BP Kerkweg-Oost 214-216 Waddinxveen toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216, Waddinxveen
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
24 maart 2021
IMRO IDN:
NL.IMRO.0627.BPKerkwegOost214-0401
2
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER HMU Olsthoorn Bouw & Ontwikkeling B.V. Energieweg 17 4231 DJ Meerkerk
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 24 augustus 2017 6 mei 2020 10 augustus 2020 24 maart 2021
VERSIE 1e versie 3e versie 2e versie 1e versie
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
4
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
11 11
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Ontwikkelingen 3.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.3 Nieuwe situatie 3.4 Verkeer en parkeren
13 13 14 16 17
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie
21 21 22 26 27 33
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding
35 35 35 36 38
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
41 41 49 52 54
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
55 55 55 55 57
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
59 59
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie
61 61 61
Toelichting
5
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
9.3
Zienswijzen
Regels
61
63
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
64 64 68
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Tuin Verkeer Wonen Waterstaat - Waterkering
69 69 70 71 74
Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
76 76 77 78 79 80
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
81 81 82
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Bezonningsstudie
Bijlage 2
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek archeologie
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Nota van beantwoording zienswijzen
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Kerkweg-Oost 214 en 216 stonden vroeger twee vrijstaande woningen. Deze zijn inmiddels gesloopt. De nieuwe eigenaar heeft de mogelijkheden onderzocht om deze locatie te herontwikkelen voor woningbouw, waarbij aansluiting is gezocht bij door de gemeenteraad op 7 maart 2017 vastgestelde Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied. Het Sleutelkwartier krijgt de komende vijf jaar een make over. Dit gebied krijgt overall meer eenheid, samenhang en kwaliteit. Er zijn tien ontwikkellocaties. Sommige locaties zijn al in ontwikkeling en worden volgens plan uitgevoerd. Bij nieuw te ontwikkelen locaties wordt onderzocht of er iets gerealiseerd kan worden wat een bijdrage levert aan de beleving en levendigheid van Waddinxveen. Deze ontwikkeling voorziet in twaalf appartementen, twee geschakelde woningen en een vrijstaande woning. Op een markant punt bij de rotonde wordt een kleinschalig appartementengebouw in drie bouwlagen met kap gerealiseerd met aansluitend drie grondgebonden woningen in een architectuurtaal uit het begin van de 19e eeuw, welke naadloos aansluiten op de aangrenzende villa's aan de Kerkweg-Oost. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen woningbouw planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt op de hoek van de Kerkweg-Oost en Juliana van Stolberglaan. Ten noorden hiervan is een garagebedrijf met een benzineverkooppunt gevestigd. Ten oosten hiervan staan twee behouden gebleven villa's. Aan de overzijde van de Kerkweg-Oost staan winkels, kantoren en het gemeentehuis. Aan de Kerkweg-Oost 155-157 en 157a wordt een ontwikkeling van 24 woonzorgeenheden en een tandartspraktijk mogelijk gemaakt. In westelijke richting ligt het Passagegebied. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.
Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving (rood omlijnd).
Toelichting
7
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Van station tot hefbrug" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"
Raadsbesluit 30 januari 2013 19 september 2018
Uitspraak ABRvS n.v.t. n.v.t.
Het perceel is in het bestemmingsplan "Van station tot hefbrug" bestemd voor 'Wonen' en 'Tuin'. Op de hoek is één vrijstaande woning toegestaan. Tussen de gesloopte woning aan de Kerkweg-Oost 214 en de woning op nummer 218 is een 'Gebiedsaanduiding wro zone – wijzigingsgebied 1' opgenomen op grond waarvan onder een aantal voorwaarden één vrijstaande woning mogelijk is. Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Voorts is voor een strook ten oosten van de Juliana van Stolberglaan de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering' van toepassing. De ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan, omdat in totaal 15 woningen worden gerealiseerd. Om aan de gevraagde planontwikkeling medewerking te kunnen verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Van station tot hefbrug' (plangebied met rode lijn aangeduid).
8
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting
9
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
10
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied tussen de Oranjelaan, Kerkweg-Oost, Juliana van Stolberglaan en Souburghlaan. Dit gebied heeft verschillende uitstralingen. De randen van dit gebied hebben ieder een eigen karakteristiek. Aan de Kerkweg-Oost noordzijde staan twee witte villa's. Aan de zuidzijde staat het nieuwe gemeentehuis, waar voorheen de Rabobank en later de Hema gevestigd waren. Het inmiddels gesloopte postkantoor maakt binnenkort plaats voor 24 woonzorgeenheden en een tandartspraktijk. In westelijke richting ligt het voormalig winkelcentrum (Passagegebied) dat getransformeerd wordt. Hierbij moet worden gedacht aan grondgebonden en gestapelde woningen, zorg, maatschappelijke en/of financiële dienstverlening. Ten noorden van het plangebied is de aanwezigheid van Boonstoppel garagebedrijven met een tankstation aan de Juliana van Stolberglaan vrij dominant aanwezig. Passagegebied.
