Bodemonderzoek
Tekst van het document
2 van 3
Locatienummer ZH062709810
Omschrijving HBB_ A31CZ015151
Status locatie Vervolgactie Wbb: Uitvoeren historisch onderzoek Status beschikking: Status onderzoeken: Potentieel Ernstig Besluiten (Geen) Onderzoeken (Geen) Historisch bodembestand Bedrijfsnaam: Adres: Omschrijving: demping (niet gespecificeerd) UBI code/NSX score: 900060 / 1.9 Dossier: L15151 (-)
Activiteiten Omschrijving: UBI code: NSX score:
demping (niet gespecificeerd) 900060 1,9
Aanvullende informatie slootdemping (Geen) Kaartlaag: Bodemlocatie
3 van 3
Bodemonderzoeksrapport Omschrijving Historisch Onderzoek 1 Locatiecode: ZH062709437 Rapportnummer: GM06032 Rapportdatum: 38743 Rapportauteur: Van Gog Download Rapport
Kaartlaag: Bodemonderzoeksrapport
1 van 1
Geen resultaten voor Verontreinigingscontour
Kaartlaag: Verontreinigingscontour
1 van 1
Geen resultaten voor Saneringscontour
Kaartlaag: Saneringscontour
1 van 1
Geen resultaten voor Zorgmaatregel
Kaartlaag: Zorgmaatregel
1 van 1
Geen resultaten voor Ondergrondse brandstoftanks
Kaartlaag: Ondergrondse brandstoftanks
1 van 1
Geen resultaten voor Meldingen Besluit bodemkwaliteit
Kaartlaag: Meldingen Besluit bodemkwaliteit
1 van 1
Geen resultaten voor Bedrijfsactiviteiten
Kaartlaag: Bedrijfsactiviteiten
1 van 1
Geen resultaten voor Slootdempingen TBK
Kaartlaag: Slootdempingen TBK
1 van 1
Toelichting op verstrekte informatie Bodemlocatie In het Bodem Informatie Systeem (BIS) zijn bodemlocaties ingetekend. Een bodemlocatie is een locatie waar iets bekend is over de bodemkwaliteit of een mogelijke bodemverontreiniging. Vaak zijn op een bodemlocatie één of meerdere onderzoeken uitgevoerd, maar dat hoeft niet. De bodemlocatie kan ook een verdenking van een bodemverontreiniging betreffen, op basis van historische informatie. Hieronder volgt een toelichting per item: Locatienummer
Uniek nummer van de locatie in het BIS
Omschrijving
Naam van de locatie zoals bekend in het BIS
Vervolgactie Wbb
De verplichting die in het kader van de Wet bodembescherming op de locatie rust. Let op: Indien er in het kader van de Wbb geen vervolgactie noodzakelijk is ("geen vervolg") wil dit niet zeggen dat er in een ander kader geen verplichting bestaat om de bodem te onderzoeken. Bij een bouwvergunning of grondverzet kan bijvoorbeeld alsnog een bodemonderzoek noodzakelijk zijn. Zie hiervoor de betreffende nota’s op de website van de Omgevingsdienst (nota Bodemkwaliteit bij Bouwen en Nota Bodembeheer). "Geen vervolg" wil zeggen dat er bij ongewijzigd gebruik geen onderzoeks- of saneringsnoodzaak bestaat.
Status beschikking
De beschikkingstatus van de locatie op basis van het meest recente besluit.
Status onderzoeken
De verontreinigingstatus van de gehele locatie op basis van alle uitgevoerde bodemonderzoeken. Als alleen een historisch (voor-) onderzoek is uitgevoerd kan alleen een verwachting worden uitgesproken (potentieel verontreinigd of potentieel ernstig). Als een bodemonderzoek is uitgevoerd is de locatie wel of niet ernstig verontreinigd.
Besluiten
De besluiten die op basis van de Wet bodembescherming zijn genomen op de locatie worden hier weergegeven. Eventuele belemmeringen als gevolg van deze besluiten zijn ingeschreven bij het Kadaster.
