CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Programmabegroting 2022 RDOG Hollands Midden voor zienswijze.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 23 juni 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB zienswijze programmabegroting RDOG HM 202214.630 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.174

4.651

1.824

38.706

Cumulatieve afschrijvingen

-8.675

-4.104

-2.195

-2.651

-1.150

-18.775

Boekw aarde per 31 decem ber 2021

11.834

3.444

1.979

2.000

674

19.931

Investeringen

150

690

731

855

456

2.882

Afschrijvingen

638

1.035

139

859

101

2.772

M utaties 2022

-488

-345

592

-4

355

110

Aanschafw aarde

20.659

8.238

4.905

5.506

2.280

41.588

Cumulatieve afschrijvingen

-9.313

-5.139

-2.334

-3.510

-1.251

-21.547

Boekw aarde per 31 decem ber 2022

11.346

3.099

2.571

1.996

1.029

20.041

25

7.7. Liquiditeitsbegroting Hieronder is het verloop van de liquiditeit weergegeven volgens de indirecte methode. De operationele kasstroom bestaat uit het gerealiseerde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor de afschrijvingen (wel lasten, geen uitgaven). De investeringskasstroom bestaat uit de investeringen in materiële vaste activa (geen lasten, wel uitgaven) en de uitgaven voor het meerjaren onderhoud, waarvoor een onderhoudsvoorziening is ingesteld. De financieringskasstroom bestaat uit bijstortingen in de reserves door gemeenten, de mutatie in de financiële vaste activa (geen baten, wel ontvangsten) en de aflossingen van langlopende leningen (geen lasten, wel uitgaven). Onder de veronderstelling van een gelijkblijvend saldo van vlottende activa en overige vlottende passiva, resteert de mutatie in liquide middelen (banksaldo per 31 december). GGDZVHGHOR

RAV

2021

2021

RDOG

GGDZVHGHOR

2021

2022

RAV

RDOG

2022

2022

Gerealiseerde saldo baten en lasten

-297

0

-297

299

0

299

Afschrijvingen

471

2.380

2.851

337

2.435

2.772

Operationele kasstroom

174

2.380

2.554

636

2.435

3.071

Investeringen

-872

-1.348

-2.220

-928

-1.954

-2.882

Onderhoudsuitgaven uit voorziening

-51

0

-51

-50

0

-50

Investeringskasstroom

-923

-1.348

-2.271

-978

-1.954

-2.932

Aflossing uitgeleend geld

2

0

2

2

0

2

Aflossing opgenomen leningen

-320

-1.043

-1.363

-320

-1.043

-1.363

Financiële kasstroom

-318

-1.043

-1.361

-318

-1.043

-1.361

-1.067

-11

-1.078

-660

-562

-1.222

437

1.012

437

-630

1.001

-641

-1.067

-11

-1.078

-660

-562

-1.222

-630

1.001

-641

-1.290

439

-1.863

Mutatie liquide middelen

Saldo liquide middelen per 1 januari Mutatie liquide middelen Saldo liquide middelen per 31 december

7.8. Eigen vermogen Mutaties die verband houden met boekjaar 2021: De volgende tabel bevat een specificatie van het verwachte verloop van het eigen vermogen in 2021. Het saldo per 1 januari 2021 is het saldo na de voorlopige resultaatbestemming 2020, waarover het Algemeen Bestuur nog niet heeft besloten. De begrote stortingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves komen overeen met de programmabegroting 2021.

26

Mutaties die verband houden met het boekjaar 2022: De tabel bevat een specificatie van het verwachte verloop van het eigen vermogen in het begrotingsjaar.

Financiële positie De financiële positie, ook wel balans genoemd, is hieronder weergegeven. De investeringen en afschrijvingen zijn opgenomen volgens de meerjaren investeringsbegroting. Het eigen vermogen is opgesteld op basis van de begrote resultaten en mutaties van de reserves. De langlopende schulden en voorzieningen zijn opgenomen op basis van de verwachte ontwikkeling van deze posten. De vlottende activa (kortlopende vorderingen) en overige vlottende passiva (kortlopende schulden) blijven gelijk over de verschillende jaren. Het banksaldo vormt de sluitpost van de balans. Een banksaldo onder vlottende passiva betekent een negatief saldo.

