CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Bredeweg achter 15 16 en 17 met Bijlagen

Besluitvormende raadsvergadering 21 juni 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan Bredeweg achter 15, 16 en 1724.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Aanwezigheid van rugstreeppad tijdens de werkzaamheden is niet uitgesloten. Er kunnen maatregelen getroffen worden om aanwezigheid van rugstreeppad tijdens de werkzaamheden te

Toelichting

51

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

voorkomen. Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. Er zijn geen werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij verwijderd worden. In dit geval wordt de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet overtreden. Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie ZuidHolland een vrijstelling geldt zoals de veldmuis en gewone pad. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand. Algemene Zorgplicht Voor alle planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht die is opgenomen. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora en/of fauna kan hebben, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd er vanuit de Wet natuurbescherming geen beperkingen worden opgelegd aan deze planontwikkeling. De in de het rapport genoemde aanbevelingen zullen bij uitwerking van de plannen worden overgenomen.

6.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

52

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische opzet

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.

7.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven.

7.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.

Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 3 Tuin De gronden met de bestemming 'Tuin' zijn bestemd voor tuinen, behorende bij de in de aangrenzende

Toelichting

53

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

bestemming gelegen hoofdgebouwen (bestemd als 'Wonen'). Op de gronden met deze bestemming zijn kleine aan- en uitbouwen (bijvoorbeeld erkers of ingangspartijen) toegestaan. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan tot een hoogte van 1 meter. Artikel 4 Wonen De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor wonen. Bij de woonfunctie zijn aan-huisverbonden beroepen of bedrijven onder voorwaarden toegestaan. Aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan via afwijking. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd. De toegestane maatvoering van het hoofdgebouw is generiek geregeld. Buiten het bouwvlak zijn bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) toegestaan. Hierbij geldt dat de gronden buiten het bouwvlak voor maximaal 50% mogen worden bebouwd, tot een maximum van 50 m². Op percelen groter dan 500 m² mogen, afhankelijk van de perceelsgrootte, meer bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Via een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een dakopbouw, een hekwerk op een dakterras of een Bed & Breakfast toestaan. Artikel 5 Waarde - archeologie 3 In het plangebied komen gebieden met (middel)hoge archeologische verwachtingswaarden voor.

Voor deze gebieden zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' opgenomen met daaraan gekoppeld een omgevingsvergunningenstelsel. 7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Artikel 7 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, kelders en ondergronds bouwen. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Artikel 10 Overige regels In dit artikel zijn de parkeerregels opgenomen.

Deze komen er op neer dat het parkeerbeleid van de gemeente dient te worden toegepast bij nieuwe bouwplannen en functiewijzigingen. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Artikel 11 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van

54

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

de regels van het bestemmingsplan. Lid 11.1 e.v. van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 11.4 e.v. van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 12 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

7.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.

Toelichting

55

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

56

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Hoofdstuk 8 8.1

Economische uitvoerbaarheid

Financiële haalbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten exploitatieovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de exploitatieovereenkomst.

Toelichting

57

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

58

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Hoofdstuk 9 9.1

M aatschappelijke betrokkenheid

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan een aantal personen en/of instanties.

9.2

Zienswijzen

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 18 november 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen ontvangen.

Toelichting

59

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

60

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Bijlagen toelichting

Bijlagen toelichting

61

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Bijlage 1 M .e.r.-beoordelingsbesluit

62

Bijlagen toelichting

M.e.r.-beoordelingsbesluit Bestemmingsplan achter Bredeweg 15, 16 en 17 (Realisatie van 3 woningen achter Bredeweg 15, 16 en17, Waddinxveen)

1

Aanleiding

In verband met de voorgenomen ontwikkeling hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 3 woningen. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

2

Besluit

Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan NL.IMRO.0627.BPbredewegachter15-0301 maakt onderdeel uit van dit besluit.

3

Rechtsmiddelen

Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.

4

Procedure

De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.

5

Overwegingen

De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag:

Identificatie 2020248858

1 van 4

5.1 Toetsingskader De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D11.2 In kolom 2 van D11.2 is opgenomen: een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). Deze criteria omvatten: de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); -

de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving);

-

soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid).

Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. 5.1.1 De kenmerken van het project De omvang van het project Dit bestemmingsplan voorziet in het oprichten van 3 vrijstaande woningen. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Sprake is van een geringe omvang van het plangebied. De cumulatie met andere projecten Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens de sloop- en heiwerkzaamheden is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal gas, elektriciteit en water nodig zijn. Verontreiniging en hinder De toegestane snelheid voor de Bredeweg, Piet Stuurmanweg en Noordelijke Dwarsweg is 60 km/u. De Plasweg is een 30/uur gebied. De ontsluiting is aan de Piet Stuurmanweg. De realisatie van 3 woningen op de planlocatie is zo beperkt dat de overlast voor de omgeving van extra auto’s beperkt zal zijn. Zowel tijdens de bouw als daarna zijn de aspecten waterhuishouding, bodem, verkeer, geluid, ecologie, archeologie en luchtkwaliteit van belang.

Deze aspecten worden in hoofdstuk 6 van de toelichting van het bestemmingsplan nader beschreven. Risico van ongevallen Het plan voor de woning zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden naar huidig inzicht geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Op de planlocatie worden drie woningen gerealiseerd.

Identificatie 2020248858

2 van 4

5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik De locatie is gelegen ten oosten van de Piet Stuurmanweg, kadastraal bekend als Waddinxveen, Sectie C, nummer 5000. Het perceel is gelegen op een weiland, ingeklemd tussen woningen, met aan de noordoostzijde een waterpartij.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het plangebied is niet van historisch, cultureel of archeologisch belang. Dit aspect is beschreven in paragraaf 6.2. Het plangebied ligt voorts buiten de invloedssfeer van verderop gelegen Natura 2000gebieden. In paragraaf 6.3 wordt hierop ingegaan. De vervolgfunctie heeft evenmin invloed op beheerdoelen van deze gebieden, omdat de stikstofdepositie niet toeneemt. 5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect De beoogde ruimtelijke inpassing heeft geen aanzienlijke effecten op de bevolking of op de locatie. De woningen worden mogelijk gemaakt in een bestaand verstedelijkt deel van Waddinxveen waarbij geen sprake is van een grensoverschrijdend karakter. Het project is onomkeerbaar waarbij het effect minimaal is. Evenmin is er sprake van een grensoverschrijdend karakter. De complexiteit is gering gelet op de omvang van het plangebied.

Identificatie 2020248858

3 van 4

5.2 Conclusie Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen

de secretaris,

de burgemeester

Mevr. A.B. Blomme

Dhr. E.J. Nieuwenhuis

Waddinxveen, 20 juli 2021

Identificatie 2020248858

4 van 4

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlagen toelichting

67

3 Woningen Bredeweg 15, 16 en 17 te Waddinxveen

Akoestisch onderzoek geluidsbelasting

Projectnr: 2200303 Datum: 02-04-2021 Versie: 4 Contactpersoon: T.J. Wattel

Samenvatting In opdracht van Ed Plaizier is door S&W Consultancy een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het oprichten van 3 woningen op de percelen aan de Bredeweg 15, 16 en 17 te Waddinxveen. Het bouwplan is in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Er wordt getoetst aan de Wet geluidhinder ten behoeve van het afwijken van het bestemmingsplan. In dit rapport is beoordeeld of de geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde blijft, of dat er een hogere waarde aangevraagd moet worden. De hoogst berekende geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai bedraagt: Lden = 53 dB. Daarmee overschrijdt de aanwezige geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er wordt wel voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB voor wegverkeerslawaai. Er dient een verzoek om hogere waarde te worden ingediend.

Vlissingen, 2 april 2021

T.J. Wattel S&W Consultancy

2

Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................................................................... 2 1.

Inleiding ........................................................................................................................................................... 4

2.

Normstelling en wettelijk kader ...................................................................................................................... 5 2.1

3.

Geluidsbelasting van de gevel ................................................................................................................ 5

Berekening geluidsbelasting ............................................................................................................................ 8 3.1 3.2 3.3 3.4

4.