De twee witte villa's
De Kerkweg-Oost (links gemeentehuis).
De Kerkweg-Oost richting hefbrug.
Toelichting
11
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
12
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Ontwikkelingen
Op het perceel is één vrijstaande woning op nummer 214 toegestaan. Een tweede woning op nummer 216 is met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid mogelijk. In het beeldkwaliteitsplan Van station tot hefbrug is een handreiking geboden voor een functiewijziging naar Wonen van het gehele plangebied tussen de Oranjelaan, Kerkweg-Oost, Juliana van Stolberglaan en de Souburghlaan met uitzondering van de twee te behouden monumentale witte villa's. Mede op basis hiervan is een bouwplan uitgewerkt voor een appartementengebouw met twaalf wooneenheden in drie bouwlagen met kap en drie grondgebonden woningen. De woonfunctie is ruimtelijk inpasbaar, temeer daar aansluiting is gezocht bij de twee naastgelegen woningen aan de Kerkweg-Oost. Plangebied vanaf Kanaalstraat.
Plangebied met rechts nummer 218.
Rotonde met plangebied en hierachter het garagebedrijf.
Toelichting
Plangebied vanaf zuidzijde Kerkweg-Oost.
13
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
3.2
Randvoorwaarden en uitgangspunten
3.2.1 Beeldkwaliteitsplan Van station tot brug te Waddinxveen (2017) Het aantal potentiële ontwikkelingslocaties binnen het plangebied Van station tot brug te Waddinxveen is aanleiding geweest voor het opstellen van een beeldkwaliteitsplan als onderdeel van de door de raad op 7 maart 2017 vastgestelde Ontwikkelvisie van Station tot Brug-gebied. In het beeldkwaliteitsplan zijn voor (mogelijke) ontwikkelingslocaties stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen opgesteld, als tussenstap richting bestemmings- en wijzigingsplan(nen). Met deze randvoorwaarden wordt de samenhang binnen het gebied gewaarborgd en kan adequaat ingespeeld worden op vragen vanuit de markt. Het doel van dit beeldkwaliteitsplan is om heldere en toetsbare stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen voor de bebouwde en onbebouwde omgeving te concretiseren. Hiermee wordt de kwaliteit per locatie maar ook de samenhang in het gehele plangebied gewaarborgd. In het beeldkwaliteitsplan worden per locatie eisen opgenomen met betrekking tot massa, functie, parkeeroplossingen, overgang openbaar-privé en beeldkwaliteit. Hiernaast worden er eisen opgesteld voor de inrichting van de openbare ruimte. Eén van de ontwikkellocaties is het deelgebied tussen Kerkweg-Oost, Juliana van Stolberglaan, Souburghlaan en Oranjelaan (figuur 3).
De volgende uitgangspunten zijn opgenomen voor deelgebied C2 (hoek Juliana van Stolberglaan/ Kerkweg-Oost en deelgebied D (Kerkweg-Oost). Massa Hoofdmassa maximaal twee bouwlagen + kap voor deelgebied D; Hoofdmassa maximaal drie bouwlagen + kap voor deelgebied C2; Locatie D: kavels zijn minimaal twintig meter breed, woningen staan minimaal drie meter van de zijdelingse erfgrens. Massa kan eventueel gekoppeld worden indien aan de Kerkweg-Oost, maar het beeld van vrijstaande panden blijft bestaan. Parkeeroplossingen Op eigen terrein; Parkeren mag niet in de voortuin worden opgelost; Op maaiveld/ half verdiept/ verdiept. Functie Wonen/ kantoren/ zorg. Beeldkwaliteit, deelgebied D Voortzetten van beeld van vrijstaande woningen. Aansluiten bij uitstraling bijzondere witte villa’s in de omgeving. Elke woning is een unieke witte villa. De gevels dienen hoofdzakelijk in wit te worden uitgevoerd. Kunststof materialen worden niet toegestaan. Glanzende pannen zijn uitgesloten. De woningen hebben een groene voortuin van 6 m diep, parkeren wordt achter de rooilijn opgelost.
