Bijlage B Omgevingsvisie
Tekst van het document
§ Uitbreiden en kwaliteitsverhoging
§ Herinrichting spoorzone (verbin-
recreatieve infrastructuur (paden,
ding tussen ’t Weegje en de Oost-
informatievoorziening, bankjes,
polder);
etc.); § Gemeentelijke wegen en fietspaden beheren op beheerniveau B. De overige openbare ruimte op beheerniveau C (dat wil zeggen een laag niveau vanwege het vaak meer extensieve karakter in het buitengebied).
§ Vernieuwing informatievoorzieningen; § Realisatie doorfietsroute tussen Alphen aan den Rijn en Gouwe (langs het spoor/ Wilgenlaantje). Figuur 40 Afwegingskader met de belangrijkste ambities in de recreatiegebieden
§ Aanleg nieuwe Goudse Westergouwe;
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
| 83
6
U ITVOERINGSPARAGRAAF WERKEN MET DE OMGEVINGSVISIE Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
| 84
6
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie denken uit te voeren. Hierbij dragen we een aantal concrete projecten aan die we als
UITVOERINGSPARAGRAAF
gemeente graag gerealiseerd willen zien. Omdat we daarbij ook afhankelijk zijn van andere
6.1 Sturingsfilosofie Het uitgangspunt van de Omgevingswet is zoals gezegd ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk in hoofdlijnen zien hoe we in Waddinxveen initiatieven kunnen
initiatiefnemers, beschrijven we in sommige
ondersteunen en er tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan
gevallen ook wat er moet gebeuren om een
de kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie als onderlegger
project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven. We beschrijven hier verder de diverse (kern) instrumenten die we aanvullend op de visie gaan opstellen en geven we aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
gaan we daar de komende tijd concreet mee aan de slag. De sturingsstijl van de gemeente bestaat uit de rol van de overheid (reguleren, samenwerken of ondersteunen) plus de mix van instrumenten die we kiezen. De basis voor de keuzes, en de uitwerking van de concrete sturingsstijl, hoort te staan in de omgevingsvisie. Dit noemen we ook wel sturingsfilosofie. Het gaat niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook de rolneming van de raad ten opzichte van het college. Het is denkbaar overwegend een bepaalde sturingsstijl aan te nemen, maar te allen tijde moet het hele palet aan stijlen gebruikt kunnen worden. Waddinxveen kijkt per vraagstuk wat de meest passende houding is.
| 85
6 UITVOERINGSPARAGRAAF
6.2 De omgevingsvisie en de andere Omgevingswet instrumenten
1. De omgevingsvisie 2. De programma’s 3. Het omgevingsplan
6.2.1 Instrumentenmix
4. De omgevingsvergunning
Met de komst van de Omgevingswet verandert de manier waarop
5. Het projectbesluit.
we als gemeente omgaan met onze leefomgeving. Enerzijds is dit omdat de wet ons nieuwe instrumenten biedt die we kunnen inzetten. Anderzijds omdat we de komende tijd aan de slag moeten om alle ontwikkelingen die op ons afkomen en ambities die we hebben goed te stroomlijnen en uit te voeren. In deze paragraaf beschrijven we hoe we de verschillende instrumenten van de Omgevingswet inzetten in Waddinxveen.
6.2.2 Beleidscyclus De Omgevingswet gaat uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. Dat betekent dat de omgevingsvisie een ‘dynamisch’ document is dat we in samenhang met de andere instrumenten en samen met betrokken blijven aanscherpen. De Omgevingswet bevat verschillende instrumenten, elk met hun eigen toepassing.
