CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Reactie CU-SGP Zuidplas

Besluitvormende raadsvergadering 13 oktober 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB Regiovisie Midden-Holland Jeugd en WMO ‘Samen scherper aan de wind’1.620 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Input van fractie CU/ SGP Zuidplas op de regiovisie Wmo en Jeugd Dagmar Ambachtsheer Raadslid CU/SGP Zuidplas In de kaders is een reactie op de input opgenomen. Hieronder de input die wij als fractie willen meegeven voor de tweede versie van de regiovisie jeugdhulp en wmo. Ten aanzien van de inhoud:  In de regiovisie wordt het concept van positieve gezondheid niet verder uitgewerkt. Dit wordt bevestigd is de beantwoording van de vragen. Hoe kunnen we in de regio positieve gezondheid als kader gebruiken als het niet verder is uitgewerkt? Wij hadden verwacht dit men name terug te kunnen zien in de formulering van de opgaves en hopen dit terug te gaan zien in de kpi’s. Reactie: Positieve gezondheid is vooral in de medische hoek een vernieuwend inzicht. In het sociaal domein brengt het minder nieuws, omdat daar de integrale benadering en eigen regie al centraal staan. Dit kracht van het concept zit in het feit dat het een gemeenschappelijke taal biedt om met maatschappelijke partners op te trekken. Met name in de samenwerking met aanbieders van anders gefinancierde - met name medische - zorg (Zorgverzekeringswet en Wet Langdurige zorg) is dit concept van belang. De focus wordt verlegd van alleen lichamelijke gezondheid naar een breder perspectief over welbevinden. Daarbij spelen juist gemeenten via het sociale domein een belangrijke rol. 

Leg de verbinding jeugdhulp en onderwijs nogmaals langs de verbeterpunten passend onderwijs om te kijken of het voldoende geborgd is. In de beantwoording staat genoemd dat het geborgd is. Maar wij missen oa zicht op het onderwijszorgcontinuüm, de doorzettingsmacht, inzet van specialistische zorg op scholen, het voorzieningenniveau van speciaal onderwijs in de regio etc. Ook is de bestuurlijke inrichting onduidelijk, tot wie wenden SWV zich als het gaat om het aansluiten van specialistische jeugdhulp op de interdisciplinaire samenwerking op school? Reactie: Tussen de gemeenten en het onderwijs bestaat een heldere overlegstructuur waar dergelijke vraagstukken besproken worden: het OOGO (Op overeenstemming gericht overleg). 

Werk en inkomen is geen onderdeel van de regionale samenwerking met als argument dat dat lokaal is georganiseerd. Vervolgens is dit tevens het argument om de bevoegdheid in de regio bij individuele colleges en raden te laten zodat om het sociaal domein integraal te kunnen benaderen. Deze redenering houdt elkaar in stand. De beweging kan ook zijn Werk en inkomen wordt ook regionaal en daarmee integraal met jeugdhulp en Wmo in een GR. We hebben de kans en de schaal in onze regio om dit te gaan onderzoeken en gefaseerd in gang te zetten. Reactie: In de praktijk is de verbreding naar werk & inkomen lastig, aangezien hiervoor een andere regio-indeling gehanteerd wordt dan het niveau van Midden-Holland. Gezien de complexiteit is dit een onderwerp dat betrokken zou kunnen worden bij de kaderstelling vanaf 2025, waarover de raden vanaf 2022 met elkaar de kaders gaan bepalen. 

Wij missen de visie op en actief inzetten van clienten/ ervaringsdeskundigen in dit document. We zien graag dit ambitieniveau hoger. Reactie: In voorliggende regiovisie ligt hier geen extra ambitie ten opzichte van de huidige situatie. Welke betekent dat in de transformatieprogramma’s veelvuldig gewerkt wordt met ervaringsdeskundigen (o.a. via Kernkracht) en dat verder de lokale afspraken gelden voor het betrekken van cliënten/adviesraden bij besluitvorming.

Normaliseren en afschalen worden als belangrijke punten neergezet in de visie. Maar de vertaling is dun/ ontbreekt. We vrezen voor een platgeslagen document waarin gebruikelijke zorg wordt vastgelegd. We zien meer uit naar een regio die hier het maatschappelijke debat hierover actief over aanwakkert. Reactie: Deze passage is in de regiovisie aangepast ten opzichte van de consultatieversie. 

We vinden de ambities onvoldoende inspirerend en sturend om de huidige uitdaging aan te kunnen. Een aantal voorbeelden: o ‘Aandacht voor doorstroom naar betaalbare woningen.’ Enkel aandacht? Terwijl we weten dat een eigen woning wellicht zelfs krachtiger werkt dan zorg? Of blijven we hier vaag omdat het op het snijvlak van lokaal/regionaal zit? En wat als we dan op deze grens elke keer vaag blijven? Wat zijn daar de gevolgen van? Wij verwachten meer stevigheid op het sociaal domein, ook in de samenwerking lokaal/regionaal. Reactie: Vanuit het sociaal domein kunnen de problemen op de woningmarkt niet opgelost worden, wel is het van belang om daar oog voor te hebben vanuit een integrale benadering. o

‘Voor de gezamenlijke regionale voorzieningen maatschappelijke zorg ontvangt regie houdende gemeente Gouda vanaf 2023 vanuit de lokale middelen een financiële bijdrage. Na publicatie van het nieuwe verdeelmodel wordt de verdeelsleutel vastgesteld en via de programmabegroting aan de gemeenteraden voorgelegd.’ Dit is geen ambitie, maar slechts een uitwerking. Slordig dat dit er zo in staat. Reactie: Inhoudelijk is dit punt aangescherpt. In de kop is ‘afspraken’ toegevoegd.

