Bodemonderzoek (1)
Tekst van het document
ACTUALISEREND HISTORISCH EN AANVULLEND BODEMONDERZOEK KERKWEG-OOST 214-216 IN WADDINXVEEN Definitief
opdrachtgever contactpersoon
RPS advies- en ingenieursbureau bv projectnummer projectleider kenmerk datum aantal pagina’s aantal bijlagen
Blouberg projectontwikkeling De heer J. van den Berge Casembrootstraat 7 4311 AB BRUINISSE
1806732A00 Fredo van der Sterre 1806732A00-R18-882 30 november 2018 21 exclusief bijlagen 6
paraaf voor akkoord:
__________________________________ F.J.E. van der Sterre (projectleider/controleur)
___________________________________ B.O.J.P. van Dongen (auteur)
Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 2 van 21
RPS advies- en ingenieursbureau bv in Leerdam RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens:
▪ ▪ ▪ ▪
NEN-EN-ISO 9001:2008 en ISO 14001:2004 VGM Checklist Aannemers (VCA**) BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001) BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018)
▪
BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003)
RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001:2008, ISO 14001:2004, RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).
2001 + 2002
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 3 van 21
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 5 1.1 Algemeen ........................................................................................................................... 5 1.2 Aanleiding .......................................................................................................................... 5 1.3 Doelstelling ........................................................................................................................ 5 1.4 Toegepaste normen ........................................................................................................... 5 1.5 Opbouw rapportage ........................................................................................................... 6
2
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 7 2.1 Ligging locatie en algemene gegevens ............................................................................. 7 2.2 Historische gegevens ........................................................................................................ 7 2.3 Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ........................................................................... 8 2.4 Conclusie vooronderzoek .................................................................................................. 8
3
ONDERZOEKSSTRATEGIE .........................................................................................................10 3.1 Hypothese ........................................................................................................................10 3.2 Onderzoeksopzet veldwerk .............................................................................................10 3.3 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ...............................................10
4
RESULTATEN VELDWERK .........................................................................................................12 4.1 Veldwerk ..........................................................................................................................12 4.2 Lokale bodemopbouw ......................................................................................................12 4.3 Zintuiglijke waarnemingen ...............................................................................................12 4.4 Meetresultaten grondwatermonsters ...............................................................................13
5
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ...................................................................................14 5.1 Samenstelling analysemonsters ......................................................................................14 5.2 Toetsing analyseresultaten ..............................................................................................15 5.2.1 Toetsingswaarden............................................................................................................15 5.2.2 Toetsingsresultaten grondmonsters ................................................................................16 5.2.3 Toetsingsresultaten grondwatermonsters .......................................................................16 5.3 Interpretatie ......................................................................................................................16
6
INDICATIEF ASBESTONDERZOEK ............................................................................................18 6.1 Algemeen .........................................................................................................................18 6.2 Samenstellingsonderzoek analysemonster asbest .........................................................18 6.3 Toetsingsresultaten..........................................................................................................18 6.4 Analyseresultaten ............................................................................................................19
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .........................................................................................20 7.1 Conclusies .......................................................................................................................20 7.2 Toetsing hypothesen .......................................................................................................20 7.3 Aanbevelingen .................................................................................................................20 7.4 Hergebruiksmogelijkheden grond ....................................................................................20 7.5 Slotwoord .........................................................................................................................21
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 4 van 21
BIJLAGEN: 1. A Regionale ligging van de onderzoekslocatie B Kadastrale kaart C Locatieoverzicht met boorpunten en peilbuizen 2. Boorprofielen 3. Toetsingskader 4. Analysecertificaten 5. Getoetste analyseresultaten 6. Foto’s van de onderzoekslocatie
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 5 van 21
1.
INLEIDING
1.1
Algemeen
Dit rapport behandelt het actualiserend historisch en aanvullend bodemonderzoek dat RPS adviesen ingenieursbureau bv (RPS) heeft verricht in opdracht van Blouberg projectontwikkeling. Het onderzoek is uitgevoerd aan de Kerkweg-Oost 214-216 in Waddinxveen. Het onderzoek staat bij RPS geregistreerd onder nummer 1806732A00.
1.2
Aanleiding
Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het perceel. Op de locatie is in 2012 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De gegevens daarvan zijn echter gedateerd (>5 jaar oud). In een adviesnotitie van de ODMH (met kenmerk 2018103726, d.d. 23-05-2018) staat aangegeven dat er in 2012 niet voldoende onderzoek is uitgevoerd naar: ▪ Een voormalige ondergrondse HBO-tank van 3.000 liter. ▪ Mogelijke verontreiniging afkomstig van het naastgelegen perceel (tankstation, Oranjelaan 21).
1.3
Doelstelling
Het doel van het bodemonderzoek in deze situatie is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit teneinde de herontwikkeling mogelijk te maken.