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
Figuur 41 Grote en kleine beleidscyclus, bron: KuiperCompagnons
| 86
6
6.2.3 Doorwerking in het omgevingsplan
plan. In het omgevingsplan werken we onze ambities concreet uit in regels die bindend zijn voor iedereen. Hierbij kan gedacht
UITVOERINGSPARAGRAAF
Een belangrijke bepaling in de Omgevingswet is dat een gemeente
worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
één gebiedsdekkend omgevingsplan heeft. Het omgevingsplan
en bijvoorbeeld regels over bepaalde activiteiten. Ook wordt in het
bevat alle regels over de fysieke leefomgeving voor het hele
omgevingsplan vastgelegd voor welke activiteiten in de toekomst
gemeentelijk grondgebied. Het plan vervangt straks alle bestem-
een vergunning moet worden aangevraagd.
mingsplannen en een groot deel van de verordeningen. Het omgevingsplan wordt, net als de omgevingsvisie, vastgesteld door de gemeenteraad. Het omgevingsplan is voor iedereen bindend. De
6.2.4 Doorwerking in programma’s
gemeente hoeft niet al bij inwerkingtreding van de Omgevingswet
Gemeenten kunnen strategisch beleid uit de omgevingsvisie
te beschikken over een actueel omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de wet. Vooralsnog is 2029 het moment dat een gemeente volledig moet voldoen aan de wet. Tijdens die periode vormen de huidige bestemmingsplannen, andere ruimtelijke besluiten en een aantal verordeningen van rechtswege het omgevingsplan. De regels vanuit het Rijk krijgen hier ook tijdelijk een plek in, de zogenaamde ‘bruidsschat’. De omgevingsvisie biedt de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan. Toch kan het omgevingsplan aanleiding zijn om de omgevingsvisie bij de actualisering op onderdelen aan te passen, bijvoorbeeld omdat een ambitie voor de korte termijn te hoog blijkt te zijn en niet in regels te vatten is of andersom omdat de visie scherpere keuzes moet maken om regels te kunnen stellen. Wij kiezen ervoor om het omgevingsplan in stappen op te bouwen richting 2029. Dat doen we in een eerste omgevingsplan dat we ‘omgevingsplan 1.0’ noemen. Op basis van de ervaring uit het omgevingsplan 1.0 werken we toe naar een gemeentedekkend
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
verder uitwerken of operationaliseren via programma’s. Binnen de Omgevingswet zijn er vier verschillende soorten programma’s, elk met eigen kenmerken. Het gaat hier om het vrijwillige programma, dat dient voor de uitwerking van de omgevingsvisie. Dit soort programma’s kunnen gebiedsgericht en thematisch ingezet worden en gericht zijn op verschillende schaalniveaus. Hierin kunnen daadwerkelijke projecten worden opgenomen en kan worden aangegeven hoe bepaald gedrag kan worden gestimuleerd door subsidies en educatie (soms in aanvulling op en soms in plaats van verboden in regels). In tegenstelling tot de omgevingsvisie en het omgevingsplan is het programma een bevoegdheid van het college, wat overigens niet betekent dat de gemeenteraad nooit betrokken wordt. Het programma is, net zoals de omgevingsvisie, zelfbindend voor het gemeentebestuur maar niet voor andere partijen en inwoners. Het programma geluid is het enige verplichte programma voor een aantal gemeenten (artikel 3.6. van de Omgevingswet). Waddinxveen behoort tot die gemeenten. Daarnaast wordt in navolging op
| 87
6
de uitvoeringsparagraaf onderzocht of de gemeente nog andere programma’s gaat opstellen. Om te voorkomen dat er een oerwoud aan nieuw los beleid ontstaat, zijn we echter voorzichtig met het maken van programma’s. We willen op termijn zoveel mogelijk
UITVOERINGSPARAGRAAF
sectoraal beleid opnemen in de omgevingsvisie, zodat er uiteindelijk één omgevingsvisie, één omgevingsplan en een beperkt aantal programma’s resteert. Het is goed om zo vroeg mogelijk te bedenken welke programma’s logisch zijn. Bijvoorbeeld programma’s passend bij drie pijlers of deelgebieden in de omgevingsvisie.