27

Activa

31-12-2020

31-12-2021 31-12-2022

31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025

MVA aanschafwaarde

36.486

38.706

41.588

44.430

47.272

52.304

MVA afschrijvingen

15.924

18.775

21.547

24.160

26.928

29.457

Materiële vaste activa

20.562

19.931

20.041

20.270

20.344

22.847

Financiële vaste activa

24

22

20

18

16

14

Vaste activa

20.586

19.953

20.061

20.288

20.360

22.861

Banksaldi

1.449

1.001

439

0

0

0

Overige vlottende activa

25.958

25.957

25.957

25.957

25.957

25.957

Vlottende activa

27.407

26.958

26.396

25.957

25.957

25.957

Totaal activa

47.992

46.911

46.457

46.245

46.317

48.818

Passiva

31-12-2020

31-12-2021 31-12-2022

31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025

Eigen vermogen

6.578

6.281

6.580

6.681

6.782

Voorzieningen

331

280

230

230

230

230

Langlopende schulden

11.583

10.220

8.857

7.494

6.630

6.483

Vaste passiva

18.492

16.781

15.667

14.405

13.642

13.676

0

630

1.290

2.340

3.175

5.642

Overige vlottende passiva

29.500

29.500

29.500

29.500

29.500

29.500

Vlottende passiva

29.500

30.130

30.790

31.840

32.675

35.142

Totaal Passiva

47.992

46.911

46.457

46.245

46.317

48.818

Banksaldi

6.963

28

7.9. Meerjarenperspectief Overzicht van baten en lasten Hieronder is het meerjarenoverzicht van de baten en lasten van de RDOG Hollands Midden opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën.

29

Incidenteel en structureel resultaat

In onderstaande tabel is het incidenteel en structureel resultaat weergegeven, behorend bij het voorgaande meerjarenoverzicht.

30

8. Verplichte paragrafen 8.1. Kengetallen en beleidsindicatoren Beleidsindicatoren 2022 In onderstaande tabel zijn voor 2022 de beleidsindicatoren vermeld, die worden voorgeschreven in het BBV. Om schrijving

Eenheid

GGD

Inw oners

aantal

Apparaatskosten Apparaatkosten per inw oner

€ 1.000,€

3.704 4,55

Bezetting (inclusief inhuur) Bezetting per 1.000 inw oners

fte fte

Formatie Form atie per 1.000 inw oners

fte fte

Kosten tijdelijk personeel

€ 1.000,-

Loonsom (excl. overige personeelslasten) Externe inhuur in % van loonsom

€ 1.000,-

ZVH

GHOR

RAV

Overhead

RDOG 814.457

992 1,22

568 0,70

6.580 8,08

22.163 27,21

34.008 41,75

340

161

10,3

254,5

135,1

900,9

0,42

0,20

0,01

0,31

0,17

1,11

339

157

10,3

244

132,1

882,4

0,42

0,19

0,01

0,30

0,16

1,08

700

861

153

558

648

%

25.348 2,8%

12.678 6,8%

927 16,5%

21.598 2,6%

60.551 4,8%

Overhead

€ 1.000,-

10.865

5.070

613

4.638

21.185

Totale lasten Overhead in % van totale lasten

€ 1.000,-

30.651 35,4%

14.672 34,6%

1.701 36,0%

29.937 15,5%

76.961 27,5%

Salarissen en sociale lasten excl. overhead Overhead in % van salarislasten

€ 1.000,-

25.348 43%

12.678 40%

927 66%

21.598 21%

60.551 35%

%

%

2.920

Beleidsindicatoren 2021 Ter vergelijking staan hieronder de beleidsindicatoren uit de programmabegroting 2021. In dit overzicht zijn de apparaatskosten, bezetting en formatie die behoren bij de overhead toegerekend aan de programma’s. Om schrijving

Eenheid

Inw oners

aantal

Apparaatskosten Apparaatkosten per inw oner

€ 1.000,€

4.376 5,37240448

1.852 2,27

500 0,61

6.888 8,46

21.852 26,83

35.468 43,55

Bezetting (inclusief inhuur) Bezetting per 1.000 inw oners

fte fte

344,14 0,42

141,90 0,17

9,46 0,01

222,40 0,27

140,52 0,17

858,42 1,05

Formatie Form atie per 1.000 inw oners

fte fte

333,35 0,41

144,95 0,18

10,24 0,01

233,10 0,29

147,42 0,18

869,06 1,07

Kosten tijdelijk personeel

€ 1.000,-

733

961

199

426

124

2.443

Loonsom (excl. overige personeelslasten) Externe inhuur in % van loonsom

€ 1.000,-

24722 3,0%

11523 8,3%

914 21,8%

19967 2,1%

12517 1,0%

69.643 3,5%

Overhead

€ 1.000,-

9.854

4.589

449

4.590

19.482

Totale lasten Overhead in % van totale lasten

€ 1.000,-

30.696 32%

14.461 32%

1.800 25%

28.460 16%

75.417 26%

Salarissen en sociale lasten excl. overhead Overhead in % van salarislasten

€ 1.000,-

24.722 40%

11.523 40%

914 49%

19.967 23%

57.126 34%

%

%

%

GGD

ZVH

GHOR

RAV

Overhead

RDOG 808.866

31

Financiële kengetallen De kengetallen geven een indicatie van de financiële gezondheid van de organisatie. In onderstaande tabellen zijn de voorgeschreven kengetallen gepresenteerd en vervolgens verder toegelicht. Omdat de GGD, ZVH en de GHOR in één administratie zijn ondergebracht, is het niet mogelijk om deze balans te splitsen. Daarom is voor de gezamenlijke programma’s GGD, ZVH en GHOR één kengetal opgenomen. Solvabiliteitsratio 1 De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%.