14
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Figuur 3: Stedenbouwkundige randvoorwaarden. Een impressie aanzicht van de nieuwe situatie C2 en D is opgenomen in figuur 4. Met inachtneming van deze uitgangspunten en randvoorwaarden is een bouwplan uitgewerkt dat voorziet in een appartementengebouw op de hoek van de Juliana van Stolberglaan en Kerkweg-Oost in drie bouwlagen met een kap (12 appartementen), en twee geschakelde woningen en een vrijstaande woning aan de Kerkweg-Oost.
Figuur 4: Impressie aanzicht nieuwe situatie D.
Toelichting
15
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
3.3
Nieuwe situatie
In de nieuwe situatie zal op de hoek van de Juliana van Stolberglaan en Kerkweg-Oost een appartementengebouw worden gerealiseerd in 3 bouwlagen met een kap. De goothoogte is maximaal 9,5 m met een nokhoogte van maximaal 13,5 m. Het gebouw is op de rotonde georiënteerd. De achterzijde wordt doorgetrokken met een rechte wand tot een bouwhoogte van afgerond 13,5 m. De 'zijvleugel' aan de Juliana van Stolberglaan wordt in vier bouwlagen gerealiseerd met eveneens een bouwhoogte van afgerond 13,5 m. De 'zijvleugel' aan de Kerkweg-Oost krijgt drie bouwlagen met een bouwhoogte van circa 9,5 m, waardoor een vloeiende overgang ontstaat met de naastgelegen twee-onder-één-kapwoning. De oostelijk gelegen vrijstaande woning sluit naadloos aan op het naastgelegen pand aan de Kerkweg-Oost 218. De grondgebonden woningen krijgen een goot- en bouwhoogte van de nabije bebouwing. Dit betekent een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 11 meter. Vanaf de voorzijde van de perceelgrenzen van de Kerkweg-Oost wordt een bebouwingsvrije strook van minimaal 6 m in acht te worden genomen. Dit voorterrein dient te worden ingericht als tuin. De ontsluiting van het appartementengebouw en de twee-onder-één kapwoning vindt plaats via een nieuwe uitrit op de Juliana van Stolberglaan. Aan de achterzijde worden ook de parkeervoorzieningen aangelegd.
Voor de vrijstaande woning kan ook aan de voorzijde worden geparkeerd achter de rooilijn. De bestaande openbare parkeerplaatsen aan de Juliana van Stolberglaan komen deels te vervallen. Hiervan worden er zes teruggeplaatst bij de nieuwe entree. De overige ruimte wordt groen ingericht wat zorgt voor een nette afronding van het perceel. In figuur 5 is een situatietekening opgenomen. Voorts is een artist impression van de nieuwbouw opgenomen.
Figuur 5: Situatietekening nieuwe toestand (voorlopig).
16
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Artist Impression nieuwbouw. 3.3.1 Bezonningsstudie Met een bezonningsstudie is het verschil tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Voor 5 verschillende data (19 februari, 21 maart, 21 juni, 21 september en 22 december) zijn steeds 4 tijdstippen gekozen: 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur. Uit de vergelijking blijkt dat alleen in de late namiddag de schaduwen reiken tot aan de woning Kerkweg-Oost 218 die grenst aan het plangebied. De schaduwwerking is het grootst op 19 februari en 21 oktober vanwege de lage stand van de zon. Na 19 februari zal de situatie elke dag verbeteren tot en met 21 juni, wanneer de zon op haar hoogst staat en er dus nauwelijks schaduwwerking is. Daarna wordt de schaduwwerking weer elke dag een beetje groter, tot het einde van de onderzoeksperiode op 21 oktober. De bezonningsstudie is opgenomen in Bijlage 1.
3.4
Verkeer en parkeren
Verkeer De percelen zijn gelegen aan de Kerkweg-Oost, hoek Juliana van Stolberglaan. De ontsluiting van het appartementengebouw en twee geschakelde woningen vindt plaats via de Juliana van Stolberglaan naast het aldaar liggende parkeerterrein. Ter plaatse hebben de wegen een maximum snelheid van 50 km/ uur. De oostelijk gelegen Henegouwerweg (N207) vormt een gebiedsontsluitingsweg naar Alphen aan den Rijn (richting N11) en Gouda richting A12. Deze weg is bereikbaar via de Kerkweg-Oost. In zuidelijke richting is het winkelcentrum Gouweplein via de Kanaalweg en Kanaaldijk bereikbaar. Deze gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom sluiten ook aan op het rijkswegennet (A12 en A20). Ten opzichte van de thans bestaande planologische situatie zullen 13 extra woningen worden gerealiseerd. Deze geringe toename aan verkeersbewegingen zal geen consequenties hebben voor de verkeersgeneratie van de aangrenzende wegen. De planlocatie is ook goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Zo zijn er nabij het station Waddinxveen op circa 300 meter bushaltes met een rechtstreekse busverbinding naar Gouda. Hier bevindt zich ook een HOV-net tussen Gouda, Alphen aan den Rijn en Leiden.