Het Historisch bodembestand (HBB) is integraal opgenomen in de kaart met Bodemlocaties en bevat verschillende soorten historische informatie, namelijk over voormalige bedrijfsactiviteiten en over dempingen. Beide worden hieronder toegelicht.
Toelichting & Disclaimer
1 van 4
Voormalige bedrijfsactiviteiten Tussen 1995 en 1997 heeft de provincie Zuid-Holland een inventarisatie laten uitvoeren van potentieel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen. Voor de inventarisatie is gebruik gemaakt van twee archiefbronnen, te weten: - Het archief van de Kamers van Koophandel in de provincie. - De op grond van de Hinderwet aan bedrijven verleende vergunningen. Met beide bronnen wordt ruwweg de tijdsperiode 1824 tot 1997 gedekt. Uit de enorme hoeveelheid informatie die in de genoemde bronnen ligt opgeslagen, is een selectie gemaakt. Met deze inventarisatie kan worden bekeken of er in het verleden bodembedreigende bedrijfsactiviteiten op een perceel hebben plaatsgevonden. Met de NSX-score kan een inschatting worden opgemaakt hoe bodembedreigend de genoemde vergunde activiteit is. Deze score loopt van 0 tot 1000. Een score van 0 betekent dat de activiteit niet bodembedreigend is. Een score van 1000 betekent dat de activiteit (in grote mate) bodembedreigend is. Een vermelding met een hoge score hoeft niet te betekenen dat er ook daadwerkelijk bodemverontreiniging op het perceel aanwezig is. Bodemonderzoek zal dit moeten uitwijzen. Onder "Vindplaats dossier" wordt vermeld in welk archief het Hinderwetdossier van de voormalige bedrijfsactiviteiten kunnen worden gevonden.
(Zie de introductiepagina van de Atlas MiddenHolland voor een toelichting op de archieven en dossiernummers). Slootdempingen In 1995 is voor het gehele landelijke gebied in Zuid-Holland een onderzoek naar stortplaatsen en slootdempingen uitgevoerd. Het betrof een luchtfoto-interpretatie, waarbij luchtfoto’s uit 1955 zijn vergeleken met luchtfoto’s uit 1992. Daarbij is vastgesteld welke waterlopen en waterplassen die in 1955 nog zichtbaar waren, in 1992 waren ‘verdwenen’ en waar dus sprake moest zijn van een demping. Op deze wijze werden circa 40.000 gedempte sloten opgespoord. Als er sprake is van een slootdemping wil nog niet zeggen dat er ook sprake is van een bodemverontreiniging. Sloten die zijn gedempt bij het bouwrijp maken van woonwijken of bedrijfsterreinen zijn in een deel van de Krimpenerwaard vastgelegd in een aparte kaart door het Technisch Bureau in de Krimpenerwaard (TBK), tegenwoordig Ingenieursbureau Krimpenerwaard. Het betreft gebieden die in de periode 19452000 zijn ontwikkeld in opdracht van de toenmalige gemeenten Ouderkerk, Nederlek en Bergambacht. Voor het grootste deel van Midden-Holland is deze informatie niet beschikbaar. Bodemonderzoeksrapporten Alle bij de Omgevingsdienst bekende bodemonderzoeksrapporten zijn ingevoerd in het Bodem Informatie Systeem. Niet alle uitgevoerde bodemonderzoeken zijn bekend bij de Omgevingsdienst.
Bijvoorbeeld onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van een particuliere grondtransactie zijn vaak niet bekend bij de overheid en derhalve ook niet aanwezig in het Bodem Informatie Systeem (BIS). Indien u in het bezit bent van een dergelijk onderzoeksrapport verzoeken wij u deze op te sturen naar de Omgevingsdienst, zodat wij dit kunnen invoeren in het systeem.