Gebruikte rekenmethode weg- en railverkeerslawaai ........................................................................... 8 Invoergegevens situatie ......................................................................................................................... 8 Invoergegevens wegverkeer .................................................................................................................. 8 Resultaten geluidsbelasting wegverkeerslawaai .................................................................................... 9

Beleidsregel Hogere waarden, Regio Midden-Holland .................................................................................. 10 4.1 Maatregelen ......................................................................................................................................... 10 4.1.1 Bronmaatregelen ............................................................................................................................. 10 4.1.2 Overdrachtsmaatregelen ................................................................................................................. 10 4.2 Voorwaarden hogere waarden ............................................................................................................ 11 4.2.1 Geluidsluwe gevel/buitenruimte ..................................................................................................... 12

5.

Conclusie ........................................................................................................................................................ 13

I.

Bijlage “Situatie” ............................................................................................................................................... I

II.

Bijlage “Verkeersgegevens” ............................................................................................................................. II

III.

Bijlage “Rekenmodel geluidsbelasting” .......................................................................................................... III

IV. Bijlage “Rekenresultaten geluidsbelasting” ................................................................................................... IV V.

Bijlage “Gegevens rekenmodel en resultaten in tabelvorm” ......................................................................... V

3

1. Inleiding Voor de locatie Bredeweg 15, 16 en 17 te Waddinxveen is een plan in ontwikkeling voor de nieuwbouw van 3 woningen. De gevels van dit plan zijn geluidsbelast door wegverkeerslawaai. Het bouwplan is gelegen binnen de geluidszones van: • wegverkeerslawaai afkomstig van de volgende wegen: A12; Bredeweg; Piet Stuurmansweg; Noordelijke Dwarsweg; Daarnaast liggen er rondom het bouwplan de volgende 30-km/uur-wegen, die volgens de Wet Geluidhinder geen geluidszone hebben. Deze wegen zijn voor beoordeling van een goede ruimtelijke ordening meegenomen in het akoestisch onderzoek: Plasweg; Arie Kempkesweg. De geluidsbelasting op de gevels ten gevolge van het wegverkeerslawaai is in dit rapport bepaald, in opdracht van Ed Plaizier. Bij de berekening is uitgegaan van: • de situatieschets volgens opgave van IntROview; • verkeersgegevens volgens opgave van Omgevingsdienst Midden-Holland en het geluidsregister wegverkeer.

De situatie is weergegeven in bijlage I.

4

2. Normstelling en wettelijk kader 2.1

Geluidsbelasting van de gevel

Wet geluidhinder Artikel 74 1. Een weg heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg: a. in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 meter; 2. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 meter; b. in buitenstedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 meter; 2. voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 meter; 3. voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter. 2. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot een weg: a. die gelegen is binnen een als woonerf aangeduid gebied, of b. waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Artikel 82 1. Behoudens het in de artikelen 83, 100 en 100a bepaalde is de voor woningen binnen een zone ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de weg, 48 dB. 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen een zone.

5

Artikel 83 1. Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 82, eerste lid, kan een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde, buiten de in de volgende leden bedoelde gevallen, voor woningen in buitenstedelijk gebied 53 dB en voor woningen in stedelijk gebied 58 dB niet te boven mag gaan. 2 t/m 8. (samenvatting): Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot de in tabel 1 omschreven situaties, kan voor de te verwachten geluidsbelasting een hogere waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde de in tabel 1 genoemde waarden niet te boven mag gaan. Tabel 1: Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting Lden [dB] volgens artikel 83 Wgh. omschrijving van de situatie woningen weg in buitenstedelijk gebied aanwezig in stedelijk gebied aanwezig nog niet geprojecteerd, in stedelijk aanwezig gebied aanwezig of in aanbouw, in nog niet geprojecteerd stedelijk gebied aanwezig of in aanbouw, in nog niet geprojecteerd buitenstedelijk gebied nog niet geprojecteerd, nog te aanwezig bouwen, in buitenstedelijk gebied, voor agrarisch bedrijf nog niet geprojecteerd, nog te aanwezig bouwen, in stedelijk gebied, ter vervanging van bestaande woningen nog niet geprojecteerd, nog te aanwezig bouwen, binnen de bebouwde kom, ter vervanging van bestaande woningen.

