bijlage 6 Effectenrapport W20
Tekst van het document
Beter Bereikbaar Gouwe (BBG) Effectenrapport noordelijke ontsluitingsroute W20 Dit (werk)document ‘Effectenrapport noordelijke ontsluitingsroute W20 ’ beschrijft de beoordeling van drie opties voor de maatregel W20 uit fase 2 van BBG. Aan de hand van (hoofd)criteria met verschillende sub-criteria zijn de maatregelen beoordeeld op doelbereik en effecten. Per sub-criterium is de beoordeling toegelicht in tekst, kaarten en tabellen.
Status: werkdocument, 3 september 2021
1
Inhoud Overzicht figuren en tabellen. ................................................................................................................. 3 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 4
2.
Beschrijving opties........................................................................................................................... 6
3.
Beoordeling effecten ....................................................................................................................... 9
4.
Bereikbaarheid wegverkeer (criteria 1 t/m 6, 37 en 38) ............................................................... 10
5.
Verkeersveiligheid wegverkeer (criterium 9) ................................................................................ 12
6.
Bereikbaarheid beroepsvaart (criteria 7 en 8) .............................................................................. 13
7.
Veiligheid beroepsvaart en recreatievaart (criteria 10 en 11) ...................................................... 14
8.
Leefbaarheid (criteria 15 t/m 19, 39 en 40) .................................................................................. 15
9.
Effecten economie (criterium 20) ................................................................................................. 16
10.
Ruimtelijke kwaliteit (criteria 25, 26 en 27) .............................................................................. 17
11.
Landschap en cultuurhistorie (criterium 41) ............................................................................. 21
12.
Natuur (criterium 42) ................................................................................................................ 22
13.
Recreatie (criteria 34 en 35) ...................................................................................................... 24
14.
Duurzaamheid (criteria 28 en 29).............................................................................................. 25
15.
Bodemdaling (criterium 30)...................................................................................................... 26
16.
Water (criteria 31, 32 en 33) ..................................................................................................... 27
17.
Klimaat (criteria 43, 44 en 45) ................................................................................................... 28
18.
Energie (criterium 36)................................................................................................................ 29
19.
Uitvoerbaarheid (criteria 22, 23 en 24) ..................................................................................... 30
20.
Kosten ........................................................................................................................................ 31
Bijlage 1 Berekende verkeerseffecten................................................................................................... 33 Bijlage 2 overzicht beoordelingscriteria ................................................................................................ 41
2
Overzicht figuren en tabellen. Figuur 1 Overzicht concept maatregelenpakket inclusief opties voor W20. .......................................... 4 Figuur 2 De opties voor maatregel W20. ................................................................................................ 6 Figuur 3 Gebiedsprofielen. .................................................................................................................... 17 Figuur 4 Ruimtelijke kwaliteit. ............................................................................................................... 18 Figuur 5 Ruimtelijke kwaliteit: structuren en bouwstenen. .................................................................. 18 Figuur 6 Natuurgebieden in het studiegebied ...................................................................................... 22
3
1. Inleiding De bestuurders van Beter Bereikbaar Gouwe hebben het maatregelenpakket ‘Boog en Noord’ als voorkeurspakket gekozen. Dit maatregelenpakket bevat twee fietsroutes, maatregelen op de Gouwe, twee onderzoeksmaatregelen, de Bodegravenboog (W9) en een nieuwe noordelijke ontsluitingsroute bij Boskoop (W20). Voor W20 hebben de bestuurders besloten om drie opties uit te werken voor nadere besluitvorming. Het maatregelenpakket is weergegeven in Figuur 1. In juni 2021 is dit concept-maatregelenpakket openbaar gemaakt, onder andere via www.beterbereikbaargouwe.nl en tijdens webinars d.d. 7 juni 2021 en 28 juni 2021 en voor de leden van raden en staten op 6 juli 2021.
Figuur 1 Overzicht concept maatregelenpakket inclusief opties voor W20.
De nieuwe noordelijke route bij Boskoop W20 kent drie opties voor het tracé: W20-1, W20-2 en W20-3. Bij de eerste twee opties zijn er bovendien drie mogelijkheden voor een aansluiting op de
4
N11 (via bestaande wegen (noord), nieuwe weg-midden en nieuwe weg-zuid). In figuur 2 zijn deze routes schematisch weergegeven met respectievelijk de rode, de paarse en de gele lijnen. W20 kent drie opties voor een tracé: W20-1, W20-2 en W20-3. Bij de eerste twee opties zijn drie mogelijkheden voor een aansluiting op de N11: via bestaande wegen (noord), via een nieuwe weg (midden) en via een nieuwe weg (zuid). In Figuur 2 zijn deze routes weergegeven met respectievelijk de rode, paarse en gele lijn. Inhoud van dit rapport Dit rapport richt zich op de effecten van de drie W20-opties. De beoordeling van de Bodegravenboog en de fietsroutes (OVF1c en OVF1d) is te lezen in het ‘Effectenrapport inclusief ontwerpdetail(s) en doorwerking PARK-advies’. Deze vindt u onder Documenten op www.beterbereikbaargouwe.nl. Daarnaast is voor de afzonderlijke maatregelen een ‘Draagvlakanalyse’ opgesteld met de bevindingen op hoofdlijnen uit het participatieproces. Met deze analyse wordt het criterium ‘Maatschappelijke uitvoerbaarheid’ beoordeeld. Dit rapport beschrijft eerst de opties voor W20. Daarna komen de effecten van deze maatregel op alle 46 beoordelingscriteria die BBG hanteert (zie bijlage 2) aan bod. Deze criteria zijn hetzelfde als in het ‘Effectenrapport inclusief ontwerpdetail(s) en doorwerking PARK-advies’.
