CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II referentiegemeenten voor Waddinxveen 103629

Besluitvormende raadsvergadering 20 maart 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Visiedocument maatschappelijke voorzieningen in Waddinxveen2.894 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REFERENTIEGEMEENTEN TEN BEHOEVE VAN VERGELIJKBAARHEIDSANALYSE REFERENTIEKADER

Bijlage II- Referentiegemeenten

Referentiegemeenten Voor het goed kunnen uitvoeren van een nulmeting is de samenwerking gezocht met het bureau Springco (Urban Analytics). Dit bureau heeft in samenwerking met het bureau STIPO (stedelijke ontwikkeling) een eigen model ontwikkeld om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de eigen maatschappelijke voorzieningen en uiteindelijk ook passende normen te kunnen opstellen per type voorziening. Het model maakt gebruik van zogenaamde referentiegemeenten. Referentiegemeenten zijn gemeenten die grote gelijkenis vertonen met de gemeente Waddinxveen. De mate waarin ze gelijkenis vertonen wordt bepaald aan de hand van een vergelijkbaarheidsanalyse. De referentiegemeenten worden gekozen op basis van onderstaande indicatoren beoordeeld. Uiteindelijk zijn er op basis hiervan tien referentiegemeenten geselecteerd. De referentiegemeenten die voor dit onderzoek zijn gebruikt zijn de gemeente: Deurne, Gorinchem, Brielle, Bodegraven-Reeuwijk, IJsselstein, Culemborg, Uithoorn, Aalsmeer, Diemen en Hillegom 1. 2. 3. 4.

5. 6. 7. 8.

Het aantal kernen Omvang/ aantal inwoners Ligging ten opzichte van andere gemeenten. Huishoudens • Samenstelling • Inkomens • Opleidingsniveau Woonmilieus. Functieverdeling (wonen/werken/vrijetijd) Woning • Bouwjaar • Woonsegment Woonomgeving • Hoeveelheid grijs/groen/blauw • Leefbaarheidsscore

2 Visiedocument maatschappelijke voorzieningen gemeente Waddinxveen 2030

Toelichting op het opstellen van de kengetallen Huidige aantal vierkante meters in beeld brengen Allereerst hebben we de huidige vierkante meters in beeld gebracht van alle voorzieningen uit de voorzieningenlijst. We hebben deze voorzieningen waar mogelijk in beeld gebracht op basis van onze eigen databronnen, zodat we een vergelijking kunnen maken met de referentiegemeenten. Denk daarbij aan bronnen zoals Zorgkaart Nederland, DUO of het Landelijke Register voor Kinderdagverblijven. Indien wij geen data beschikbaar hebben over de voorzieningen gebruiken we data van de gemeente Waddinxveen om de huidige vierkante meters in beeld te brengen. In dit geval kunnen we niet de huidige vierkante meters in beeld brengen van de referentiegemeenten. Voor alle voorzieningen hebben we met behulp van informatie uit het BAG een inschatting gemaakt van de oppervlakte. Wanneer er één voorziening op één adres zit, kunnen alle vierkante meters worden toegekend aan die voorziening. Wanneer twee of meer voorzieningen hetzelfde adres hebben, dan wordt de oppervlakte verdeeld over de voorzieningen. In het geval van voorzieningen in grotere panden, zoals een kapper in een verzorgingstehuis of een restaurant in een ziekenhuis, trekken we de gemiddelde grootte van de kleinere voorziening (in dit geval kapper of restaurant) af van het geheel om zo een realistischer uitspraak te kunnen doen.

Soms zijn voorzieningen ook aanwezig op het huisadres van bewoners. In dat geval doen wij de aanname dat 10% van het woonoppervlak kan toegekend worden aan de voorziening. Hierbij nemen we als uitgangspunt dan 10% van de woning minimaal 10 vierkante meter moet zijn. Om de kwaliteit van de nulmeting te waarborgen hebben we de locaties van de voorzieningen gevalideerd. De validatie van de voorzieningen gebeurt op een aantal verschillende manieren: 1. Waar mogelijk gebruiken we allereerst data van de gemeente Waddinxveen om onze eigen data te valideren. 2. Daarnaast valideren wij steekproefsgewijs een aantal voorzieningen voor ieder voorziening type met behulp van Google Maps. Met deze handmatige controle kijken wij of voorzieningen juist zijn geclassificeerd en of deze op dit moment nog in gebruik zijn. 3. Verder hebben wij de verschillende beleidsmedewerkers van de gemeente Waddinxveen benaderd om handmatig de voorzieningen te controleren. Zij hebben met hun kennis en expertise een visuele check gedaan op de juistheid van de voorzieningen. Hierbij hebben we niet alleen gekeken of alle voorzieningen juist zijn geclassificeerd, maar ook of er nog voorzieningen ontbreken. Opstellen van kengetallen Na de inventarisatie van het aantal beschikbare vierkante meters op dit moment, hebben we kengetallen opgesteld voor iedere voorziening.