Binnen zone van autoweg / autosnelweg nog niet geprojecteerd, nog te aanwezig bouwen, buiten de bebouwde kom, ter vervanging van bestaande woningen.

max. geluidbelasting 53 dB 58 dB 63 dB

art. en lid Wgh art. 83 lid 1 art. 83 lid 1 art. 83 lid 2

63 dB

art. 83 lid 3a

58 dB

art. 83 lid 3b

58 dB

art. 83 lid 4

68 dB

art. 83 lid 5

63 dB

art. 83 lid 6

58 dB

art. 83 lid 7

In dit geval betreffen het nog niet geprojecteerde woningen in stedelijk gebied. De wegen zijn aanwezig. De maximaal toelaatbare geluidbelasting is 63 dB. Artikel 110a 1. Burgemeester en wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Voor andere situaties (bijvoorbeeld wanneer de geluidsbron en de geluidsbelaste woning in verschillende gemeenten liggen) wordt verwezen naar de artikelen 110a, 110b en 110c Wgh. Artikel 110g Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast.

6

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 Artikel 3.4 1. De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. 2.

In afwijking van het eerste lid wordt bij de vaststelling van een verschil tussen twee geluidsbelastingen, uitgegaan van de bij de vastgestelde waarde gehanteerde waarde voor de toe te passen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder indien één van de geluidsbelastingen betrekking heeft op een vastgestelde ten hoogste toelaatbare waarde waarbij de in het eerste lid onder a of b genoemde waarde is gehanteerd en de berekening van de andere geluidsbelasting betrekking heeft op een situatie met een representatief te achten snelheid voor lichte motorvoertuigen van 70 km/uur of meer.

7

3. Berekening geluidsbelasting 3.1

Gebruikte rekenmethode weg- en railverkeerslawaai

De gebruikte rekenmethode is standaard-rekenmethode II van de regeling Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Het gebruikte computerprogramma is 'WinHavik' versie 9.1.1 van dirActivity-software. 3.2

Invoergegevens situatie

De situatie rondom het plan is in het rekenmodel ingevoerd. Hierbij zijn onder andere het bouwplan en de gebouwen in de nabije omgeving ingevoerd. Het grootste deel van het bodemgebied in het rekenmodel bestaat vooral uit percelen rondom woningen en bedrijven, deels verhard en deels tuinen. Er is uitgegaan van een bodemfactor conform levering modelgegevens 3D-datalab. Er zijn waarneempunten gelegd op de gevels van het bouwplan, op hoogte van 1,8 m, 4,6 m en 7,4 m (zie bijlage IV). 3.3

Invoergegevens wegverkeer

De verkeersintensiteiten op de wegen, en de verkeerssnelheden van de categorieën motorvoertuigen die in de berekeningen zijn aangehouden, zijn als shape bestand aangeleverd en ingelezen in het rekenmodel. De etmaalintensiteiten zijn verstrekt door de Omgevingsdienst Midden-Holland, geleverd zijn de intensiteiten voor het jaar 2030. Voor de verkeersintensiteiten van de rijksweg A12 is uitgegaan van gegevens volgens het geluidsregister wegverkeer.

8

3.4

Resultaten geluidsbelasting wegverkeerslawaai

De resultaten van de berekeningen voor het maatgevend jaar 2030 zijn samengevat in tabel 2 en uitgebreider weergegeven in bijlage V. In tabel 2 zijn de resultaten weergegeven van het wegverkeerslawaai, die gebruikt worden voor toetsing aan de Wet Geluidhinder. Dit zijn de waarden van de geluidsbelasting Lden per weg apart, na aftrek van 2 dB, 3 dB, 4 dB of 5 dB volgens art. 110g Wgh. Per waarneempunt is hier alleen de hoogste waarde voor alle waarneemhoogten weergegeven. Daar waar deze geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai (in onderstaande tabel met grijs weergegeven), dient een hogere waarde als toelaatbaar vastgesteld te worden (Hogerewaardebesluit). Tevens zijn in tabel 2 de resultaten samengevat van de geluidsbelasting Lden van het wegverkeerslawaai, cumulatief voor alle wegen, zonder aftrek van art. 110g Wgh. Per waarneempunt wordt hier alleen de hoogste waarde weergegeven. Een compleet overzicht voor alle waarneemhoogten is weergegeven in bijlage V. Daar waar de gecumuleerde geluidsbelasting van een van de gevels van het bouwplan hoger is dan 53 dB (in onderstaande tabel in grijs weergegeven), dient aangetoond te worden of de karakteristieke geluidwering van de gevels voldoende is. De in tabel 2 aangegeven rekenresultaten dienen gebruikt te worden bij het berekenen van de geluidwering van de gevels.