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

GGD/ZVH-GHOR

17,2%

18,0%

18,1%

18,0%

18,4%

RAV

8,3%

8,8%

9,0%

9,3%

8,4%

RDOG

13,4%

14,2%

14,4%

14,6%

14,3%

De solvabiliteit van de RDOG Hollands Midden ligt rond de 14%. Met dit percentage kan de financiële positie van de RDOG Hollands Midden als redelijk worden aangemerkt, waarbij de GGD, ZVH en GHOR er met een percentage van rond de 18% positief bij uitsteekt. Netto schuldquote 2 Investeringen worden niet betaald met reserves maar met geld. Als dat niet op de bank staat, dan moet dat worden geleend. Daarmee stijgt de schuld. Als signaalwaarde voor de netto schuldquote geldt: als de netto schuld groter is dan 130% van de inkomsten, is er sprake van een erg hoge schuld. Het licht staat dan op rood. Maar al bij een netto schuld die 100% van de inkomsten te boven gaat, springt het licht op oranje. De netto schuldquote van de RDOG Hollands Midden ligt rond de 15%. Dat is ruim toereikend om aan de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote van GGD, ZVH en GHOR is minder 4%. De netto schuldquote van de RAV is rond de 34%.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft aan in hoeverre sprake is van doorlenen. Zo wordt zichtbaar wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Omdat de RDOG Hollands Midden, behoudens een lening aan de personeelsstichting RDOG Holland Midden van €21k per 31 december 2018, geen leningen verstrekt heeft, is de uitkomst gelijk aan de netto schuldquote. Structurele exploitatieruimte 3 De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer

1 2

3

Eigen vermogen / balanstotaal [(Materiële vaste activa + voorraden) – (eigen vermogen + voorzieningen)] / (totale baten) = [(Langlopende schulden + vlottende passiva) – (financiële vaste activa + vlottende activa – voorraden)] / (totale baten) [(Totale structurele baten – totale structurele lasten) + (totale structurele toevoegingen aan de reserves – totale structurele onttrekkingen aan de reserves)] / (totale baten) 32

flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

8.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen van de RDOG Hollands Midden wordt bepaald door de omvang van de reserves. Hierdoor kunnen niet begrote uitgaven worden opgevangen. De deelnemende gemeenten zijn op grond van artikel 27, lid 7 van de Gemeenschappelijke regeling RDOG Hollands Midden verplicht ervoor te zorgen dat de RDOG Hollands Midden beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. De uitganspunten voor de reserves zijn opgenomen in de Nota Reserves en Voorzieningen RDOG Hollands Midden, die door het Algemeen Bestuur op 25 maart 2020 is vastgesteld. De begrote omvang van de reserves bedraagt eind 2022 €6.580k. De algemene reserves vormen het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is €3.133k. De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit, die is gebaseerd op het risicomanagementsysteem, is begin 2021 bepaald op €5.150k. De weerstandsratio is €3.133k / €5.150 = 60%.

Structurele resultaat

Structurele baten

Structurele exploitatieruim te

GGD

277

42.378

0,7%

ZVH

62

20.197

0,3%

GHOR

-40

2.274

-1,8%

RAV

0

34.575

0,0%

RDOG

299

99.424

0,3%

(€ 1.000,-)

Risicomatrix De laatste actualisatie van de risico-inventarisatie heeft in januari 2021 plaatsgevonden. De uitkomsten zijn opgenomen in het jaarverslag 2020. In 2021 wordt het risicomanagementsysteem doorontwikkeld. Het benodigde weerstandscapaciteit is bepaald op € 5.150 (was €7.100k). De grootste reden voor de daling in het ingeschatte risico is dat een deel van de onderkende risico’s onderdeel zijn van het verbeterprogramma RDOGHM2024.

Risico coronacrisis De uitbraak van het Coronavirus, eind februari 2020, heeft op de RDOG Hollands Midden een grote impact. De organisatie heeft een vitale maatschappelijke en wettelijke functie in de infectieziektebestrijding, waarvoor veel inzet van medewerkers wordt gevraagd. Naar verwachting worden de kosten voor deze werkzaamheden in belangrijke mate vergoed van het Rijk. Daarnaast hebben de Coronamaatregelen impact op het functioneren van de organisatie zelf. Dit betreft in het bijzonder productieverlies in de periode dat de scholen zijn gesloten en juist weer piekmomenten door inhaal van uitgestelde werkzaamheden en mogelijk hoger ziekteverzuim. Er is een risico-inschatting gemaakt van de financiële impact op de organisatie. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat in 2021 voor diensten aan derden en particulieren (totaal €3,5m) een omzetderving van €1,5m à €2,0m tot de mogelijkheden behoort. Dit betreft onder meer de reizigersvaccinaties en inspecties kinderopvang. Het management neemt maatregelen, maar verplichtingen zijn niet vanzelfsprekend op tijd bijgesteld om het risico volledig op te vangen. Al bij relatief geringe tegenvallers is het mogelijk dat de algemene reserve niet toereikend is om een mogelijk nadelig saldo op te vangen. In dit geval is het voorstelbaar dat er een beroep op gemeenten wordt gedaan om de algemene reserve aan te vullen.