Toelichting & Disclaimer
2 van 4
Verontreinigingscontour Op locaties waar sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging is op recent onderzochte locaties een contour van de interventiewaarde-overschrijding ingetekend. Saneringscontour Als er recent een sanering heeft plaatsgevonden, wordt de contour van het gesaneerde gebied getoond. Zorgmaatregel Als er op een gesaneerde locatie een restverontreiniging is achtergebleven kan er een zorgmaatregel van toepassing zijn. Ondergrondse tanks Een tank is volgens wettelijke richtlijnen gesaneerd als er een kenmerk van een tanksaneringscertificaat is ingevuld achter het kopje “Kiwa-code”. Het kan voorkomen dat onder het kopje Ondergrondse tanks geen tank is weergeven, maar bij het item “Activiteiten” bij de Bodemlocatie wel een tank is aangegeven (en andersom). Indien onduidelijkheid bestaat over de aanwezigheid en/of status van een tank zal nader archief en/of bodemonderzoek nodig zijn om na te gaan of een tank aanwezig is. Meldingen Besluit bodemkwaliteit Vanaf 1 juli 2008 moet nagenoeg elke toepassing van grond en baggerspecie worden gemeld bij het Meldpunt Bodemkwaliteit. De meldingen kunnen worden geraadpleegd. De ligging is vaak indicatief, omdat het Meldpunt alleen een punt kan worden ingegeven. Bedrijfsactiviteiten De kaart bevat locaties waar nu een bedrijfsmatige activiteit plaatsvindt of in het (recente) verleden plaats heeft gevonden.
Iedere bedrijfsmatige activiteit waarvoor een melding (Activiteitenbesluit) of vergunning in het kader van de Wet milieubeheer is vereist is opgenomen in de kaart. De Omgevingsdienst beheert het inrichtingenbestand sinds 2000. Alle inrichtingen (bedrijven) die vanaf die datum aanwezig waren, zijn terug te vinden in deze kaart als locatiedossier. Als op een locatie geen inrichting meer aanwezig is, wordt deze aangeduid als "Gesloten". Alle locaties waar nu nog een bedrijfsmatige activiteit kan worden uitgevoerd worden aangeduid als "Actief". De milieucategorie loopt van 1 (laag milieubelastend) tot 5 (hoog milieubelastend). Inrichtingen die voor 1997 zijn opgeheven en als potentieel bodembedreigend zijn aangemerkt zijn opgenomen in het HBB-bestand en later als Bodemlocatie (zie bij Bodemlocatie).
Toelichting & Disclaimer
3 van 4
Disclaimer In de Atlas Midden-Holland wordt de bij de Omgevingsdienst Midden-Holland bekende informatie over de bodemkwaliteit getoond. De informatie is afkomstig uit het Bodem Informatie Systeem en wordt automatisch gegenereerd op basis van geografische ligging van het opgegeven perceel. Het betreft informatie over: · bodemlocaties · bodemonderzoeksrapporten · verontreinigingscontouren · saneringscontouren · zorgmaatregelen · ondergrondse brandstoftanks · meldingen Besluit bodemkwaliteit · slootdempingen · huidige bedrijfsactiviteiten Nadrukkelijk wordt erop gewezen dat alleen een recent bodemonderzoek betrouwbare informatie geeft over de kwaliteit van het betreffende perceel. Overige informatie moet worden beschouwd als indicatie voor de te verwachten bodemkwaliteit. Tevens wijzen wij u erop dat indien geen informatie voorhanden is dit niet automatisch betekent dat de bodem schoon is. De Omgevingsdienst heeft in dat geval geen informatie van dit perceel beschikbaar in het Bodem Informatie Systeem. Voor de bodeminformatie is alle zorg in acht genomen die redelijkerwijs gevergd kan worden. Fouten zijn echter niet uit te sluiten en de lezer dient niet zondermeer uit te gaan van de juistheid van de informatie.