1.4
Toegepaste normen
Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5725 (Nederlandse Norm: 'Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek', oktober 2017). Het vooronderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie wordt gebruikt voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740/A1 (Nederlandse Norm: ‘Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, februari 2016). De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) met onderliggende protocollen 2001 en 2002.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 6 van 21
1.5 ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
Opbouw rapportage In hoofdstuk 2 is een beeld gegeven van de onderzoekslocatie. Aspecten als ligging, terreininrichting en grondgebruik zijn hierbij toegelicht. Tevens is in dit hoofdstuk duidelijk gemaakt welke bodembelastende activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategie. Hierin is de hypothese gesteld en een toelichting gegeven op het uitgevoerde veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het veldonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Bodemopbouw, grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen zijn in dit hoofdstuk behandeld. De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk is tevens een interpretatie van deze resultaten gegeven. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten van het indicatief asbestonderzoek weergegeven. In hoofdstuk 7 zijn vervolgens conclusies getrokken naar aanleiding van het veld- en laboratoriumonderzoek en zijn aanbevelingen gedaan.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 7 van 21
2
VOORONDERZOEK
2.1
Ligging locatie en algemene gegevens
De onderzoekslocatie aan de Kerkweg-Oost 214 en 216 ligt ten zuiden van het stadscentrum van Waddinxveen. De locatie wordt in het noorden begrensd door een benzinestation (Shell) en autobedrijf Boonstoppel, in het oosten door buurtperceel Kerkweg-Oost 218, in het zuiden door de Kerkweg-Oost en in het westen door de Juliana van Stolberglaan. De locaties Kerkweg-Oost 214 en 216 zijn momenteel braakliggend. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2.1: algemene gegevens onderzoekslocatie algemene gegevens
informatiebron
adres
Kerkweg-Oost 214 en 216
opdrachtgever
postcode en plaats (gemeente)
2741 HA Waddinxveen
opdrachtgever
huidig gebruik
braakliggend terrein
opdrachtgever
kadastrale aanduiding
gemeente Waddinxveen, sectie B,
Kadaster
perceelnummers 4707 en 4853 x-,y-coördinaten
Kerkweg-Oost 214: 104771 - 450988
Kadaster
Kerkweg-Oost 216: 104794 - 450986 oppervlakte locatie
totale oppervlakte 2.768 m2
opdrachtgever
bebouwing op het terrein
geen
opdrachtgever/veldinspectie
terreinverharding
geen
veldinspectie
In de bijlagen zijn de volgende tekeningen en kaarten opgenomen: Bijlage 1a - regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 1b - kadastrale kaart Bijlage 1c - gedetailleerde tekening van het perceel met de boorlocaties
2.2
Historische gegevens
Bij de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) is navraag gedaan naar beschikbare gegevens over de voormalige ondergrondse HBO-tank op de onderzoekslocatie en de aanwezige mobiele verontreiniging met minerale olie op het aangrenzende noordelijke perceel. Daarnaast is het bodemloket van het gezamenlijk bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) geraadpleegd via www.bodemloket.nl. (Bodembedreigende) activiteiten op de locatie Bij de ODMH zijn geen gegevens bekend over potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten op de locatie. Wel zijn gegevens bekend over de voormalige aanwezigheid van een ondergrondse HBO-tank van 3.000 liter. Deze tank zou zich in het oostelijk deel van het perceel bevinden.
Figuur 2.1: vermoedelijke voormalige ligging ondergrondse HBO-tank
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 8 van 21
Historische informatie uit eerdere onderzoeken Op de locatie is al eerder bodemonderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 2.3). In dit verkennend bodemonderzoek (RPS advies- en ingenieursbureau bv, projectnummer NC12180401, d.d. 16 maart 2012) is de volgende informatie te herleiden: ▪ luchtfoto’s en ander kaartmateriaal; ▪ achtergrondwaarden (bodemkwaliteitskaart); ▪ geologie en geohydrologie. Voor deze informatie wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van het in 2012 uitgevoerde bodemonderzoek. Locatie-inspectie Op 16 november 2018 heeft een medewerker van RPS, de heer M.J. van de Vliert, een locatieinspectie uitgevoerd. Tijdens deze locatie-inspectie zijn geen bodembedreigende situaties geconstateerd. Op de onderzoekslocatie zijn geen verdachte deellocaties zichtbaar. In bijlage 6 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.
2.3
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de onderzoekslocatie is in het verleden al bodemonderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek (RPS advies- en ingenieursbureau bv, projectnummer NC12180401, d.d. 16 maart 2012) is uitgevoerd in verband met een grondtransactie. Uit het onderzoek blijkt dat in de bovengrond plaatselijk een matig verhoogd gehalte aan lood is aangetroffen. Ook bevat de bovengrond licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, kwik, nikkel, zink en PAK (10). In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten gemeten aan kwik, lood en zink. Het matig verhoogd gehalte aan lood in de bovengrond is getoetst aan de bodemkwaliteitskaart van de Milieudienst Midden-Holland en wordt beschouwd als een regionaal verhoogde achtergrondgehalte. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium, xylenen en 1,2-dichloorethenen aangetroffen. Uit het historisch onderzoek als onderdeel van het bodemonderzoek uit 2012 wordt aangegeven dat er op de locatie geen bron aanwezig is (geweest) die verontreiniging van de bodem heeft kunnen veroorzaken. Ten noorden van de locatie (Oranjelaan 21 te Waddinxveen) bevindt zich aangrenzend een benzineservicestation met een autoherstelplaats. Op deze locatie zijn meerdere bodem- en saneringsonderzoeken uitgevoerd. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Wbb-locatie ZH062709010) die niet spoedeisend is.
Niet alle aanwezige bodemverontreinigingen zijn verwijderd. De nog aanwezige bodemverontreinigingen overschrijden voor zover bekend niet de perceelgrens. Uit de beoordeling van de ODMH (ODMH, kenmerk 2018103726, d.d. 23-05-2018) blijkt dat er meer gegevens bekend zijn dan dat er in de rapportage van 2012 vermeld staan. Derhalve is onderhavig actualiserend historisch en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd.
2.4
Conclusie vooronderzoek
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn concrete aanwijzingen naar voren gekomen dat een deel van de onderzoekslocatie mogelijk verontreinigd is met één of meer stoffen. Uit de informatie van de ODMH blijkt dat op de locatie een voormalige ondergrondse tank van 3.000 liter heeft gelegen. Daarnaast bevindt zich op het aangrenzende noordelijke perceel een mobiele verontreiniging met minerale olie. Mogelijk heeft deze mobiele verontreiniging zich verspreid op de
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 9 van 21
huidige locatie. Langs de perceelgrens met het aangrenzende noordelijke perceel (Oranjelaan 21) en ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank van 3.000 liter wordt de locatie beschouwd als ‘verdacht’ voor bodemverontreiniging. Het overig gedeelte van de locatie wordt beschouwd als ‘onverdacht’ voor bodemverontreiniging.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 10 van 21
3
ONDERZOEKSSTRATEGIE
3.1
Hypothese
Op basis van de nu beschikbare gegevens gaan wij uit van de volgende onderzoeksstrategie: ▪ Actualisatie algehele bodemkwaliteit (uitsluitend bovengrond) volgens strategie ‘onverdacht’. ▪ Onderzoek rondom de voormalige 3.000 liter HBO-tank volgens strategie ‘VEP-OO’ (strategie voor ondergrondse brandstoftanks). ▪ Onderzoek langs de perceelgrens: maatwerk.
