Bijlage VII Advies Duurzaamheid
Tekst van het document
Advies Duurzaamheid keuze AZC locatie Klimaatadaptatie & biodiversiteit 1. Vraagstelling Gevraagd is om een duurzaamheidsadvies op te stellen voor het collegebesluit dat gaat over de locatiekeuze voor een AZC. Op onderstaande kaart staan de 5 voorkeurslocaties.
Om tot deze 5 locaties te komen is een wegingskader toegepast door de projectgroep. In dat wegingskader zijn geen duurzaamheidsaspecten meegenomen. Wij vatten de vraag daarom ruim op en adviseren als expert duurzaamheid over de haalbaarheid van het plan op de 5 locaties en voegen een wegingskader klimaatadaptatie en biodiversiteit toe. We doen voor nu de aanname dat voorlopig geselecteerde locaties geen onderdeel uitmaken van de RES (opwek schone energie) en dat het thema circulariteit wordt meegenomen in de verdere planvorming.
1
2. Beleidskader klimaatadaptatie en biodiversiteit 2.1 Omgevingsvisie Bouwplannen moeten passen binnen de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 die door de Gemeenteraad is vastgesteld. Voor locatie 1, 3, 4 en 5 is de bestemming volgens de Omgevingsvisie potentiële natuur en recreatiegebied, zie onderstaande afbeelding.
Dit gebied is in potentie een ecologische verbindingszone tussen natuurgebieden (ecozone). In de nog op te stellen visies duurzame leefomgeving / natuur & recreatie zal (conform collegeprogramma en programmabegroting) nader worden uitgewerkt hoe Waddinxveen vorm geeft aan de ontwikkeling van ecozones. Hierin komt o.a. te staan hoe breed ze precies moeten worden, welke habitat wordt gecreëerd en welke activiteiten wel en niet worden toegestaan in dit gebied. De omvang van een ecozone is afhankelijk van de specifieke doelsoorten, ambities en overige functies die een plek moeten krijgen in het gebied zoals recreatie. Hier is ecologisch advies voor nodig en een participatietraject met belanghebbenden. Tot dit goed is uitgewerkt wordt afgeraden om te bouwen in dit gebied. Het zou zonde zijn als er onomkeerbare keuzes worden gemaakt die de ontwikkeling van de ecozones in gevaar brengen. Bouwen op locatie 3 heeft de grootste nadelige gevolgen op de ecologie omdat het de verbinding vrijwel onmogelijk maakt. De ruimte voor groen is in deze bocht al beperkt doordat er een bedrijf staat. Bovendien ligt deze locatie dicht tegen Natuur Netwerk Nederland aan. Dit netwerk is beschermd. Bouwen op locaties 1, 4 en 5 verkleint de opties voor een ecozone. De habitatsoorten die kunnen worden gecreëerd in een smalle zone zijn beperkter dan in een brede zone.
2
2.2 Verdiepende studie klimaatadaptatie en biodiversiteit Bouwplannen moeten passen bij onderstaande aanbevelingen uit de Verdiepende studie klimaatadaptatie en biodiversiteit van Royal Haskoning die is vastgesteld door het College:
Maatregelen lange termijn Agrarisch West * Aanwezige (niet agrarische) graslanden, of randen langs agrarische graslanden langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels ecologisch onderhouden. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, merel, huismus, steenuil en weidehommel. • Aaneengesloten akkerstroken langer laten doorgroeien zodat meer structuur ontstaat, kruiden tot bloei kunnen komen en insecten hun cyclus kunnen voltooien. Groenstructuren min of meer aaneengesloten maken en middels sinusbeheer onderhouden (en inzaaien met inheems akkerkruidenmengsel en aanplanten struweel). Inzetten op verbindende routes, ontwikkeling heeft tijd nodig. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, bunzing, egel, bunzing, steenuil en weidehommel. * Inzetten op parkgebied dat in verbinding komt met Bentwoud en graslanden bebouwd zuidwest. Dit betekent mogelijk een herbestemming van een deel van het gebied. Maatregel van invloed op: bruin blauwtje, ringslang, bunzing, egel, huismus, merel en weidehommel.
3
4
Volgens de Verdiepende studie moeten bouwplannen een habitatverbetering realiseren voor icoonsoorten. In de kansenkaart biodiversiteit is te vinden voor welke icoonsoorten de habitat geschikt moet zijn, zie onderstaande tabel. Plangebied
In ecozone
Icoonsoorten / Te creëren habitat Steenuit, Grutto. Habitat moet weids en open zijn. Huismus, Egel, Weidehommel. Habitat is groen met ondergroei en nectarplanen Steenuil, Patrijs. Habitattype is half open akkerlandschap.
