CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Plasweg 134-136, Waddinxveen, toelichting en regels, versie 13-12-2023

Commissie Ruimte + Infrastructuur 7 december 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Plasweg 134-13626.320 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NOPQRSTPUVWXPYZ[\]^_`abcVdUeUb

PQRSTUVWXYZWU[WXY\]W^R__`[abUU[ fghijkhikOl

bcmn`o`pq`rmWUWc

cdefghijkdldWmdmdndko mUpUU[qUW^R__`[abUU[

ohfhro stuo`[vw fttrtuv_`r[w Tuv_`r[w f]^va`^v`\nw

efhrs WbmxyuzmWUWW b|mp`zmWUWc emxy\zmWUWc bcmn`o`pq`rmWUWc

ndcoid W`m{`r^z` e`m{`r^z` b`m{`r^z` b`m{`r^z`

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

4

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk3

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidsmatige ontwikkelingen Nieuwe situatie Verkeer en parkeren Beeldkwaliteit

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4

Planbeschrijving

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

13 13 14 16 17 17 18 24 26

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding

31 31 31 32 32 33

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

37 37 47 50 52

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

53 53 53 53 55

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

57 57

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Zienswijzen

59 59 59

Toelichting

5

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Regels

61

Hoofdstuk1

Inleidende regels

62

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

62 67

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

68

Artikel 3

Gemengd

68

Hoofdstuk3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

72 72 73 74 75 76

Hoofdstuk4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

77 77 78

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Landschapsinrichtingsplan

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Notitie stikstofberekeningen

Bijlage 4

Ecologisch onderzoek

Bijlage regels Bijlage 1

6

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de hoek van de Plasweg en Bredeweg is aan de Plasweg 134 en 136 een voormalig agrarisch bedrijf gevestigd. Nadat de landbouwgronden waren verkocht is er niet langer sprake van een agrarisch bedrijf. Op beide percelen zijn sinds 1999 diverse handelsactiviteiten aanwezig in de agrarische schuren, zoals Willem de Tweede B.V. (een handelsonderneming), een aannemersbedrijf en vanaf 2002 een internetwinkel in fietsen, bestaande uit opslag, showroom en kantoor. In 2011 zijn de meeste bedrijfsactiviteiten van 12GO Biking verhuisd naar het bedrijvenpark Gouwepark in Moordrecht. Opslag van producten vindt nog wel regelmatig plaats aan de Plasweg. Op nummer 136 staat woonboerderij 'Willem de Tweede'. Een bestemmingswijziging naar een gemengd gebied met wonen en werken wordt voorgestaan, omdat er al vele jaren geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf met een nevenberoepsactiviteiten. Deze bestemming 'Gemengd is al eerder planologisch mogelijk gemaakt aan de Bredeweg en Plasweg in het bestemmingsplan 'Glasparel+'. Deze ontwikkeling wordt ook passend geacht op de percelen Plasweg 134 en 136 in het kader van de gebiedsontwikkeling in de Zuidplaspolder. Dit bestemmingsplan maakt de bestemmingswijziging naar een gemengde bestemming juridisch planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt op de hoek van de Plasweg en Bredeweg. De locatie wordt ontsloten vanaf de Plasweg. In noordoostelijke richting is achter een geluidwal lintbebouwing gerealiseerd met vrijstaande woningen. Hierachter ligt het bedrijventerrein 'Glasparel+'. Aan de overzijde van de Plasweg staan woningen aan de Bredeweg 15, 16 en 17. Hierachter worden nog eens drie woningen mogelijk gemaakt. Aan de overzijde van de Bredeweg staan (bedrijfs)woningen in een bebouwingslint op grondgebied van de gemeente Zuidplas. Een situatietekening van het plangebied en omgeving is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied (gearceerd aangeduid) en omgeving.

Toelichting

7

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"

Raadsbesluit 26 juni 2013 19 september 2018

Uitspraak ABRvS 9 juli 2014

In het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' is het plangebied bestemd voor 'Agrarisch' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – nevenberoepsbedrijf' (figuur 2). De woning is aangeduid als 'bedrijfswoning'. Voorts is de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3' van toepassing. Het bestemmingsplan is bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 juli 2014 onherroepelijk van kracht geworden. Om de nieuwbouw van een bedrijfsgebouw op nummer 134 mogelijk te maken ten behoeve van bedrijven in milieucategorie 1 en 2 is een herziening van het bestemmingsplan nodig.

Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Zuidplas Noord.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied maakte vroeger onderdeel uit van een akkerbouwbedrijf. De landbouwgronden zijn, met uitzondering van de boerderij en bijbehorend erf, verkocht. Marktpartijen hebben hierna een plan ontwikkeld voor de realisatie van een integraal woon/werklandschap in het zogenaamde glasparelgebied, dat glastuinbouw, wonen, werken, water en energie met elkaar combineert. Dit plangebied ligt in de Zuidplaspolder aan de westzijde van de bebouwde kom van Waddinxveen. Het gebied wordt begrensd door de Zesde Tochtweg. Plasweg, het glastuinbouwgebied aan de G. van Dort Kroonweg, Beijerincklaan, Bredeweg en de achterzijde van bestaande glastuinbouwkavels aan de Abraham Kroesweg. De in aanbouw zijnde grootschalige productielandschappen ‘glastuinbouw’ (tussen Abraham Kroesweg en Plasweg en ‘logistiek’ (tussen Beijerincklaan/IJsermanweg en Plasweg) ontmoeten elkaar op het snijvlak met het kleinschalige woonlandschap (figuur 3). Het woonlandschap ligt langs de lanen en linten van de polder met een kleinschalig woningbouwprogramma. De Plasweg ligt centraal en is de ruggengraat van deze ontmoeting. Dit oude cultuurhistorische lint wordt de overgangszone waarin zowel de ruimtelijke als de milieutechnische contrasten samengebracht worden.

Figuur 3: Productielandschappen en Glasparel+ met lintbebouwing langs de Plasweg (bron bestemmingsplan Glasparel+). Het plangebied ligt op de hoek van de Plasweg en Bredeweg. Achter het plangebied ligt een pad met aansluitend een gegraven waterberging in verband met ontwikkeling van Glasparel+. Hier is al een aantal distributiebedrijven gerealiseerd. Ten noordoosten van het plangebied is een geluidwal aangelegd met aansluitend lintbebouwing aan de Plasweg. Hierachter zijn bedrijven gerealiseerd in een lichte milieucategorie.

Toelichting

9

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Bedrijven op Glasparel+.

Waterberging achter het plangebied.

Woningen Bredeweg 15, 16 en 17. Geluidwal naast het plangebied.

Pad achter het plangebied.

Woningen aan de Plasweg.

Planspecifiek Bestaande woon- en bedrijfspercelen, waaronder het plangebied aan de Plasweg 134 en 136, zijn buiten de planontwikkelingen gehouden. Op beide percelen zijn sinds 1999 diverse handelsactiviteiten aanwezig in de agrarische schuren, zoals Willem de Tweede B.V. (een handelsonderneming), een aannemersbedrijf en vanaf 2002 een internetwinkel in fietsen, bestaande uit opslag, showroom en kantoor. In 2011 zijn de meeste gerelateerde bedrijfsactiviteiten van 12GO Biking verhuisd naar het bedrijvenpark Gouwepark in Moordrecht. De opslag van producten vindt nog wel regelmatig plaats aan de Plasweg. Daarnaast vindt in een gedeelte van de agrarische bebouwing ook belangeloos opslag plaats ten behoeve van de Hervormde Gemeente in verband met de jaarmarkten. Op nummer 136 staat boerderij 'Willem de Tweede'. Een situatietekening van de bestaande toestand is opgenomen in figuur 4.

Figuur 4: Bestaande situatie.

10

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Woning Plasweg 136 met naastgelegen schuur.

De achterzijde. De rechter schuur wordt gesloopt.

Plasweg 136 vanaf de Bredeweg.

Het verrommelde buitenterrein.

Toelichting

11

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

12

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Beleidsmatige ontwikkelingen

Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP). De lintzone maakt nieuwe ontwikkelingen mogelijk zoals wonen en werken. Zo zijn elders aan de Bredeweg al initiatieven ontwikkeld voor woon- en werkcombinaties in de milieucategorieën 1 en 2 in het door de gemeenteraad van Waddinxveen op 9 juli 2014 vastgestelde bestemmingsplan 'Glasparel+'.