3.2
Onderzoeksopzet veldwerk
De conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggende protocollen 2001 en 2002. Tabel 3.1: overzicht veldwerkzaamheden onderdeel
oppervlakte
boringen
boringen
peilbuizen
boor-
(m2)
tot 0,5 m-mv
tot gws1)
tot 1,5 m-gws2)
nummers
2.768
12
-
-
01 t/m 12
vml. 3.000 liter tank
-
-
1
1
201, 202
langs perceelgrens
-
-
2
2
101 t/m 104
actualisatie algemene bodemkwaliteit
(met tankstation) gws: grondwaterstand (min. 1,0 m-mv) 1) Indien de grondwaterstand zich ondieper bevindt dan 1,0 m-mv geldt een boordiepte van 1,0 m-mv. Bevindt de grondwaterstand zich dieper dan 2,0 m-mv dan geldt een boordiepte van 2,0 m-mv. 2) Indien de grondwaterstand zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt, wordt er geen peilbuis geplaatst.
In tabel 3.1 is de diepte van de boringen aangegeven in meters beneden het maaiveld (m-mv). De einddiepte van de peilbuizen is circa 1,5 m onder de heersende grondwaterspiegel. De peilbuizen worden na plaatsing afgepompt. Het uitkomende bodemmateriaal wordt zintuiglijk beoordeeld op kleur en samenstelling en gedetailleerd weergegeven in profielbeschrijvingen. Grondmonsters worden genomen uit trajecten van maximaal 50 cm. Zintuiglijk verontreinigde bodemlagen worden apart bemonsterd zodat gerichte analyse van deze lagen mogelijk is. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden wordt tevens aandacht besteed aan het voorkomen van asbest en asbestgelijkende materialen in de bodem. De peilbuizen worden een week na plaatsing nogmaals afgepompt en bemonsterd en in het veld onderzocht op pH (zuurgraad) en elektrische geleiding (EC).
3.3
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
Het conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3.2. De analyses worden door een RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium uitgevoerd conform de geldende richtlijn. Voor analyses op grond en grondwater geldt het AS3000 (Accreditatieschema 3000). AS3000 beschrijft alle kwaliteitseisen vanaf het moment van monsteroverdracht aan het laboratorium tot en met de analyse en rapportage van het laboratorium.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 11 van 21
Tabel 3.2: laboratoriumonderzoek locatie
bovengrond
ondergrond
(0,0-0,5 m-mv) actualisatie algemene
(0,5-2,0 m-mv)
aantal
analyse
aantal
analyse
aantal
analyse
2
standaardpakket
-
-
-
-
Min.olie en
1
standaardpakket
bodemkwaliteit vml. 3.000 l tank
grondwater
bodem* -
-
1
vluchtige aromaten langs perceelgrens
-
-
2
Min.olie en
grondwater** 2
Min.olie en
(met tankstation) vluchtige aromaten vluchtige aromaten *) droge stof, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), PAK (10 VROM), minerale olie (GC), polychloorbifenylen (PCB’s - som 7). **) barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS), gechloreerde koolwaterstoffen en chloorbenzenen, bromoform en minerale olie (GC).
Van alle grond(meng)monsters wordt afzonderlijk het gehalte van organisch stof en lutum bepaald.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 12 van 21
4
RESULTATEN VELDWERK
4.1
Veldwerk
De boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16 november 2018 onder leiding van de heer M.J. van de Vliert overeenkomstig tabel 3.1 en onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562/10). In verband met het uit te voeren bodemonderzoek op de locatie is bij het Kadaster Klic een graafmelding uitgevoerd. Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot kabels en leidingen waren niet noodzakelijk.
4.2
Lokale bodemopbouw
De lokale bodemopbouw kan als volgt worden gekarakteriseerd: ▪ De bodem van 0,0 m-mv tot circa 0,5 m-mv bestaat afwisselend uit sterk zandig veen, sterk kleiig veen of matig grof, kleiig zand. ▪ De bodem van 0,5 m-mv tot de maximale boordiepte van 2,7 m-mv bestaat afwisselend uit mineraalarm veen en/of matig grof, zwak siltig zand. Het freatisch grondwater is aangetroffen op een diepte variërend van 0,8 tot 1,3 m-mv. In bijlage 2 zijn de profielbeschrijvingen als boorstaten opgenomen.
4.3
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn zintuiglijke afwijkingen aan de grond geconstateerd. Deze afwijkingen zijn opgenomen in tabel 4.1. Indien aan een bodemlaag geen zintuiglijke afwijking is geconstateerd, is de betreffende laag ook niet in de tabel opgenomen. Tabel 4.1: zintuiglijke waarnemingen nummer
diepte
boring
(m-mv)
zintuiglijke waarneming
eind diepte boring (m-mv)
04
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend, sporen kolengruis
0,50
05
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend, sporen kolengruis
0,50
07
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
0,50
08
0,00 - 0,50
matig puinhoudend
0,50
09
0,00 - 0,50
sporen kolengruis
0,50
10
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
0,50
11
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend, sporen kolengruis
0,50
12
0,00 - 0,40
zwak puinhoudend, sporen kolengruis
0,40
202
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
2,00
Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn geen asbest en/of asbestgelijkende materialen in de bodem of op het maaiveld waargenomen. Omdat volgens een uitspraak van de Raad van State is aangegeven (22 november 2016) dat elke puinhoudende laag als asbestverdacht gezien moet worden, is geadviseerd om ook de puinhoudende lagen uit bovengenoemde boringen te onderzoeken op de aanwezigheid van asbest. De resultaten van dit (indicatieve) asbestonderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 6.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 13 van 21
4.4
Meetresultaten grondwatermonsters
Tijdens de bemonstering van de peilbuizen op 23 november 2018 zijn het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/pH/EC-meter. De bemonstering is uitgevoerd door M.J. van de Vliert van RPS onder Kwalibo-erkenning. Het EC wordt als maat gehanteerd voor de hoeveelheid opgeloste zouten in het water en wordt uitgedrukt in micro-Siemens per centimeter (µS/cm) of milli-Siemens per centimeter (mS/cm). In tabel 4.2 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven. Tabel 4.2: gegevens grondwatermonsters nummer