Het doel van dit rapport is inzicht krijgen in (1) de mate waarin de maatregelen bijdragen aan het bereiken van de doelen én in (2) de effecten van de maatregelen.
5
2. Beschrijving opties Deze paragraaf beschrijft de drie opties voor W20, zie tevens figuur 2.
Figuur 2 De opties voor maatregel W20.
6
W20-1 Bij gebruik van de bestaande wegen in Alphen aan den Rijn is deze optie de oorspronkelijke route welke onderdeel uitmaakt van de totaal 40 maatregelen die eerder al zijn onderzocht in het rapport “Beter Bereikbaar Gouwe (BBG) Beoordeling maatregelen programma BBG inclusief doorwerking PARK-advies september 2020”. Het Jagerspad ten noorden van Boskoop wordt bij deze optie verbonden met De Schans aan de zuidoostzijde van Alphen. Het betreft een 60 km/uur weg met in de bebouwde kom 50 km/uur. Er wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van bestaande wegen in Boskoop en Alphen aan den Rijn. Met deze optie ontstaat er een nieuwe verbinding aan de westzijde van de Gouwe tussen Alphen en Boskoop. Voor de route in Boskoop zijn er verschillende mogelijke aanrijroutes, bijvoorbeeld via het Paddegat en Laag Boskoop. Als onderdeel van het schetsontwerp zullen de meest gewenste aanrijroutes nader worden uitgewerkt. Daarbij zal tevens worden bepaald welke eventuele aanpassingen aan bestaande wegen nodig zijn zoals een andere weginrichting en/of een verbreding van de weg. Bij deze uitwerking wordt ook aandacht besteed aan de twee spoorkruisingen die ongelijkvloers gemaakt moeten worden vanwege een toename van het wegverkeer over beide spoorkruisingen (ProRail richtlijn). Het gaat bij deze optie om één spoorkruising bij Paddegat te Boskoop en één bij De Schans in Alphen aan den Rijn.
W20-2: Alternatieve route oostzijde spoor Deze optie is ontstaan als alternatief voor W20-1 waarbij het tracé nog beter voorsorteert op een eventuele toekomstige extra oeververbinding. Het gaat hierbij om een deel van het tracé van BBGmaatregel W12. W12 is eerder gepresenteerd in december 2019 en in het Effectenrapport september 2020 (en afgevallen in verband met de hoge kosten van een extra oeververbinding). Bij W20-2 wordt de Burgemeester Smitweg en/of de Compierekade in Boskoop verbonden met De Schans aan de zuidoostzijde van Alphen aan den Rijn. De snelheid op de weg is 60 km/uur en in de bebouwde kom zal de snelheid 50 km/uur zijn. Ook bij deze optie is sprake van twee nieuwe spooronderdoorgangen. Eén bij De Schans in Alphen aan den Rijn en één net ten noorden van Boskoop. Deze laatste onderdoorgang wordt bij deze optie ontworpen voor een snelheid van 80 km/uur zodat deze onderdoorgang ook gebruikt kan worden voor een route naar een toekomstige extra oeververbinding. Ook bij deze optie geldt dat er meerdere mogelijke aanrijroutes zijn in Boskoop en dat deze bestaande wegen hierop deels aangepast moeten worden om het verkeer goed en veilig af te wikkelen. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om een andere weginrichting en/of een verbreding van de weg.
W20-3: Westelijke route Deze optie is eind 2020 ingebracht door 80 bewoners als alternatief voor W20-1 met een indirecte aansluiting op de N11. Het betreft een verbinding tussen de noordzijde van Boskoop en het zuiden van Alphen aan den Rijn, door middel van een nieuwe 60 km/uur weg aan de westzijde van het Zaans Rietveld. Ook bij deze optie is de rijsnelheid 50 km/uur in de bebouwde kom. Vanaf de Burgemeester
7
Smitweg en/of Compierekade wordt er bij deze optie een nieuwe weg aangelegd die uitkomt bij de bestaande aansluiting Goudse Schouw-N11. Deze optie heeft geen spooronderdoorgangen.