Toelichting
17
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Parkeerterrein aan Juliana van Stolberglaan.
Kanaalweg (op achtergrond rotonde en plangebied).
Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 317, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (2012). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'centrum', 'schil centrum', 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied', waarin per locatie de bandbreedte wordt bepaald. Parkeren wordt in eerste instantie op de te ontwikkelen locatie opgelost. Hiervan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als blijkt dat er in de directe omgeving een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1.
Tabel 3.1: Parkeerkencijfers woningen CROW-publicatie 317. Categorie rest bebouwde kom matig stedelijk (gemiddeld) Aandeel bezoekers koop, twee-onder-een-kap 2,1 waarvan 0,3 per woning koop, vrijstaand 2,2 waarvan 0,3 per woning koop, etage, duur 2,0 waarvan 0,3 per woning Op basis van deze normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.2). Tabel 3.2: Parkeerbalans nieuwe situatie. Typologie Functies Woningen twee-onder-een-kap Woningen vrijstaand Woningen koop, etage, duur Woningen koop, etage, midden Totaal
Parkeernorm 2,1 2,2 2,0 1,8
Aantal 2 1 4 8
Totaal 4,2 2,2 8 14,4 29 pp (afgerond)
De parkeerbehoefte van 15 woningen wordt gerealiseerd door aanleg van een afgesloten parkeerterrein met 29 parkeerplaatsen conform de hiervoor geldende richtlijnen (2,5 x 5 m). Voorts worden 2 garages gebouwd ten behoeve van de geschakelde woningen met stalling voor 1 auto per garage. Voor de vrijstaande woning worden 2 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt ruim voldaan aan de parkeernorm. Bij uitwerking van de bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan
18
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
aan de parkeernorm. In artikel 11.1 (parkeerregeling) van het bestemmingsplan wordt dit geborgd. Parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden voldoende gecompenseerd In de openbare ruimte worden in totaal 13 parkeerplaatsen verwijderd, namelijk: 1 aan de Kerkweg-Oost ten behoeve van de inrit naar de nieuwe vrijstaande woning; 12 aan de Juliana van Stolberglaan ten behoeve van de nieuwe appartementen en het binnenterrein. Opnieuw aangelegd worden 6 parkeerplaatsen aan de Juliana van Stolberglaan. Per saldo een verlies van 7 parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Uit parkeeronderzoek is evenwel gebleken dat er voldoende vrij beschikbare parkeercapaciteit in de openbare ruimte is om het verlies van deze 7 parkeerplaatsen te kunnen opvangen. (Bron: Bonotraffics, parkeeronderzoek uitgevoerd op dinsdag 12/06/2018; donderdag 14/06/2018; zaterdag 16/06/2018 en zondag 17/06/2018).
Toelichting
19
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
20
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 22 november 2011 heeft de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken aangenomen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 13 maart 2012 het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de SVIR ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteit- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad 2040. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies.
Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's rond de mainports (Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Zo wordt bijvoorbeeld de integrale afweging met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Zuidplaspolder niet langer opgenomen in de realisatieparagraaf SVIR. Het hieraan gerelateerde Programma Randstad Urgent en Nota Ruimte Budget komt eveneens te vervallen. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau.
Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toelichting
21
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte. Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.1. De invulling van het plangebied met vijftien woningen voor de doelgroep doorstromers sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte.
Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (Bestaand Stads- en Dorpsgebied) van Waddinxveen. De invulling van het plangebied met woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningbouw is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden.
22
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied.
Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.1. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit.
Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 59 onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied 2018 (figuur 6). Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.
De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex. In de Laag van cultuuren natuurlandschappen is het plangebied niet specifiek aangeduid. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen (figuur 6). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen
Toelichting
23
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Op de Laag van de beleving is de Kerkweg-Oost aangeduid als fiets- en wandelroute (indicatief op kaart weergegeven) als onderdeel van het netwerk van fiets- en wandelpaden.