filterstelling
peilbuis
(m-mv)
101
1,70-2,70
104
1,60-2,60
201
1,50-2,50
pH
EC
troebelheid
gws tijdens
gws tijdens
(µS/cm)
(NTU)
plaatsing (m-mv)
bemonstering(m-mv)
6,1
997
61,9
1,30
0,88
6,5
1.494
112
1,10
0,99
6,6
1.629
57,5
1,00
0,70
De pH en EC kunnen voor de onderzoekslocatie als normale waarden worden beschouwd. Met betrekking tot troebelheid dient te worden gesteld dat wanneer de waarde hoger ligt dan 10 NTU, eventueel gemeten verontreinigingen in het grondwater met slecht oplosbare organische parameters (onder andere PAK en PCB), deze mede veroorzaakt kunnen zijn door gronddeeltjes.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 14 van 21
5
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
5.1
Samenstelling analysemonsters
De laboratoriumwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de onderzoeksopzet, weergegeven in tabel 3.2. De samenstelling van de mengmonsters van de boven- en ondergrond heeft plaatsgevonden in het laboratorium van Synlab (voorheen ALcontrol) in Hoogvliet. Hierbij is rekening gehouden met de geografische indeling van de onderzoekslocatie, de bodemtypen en informatie zoals weergegeven in hoofdstuk 4. In tabel 5.1 en 5.2 zijn respectievelijk de specificaties voor de grond- en grondwatermonsters aangegeven. Tabel 5.1: samenstelling grond(meng)monsters nummer
nummer
diepte
analysepakket
(meng)monster
boring
(m-mv)
incl. AS3000
M.01
04, 05, 07,
0,0 - 0,5
standaardpakket
M.02
11, 12 en 202
0,0 - 0,5
standaardpakket
08, 09 en 10
bodem bodem
M.03
101
0,7 - 1,7
Min. olie en
102
0,5 - 1,5
vluchtige aromaten
onderzoeksdoel bepalen kwaliteit puin- en/of kolengruishoudende bovengrond (veen) bepalen kwaliteit puin- en/of kolengruishoudende bovengrond (zand) bepalen kwaliteit zintuiglijk schone ondergrond langs de perceelgrens (met tankstation) (veen)
M.04
103
0,5 - 1,5
Min. olie en
104
0,5 - 1,3
vluchtige aromaten
bepalen kwaliteit zintuiglijk schone ondergrond langs de perceelgrens (met bodemverontreiniging buurtperceel) (veen)
M.05
201
1,0 - 1,3
Min. olie en vluchtige aromaten
bepalen kwaliteit zintuiglijk schone ondergrond ter plaatse van voormalige HBO-tank (zand)
Tabel 5.2: overzicht grondwatermonsters nummer
nummer
filterstelling
analysepakket
watermonster
boring
(m-mv)
incl. AS3000
101
1,7 - 2,7
Min.olie en
WM-101
onderzoeksdoel bepalen aanwezigheid vluchtige
vluchtige aromaten componenten in het grondwater langs de perceelgrens (met tankstation) WM-104
104
1,6 - 2,6
Min.olie en
bepalen aanwezigheid vluchtige
vluchtige aromaten componenten in het grondwater langs de perceelgrens (met bodemverontreiniging buurtperceel) WM-201
201
1,5 - 2,5
standaardpakket grondwater
bepalen kwaliteit grondwater
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 15 van 21
5.2
Toetsing analyseresultaten
5.2.1 Toetsingswaarden Toetsing van de analyseresultaten vindt plaats aan de toetsingswaarden zoals die op 1 juli 2013 van kracht zijn geworden (Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013), zie ook ‘Toelichting op het Wbb’ in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice van SIKB-IHW) via de webapplicatie @MIS. Grond In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen de AW2000-waarde (voorheen: ‘streefwaarde’) en de interventiewaarden. Als actiewaarde (tussenwaarde) voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de achtergrondwaarde ((AW+I) * ½ ). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: AW2000 T I
= = =
achtergrondwaarde triggerwaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) interventiewaarde
Dit leidt tot de volgende indeling: ▪ gehalte < AW2000 - niet verontreinigd ▪ gehalte > AW2000 en < T - licht verontreinigd ▪ gehalte > T en < I - matig verontreinigd ▪ gehalte > I - sterk verontreinigd Alvorens de analyseresultaten te toetsen worden deze naar standaard bodem omgerekend (organische stof 10% en humus 25%). Voor barium geldt dat per 1 april 2009 wettelijk geen eis meer is vastgesteld. Grondwater In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen streef- en interventiewaarden. Als actiewaarde voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de streefwaarde ((S+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: S T I
= = =
streefwaarde triggerwaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) interventiewaarde
Dit leidt tot de volgende indeling: ▪ gehalte < S - niet verontreinigd ▪ gehalte > S en < T - licht verontreinigd ▪ gehalte > T en < I - matig verontreinigd ▪ gehalte > I - sterk verontreinigd De toetsingswaarden voor grondwater zijn landelijk vastgesteld. De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn alle analyseresultaten van de monsters weergegeven die getoetst zijn aan de geldende achtergrond-/streef- en interventiewaarden.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 16 van 21
5.2.2 Toetsingsresultaten grondmonsters In twee van de vijf geanalyseerde grond(meng)monsters zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden conform de Wbb aangetoond. In tabel 5.3 is een samenvatting van de toetsing weergegeven. Voor de omgerekende toetsingswaarden wordt verwezen naar bijlage 5. Tabel 5.3: overzicht toetsingsresultaten grond(meng)monsters nummer (meng)monster M.01
kritische parameter(s)
overschrijding
lood
> triggerwaarde
cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen,
> AW2000-waarde
nikkel, zink en PAK lood
> triggerwaarde
kwik, nikkel, zink en PAK
> AW2000-waarde
M.03
-
< AW2000-waarde
M.04
-
< AW2000-waarde
M.05
-
< AW2000-waarde
M.02
5.2.3 Toetsingsresultaten grondwatermonsters In de geanalyseerde grondwatermonsters zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden van de Wbb aangetoond. De overschrijdingen zijn opgenomen in tabel 5.4. Als voor een bepaalde component geen overschrijding is aangetoond, is deze component niet in de tabel opgenomen. Tabel 5.4: overzicht gemeten overschrijdingen in de grondwatermonsters nummer