Aansluitingsopties N11 in/nabij Alphen aan den Rijn Bij de opties W20-1 en W20-2 zijn er drie mogelijkheden voor een aansluiting op/richting de N11: 1. Noord (lichtrood tracé in figuur 2): Via de bestaande wegen op De Schans. Dit vergt een spooronderdoorgang van een bestaande weg. 2. Midden (paars tracé in figuur 2): Via een korte nieuwe verbinding tussen De Schans en de Gouwelandenlaan. Het gaat om een nieuwe route net ten noorden van de N11 over bedrijventerrein De Schans. Onderdeel van de nieuwe route is een nieuwe spooronderdoorgang. 3. Zuid (geel tracé in figuur 2): Via een korte nieuwe verbinding net ten zuiden van de N11. De route ligt hier tussen de N11 en het Zaans Rietveld. Onderdeel van de nieuwe route is een nieuwe spooronderdoorgang.
8
3. Beoordeling effecten De beoordeling van de W20-opties is gebaseerd op het beoordelingskader uit het ‘Effectenrapport inclusief ontwerpdetail(s) en doorwerking PARK-advies’. Kort samengevat zijn er drie hoofdtracés (W20-1, W20-2, W20-3) met in totaal zeven keuzes voor W20 (drie aansluitingsopties N11 voor W201 en W20-2). Om het aantal effectbeoordelingen te beperken is in dit rapport uitgegaan van W20-1 met aansluiting Noord (lichtrood), W20-2 met aansluiting Zuid (geel) en W20-3. Daarmee dekt de effectbeoordeling alle opties.
9
4. Bereikbaarheid wegverkeer (criteria 1 t/m 6, 37 en 38) Met het verkeersmodel zijn de verkeerseffecten berekend van de volgende opties: W20-1 via noord (lichtrood tracé in figuur 2), W20-2 via noord (lichtrood tracé in figuur 2), W20-2 via zuid (geel tracé in figuur 2) en W20-3. De uitkomsten van de modelberekeningen zijn opgenomen in bijlage I. De W20-1 en W20-2 met aansluiting Midden (paars) is verkeerskundig niet berekend. Vanwege de vrijwel gelijke lengte van het tracé komen de resultaten overeen met de aansluiting Zuid, zoals hieronder beschreven. De hieronder weergegeven percentages geven het verschil aan ten opzichte van de situatie in 2030 wanneer deze maatregel niet uitgevoerd wordt. W20-1 met aansluiting Noord (lichtrood) Ongeveer 3.900 voertuigen gebruiken deze nieuwe weg dagelijks. Dat leidt tot extra verkeer op de omliggende, veelal smalle, wegen zoals Roemer (+45%) en Loeteweg (+302%). Voor Boskoop scoort de maatregel per saldo licht negatief. De maatregel leidt wel tot meer verkeer op de N209 (-3% zuidelijke deel à -5% op het noordelijke deel) en het noordelijke deel van de N207 (-7% à -8%). Er komt dan een extra noord-zuidverbinding in het gebied. Ook leidt W20-1 tot minder verkeer op onder meer de Zijde (-5 à -8%). W20-2 met aansluiting Noord (lichtrood) Ongeveer 3.300 voertuigen gebruiken deze nieuwe weg dagelijks.
Dat leidt tot extra verkeer op de omliggende, veelal smalle, wegen zoals Roemer (+15%), de Burgemeester Smitweg (+433%) en de Compierekade (+176%). Deze optie leidt tot minder verkeer op onder meer de Zijde (-6% à -8%). Voor Boskoop (overig) scoort de maatregel per saldo licht negatief. De maatregel leidt wel tot minder verkeer op de N209 (-1% à -5%) en het noordelijke deel van de N207 (-6% ), omdat er een extra noord-zuidverbinding in het gebied komt. W20-2 met aansluiting Zuid (geel) Bij deze aansluiting stijgt het aantal voertuigen per dag van 3.300 naar 4.000. Dit is circa 20% meer dan bij W20-2 met aansluiting Noord. Dit leidt dus ook tot meer verkeer op de omliggende, veelal smalle, wegen in Boskoop rijdt zoals Roemer (+18%), de Burgemeester Smitweg (+526%) en de Compierekade (+215%). De maatregel leidt ook tot veel minder verkeer op de N209 (-1% à -6%) en het noordelijke deel van de N207 (-7% à -8% ) en de Zijde (-8% á-10%). W20-3 Dit is de kortste route tussen het noorden van Boskoop en de N11. Over deze nieuwe route rijden dagelijks gemiddeld 7.500 voertuigen, dus ongeveer twee keer zoveel als bij W20-1 en W20-2. Dit leidt tot een zeer sterke verkeerstoename op onder meer de Burgemeester Smitweg (+1058%), Roemer (+53%) en Compierekade (+397%).
Vanwege de aantrekkelijkheid leidt deze route tot de grootste afname op de N209 (-4% à -11%), het noordelijke deel van de N207 (-14% à -15% ) en de Zijde (-15% á-17%). Conclusie De effectscores zijn weergegeven in Tabel 1. Vanwege de zeer sterke verkeerstoename op het onderliggend wegennet is bij W20-3 sprake van een zeer negatief effect op de overige lokale wegen in Boskoop. Bij de andere twee opties is dat een negatief effect. Alle drie de opties leiden tot minder 10
verkeer op de N207 en de N209 en daarmee in een positief effect op deze provinciale wegen. Maar deze afname is bij de W20-1 en W20-2 relatief beperkt (maximaal -8%).
