Bijlage 6 Memo Beantwoording moties Ontwerp Transitievisie Warmte Waddinxveen
Tekst van het document
MEMO
Zaakkenmerk: Z/21/077645 Documentkenmerk: 179161 Onderwerp: Beantwoording moties Ontwerp Transitievisie Warmte Waddinxveen Afzender: B.J.A. Leferink Datum:
Geachte Raad,
Met dit memo geven wij u antwoord op de ingediende moties met betrekking tot de Ontwerp Transitievisie Warmte U heeft tijdens de raadsvergadering van 2 juni 2021 de eerste formele stap gezet in de warmtetransitie van de gemeente Waddinxveen. Daarvoor heeft u de Ontwerp Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak, overeenkomstig de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Bij de bespreking van de Ontwerp TVW heeft u de volgende twee moties aangenomen: Motie ‘haalbaarheid en betaalbaarheid TVW’; Motie ‘TVW, focus en plan’. Wij hebben de behoefte u middels dit memo een antwoord te geven op de aangenomen moties met betrekking tot de Ontwerp TVW. Zodat u dit mee kan nemen in uw besluitvorming bij de TVW. In dit memo leest u allereerst een antwoord op de motie ‘haalbaarheid en betaalbaarheid TVW’ en vervolgens een reactie op de motie ‘TVW, focus en plan’. Tot slot, geven we graag in een samenvattend antwoord weer hoe we de moties gaan uitvoeren.
Graag geven wij u antwoord op de motie ‘haalbaarheid en betaalbaarheid TVW’ In de motie ‘haalbaarheid en betaalbaarheid TVW’ verzoekt u het college om: Motie haalbaarheid en betaalbaarheid TVW […] Verzoekt het college: Om alvorens te starten met de startbuurt inzichtelijk te maken welke investeringskosten van individuele huiseigenaren gevraagd worden en welke kosten voor rekening van huurders komen om aan te sluiten op de collectieve oplossingen en aan te geven hoe het college verwacht dat huiseigenaren dit kunnen en gaan bekostigen en dit terug te
koppelen aan de raad. De raad tevens te voorzien van informatie hoe het college om wenst te gaan met huiseigenaren die de investeringskosten niet kunnen en/of willen dragen en welke gesprekken gevoerd zullen worden met Woonpartners over hoe omgegaan wordt met de kosten in relatie tot huurders. Zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden over hoe iedere inwoner van de startwijk de transitie op een goede en betaalbare wijze kan doorlopen en deze informatie mee te nemen bij de verdere uitrol. Wij hechten veel belang aan de betaalbaarheid en haalbaarheid van de warmtetransitie. Daarom is onder andere betaalbaarheid opgenomen als een van de algemene uitgangspunten in de TVW. De kosten moeten draagbaar zijn voor alle betrokkenen (eindgebruikers, gebouweigenaren, overheden, netbeheerders en warmteleveranciers).
Investeringskosten & bekostigen In het eerste onderdeel van uw motie verzoekt u het college om inzichtelijk te maken welke investeringskosten van individuele huiseigenaren gevraagd worden en welke kosten voor rekening van de huurders komen om aan te sluiten op de collectieve oplossingen en hoe het college verwacht dat huiseigenaren dit kunnen en gaan bekostigen. Wat de precieze investeringskosten worden voor individuele huiseigenaren en huurders en hoe deze investeringskosten worden verdeeld tussen de verschillende belanghebbenden is op dit moment voor de buurten in Waddinxveen nog niet bekend. Dit moet worden uitgewerkt in een haalbaarheidsstudie en is onderdeel van het gesprek met een buurt(cluster). In samenspraak met de buurt wordt namelijk bepaald welke warmteoplossing het beste past. Op basis van de informatie, die naar voren komt uit de haalbaarheidsstudie en de gesprekken met een buurt(cluster), kan ook in kaart worden gebracht hoe huiseigenaren dit kunnen en gaan bekostigen. Dit komt uiteindelijk allemaal samen in een buurtuitvoeringsplan (BUP). De investeringskosten voor individuele huiseigenaren en huurders zullen bekend zijn, voordat een uitvoeringsplan wordt opgesteld en daadwerkelijk wordt gerealiseerd (bijvoorbeeld de aanleg en aansluiting van een distributienet).