Figuur 6: Links: uitsnede kaart Kwaliteitskaart; Laag van de stedelijke occupatie. Rechts uitsnede kaart 59 van Omgevingsvisie. Het plangebied is met rode omlijning aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van vijfitien woningen is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied ligt, waarbij de richtpunten niet in het geding zijn. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte en is als zodanig opgenomen in de Woonvisie. In paragraaf 4.3.1 en 4.4.4 wordt hierop nader ingegaan. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van vijftien woningen mogelijk in het bestaand stedelijk gebied. Voldaan wordt aan de Ladder zoals beschreven in paragraaf 4.1.3. Deze herontwikkelingslocatie is in overeenstemming met de Ladder. De ontwikkeling sluit aan bij de omliggende (woon)bebouwing. Dit plan is opgenomen in het woningbouwprogramma voor de Regio Midden-Holland en hiermee passend gebleken binnen de Regionale Agenda Wonen. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben het programma voor onder andere deze locatie aanvaard.
24
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 1 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan c.a. wijzigingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Als richtpunten wordt onder andere het volgende aangehouden: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al staat langs de Kerkweg-Oost. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Conclusie Het plangebied ligt binnen de BSD. Over deze ontwikkeling heeft regionale afstemming plaatsgevonden met de Regio Midden-Holland.
De planontwikkeling wordt opgenomen in de Regionale Agenda Wonen (zie paragraaf 4.3.1). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is geen strijd met de provinciale belangen. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
Toelichting
25
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Conclusie De Kerkweg-Oost 214-216 is één van de Waddinxveense projecten in de bijlagen bij de RAW, wat inhoudt dat er in regionaal verband behoefte is aan deze woningen en dat hierover in voldoende mate door de regio afstemming heeft plaatsgevonden. In het plangebied worden 15 woningen mogelijk gemaakt. De bouwplannen binnen het Sleutelkwartier zijn regionaal afgestemd met de werkgroep RAW.
26
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Het plan is opgenomen in blok I van de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland. Met deze instemming is de regionale afstemming afgerond.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Waddinxveen 2030 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de structuurvisie Waddinxveen 2030 "Positief en realistisch naar 2030" vastgesteld. De structuurvisie van 2006 is herzien, omdat in de periode tot 2006 en nu veel is veranderd. De huidige economische situatie en bijgestelde groeiprognoses hebben gevolgen voor bijvoorbeeld het beleid dat gericht is op de woningmarkt. Er is opnieuw gekeken naar de kansen en mogelijkheden die Waddinxveen heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. Het karakter van de structuurvisie is positief en realistisch. Concreet betekent dit dat de ambities haalbaar en uitvoerbaar zijn, maar dat de visie ook uitdaagt en perspectief biedt. De nieuwe structuurvisie moet zowel de gemeente als burgers, bedrijven en andere betrokken partijen inspireren om actief mee te werken en te bouwen aan de toekomst van Waddinxveen. Wonen en voorzieningen De gemeente wil bouwen voor de lokale en regionale behoefte op het gebied van wonen. Hierover zijn in het verleden afspraken gemaakt met de regio en de gemeente wil deze afspraken zoveel mogelijk nakomen. Tegelijkertijd is de marktsituatie veranderd en zijn de prognoses over de ontwikkeling van de bevolking en huishoudens in Waddinxveen ten opzichte van 2006 neerwaarts bijgesteld. Een bijstelling van het programma uit de structuurvisie 2006 is daarom noodzakelijk.
De prognoses geven aan dat de behoefte aan extra woningen in 2030 circa 2.000 bedraagt (op basis van autonome groei en gezinsverdunning). Waddinxveen wil in deze behoefte voorzien en daarnaast bouwen voor de regionale groei en gaat daarom uit van een programma van circa 4.250 woningen tot 2030. Dit betekent dat gemiddeld ruim 200 woningen per jaar worden gerealiseerd. De gemeentelijke ambities uit de structuurvisie zijn uitgewerkt in een uitvoeringsagenda met concrete projecten. De uitvoeringsagenda vormt deze periode enerzijds een belangrijk sturingskader voor de projecten die de gemeente zelf actief wil oppakken en anderzijds een toetsingskader voor projecten en initiatieven van private partijen die een faciliterende rol van vragen van de gemeente. Van belang is dat zowel de structuurvisie als de uitvoeringsstrategie een momentopname zijn van ambities en concrete projecten op de korte én lange termijn. Bij invulling van het woningbouwprogramma wordt ingezet op ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt. Voor de gemeente betekent dit concreet dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de toekomstige woon-, leef- en werkkwaliteit van Waddinxveen. Een goede balans tussen inbreiding en uitbreiding is hierbij van groot belang. Ten aanzien van de Passage is na het in gebruiknemen van het nieuwe centrum de inzet niet langer gericht op voortzetting van detailhandel.