3.2

Nieuwe situatie

Perceel Plasweg 136 De woonboerderij met aangebouwde stal op nummer 136 blijft behouden. De cultuurhistorisch waardevolle boerderij krijgt de aanduiding 'karakteristiek', zodat deze kan worden behouden. In de bijbehorende stal van ca. 600 m² worden kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in de milieucategorieën 1 en 2 voortgezet. Hierbij moet met name worden gedacht aan opslagactiviteiten. De bestaande schuur die voor de rooilijn van de boerderij staat wordt in de nieuwe situatie herbouwd. Aan de achterzijde hiervan wordt een carport mogelijk gemaakt. Vanuit landschappelijke en stedenbouwkundige overwegingen is dit bouwwerk inpasbaar, omdat het gebouw aansluit bij de diversiteit in rooilijnen, bouwvolumes en posities op de kavels. Het levert, samen met het loskoppelen van de bedrijfsloods, veel winst op qua beeldkwaliteit van de bestaande boerderij. Perceel Plasweg 134 Op dit perceel staat agrarische bedrijfsbebouwing (ca. 912 m²) waar onder andere een aannemersbedrijf is gevestigd en opslag plaatsvindt van onder andere een fietsbedrijf. Deze bebouwing is bouwtechnisch in een matige staat en heeft geen cultuurhistorische waarde. Deze bestaande gebiedsvreemde bedrijfshal wordt daarom gesloopt door een nieuw volume, zodat de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing beter tot zijn recht komt.

Deze nieuwe bedrijfshal krijgt een ruimtelijke samenhang met de bestaande bebouwing op het perceel aan de Plasweg 136, zoawel qua massa, kapvorm (circa 45 graden), goothoogte (maximaal 4,5 meter) en bouwhoogte (maximaal 10 meter). Roldeuren zijn toegestaan tot maximaal 6 meter hoog. Dakkapellen dienen enigszins terugliggend te worden geplaatst, zodat de doorlopende lijn van de dakgoot niet verstoord wordt. Het gedeelte van het perceel tussen de Plasweg en het nieuwe bedrijfsgebouw zal dienen voor ontsluiting van het perceel, waarbij de bestaande schuur wordt gebruikt als garage met carport voor de woning op nummer 136. Het verkavelingsplan is opgenomen in figuur 5.

Toelichting

13

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Figuur 5: Verkavelingstekening plangebied (indicatief).

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer Het plangebied ligt aan de Plasweg. De weg heeft een maximum snelheid van 30 km uur. Gemotoriseerd verkeer moet via de Arie Kempkesweg en Piet Stuurmanstraat naar de Bredeweg rijden. Via deze bovenlokale weg zijn de A12 en A20 aan te rijden. Het centrum van Waddinxveen is via de Bredeweg en Beijerincklaan bereikbaar. Langzaam verkeer kan gebruik maken van de Plasweg richting de dorpskern. De uitrit voor de bestaande woning blijft behouden. Voor de nieuw te bouwen bedrijfshal wordt een nieuwe uitrit aangelegd, zodat de woon- en werkfunctie van elkaar gescheiden worden gehouden. Verkeersgeneratie In de bestaande planologische situatie is een nevenberoepsbedrijf toegestaan. In plaats van de te slopen schuur van circa 912 m² op nummer 134 wordt een nieuwe bedrijfsloods van 1.040 m² opgericht, waarin de bestaande bedrijfsmatige activiteiten in de milieucategorieën 1 en 2 ca. worden voortgezet. De woning op nummer 136 blijft als zodanig in gebruik. De kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in de hierachter gelegen schuur worden voortgezet. De uitbreiding met 128 m² gaat gepaard met circa 10 extra verkeersbewegingen per dag. Dit gedeelte van de doodlopende Plasweg voor gemotoriseerd verkeer heeft voldoende capaciteit om deze bestemmingswijziging op te vangen.

Daarbij komt dat naar aanleiding van de afsluiting van de Plasweg op de Bredeweg voor gemotoriseerd verkeer de bochtstraal naar de Arie Kempkesweg op verzoek van initiatiefnemer al zodanig is aangepast dat deze ook toegankelijk is voor vrachtverkeer van en naar de locatie. Het aantal verkeersbewegingen op de Plasweg en Arie Kempkesweg blijft ruim onder de 6.000 motorvoertuigen per etmaal, zodat het bestaande wegennet de verkeersbewegingen van en naar de Plasweg 134 en 136 kan verwerken.

14

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Bestaande uitrit op de Plasweg.

Bredeweg met vrij liggend fietspad.

Kruising Plasweg/Bredeweg voor langzaam verkeer.

Arie Kempkesweg richting Plasweg.