De liquiditeit is toereikend. De kasgeldlimiet (€5m) wordt waarschijnlijk niet overschreden en er ontstaat met een kredietfaciliteit (€5,0m) geen liquiditeitsprobleem. De organisatie ziet geen risico voor de continuïteit.

33

8.3. Financiering Algemeen Het treasurystatuut regelt de verantwoordelijkheden en randvoorwaarden voor het aangaan van, garanderen en verstrekken van geldleningen. Het treasurystatuut verbiedt het gebruik van financiële derivaten. De RDOG Hollands Midden beschikt over reserves om schommelingen in de exploitatie en frictiekosten van aanvullende diensten te kunnen opvangen. Financiering Het programma GGD wordt voor het basispakket gefinancierd door de deelnemende gemeenten naar rato van hun inwonertal. De aanvullende diensten zijn gefinancierd op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde tarieven of op basis van met deze afnemers gesloten overeenkomsten. Geplande investeringen worden gefinancierd uit de beschikbare liquide middelen. De financiering van het programma GHOR geschiedt sinds 1 januari 2014 door de deelnemende gemeenten in de RDOG Hollands Midden. Geplande investeringen worden gefinancierd uit de beschikbare liquide middelen. De kosten van het programma RAV worden vergoed door de zorgverzekeraars op basis van contractafspraken. De financiering van de geplande investeringen voor de nieuwe huisvesting in Leiden en Gouda van de RAV is geschied door het aantrekken van drie 50-jarige leningen. Overige geplande investeringen zijn gefinancierd door een kredietfaciliteit bij de huisbankier van de RAV.

De RDOG Hollands Midden heeft vier langlopende leningen opgenomen bij de BNG Bank. Het rentepercentage van de lening voor het gebouw aan de Parmentierweg 49 te Leiden staat gedurende de gehele looptijd vast. De rentepercentages van de drie leningen voor de RAV staan tot 2 januari 2062 vast. In 2021 zijn deze leningen opnieuw vastgesteld tegen een lager rente percentage voor 41 jaar. Bij de ING Bank is in 2019 een financial lease overeenkomst afgesloten voor de aanschaf van ambulances. De looptijd is 58 maanden. De RDOG Hollands Midden heeft ten gunste van de lessor een pandrecht gevestigd op het bedrijfsmiddel en de verzekering van het bedrijfsmiddel als aanvullende zekerheid verschaft. € 1.000

Nummer

Hoofdsom

Start

Looptijd

Rente

Lening Parmentierweg, Leiden

4096855

6.400

2003

20 jaar

4,35%

Lening nieuwbouw Leiden en Gouda, RAV

40114484

3.280

2021

41 jaar

3,60%

Lening nieuwbouw Leiden en Gouda, RAV

40114485

1.640

2021

41 jaar

3,79%

Lening nieuwbouw Leiden en Gouda, RAV

40114486

1.148

2021

41 jaar

2,64%

Financial lease ambulances RAV

203948-MX-0

4.327

2019

58 mnd

1,25%

De RDOG Hollands Midden heeft op haar rekening-courant rekeningen bij de BNG Bank en ING Bank een limiet van samen €14,0m, waarvan €4,0m bij de ING Bank en €10,0m bij de BNG Bank, de laatste is onderverdeeld in een rekening courantkrediet van €5,0m en een kortlopende kasgeldlening van €5,0m tot 19 maart 2022. Kasgeldlimiet De toegestane kasgeldlimiet, 8,2% van de het totaal van de lasten, is € 99.332k x 8,2% = € 8.145k. Renterisico Het renterisico is nihil. De renterisiconorm wordt niet overschreden. Er zijn geen gelden uitgezet voor langer dan een jaar. Het pand aan de Parmentierweg te Leiden is in 2003 gefinancierd met een 20-jarige lineaire lening van de BNG Bank. De rentevaste periode voor de financiering is gelijk aan aflossingsperiode. In 2011 zijn twee 50-jarige leningen afgesloten voor de financiering van de nieuwbouw van de RAV in Leiden en Gouda. De rentevaste periode en de looptijd van de geldleningen bedraagt nu vanaf 2021 41 jaar. De eerste aflossing van beide leningen was in januari 2013. Begin 2021 is een looptijd en de rente opnieuw vastgezet. In 2019 is een financial lease overeenkomst voor 58 maanden afgesloten voor de aanschaf van ambulances. De rente van deze vier leningen wordt volledig vergoed door de zorgverzekeraars. 34