In de TVW is wel alvast een verkenningsstudie uitgevoerd voor de twee verkenningsbuurten, namelijk: Groenswaard-Vondelwijk-Peter startbuurt); Zuidplas 80.
Zuidlaan
en
Horstenbuurt
(GVPH)
(tevens
de
Met deze verkenningsstudie is een eerste aanzet gedaan om de investeringskosten voor deze buurtclusters in kaart te brengen. Dit is een extra stap die wij als gemeente hebben gezet in de TVW, om alvast wat meer inzicht te krijgen in de (investerings)kosten. Groenswaard-Vondelwijk-Peter Zuidlaan en Horstenbuurt (GVPH) Bij de goedkoopste warmtenet oplossing bedragen de aansluitingskosten € 5.090 en de gebouwgebonden investering (isolatie en de aanpassing aan de binnen installatie) bedraagt gemiddeld per woning € 4.100. Bij een individuele lucht warmtepomp oplossing bedragen de kosten gemiddeld per woning € 21.800. Dit is met een forse afname van de jaarlijkse energiekosten ten opzichte van de aardgas referentie.
Zuidplas 80 Bij de goedkoopste warmtenet oplossing bedragen de aansluitingskosten € 8.200 en de gebouwgebonden investering (isolatie en de aanpassing aan de binnen installatie) bedraagt gemiddeld per woning €3.200. Bij een individuele lucht warmtepomp oplossing bedragen de kosten gemiddeld per woning € 27.200. Dit is met een forse afname van jaarlijkse energiekosten ten opzichte van de aardgas referentie. Deze resultaten uit de verkenningsstudie zijn niet op hetzelfde detailniveau als bij een haalbaarheidsstudie. De verkenningsstudie is dus geen haalbaarheidsstudie, maar een scenario studie die richting geeft aan de geschikte aardgasvrije oplossing. Voor een groot aantal factoren is een aantal algemene, in plaats van project-specifieke, kengetallen gehanteerd. Het resultaat hiervan is een onzekerheidsmarge van +/- 40% op de berekende kosten. Ook kunnen toekomstige ontwikkelingen een impact hebben op deze schatting van de (investerings)kosten. Dit wordt pas zichtbaar in een haalbaarheidsstudie. Een haalbaarheidsstudie laat bijvoorbeeld zien wat de werkelijke productiekosten van warmte (zowel lokaal als op bovenregionaal niveau met het Warmtetransportsysteem Zuid-Holland en de B3hoekleiding) en infrastructuur zijn. Daarnaast laat het bijvoorbeeld de afname van kosten zien door collectieve inkoop en het aantal huishoudens dat voor een collectieve oplossing kiest.
Omgang huiseigenaren en huurders In het tweede onderdeel van uw motie verzoekt u het college om de raad van informatie te voorzien over hoe het college om wenst te gaan met huiseigenaren die de investeringskosten niet kunnen en/of willen dragen en welke gesprekken gevoerd zullen worden met Woonpartners Midden-Holland. De aspecten die u in dit onderdeel van uw motie noemt, zijn onderdeel van de uitvoering van de TVW (een BUP). We kunnen u hierover op dit moment dus nog niet van informatie voorzien. Hier moet bij de uitvoering van de TVW een verdere invulling aan worden gegeven (zoals geschetst in de uitvoeringsstrategie van de TVW). Wij kunnen u wel alvast op hoofdlijnen informeren welke stappen we moeten nemen om deze informatie inzichtelijk te maken. Bij de voorbereiding van en bij het opstellen van een BUP moet in kaart worden gebracht wie er in de buurt wonen, wat hun behoeften zijn en hoe we inwoners het beste kunnen bereiken en betrekken. Dit noemen we de buurtanalyse (stap 2 van de ‘5-stappen participatie aanpak’). Vervolgens wordt in samenspraak met de lokale belanghebbenden uit een buurt(cluster) bepaald welke warmteoplossing het beste bij de buurt past (stap 3 van de ‘5-stappen participatie aanpak’).