De kengetallen in deze rapportage zijn niet allemaal op dezelfde manier opgebouwd. Voor een aantal voorzieningen zijn deze kengetallen al in landelijke wetgeving, richtlijnen of gemeentelijk beleid aanwezig, maar voor veel voorzieningen is dat niet het geval. We maken in dit onderzoek onderscheid tussen vier verschillende kengetallen.

Landelijke richtlijnen, gebaseerd op bijvoorbeeld wetgeving of onderzoek Waar mogelijk maken we gebruik van landelijke wetgeving en/of normering. Deze normering is vastgesteld in bijvoorbeeld wetten of wordt geadviseerd door een kennisinstituut of organisatie. Wanneer een landelijke normering bestaat wordt die als uitgangspunt genomen. We nemen alleen de normeringen mee die we naar een kengetal kunnen vertalen in vierkante meter per inwoners of huishouden.

3

Gemeentelijke beleid Naast de landelijke wetgeving is het gemeentelijk beleid ook meegenomen in dit onderzoek. Wanneer er gemeentelijk beleid van toepassing is wordt dit als uitgangspunt genomen. Het gemeentelijk beleid kan ook in sommige gevallen ook een aanvulling of aanpassing zijn op de landelijke normering. Als dit het geval is wordt dat meegenomen in het onderzoek. We nemen alleen de normeringen mee die we naar een kengetal kunnen vertalen in vierkante meter per inwoners of huishouden.

Referentie gemeenten gebruiken als benchmark Vaak zien we dat er geen landelijk of gemeentelijk beleid is opgesteld voor de normering van voorzieningen. In dat geval maken we gebruik van referenties. Deze referenties bieden een benchmark, waarmee de gemeente kan worden vergeleken om te bepalen of het voorzieningenniveau positief of negatief afwijkt ten opzichte van deze referenties. Om tot een kengetal te komen op basis van de referenties is het allereerst van belang om de referenties te selecteren. De selectie van referenties doen we op basis van een aantal fysieke en sociale factoren, waarmee we een vergelijkbaarheidsanalyse uitvoeren. De input voor de vergelijkbaarheidsanalyse bestaat uit de volgende onderdelen: ● ● ● ● ● ● ●

Het aantal kernen dat binnen een gemeente aanwezig is; Het aantal inwoners binnen een gemeente en de dichtheid van het aantal huishoudens; De ligging van de gemeente ten opzichte van andere gemeenten; De demografische kenmerken van de gemeente (zoals het inkomen, het opleidingsniveau en de samenstelling van huishoudens); De kenmerken van de woning in de gemeente (zoals het woonsegment en prijssegment van woningen) De kenmerken van de woonomgeving in de gemeenten (zoals de hoeveelheid groen, de aanwezigheid van water en de leefbaarheidsscore) Het woonmilieu of de woonmilieus die aanwezig zijn binnen de gemeente;

De output van de vergelijkbaarheidsanalyse levert een lijst met de gemeenten die het meest op de gemeente Waddinxveen lijken. Uit deze lijst met gemeenten zijn de eerste 10 gemeenten geselecteerd die uit de analyse naar voren komen. We nemen in dit onderzoek 10 referentiegemeenten mee, zodat invloeden van lokale afwijkingen van het voorzieningenniveau zo min mogelijk effect hebben. Om tot een kengetal te komen op basis van de referentiegemeenten berekenen we voor iedere gemeente hoeveel vierkante meter er op dit moment beschikbaar is. Doordat we de beschikbare vierkante meters afzetten tegen het aantal inwoners of het aantal huishoudens kunnen we de gemeenten makkelijk met elkaar vergelijken. Het kengetal voor de gemeente Waddinxveen is uiteindelijk de mediaan van de 10 referentiegemeenten.