38.BodegravenReeuwijk (overig)
0
+
+
0
0
W20-2
+
-
0
0
+
+
0
0
W20-3
+
--
0
0
+
+
0
0
(de Zijde)
4.Waddinxveen (overig)
0
de Kanaalstraat)
-
(overig) *)
+
2. Boskoop
W20-1
1..Boskoop
37.BodegravenReeuwijk hoofdwegen
3.Waddinxveen (Kerkweg Oost en
Optie
6.HazerswoudeDorp: Gemeneweg
5. Functioneren N207
Bereikbaarheid wegverkeer
*) onder Boskoop overig valt ook de Loeteweg, BSweg en Compierekade e.d.
11
5. Verkeersveiligheid wegverkeer (criterium 9) Het effect van W20-1 en W20-2 op de verkeersveiligheid is negatief en van W20-3 zeer negatief. De drie opties van de W20 worden ontworpen als erftoegangsweg met buiten de bebouwde kom een snelheid van 60 km/h. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bestaande wegen in het stedelijk en het agrarisch gebied met menging van langzaam- en snelverkeer. Veiligheid is het uitgangspunt bij het ontwerpen van de nieuwe wegen en (her)inrichten van de bestaande wegen. Maar een passende (her)inrichting van de wegen die naar de W20 leiden, is naar verwachting niet overal goed mogelijk vanwege de ruimte. Door de grote verkeerstoename op deze wegen ontstaat hier een verkeerskundig ongewenste situatie. Bij W20-3 is het verwachte aantal voertuigen op de Burgemeester Smitweg (5600 motorvoertuigen per etmaal ( mvt/etm)) dusdanig hoog dat dit vanuit verkeersveiligheid ongewenst is voor een erftoegangsweg. Verkeersveiligheid wegverkeer
Optie 9. Verkeersveiligheid
W20-1
-
W20-2
-
W20-3
--
12
6. Bereikbaarheid beroepsvaart (criteria 7 en 8) De opties voor W20 hebben geen effect op de bereikbaarheid van de beroepsvaart, omdat deze nieuwe verbinding de vaarweg Gouwe niet kruist.
13
7. Veiligheid beroepsvaart en recreatievaart (criteria 10 en 11) De opties voor W20 hebben geen effect op de veiligheid van de beroepsvaart en recreatievaart, omdat deze nieuwe verbinding de vaarweg Gouwe niet kruist.
14
8. Leefbaarheid (criteria 15 t/m 19, 39 en 40) Alle opties voor W20 leiden tot minder verkeer op onder meer de Zijde en de N207 en een verkeerstoename op de lokale wegen ten noorden van Boskoop en in het zuiden van Alphen aan den Rijn. Daarbij geldt dat de afname zich vooral voordoet op wegen waar nu veel verkeer rijdt en de toename vooral plaatsvindt op wegen waar nu weinig verkeer rijdt. Voor de drukke wegen, zoals de Zijde, waar straks minder verkeer rijdt, betekent dit enige verbetering van de leefbaarheid. Maar die verbetering is relatief beperkt, omdat het verkeer op deze wegen met maximaal circa 17% afneemt op de huidige doorgaande wegen (de Zijde bij W20-3). Daarbij geldt wel de nuance dat de geluidsbelasting langs deze drukke wegen minder dan 17% afneemt omdat de waargenomen geluidssterkte niet lineair maar logaritmisch verloopt (ter illustratie: een vier keer zo hoge geluidsdruk wordt als twee keer zo hard gehoord door mensen). Vanwege het grote aantal woningen dat baat heeft bij minder geluidsbelasting is voor de Zijde bij alle opties sprake van een positief effect (criterium 15). Dat effect is het grootst voor W20-3 (-15% à -17% verkeer) en minder groot bij W20-1 en W20-2 (-5% à -10% verkeer). Op lokale wegen van en naar de nieuwe route rijdt meer verkeer.
Afhankelijk van de optie gaat het hierbij onder meer om de Loeteweg, de Burgemeester Smitweg, de Compierekade, het Noordeinde en het Paddegat (zie bijlage 1). Daarbij geldt dat een toename met 400% verkeer een twee keer zo hoge geluidsbelasting betekent. Er is daarom voor alle drie de opties sprake van een negatief effect op criterium 16. Daarbij geldt dat dit negatieve effect het grootste is voor W20-3 (toename verkeer tot meer dan 1000%). Voor alle opties van W20 geldt dat er, zonder verdere maatregelen, ook sprake is van een toename van verkeer op het Noordeinde in Waddinxveen. De gemeenten Alphen aan den Rijn en Waddinxveen zijn samen in gesprek om hiervoor passende maatregelen te beschouwen. De W20-opties leiden ook tot minder verkeer op de N209 in Hazerswoude-Dorp, maar deze afname is minder groot dan op de Zijde.