Daarna wordt voor de warmteoplossing die het beste bij de buurt past in detail de kosten en baten voor referentiewoningen uitgewerkt (stap 4 van de ‘5-stappen participatie aanpak’). Door de buurtanalyse (stap 2), het kiezen voor de optimale warmteoplossing (stap 3) en de onderbouwing van de haalbaarheid en financiën (stap 4) met elkaar te combineren, krijgen we inzicht in of en zo ja hoeveel/ welke huiseigenaren in een buurt de investeringskosten niet kunnen en/of willen dragen. Tegelijkertijd kan ook worden uitgezocht welke financieringsinstrumenten (leningen en subsidies) er voor de verschillende doelgroepen in een buurt op dat moment beschikbaar zijn en/of mogelijk in de toekomst beschikbaar komen. Elke doelgroep in de buurt heeft namelijk eigen financieringsmogelijkheden en –uitdagingen, zoals u ook zelf aangeeft in dit punt van uw motie. Op basis van al deze informatie kunnen er (financiële) buurtarrangementen worden opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de woningeigenaren. Hierbij blijft het algemene uitgangspunt ‘betaalbaarheid’ centraal staan.
Het is uiteraard ook van belang om in gesprek te gaan met Woonpartners Midden-Holland. De gemeente is al regelmatig in gesprek (geweest) met Woonpartners Midden-Holland, aan de Transitietafel. Dit platform heeft regelmatig met elkaar overleg gehad tijdens het opstellen van de TVW. Deze overlegstructuur zal behouden worden in de vervolgstappen van de uitvoering van de TVW, onder andere bij het opstellen en uitvoeren van de BUP’s. Kortom, om u van meer informatie te voorzien hoe het college wenst om te gaan met huiseigenaren die de investeringskosten niet kunnen en/of willen dragen, moeten we dus eerst de buurt(en) in en deze analyseren. En vervolgens in gesprek gaan met de inwoners en de woningcorporatie.
Duidelijkheid inwoners startwijk In het derde, en tevens laatste, onderdeel van uw motie verzoekt u het college om zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden over hoe iedere inwoner van de startwijk de transitie op een goede en betaalbare wijze kan doorlopen en deze informatie mee te nemen bij de verdere uitrol. Om verdere (en concretere) informatie aan de inwoners van de startbuurt te kunnen geven met betrekking tot de betaalbaarheid zijn (de hiervoor beschreven) aanvullende analyses en participatieacties in een buurt(cluster) nodig. Dat komt pas aan bod in de uitvoering van de TVW, namelijk bij de voorbereiding van en in een BUP. Deze informatie is dus onderdeel van de verdere uitrol en zal daarom ook worden meegenomen. Pas daarna, als er voldoende draagvlak in de buurt bij de verschillende belanghebbenden is (denk aan een ruime meerderheid), kunnen we naar de realisatiefase van het BUP toe.
Terugkoppeling en informeren raad Tot slot, bij alle drie de onderdelen van uw motie ‘haalbaarheid en betaalbaarheid TVW’ vraagt u aan het college om u een terugkoppeling te geven en/of te informeren. Om, zoals hiervoor beschreven, meer inzicht te krijgen in de betaalbaarheid en haalbaarheid, zullen we haalbaarheidsstudies moeten uitvoeren en het gesprek met een buurt(cluster) en de woningcorporatie moeten aangaan. Op het moment dat er voldoende financiële middelen (capaciteit en budget) beschikbaar zijn (vanuit het Rijk) om de beschreven acties te kunnen uitvoeren, zullen wij u stap voor stap informeren over en/of een terugkoppeling geven over de door u gevraagde onderdelen.
Graag geven wij u antwoord op de motie ‘TVW, focus en plan’ In de motie ‘TVW, focus en plan’ verzoekt u het college om: Motie TVW, focus en plan […] Verzoekt het college: Te focussen op het aardgasvrij maken van de genoemde wijk met hoogbouw en hiervoor samen met betrokkenen en inwoners van de betreffende wijk een plan van aanpak op te stellen met als doel om in 2025 de eerste woningen aan te sluiten op de nieuwe warmtevoorziening. De raad halfjaarlijks op de hoogte te brengen van de voortgang van deze eerste wijk die
aardgasvrij gemaakt wordt. Voor de overige wijken dit jaar of uiterlijk Q1 2022 een aanpak te ontwikkelen waarmee inwoners geïnformeerd, gestimuleerd, geholpen en mogelijk ontzorgd worden bij het toepassen van de voor de in betreffende wijk geschikte tussenoplossing bestaande uit onder andere isolatiemaatregelen, hybride warmtepompen en eventueel andere energiebesparende maatregelen.