Op termijn wordt daar een herstructurering beoogd zonder detailhandelsfunctie. Hierin neemt de gemeente een stimulerende en faciliterende rol. Op de integrale kaart van de Structuurvisie is het plangebied aangeduid als 'Wonen bestaand', grenzend aan het “Concentratiegebied winkels en voorzieningen centrumgebied" (zie figuur 7). Hoewel deze herontwikkeling niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat deze planontwikkeling in overeenstemming is met de structuurvisie en de hierbij behorende uitvoeringsagenda, omdat hier al woningbouw mogelijk is.
Toelichting
27
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Figuur 7: Integrale kaart Structuurvisie. Conclusie De geactualiseerde Structuurvisie en de Uitvoeringsagenda staan het oprichten van 15 woningen niet in de weg. De nieuwbouwontwikkeling levert een bijdrage aan de gewenste gedifferentieerde woonmilieus. 4.4.2 Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied Voor het gebied van Station tot Brug-gebied (SB-gebied) heeft de raad in zijn vergadering van 7 maart 2017 een ontwikkelvisie vastgesteld. Deze visie komt voor het gedeelte dat betrekking heeft op het SB-gebied in de plaats van de in 2009 vastgestelde gebiedsvisie van Bentwoud tot Brug. De stedenbouwkundige invulling van het gebied is op veel plekken onsamenhangend en rommelig. Een behoorlijk aantal locaties in het SB-gebied vraagt nu of op termijn om een herontwikkeling. Mede door de opening van Gouweplein in 2014 zijn er veel locaties beschikbaar gekomen. Ook de kwaliteit van de openbare ruimte kan verbeteren. De ontwikkellocaties zijn opgenomen in figuur 8. Het plangebied maakt onderdeel uit van ontwikkellocatie 4.
28
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
Figuur 8: Overzicht van de ontwikkellocaties (indicatief). Het doel is een kwaliteitsimpuls voor het SB-gebied. Het gaat enerzijds om een kwaliteitsimpuls voor de diverse ontwikkellocaties en anderzijds om een kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte in het SB-gebied als samenhangend element en verbinding tussen de ontwikkellocaties. Deze ontwikkelvisie biedt hiervoor realistische kaders en uitgangspunten. Verder geldt: nieuwe bebouwing is kwalitatief hoogwaardig en past goed in de omgeving; functies hebben een meerwaarde voor Waddinxveen; initiatieven vinden zoveel mogelijk in de juiste volgorde plaats, waarbij snel resultaat zichtbaar is. De Kerkweg-Oost 214 en 216 maakt onderdeel uit van ontwikkellocatie 4. Op deze lege kavels is een herontwikkeling mogelijk. De villa's die hier stonden zijn in het verleden gesloopt. Stedenbouwkundige kaders Stedenbouwkundig zijn er twee belangrijke aandachtspunten: Op dit moment is er in het SB-gebied op diverse plekken sprake van een minimale ruimtelijke kwaliteit en samenhang. Dit komt door de diverse braakliggende locaties, waardoor er gaten zijn en er zicht is op achterkanten. Dit geeft een rommelig beeld. Het SB-gebied is een van de oudere delen van Waddinxveen. Door de historische waarden in het gebied te herstellen of te benadrukken, ontstaat extra kwaliteit. Het historische lint van de oude Kerkweg biedt hiervoor kansen.
Dit lint kan op verschillende manieren versterkt en beter zichtbaar worden. Bij de herontwikkelingen van de ontwikkellocaties kan dit door samenhangende bebouwing en rooilijnen. Ook bij de verbetermogelijkheden voor de openbare ruimte is dit een belangrijk element. In het Beeldkwaliteitsplan zijn per ontwikkellocatie schetsen, referentiebeelden en soms 3D-beelden gemaakt, waarbij specifiek aandacht is besteed aan massa, beeldkwaliteit en parkeeroplossingen. Dit plan wordt beschreven in paragrafen 3.2.1 en 4.4.3. Functionele kaders Bij initiatieven op de ontwikkellocaties wil de gemeente dat de nieuwe functies een toegevoegde waarde hebben voor Waddinxveen. Het moet gaan om functies waar behoefte aan is en niet ongewenst
Toelichting
29
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
concurreren met andere functies in Waddinxveen. Ook dit is een belangrijk onderdeel voor het bereiken van de gewenste kwaliteitsimpuls. Er is een marktonderzoek uitgevoerd om de meest kansrijke functies voor het SB-gebied te bepalen. In het gebied is plaats voor verschillende typen functies, waarmee we het SB-gebied beschouwen als een gemengd gebied. De meest kansrijke functies zijn: wonen, vooral gericht op: alleenstaanden; jongeren tot 30 jaar; (aankomende) gezinnen; ouderen. Conclusie De planontwikkeling past binnen de stedenbouwkundige kaders. De woningen zijn geschikft voor (aankomende) gezinnen en senioren. De openbare ruimte is bij onderhavige planontwikkeling niet in het geding. 4.4.3 Beeldkwaliteitsplan Van station tot brug te Waddinxveen (2017) De ontwikkellocatie ligt binnen het plangebied Van station tot hefbrug. Hiervoor is een beeldkwaliteitsplan vastgesteld als onderdeel van de Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied, waarin de stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen zijn verwoord. Belangrijk is dat er samenhang ontstaat mede door eenduidige bebouwing. Langs dit stuk van de Kerkweg-Oost dient met nieuwe bebouwing te worden aangesloten op de bijzondere bestaande witte villa’s met een groene voortuin. In paragraaf 3.2.1 is hierin al op ingegaan.