16. Boskoop (overig)
Leefbaarheid
39. BodegravenReeuwijk Reeuwijkse Randweg en 40. BodegravenReeuwijk onderliggende wegen
+
-
0
0
0
0
0
W20-2
+
-
0
0
0
0
0
W20-3
+
--
0
0
0
0
0
18. Waddinxveen (overig)
17. Waddinxveen (Kerkweg Oost en de Kanaalstraat)
W20-1
15. Boskoop (de Zijde)
19. HazerswoudeDorp: Gemeneweg
Optie
15
9. Effecten economie (criterium 20) Het gebied rond de Gouwe ervaart negatieve effecten door een suboptimale bereikbaarheid van de regio. Hierdoor blijft de economische concurrentiekracht van de regio achter. De voorgestelde maatregelen moeten de economie versterken. Het effect van W20 is kwalitatief getoetst op robuustheid, toekomstbeeld en waardetoevoeging. Dit is uitgedrukt in één score per maatregel.
Robuustheid: hoe robuust is een maatregel bij verschillende economische toekomsten van de economische zones Greenport Boskoop (mede gezien de transformatieopgave uit de Gebiedsvisie Fase 1), Alphen-Gouda (N207) en de corridors A12 en N11. Toekomstbeeld: in hoeverre versterkt de maatregel het economische toekomstbeeld uit de gebiedsvisie? (1e fase BBG; internationaal concurrerend, samenhang in netwerk Greenports, schaalvergroting, verduurzaming en modernisering, kennis en innovatie). Waardetoevoeging: in welke mate ondersteunt de maatregel waardetoevoeging in verschillende economische clusters, gezien enerzijds de groeiopgave (handel en logistiek) en anderzijds de transformatieopgave (zakelijke dienstverlening en sierteelt)?
Bij alle opties van W20 verbetert de robuustheid van het wegennetwerk. W20 leidt tot een extra route bij bijvoorbeeld een calamiteit of bij onderhoud van de hefbrug in Boskoop. Tevens leiden de opties tot een betere verkeersdoorstroming. Deze positieve effecten zijn relatief het grootst voor optie W20-3, want deze route tussen Boskoop en de N11 is het kortst. W20 is ontworpen als 60kilometerweg in plaats van 80-kilometerweg. Daarmee scoren de opties positief en niet zeer positief. Economie Optie
20. Economie
W20-1
+
W20-2
+
W20-3
+
16
10.
Ruimtelijke kwaliteit (criteria 25, 26 en 27)
Voor alle maatregelen is geanalyseerd wat het effect is op de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving van de maatregel. Daarbij is gekeken naar belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Belevingswaarde Bij de beoordeling is gebruikgemaakt van gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit, zie Figuur 3. De mogelijke maatregelen kennen een werking in verschillende landschappen. In provinciaal beleid wordt daarbij onderscheid gemaakt in verschillende beschermingscategorieën, zie Figuur 4. Ruimtelijke kwaliteit is daarbij niet alleen een te verdedigen waarde, maar ook iets dat te ontwerpen is op het niveau van inpassing én van structuren, zie Figuur 5. De invloed op belevingswaarde is aan de hand van twee vragen beoordeeld:
In welke mate raakt maatregel beschermingscategorieën 1 en 2 uit het provinciaal ruimtelijk beleid? (doorsnijding beschermingscategorie 1 scoort daarbij negatiever dan doorsnijding categorie 2 vanwege de beperktere mogelijkheden voor en/of strengere eisen aan inpassen, aanpassen of transformeren met behoud of toename van kwaliteit). In hoeverre kan met de maatregel de beleving van de identiteit van het gebied versterkt worden? (de eerdere operationalisering van deze indicator als ‘zichtrelaties’ maakt daar onderdeel van uit, maar ook bijvoorbeeld routes in relatie tot landschapsstructuren en de durf om nieuwe kwaliteit te ontwerpen).
Figuur 3 Gebiedsprofielen.
17
Figuur 4 Ruimtelijke kwaliteit.
Figuur 5 Ruimtelijke kwaliteit: structuren en bouwstenen.
18
Gebruikswaarde Er is gekeken naar de gebruikswaarde voor dagelijks leven en economie. Beoordeeld is of de kwaliteit en structuur logisch passen bij het functioneren van de plek of het gebied. Zie ook de indicatoren over recreatieve aantrekkelijkheid en gebruiksmogelijkheden. Daarnaast is gekeken in hoeverre kan met de maatregel de logische en begrijpelijke ‘werking’ van het gebied voor gebruikers (bewoners, ondernemingen, werknemers, bezoekers) versterkt worden. Toekomstwaarde Naast invloed op al genomen besluiten (‘autonome ontwikkelingen’) en relatie met andere ambities en plannen (meekoppelkansen) is ook beoordeeld op niet-beïnvloedbare trends en onzekere toekomsten. Meekoppelkansen zijn niet alleen op inpassingsniveau, maar ook op gebiedsniveau bekeken. Met oog voor wat een maatregel aan verandering in de ruimtelijk-economische structuur teweegbrengt. Daarbij is naast de tijdshorizon 2030 ook de tijdshorizon 2040 beschouwd.
