CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Bredeweg achter 15 16 en 17 met Bijlagen

Besluitvormende raadsvergadering 21 juni 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan Bredeweg achter 15, 16 en 1724.542 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.0627.Bredewegachter15-0401

Bredeweg, achter 15, 16 en 17 VASTGESTELD

4 april 2022

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 28 april 2020 12 juli 2021 9 november 2021 4 april 2022

VERSIE 1e versie 2e versie 2e versie 1e versie

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Beleidsmatige ontwikkelingen 3.2 Nieuwe situatie 3.3 Verkeer en parkeren 3.4 Beeldkwaliteit

13 13 13 14 15

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

17 17 18 24 27

Hoofdstuk 5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding

33 33 33 34 34 35

Hoofdstuk 6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

39 39 47 50 52

Hoofdstuk 7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

53 53 53 53 55

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

57 57

Hoofdstuk 9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Zienswijzen

59 59 59

3

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Bijlagen toelichting

61

Bijlage 1

M.e.r.-beoordelingsbesluit

62

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

67

Bijlage 3

Wet geluidhinder; besluit Hogere waarden

121

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

130

Bijlage 5

Ecologisch onderzoek

226

Regels

263

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

264 264 268

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

269

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Tuin Wonen Waarde - Archeologie 3

269 270 273

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

276 276 277 278 279 280

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

281

Artikel 11 Artikel 12

Overgangsrecht Slotregel

281 282

4

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Toelichting

Toelichting

5

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

6

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Bredeweg 15, 16 en 17 in Waddinxveen staan 3 woningen. Achter deze woningen ligt een perceel grond van circa 3.522 m² dat nog de bestemming 'Agrarisch' heeft. Het is niet realistisch om dit kleine perceel nog voor agrarische doeleinden te gebruiken. Het ligt bovendien ingeklemd tussen nieuwe infrastructuur (Arie Kempkesweg) en de woningbouwontwikkeling langs de Plasweg van het project Glasparel+. Initiatiefnemer heeft daarom een verzoek ingediend om in dit restgebied drie vrijstaande woningen op te richten, waarbij aansluiting wordt gezocht met de gerealiseerde woningen aan de overzijde van de Arie Kempkesweg in Glasparel+. De percelen worden individueel ontsloten op de bestaande infrastructuur. Deze ontwikkeling is stedenbouwkundig goed inpasbaar, omdat de omvang van de percelen groot genoeg is om een kwalitatief goede invulling met drie vrijstaande woningen mogelijk te maken. Om het plan te kunnen realiseren is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Arie Kempkesweg tegenover de woningen van plan 'De Warande'. In zuidoostelijke richting ligt de Plasweg. In noordwestelijke richting ligt een waterpartij bij de entree van de nieuwe woonbuurt vanaf de Bredeweg. In zuidwestelijke richting liggen de achtertuinen van de woningen aan de Bredeweg 15, 16 en 17. Een situatietekening van het plangebied is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied (gearceerde rechthoek) en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"

Toelichting

Raadsbesluit 26 juni 2013 19 september 2018

Uitspraak ABRvS 9 juli 2014

7

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Het plangebied achter de woningen Bredeweg 15, 16 en 17 is in het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' bestemd voor 'Agrarisch' zonder bouwvlak. De voorgestane ontwikkeling is hiermee in strijd. Om aan het planinitiatief medewerking te verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplannen 'Zuidplas Noord' en 'Glasparel+'. (plangebied ligt in bestemmingsplan 'Zuidplas Noord', rood gestippelde lijn).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Luchtfoto plangebied en omgeving.

Toelichting

9

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

10

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied maakte vroeger onderdeel uit van een akkerbouwbedrijf. Later zijn de landbouwgronden verkocht. Marktpartijen hebben hierna een plan ontwikkeld voor de realisatie van een integraal woon/werklandschap in het zogenaamde glasparelgebied, dat glastuinbouw, wonen, werken, water en energie met elkaar combineert. Dit plangebied ligt in de Zuidplaspolder aan de zuidzijde van de gemeente Waddinxveen. Het gebied wordt begrensd door de Zesde Tochtweg. Plasweg, het glastuingebied aan de G. van Dort Kroonweg, Beijerincklaan, Bredeweg en achterzijde van bestaande glastuinbouwkavels aan de Abraham Kroesweg. De in aanbouw zijnde grootschalige productielandschappen ‘glastuinbouw’ (tussen Abraham Kroesweg en Plasweg en ‘logistiek’ (tussen Beijerincklaan/IJsermanweg en Plasweg) ontmoeten elkaar op het snijvlak met het kleinschalige woonlandschap (figuur 3). Het woonlandschap ligt langs de lanen en linten van de polder met een kleinschalig woningbouwprogramma. De Plasweg ligt centraal en is de ruggengraat van deze ontmoeting. Dit oude cultuurhistorische lint wordt de overgangszone waarin zowel de ruimtelijke als de milieutechnische contrasten samengebracht worden.