3.3.2 Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is verankerd in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 'Toekomstbestendig parkeren', 2018). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied'. De te kiezen plek in de bandbreedte is afhankelijk van situatiespecifieke kenmerken. Een locatie dicht bij een aansluiting op een snelweg kan een hoger autogebruik veroorzaken en daarmee een hogere vraag naar parkeerplaatsen. Anderzijds kan een locatie dicht bij een treinstation een lager autogebruik veroorzaken en daarmee minder vraag naar parkeerplaatsen. Omdat Waddinxveen vlak bij de A12 en de A20 ligt én drie treinstations, wordt uitgegaan van het midden van de bandbreedte.

De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 8.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Norm buitengebied, Aantal/ Aantal pp matig stedelijk oppervlakte Woning, vrijstaand 2,8 per woning 1 woning 2,8 pp Bedrijf arbeidsextensief/ 1,1 pp per 100 m² 1.040 m² (nr. 134) 11,4 pp bezoekersextensief (midden bandbreedte) 600 m² (nr. 136) 6,6 pp Totaal 21 pp (aferond) Tussen de bestaande te handhaven schuur bij de woning op nummer 136 en de nieuw te bouwen bedrijfshal worden 24 parkeerplaatsen aangelegd. Bij de woning komen vier nieuwe parkeerplaatsen op

Toelichting

15

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

eigen terrein, zodat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In artikel 8.1 van de planregels van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

3.4

Beeldkwaliteit

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties Het plangebied ligt aan één van de historische linten in de Zuidplaspolder. In dit gebied wordt een combinatie van wonen, glastuinbouw en bedrijven mogelijk gemaakt. Het is als het ware de proeftuin van de Zuidvleugel, waarin duidelijk wordt wat er mogelijk is binnen moderne gebiedsontwikkeling. De verschillende onderdelen in dat plan hebben op meerdere manieren een onderlinge relatie. Dit betekent dat wonen, werken en recreëren in dit plan hand in hand gaan. De herontwikkeling van het plangebied aan de Plasweg 134 en 136 levert hieraan een bijdrage, omdat een gebiedsvreemde bedrijfsloods plaatsmaakt voor een nieuwe bedrijfsschuur met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter met de uitstraling van een boerenerf. De bestaande karakteristieke boerderij met aangebouwde schuur blijft behouden. Om dit te benadrukken krijgt de boerderij de aanduiding 'karakteristiek'. Een herontwikkeling naar gemengd is passend, zoals dit ook al verderop aan de Bredeweg mogelijk is gemaakt in het bebouwingslint.

De landschappelijke identiteit van het gebied wordt bepaald door polderlinten, tochten en een laan. Het gaat hier om de Bredeweg en de Plasweg als (echte) polderlinten, de Vijfde en Zesde Tocht als tocht en de Beijerincklaan als de ‘oprijlaan’ van Waddinxveen. Ten behoeve van deze planontwikkeling is een verkavelingsplan opgesteld door Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten B.V. te Bergambacht. Doelstelling is het plangebied een bijdrage te laten leveren aan de versterking van de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van het lint aan de Plasweg. Concreet is er sprake van een vervolgfunctie van het plangebied aan de Plasweg 134 en 136 naar de bestemming 'Gemengd' met een nieuwe bedrijfsschuur. De bestaande sloten en inheemse bufferbeplanting blijven behouden. Hierbij zal het talud aan de zijde van de nieuwe bedrijfshal een groene uitstraling behouden en nagenoeg uit het zicht worden gehouden. De beplanting zal bestaan uit zoveel mogelijk te behouden streekeigen bomen en onderbegroeiing in een uitgedunde situatie. Hierbij is er aandacht voor biodiversiteit en ecologische waarden. Tussen de bestaande en nieuwe bedrijfshal wordt een grasstrook aangelegd met parkeermogelijkheid op gestabiliseerd gras. Het nieuwe bedrijfspand krijgt een eigen uitrit, zodat de bestaande karakteristieke boerderij beter tot uiting komt.

De verhoudingen van het bestaande erf veranderen hiermee en opent de optie om bij de boerderij te kiezen voor hergebruik van bestaande gebakken straatklinkers aangevuld met een kern van grind. Naast beeldkwaliteit draagt dit laatste ook bij aan de waterberging van het gebied op een natuurlijke wijze. Vanuit oogpunt van duurzaamheid is hergebruik van gebakken klinkers, samen met eventueel grind (wat ook een tijdloos en natuurlijk materiaal is) een goede optie. Het verkavelingsplan, zoals weergegeven in figuur 5, heeft als basis gediend voor het bestemmingsplan. Het landschapsinrichtingsplan is opgenomen in Bijlage 1.