In hoeverre is de maatregel in meerdere ruimtelijk-economische toekomstbeelden een passende ingreep; en daarmee een relatief meer of minder robuuste maatregel? In hoeverre verandert de maatregel de ruimtelijk-economische structuur van het gebied (bijvoorbeeld latente grondwaardeveranderingen) en past dit dan bij een wenselijk toekomstbeeld voor de lange termijn? Maakt de maatregel andere maatregelen op lange termijn moeilijk of onmogelijk (klimaatadaptatie, energietransitie, waterhuishouding, etc.)? Is de fasering van de maatregel passend en flexibel t.o.v. andere maatregelen (binnen of buiten scope van BBG) en de belevings- en gebruikskwaliteit van het gebied?
Conclusie De effecten van de W20-opties op de ruimtelijke kwaliteit zijn voor het aspect belevingswaarde onderscheidend. Vanuit ruimtelijke kwaliteit heeft W20-3 de grootste negatieve effecten. Deze optie doorkruist het meeste open landschap in vergelijking met de andere opties. Ook zijn er bij W20-3 weinig mogelijkheden om de identiteit van het landschap te versterken.
19
Ruimtelijke kwaliteit Optie
Belevings -
Gebruiks -
Waarde
waarde
Toekoms twaarde
Toelichting scores (B: belevingswaarde; G: Gebruikswaarde, T: Toekomstwaarde) B: Geen aantasting beschermingscategorie 2 en doorkruist 1 over kleine lengte. Nauwelijks mogelijkheden om identiteit te versterken.
W20-1
G: Positieve bijdrage aan gebruikswaarde voor dagelijks leven en economie. Nauwelijks invloed op structuur en kwaliteit (wel op lokaal niveau).
0
+
+
T: Conform de lange termijn visie draagt W20-1 bij aan de realisatie van een nieuwe/betere noord-zuid verbinding ten westen van de Gouwe (positief). Het tracé van W20-1 heeft voor een klein deel de mogelijkheid om verbonden te worden met een eventuele extra oeververbinding. Per saldo is sprake van een positief effect op de toekomstwaarde. B: Aantasting beschermingscategorie 2 en doorkruist 1. Nauwelijks mogelijkheden om identiteit te versterken.
W20-2
-
+
+
G: Positieve bijdrage aan gebruikswaarde voor dagelijks leven en economie. Nauwelijks invloed op structuur en kwaliteit (wel op lokaal niveau). T: Conform de lange termijn visie draagt W20-2 bij aan de realisatie van een nieuwe/betere noord-zuid verbinding (positief). De route ligt tevens zoveel als mogelijk richting een eventuele extra oeververbinding(positief). B: Doorkruising beschermingscategorie 2 en 1. Nauwelijks mogelijkheden om identiteit te versterken.
W20-3
--
+
0
G: Positieve bijdrage aan gebruikswaarde voor dagelijks leven en economie. Nauwelijks invloed op structuur en kwaliteit (wel op lokaal niveau). T: Conform de lange termijn visie draagt W20-3 bij aan de realisatie van een nieuwe/betere noord-zuid verbinding (positief). Het tracé sluit echter niet goed aan op een eventuele extra oeververbinding (negatief). Per saldo is sprake van een neutraal effect.
20
11.
Landschap en cultuurhistorie (criterium 41)
Er is gekeken naar het effect van W20 op landschaps- en cultuurhistorische waardevolle structuren. Hiervoor zijn de gebiedsprofielen als achtergrondinformatie gebruikt. Er is sprake van aantasting/negatieve invloed als de maatregel een aanwezige waardevolle structuur doorsnijdt of als een maatregel invloed heeft op de kwaliteit van een waardevolle structuur. Een maatregel kan ook een grote aantasting/veel negatieve invloed hebben. Dat is het geval als de maatregel over een grote lengte structuren aantast of als de structuur van zeer grote waarde is. Dit is met name het geval voor W20-3 (onder meer Rietveldsepad met oude erven en oude boomstructuren). Landschap en cultuurhistorie Optie
Beoordeling
Toelichting
W20-1
-
Aantasting van landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
W20-2
-
Aantasting van landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
W20-3
--
Doorsnijden van open gebied en linten (onder meer Rietveldsepad met oude erven en oude boomstructuren).
21
12.