Figuur 3: Productielandschappen bestemmingsplan Glasparel+).

en

Glasparel+

met

lintbebouwing

langs

Plasweg

(bron

Bestaande woon- en bedrijfspercelen zijn hierbuiten gehouden, waaronder de percelen aan de Bredeweg 15, 16 en 17 in Waddinxveen. Op deze percelen staan een twee-onder-één-kapwoning en een vrijstaande woning. De gronden achter deze woonpercelen zijn bestemd voor agrarische doeleinden, doch feitelijk als gazon in gebruik.

Toelichting

11

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Plangebied vanaf Plasweg.

De drie woningen aan de Bredeweg.

Woningen in plan Warande.

Waterpartij naast plangebied.

12

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Beleidsmatige ontwikkelingen

Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP). Een noordelijk gedeelte hiervan op grondgebied van de gemeente Waddinxveen maakt onderdeel uit van een gebiedsontwikkeling dat wordt getransformeerd tot een woon- en bedrijvenlandschap (Glasparel+). Een bestemmingsplan hiervoor heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 9 juli 2014 gewijzigd vastgesteld, waarin de ontwikkeling van een glastuinbouwgebied, logistiek- en distributiepark en woningen mogelijk wordt maakt. Deze ontwikkeling is inmiddels in volle gang. Verder wordt als onderdeel van de Corridorstudie N207 de Vredenburghlaan aangelegd. Deze weg wordt in eerste instantie doorgetrokken tot de Zesde Tochtweg om het nieuwe bedrijventerrein 'Glasparel+' te kunnen ontsluiten. Het bestemmingsplan 'Vredenburghlaan' heeft de gemeenteraad op 31 januari 2018 vastgesteld. Later wordt de Bentwoudlaan doorgetrokken richting Beethovensingel en Hogeveenseweg. Hiervoor loopt een M.E.R.-procedure. De bestemmingsplanprocedure zal later worden gestart. In figuur 4 is het (voorlopig) tracé opgenomen.

Figuur 4: Tracé Vredenburghlaan/ Bentwoudlaan.

3.2

Bestemmingsplangebied Vredenburghlaan.

Nieuwe situatie

In het plangebied worden drie vrijstaande woningen mogelijk gemaakt, die elk een eigen ontsluiting krijgen op de Arie Kempkesweg via een brug of met behulp van een duiker. Het plangebied wordt op een landschappelijke manier ingebed. De inhoud van een woning is maximaal 750 m³. De goot- en bouwhoogte van de nieuwe woningen wordt niet hoger dan respectievelijk 4,5 meter en 10 meter, waarbij de nokrichting haaks of evenwijdig op de weg kunnen liggen, zodat een gevarieerd beeld ontstaat. De afstand tussen een hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 3 m, zodat er voldoende open ruimte tussen de woningen blijft. Het bewonersparkeren wordt op eigen terrein opgelost, minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein (exclusief garage). De korrelgrootte sluit aan op de bestaande bebouwing langs de Plasweg en de drie woningen aan de Bredeweg. In figuur 5 is een situatietekening opgenomen van de nieuwe toestand.

Toelichting

13

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Figuur 5: Verkavelingstekening plangebied (voorlopig).

3.3

Verkeer en parkeren

Verkeer De drie woningen worden ontsloten via nieuw aan te leggen uitritten op de Arie Kempkesweg. De weg is ter plaatse een 30 km uur gebied. Via de Piet Stuurmanstraat is de Bredeweg bereikbaar. Via deze bovenlokale weg zijn de A12 en A20 aan te rijden. Het centrum van Waddinxveen is via de Bredeweg en Beijerincklaan bereikbaar. Langzaam verkeer kan gebruik maken van de Plasweg richting de dorpskern. De Arie Kempkesweg heeft voldoende capaciteit om deze functiewijziging op te vangen.