16

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Toelichting

17

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop ingegaan. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing

18

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.

Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Op de Laag van cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied in een droogmakerij (klei) aan een polderlint (figuur 6). Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg.

Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Als richtpunt wordt aangehouden dat nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. De Plasweg betreft een polderlint: de bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Richtpunten zijn o.a.: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst.

Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied aan een lint in het glastuinbouwgebied (figuur 6). Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Op de Laag van de beleving heeft het plangebied geen aanduiding.

Toelichting

19

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Toetsing aan kwaliteitskaarten Deze planontwikkeling maakt een vervolgfunctie mogelijk van een agrarisch bedrijfsperceel naar een bestemming 'Gemengd' met wonen en werken. De nieuwe bedrijfsbebouwing sluit aan op het noordoostelijk gelegen bedrijvenlandschap in de milieucategorieën 1 en 2 achter de lintbebouwing aan de Plasweg. Deze bestemmingswijziging geeft een duurzame kwaliteitsverbetering van dit bebouwingslint in de Zuidplaspolder, waarbij de cultuurhistorisch waardevolle boerderij blijft behouden. Het lint blijft het lint, waarbij door de ontwikkeling de huidige korrel en profiel behouden blijft. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Deze ontwikkeling valt onder de noemer inpassing, omdat dit bestemmingsplan een herontwikkeling mogelijk maakt van een agrarisch bedrijfsperceel naar wonen en werken. Deze vervolgfunctie valt onder de noemer gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van bestaande kenmerken van het gebied, zoals ook al eerder door Gedeputeerde Staten is toegestaan in het bestemmingsplan 'Glasparel+'. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied worden verbeterd, waarbij de richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.

Figuur 6: Links uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van cultuur en natuurlandschappen' rechts 'Laag van de stedelijke occupatie'. Plangebied zwart gearceerd. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeldop kaart 19 in bijlage II.

Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een kleinschalige bedrijfsontwikkeling mogelijk waar feitelijk al vele jaren diverse bedrijven zijn gevestigd. Na sloop van een verouderde schuur van 912 m² wordt een nieuwe bedrijfsloods gebouwd van 1.040 m². Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen (o.a. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23

20

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

april 2014, zaaknummer 201306183/1). Een verdere bespreking is dan ook niet nodig. De behoefte naar deze werkeenheden is aanwezig, terwijl deze vervolgfunctie vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat de bebouwing landschappelijk wordt ingepast in het bebouwingslint. Een verdere toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c.

de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op Kaart 11 van de Omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als 'Greenports' (figuur 7). Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Als richtpunt wordt onder meer aangehouden dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Sprake is van een agrarisch bedrijfsperceel, waarbij gezocht is naar een passende vervolgfunctie, zoals ook al elders wordt gerealiseerd aan de Bredeweg. De landschappelijke dynamiek aan de Plasweg verandert in geringe mate, omdat er alleen een bedrijfsgebouw wordt vervangen die wordt losgekoppeld van de bestaande boerderij, waardoor beide gebouwen ruimtelijk en landschappelijk beter tot uiting komen.

Dit brengt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering met zich mee. Onderhavige vervolgfunctie past qua aard, schaal en maat van de bestaande kenmerken van het gebied zonder dat de aangrenzende bestemmingen worden beperkt. De ontwikkeling past bij wat er al is in de directe omgeving zonder dat de bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied wijzigen. De vervolgfunctie naar wonen en werken is een gebiedseigen ontwikkeling. Dit betekent dat sprake is van ‘inpassing’, zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor het plan. Glastuinbouwgebied In artikel 6.15, lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, zoals verbeeld op kaart 11 in bijlage II, alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toelaat, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking (figuur 7). In lid 4 is opgenomen dat in het bestemmingsplan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate kan worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden en bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.

Toetsing aan glastuinbouwgebied In de Omgevingsverordening is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die de gemeente de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen. Het plangebied ligt aan een cultuurhistorisch waardevol bebouwingslint dat in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplaspolder (zie paragraaf 4.3.1) is aangeduid als 'lintzone' langs de Plasweg in een groene zone waarmee de provincie heeft ingestemd.