6.3 Toezicht en handhaving De Omgevingswet is gebaseerd op vertrouwen. Niettemin is handhaving een onderdeel van het werken in de beleidscyclus, omdat illegale activiteiten moeten worden aangepakt. De omgevingsvisie is echter alleen bindend voor het bestuur. In het omgevingsplan zijn de regels opgenomen die wel bindend zijn voor burgers. Die regels bieden de basis voor handhaving als dat nodig is. Het is op visieniveau wel goed om na te denken over de gevolgen van de sturingsfilosofie (paragraaf 1.2.) en de inrichting van het omge-
Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke
vingsplan die daaruit volgt. Dit heeft namelijk gevolgen voor de inzet op handhaving. Zo betekent het werken met voorwaardelijke verplichtingen (het mag mits aan een aantal voorwaarden voldaan is), dat handhaving naar een later moment in het traject verschuift.
Vooralsnog zien wij echter geen noodzaak om omgevingswaar-
6.4 Lokale en regionale samenwerking
den te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde ‘doelen’
Ontwikkelingen in Waddinxveen staan natuurlijk niet op zich-
niet worden gehaald dan kunnen we alsnog overwegen om in het
zelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die
omgevingsplan omgevingswaarden vast te stellen en deze te kop-
van invloed kunnen zijn op onze gemeente. Daarom hebben we
pelen aan een programma. Dit is ook een aspect dat aan bod komt
actief contact met buurgemeenten, de provincie Zuid-Holland
bij de monitoring en evaluatie van deze eerste omgevingsvisie.
en ketenpartners en nemen we deel aan verschillende regionale
overlast. In dat geval is ook een programma verplicht. In dat geval ligt het voor de hand dit in de omgevingsvisie al aan te geven.
samenwerkingsverbanden. Samen met die partners blijven we werk maken van belangrijke regionale opgaven. Per opgave/ thema bekijken we met welke partner(s) we het gaan oppakken.
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
| 88
6
6.5 Uitvoering De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een
UITVOERINGSPARAGRAAF
programma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten.
6.6 Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal 6.6.1 Kostenverhaal en verevening De gemeente Waddinxveen heeft in de omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven een groot deel hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheid en mate van profijt. Daarnaast kunnen vrijwillige bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden afgesproken in een anterieure overeenkomst of (posterieur) via een fonds. In grote lijnen wordt deze systematiek voortgezet onder de Omgevingswet, maar er zijn ook wijzigingen.
Wetgeving rondom kostenverhaal en verevening staat in de Aanvullingswet grondeigendom die is opgenomen in de Omgevingswet. Met de Aanvullingswet grondeigendom wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening houden met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is, waaronder organische gebiedsontwikkeling. Het instrumentarium bestaat twee hoofdgroepen, elk verdeeld naar twee subgroepen: § Regulier kostenverhaal (wettelijke plicht om dit toe te passen): • bij integrale ontwikkeling • bij organische ontwikkeling § Kostenverhaal van financiële bijdragen (wettelijke bevoegdheid om dit toe te passen): • bij integrale ontwikkeling • bij organische ontwikkeling Voor de beide hoofdgroepen geldt ook nog dat het zowel privaat-als publiekrechtelijk toegepast kan worden. Indien de gemeente straks wenst te beschikken over de publiekrechtelijke mogelijkheid voor kostenverhaal voor financiële bijdragen, dan is de reikwijdte beperkt tot de limitatieve categorieënlijst uit de ontwerp-AMvB ‘Financiële bijdragen’ (8 januari 2021). De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst is dus nog niet definitief. De financiële bijdragen
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
| 89
6
kunnen gevraagd worden voor ontwikkelingen als kwalitatieve ver-
leegstandsproblemen met maatregelen in de fysieke
beteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de
leefomgeving.
aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde
UITVOERINGSPARAGRAAF
voorzieningen. Anterieur kunnen ook andere bijdragen worden
De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de
gevraagd. In beide gevallen moet de functionele samenhang van
limitatieve lijst is nog niet definitief. De categorieën en voorwaar-
de projecten waarvan een bijdrage wordt gevraagd en de projecten
den kunnen dus nog aangepast worden. Daarom zullen we het
waarvoor een bijdrage wordt gevraagd onderbouwd worden in de
beleid over de financiële bijdragen bij de eerstvolgende actualisa-
omgevingsvisie of in een programma.
tie van de omgevingsvisie nader uitwerken.