8.4. Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting In 2003 is het pand aan de Parmentierweg 49 te Leiden door de GGD Zuid-Holland Noord gekocht. Bij de fusie met de GGD is dit pand aan de RDOG Hollands Midden overgedragen. In de jaren 2017 t/m 2020 is sprake geweest van niet tijdig uitgevoerd onderhoud. Het niet tijdig uitgevoerd onderhoud wordt zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vier jaar uitgevoerd. Hiervoor wordt een onderhoudsplan opgesteld waarmee de omvang van de verplichting door middel van een inventarisatie en een financiële vertaling is ingeschat. Hetzelfde geldt voor het reguliere meerjaren onderhoud. Hiervoor wordt een nieuw meerjaren onderhoudsplan 2022-2030 opgesteld. De RDOG Hollands Midden heeft begin 2021 een vastgoedstrategie vastgesteld voor de hoofd- en nevenlocaties. In het voorjaar van 2021 wordt besloten welke concrete projecten de komende jaren zullen worden uitgevoerd. Voor 2022 ligt ook voor de RAV een verandering van uitvalslocaties in het vooruitzicht. Wagenpark De RAV beschikt over een wagenpark van ambulancevoertuigen en piketvoertuigen. Materieel wordt centraal ingekocht. Ten behoeve van het onderhouden van de ambulances is een meerjarige overeenkomst met een leverancier afgesloten waar al het onderhoud is ondergebracht.

De GHOR beschikt over vier piketvoertuigen voor de operationele GHOR-functionarissen met opkomstplicht en over een logistiek voertuig.

8.5. Bedrijfsvoering Investeringsbeleid De RDOG Hollands Midden is de laatste jaren terughoudend geweest met investeringen. Voor 2022 ligt voor de RAV een verandering van locaties in het vooruitzicht waarvoor een investering van €2,5m is begroot. Het nieuw op te stellen huisvestingsplan zal mogelijk vanaf 2022 van invloed zijn op de investeringen. In de begroting is hier nu nog geen rekening meegehouden. Informatisering en automatisering Het informatiserings- en automatiseringsbeleid is geconcretiseerd in het beleidsplan IM/ICT 2019-2022. Daar komen ook onderwerpen naar voren als business intelligence, privacybescherming en informatiebeveiliging en applicatiemanagement. Op deze onderwerpen zal de komende jaren een verbeterslag gerealiseerd worden vai het programma RDOG 2024. Personeelsbeleid Om het personeel mee te laten groeien met de vernieuwde doelstellingen en ambities van de RDOG HM is de personele bezetting en het personeelsbeleid een nadrukkelijk onderdeel van de verbeterprogramma RDOG2024. Programma RDOG2024 Het Programma RDOG2024 zorgt dat de RDOG Hollands Midden in 2024 een wendbare, moderne en klantgerichte organisatie is. Een organisatie die kan meebewegen met veranderingen in de maatschappij en met integrale gezondheidsdeskundigheid kan blijven bijdragen aan een gezonder en veiliger Hollands Midden.

Daarbij heeft de organisatie extra oog voor inwoners in kwetsbare situaties. De kracht van het programma ligt in het verbeteren van de interne processen zodat de inwoners merkbaar betere ondersteuning krijgen. Dit terwijl de taken van de RDOG voor de opdrachtgevers op een moderne, datagedreven wijze worden uitgevoerd tegen aanvaardbare kosten. In businesscase 2 worden de investeringen per jaar weergegeven om RDOG2024 en de structurele organisatieverbeteringen door te voeren. Businesscase 2, beschrijft de kosten en de besparingen over de periode 2021-2024, deze financiële gevolgen zijn in de begroting verwerkt.

8.6. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector De beloning van de directie is lager dan de algemene maximale bezoldigingsnorm. De leden van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur ontvangen geen beloning voor hun bestuurslidmaatschap. De accountant controleert ieder jaar of de wet correct wordt toegepast en rapporteert daarover aan het Algemeen Bestuur.

35

Bijlagen

Bijlage I: Overzicht van taken RDOG HM Het huidige takenpakket van de RDOG Hollands Midden is divers. Het takenpakket omvat wettelijke GGD-taken, wettelijke gemeentetaken die zijn opgedragen aan de RDOG Hollands Midden en niet-wettelijke taken.  Schil 1 bevat de taken die de gemeenten wettelijk bij een GGD moeten onderbrengen. Meestal is de taak benoemd in de wet Publieke Gezondheid (WPG), maar de taak kan ook voortkomen uit andere wetten.  Schil 2 bevat wettelijke gemeentetaken, die de gemeenten ook bij andere organisaties dan een GGD kunnen onderbrengen, maar waarbij de gemeenten in de regio Hollands Midden besloten hebben die bij de RDOG Hollands Midden onder te brengen, hetzij als collectief van alle 18 gemeenten (schil 2a), hetzij als deelcollectief (schil 2b).  Schil 3 bevat niet-wettelijke taken die gemeenten hebben ondergebracht bij de RDOG Hollands Midden  Schil 4 bevat taken die andere organisaties dan gemeenten bij de RDOG Hollands Midden hebben ondergebracht.