14

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Arie Kempkesweg (links plangebied).

Plasweg met lintbebouwing.

Arie Kempkesweg met aan weerzijden woningen.Piet Stuurmanweg/ Bredeweg. Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is opgenomen in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2012 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 317). De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers. Functies Woning, vrijstaand

Norm buitengebied, matig stedelijk 2,8 per woning

Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning

In de nieuwe situatie zijn afgerond 3 parkeerplaatsen per woning nodig. De kavels zijn dusdanig van omvang dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid is voor minimaal 3 auto's per kavel, zodat kan worden voldaan aan de parkeernorm. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 10.1 (parkeerregels) van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

3.4

Beeldkwaliteit

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties Het plangebied grenst aan Glasparel+ in de Zuidplaspolder. In dit gebied wordt een combinatie van wonen, glastuinbouw en bedrijven mogelijk gemaakt. Het is als het ware de proeftuin van de Zuidvleugel,

Toelichting

15

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

waarin duidelijk wordt wat er mogelijk is binnen moderne gebiedsontwikkeling. De verschillende onderdelen in dat plan hebben op meerdere manieren een onderlinge relatie. Dit betekent dat wonen, werken en recreëren in dit plan hand in hand gaan. De landschappelijke identiteit van het gebied wordt bepaald door polderlinten, tochten en een laan. Het gaat hier om de Bredeweg en de Plasweg als (echte) polderlinten. De Plasweg is te typeren als de ruimtelijke ‘ruggengraat’ van het gebied. Het is een karaktervolle polderweg, waar veelvuldig recreatief gebruik van wordt gemaakt. Langs de linten wordt gewoond en gewerkt. Kenmerkend voor deze linten zijn de veelal grote kavelstructuur op de aanliggende percelen. De inrichting van deze kavels bestaat uit een combinatie van woningen en schuren op het achtererf. Naarmate de linten dichter bij de bebouwde omgeving van Waddinxveen komen, wordt de bebouwing intensiever. Doordat de lanen en linten een beplantingstructuur hebben, vaak in de vorm van laanbeplantingen en kavelbeplantingen, vormen deze ‘lijnen in het landschap’ de kenmerkende grootschalige blokstructuur die op de kaart goed leesbaar is. Ten zuiden van het plangebied loopt Bredeweg met verderop rijksweg A12. Deze snelweg en de bijbehorende afslagen hebben een belangrijke ruimtelijke impact op de omgeving van het plangebied.

De ligging van de weg onttrekt zich aan de polderstructuur. Ook de ruimtelijke impact van de afslagen en haar bochtstralen en de daaraan verbonden rotondes vervreemden zich van de structuur van de polder. Door de hoogteligging van de nieuwe ontsluitingstructuur is het landschap sterk begrensd. Door deze hoogteligging ontstaat een nieuwe ruimtelijke ervaring van het landschap van de Zuidplaspolder. Met name bij de afslag van de A12 en bij de overkluizing van de A12 met de Bredeweg is er een overzicht over het gebied van de Glasparel+. Inpassing drie woningen De herontwikkeling van het plangebied achter de Bredeweg 15, 16 en 17 voorziet in een kleinschalige woningbouwontwikkeling achter het bebouwingslint dat naadloos aansluit op de gerealiseerde woningen in Glasparel+ aan de Plasweg en Arie Kempkesweg. De situering van de woningen is zodanig gekozen dat deze een landschappelijke eenheid vormen ten opzichte van de aan de overzijde van de Arie Kempkesweg gerealiseerde woningen in De Warande.

16

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Toelichting

17

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Het plangebied ligt in achter bebouwingslint aan de Bredeweg, grenzend aan de woningbouw in De Warande aan de Plasweg en Arie Kempkesweg.

De invulling van het plangebied met het toevoegen van 3 woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop nader ingegaan. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. In paragraaf 4.3.3 en 4.4.2 wordt dit toegelicht. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De functiewijziging betreft geen stedelijke ontwikkeling, zodat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 7 augustus 2021 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden.

18

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit.

Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening.

Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Uit de Laag van cultuur- en natuurlandschappen valt af te leiden dat droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek.

Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Als richtpunt voor droogmakerijen (klei) geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van doorzichten. Voorts grenst het plangebied aan een polderlint van de Plasweg en Bredeweg. De bebouwing ligt hier op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het

Toelichting

19

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in een rand van het glastuinbouwgebied. Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Op de Laag van de beleving grenst het plangebied aan de ecologische hoofdstructuur van Natuurnetwerk Nederland.

Figuur 6: Links uitsnede Laag van de stedelijke occupatie en rechts uitsnede van Laag van de beleving. Toetsing aan kwaliteitskaarten Deze planontwikkeling maakt een herbestemming mogelijk van (voormalige) agrarische bedrijfsgronden die nu als gazon in gebruik zijn achter de woningen Bredeweg 15, 16 en 17. De woonbebouwing sluit aan op de noordoostelijk gerealiseerde woningen langs de Plasweg. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, wordt niet aangetast, omdat bestaande erven en tuinen niet behoren tot NNN op grond van de toelichting bij de Omgevingsverordening. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Deze ontwikkeling valt onder de noemer inpassing, omdat dit bestemmingsplan een transformatie mogelijk maakt van een klein agrarisch perceel (feitelijk al in gebruik als gazon) naar drie woningen. Deze vervolgfunctie valt onder de noemer gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van bestaande kenmerken van het gebied. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied worden verbeterd, waarbij de richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 de Omgevingsverordening.

Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van drie woningen mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie',

20

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 4.3.3 terwijl deze herontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat de woningen landschappelijk worden ingepast nabij het bebouwingslint tegenover de gerealiseerde woningbouw aan de Plasweg. Een verdere toetsing aan de Ladder is niet nodig.

Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 1 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.

Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. De landschappelijke dynamiek achter de Bredeweg verandert door woningbouw langs de Plasweg en het bedrijvenpark Glasparel+. De woningen worden landschappelijk ingepast. Per saldo is er sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, omdat het kleine agrarisch perceel niet meer als zodanig is te gebruiken. De historische gaafheid van aangrenzende linten wordt gerespecteerd, waarbij rekening wordt gehouden met cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. Dit betekent dat sprake is van ‘inpassing’, zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor het plan.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) In artikel 6.24, lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland’, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Op grond van de toelichting van de Omgevingsverordening behoren bestaande bebouwing, erven, tuinen en wegen met een gesloten verharding (inclusief bermen) niet tot het NNN. Toetsing aan NNN

Toelichting

21

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Het plangebied is momenteel al in gebruik als erf/ tuin, zodat het NNN hierop niet van toepassing is. De in dit bestemmingsplan voorgestelde ontwikkeling maakt dat niet anders, zodat er geen sprake is van een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit is eerder aangetoond in het door de provincie Zuid-Holland opgestelde landschapsplan, waarin de effecten van de aan te leggen Vredenburghlaan op NNN-verbindingszones zijn onderzocht. Er worden nieuwe verbindingszones gerealiseerd, waardoor de verbindingszone in het plangebied komt te vervallen. Het is daarom niet noodzakelijk een compensatieplan op te stellen specifiek voor dit bestemmingsplan. In het landschapsplan worden de concrete inpassingsmaatregelen uitgewerkt. De kaart Landschapsvisie is opgenomen in figuur 7.

Figuur 7: Kaart Landschapsvisie Vredenburghlaan. Samenvattend De vervolgfunctie naar wonen is een gebiedseigen ontwikkeling in het verlengde van de gerealiseerde woningen langs de Plasweg tegenover het plangebied. Gesteld kan worden dat deze vervolgfunctie qua aard, schaal en maat van de bestaande kenmerken van het gebied past bij wat er al is in de directe omgeving zonder dat de bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied wijzigen. Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan. Onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan de ambities van de Omgevingsvisie om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De bruikbaarheid, duurzaamheid én belevingswaarde van het aangrenzende lint wordt niet aangetast. Het NNN heeft door deze planontwikkeling geen negatief effect, omdat de herontwikkeling plaatsvindt binnen een bestaand erf dat niet wordt toegerekend aan het NNN. Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet strijdig is met artikel 6.24 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (NNN), omdat

22

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

wezenlijke kenmerken en waarden van het plangebied niet significant worden beperkt, dan wel leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van het plangebied. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk.

Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen.

Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. De hier relevant zijnde ambitie voor de droogmakerij is dat de bebouwing gekoppeld blijft aan de linten. Erven worden groen ingepast. Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet

Toelichting

23

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

van de droogmakerij. Het lint dient als structuurdrager van de hoofdstructuur te worden versterkt. Eenheid en de typerende opbouw van de polder dient herkenbaar te worden gehouden. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van de aangrenzende linten zijn nog altijd herkenbaar nabij het plangebied, maar niet meer zo sterk bepalend door de vele, vooral infrastructurele, ingrepen, zoals de in voorbereiding zijnde bovenlokale infrastructuur Vredenburghlaan/ Bentwoudlaan en nieuwe op- en afritten naar de A12. Het contrast tussen het nieuwe bedrijvenlandschap (Glasparel+) en behoud van het lint zorgt ervoor dat deze structuurdrager beleefbaar blijft (het lint blijft het lint). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). De drie woningen bieden een logische overgang richting de aan de overzijde gerealiseerde woningen langs de Plasweg enerzijds en het nieuwe bedrijvenlandschap anderzijds. Bestaande kwaliteiten worden niet aangetast.

Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende cultuurhistorisch waardevolle linten.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.

Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas.

24

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Conclusie De plankaart kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'. Het plangebied is hierin aangeduid als 'lintzone' grenzend aan 'bestaand en gepland: glastuinbouw'. Het plangebied is met een gele stip aangeduid op de plankaart (figuur 8). De vervolgfunctie naar wonen is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.

Figuur 8: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip aangeduid. 4.3.2 Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder In het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder (2014) zijn de ruimtelijke en milieutechnische ambities en richtlijnen opgenomen voor de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Dit document is vastgesteld door het bestuur van de ROZ en dient als inspiratie bij toetsing van nieuwe aanvragen door de gemeenten. Het Handboek bevat een omvangrijke set uitspraken over drie kwalitatieve aspecten, waarmee in de verdere planvorming voor de deelgebieden rekening moet worden gehouden: 1. duurzaamheid 2. hoofdplanstructuur van de Zuidplaspolder 3. kwaliteit in de deelgebieden Een belangrijk uitgangspunt bij uitwerking van de plannen is het principe van 'Linten, lanen en tochten'. Het stelsel van 'Linten, lanen en tochten' is sinds de voorstudies uit 2004 van de bureaus H+N+S en Palmboom-Van de Bout het belangrijkste structurerende element in de Zuidplaspolder. Het door hen geschetste principe van verdubbelde groene linten in noord-zuidrichting en brede tochten in oostwest-richting zorgde voor een herkenbare structuur, waarbinnen allerlei variaties in ruimtelijke en programmatische zin denkbaar zouden zijn. Initiatieven in de linten

Toelichting

25

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Op diverse plaatsen in de linten van de Zuidplaspolder ontstaan op dit moment particuliere initiatieven. Zo worden er door Wayland Developments circa 130 woningen langs de Plasweg gebouwd. Op de meeste van deze locaties ontstaan delen van een dubbele of drievoudige lintstructuur met een parallelle ontsluiting die de bestaande lintwegen (wanneer deze nieuwe wegen geschakeld worden) kunnen ontlasten van verkeer. In dit project wordt gevarieerde, solitaire bebouwing mogelijk gemaakt die past bij de bestaande korrelgrootte en erfstructuur, en georiënteerd is op de oude lintwegen. Het lint Bredeweg - Middelweg is ruimtelijk de centrale as van de polder en maakt onderdeel uit van de hoofdplanstructuur. Het lint aan de Bredeweg heeft overwegend een bedrijfsmatig karakter. De lintzone kan herkenbaar blijven door continue bebouwingsafstanden en door een duidelijke grens te bewaren tussen de wereld van de lintbebouwing zelf en de achterliggende bouwvelden. Als richtinggevend principe is onder andere opgenomen: "Waar bij ontwikkeling mogelijk en noodzakelijk ontlasten van de bestaande linten door versterking van het polderwegennet met ‘lintverdubbelingen’, ontsluitingswegen parallel aan de bestaande linten en beperking van de lintonderbrekingen in de dwarsrichting." (nummer 28).