Bij de volgende categorieën kunnen financiële bijdragen worden gevraagd:
a. wijziging inrichting landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden;
b. aanleg of wijziging van Natura 2000-gebieden of gebieden die zijn aangewezen in een omgevingsplan met onder meer maatregelen ter vermindering van stikstofdepositie;
c. aanleg van infrastructuur voor verkeers-en vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang;
d. aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur;
e. compensatieregeling bouw sociale huur-en koopwoningen indien in een ontwikkellocatie onvoldoende van deze woningen worden gerealiseerd;
f. stedelijke herstructurering ter verbetering van woonen leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
6.6.2 Voorkeursrecht Door voorkeursrecht te vestigen kunnen bestuursorganen in een vroeg stadium van planvorming voorkomen dat open beleidsontwikkeling wordt bemoeilijkt doordat marktpartijen al in die fase grondposities innemen die de aanpak van maatschappelijke opgaven belemmeren. De omgevingsvisie, maar ook het omgevingsplan of een programma, kan dienen als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht. Voor de grondslagen is gekozen voor deze drie, omdat dit de kerninstrumenten zijn die het dichtst blijven bij de huidige beleidsdocumenten en normstellende documenten uit de Wet ruimtelijke ordening die de grondslagen vormen voor vestiging van een voorkeursrecht in de Wet voorkeursrecht gemeenten. Is de betreffende functie aan een locatie toegedacht in de omgevingsvisie, dan is dat de te gebruiken grondslag voor vestiging van het voorkeursrecht. Als het voorkeursrecht (nog) niet in een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan staat en het bestuursorgaan stelt vóór afloop van de geldingsduur een omgevingsvisie,
| 90
6
programma of omgevingsplan vast, voorkomt dat het verval van
voor nadeelcompensatie. Hiervoor zullen we in Waddinxveen in
het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht vervalt van rechtswege
het kader van de implementatie van de Omgevingswet een voor-
drie jaar na het ingaan ervan. Met andere woorden, de gemeente
stel uitwerken op basis van de VNG Modelverordening nadeelcom-
kan op basis van een omgevingsvisie voorkeursrecht vestigen of
pensatie.
UITVOERINGSPARAGRAAF
vooruitlopend daarop (met een voorkeursrechtbeschikking). In het laatstgenoemde geval moet de gemeente binnen drie jaar een omgevingsvisie vaststellen om het te bestendigen. De vraag of het zinvol is gebruik te maken van de vestiging van
6.7 Monitoring, aanvulling en herziening
voorkeursrecht, hangt onder meer van de volgende zaken af:
6.7.1 Levend document
§ Is de grond niet al in eigendom van speculanten en/of ontwik-
Wij beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengende daar-
kelaars? § Wil de gemeente een grondpositie (is actieve grondpolitiek mogelijk) of is het ook acceptabel als een andere eigenaar ontwikkelt? § Is realisatie van woningbouw binnen afzienbare tijd het geval?
van alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Ook willen we daar waar gewenst een gebiedsvisie maken zodat deze vervolgens
Het publiek belang moet worden aangetoond. Bovendien draagt
kan landen in de omgevingsvisie. Het afwegingskader wordt naar
de gemeente anders lang de rentelasten.