kritische parameter(s)
overschrijding
WM-101
naftaleen
> streefwaarde
WM-104
naftaleen
> streefwaarde
WM-201
barium en naftaleen
> streefwaarde
watermonster
5.3
Interpretatie
Verontreinigingssituatie grond Uit de analyseresultaten blijkt dat het gehalte aan lood in de bovengrond plaatselijk de triggerwaarde (voorheen tussenwaarde) overschrijdt. Bij een berekende triggerwaarde van 290 mg/kg ds en een interventiewaarde van 530 mg/kg ds is voor lood een waarde gemeten van 356 mg/kg ds. Ook bevat de bovengrond lichte verontreinigingen aan cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, zink en PAK. In de onderzochte ondergrond langs de perceelgrens en ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank zijn geen verontreinigingen aangetoond van oliegerelateerde producten. Wanneer de matige verontreiniging aan lood wordt getoetst aan de bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) blijkt dat een maximale waarde van 566,5 mg/kg ds mag worden aangehouden. Derhalve is er geen sprake van een daadwerkelijk verontreiniging, maar van een regionaal verhoogd achtergrondgehalte. Het instellen van een vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Opgemerkt dient te worden dat bij analyses van mengmonsters de gehalten in individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het gemeten gehalte in het mengmonster.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 17 van 21
Verontreinigingssituatie grondwater In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium en naftaleen aangetoond. De overige gemeten parameters zijn niet verhoogd aangetoond. De aangetroffen concentratie barium betreft waarschijnlijk een natuurlijke achtergrondconcentratie. De oorzaak van de lichte verontreiniging met naftaleen is niet bekend. De gemeten concentraties geven geen aanleiding voor het uitvoeren van aanvullend grondwateronderzoek.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 18 van 21
6
INDICATIEF ASBESTONDERZOEK
6.1
Algemeen
Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond zwakke tot matige bijmengingen met puin waargenomen die per definitie als asbestverdacht moeten worden aangemerkt. De puinhoudende grond is aanvullend, op locatie, gezeefd over zeef 20 mm. Er zijn hierbij geen asbest en/of asbestgelijkende materialen waargenomen. Van de gezeefde grond, van de fractie kleiner dan 20 mm, is een mengmonster samengesteld voor nader laboratoriumonderzoek op de eventuele aanwezigheid van asbestvezels. De weersomstandigheden waren geen reden voor een verminderde visuele waarneming; er was weinig neerslag, weinig wind en geen mist. Het asbestonderzoek is gecombineerd met de uitvoering van het bodemonderzoek waarvan de resultaten in hoofdstuk 5 zijn behandeld. Hierdoor heeft het asbestonderzoek een indicatief karakter.
6.2
Samenstellingsonderzoek analysemonster asbest
Tijdens het onderzoek zijn in boringen 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12 en 202 in de bovengrond zwakke tot matige bijmengingen puin aangetroffen. In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de samenstelling van het mengmonster. Tabel 6.1: samenstelling grond(meng)monster ten behoeve van het asbestonderzoek locatie Kerkweg-Oost
nummer
nummer
diepte
(meng)monster
boring
(m-mv)
MM 01
4, 5, 7, 8,
0,0 - 0,5
214-216 in Waddinxvveen
10, 12 en
analysepakket
onderzoeksdoel
analyse asbest
bepalen asbesthoudendheid zwak tot
(NEN5898)
matig puinhoudende bovengrond
202
De asbestanalyses zijn uitgevoerd door het RvA testen geaccrediteerd laboratorium van RPS Analyse bv in Breda.
6.3
Toetsingsresultaten
Per 24 februari 2000 is asbest opgenomen in de “Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering”, opgesteld door het Ministerie van VROM. Door het opnemen van asbest in deze circulaire wordt de Wet Bodembescherming (WBB) van toepassing verklaard op een met asbestverontreinigde bodem. Per 1 januari 2003 is een interventiewaarde ingevoerd voor asbest in grond, baggerspecie en puin (granulaat). De interventiewaarde is gesteld op een gewogen concentratie van 100 mg/kg. Voor het berekenen van een gewogen concentratie wordt de concentratie aan serpentijne asbest opgeteld bij 10 maal de concentratie aan amfibole asbest. Voor asbest-in-grond, baggerspecie en (puin)granulaat is geen streefwaarde opgesteld. Voor verontreinigingen veroorzaakt na 1993 geldt de Zorgplicht (terugsaneerwaarde hiervoor is een asbestgehalte onder de detectielimiet).
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 19 van 21
Per 1 maart 2003 is de restconcentratienorm voor toepassing en hergebruik van grond, baggerspecie en puin(granulaat) verontreinigd met asbest herzien. De restconcentratie is vastgesteld op een gewogen concentratie van 100 mg/kg. Tevens zijn de verpakkingseisen voor het vervoer van asbestbevattende bulkmaterialen, te weten grond en (puin)granulaat, gewijzigd. Asbestbevattende bulkmaterialen mogen in afgesloten containerwagens, zonder verpakt te zijn in containerbags of big bags, worden getransporteerd mits de gemeten concentratie niet hoger is dan 1.000 mg/kg d.s. Uitgangspunt voor de aangetroffen asbestverontreinigingen is dat deze veroorzaakt zijn voor 1993. Derhalve wordt een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. aangehouden.
6.4
Analyseresultaten
In bijlage 4 is het analysecertificaat van het geanalyseerde (meng)monster opgenomen. In de tabel 6.2 is de fijne fractie (grond <20 mm) beknopt weergegeven. Er is geen grove fractie asbest aangetoond. Daardoor is er geen sprake van verrekening van de grove en fijne fractie. Tabel 6.2: analyseresultaten fijne fractie (grond <20 mm) (meng)
inspectiegat
monster
traject
analytisch
soort
gewogen
(m-mv)
asbest aanwezig
asbest
concentratie
(<20 mm) MM 01
4, 5, 7, 8, 10,
0,0 - 0,5
nee
(mg/kg d.s.) -
<1,0
12 en 202
Uit de analyseresultaten blijkt dat de puinhoudende bovengrond geen asbestvezels (<20 mm) bevat. De puinhoudende bovengrond ter plaatse van de Kerkweg-Oost 214 en 216 in Waddinxveen mag formeel worden gekwalificeerd als niet-asbesthoudend.