Opstellen plan van aanpak voor de genoemde wijk met hoogbouw In het eerste onderdeel van uw motie verzoekt u het college om zich te focussen op het aardgasvrij maken van de genoemde wijk met hoogbouw en hiervoor samen met betrokkenen en inwoners van de betreffende wijk een plan van aanpak op te stellen met als doel om in 2025 de eerste woningen aan te sluiten op de nieuwe warmtevoorziening. In de TVW is opgenomen dat op basis van de multi-criteria analyse, de gesprekken met de stakeholders van de Transitietafel, de uitkomst(en) van de vragenlijst en de gesprekken met de wijkregisseurs en inwoners én een verdiepende analyse ervoor is gekozen om Groenswaard, Vondelwijk en Peter Zuidlaan en Horstenbuurt (GVPH) aan te wijzen als startbuurt en dus voor deze buurt als eerste een BUP op te stellen, in samenwerking met inwoners en lokale partijen. Wij kunnen ons dus vinden in dit onderdeel van uw motie om te focussen op het aardgasvrij maken van de genoemde wijk met hoogbouw. Het is daarentegen niet mogelijk om op dit moment al, samen met betrokkenen en inwoners van de betreffende wijk (GVPH), een plak van aanpak (BUP) op te stellen. Tijdens de behandeling van de Ontwerp TVW hebben wij reeds aan u aangegeven dat er een grote onzekerheid bestaat wat betreft de financiële middelen (capaciteit en budget) voor de uitvoering van de TVW.
En dat we daarom wachten op een structurele oplossing van het Rijk. Het opstellen van een plan van aanpak (BUP) kan uitgevoerd worden, indien hier financiële middelen vanuit het Rijk beschikbaar voor worden gesteld. Daarnaast zijn wij van mening dat het niet realistisch is om, in dit plan van aanpak (BUP), het doel te stellen om in 2025 de eerste woningen in dit buurtcluster aan te sluiten op de nieuwe warmtevoorziening. Dit heeft te maken met de benodigde stappen die gemaakt moeten worden met betrekking tot de uitvoering. Verwacht wordt dat (in een gefaseerde buurt) de woningen in een tijdsperiode van 15 jaar van het aardgas af gaan. De eerste 5 jaar daarvan behoren tot een voorbereidingsfase, waarin nauwelijks tot geen woningen van het aardgas afgaan. In de 10 jaar daarop volgt de uitvoeringsfase waar de buurt stapsgewijs aardgasvrij (en/of –ready) wordt gemaakt. De tabel in de bijlage (zie bijlage 1) weergeeft, op hoofdlijnen, welke stappen genomen moeten worden (bij een collectieve oplossing) en welke verwachte tijdsindicatie daaraan gekoppeld is. Op dit moment, naar aanleiding van de verkenningsstudie, verwachten we dat een collectieve oplossing het meest kansrijk is voor het buurtcluster GVPH. Deze tabel laat daarom zien dat we voor 2026 geen aansluiting verwachten op de nieuwe warmtevoorziening in GVHP.
Halfjaarlijks informeren raad voortgang startwijk In het tweede onderdeel van uw motie verzoekt u het college om de raad halfjaarlijks op de hoogte te brengen van de voortgang van deze eerste wijk die aardgasvrij gemaakt wordt. Het is uiteraard geen probleem om, op het moment dat we een start kunnen maken in de startbuurt (GVPH), u halfjaarlijks op de hoogte te brengen van de voortgang van deze eerste buurt die aardgasvrij wordt gemaakt. Het college acht het van belang om u vanaf het begin mee te nemen in het proces van keuzes maken en besluitvorming met betrekking tot de startbuurt. Op deze manier bent u aan het eind van het proces goed geïnformeerd en kan u een weloverwogen besluit nemen. U zal namelijk uiteindelijk een beslissing moeten nemen over het BUP, zodat de uitvoering van start kan gaan. Het BUP zal uiteindelijk ook onderdeel worden van
het Omgevingsplan.