Toetsing planinitiatief aan Ambitiedocument Het plangebied grenst direct aan de ontwikkeling van Wayland Developments waar 130 woningen langs de Plasweg worden gebouwd (figuur 9). Deze ontwikkeling is een aanvulling op het project Glasparel+ en maakt gevarieerde, solitaire bebouwing mogelijk achter het bebouwingslint van drie woningen aan de Bredeweg. De woningen passen bij de bestaande korrelgrootte en erfstructuur. Deze worden georiënteerd op de Gerard Kempkesweg achter het bestaande lint van de Bredeweg, waarbij gebruik wordt gemaakt van de nieuwe ontsluitingsstructuur op de Bredeweg. Conclusie De planontwikkeling voldoet aan de in het Ambitiedocument genoemde criteria, zodat inpassing mogelijk is op grond van dit bestemmingsplan.

Figuur 9: Vogelvlucht De Warande aan Arie Kempkesweg en Plasweg (bron: Wayland Development). 4.3.3 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.

26

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.

De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Conclusie De nieuwbouw van drie woningen in de dure koopsector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Waddinxveen voor de doelgroep doorstromers. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (drie woningen) niet te worden afgestemd met de Regio Midden-Holland, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Waddinxveen 2030 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de structuurvisie Waddinxveen 2030 "Positief en realistisch naar 2030" vastgesteld. De structuurvisie van 2006 is herzien, omdat in de periode tot 2006 en nu veel is veranderd. De huidige economische situatie en bijgestelde groeiprognoses hebben gevolgen voor bijvoorbeeld het beleid dat gericht is op de woningmarkt. Er is opnieuw gekeken naar de kansen en mogelijkheden die Waddinxveen heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. Het karakter van de structuurvisie is positief en realistisch. Concreet betekent dit dat de ambities haalbaar en uitvoerbaar zijn, maar dat de visie ook uitdaagt en perspectief biedt. De nieuwe structuurvisie moet zowel de gemeente als burgers, bedrijven en andere betrokken partijen inspireren om actief mee te werken en te bouwen aan de toekomst van Waddinxveen. De structuurvisie schept een duidelijk kader voor de ontwikkeling van het buitengebied, aan beide zijden van de kern Waddinxveen. Als één van de uitgangspunten is benoemd dat er behoefte is aan ruimte voor de glastuinbouw, niet alleen in Waddinxveen, maar ook in andere gemeenten in de regio. Grote toekomstopgave voor het landelijk gebied is het verbreden van de landbouw en het benutten van de

Toelichting

27

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

potentie van recreatie. Daarnaast is het van belang om wonen in het buitengebied naast de agrarische sector verder mogelijk te maken. Op de integrale kaart van de Structuurvisie grenst het plangebied aan de aanduiding "Glastuinbouw/ bedrijvenlandschap nieuw" en "(versterken) linten (wonen/werken)" (zie figuur 10). Conclusie Het plangebied ligt op de hoek Plasweg en Bredeweg. De Plasweg vormt van oudsher de verbindingsroute tussen Waddinxveen en Zevenhuizen. De ontwikkeling maakt onderdeel van het versterken van het lint met wonen langs de Plasweg en Arie Kempkesweg, zoals dat ook al mogelijk is gemaakt in het bestemmingsplan 'Glasparel+'. De bestaande ruimtelijke kwaliteiten worden niet aangetast. Mitsdien kan worden gesteld dat het oprichten van 3 woningen in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Structuurvisie.

Figuur 10: Integrale kaart Structuurvisie. 4.4.2 Woonvisie en woningbouwprogrammering De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 13 december 2017 de Woonvisie 2018-2022 vastgesteld. De woonvisie bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers. De hoofddoelstelling is dat iedereen die dat wil op een prettige en geschikte manier in Waddinxveen moet kunnen wonen. De pijlers geven hier invulling aan. De eerste pijler is beschikbaarheid en betaalbaarheid. Deze pijler gaat over passende huisvesting voor diverse doelgroepen. De tweede pijler gaat over wonen, zorg en welzijn. Een belangrijk thema is duurzaamheid, daarom gaat de derde pijler over dit thema. De vierde pijler ten slotte gaat over leefbaarheid. Het gaat hier zowel over de woningen zelf als over de woonomgeving. Naast de pijlers wordt er in de woonvisie ingegaan op het gewenste woningbouwprogramma voor Waddinxveen en de manier waarop de gemeente met 'partners in wonen' samenwerkt. De actiepunten uit de woonvisie zijn op een rij gezet en een bijlage bij de Woonvisie. Wonen is een eerste levensbehoefte. De woningmarkt is complex. De gemeente heeft daarom een nieuwe woonvisie opgesteld. Deze woonvisie geeft de ambities en doelstellingen voor wonen voor de periode van 2018 tot en met 2022.