o

Bij de ambities voor jeugdigen is niks te merken van het kader positieve gezondheid. Verder merken we op dat de ambities niet per definitie iets zeggen over de kwaliteit van zorg of de kwaliteit van het resultaat. Sturen op kortere maatregelen kan funest zijn als langer nodig is. Kortere maatregelen zouden zeer welkom zijn als outcome, maar niet als ambitie/doel op zichzelf. Hetzelfde geldt voor de ambitie op residentieel voorzieningen. Reactie: In de uitgangspunten in hoofdstuk twee is opgenomen ‘juiste zorg op het juiste moment’. Ook ten aanzien van de duur is dit van toepassing; doen wat nodig is. Voor jeugdigen wordt opgroeien in de eigen omgeving als waardevol gezien, mits de situatie het toelaat.

o

Bij de ambitie over inzetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, missen wij hoe de regio zicht gaat houden op de kwaliteit van zorg, aangezien we al een wildgroei aan aanbieder hebben. Reactie: Terecht punt, de kwaliteit moet wel op orde zijn. Bij de contractering van aanbieders is hier aandacht voor. Dat geldt voor alle diensten. Deze ambitie betekent niet automatisch ook meer aanbieders. Ook met bestaande aanbieders kan dit vormgegeven worden. Bijvoorbeeld door het omvormen van bestaand aanbod naar meer kleinschalig aanbod.

o

De ambitie ‘Scherpere afbakening jeugdhulp en passend onderwijs’ is tekenend voor de grip die we zoeken en gericht om het organiseerbaar te maken. Derhalve niet sturend op de bedoeling en zeker niet inspirerend. We willen een vloeiende samenwerking tussen jeugdhulp onderwijs en gemeente, waarin het doel voor het kind in zijn/haar eigen omgeving bij iedereen scherp op het netvlies staat. Het ‘hoe’ moeten we van de ambitie afleiden. Nu is de ambitie het ‘hoe’ geworden. pagina 2

o

o

Ook de volgende ambitie gaat over organiseren en niet over wat we hiermee willen bereiken: We zetten in op het realiseren van afspraken met partijen uit de Wlz en Zvw over hoe maatschappelijke opgaven in gezamenlijkheid opgepakt kunnen worden om de zorg en ondersteuning voor ouderen en psychisch kwetsbaren duurzaam te verbeteren. We staan hierbij open voor gezamenlijke financiering onder voorwaarde dat de kosten voor de gemeenten in MiddenHolland per saldo niet hoger worden. We missen de opgave normaliseren en afschalen. Reactie: deze is onderdeel van de opgave afbakening zoals in hoofdstuk 4 opgenomen is.

Ten aanzien van de organisatie en governance:  Ten aanzien van de spanning tussen keuzevrijheid en zicht op de kwaliteit van zorg vragen we ons af of we niks anders kunnen doen dan wachten tot 2025? waarmee we de komende tijd nihil invloed hebben op de kwaliteit vanwege de omvang van de contracten. Reactie: In hoofdstuk 4 zijn diverse ambities en acties opgenomen die juist in de tussenliggende periode een bijdrage moeten leveren aan het verbeteren van de sturing op zowel kosten als kwaliteit. 

We blijven bestuurlijk samenwerken, met veel schroom in onze beleving om mandaten weg te geven. Het is in deze situatie van groot belang om scherp te hebben waar we gezamenlijk naar kijken om te beoordelen of we op de goede weg zitten. De ambities zijn hiervoor te abstract en in de huidige versie nog onvoldoende sturend en inspirerend. Doelen en prestatie-indicatoren ontbreken in het document onder de verklaring dat beleidskaders lokaal zijn opgesteld en colleges de verantwoording blijven dragen. Ondanks dat colleges deze verantwoording blijven dragen, is hetzelfde beeld nog steeds noodzakelijk in onze ogen en het argument dat de beleidskaders lokaal zijn is in onze ogen een bureaucratisch argument dat nooit de reden mag zijn om geen gezamenlijke prestatie-indicatoren op te stellen. We kunnen ook elke gemeente een toevoeging vragen op de lokale beleidsplannen om regionale doelen en prestatieindicatoren te formuleren. We kunnen niet alles zelf. Het mantra lokaal = kwaliteit = goedkoper blijkt tot nu toe geen waarheid. Welke invloed raken we als raad werkelijk kwijt? Welke kwaliteit krijgen we ervoor terug als we de bestuurlijke drukte eruit halen? De toegang is lokaal. Echter zitten we in de kleinste JH regio en alle modellen van toegang zijn aanwezig. Dit zorg voor enorme inefficiëntie en verlies aan tijd en kwaliteit in de keten.

Denk aan kinderen die in de ene gemeente op school zitten en in de andere gemeente wonen, of aan regionale aanbieders die bij moeten houden hoe elke gemeente de toegang heeft ingericht en hoe alles heet. Ook inwoners van verschillende gemeenten kunnen elkaar niet bij staan over de route in het sociaal domein, omdat het overal anders is. Het argument dat de toegang lokaal is en we daardoor niks hoeven met elkaar vinden we te dun. Wat gaan we hiermee uit de weg? Kan er niet meer samen opgetrokken worden? Gewoon samenwerken? Zonder de angst dat we invloed verliezen? Reactie: In voorliggende regiovisie is het voorstel de komende jaren in het huidige model verder te gaan, wetende dat ook het Rijk hier voornemens is met aanscherpingen op te komen Wijzigingen van model zijn immers intensief en leiden af van waar we het allemaal voor doenVoor de periode na 2025 kunnen nieuwe afwegingen gemaakt worden. Deze voorbereiding wordt daarom ook al in 2022 opgestart met kaderstelling in de raden

pagina 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10543318/2