gronden is alleen toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - geluidscherm 2' twee gesloten (zonder openingen) geluidschermen met een hoogte van 3 m zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden; b. het gebruik van een bedrijf in milieucategorie 1 en 2 in de voor 'Bedrijf' met aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' aangewezen gronden is alleen toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - geluidscherm 1' twee gesloten (zonder openingen) geluidschermen met een hoogte van 3 m zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden; c.
In afwijking van het bepaalde in lid a en b is het plaatsen van een geluidscherm niet nodig wanneer met de resultaten van een akoestisch onderzoek is aangetoond dat wordt voldaan aan de (geluid)voorschriften in artikel 3.4.2; d. een geluidscherm als bedoeld in lid a en b dient van een groenblijvende beplanting te worden voorzien die ook in stand moet worden gehouden;
Regels
77
bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)
e. de massa van een geluidscherm als bedoeld in lid a en b dient ten minste 10 kg/m² te bedragen. 3.4.4 Afsluiten mechanische ventilatie De gronden mogen uitsluitend worden gebruikt voor een bedrijf indien een afschakelbare ventilatie in het bedrijf aanwezig is ter voorkoming van het naar binnen zuigen van toxische gassen. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijking toegestane milieucategorie Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in een hogere categorie dan bedrijfsactiviteiten als genoemd in 3.1, lid a, indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die, hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1, maar niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten worden genoemd, met dien verstande dat: c. het bedrijf vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen onevenredige nadelige invloed heeft op de nabij gelegen woonbebouwing. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp, gevaar, de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.