verwachting een belangrijk element bij de monitoring en evaluatie. Het gebruik maken van meetbare indicatoren is een logische stap
6.6.3 Nadeelcompensatie De basis voor nadeelcompensatie wordt gevonden in het omgevingsplan. Wel kunnen ontwikkelingen voorzienbaar worden gemaakt in de omgevingsvisie. De wijze van vergoeding van plan-
bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. Een milieueffectrapportage (m.e.r.), bij de 2.0-versie van de omgevingsvisie, kan hier een bijdrage aan leveren. We zijn voornemens op de omgevingsvisie jaarlijks te controleren op uitvoerbaarheid en nieuwe ontwikkelingen en vierjaarlijks op lange termijnperspectieven.
schade wordt onder de Omgevingswet omgezet in een systeem
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
| 91
6
6.7.2 Stap richting omgevingsvisie 2.0
gemeten worden of de doelstellingen van de visie behaald worden
Deze omgevingsvisie 1.0 zet een stap richting volledige strate-
De volgende thema’s werken we de komende periode verder uit in
gische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omge-
verschillende trajecten:
UITVOERINGSPARAGRAAF
vingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er op termijn geen andere thematische visies als losstaand beleid worden gemaakt. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continue aangescherpt wordt. Vanzelfsprekend gaan we wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Maar dat wordt
§ Wonen, in 2022 actualisatie van de Woonvisie Waddinxveen 2018-2022 § Water en groen, actualisatie waterplan, groenbeleid en uitvoeringsplan groen § Openbare ruimte, actualisatie visie beheer openbare ruimte en integraal beheerplan, aanpassing LIOR (leidraad inrichting
uiteindelijk niet opgenomen in losstaande beleidsstukken. De
openbare ruimte), speelruimteplan en uitvoeringsplan spelen
strategische uitspraken van zo een verdiepingsslag moeten uit-
§ Bodem, actualiseren nota bodembeheer en bodemkwaliteits-
eindelijk weer landen in de omgevingsvisie en eventuele juridische consequenties in het omgevingsplan. Via programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitvoering, een specifieke gebiedsuitwerking of aan ‘zachte’ maatregelen zoals het opzetten van subsidietrajecten en samenwerkingsverbanden. In deze 1.0 versie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbon-
kaarten, bodemdaling en funderingsproblematiek. Overzicht ondergronds ruimtebeslag. § Duurzaamheid, actualisatie duurzaamheidsvisie, Gebiedspaspoorten Klimaatadaptatie en Biodiversiteit, Uitvoeringsagenda Koersdocument Duurzaam Waddinxveen en Circulair Waddinxveen § Transitievisie Warmte, actualisatie, opstellen buurtuitvoerings-
den. In 2021 en 2022 worden verschillende thematische visies
plannen, uitvoeringsplannen bedrijventerreinen, Warmtesamen-
uitgewerkt en vastgesteld door de gemeenteraad. We hebben er
werking Oostland, Verlenging B3 Hoekleiding
bewust voor gekozen om die trajecten in samenspraak met de omgevingsvisie op te stellen en de processen niet te vertragen door ze allemaal in een keer samen te voegen. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van strategisch ruimtelijk beleid. Door dan ook een MER uit te voeren én hieraan een periodiek monitoring programma te koppelen) kan
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
§ Mobiliteit, mobiliteitsvisie en actualiseren parkeerbeleid § Grondbeleid, actualiseren nota grondbeleid en nota kostenverhaal § Erfgoed: opstellen kerkenvisie
| 92
6
§ Handboek gebiedsontwikkeling nieuwbouw en maatschappelijk vastgoed § Biodiversiteit: Ontwikkelen beleid (op basis van en in samenhang met provinciaal beleid) m.b.t. invasieve uitheemse soorten
UITVOERINGSPARAGRAAF
en Icoonsoorten § Duurzaamheidskompas als afwegingsinstrument bij college en raadsbesluiten. § Opstellen gebiedsvisie(s).
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
| 93
Colofon Deze omgevingsvisie is opgesteld door Gemeente Waddinxveen en KuiperCompagnons September 2022
Omgevingsvisie Waddinxveen 2050
| 94