Ontwikkelen aanpak overige wijken In het derde onderdeel van uw motie verzoekt u het college om voor de overige wijken dit jaar of uiterlijk Q1 2022 een aanpak te ontwikkelen waarmee inwoners geïnformeerd, gestimuleerd, geholpen en mogelijk ontzorgd worden bij het toepassen van de voor de in betreffende wijk geschikte tussenoplossing bestaande uit onder andere isolatiemaatregelen, hybride warmtepompen en eventueel andere energiebesparende maatregelen. Uw verzoek met betrekking tot het ontwikkelingen van een aanpak voor de overige wijken sluit aan bij het onderdeel ‘gemeentebrede aanpak’ uit de uitvoeringsstrategie van de TVW. Binnen de gemeentebrede aanpak helpt de gemeente inwoners en ondernemers die hun woning willen verduurzamen met een duidelijk handelingsperspectief. Want ook als een buurt pas later van het aardgas af gaat kunnen inwoners en ondernemers al stappen zetten om energie te besparen en de woning/het gebouw voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. Na vaststelling van de TVW kunnen we gedeeltelijk starten met de uitvoering van de visie, waarbij de focus ligt op deze ‘gemeentebrede aanpak’. Dit wordt voorlopig bekostigd uit het incidentele budget van duurzaamheid en de bestemmingsreserve ‘uitvoering Klimaatakkoord’. Het streven is om dit uiterlijk kwartaal 1 2022 door het college te hebben vastgesteld.
In de TVW is al een eerste aanzet gegeven voor de ‘gemeentebrede aanpak’ door een handelingsperspectief voor elke buurt in Waddinxveen op te stellen. Dit handelingsperspectief is afgestemd op de beoogde fasering en de te verwachte warmteoplossing van elke buurt. Dit helpt gebouweigenaren om op korte termijn beslissingen te nemen. Dit handelingsperspectief heeft een centrale plek gekregen in de inwonersversie (infographic) van de TVW. Zoals hiervoor vermeld is het handelingsperspectief een eerste aanzet. Binnen de gemeentebrede aanpak zullen verder gemeentebrede programma’s worden opgesteld om aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld: Een programma om isolatiemaatregelen aan te moedigen op natuurlijke momenten (zoals bij een verhuizing of verbouwing); Een programma om inwoners van woningen uit de jaren’ 50, ’60 en ’70, Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) en rijtjeswoningen te informeren; Het mogelijk maken van inwonersgroepen die concreet aan de slag willen (bijvoorbeeld collectieve inkoop of ontwikkeling van kleinere collectieve oplossingen). Deze programma’s zijn vooruitlopend op de BUP’s. Een BUP is een meer uitgewerkte en uitgebreide aanpak voor elke buurt. Deze zullen in de loop van de tijd (volgens de fasering) per buurt worden ontwikkeld. Pas op dat niveau kan een volledige ontzorging van inwoners en ondernemers plaatsvinden.
Graag geven wij u een samenvattend antwoord hoe het college de moties gaat uitvoeren Wij onderschrijven het belang om aandacht te besteden aan de aspecten haalbaarheid en betaalbaarheid, om een start te maken met het opstellen van een BUP en een aanpak voor de overige buurten. Tijdens de behandeling van de Ontwerp TVW hebben wij reeds aan u aangegeven dat er een grote onzekerheid bestaat wat betreft de financiële middelen (capaciteit en budget) voor de uitvoering van de TVW. En dat we daarom wachten op een structurele oplossing van het Rijk.
We kunnen wel al gedeeltelijk starten met de uitvoering van de visie, namelijk het opstellen van een aanpak voor de overige wijken (motie ‘TVW, focus en plan’: derde verzoek). Zodat inwoners geïnformeerd, gestimuleerd, geholpen en mogelijk ontzorgd worden bij het toepassen voor de in de betreffende wijk geschikte tussenoplossing bestaande uit onder andere isolatiemaatregelen, hybride warmtepompen en eventueel andere energiebesparende maatregelen. Dit wordt voorlopig bekostigd uit het incidentele budget van duurzaamheid en de bestemmingsreserve ‘uitvoering Klimaatakkoord’. Het streven is om dit uiterlijk kwartaal 1 2022 door het college te hebben vastgesteld. De uitvoering van de visie (en daarmee tevens de uitvoering van de overige punten van de moties) kunnen geïntensiveerd worden, indien hier financiële middelen vanuit het Rijk beschikbaar voor worden gesteld.
Bijlage(n) 1. Stappen en tijdslijn bij een collectieve warmteoplossing