Huidige situatie als uitgangspunt We kunnen alleen een vergelijking maken met de referentiegemeenten wanneer wij beschikken over de data van voorzieningen in zowel Waddinxveen als in de referenties. Wanneer we alleen beschikken over gegevens in de gemeente Waddinxveen, dan nemen we de huidige beschikbaarheid aan vierkante meter per inwoner of huishouden als uitgangspunt. We weten hiermee niet of de huidige situatie ruim of krap scoort met betrekking tot het aantal vierkante meters, maar we weten hiermee wel wat het effect van woningbouw zal hebben op de beschikbaarheid van de voorziening. Verdieping op de kengetallen Bij het toepassen van de kengetallen is het van belang om rekening te houden met verschillende doelgroepen. Zo hebben alleenstaande huishoudens jonger dan 30 jaar minder behoefte aan een basisschool dan gezinnen. Om die reden kijken we niet in alle gevallen naar het aantal vierkante meter per inwoner of huishouden, maar naar een specifieke doelgroep. We stellen deze kengetallen op wanneer een voorziening uitsluitend door één doelgroep wordt gebruikt. Een voorbeeld van zo’n

4

voorziening is het kinderdagverblijf. Deze zal alleen door gezinnen worden gebruikt. Voor het bepalen van doelgroepen gebruiken we informatie van het CBS per buurt. Naast de doelgroepen is het ook belangrijk om onderscheid te maken tussen verschillende woonmilieus. Ieder woonmilieu heeft een andere fysieke opbouw, maar met name relevant is de sociale opbouw die verschilt per woonmilieu. Het woonmilieu wordt van belang wanneer we inzoomen naar verschillende deelgebieden. Een buurt in het centrum van de stad zal natuurlijk andere voorzieningen nodig hebben in vergelijking met een suburbane buurt in de stad. Wanneer er in de gemeente verschillende woonmilieus aanwezig zijn, berekenen we ook verschillende kengetallen. Zo nemen we voor het centrum van de stad ook alleen de stedelijke gebieden van de referentiegemeenten mee en voor de suburbane buurt in de stad nemen we alleen de suburbane gebieden van de referentiegemeenten mee. Afwijking ten opzichte van de kengetallen Na het in kaart brengen van de beschikbare hoeveelheid aan vierkante meters en de kengetallen is het mogelijk om de afwijking te bepalen. Het berekenen van de afwijking ten opzichte van het kengetal doen we voor zowel de huidige situatie als de situatie in de toekomst.

1. Afwijking ten opzichte van het kengetal (op dit moment) Om de afwijking ten opzichte van de referenties te bepalen, gebruiken we de totale beschikbaarheid aan vierkante meters en vergelijken deze met de totale benodigde vierkante meter. De benodigde vierkante meters komen tot stand door het aantal huishoudens te vermenigvuldigen met het kengetal. Het aantal huishoudens baseren we op informatie afkomstig van het CBS. De afwijking laat zien of er een theoretisch tekort of overschot is aan een voorziening. Een negatieve afwijking betekent dat er ten opzichte van het kengetal minder vierkante meter in de gemeente beschikbaar is, terwijl een positieve afwijking juist betekent dat er meer vierkante meter in de gemeente beschikbaar is. Een voorbeeld van het bepalen van de afwijking ten opzichte van het kengetal is weergegeven in onderstaande tabel. Op basis van referentie 1, 2 en 3 bepalen we dat het kengetal 10 vierkante meter per huishouden bedraagt. Referenti e 1 2 3

Aantal voorzieningen

Beschikbaar

Woningen

m² per woning

1 2 3

100 m² 100 m² + 100 m² 100 m² + 100 m² + 100 m²

10 40 20

10 5 15

Afwijking ten opzichte van referenties op dit moment: Beschikbaar = 100m² Woningen = 10 Benodigd = 15 m² x 10 woningen = 150 m² Afwijking t.o.v. kengetal = beschikbaar – benodigd = 100 m² – 150 m² = -50 m²