1 2 3 4 5 6 7 8

Noord-oostgevel Noord-oostgevel Noord-oostgevel Zuid-oostgevel Zuid-westgevel Zuid-westgevel Zuid-westgevel Noord-westgevel

34 40 37 50 53 52 52 51

28 34 23 44 44 38 39 27

Plasweg

Piet Stuurmansweg

Bredeweg 49 50 48 52 53 53 53 51

30 km/uur wegen

Arie Kempkesweg

60 km/uur wegen Noordelijke Dwarsweg

100 km/uur

A12

ligging waarneempunt

nummers

waarneempunten

47 44 41 23 39 42 44 50

20 27 33 32 20 18 16 13

42 41 40 30 19 13 21 36

wegen gecumuleerd [Lcum] excl. aftrek art. 110g Wgh

Tabel 2: Berekende waarde van de geluidsbelasting op de gevel Lden [dB] incl. aftrek art. 110g Wgh, voor het maatgevend jaar 2030.

55 55 53 58 61 60 61 59

Uit de resultaten, na aftrek volgens artikel 110g Wgh, blijkt dat voor de A12, Bredeweg en Piet Stuurmansweg niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximaal toelaatbare waarde van 63 dB wordt echter niet overschreden. De gecumuleerde geluidsbelasting excl. aftrek artikel 110g Wgh is op alle gevels van het bouwplan hoger dan 53 dB. Dit houdt in dat aangetoond moet worden met welke aanvullende voorzieningen (glas, suskasten, kierdichting, dakisolatie, enz.) er aan de eisen van het Bouwbesluit voldaan wordt.

9

4. Beleidsregel Hogere waarden, Regio Midden-Holland De Wet geluidhinder geeft “voorkeursgrenswaarden” aan. Wanneer uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting op de te bouwen woningen of andere geluidsgevoelige objecten hoger is dan deze voorkeursgrenswaarde, moeten maatregelen worden onderzocht. Als eerste moeten maatregelen “bij de bron” worden onderzocht, bijvoorbeeld stil wegdek bij verkeerslawaai; als tweede worden maatregelen in de “overdracht” onderzocht, bijvoorbeeld een geluidscherm of een wal en daarna worden maatregelen bij de ontvanger onderzocht (bijvoorbeeld geluidisolatie aan een woning). Met de maatregelen bij de bron en in de overdracht wordt ernaar gestreefd om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. 4.1

Maatregelen

Het treffen van deze maatregelen is verplicht, tenzij deze maatregelen: - te weinig reductie opleveren (onvoldoende doeltreffend zijn) of; o stedenbouwkundig ongewenst zijn, danwel; o verkeerskundig ongewenst zijn, danwel; o vervoerskundig ongewenst zijn, danwel; o landschappelijk ongewenst zijn, danwel; o financieel niet haalbaar zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat maatregelen nodig zijn en dat na het treffen van maatregelen niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde kan een hogere waarde worden vastgesteld door het bevoegd gezag, tot ten hoogste de maximale grenswaarde.

4.1.1 Bronmaatregelen Berekeningsresultaten tonen aan dat het toepassen van een stiller type wegdekverharding, bijvoorbeeld dunne deklagen B, over het algemeen een afname van de geluidsbelasting geeft van 2 á 3 dB. Deze afname is onvoldoende om -daar waar de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde overschrijdt- de geluidsbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Tevens zou deze maatregel op 4 wegen toegepast moeten worden, waardoor de maatregel financieel niet haalbaar is voor de geringe omvang van het bouwplan.

4.1.2 Overdrachtsmaatregelen Een geluidscherm kan slechts doelmatig worden toegepast wanneer de hoogte van het scherm in verhouding staat tot de hoogte van de achterliggende bebouwing. Een dergelijk scherm zal stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige of landschappelijke aard.

