Bijlage - oplegnotitie GHR Duurzaamheid Waddinxveen 3-6-2020 def opmaak
Tekst van het document
Aan: de leden van de gemeenteraad van Waddinxveen
Contactpersoon
Telefoon
Datum
E. van der Welle
06-21 47 65 74
4 juni 2020
onderwerp Oplegnotitie onderzoek Duurzaamheid
Geachte leden van de gemeenteraad van Waddinxveen,
In het najaar van 2019 bent u door de Groene Hart Rekenkamer geïnformeerd over de start van het rekenkameronderzoek naar het duurzaamheidsbeleid in uw gemeente. In het afgelopen halfjaar heeft onderzoeksbureau SME dit onderzoek namens de Groene Hart Rekenkamer uitgevoerd. De hoofdvraag van het onderzoek betrof: Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? De conceptrapportage is op 6 april jl. aangeboden aan de ambtelijke organisatie voor een technische reactie. Hierbij bieden wij graag de gemeenteraad en het college onze conclusies en aanbevelingen aan. In deze oplegnotitie delen wij achtereenvolgens onze hoofdconclusie, aanbevelingen, de deelconclusies op basis waarvan wij de aanbevelingen doen en geven wij een korte beschrijving van het onderzoeksproces. Tot slot schetsen we het vervolgproces om tot een afronding van dit onderzoek te komen. Voor de volledige analyse, aanleiding, doelstelling en onderzoeksverantwoording verwijzen wij u graag naar bijgevoegd rapport. Hoofdconclusie De Groene Hart Rekenkamer concludeert dat de mate waarin het integraal duurzaamheidsbeleid in de gemeente Waddinxveen effectief en efficiënt is, als matig kan worden beschouwd.
Het duurzaamheidsbeleid van Waddinxveen (duurzaamheidsvisie 2015-2025) is in participatie vormgeven met interne en externe stakeholders. Door de goede participatiecultuur zijn vele stakeholders blijvend betrokken en werkt het beleid door in andere beleidsvelden en de samenleving. De samenleving voelt zich echter geen eigenaar van de doelstellingen, voor hen blijft het het beleid van de gemeente. De doelen uit de duurzaamheidsvisie zijn voor energie en circulaire economie te ambitieus en dus niet haalbaar. De duurzaamheidsacties voor een periode van twee jaar geven richting aan beleid. Het is niet duidelijk of dit effectief en efficiënt is, omdat het ontbreekt aan doelen. Aanbevelingen Op basis van de bevindingen en conclusies van onderzoeksbureau SME doet de Groene Hart Rekenkamer de volgende aanbevelingen.
Aan het college van B&W en de gemeenteraad: Aanbeveling 1:
Actualiseer de duurzaamheidsvisie met haalbare doelen.
Aanbeveling 2: Zorg voor de uitwerking van de duurzaamheidsvisie in duurzaamheidsacties voor periodes van twee jaar en maak inzichtelijk in hoeverre daarmee de gestelde doelen worden gerealiseerd. Aanbeveling 3: Versterk de goede participatiecultuur en zorg dat stakeholders in de samenleving (ondernemersverenigingen, sportverenigingen, onderwijs etc.) zich (nog meer) eigenaar gaan voelen van de vraagstukken. Initieer dat partijen eigen duurzaamheidsdoelstellingen ontwikkelen en maak daarover afspraken vergelijkbaar met de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties. De gemeente kan vanuit haar rol bekijken hoe zij dat kan ondersteunen. Aan het college van B&W: Aanbeveling 4: Stem de doelen voor energie, circulaire economie (inclusief afval en grondstoffen) en voor klimaatadaptatie af op landelijk beleid en de uitkomsten van de Regionale Energietransitie (RES), transitievisie warmte en aardgasvrije wijken. Aanbeveling 5: Ontwikkel een beleid gericht op biodiversiteit. Dit kan in combinatie met de Omgevingsvisie en de Leidraad inrichting Openbare Ruimte. Aanbeveling 6: Analyseer de lage scores in landelijk indices voor de andere thema’s en ontwikkel hiervoor met andere beleidsvelden doelstellingen. Aanbeveling 7: Zorg dat de eigen bedrijfsvoering, onderhoud en aanbesteding de duurzaamheidsambities invult en dat daarmee een voorbeeldrol naar de samenleving wordt ingenomen.