Gelijktijdig heeft de gemeenteraad op 7 maart 2017 de 'Visie openbare ruimte van station tot brug te Waddinxveen' vastgesteld. De openbare ruimte is bij deze planontwikkeling niet in het geding, zodat hieraan verder geen aandacht is besteed. Conclusie Met inachtneming van de in het beeldkwaliteitsplan opgenomen uitgangspunten en randvoorwaarden is een bouwplan uitgewerkt. Dit bestemmingsplan maakt deze planontwikkeling planologisch mogelijk. 4.4.4 Woonvisie en woningbouwprogrammering De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 13 december 2017 de Woonvisie 2018-2022 vastgesteld. De woonvisie bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers. De hoofddoelstelling is dat iedereen die dat wil op een prettige en geschikte manier in Waddinxveen moet kunnen wonen. De pijlers geven hier invulling aan. De eerste pijler is beschikbaarheid en betaalbaarheid. Deze pijler gaat over passende huisvesting voor diverse doelgroepen. De tweede pijler gaat over wonen, zorg en welzijn. Een belangrijk thema is duurzaamheid, daarom gaat de derde pijler over dit thema. De vierde pijler ten slotte gaat over leefbaarheid. Het gaat hier zowel over de woningen zelf als over de woonomgeving. Naast de pijlers wordt er in de woonvisie ingegaan op het gewenste woningbouwprogramma voor Waddinxveen en de manier waarop de gemeente met 'partners in wonen' samenwerkt.
De actiepunten uit de woonvisie zijn op een rij gezet en een bijlage bij de Woonvisie. Wonen is een eerste levensbehoefte. De woningmarkt is complex. De gemeente heeft daarom een nieuwe woonvisie opgesteld. Deze woonvisie geeft de ambities en doelstellingen voor wonen voor de periode van 2018 tot en met 2022. De woonvisie gaat in op de huisvesting van de huidige en toekomstige inwoners van Waddinxveen, de vraag en het aanbod en de bestaande en gewenste woningvoorraad. Het doel is om vraag en aanbod zoveel mogelijk bij elkaar te brengen, zodat iedereen die dat wil prettig kan wonen in Waddinxveen. De woonvisie is een kompas en toetssteen voor de gemeente bij de ontwikkeling van Waddinxveen, zowel voor nieuwbouw als voor de aanpassingen in de bestaande voorraad. De vorige woonvisie is in 2012 vastgesteld. Toen was er een economische crisis. Intussen is de economie weer aangetrokken. Dat heeft ook invloed op de woningmarkt. Er is daarom behoefte aan een geactualiseerde visie. Pijjler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid Passende huisvesting kan voor iedereen iets anders betekenen. Er moet variatie zijn in het woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De gemeente wil kwaliteit en diversiteit bieden, zowel qua woning
30
Toelichting
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
als qua woonomgeving. Voor sommige doelgroepen zijn onvoldoende woningen beschikbaar. Om deze doelgroepen te kunnen bedienen, zal de woningvoorraad aangepast moeten worden. Hierbij gaat het zowel om aanpassingen in de bestaande voorraad als om de toevoeging van nieuwbouwwoningen. Pijler 2: Wonen, zorg en welzijn Prettig wonen hangt voor een groot deel samen met contact hebben met anderen en verzorgd worden wanneer dat nodig is. Dit gebeurt steeds vaker in de eigen woning. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin dit kan, zowel in de bestaande voorraad als nieuw. Samenwerking met de samenleving en andere partners, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties en scholen staat hierbij voorop. Pijler 3: Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Pijler 4 Leefbaarheid Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid.
Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed. Doel is om dit zo te houden en op wijk- en buurtniveau in te zetten op de punten waar verbetering nodig is. Woningbouwprogramma Om aan de vraag te voldoen is het van belang inzicht te hebben in het gewenste programma voor Waddinxveen voor de komende jaren. Er is veel vraag naar woningen in de grote steden, maar ook in de gebieden langs de A12, waaronder Waddinxveen. Waddinxveen heeft veel ruimte om woningbouwplannen te realiseren. Naast de uitbreidingslocaties Park Triangel en ’t Suyt zet de gemeente in op binnenstedelijke herontwikkeling en transformatie van vastgoed. Het belangrijkste (transformatie)gebied voor de komende jaren is het gebied van Station tot Hefbrug. In dit gebied worden onder andere voormalige detailhandel en bedrijfsbestemmingen getransformeerd naar een gebied voor wonen en zorg gerelateerde voorzieningen. Deze locatie ligt binnen de invloedssfeer van station Waddinxveen. Op basis van de Woningbouwraming en de Bevolkingsprognose van de Provincie Zuid-Holland zou er in Waddinxveen ruimte zijn tussen 1622 en 2195 woningen in de periode van 2015 tot en met 2029 voor de eigen behoefte. Park Triangel heeft haar eigen vraag.
Voor Park Triangel hanteert de gemeente als uitgangspunt dat 40% van Park Triangel gebouwd wordt voor de lokale en regionale behoefte en 60% voor de bovenregionale behoefte. Deze bovenregionale behoefte komt voornamelijk voort uit de verhuisrelatie die Waddinxveen heeft met Rotterdam en Den Haag. In deze steden is een tekort aan met name grondgebonden woningen. Park Triangel vangt een deel van dit tekort op. Om te voldoen aan de vraag naar meer luxe woonmilieus, wordt als onderdeel van het woningbouwprogramma ook ingezet op duurdere koopwoningen. Toetsing planinitiatief Kwantitatieve vraag Deze planontwikkeling met 15 woningen levert een bijdrage aan het voorzien in de behoefte aan voldoende woningen in de woonmilieus voor de doelgroepen starters, doorstromers (gezinnen met kinderen) en senioren. Daarnaast zijn stedelijke voorzieningen dichtbij. De leefbaarheid van dit gedeelte van het Station tot Brug-gebied wordt opgewaardeerd door appartementen en woningen te realiseren die qua uitstraling aansluiting zoeken bij de naastgelegen fraaie panden. Duurzaamheid wordt beschreven in 4.4.6. Kwalitatieve vraag In de recentere regionale agenda wonen 2019 (RAW 2019) staan 10 opgaven geformuleerd.
Onder opgave 9 op bladzijde 31 zijn de volgende punten terug te lezen: de prioriteit ligt vanuit zorgvuldig ruimtegebruik en veranderende vraag in de toekomst bij inbreiding en aanwas bij bestaande kernen (stroken grond tegen een kern aan). De kwalitatieve opgave vertalen we ook naar woningtypes. We spelen in op huishoudensverdunning
Toelichting
31
bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216
en vergrijzing door in te zetten op het toevoegen van gelijkvloerse en kleinere woningen aan de woningvoorraad. Gelet op de locatie en de 8 kleinere appartementen met de boogde doelgroepen (een- en tweepersoonshuishoudens, zowel jongeren als ouderen) in het lagere koopsegment past deze verdichting met de opgave geformuleerd in de RAW 2019. Conclusie Het woningbouwprogramma van vijftien woningen is in overeenstemming met de vastgestelde uitgangspunten in de Woonvisie. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende woningen te realiseren voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de ambitie om duurzame woningen te realiseren (zie ook 4.4.6). 4.4.5 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld.
Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan acht beleidskaders om de ambities te realiseren. Zowel de beleidskaders als de maatregelen om de knelpunten te reduceren hebben als doel om de mobiliteitsambities te realiseren. De beleidskaders worden gebruikt in het integrale afwegingskader bij nieuwe ontwikkelingen. Conclusie De vijftien woningen worden via de Juliana van Stolberglaan ontsloten naar de Kerkweg-Oost. Vanaf deze weg is het rijkswegennet via de Kerkweg-Oost richting Henegouwerweg (N207) uitstekend bereikbaar. Deze ontwikkeling is niet strijdig met de uitgangspunten van het Mobiliteitsplan. 4.4.6 Duurzaamheid De gemeenteraad heeft op 13 december 2017 de Woonvisie vastgesteld. Het doel van deze Woonvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen en de woningmarkt in Waddinxveen. Deze richting bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers die hier vorm aan geven. Pijler 3 heeft betrekking op duurzaamheid. Duurzaamheid is een belangrijk thema.