Natuur (criterium 42)
Er is op basis van landelijk beleid gekeken naar het effect van W20 op natuurwaarden en beschermde gebieden. Beschermde gebieden zijn Natura 2000 gebieden, Natuur Netwerk Nederland en Weidevogelgebieden. Ook is gekeken naar de invloed op natuur. Daarbij zijn natuurgebieden (NNN, Natura 2000), beschermde soorten, ecologische relaties en biodiversiteit beschouwd. Op basis van bovenstaande criteria is de effectscore bepaald. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
Is er aantasting van NNN OF weidevogelgebieden OF beschermde soorten, dan is de score -
Is er aantasting van een combinatie van twee of drie van bovenstaande (NNN, weidevogel, beschermde soorten), dan is de score - -
Is er effect op N2000, dan is de score altijd - -
Bij het effect op beschermde soorten is ook meegewogen of er in een bepaald gebied een grote kans is dat er beschermde diersoorten voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn:
In een veenweidegebied met veel kleine slootjes is de kans op rugstreeppad en ringslang groot. Daarom is de score -
Bij de sloop van woningen is de kans op een effect op vleermuizen, huismus en gierzwaluw vrij groot. Daarom is de score -
Bij alleen mogelijke verstoring broedvogels is de score 0. Omdat dit effect met maatregelen te voorkomen is
Figuur 6 Natuurgebieden in het studiegebied Toelichting figuur 6: Natuurnetwerk Nederland (NNN) (donkergroen) en Ecologische verbindingszones (roze)
22
W20-1 scoort op natuur negatief. De optie kruist geen NNN gebied. Het effect van W20-2 en W20-3 op natuur is - -. Het effect van W20-3 op natuur is het meest negatief. Voor de aansluitingsoptie Zuid (bij W20-1 en W20-2) moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van NNN-gebieden ten zuiden van de N11. In de boordeling is ervan uitgegaan dat de aansluiting zodanig wordt aangelegd dat deze het NNN-gebied direct ten zuiden van de N11 niet doorkruist. Natuur Optie
Beoordeling
Toelichting
W20-1
-
Doorkruist belangrijke weidevogelgebieden. Mogelijk beschermde soorten aanwezig, zoals de ringslang, rugstreeppadden en weidebroedvogels.
W20-2
--
Doorkruist (een klein deel) NNN en belangrijke weidevogelgebieden. Mogelijk beschermde soorten aanwezig, zoals de ringslang, rugstreeppadden en weidebroedvogels.
W20-3
--
Doorkruist belangrijke weidevogelgebieden. Mogelijk beschermde soorten aanwezig, zoals de ringslang, rugstreeppadden en weidebroedvogels. Deze optie doorkruist een gebied wat door Staatsbosbeheer in eigendom is en ontwikkeld wordt met behulp van fondsen (waaronder gericht op waterbeheer en vogelbeheer). Er is naar verwachting sprake van extra voertuigkilometers met een kans op extra stikstofdepositie op natuur.
23
13.
Recreatie (criteria 34 en 35)
De effecten van de maatregelen op recreatie zijn in beeld gebracht door twee subcriteria te onderzoeken: 1) recreatieve aantrekkelijkheid en gebruiksmogelijkheden en 2) meekoppelkansen en toevoegen recreatieve kwaliteiten. Daarbij is gekeken naar:
In hoeverre vergroot of verkleint de maatregel de bestaande recreatieve aantrekkelijkheid en gebruiksmogelijkheden op basis van het gebiedsprofiel ruimtelijke kwaliteit? In hoeverre bestaan er meekoppelkansen tussen ingrepen voor recreatie en de betreffende maatregel? Welke extra recreatieve kwaliteit is toe te voegen door de maatregel?
De effecten van de W20-opties op recreatie zijn negatief. De recreatieve aantrekkelijkheid en gebruiksmogelijkheden worden verminderd door de grote hoeveelheid verkeer dat in het gebied wordt geleid en de doorsnijdingen door bestaande recreatievoorzieningen. Recreatie Optie
34. aantrekkelijkheid en gebruiksmogelijkheden
35. meekoppelkansen en toevoegen recreatieve kwaliteiten
W20 -1
-
0
W20 – 2
-
0
W20 – 3
-
0
Toelichting (Verklaring: A=aantrekkelijkheid en gebruiksmogelijkheden, M= meekoppelkansen) A: Negatieve invloed aantrekkelijkheid gebied M: Er worden geen meekoppelkansen gezien.
op directe
A: Negatieve invloed aantrekkelijkheid gebied M: Er worden geen meekoppelkansen gezien.
op directe
A: Negatieve invloed aantrekkelijkheid gebied M: Er worden geen meekoppelkansen gezien.
op directe
24
14.
Duurzaamheid (criteria 28 en 29)
Duurzaamheid is beoordeeld op de bijdrage aan duurzame mobiliteit en op de bijdrage die de maatregel kan leveren aan minder CO2-uitstoot. De maatregelen waarbij weginfrastructuur wordt aangelegd en maximum snelheden worden verhoogd, leiden tot meer CO2-uitstoot. Negatieve effecten worden verwacht bij de aanleg van nieuwe wegen, omdat hierdoor het aantal voertuigkilometers en daarmee de CO2-uitstoot toeneemt. Daarnaast kunnen ook enkele maatregelen waarbij een bestaande weg wordt geknipt/afgewaardeerd resulteren in extra CO2uitstoot. Hierdoor gaan mensen omrijden en dus meer kilometers maken. Dit kan als er op lokale wegen maatregelen worden genomen om het verkeer te ontmoedigen deze weg te gebruiken. De maatregelen zijn voor het aspect duurzaamheid op dit beoordelingsniveau nog nauwelijks onderscheidend. De W20-opties scoren negatief. Door de aanleg van de nieuwe wegen neemt de CO2-uitstoot toe. Duurzaamheid Optie
Bevorderen van duurzame mobiliteit en afname CO2 reductie
W20 -1
-
W20 – 2
-
W20 – 3
-
25
15.