10

4.2

Voorwaarden hogere waarden

Bij het vaststellen van een hogere waarde wordt getoetst of de geluidsbelasting meer is dan: 53 dB wegverkeerslawaai of; 60 dB railverkeerslawaai of; 55 dB(A) industrielawaai. De toetsing heeft betrekking op het geluid van de weg waarvoor de waarde wordt verleend. Bij de toetsing wordt geen rekening gehouden met het geluid dat andere bronnen veroorzaken. Als de vast te stellen hogere waarde meer is dan de hierboven genoemde waarde: a. dan moet de woning of het andere geluidgevoelige gebouw worden gerealiseerd met een geluidsluwe gevel; en b. ten minste één buitenruimte moet dan aan een geluidsluwe gevel liggen. Het toepassen van de geluidsluwe gevel en buitenruimte wordt als volgt ingevuld: Een grondgebonden woning hoeft alleen een geluidsluwe gevel te hebben op de verdieping waar de buitenruimte aan grenst. Als een tuin op de begane grond geluidsluw ligt hoeft de geluidsbelasting op de verdieping niet aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. In een gebouw met meerdere niet grondgebonden woningen (bijvoorbeeld een appartementencomplex) moet iedere woning een geluidsluwe gevel hebben. De geluidsluwe buitenruimte moet aan een geluidsluwe gevel liggen. Als uitgangspunt voor de geluidsbelasting in de gehele geluidsluwe buitenruimte wordt de geluidsbelasting op de geluidsluwe gevel gebruikt.

Als het redelijkerwijs niet mogelijk is om een geluidsluwe gevel te creëren, dan geldt de scheidingswand tussen een (deels) afsluitbare buitenruimte en een verblijfsruimte als geluidsluwe gevel. De geluidsbelasting op deze scheidingswand moet dan wel voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Voor andere geluidsgevoelige gebouwen dan woningen geldt dat het beleid op het gehele gebouw wordt getoetst en niet op elk onderdeel van het gebouw. Een verpleeghuis moet bijvoorbeeld één geluidsluwe buitenruimte hebben voor alle bewoners van het verpleeghuis. Geluidsgevoelige terreinen zoals woonwagenstandplaatsen zijn vrijgesteld van de verplichting om een geluidsluwe gevel of buitenruimte te realiseren. Woningen of andere gebouwen die al een geluidsgevoelige bestemming hebben bij de start van de procedure hogere waarden, hoeven geen geluidsluwe gevel of buitenruimte te hebben als dit redelijkerwijs niet te realiseren is. Het realiseren van een buitenruimte is vanuit dit beleid geen verplichting. Dit ontslaat een initiatiefnemer niet van de plicht om een geluidsluwe gevel te realiseren. Voor het bepalen van de binnenwaarde van geluidsgevoelige gebouwen langs de spoorlijn Rotterdam – Utrecht wordt uitgegaan van het spectrum voor wegverkeerslawaai. Dit vanwege het aandeel goederentreinen in de geluidsbelasting van de spoorlijn.

Het spectrum van de geluidsproductie komt meer overeen met dat van wegverkeer dan dat van railverkeer. Op de overige spoorlijnen in de regio MiddenHolland wordt uitgegaan van het spectrum voor railverkeerslawaai. Om te bepalen of de geluidsbelasting zo laag is dat er sprake is van een geluidsluwe gevel / buitenruimte geldt de volgende rekenwijze: Een woning of ander geluidsgevoelig gebouw kan door meerdere zoneringsplichtige bronnen van één lawaaisoort belast worden (bijvoorbeeld twee wegen). Er is dan sprake van een geluidsluwe gevel of buitenruimte als de totale geluidsbelasting niet boven de voorkeursgrenswaarde van deze lawaaisoort ligt. Als een woning of ander geluidsgevoelig gebouw wordt belast door twee of meer zoneringsplichtige bronnen van verschillende lawaaisoorten (bijvoorbeeld een weg en een spoorweg), dan wordt de gecumuleerde geluidsbelasting van die gevel of buitenruimte bepaald overeenkomstig de methode uit hoofdstuk 2 van bijlage 1 van het reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006. De gecumuleerde geluidsbelasting wordt vervolgens conform de methode terug-gerekend naar de lawaaisoort waarvoor de hogere waarde wordt verleend. Bij een geluidsluwe gevel / buitenruimte mag de terug-gerekende geluidsbelasting niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde van het lawaaisoort.