De Omgevingsdienst is dan ook nimmer aansprakelijk voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van de informatie en voor alle directe en indirecte schade, van welke aard dan ook, voortvloeiend uit of in verband staand met het gebruik van de informatie. Evenmin is de Omgevingsdienst aansprakelijk voor de eventuele gevolgen van het (al dan niet tijdelijk) onbeschikbaar zijn van deze website of enige informatie op de website. Topografische en kadastrale kaart De Atlas Midden-Holland maakt voor de oriëntatie gebruik van twee achtergrondkaarten: · de BRT Achtergrondkaart van PDOK (Publieke Dienstverlening Op de Kaart). Deze is afgeleid uit TOP10NL uit de Basisregistratie Topografie (BRT) met de straatnamen uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). · de Kadastrale kaart. Beide kaarten zijn vrij toegankelijk en zonder restricties te gebruiken. Wel is bij (her-)gebruik de naamsvermelding van de bron (Kadaster, Basisregistratie Topografie) verplicht. De kaarten zijn afkomstig van PDOK. Zie ook www.nationaalgeoregister.nl De Omgevingsdienst Midden-Holland is niet verantwoordelijk voor schade voortvloeiende uit of verband houdende met de inhoud of het gebruik van de kaarten. Overige bepalingen De Omgevingsdienst streeft ernaar de gepresenteerde informatie op deze site zo actueel mogelijk te houden.
De Omgevingsdienst behoudt zich het recht voor om te allen tijde de informatie op deze site (inclusief de disclaimer) zonder voorafgaande mededeling te wijzigen. De Omgevingsdienst kan geen waarborg geven dat deze site te allen tijde zonder fouten is, noch kan zij de juistheid en actualiteit garanderen van informatie gevonden op sites die aan deze site gekoppeld zijn. Noch deze site noch enige informatie op deze site heeft een officiële status. De Omgevingsdienst accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor de inhoud van deze website of de getoonde informatie. Deze getoonde informatie kan daarom niet gebruikt worden als basis voor enige claim.
Toelichting & Disclaimer
4 van 4
Bijlage 7: Certificaten betrokken personen
19143SCW / kenmerk U19-0462 / 19 juni 2019 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde achter 130 te Waddinxveen
Bijlage 7: Certificaten betrokken personen Boorwerk: 12-06-2019
BRL2001 A. Kroon
HMT certificaat K43672
Grondwatermonstername (direct na plaatsen): 12-06-2019 BRL2002 A. Kroon
HMT certificaat K43672
19143SCW / kenmerk U19-0462 / 19 juni 2019 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde achter 130 te Waddinxveen
Bijlage 8: Toelichting en normen Besluit bodemkwaliteit
19143SCW / kenmerk U19-0462 / 19 juni 2019 Verkennend bodemonderzoek Noordeinde achter 130 te Waddinxveen
Besluit Bodemkwaliteit Hoste Milieutechniek BV 1 januari 2014
Het Besluit (en de Regeling) Bodemkwaliteit geeft regels en normen voor het classificeren van de bodemkwaliteit, het kwalificeren van toe te passen grond en bagger en van vormgegeven en niet‐vormgegeven bouwstoffen. Het besluit is per 1 januari 2008 van toepassing voor de waterbodem en per 1 juli 2008 ook voor de landbodem. Het besluit is geen vervanging van de Wet bodembescherming. Het besluit vervangt: Bouwstoffenbesluit (BB) Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) Ministeriële vrijstellingsregeling grondverzet Ministeriële vrijstellingsregeling samenstellings‐ en immissiewaarden Kwalibo‐regeling Diverse tijdelijke regelingen In deze rapportage zijn gehalten van stoffen in grond en bagger getoetst aan de normen die zijn gevoegd in tabel 1 en 2 van bijlage B Regeling Bodemkwaliteit, die is samengevat met de tabel aan het einde van deze bijlage. Bij kwalificeren van land‐ en waterbodems en op land en in oppervlaktewater te gebruiken grond en bagger zijn de volgende niveaus gedefinieerd:
Kwalificatie landbodem
Kwalificatie waterbodem
Kwalificatie grond Kwalificatie slib
Kwalificaties Landbouw/natuur Wonen Industrie Sterke bodemverontreiniging Schone waterbodem Klasse A Klasse B Sterke waterbodemverontreiniging AW, wonen, industrie, klasse A, klasse B#, niet toepasbare grond AW, wonen, industrie, klasse A, klasse B, niet toepasbaar slib
Eis <AWLB <Wo <Ind >i‐waarde LB <AWWB <A <B >i‐waarde WB
Opmerking
Ind‐eis ≠i‐waarde LB
B‐eis = i‐waarde WB
B#: Bij gebruik van grond in oppervlaktewater als klasse B‐materiaal, mag de waarde “Industrie” niet worden overschreden AWLB: achtergrondwaarden voor landbodem AWWB: achtergrondwaarden voor waterbodem
Landbodem Bij bodemonderzoek wordt de kwaliteit van de bodem met monsterneming en chemische analyses vastgesteld, waarbij de landbodem wordt gekwalificeerd volgens bovenstaande tabel. Het niet overschrijden van een norm (AW, Wo, Ind of i‐waarde LB) leidt tot indeling in de kwaliteit met de naam van de norm. Indien de Industrienorm wordt overschreden, maar niet de interventiewaarde, is er geen sprake van een ernstige verontreiniging, maar de bodem kan niet worden ingedeeld in een gedefinieerde klasse. Een landbodem kan nog wel worden ingedeeld in “wonen” ondanks enkele overschrijdingen van de norm voor “wonen”. Hierbij mag niet de “industriewaarde” en de waarde “wonen plus achtergrondwaarde” voor een aantal stoffen worden overschreden. Het aantal toegestane overschrijdingen is vermeld in de regeling Bodemkwaliteit. Om te beoordelen of een bodemkwaliteit voldoet aan het huidige gebruik of geschikt is voor de huidige of toekomstige functie, wordt met een risicotoolbox (op www.risicotoolboxbodem.nl) getoetst. Bij deze toets worden humane en ecologische risico’s berekend die ontstaan zodra de achtergrondwaarde wordt overschreden voor de betreffende functie. Het is voor de meeste gebruiksfuncties niet noodzakelijk een volledig schone bodem te hebben. Als gevoeligste functie met betrekking tot humane risico’s geldt gebruik als moestuin.
Gebieden met hoge ecologische waarden worden strenger getoetst. Als minst gevoelige functie binnen de risicotoolbox geldt industrie. Bij sterke bodemverontreinigingen worden meer risico’s beoordeeld zoals verspreidingsrisico’s. Hiervoor geldt de saneringsurgentiesystematiek (SansCrit, SUS), waarbij wordt beoordeeld of urgente bodemsanering noodzakelijk is voor gevallen van voor 31/12/1987. In principe geldt volgens de Wet bodembescherming dat alle gevallen van ernstige bodemverontreiniging op enig moment functioneel gesaneerd moeten worden en nieuwe gevallen (van na 1987) doorgaans volledig en binnen 4 jaar. Het uitvoeren van een bodemsanering die ernstig is, dient vooraf te worden beschikt met een saneringsplan of volgens het Besluit Uniforme Saneringen te worden uitgevoerd. Waterbodem Bij waterbodemonderzoek wordt de kwaliteit van de waterbodem met monsterneming en chemische analyses vastgesteld, waarbij de waterbodem wordt gekwalificeerd volgens bovenstaande tabel. Het niet overschrijden van een norm (AW, A of B) leidt tot indeling in de kwaliteit met de naam van de norm. Hierbij is de norm voor klasse A bepaald als de herverontreinigingsgraad van nieuw te vormen baggerspecie. Indien de klasse B‐norm wordt overschreden, wordt automatisch de interventiewaarde overschreden en is er sprake van een ernstige waterbodemverontreiniging.