1
Ja
2
Nee
3
Ja
4
Ja
Steenuil, Patrijs. Habitattype is half open akkerlandschap.
5
Ja
Steenuit, Grutto. Habitat moet weids en open zijn.
Habitat realiseerbaar icm bouwplannen Lastig. Verstedelijking vormt een bedreiging. Eenvoudig. Habitat is goed realiseerbaar in bebouwd gebied. Verstedelijking biedt kansen. Gemiddeld. Landelijke bebouwing + ecologische ontwikkeling van akkers ten westen van Waddinxveen biedt kansen. Gemiddeld. Landelijke bebouwing + ecologische ontwikkeling van akkers ten westen van Waddinxveen biedt kansen. Lastig. Verstedelijking vormt een bedreiging.
Verder is in de Verdiepende studie opgenomen dat iedere bouwontwikkeling een stijging van het klimaatlabel moet realiseren tot label A is bereikt. Achteruitgang is niet toegestaan. De klimaatlabels hebben betrekking op hitte, droogte, wateroverlast en groen. Locatie 1, 3, 4 en 5 scoren nu vrij goed omdat ze niet bebouwd zijn. Om achteruitgang te voorkomen worden hoge eisen gesteld aan bebouwing zoals groene daken en gevels. Alleen locatie 1 heeft nu een laag klimaatlabel omdat het al bebouwd is. Bij deze locatie is een stijging naar label A eenvoudig te realiseren.
Plangebied 1 2 3 4 5
Stijging klimaatlabel te realiseren Eenvoudig Moeilijk Moeilijk Moeilijk Moeilijk
2.3 Wet natuurbescherming Het is verboden om dieren te verstoren. Voordat een locatiekeuze wordt gemaakt moet een ecologische quick scan worden uitgevoerd om te bepalen of er gebouwd kan worden en zo ja, welke mitigerende en compenserende maatregelen genomen moeten worden. We weten al dat onderstaande icoonsoorten aanwezig zijn: Plangebied 1 2 3 4 5
Aanwezigheid icoonsoorten vastgesteld Steenuil, Weidehommel, Huismus Huismus Patrijs, Steenuil, Weidehommel, Huismus Huismus Grutto, Huismus
5
2.4 Afwegingskader klimaatadaptatie In het Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve bebouwde omgeving is aangegeven welke inspanning nodig is om te voldoen aan de landelijke Maatlat klimaatadaptatie.
Voor locaties 1 t/m 5 zijn middelgrote aanvullende maatregelen nodig om klimaatadaptief te bouwen. Rekening moet worden gehouden met klei in de bodem, een hoog grondwaterpeil en een verhoogd risico op wateroverlast en overstroming. Nieuwbouw moet minimaal 2 woonlagen hebben om verticaal te kunnen evacueren bij overstroming.
3. Afweging In het wegingskader was duurzaamheid nog niet meegenomen. Wanneer dit alsnog wordt gedaan dan ontstaat de volgende rangschikking: Locatie 2
Bezwaar Nee
4 1 5
Ja maar er zijn ook kansen Ja Ja
3
Ja
Toelichting Bebouwd gebied buiten ecozone. Geen risico voor biodiversiteit. Wel kansen. Labelstijging ka/bio en beoogde habitat eenvoudig te realiseren. Ecozone. Kansrijk gebied om te ontwikkelen voor icoonsoorten. Aantal verschillende aanwezige icoonsoorten nu beperkt. Ecozone. Meerdere icoonsoorten aanwezig Ecozone. Meerdere icoonsoorten aanwezig waaronder zeer bedreigde Grutto. Kwetsbaar punt in ecozone. Meerdere icoonsoorten aanwezig.
Ontwikkeling van een AZC op locatie 2 voldoet aan het duurzaamheidsbeleid van Waddinxveen. De overige locatie niet. Wanneer toch voor een locatie in de ecozone wordt gekozen dan is positionering langs de randen van bestaande bebouwing de minst schadelijke optie. Aangeraden wordt om een ecoloog te betrekken bij het ontwerpproces om de natuurschade zoveel als mogelijk te beperken en om de juiste habitat te ontwerpen voor de Waddinxveense icoonsoorten. Aangeraden wordt om dit mee te nemen als ontwikkelkosten voor het COA. Wanneer wordt gekozen voor locaties 1, 3, 4 of 5 dan dient in het collegebesluit en raadsvoorstel opgenomen te worden dat dit besluit niet in lijn is met het duurzaamheidsadvies/ duurzaamheidsbeleid en wat de bezwaren zijn.
6
Bijlage: Beleid KA/ BIO. Hierin staat het kader waaraan een ontwikkeling moet voldoen.
7