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 20 van 21
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In dit hoofdstuk vindt de integratie plaats van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek. Op basis hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beschreven. Vervolgens vindt de toetsing plaats van de vooraf opgestelde hypothese.
7.1
Conclusies
Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek kan worden geconcludeerd dat de puin- en/of kolengruishoudende bovengrond aan de Kerkweg-Oost 214 en 216 in Waddinxveen hooguit matig verontreinigd is met lood en verder licht met cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, zink en PAK. Langs de “verdachte” noordelijke perceelgrens en ter plaatse van de voormalige HBO-tank zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Uit indicatief asbestonderzoek blijkt dat in de puinhoudende bovengrond geen concentratie aan asbest is aangetoond boven de detectiegrens (<1,0 mg/kg ds). De grond dient derhalve te worden aangemerkt als indicatief niet-asbesthoudend. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en naftaleen. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld gebracht. De resultaten van dit bodemonderzoek hoeven geen belemmering te vormen bij de voorgenomen herontwikkeling van het perceel.
7.2
Toetsing hypothesen
De onderzoekshypothesen, zoals opgesteld in paragraaf 3.1, zijn vergeleken met de resultaten van dit bodemonderzoek. Een overzicht van de toetsing van de hypothesen is in tabel 7.1 opgenomen. Tabel 7.1: toetsing onderzoekshypothese per deellocatie (deel)locatie
hypothese
conclusie
actualisatie algemene
onverdacht van bodemverontreiniging
hypothese verworpen
vml. 3.000 liter tank
verdacht van bodemverontreiniging
hypothese verworpen
langs perceelgrens
verdacht van bodemverontreiniging
hypothese verworpen
bodemkwaliteit
(met tankstation)
7.3
Aanbevelingen
De opdrachtgever wordt geadviseerd een exemplaar van dit rapport aan de gemeentelijke instantie te overleggen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning WABO (voorheen bouwvergunning).
7.4
Hergebruiksmogelijkheden grond
Bij eventuele graafwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aangetroffen verontreinigingen in de bodem. Grond die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte
Ref.: 1806732A00-R18-882 Datum: 30 november 2018 Pagina: 21 van 21
locatie vrijkomt, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Het is echter niet de bedoeling dat de verontreinigde grond als aanvulling dient of wordt gemengd met schone(re) grond. Wanneer grond van de locatie of naar buiten de geldende bodemkwaliteitszone moet worden afgevoerd, geeft dit verkennend bodemonderzoek onvoldoende informatie over de hergebruiksmogelijkheden en wordt door de toepasser een partijkeuring (AP04) geëist.
7.5
Slotwoord
RPS is onafhankelijk en heeft, naast de relatie opdrachtgever - opdrachtnemer, geen enkele relatie met de opdrachtgever. Wij zijn door het ministerie van Infrastructuur en Milieu aangewezen als erkend monsternemer. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de monsterneming en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Dit onderzoek betreft een momentopname. Naar gelang de tijd tussen onderzoek en toepassing groter is, dient voorzichtigheid betracht te worden bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
B I J L AG E 1. A Regionale ligging van de onderzoekslocatie
Omgevingskaart
Klantreferentie: 1806732A00
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Waddinxveen B 4853 KERKWG O 214, 2741HA WADDINXVEEN CC-BY Kadaster.
Schaal 1: 12500
B I J L AG E 1. B Kadastrale kaart
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 1806732A00
1-3
St ol b er gl aa n
5839
Ju lian a van
Ju lian a van
Ju lian a van
St ol b er gl aa n
St ol b er gl aa n
8
6017
4853 4707 2741
218
Ker kw eg- Oo st
151C-151D 153 153A-153B
155
151A-151B
2626
2972
159
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 6 november 2018 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
5m
25 m
Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Waddinxveen B 4853
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
B I J L AG E 1. C Locatieoverzicht met boorpunten en peilbuizen
A
4
A
A
A
5
8
A
A
A
9
Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend
Legenda
Ondezoekslocatie KadastraleGrens
Boorpunten
)
(
A Ondiepe boring tot 0,5 m-mv A Diepe boring tot 1 m-mv A³ Peilbuis
0
5
202 A³ " / A
12
10
schaal
1:5.000
20 Meters
Project:
Bodemonderzoek Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen Opdrachtgever:
Blouberg Projectontwikkeling Omschrijving:
Overzicht boorlocaties en vermoedelijke locatie voormalige HBO tank Projectnummer:
Vermoedelijke locatie voormalige HBO tank
Projectleider: Auteur:
Water en bodem
Regionale ligging
11
201
10
Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 345 - 639 696 W www.rps.nl
pdf/print door: browneg, 30-11-2018
104
A³
6
A
" /
7
Fase: Logo opdrachtgever:
1806732A00
Formaat:
A4
F. van der Sterre
Schaal:
1:500
G.W. Browne
Status:
Definitief
Rapportagekaart
Datum:
30-11-2018
Blad: Nummer:
1806732A00-001
1 van 1 Wijz:
© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors
A
103
(
1
2
A
)
(
A
A
3
)
A
A
102
(
101
)
A³
\\10.53.1.12\data\GGI\1 Projecten\1806732A00\3 Werkdossier\04 Tekeningen\2_MXD\BO Kerkweg oost.mxd
B I J L AG E 2. Boorprofielen
Bijlage 2 - Boorprofielen
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
0
0 1
braak Veen, sterk zandig, resten wortels, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
-50
50
0
0 1
-50
50
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
0
0 1
braak Zand, matig grof, kleiïg, zwak humeus, resten wortels, donkerbruin, Edelmanboor
-50
50
0
0 1
-50
50
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
0
0 1
-50
50
braak Veen, sterk kleiïg, resten wortels, zwak grindhoudend, sporen kolengruis, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
Projectnaam:
Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen
Projectcode:
1806732A00
0
0 1 50
braak Veen, sterk zandig, resten wortels, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
braak Veen, sterk kleiïg, resten wortels, zwak puinhoudend, sporen kolengruis, donkerbruin, Edelmanboor