p. 1/4
Besluit Bodemkwaliteit Hoste Milieutechniek BV 1 januari 2014
Waterbodems worden zelden gesaneerd, maar vaak onderhouden. Hierbij komt baggerspecie vrij. Alleen in geval van onderhoud van sterk verontreinigde waterbodems is men vrijgesteld van het aanvragen van een beschikking. Er dient wel gemeld te worden. Tot onderhoud wordt uitsluitend het verwijderen van bagger t.b.v. het borgen van de watervoerende functie beschouwd waarbij maximaal tot aan het oorspronkelijke profiel slib wordt verwijderd. Bij alle overige redenen voor verwijderen van slib is in geval van overschrijding van de interventiewaarde of klasse B‐ norm, sprake van “saneren” en is een beschikking Wet bodembescherming noodzakelijk. Gebiedsspecifiek beleid Beheerders van gebieden (gemeenten, provincies, waterschappen, Rijkswaterstaat) zijn verplicht het beheersgebied te verdelen in gebruiksfuncties volgens de tabel op de vorige bladzijde. Als gebruiksfunctie wordt het gevoeligste gebruik binnen een te definiëren zone gehanteerd: de functiekaart. Tevens wordt een bodemkwaliteitskaart opgesteld op basis van verzamelde bodemonderzoeken. De beheerders stellen met behulp van de risicotoolbox Lokale Maximale Waarden op voor in elke zone toe te passen grond en bagger. Met dit beleid kan de beheerder invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de bodemkwaliteit.
Zo kan afhankelijk van ecologische functie en wijze van menselijk gebruik voor iedere zone maatwerknormen worden vastgesteld. Bij ontwikkeling in de zone dient men dan rekening te houden met de doelstellingen van de beheerder om de bodemkwaliteit op het gewenste niveau te krijgen. Als instrumenten heeft zij ter beschikking: Eisen aan terugsaneerwaarden (tot welk niveau moet worden gesaneerd indien sanering vanwege andere regelgeving verplicht is); Eisen aan in het gebied te gebruiken grond en baggerspecie. Ook voor oppervlaktewater kan dergelijk beleid zijn of worden ontwikkeld. De buitengebieden en gebieden met doorgaans weinig bodemverontreiniging worden buiten deze gebiedsspecifieke kwalificaties gehouden. Voor deze gebieden geldt dan generiek beleid. Generiek beleid Voor gebieden waarvoor geen specifiek beleid is of wordt opgesteld, geldt generiek beleid. Hierbij wordt de bodemfunctiekaart of de bodemkwaliteitskaart bepalend voor de kwaliteit van in de zone toe te passen grond en bagger. Er geldt dat toe te passen grond en bagger in een zone dient te voldoen aan de strengste van de criteria “functie” en “bodemkwaliteit”.
landbouw
wonen
industrie
landbouw wonen industrie
Gebiedsaltijd toepasbaar specifiek
klasse A wonen
klasse B industrie
niet toepasbaar
max. waarde industrie of B
AW
Generiek altijd toepasbaar
max. waarde wonen of A
kwaliteitcriterium
functiecriterium
Lokale Maximale Waarden
niet toepasbaar
ruimte voor hergebruik van sterk verontreinigde grond en bagger Dergelijk beleid geldt ook voor de waterbodem, waarbij schone bagger en klasse A in oppervlaktewater onder voorwaarden mag worden verspreid. Onder generiek beleid valt ook het verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen. Hiervoor is apart beleid ontwikkeld waarbij combinatietoxicologie een belangrijke rol speelt in het beoordelen of bagger op het land mag worden verspreid. De toxische grens van wat nog wel en wat niet mag worden verspreid op land is gegeven met de voorwaarde bij opstellen van dit besluit dat evenveel bagger op land mag worden verwerkt als voorheen volgens de Vierde Nota Waterhuishouding. Dit heeft geleid tot de voorwaarde dat 20% van de Potentieel Aanwezige Fractie (soorten, organismen) schade mag ondervinden als gevolg van het op het land verspreiden van baggerspecie door organische verontreinigingen en 50% door anorganische verontreinigingen (ms PAF). Altijd geldt dat de interventiewaarde voor de landbodem niet mag worden overschreden.