2. Afwijking ten opzichte van het kengetal (in de toekomst) Om de beschikbaarheid van voorzieningen in de toekomst te bepalen, nemen we de woningbouwplannen en de plannen voor nieuwe voorzieningen mee. Beide factoren hebben invloed op de hoeveelheid voorziening die in de toekomst beschikbaar is, maar ook hoeveel vraag er naar de voorzieningen wordt uitgeoefend. Een voorbeeld van het bepalen van de afwijking ten opzichte van het kengetal in de toekomstige situatie hebben we hieronder gegeven: Afwijking ten opzichte van referenties in de toekomst: Beschikbaar = 100m² (+ 150 m² nieuwe voorziening) Woningen = 10 (+ 5 nieuwe woningen) Benodigd = 15 m² x 15 woningen = 225 m² 5

Afwijking t.o.v. kengetal = beschikbaar – benodigd = 250 m² – 225 m² = 25 m² Belangrijk bij de nieuwe woningen is om rekening te houden met de doelgroepen die erin komen te wonen. Goedkope appartementen zullen andere huishoudens aantrekken dan dure grondgebonden koopwoningen. Andere huishoudens hebben ook een andere behoefte aan voorzieningen. Voor de nieuwbouwwoningen in de gemeente Waddinxveen is nog niet bekend welk type huishouden de doelgroep is. Om te bepalen welk type huishouden in de nieuwbouwwoningen komt wonen hebben we gebruik gemaakt van een inschatting. We gebruiken hiervoor de huidige huishoudensverdeling over de woningen met een bouwjaar van 2010 of later in het COROP-gebied van Gouda (Waddinxveen, Gouda, Alphen aan den Rijn, Krimperwaard, Bodegraven-Reeuwijk en Nieuwkoop) en passen deze toe op de nieuwbouwwoningen. Niet alleen nemen we voor de toekomstige situatie de nieuwbouwwoningen in de gemeente Waddinxveen mee, maar ook in Gouda en Boskoop. In Boskoop weten we voor drie nieuwbouwlocaties het exact aantal te realiseren woningen tot 2030. Voor de overige locaties in Boskoop hebben we het aantal woningen naar rato (van het oppervlak van de nieuwbouwlocatie) over de verschillende locaties verdeeld. In Gouda weten we voor alle nieuwbouwlocaties het exact aantal woningen dat gerealiseerd zal worden.

Verzorgingsgebieden van voorzieningen In bovenstaand voorbeeld kijken we naar het totaal aantal voorzieningen dat enkel binnen de gemeenteof buurtgrenzen aanwezig is. In realiteit zien we dat voorzieningen door iedereen worden gebruikt, dus ook door mensen die niet in een gemeente of buurt wonen. In de analyse gaan we daarom uit van het verzorgingsgebied van een voorziening. Wanneer een voorziening een buurtfunctie heeft (zoals een huisarts) kijken we naar het aantal huishoudens dat binnen het verzorgingsgebied van deze voorziening woont. Voor voorzieningen met een regionale functie doen we hetzelfde (zoals een ziekenhuis). Hierbij kijken we naar het aantal huishoudens dan binnen het verzorgingsgebied van deze voorziening woont. Niet alleen nemen we in de analyse de voorzieningen mee binnen de gemeente zelf, maar nemen we ook de voorzieningen in omliggende gemeenten (of buurten) mee. Huishoudens binnen de gemeente kunnen namelijk ook in omliggende gemeenten gebruik maken van voorzieningen. Allereerst is de beschikbaarheid van een voorziening (aantal vierkante meters BVO) toegerekend aan de omliggende populatie. Voor de voorzieningen op buurt niveau hanteren we een maximale afstand van 15 minuten lopen naar een voorziening. Voor de voorzieningen op gemeentelijk niveau hanteren we een maximale afstand van 30 minuten fietsen.

Binnen deze en de maximale afstand hanteren we een zogeheten distance decay functie om te differentiëren naar afstand tot de voorziening. Woningen dicht bij de voorziening tellen zwaarder mee dan woningen die verder weg staan. Daarnaast zijn de afstanden berekend over de weg. We maken hierbij gebruik van hexagonen (zeshoeken) om het rekenproces te versnellen. Hiermee weten we uiteindelijk het aantal vierkante meter dat ieder huishouden tot zijn beschikking heeft, maar ook of zij meer of minder dan het kengetal tot hun beschikking hebben. Door deze getallen binnen de gemeente- of buurtgrens op te tellen, weten we per (deel)gebied de afwijking ten opzichte van het kengetal. Op deze manier bekijken we de situatie dus als geheel, waarbij buurt- en gemeentegrenzen geen impact hebben op de beschikbaarheid van voorzieningen. Berekening oppervlakte van woningen in BVO In deze rapportage worden de kengetallen gecommuniceerd in bruto-vloeroppervlakte (BVO). De BVO is de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van alle bouwlagen. Dit is de gangbare eenheid die gehanteerd wordt in gebouwanalyses en investeringsramingen. In de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) staat de gebruiksoppervlakte (GO) volgens NEN 2580:2007.