De woonvisie gaat in op de huisvesting van de huidige en toekomstige inwoners van Waddinxveen, de vraag en het aanbod en de bestaande en gewenste woningvoorraad. Het doel is om vraag en aanbod zoveel mogelijk bij elkaar te brengen, zodat iedereen die dat wil prettig kan wonen in Waddinxveen. De woonvisie is een kompas en toetssteen voor de

28

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, achter 15, 16 en 17

gemeente bij de ontwikkeling van Waddinxveen, zowel voor nieuwbouw als voor de aanpassingen in de bestaande voorraad. De vorige woonvisie is in 2012 vastgesteld. Toen was er een economische crisis. Intussen is de economie weer aangetrokken. Dat heeft ook invloed op de woningmarkt. Er is daarom behoefte aan een geactualiseerde visie. Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid Passende huisvesting kan voor iedereen iets anders betekenen. Er moet variatie zijn in het woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De gemeente wil kwaliteit en diversiteit bieden, zowel qua woning als qua woonomgeving. Voor sommige doelgroepen zijn onvoldoende woningen beschikbaar. Om deze doelgroepen te kunnen bedienen, zal de woningvoorraad aangepast moeten worden. Hierbij gaat het zowel om aanpassingen in de bestaande voorraad als om de toevoeging van nieuwbouwwoningen. Pijler 2: Wonen, zorg en welzijn Prettig wonen hangt voor een groot deel samen met contact hebben met anderen en verzorgd worden wanneer dat nodig is. Dit gebeurt steeds vaker in de eigen woning. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin dit kan, zowel in de bestaande voorraad als nieuw. Samenwerking met de samenleving en andere partners, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties en scholen staat hierbij voorop.

Pijler 3: Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Pijler 4 Leefbaarheid Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed. Doel is om dit zo te houden en op wijk- en buurtniveau in te zetten op de punten waar verbetering nodig is. Woningbouwprogramma De Woningbehoefteraming (WBR) en de Trendraming (TR) worden gebruikt in het kader van de regionale woonvisies. De provincie stelt de hoogste uitkomst vast als regionale behoefte aan nieuwe woningen in een bepaalde periode. Hierdoor is er, in plaats van de eerder gehanteerde bandbreedte, één richtgetal per regio. In de praktijk betekent dit dat voor regio's waar de TR lager dan de WBR uitvalt, de WBR het uitgangspunt voor de behoefte is, en voor regio's waar de TR hoger dan de WBR uitvalt, de TR dat is.

Voor Waddinxveen geldt dat de Trendraming 2019 voor de periode 2020 - 2030 is vastgesteld op 3.260 woningen. De woningen aan de Bredeweg 15, 16 en 17 passen binnen deze raming. Om aan de vraag te voldoen is het van belang inzicht te hebben in het gewenste programma voor Waddinxveen voor de komende jaren. Er is veel vraag naar woningen in de grote steden, maar ook in de gebieden langs de A12, waaronder Waddinxveen. Waddinxveen heeft veel ruimte om woningbouwplannen te realiseren. Naast de uitbreidingslocaties Park Triangel en ’t Suyt zet de gemeente in op binnenstedelijke herontwikkeling en transformatie van vastgoed. Het belangrijkste (transformatie)gebied voor de komende jaren is het gebied van Station tot Hefbrug. In dit gebied worden onder andere voormalige detailhandel en bedrijfsbestemmingen getransformeerd naar een gebied voor wonen en zorg gerelateerde voorzieningen. Park Triangel heeft haar eigen vraag. Voor Park Triangel hanteert de gemeente als uitgangspunt dat 40% van Park Triangel gebouwd wordt voor de lokale en regionale behoefte en 60% voor de bovenregionale behoefte. Deze bovenregionale behoefte komt voornamelijk voort uit de verhuisrelatie die Waddinxveen heeft met Rotterdam en Den Haag. In deze steden is een tekort aan met name grondgebonden woningen. Park Triangel vangt een deel van dit tekort op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11555196/1