braak Veen, sterk kleiïg, resten wortels, zwak grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
-50
Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 2 - Boorprofielen
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
0
0 1
braak Veen, sterk kleiïg, resten wortels, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
-50
50
0
0 1
-50
50
Boring:
09
Boring:
10
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
0
0 1
-50
50
braak Veen, sterk kleiïg, resten wortels, zwak grindhoudend, sporen kolengruis, donkerbruin, Edelmanboor
0
0 1
-50
50
Boring:
11
Boring:
12
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
0
0 1
-50
50
braak Zand, matig grof, kleiïg, zwak humeus, resten wortels, sporen kolengruis, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
Projectnaam:
Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen
Projectcode:
1806732A00
0
0 1 50
2
-40 -50
braak Veen, sterk kleiïg, resten wortels, matig puinhoudend, matig grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
braak Veen, sterk kleiïg, resten wortels, zwak grindhoudend, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
braak Zand, matig grof, kleiïg, zwak humeus, resten wortels, sporen kolengruis, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 2 - Boorprofielen
Boring:
101
Boring:
102
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
GWS:
130
GWS:
100
0
0 1
braak Veen, zwak kleiïg, neutraalgrijs, Edelmanboor
50
0
0 1
-50
50 2
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
-70
2
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
3
100
braak Veen, zwak kleiïg, neutraalgrijs, Edelmanboor
100 3
4
150
150 4
5
200
-200
200
6
250
-270
Boring:
103
Boring:
104
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
GWS:
80
GWS:
110
0
0 1
braak Zand, matig grof, kleiïg, zwak humeus, resten wortels, donkerbruin, Edelmanboor
-50
50
Veen, sterk zandig, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 -100
100
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
3 150
0
0 1
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donkerbruin, Edelmanboor
-50
50
Veen, zwak kleiïg, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 100 3 -130
150
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
4
4 -200
200
200
5
6
250
-260
Boring:
201
Boring:
202
Datum:
16-11-2018
Datum:
16-11-2018
GWS:
100
GWS:
80
0
0 1
-50
50
braak Zand, matig grof, kleiïg, zwak humeus, resten wortels, zwak grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2 100
0
0 1
-50
50 2
-80
100
3
150
4
braak Zand, matig grof, kleiïg, zwak humeus, resten wortels, zwak grindhoudend, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Veen, sterk zandig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
3 -130
150
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
4
5 200
5
200
-200
6 -250
250
Projectnaam:
Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen
Projectcode:
1806732A00 Getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
B I J L AG E 3. Toetsingskader
B I J L AG E Toelichting W BB (TOETSINGSKADER L ANDBODEMS) Voor het bepalen van de kwaliteit van het onderzochte bodemmateriaal worden (de) monsters getoetst aan toetsingswaarden van de Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675 d.d. 27 juni 2013. Wanneer uit onderzoek blijkt dat mogelijk sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging treedt de Wet bodembescherming (Wbb) in werking. In de hiernavolgende paragrafen wordt nader uitleg gegeven over de toetsingswaarden van de genoemde circulaire en enkele zaken met betrekking tot de Wbb. Toetsingsnormen Bij toetsing van de analyseresultaten van het laboratoriumonderzoek wordt uitgegaan van een standaard bodem (25% lutum en 10% organische stof). Indien de percentages lutum en organische stof in het onderzochte materiaal hiervan afwijken, worden de in het laboratorium gemeten gehalten van de zware metalen, arseen en organische verbindingen omgerekend naar een standaardbodem. Doorgaans is dit van toepassing op alle onderzochte bodemmonsters. In de circulaire zijn twee waarden gegeven voor de beoordeling van de concentraties van de verschillende stoffen in de bodem en waaraan getoetst wordt: ▪ Achtergrondwaarde (AW2000-waarde): deze waarde geeft het kwaliteitsniveau aan waarbij de functionele eigenschappen voor mens, plant en dier zijn veiliggesteld.
De AW2000-waarde komt overeen met het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR). ▪ Interventiewaarde (I-waarde): de interventiewaarde geeft de concentratie aan waarboven sprake is van een ernstige of dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van mens, plant en dier. Bij een overschrijding van de interventiewaarde in meer dan 25 m3 bodemmateriaal is sprake van een ernstig geval van (water)bodemverontreiniging en dient sanering plaats te vinden. De urgentie van het geval wordt bepaald door middel van een risico-onderzoek, dat deel uitmaakt van het nader bodemonderzoek. Aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek vormt onder andere een overschrijding van de tussenwaarde, die als volgt kan worden geformuleerd: de tussenwaarde is de helft van de interventiewaarde en geeft de concentratie aan waarboven nader bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Binnen het nader bodemonderzoek wordt de mate en omvang van de verontreiniging bepaald. Daarbij gaat het om het volume grond en/of grondwater met concentraties boven de interventiewaarde. Wet bodembescherming (Wbb) Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en urgentie van sanering wanneer in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m 3 grondwater de concentratie van een verontreinigende stof hoger is dan de interventiewaarde.
Van een ernstig geval van bodemverontreiniging moet melding worden gemaakt bij het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de provincie. Daarnaast zijn er enkele bevoegdgezaggemeenten (zie Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wbb, Stb. 2000, 591 – 21 december 2000) die gelijk worden gesteld met een provincie, waardoor een dergelijk geval binnen de gemeentegrenzen bij de desbetreffende gemeente moet worden gemeld. Veelal wordt als gevolg van een melding in het kader van de Wbb een beschikking afgegeven.