Taken programma GGD Schil 1: Wettelijke GGD-taken

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Infectieziektebestrijding Seksuele gezondheid; Collectieve preventieactiviteiten Tuberculosebestrijding (TBC) Medische Milieukunde (MMK) Technische hygiënezorg (THZ) Gezondheidsbevordering 0-100 Advisering Publieke gezondheid Inspectie kinderopvang Epidemiologie: Groepsgerichte monitoring RDOG Crisisplan Publieke Gezondheid

BPI BPI BPI BPI BPI BPI BPI Factuur per inspectie BPI BPI

Schil 2: Wettelijke gemeentetaken

2a 2a 2a

Lijkschouw Prenatale voorlichting en zorg Jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar

2a

Calamiteitenteam jeugd en zedenzaken

2a 2a 2a 2a 2a 2b 2b 2b

Rijksvaccinatieprogramma CJG Dienstverlening (CJG advies en CJG telefonie) Websites en sociale media CJG CJG Dienstverlening (JeugdMATCH) Verslavingspreventie; regionaal Toezicht Wmo Verslavingspreventie Midden Holland Verslavingspreventie Holland Rijnland

BPI BPK BPI (JGZ 4-19 jaar) BPK (JGZ 0-4 jaar) BPI (advies) Aanvullende factuur (coördinatie) BPK + vergoeding RIVM BPI BPI BPI en subsidie JeugdMATCH Subsidies Inkoop gemeenten Subsidie centrumgemeente Subsidie centrumgemeente

Schil 3: Niet-wettelijke gemeentetaken

3 3 3

Sociaal medische advisering Programma Nu Niet Zwanger (NNZ) De pedagoog in het CJG

Inkoop gemeenten Subsidie gemeenten 36

3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

Basispreventie flexibele opvoedondersteuning CJG cursusbureau Groepsvoorlichting / cursussen uitgevoerd door JGZ CJG extra dienstverlening Preventieve Logopedische Zorg Coördinatie 1 Gezin 1 Plan (1G1P) Verslavingspreventie; Katwijk Overige producten PZJ advisering leerplicht onderwijs Overige producten PZJ weerbaarheid gekoppeld aan een leefstijlthema Overige producten PZJ: VVE Overige producten; Huisbezoek bij kinderen van 18 maanden Huisvestingskosten CJG Monitor maatschappelijke zorg Overige producten: onderzoek in opdracht van gemeenten

Subsidie gemeenten Subsidie gemeenten Subsidie gemeenten Subsidie gemeenten Subsidie gemeenten Subsidie gemeenten Subsidie gemeenten Inkoop gemeenten Inkoop gemeenten Inkoop gemeenten Subsidie gemeenten Inkoop gemeenten Subsidie centrumgemeente Inkoop gemeenten

Schil 4: Taken in opdracht van andere organisaties (niet gemeenten)

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Publieke gezondheidszorg Asielzoekers (PGA) Subsidies opleiding Arts Maatschappij en Gezondheid Academische Werkplaats PG Noordelijk Zuid-Holland Inzet Academische Werkplaats SAMEN Wijzer in de wijk THZ; derden (inspecties hygiëne, gezondheid veiligheid ) Infectieziektebestrijding derden (o.a. inzet op antibioticaresistentie ) Tuberculosebestrijding derden (m.n. vergoeding zorgverzekeraars) SMA, opbrengsten derden Forensische Geneeskunde Reizigerszorg Groepsvaccinaties Besmettingsaccidenten Seksuele gezondheid; ASG regeling en HBV-campagne JGZ aan expats JGZ dienstverlening Heineken Externe vertrouwenspersoon scholen Sociale veiligheid; (programma sociaal veiligheidsbeleid scholen) Preventie van schoolverzuim Stimuleringsregeling gezonde school

COA VWS Zon MW Zon MW Zon MW Diverse organisaties Diverse organisaties Diverse organisaties Diverse organisaties Politie particulieren Diverse organisaties Diverse organisaties Ministerie VWS Internationale school Heineken Scholen Scholen MBO-scholen GGD GHOR Nederland

Taken programma ZVH Schil 2: Wettelijke gemeentetaken 2a 2a 2a 2a 2a 2a 2a 2a 2a 2b