Tot de GO van een verblijfsobject wordt dus uitsluitend de binnenruimte gerekend en daarom worden deze oppervlaktes omgerekend naar BVO1 Deze conversie heeft een foutmarge, omdat de verhouding per object kan 5

BZK geeft wel aan dat in afwijking van NEN 2580:2007 gemeenschappelijke ruimten (zoals een trappenhuis in het geval van een gedeeld kantoorpand) geen onderdeel uit van de oppervlakte van een verblijfsobject. Dit is in deze analyse minder relevant,

6

verschillen (dikte van buitenmuren, hoeveelheid binnenwanden). Het Economisch Instituut voor de Bouw verwijst naar de gerenommeerde Bouwkostenkompas van 2019 die verschillende vormfactoren gebruikt voor de conversie, afhankelijk van het type bouwwerk 6. De oppervlakten die door middel van de BAG zijn achterhaald zijn vervolgens op onderstaande manier geconverteerd van GO naar BVO. Vormfactoren Type bouwwerk

A. Kantoor

B. Onderwijs

C. Zorg

D. Sport

GO/BVO

0,89 – 0,92

0,92 – 0,93

0,88 – 0,91

0,9 – 0,97

A. Kantoor: B. Onderwijs: C. Zorg: D. Sport: E. Bijeenkomst/cultuur:

E. Bijeenkomst/ cultuur 0,91 – 0,95

< 1.000 m² = 0,92/ 1.000 - 10.000 m² = 0,9 / >10.000 m² = 0,89 < 0.925 < 1.500 m² = 0,91/ >1.500 m² = 0,88 < 1.000 m² = 0,9/ >1.000 m² = 0,97 < 1.000 m² = 0,95/ 1.000 - 10.000 m² = 0,92 / >10.000 m² = 0,91

De oppervlaktes koppelen we op basis van adressen aan de voorzieningen. Wanneer twee voorzieningen hetzelfde adres hebben, verdelen we de oppervlakte over de voorzieningen. Voor de meeste voorzieningen betekent dat de oppervlakte van het adres gedeeld door het aantal voorzieningen op dat adres. Voor een aantal grotere voorzieningen (zoals het ziekenhuis) hebben we de mediane oppervlakte van een voorziening van de totale oppervlakte afgehaald en de overige vierkante meters behoren tot de grote voorziening. Bijvoorbeeld een ziekenhuis en een apotheek delen een adres met volgens het BAG een oppervlakte van 1.000 m². De mediane oppervlakte van een apotheek is bijvoorbeeld 50 m² en dus krijgt de apotheek dan de 50 m² en het ziekenhuis 950 m². Zo proberen we een zo goed mogelijke inschatting van de oppervlakte te maken. Spreidingskaarten Als laatste stap maken we ook spreidingskaarten die weergeven waar de beschikbaarheid per voorziening krap, neutraal of juist ruim is. In gebieden met een rode kleur is er een tekort aan vierkante meters van een voorziening in relatie tot de huishoudens die er wonen en in gebieden met een blauwe kleur een overschot. In het geel gekleurde gebied zijn de beschikbare vierkante meters ongeveer gelijk aan het kengetal. Voor voorzieningen met een regionale functie is de spreiding over de gemeente niet relevant. In die gevallen is geen kaart opgenomen.

omdat de BAG alleen wordt geraadpleegd in het geval van dedicated use.Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2018). Catalogus Basisregistratie Adressen en Gebouwen. https://www.geobasisregistraties.nl/binaries/basisregistraties-ienm/documenten/publicatie/2018/03/12/catalogus2018/Catalogus-BAG-2018.pdf 6 Economisch Instituut voor de Bouw, Metabolic & SGS Search (2020) Materiaalstromen, milieu-impact en energieverbruik in de woning- en utiliteitsbouw.https://www.eib.nl/pdf/Materiaalstromen,%20milieuimpact%20en%20energieverbruik%20in%20de%20woning-%20en%20utiliteitsbouw%20_web.pdf

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13813417/2