Toelichting

21

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Ten opzichte van de geldende bestemming 'Agrarisch' brengt deze bestemmingswijziging vanuit een goede ruimtelijke ordening een kwaliteitsverbetering met zich mee. Daarbij komt dat het achterliggende gebied niet in gebruik is als glastuinbouw, maar als bedrijvenlandschap waarmee de provincie heeft ingestemd. Bovendien is het perceel te klein om hier een (volwaardig) glastuinbouwbedrijf te kunnen exploiteren. Tegen deze achtergrond kan gebruik worden gemaakt van de in lid 4 opgenomen afwijkingsregeling. Natuurnetwerk Nederland (NNN) In artikel 6.9e, lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland’, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Het bouwen van een nieuw bedrijfsgebouw ligt buiten het NNN-gebied op grond van de recentelijk aangepaste Omgevingsverordening (figuur 7). Hiervoor heeft de provincie eerder een landschapsplan opgesteld in verband met de effecten van de aan te leggen Vredenburghlaan op NNN-verbindingszones.

Het is daarom niet noodzakelijk een compensatieplan op te stellen specifiek voor dit bestemmingsplan.

Figuur 7: Links Kaart 11 Greenports van de Omgevingsverordening en rechts uitsnede Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland. Plangebied zwart omkaderd. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Met deze planontwikkeling wordt verrommeling tegengaan door een gebiedsvreemd gebouw te slopen ten behoeve van een nieuwe bedrijfsschuur.

Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte van een droogmakerij zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling) door de vervangende nieuwbouw van een bedrijfsgebouw mogelijk te maken. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland

22

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

(Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet in strijd is met de regels van glastuinbouwgebied, omdat gebruik kan worden gemaakt van de in de Verordening opgenomen afwijkingsbevoegdheid als genoemd in artikel 6.15, lid 4; het plan niet strijdig is met artikel 6.9e van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (NNN), omdat de ontwikkeling buiten de NNN ligt. Wezenlijke kenmerken en waarden van het plangebied worden niet significant beperkt, dan wel leiden niet tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van het plangebied. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied.

Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart.

De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. De nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied.

De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen. Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen.

Toelichting

23

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

De hier relevant zijnde ambitie voor de droogmakerij is dat de bebouwing gekoppeld blijft aan de linten. Erven worden groen ingepast. Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij. Het lint dient als structuurdrager van de hoofdstructuur te worden versterkt. Eenheid en de typerende opbouw van de polder dient herkenbaar te worden gehouden. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van het lint is nog altijd herkenbaar rond de locatie, maar niet meer zo sterk bepalend door de vele, vooral infrastructurele, ingrepen, zoals de verderop gelegen nieuwe op- en afrit bij de A12. Het contrast tussen het nieuwe bedrijvenlandschap (Glasparel+) en behoud van het lint zorgt ervoor dat deze structuurdrager beleefbaar blijft (het lint blijft het lint). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Het nieuwe bedrijfsgebouw aan het lint biedt een fraaie overgang richting het hierachter gelegen bedrijfslandschap. Bestaande kwaliteiten worden niet aangetast.

Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het cultuurhistorisch waardevolle lint. Het bedrijfsgebouw wordt met groen landschappelijk ingepast.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.

Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de

24

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'. Het plangebied is hierin aangeduid als 'lintzone' langs de Plasweg in een groene zone. Het plangebied is met een gele stip aangeduid op de plankaart (figuur 8). Deze wijziging van voormalig agrarisch bedrijf naar een gemengde functie met wonen en werken in de lintzone is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.

Figuur 8: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip aangeduid. 4.3.2 Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder In het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder (2014) zijn de ruimtelijke en milieutechnische ambities en richtlijnen opgenomen voor de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Dit document is vastgesteld door het bestuur van de ROZ en dient als inspiratie bij toetsing van nieuwe aanvragen door de gemeenten. Het Handboek bevat een omvangrijke set uitspraken over drie kwalitatieve aspecten, waarmee in de verdere planvorming voor de deelgebieden rekening moet worden gehouden: 1. duurzaamheid 2. hoofdplanstructuur van de Zuidplaspolder 3. kwaliteit in de deelgebieden Een belangrijk uitgangspunt bij uitwerking van de plannen is het principe van 'Linten, lanen en tochten'. Het stelsel van 'Linten, lanen en tochten' is sinds de voorstudies uit 2004 van de bureaus H+N+S en Palmboom-Van de Bout het belangrijkste structurerende element in de Zuidplaspolder. Het door hen