p. 2/4
Besluit Bodemkwaliteit Hoste Milieutechniek BV 1 januari 2014
Grootschalige toepassingen van grond en bagger Voor gebruik van grond en bagger in grootschalige toepassingen geldt dat voor werken op de landbodem grond en bagger aan de norm “industrie” moet voldoen en voor werken in oppervlaktewater aan “klasse B”. Hierbij mag grond uit de landbodem in klasse B echter niet de waarde “industrie” overschrijden. Voor grond en bagger gelden tevens emissietoetswaarden waarboven uitloogonderzoek moet worden uitgevoerd om aan de emissienormen te toetsen. Onder grootschalige toepassingen worden o.a. geluidwallen verondiepingen van zandwinputten en wegcunetten verstaan. Met uitzondering van wegcunetten en aan rijks‐ en provinciale wegen grenzende bermen tot 10 meter vanaf de rand van de weg geldt dat een grootschalige toepassing minimaal 2 meter dik en 5000 m3 in omvang moet zijn en moet worden afgedekt met een halve meter grond of bagger met kwaliteit volgens generiek of gebiedsspecifiek beleid. Wegcunnetten en bermen van rijks‐ en provinciale wegen dienen minimaal een halve meter dik te zijn, hoeven geen 5000 m3in omvang te zijn en hoeven niet te worden afgedekt met gebiedskwaliteitgrond of ‐ bagger. Grond en bagger dient voor gebruik in dergelijke toepassingen gekeurd te worden door bemonstering volgens protocol 1001 en AP04‐analyses.
Hierbij worden per maximaal 10.000 ton 100 grepen genomen die in het veld worden samengevoegd tot twee mengmonsters voor analyse. Grond en bagger kan ook onder BRL9335 door grondbanken worden geleverd. Grondbanken hebben mogelijkheden in het proces om kleine partijen samen te voegen tot één grote partij. Gekwalificeerde partijen mogen onder verantwoordelijkheid van de eigenaar worden gesplitst in deelpartijen, waarbij degene die de splitsing uitvoert verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de geleverde deelpartijen. Hierbij dient de nodige zorg in acht te worden genomen indien er twijfels zijn over de homogeniteit van de partij. Bij de classificatie van grond en bagger voor toepassing op het land zijn enkele overschrijdingen van de achtergrondwaarde toegestaan, mits niet meer dan in het besluit is vastgesteld en met niet meer dan een factor 2. Bouwstoffen Het besluit is ook van toepassing op bouwstoffen die minimaal voor 10% bestaan uit aluminium, calcium en silicium (metallisch aluminium en glas uitgezonderd). Bouwstoffen zijn onderverdeeld in vormgegeven en niet vormgegeven bouwstoffen. Voorbeelden van niet vormgegeven bouwstoffen zijn granulaten van metselwerk, beton, asfalt, maar ook AVI‐as, hoogovenslakken en dergelijke. Vormgegeven bouwstoffen zijn monolitisch (beton, asfalt, cementstabilisatie) of bestaan uit elementen ven minimaal 50 cm3 (o.a.
dakpannen, tegels, klinkers, bakstenen). Voor bouwstoffen gelden samenstellingsnormen en uitloognormen. Voor vormgegeven bouwstoffen (V) wordt de uitloogbaarheid uitgedrukt in mg/m2. Voor niet vormgegeven bouwstoffen (NV) wordt de uitloogbaarheid uitgedrukt in mg/kgds. In bijlage A bij de regeling Bodemkwaliteit zijn de normen opgenomen waar bouwstoffen aan moeten voldoen. Bouwstoffen dienen voor gebruik gekeurd te worden door bemonstering volgens VKB‐protocol 1002 (niet vormgegeven), 1003 (vormgegeven) en AP04‐analyses. Het is gebruikelijk dat bouwstoffen eerst worden geleverd met een procescertificaat (BRL of Fabrikant eigen verklaring =FEV). Bij hergebruik van NV‐bouwstoffen worden doorgaans partijkeuringen uitgevoerd. Vormgegeven bouwstoffen hoeven niet te worden gekeurd als de elementen op dezelfde worden hergebruikt en niet zijn bewerkt. Niet vormgegeven bouwstoffen hoeven niet te worden gekeurd als bij gebruik op een andere locatie het eigendom van het materiaal niet verandert en het materiaal op een zelfde manier wordt gebruikt (bijvoorbeeld puingranulaat uit een tijdelijke bouwweg). gebruik (toepassen) en transport bij hanteren BRL of FEV Het procescertificaat voor toepassing in werken van grond, bagger en bouwstoffen volgens een BRL of FEV wordt afgegeven na levering van de materialen.