Aan de gemeenteraad: Aanbeveling 8: Stel budget beschikbaar voor situaties waarin de duurzame variant meer kost dan de reguliere optie, zodat de duurzame keuze gemaakt kan worden. Aanbeveling 9: Stuur als raad minder op details en meer op doelen. Beperk het aantal vragen over maatregelen en richt als alternatief eventueel een klankbordgroep/ raadscommissie in. Deelconclusies op hoofdlijnen Op basis van het in het onderzoek gehanteerde normenkader heeft het onderzoek van SME geleid tot de volgende conclusies bij de verschillende deelvragen. Deze conclusies staan verder uitgeschreven in bijgevoegde rapportage. Deelvraag 1: Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Het duurzaamheidsbeleid 2015-2025 is leidend en geeft invulling aan landelijk en provinciaal beleid, Het beleid werkt door in andere beleidsvelden. Bij de ontwikkeling van de duurzaamheidsvisie zijn interne en externe stakeholders actief betrokken. Of stakeholders ook betrokken zijn bij de selectie van duurzaamheidsacties, is niet duidelijk geworden. De perceptie van stakeholders in welke mate zij betrokken zijn bij de beleidsontwikkeling verschilt. Dit geldt met name voor de externe stakeholders Ook verschilt de perceptie van betrokkenheid bij gemeente en externe stakeholders.
De duurzaamheidsvisie is een breed document dat richting geeft aan het lokaal beleid en invulling geeft aan het landelijk beleid volgens de inzichten van 2015. Met het inzicht dat de doelen voor onderdelen te ambitieus of niet haalbaar zijn, is besloten om te werken met tweejaren plannen (duurzaamheidsacties) die jaarlijks worden aangepast. Interne en externe stakeholders zijn daarbij betrokken. Niet duidelijk is welke doelen met deze acties gerealiseerd worden. De doorwerking van de duurzaamheidsvisie voor bijvoorbeeld openbare ruimte, groen, riolering, eigen bedrijfsvoering is duidelijk aanwezig. Bij de actualisatie van beleid in die andere beleidsvelden wordt duurzaamheid meegenomen. Deelvraag 2: Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? De duurzaamheidsvisie 2015-2025 is leidend voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Duurzaamheidsacties voor steeds twee jaren geven invulling aan de doelen. De doelen zijn niet aangepast ook al is inmiddels duidelijk dat ze niet of moeilijk realiseerbaar zijn. De doelen voor energie en circulair voor 2025 zijn niet haalbaar en landelijke ontwikkelingen op grote transities (energie, klimaat, omgevingswet) halen lokaal beleid in.
Afgezet tegen landelijke monitoren kan worden geconcludeerd worden dat het niet overal goed gaat (vervoer, energieopwekking, CO2 uitstoot woningen, mobiliteit, natuur en water). Waddinxveen scoort op milieu en energie/ ecologisch kapitaal gemiddeld tot zeer slecht. In de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten neemt Waddinxveen plaats 350 van de 380 gemeenten. Deelvraag 3: Op welke manier wordt intern en extern samengewerkt aan de realisatie van doelen en ambities? Welke rol hebben de gemeenteraden, de gemeentes en partijen in de samenleving? De samenwerking met de samenleving is gestoeld op een gezonde participatiecultuur en partijen en gemeente werken daar samen aan. Maar stakeholders in de samenleving voelen zich nog onvoldoende eigenaar van de vraagstukken, doelen en oplossingen. Zij zien het vooral als beleid van de gemeente. De gemeenteraad toont positieve interesse in duurzaamheid, maar heeft de neiging om op details en maatregelen te sturen in plaats van op de doelen. Intern ontbreekt het aan financiële ruimte voor duurzame keuzes boven reguliere keuzes. Extern is de participatie wat ingezakt na 2016, maar er zijn voldoende initiatieven, organisaties, overlegvormen en raadplegingen waardoor de dialoog en samenwerking met de samenleving redelijk goed verloopt.
In de transitietafel energie werken inwoners, bedrijven, woningbouwcorporaties, energiecoöperatie, netbeheerder etc. samen.