Toelichting

25

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

geschetste principe van verdubbelde groene linten in noord-zuidrichting en brede tochten in oostwest-richting zorgde voor een herkenbare structuur, waarbinnen allerlei variaties in ruimtelijke en programmatische zin denkbaar zouden zijn. De Plasweg maakt onderdeel uit van de hoofdplanstructuur. De Plaswegzone loopt van Oost naar West in het noordelijk deel van de polder. De huidige Plasweg vormt nu al een heldere lijn tussen Zevenhuizen en Waddinxveen. Door de aanleg van nieuwe tochten, regionale wegen met forse laanbeplanting en brede ecologische zones wordt de structurerende betekenis van de Plaswegzone in Oost-Westrichting versterkt. Het lint aan de Plasweg is aan verandering onderhevig. Naast lintbebouwing wordt wonen en werken mogelijk gemaakt. De lintzone kan herkenbaar blijven door continue bebouwingsafstanden en door een duidelijke grens te bewaren tussen de wereld van de lintbebouwing zelf en de achterliggende bouwvelden. Eén van de richtinggevende principes is het handhaven van het huidige polderwegprofiel in het lint waardoor zij ook voor langzaam verkeer aantrekkelijk kan blijven of worden (als toekomstige ontwikkelingen afwaardering mogelijk maken). Beide percelen zijn feitelijk al in gebruik als wonen en werken. Deze situatie maakt plaats voor een nieuwe bedrijfsloods, nadat de bestaande bebouwing is gesloopt. Het geheel wordt landschappelijk ingepast.

Per saldo is sprake van een ruimtelijke kwaliteitswinst. Conclusie Deze ontwikkeling maakt wonen en werken mogelijk in een bebouwingslint, zoals dat al vele jaren feitelijk plaatsvindt. Het plan past bij de korrelgrootte en oriëntatie op deze oude lintweg. De planontwikkeling voldoet aan de in het Ambitiedocument genoemde criteria, zodat inpassing mogelijk is zoals in dit bestemmingsplan wordt voorgestaan.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken.

De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de

26

Toelichting

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050 (figuur 9). De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast.

Figuur 9: Integrale visiekaart Waddinxveen 2050. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder); Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid) Waddinxveen heeft de afgelopen jaren fors uitgebreid, met Logistiekpark A12, Businesspark Vredenbrugh, Coenecoop III en op Distripark. Door deze ontwikkelingen staat Waddinxveen landelijk op de derde plek van meest uitgegeven meters bedrijventerrein tussen 2008 en 2017. Distripark aan de A12 is een hoogwaardig terrein voor logistieke bedrijvigheid. Distripark heeft een hoog energieverbruik, doordat de distributie- en opslagcentra een grote koudevraag hebben. Eveneens aan de A12 zit het logistiek park, wat een locatie is voor grootschalige logistiek.

Aan de Bredeweg bevindt zich kleinschalige bedrijvigheid en Coenecoop I, II en III/West is een gemengd terrein met hoge arbeidsdichtheid. Dan zijn er nog drie terreinen met minder voorspoedige ontwikkeling. Noordkade is een gedateerd terrein, waar al een start is gemaakt richting transformatie naar een gemengd

Toelichting

27

bestemmingsplan Plasweg 134 en 136, Waddinxveen

woon-werkgebied. In Zuid is vrachtverkeer momenteel problematisch en in Kouwehoek is sprake van verzakking van de N454. Het plangebied ligt aan de rand van het bedrijvenpark Glasparel+, op de hoek van de Plasweg en Bredeweg. Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt in een overgangsgebied aan het bebouwingslint van de Plasweg enerzijds en het logistiek centrum van Distripark A12 anderzijds. De achterzijde van het plangebied is als 'bedrijventerrein' aangeduid met aansluitend groen (figuur 10). Het plangebied zelf is niet specifiek beschreven in één van de deelgebieden. Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. In paragraaf 4.4.3 wordt hierop ingegaan. De inrichting van het terrein is zodanig dat het terrein schoon en veilig wordt. Het dak van het nieuwe bedrijfsgebouw wordt zoveel mogelijk voorzien van zonnepanelen. Verder wordt het terrein groen ingericht overeenkomstig het landschapsinrichtingsplan zoals toegelicht in paragraaf 3.4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13490857/2