Het kan beschouwd worden als een bewijsmiddel dat alle stappen in het proces van fabricage, keuring en gebruik van de materialen, conform voorschriften is uitgevoerd. Dit houdt in dat alle kritische stappen in dit proces onder kwaliteitsborging en dus toezicht en controle staan van een erkend bedrijf. De keuring van de materialen is hier slechts een onderdeel van. Erkende leveranciers zijn voor het gehele beheer; keuring, transport en gebruik, verantwoordelijk volgens deze processen. De erkende leveranciers dienen te voldoen aan een aantal kritische voorwaarden: Toezicht op het proces (inclusief tijdelijke opslag e.d.); Eenduidige partijdefinities; Na transport en afgifte van de materialen vindt verificatie plaats, inclusief de afgifte van een NL‐BSB‐ of KOMO‐certificaat; contra expertise vormt een onderdeel van het procescertificaat; deze mag alleen worden uitgevoerd door erkende bureaus en volgens de voorschriften uit de betreffende BRL of FEV; voor elke BRL en FEV gelden verder specifieke eisen.
p. 3/4
Besluit Bodemkwaliteit Hoste Milieutechniek BV 1 januari 2014
Tabel 1 normen voor grond en baggerspecie stof Metalen Arseen Barium@ Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood molybdeen nikkel zink
AW land
AW water‐ bodem
wonen
industrie
Klasse A
Klasse B
Emissie‐toets
Emissie‐ waarde
20
20
27
29
0.6 55 15 40 0.15 50 1.5 35 140
0.6 55 15 40 0.15 50 1.5 35 140
1.2 62 35 54 0.83 210 88 39* 200
76 920 4.3 180 190 190 4.8 530 190 100 720
85 625 14 380 240 190 10 580 200 210 2000
42 413 4.3 180 130 113 4.8 308 105 100 430
0.61 4.1 0.051 0.17 0.24 1.0 0.49 15 0.48 0.21 2.1
4 120 25 96 1.2 138 5 50 563
PAK 10 VROM
1.5
1.5
6.8
40
9
40
PCB (7)
0.02
0.02
0.04
0.5
0.139
1.0
chloordanen DDT DDE DDD Som DDT/DDE/DDD Aldrin Dieldrin endrin Drins (3) A endosulfan a‐HCH b‐HCH g‐HCH som HCH heptachloor heptachloorepoxide hexachloorbutadieen
0.002 0.2 0.1 0.02
0.005
0.002 0.2 0.13 0.84
0.002 1 1.3 34
0.005
4.0
0.3 0.005 0.005 0.005 0.015 0.005 0.005 0.005 0.005 0.01 0.005 0.005 0.005
4.0
0.04 0.001 0.001 0.002 0.04
0.14 0.001 0.5 0.5 0.5
0.001 0.002 0.003
0.3 0.005 0.005 0.005 0.015 0.005 0.005 0.005 0.005 0.01 0.005 0.005 0.005
0.001 0.002
0.001 0.002
Olie asbest
190 100
190 100
190 100
500 100
1250 100
5000 100
Pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen
0.0025 0.0085
0.005 0.005
0.0025 0.027
5.0 1.4
0.007 0.044
5.0 1.4
pentachloorfenol
0.003
0.005
1.4
5
0.016
5.0
0.015 0.001 0.001 0.002 0.003
4.0 4.0
2.0 4.0 4.0
Normen uit bijlage B, Regeling Bodemkwaliteit, tabel 1 en 2; aangepast aan AS3000 rapportagegrenzen; normen per 1‐1‐2014. *: bij toetsen aan art. 4.2.2 van de regeling Bodemkwaliteit vervalt de norm Wonen @: indien barium niet antropogeen aanwezig is, mag de toetsing aan de eisen voor barium vervallen
p. 4/4