In het kader van de Wet bodembescherming is de meldingsplicht van toepassing wanneer handelingen worden verricht met: ▪ Een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er is sprake van een ernstig geval indien meer dan 25m3 grond en/of 100 m3 grondwater sterk is verontreinigd. ▪ Meer dan 50 m3 licht tot matig verontreinigde grond of 1.000 m3 licht tot matig verontreinigd grondwater wordt verplaatst en er geen samenloop is met andere wettelijke kaders zoals de Woningwet (aanvraag bouwvergunning). Besluit bodemkwaliteit Per 1 juli 2008 zijn grond en baggerspecie uit het Bouwstoffenbesluit genomen en is het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) inwerking getreden. Het Bbk is gebaseerd op een risicobenadering met als uitgangspunt een directe relatie tussen (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. In de normstelling is gekozen voor een ‘altijd-‘ en een ‘nooit-grens’. De ‘altijd-grens’ bestaat uit de Achtergrondwaarden (AW2000). Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Partijen grond en baggerspecie die voldoen aan de AW2000 zijn altijd vrij toepasbaar. De ‘nooit-grens’ wordt bepaald met behulp van het Saneringscriterium. Dit is geen vaste norm, maar een methodiek om te bepalen of sprake is van een onaanvaardbaar risico.
Tussen de ‘altijd-‘ en ‘nooit-grens’ liggen de Maximale Waarden. Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te maken voor de functie die de bodem heeft. Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse Wonen en de Maximale Waarden voor de klasse Industrie. Om een partij grond of baggerspecie te mogen toepassen moet zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse worden getoetst (dubbele toetsing). Grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit de Maximale Waarden voor de klasse industrie overschrijdt mag in het generiek kader niet worden toegepast. Tabel: toepassen landbodem
kwaliteit functie
AW2000
WONEN
INDUSTRIE
AW
WO
IND
AW
WO
IND
AW
WO
IND
AW2000
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
WONEN
X
X
X
X
✓
✓
✓
✓
✓
INDUSTRIE
X
X
X
X
X
X
X
X
✓
partij
Tabel: toepassen waterbodem bodem
toepassen waterbodem
kwaliteit
AW2000
A
B
partij A
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
B
X
X
X
X
X
X
✓
✓
✓
B I J L AG E 4. Analysecertificaten
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
RPS advies- en ingenieursbureau B.V. B.O.J.P. van Dongen Prins Mauritsstraat 17 4141 JC LEERDAM
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer
Blad 1 van 11
: Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen : 1806732A00 : 12917862, versienummer: 1
Rotterdam, 26-11-2018
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 1806732A00. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 11 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Per 30 maart 2018 is ALcontrol B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SYNLAB Analytics & Services B.V.
Alle erkenningen van ALcontrol B.V./ALcontrol Laboratories blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SYNLAB Analytics & Services B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
RPS advies- en ingenieursbureau B.V. B.O.J.P. van Dongen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 11
Analyserapport
Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen
Orderdatum 19-11-2018 Startdatum 19-11-2018 Rapportagedatum 26-11-2018
1806732A00 12917862 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
M.01 M.01 04 (0-50) 05 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) M.02 M.02 11 (0-50) 12 (0-40) 202 (0-50) M.03 M.03 101 (70-120) 101 (120-170) 102 (50-100) 102 (100-150) M.04 M.04 103 (50-100) 103 (100-150) 104 (50-100) 104 (100-130) M.05 M.05 201 (100-130)
Analyse
Eenheid
Q
001
002
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S
64.2 <1 geen
63.8 <1 geen
organische stof (gloeiverlies) organische stof (gloeiverlies)
% vd DS % vd DS
S S
10.5
13.1
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
10
8.6
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S S S S S S S S S
220 0.59 11 45 0.27 290 2.3 29 180
120 0.40 6.5 31 0.22 300 1.4 20 130
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) totaal BTEX (0.7 factor) naftaleen
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S S S S S S
004
005
12.7 <1 geen
45.7 <1 geen
63.8 <1 geen
84.8
25.8
6.9
<0.05 <0.05 <0.05 <0.05 <0.05 1) 0.07 3) 0.18 <0.05
<0.05 <0.05 <0.05 <0.05 <0.05 1) 0.07 3) 0.18 <0.05
2)
<0.08 2) <0.12 2) <0.08 2) <0.12 2) <0.16 1) 0.196 3) 0.39 <0.05
S
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.04 fenantreen mg/kgds S 0.71 antraceen mg/kgds S 0.17 fluoranteen mg/kgds S 1.2 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.54 chryseen mg/kgds S 0.54 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.36 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.60 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.47 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.45
003
0.02 0.31 0.08 0.62 0.35 0.31 0.23 0.38 0.30 0.30
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
RPS advies- en ingenieursbureau B.V. B.O.J.P. van Dongen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 11
Analyserapport
Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen
Orderdatum 19-11-2018 Startdatum 19-11-2018 Rapportagedatum 26-11-2018
1806732A00 12917862 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
M.01 M.01 04 (0-50) 05 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) M.02 M.02 11 (0-50) 12 (0-40) 202 (0-50) M.03 M.03 101 (70-120) 101 (120-170) 102 (50-100) 102 (100-150) M.04 M.04 103 (50-100) 103 (100-150) 104 (50-100) 104 (100-130) M.05 M.05 201 (100-130)
Analyse
Eenheid
Q
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)
mg/kgds
S
5.08
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 1.1 1.8 <1 1) 6.4
<1 <1 <1 <1 2.5 3.1 2.7 1) 11.1
S
<5 12 73 45 130
<5 <5 21 14 30
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001 1)
002 2.9
003
004
005
1)
<5 7 60 40 110
<5 61 93 60 210
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
<5 <5 12 22 30
RPS advies- en ingenieursbureau B.V. B.O.J.P. van Dongen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 11
Analyserapport
Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen 1806732A00 12917862 - 1
Orderdatum 19-11-2018 Startdatum 19-11-2018 Rapportagedatum 26-11-2018
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
005
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2 3
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. lage droge stof. De sommatie na verrekening van de 0.7 factor conform AS3000
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
RPS advies- en ingenieursbureau B.V. B.O.J.P. van Dongen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 11
Analyserapport
Kerkweg-oost 214-216 Waddinxveen
Orderdatum 19-11-2018 Startdatum 19-11-2018 Rapportagedatum 26-11-2018
1806732A00 12917862 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000)
Grond: Gelijkwaardig aan ISO 11465 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 (monstervoorbehandeling conform NEN-EN 16179). Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 Conform AS3000 en conform NEN-EN 16179 Idem Grond: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010-3 Grond: eigen methode. Grond (AS3000): conform AS3010-4 Conform AS3010-5 en conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN-EN-ISO 17294-2) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)