Bij wegverkeerslawaai wordt de gecumuleerde geluidsbelasting bepaald inclusief aftrek artikel 110g Wgh juncto artikel 3.4 reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. 11

4.2.1 Geluidsluwe gevel/buitenruimte De geluidsbelasting is nergens hoger dan 53 dB. De woningen hoeven conform de Beleidsregels Hogere Waarden, regio Midden-Holland geen geluidsluwe gevel en/of buitenruimte te hebben t.b.v. het vaststellen van een hogere waarde.

12

5. Conclusie Er is een plan in ontwikkeling voor de nieuwbouw van 3 woningen aan de Bredeweg 15, 16 en 17 te Waddinxveen. De nieuw te bouwen woningen passen niet binnen het huidige bestemmingsplan. De gevels van dit plan zijn geluidsbelast door wegverkeerslawaai. Het bouwplan is gelegen binnen de geluidszones van: • wegverkeerslawaai afkomstig van de volgende wegen: A12; Bredeweg; Piet Stuurmansweg; Noordelijke Dwarsweg; Daarnaast liggen er rondom het bouwplan de volgende 30-km/uur-wegen, die volgens de Wet Geluidhinder geen geluidszone hebben. Deze wegen zijn voor beoordeling van een goede ruimtelijke ordening meegenomen in het akoestisch onderzoek: Plasweg; Arie Kempkesweg. De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is in dit rapport berekend, middels de Standaard Rekenmethode 2 voor wegverkeerslawaai. De hoogst berekende geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai overschrijdt op enkele punten de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er wordt wel voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB voor wegverkeerslawaai. Er dient een verzoek om hogere waarde te worden ingediend. Tabel 3: Overzicht aan te vragen hogere grenswaarden Wgh. geluidsgevoelig object: woningen gesitueerd aan Bredeweg

aantal 3

hogere grenswaarden [dB] t/m maximaal (incl. aftrek art. 110g Wgh) A12 53 dB Bredeweg 53 dB Piet Stuurmansweg 50 dB geluidsbron

Vlissingen, 2 april 2021

T.J. Wattel S&W Consultancy

13

I.Bijlage “Situatie”

I

II.Bijlage “Verkeersgegevens”

II

Thierry Wattel Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:

Sondorp, R. <RSondorp@odmh.nl> maandag 6 april 2020 13:56 Thierry Wattel RE: Aanvraag verkeersgegevens Wegen.dbf; Wegen.shp; Wegen.shx

Hoi Thierry, In bijgevoegde bestanden de (shape) files met de gevraagde gegevens. Dit zijn gegevens voor 2030. Deze gegevens zijn afkomstig uit het Regionale Verkeers- en milieumodel Midden-Holland (RVMH versie 3.2). Meer informatie over RVMH vindt u op de website van de Omgevingsdienst Midden-Holland (www.odmh.nl). Wij verstrekken u deze gegevens onder voorwaarde van eenmalig gebruik. Behoudens schriftelijke toestemming van de Omgevingsdienst Midden-Holland is het niet toegestaan deze gegevens beschikbaar te stellen aan derden. Ook mogen de gegevens niet worden verveelvoudigd, openbaar gemaakt of ingevoerd in een extern netwerk voor andere doeleinden dan waarvoor de Omgevingsdienst Midden-Holland ze aan u heeft verstrekt. Wanneer je nog vragen hebt hoor ik het graag.

Met vriendelijke groet, Rianne Sondorp Adviseur Geluid en Lucht Afdeling Expertise

Omgevingsdienst Midden-Holland | Postbus 45, 2800 AA Gouda | Thorbeckelaan 5, 2805 CA Gouda 088 - 54 50 425 | 06 - 12 72 23 21 | RSondorp@odmh.nl | www.odmh.nl | @ODMIDDENHOLLAND Werkdagen: ma, di, wo, do Omgevingsdienst Midden-Holland draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving.