Meldpunt Zorg en Overlast Regionale taken uitvoering Wvggz Wvggz ondersteuning Khonraad Regisseur complexe gezinnen- bemoeizorg voor kwetsbare kinderen Veilig Thuis (Advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling) Veilig Thuis, preventie en beleid Dienstverlening Veiligheidshuis Jeugdpreventieteam Maatschappelijke Zorg Preventie en beleid Crisisinterventieteam (uitzondering: Voorschoten, die CIT in Haaglanden afneemt)

BPI, subsidie centrumgemeenten BPI BPI BPI BPI BPI Nu: subsidies; voorstel is BPI BPI BPI BPI

Schil 3: Niet-wettelijke gemeentetaken 3 3 3 3 3

Maatschappelijke Zorg Toeleiding risicogezinnen Alphen aan de Rijn Maatschappelijke Zorg Toeleiding risicogezinnen Katwijk Maatsch. Zorg Toeleiding risicogezinnen en MPG Leiden (Meedoen in de Stad) Maatschappelijke Zorg Veiligheidshuis Leiden Maatschappelijke Zorg Veiligheidshuis Gouda

BPI BPI BPI BPI BPI 37

3

Maatschappelijke Zorg Bemoeizorg Gouda

BPI

Taken programma GHOR Schil 1: Wettelijke GHOR-taken 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Veiligheidsnetwerk: Adviezen vergunningverlening evenementenveiligheid Veiligheidsnetwerk: Bijdragen advisering VRHM over risicobeheersing Veiligheidsnetwerk: Bijdragen aan planvorming en convenanten VRHM Veiligheidsnetwerk: Bijdragen aan informatiemanagement VRHM. Veiligheidsnetwerk: Bijdragen aan voorbereiding crisishoofdstructuur VRHM. Zorgnetwerk: Relatiebeheer en afspraken zorgpartners Bijdragen aan regionale, bovenregionale en landelijke netwerken Crisisfunctionarissen GHOR: Parate en vakbekwame crisisorganisatie GHOR Crisisfunctionarissen GHOR: Operationele inzet Veiligheidsnetwerk: Adviezen vergunningverlening evenementenveiligheid

BPI BPI BPI BPI BPI BPI BPI BPI BPI BPI

Taken programma RAV Schil 4: Taken in opdracht van andere organisaties (niet gemeenten) 4 4 4

Ambulancezorg middel zelfzorgadvies Mobiel ambulanceconsult Mobiel ambulanceconsult met vervoer

Zorgverzekeraars Zorgverzekeraars Zorgverzekeraars

38

Bijlage II Overzicht BPI per taak 2022

p do r Le id er

Le id en

im Kr

Ka ag

Ka tw

ijk

pe ne rw

aa rd

Br aa ss em en

go m

Go

Hi lle

ud a

de gr av e Bo

Al p

BP I

he n

20 22

aa n

de n

nRe eu

Ri

w

jn

ijk

€1.000

BPI

112.587

35.278

73.681

22.197

27.541

65.995

56.622

124.093

27.377

BPK

4.471

1.645

3.045

921

1.057

3.034

2.398

4.080

1.018

Infectieziektenbestrijding

1.536

212

67

139

42

52

124

107

234

52

Epidemiologie en gezondheidsbeleid

779

108

34

70

21

26

63

54

119

26

Tuberculosebestrijding

585

81

25

53

16

20

47

41

89

20

Gezondheidsbevordering

556

77

24

50

15

19

45

39

85

19

Soa / Sense

456

63

20

41

12

15

37

32

69

15

Medische milieukunde

539

74

23

49

15

18

44

37

82

18

Lijkschouw

531

73

23

48

14

18

43

37

81

18

Technische hygiënezorg

97

13

4

9

3

3

8

7

15

3

118 5.196

16 718

5 225

11 470

3 142

4 176

10 421

8 361

18 792

4 175

Crisisplan Publieke Gezondheid Wettelijke taken GGD

JGZ 0-4 jaar

12.545

1.686

620

1.148

347

398

1.144

904

1.538

384

JGZ 4-19 jaar (incl. RVP)

9.529

1.317

413

862

260

322

772

662

1.452

320

JGZ 0-19 jaar (incl. RVP)

22.074

3.003

1.033

2.010

607

721

1.916

1.566

2.990

704

Beleidsadvisering jeugd

1.700

235

74

154

46

57

138

118

259

57

Gezondheidsbevordering jeugd

1.115

154

48

101

30

38

90

78

170

37

CJG dienstverlening

233

32

10

21

6

8

19

16

35

8

Prenatale voorlichting

92

13

4

8

3

3

7

6

14

3

260 25.474

35 3.472

13 1.182

24 2.318

7 700

8 835

24 2.194

19 1.804

32 3.500

8 818

Gem eentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

1.143 31.812

158 4.348

49 1.456

103 2.891

31 872

39 1.049

93 2.708

79 2.244

174 4.466

38 1.031

Veilig Thuis (VT)

10.334

1.428

448

935

282

349

837

718

1.574

347

Crisisinterventieteam (CIT)