Onderzoeksproces De Groene Hart Rekenkamer heeft dit onderzoek uit laten voeren in de vier gemeenten die aan de Groene Hart Rekenkamer deelnemen: Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Op basis van een aanbestedingsproces heeft de Groene Hart Rekenkamer besloten het onderzoek uit te laten voeren door SME. Inhoudelijk werd duurzaamheid eerst afgebakend tot de volgende thema’s: 1. het beheren en continueren van een prettige leefomgeving door te stoppen met de uitstoot van broeikasgassen (van fossiele energiebronnen voor elektriciteit, warmte en mobiliteit) en over te schakelen op hernieuwbare bronnen, 2. het aanpassen van onze leefomgeving aan veranderende omstandigheden (klimaatadaptatie), 3. het voorkomen van uitputting van bronnen (circulaire economie) en 4. het borgen van een diverse natuur en natuurlijke bronnen (biodiversiteit). In samenwerking met een ambtelijk contactpersoon zijn a) documenten verzameld voor een bureaustudie en b) organisaties en personen geïnventariseerd en uitgenodigd voor interviews. In het bijgevoegde onderzoekrapport is dit verder verantwoord.
Vervolg De Groene Hart Rekenkamer is van mening dat met het opleveren van de rapportage en deze oplegnotitie het vervolg nu aan de politiek is. De Groene Hart Rekenkamer adviseert de gemeenteraden om de rapportage inclusief de aanbevelingen te agenderen in de raad(scommissie) en de conclusies en aanbevelingen door middel van een raadsbesluit te bekrachtigen. De discussie zal in de raad(scommissie) dan tussen het college van B&W en de Raad gevoerd kunnen worden. We beseffen uiteraard dat het niet aan de Groene Hart Rekenkamer, maar aan de gemeenteraad zelf is om al dan niet over te gaan tot agendering van het onderzoeksrapport en het nemen van besluiten. Uiteraard is de Groene Hart Rekenkamer bereid tot het toelichten van de rapportage. De Groene Hart Rekenkamer organiseert daarom een online bijeenkomst voor alle vier de gemeenteraden. Deze bijeenkomst zal op donderdag 11 juni plaatsvinden om 19.30 uur via Zoom (vanaf 19.15 mogelijkheid om in te loggen). Wij verwachten dat deze bijeenkomst maximaal een uur duurt. U bent allen van harte uitgenodigd voor het bijwonen van deze bijeenkomst.
Aanmelding online bijeenkomst en stellen van vragen Omdat de bijeenkomst online is, hebben wij gekozen voor de volgende opzet. Wij onderscheiden twee groepen deelnemers aan deze bijeenkomst. De eerste groep zijn raadsleden, die tijdens de bijeenkomst als woordvoerder vragen kunnen stellen. De tweede groep zijn raadsleden en andere belangstellenden, die alleen de bijeenkomst kunnen beluisteren (toehoorders). Per fractie van elke gemeente, kan één raadslid zich aanmelden als woordvoerder. De overige fractieleden kunnen zich aanmelden als toehoorder. Ook leden van het college, medewerkers van de gemeente of andere belangstellenden (waaronder de pers) kunnen zich aanmelden als toehoorder. U kunt zich aanmelden voor de online bijeenkomst op 11 juni, door het sturen van een mail aan info@groenehartrekenkamer.nl. Graag hierbij vermelden of u zich als woordvoerder of als toehoorder aanmeldt. Als u zich als woordvoerder aanmeldt dan graag daarbij vermelden voor welke fractie. Aanmelden kan tot uiterlijk dinsdag 9 juni, 12.00 uur. U ontvangt uiterlijk donderdagochtend 11 juni, de inloggegevens voor de bijeenkomst van het onderzoeksbureau SME.
Voor het bevorderen van het soepel laten verlopen van een online bijeenkomst met 4 gemeenten, wordt iedere deelnemer (woordvoerders en toehoorders) verzocht van te voren na te denken over de vragen die zij hebben naar aanleiding van de rapportage en die vragen vooraf schriftelijk in te dienen. U kunt uw vragen tot uiterlijk dinsdag 9 juni, 12.00 uur per mail indienen info@groenehartrekenkamer.nl). De leden van de Groene Hart Rekenkamer en de onderzoekers van SME zullen tijdens de bijeenkomst de verzamelde (technische) vragen over de rapportage beantwoorden. De woordvoerders hebben aanvullend de mogelijkheid om vragen die tijdens de bijeenkomst opkomen te stellen. Gezien de tijd zullen wellicht niet alle fracties van alle gemeenten het woord kunnen krijgen. Wij hopen u op deze manier voldoende te hebben geïnformeerd en u met deze rapportage te helpen in uw beeldvorming over dit complexe onderwerp. Als u nog vragen of opmerkingen heeft dan vernemen wij die uiteraard graag. Met vriendelijke groet, De rekenkamercommissie Groene Hart Rekenkamer, Mw. dr. M.J.M. Blom, voorzitter Dhr. M. Ter Hoeve MSc, lid Dhr. drs. J.H. van Oort, lid