Van: Thierry Wattel [mailto:thierry@s-w.nl] Verzonden: vrijdag 3 april 2020 07:29 Aan: Sondorp, R. <RSondorp@odmh.nl> Onderwerp: Aanvraag verkeersgegevens Vlissingen, 03-04-2020 Betreft: Aanvraag verkeersgegevens Geachte heer/mevrouw, Er is aan ons als adviesbureau gevraagd berekeningen op te stellen van de geluidsbelasting door wegverkeer, op de gevels van een bouwplan aan de Bredeweg 15, 16 en 17 te Waddinxveen. Voor het opstellen van de berekeningen zou ik voor de volgende wegen graag de onderstaande gegevens ontvangen:  Bredeweg;  Otto Matseweg;  Noordelijke Dwarsweg;  Plasweg; 1

 N219. - een prognose van de totale etmaalintensiteit, voor het representatieve jaar 2030; - bij deze etmaalintensiteit de gemiddelde daguur-, avonduur- en nachtuurintensiteit; - bij deze intensiteiten de verdelingen over de categorieën lichte motorvoertuigen, middelzware motorvoertuigen en zware motorvoertuigen; - de maximaal toegestane snelheid op deze wegen; - het type wegdekverharding, bijvoorbeeld d.a.b, klinkers, SMA 0/6, zoab of anders. Ik hoop dat u mij aan bovengenoemd gegevens kunt helpen, of anders door kunt verwijzen naar de juiste persoon. In afwachting van uw reactie, waarvoor bij voorbaat dank. Met vriendelijke groet, Ter bescherming v an uw priv acy is deze afbeelding niet automatisch v an internet gedownload. S&W Consultancy

Thierry Watte thierry@s w S&W C su ta cy 0118 44 22 70 I be p w e sdag afwe ig www s w

v

u""er 22037535

2

III.Bijlage “Rekenmodel geluidsbelasting”

III

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bodemabsorptie bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Ingevoerd rekenmodel gehele situatie bebouwing, rijlijnen

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

-- [Lden] grp:5

0

250

schaal: 1 : 2500

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Ingevoerd rekenmodel gehele situatie bebouwing, rijlijnen

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

-- [Lden] grp:5

0

250

schaal: 1 : 2500

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Ingevoerd rekenmodel ligging waarneempunten

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

-- [Lden]

0

50

schaal: 1 : 500

IV.

Bijlage “Rekenresultaten geluidsbelasting”

IV

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Rekenresultaten Lden [dB] t.g.v. de A12 Incl. aftrek art. 110g Wgh Alle waarneemhoogten

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden] grp:1 0

50

schaal: 1 : 500

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Rekenresultaten Lden [dB] t.g.v. de Bredeweg Incl. aftrek art. 110g Wgh Alle waarneemhoogten

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden] grp:2 0

50

schaal: 1 : 500

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Rekenresultaten Lden [dB] t.g.v. de Noordelijke Dwarsweg Incl. aftrek art. 110g Wgh Alle waarneemhoogten

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden] grp:3 0

50

schaal: 1 : 500

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Rekenresultaten Lden [dB] t.g.v. de Plasweg Incl. aftrek art. 110g Wgh Alle waarneemhoogten

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden] grp:4 0

50

schaal: 1 : 500

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Rekenresultaten Lden [dB] t.g.v. de Piet Stuurmansweg Incl. aftrek art. 110g Wgh Alle waarneemhoogten

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden] grp:5 0

50

schaal: 1 : 500

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Rekenresultaten Lden [dB] t.g.v. de Arie Kempkesweg Incl. aftrek art. 110g Wgh Alle waarneemhoogten

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden] grp:6 0

50

schaal: 1 : 500

S & W consultancy Vlissingen [2200303] - 3 Woningen Bredeweg 15,16 en 17 te Waddinxveen project opdrachtgever Ed Plaizier objecten bebouwing rijlijn hoogtelijn met scherm waarneempunt gevel +

omschrijving Rekenresultaten Lden [dB] alle wegen gecumuleerd Excl. aftrek art. 110g Wgh Alle waarneemhoogten

WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software 2200303 - SRMII - kopie.mdb

VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden] 0

50

schaal: 1 : 500

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11555196/1