1.438

199

62

130

39

49

116

100

219

48

Jeugdpreventieteam (JPT)

1.142

158

49

103

31

39

93

79

174

38

Meldpunt Zorg en Overlast

1.830

253

79

166

50

62

148

127

279

62

Basiszorgcoördinatie Kw etsbare Kinderen

402

56

17

36

11

14

33

28

61

14

Maatschappelijke Zorg, preventie en beleid

546

75

24

49

15

18

44

38

83

18

Wet verplichte ggz (Wvggz)

526

73

23

48

14

18

43

37

80

18

Mensenhandel

127

18

5

11

3

4

10

9

19

4

435 16.779

60 2.319

19 727

39 1.518

12 457

15 567

35 1.360

30 1.166

66 2.556

15 564

2.271 50.862

314 6.981

98 2.281

205 4.615

62 1.392

77 1.694

184 4.251

158 3.569

346 7.369

76 1.671

Prenataal Contactmoment Publieke Zorg voor de Jeugd

Program m a RDOG2024

Veiligheidshuis Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH)

Geneeskundige Hulpverlening (GHOR)

Totaal

39

aa l

la s

To t

Zu id p

W

Zo et e

ad d

rw

in x

ou

de

ve en

en rs ch ot Vo o

Te yli n

ge n

Oe gs tg ee st

ijk rd w No o

Ni eu w

BP I

Lis se

20 22

ko op

€1.000

BPI

22.982

29.151

44.062

25.064

37.791

25.650

30.479

8.843

45.064

814.457

BPK

888

1.231

1.592

1.132

1.529

978

1.649

339

2.269

33.276

Infectieziektenbestrijding

1.536

43

55

83

47

71

48

57

17

85

1.536

Epidemiologie en gezondheidsbeleid

779

22

28

42

24

36

25

29

8

43

779

Tuberculosebestrijding

585

16

21

32

18

27

18

22

6

32

585

Gezondheidsbevordering

556

16

20

30

17

26

18

21

6

31

556

Soa / Sense

456

13

16

25

14

21

14

17

5

25

456

Medische milieukunde

539

15

19

29

17

25

17

20

6

30

539

Lijkschouw

531

15

19

29

16

25

17

20

6

29

531

Technische hygiënezorg

97

3

3

5

3

4

3

4

1

5

97

118 5.196

3 147

4 186

6 281

4 160

5 241

4 164

4 194

1 56

7 287

118 5.196

12.545

Crisisplan Publieke Gezondheid Wettelijke taken GGD

JGZ 0-4 jaar

12.545

335

464

600

427

576

369

622

128

855

JGZ 4-19 jaar (incl. RVP)

9.529

269

341

515

293

442

300

357

103

527

9.529

JGZ 0-19 jaar (incl. RVP)

22.074

604

805

1.116

720

1.019

669

978

231

1.383

22.074

Beleidsadvisering jeugd

1.700

48

61

92

52

79

54

64

18

94

1.700

Gezondheidsbevordering jeugd

1.115

31

40

60

34

52

35

42

12

62

1.115

CJG dienstverlening

233

7

8

13

7

11

7

9

3

13

233

Prenatale voorlichting

92

3

3

5

3

4

3

3

1

5

92

260 25.474

7 699

10 927

12 1.298

9 825

12 1.176

8 775

13 1.109

3 268

18 1.574

260 25.474

Gem eentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

1.143 31.812

32 878

41 1.154

62 1.641

35 1.021

53 1.470

36 975

43 1.346

12 337

63 1.925

1.143 31.812

Veilig Thuis (VT)

10.334

292

370

559

318

479

325

387

112

572

10.334

Crisisinterventieteam (CIT)

1.438

41

51

78

44

67

45

54

16

80

1.438

Jeugdpreventieteam (JPT)

1.142

32

41

62

35

53

36

43

12

63

1.142

Meldpunt Zorg en Overlast

1.830

52

66

99

56

85

58

68

20

101

1.830

Basiszorgcoördinatie Kw etsbare Kinderen

402

11

14

22

12

19

13

15

4

22

402

Maatschappelijke Zorg, preventie en beleid

546

15

20

30

17

25

17

20

6

30

546

Wet verplichte ggz (Wvggz)

526

15

19

28

16

24

17

20

6

29

526

Mensenhandel

127

4

5

7

4

6

4

5

1

7

127

435 16.779

12 473

16 601

24 908

13 516

20 779

14 528

16 628

5 182

24 928

435 16.779

2.271 50.862

64 1.416

81 1.836

123 2.672

70 1.607

105 2.354

72 1.575

85 2.059

25 544

126 2.979

2.271 50.862

Prenataal Contactmoment Publieke Zorg voor de Jeugd

Program m a RDOG2024

Veiligheidshuis Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH)

Geneeskundige Hulpverlening (GHOR)

Totaal

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10222528/1