Bodemdaling (criterium 30)
De maatregelen zijn beoordeeld op de mate waarin de maatregel zorgt voor (versnelde) bodemdaling. Er is gekeken of de maatregel geschikt is gezien de bodemdaling. Daarbij is beoordeeld:
In hoeverre is de maatregel gevoelig voor schadekosten en hogere beheerskosten door bodemdaling? Is de maatregel nog passend door bodemdaling als de waterhuishouding en mogelijk gaat veranderen? Zijn er meekoppelkansen tussen maatregel en ingrepen gezien de bodemdaling?
De W20-opties scoren zeer negatief. Ze worden aangelegd ten westen van de Gouwe. Hier bestaat de ondergrond uit slappe bodemlagen waardoor deze erg gevoelig is voor zettingen. De infrastructuur is hierdoor gevoelig voor schadekosten en hoge beheerskosten. Bodemdaling Optie
Bodemdaling
W20 -1
--
W20 – 2
--
W20 – 3
--
26
16.
Water (criteria 31, 32 en 33)
De beoordelingscriteria zijn waterkwantiteit, waterkwaliteit en de invloed op de beschikbaarheid van zoet water. Het aanleggen van nieuwe infrastructuur of het aanpassen van bestaande infrastructuur kan effect hebben op de hoogte, doorstroming en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Bij het uitvoeren van de maatregelen zijn de volgende ontwerpprincipes gehanteerd:
Een nieuwe weg/infrastructuur mag geen significante invloed hebben op de grondwaterstand in het plan- en studiegebied. Eventuele watergangen ernaast mogen daarom geen hoger of lager peil hebben dan het bestaande waterpeil. De watergangen worden zo vormgegeven dat er geen significant effect op de waterkwaliteit plaatsvindt.
Waterkwantiteit Vanwege het eerste ontwerpprincipe is geen significant effect op de (grond)waterstand te verwachten. Het effect van de W20-opties op water is neutraal. Waterkwaliteit en beschikbaarheid van zoet water Er is geen effect van de W20-opties op de waterkwaliteit. Wel kan er enige versproeiing/verwaaiing plaatsvinden van vervuild wegwater. Daarom hebben de W20-opties een negatief effect op de kwaliteit van oppervlaktewater. Verzilting heeft invloed op de beschikbaarheid van zoet water. Verzilting ontstaat wanneer de zoetwaterlaag in het grondwater afneemt en het zoute grondwater omhoog kan komen uit diepere grondlagen. Dit komt onder andere door bemaling van polders. De stijgende zeespiegel en bodemdaling hebben hier ook invloed op. Daardoor daalt het oppervlaktewater ook. Het aanleggen van extra sluizen vergroot de kans op vermenging van watersystemen. Dat betekent een risico op verzilting. De aanleg van W20 heeft geen significant effect op de beschikbaarheid van zoet water. Water
Optie
31. Waterkwantiteit
32. Waterkwaliteit
33. Zoet water
W20 -1
0
-
0
W20 – 2
0
-
0
W29 – 3
0
-
0
27
17.
Klimaat (criteria 43, 44 en 45)
Voor klimaatadaptatie is gekeken naar de ruimtelijke (her)inrichting. Daarbij zijn de klimaatstresstests benut en de daarmee samenhangende analyses van risico’s bij extreem weer en overstromingen. Dit criterium is als volgt beoordeeld:
In hoeverre is de maatregel voor verkeer en vervoer gevoelig voor extreme weersomstandigheden en overstromingen? In hoeverre draagt de maatregel bij aan een robuustere afwenteling van verkeer en vervoer bij extreme weersomstandigheden en overstromingen? In hoeverre is de maatregel mee te koppelen met maatregelen die genomen kunnen/moeten worden vanwege klimaatadaptatie in het gebied?
De W20-opties hebben een zeer negatief effect. Ze liggen in het laaggelegen gebied ten westen van de Gouwe. Deze gebieden zijn gevoelig voor extreme weersomstandigheden en overstromingen en kunnen niet (eenvoudig) worden gekoppeld aan maatregelen met het oog op klimaatadaptatie. Klimaat Optie
klimaatadaptatie
W20 -1
--
W20 – 2
--
W20 – 3
--
28
18.
Energie (criterium 36)
Bij dit criterium gaat het om de vraag of de maatregelen duurzame energie opwekking belemmeren of juist stimuleren. Alle drie de opties krijgen een plus omdat de aanleg van nieuwe infrastructuur goede kansen kan bieden voor het opwekken van duurzame energie. Door nieuwe infrastructuur of het verbeteren/verbreden van bestaande infrastructuur kunnen bijvoorbeeld zonnepanelen aangelegd worden. Dit kan in schermen langs de weg. Energie Optie
Energie
W20 -1
+
W20 – 2
+
W20 – 3
+
29
19.
Uitvoerbaarheid (criteria 22, 23 en 24)
De maatregelen zijn getoetst op uitvoerbaarheid. Dit is gedaan aan de hand van drie subcriteria:
doorlooptijd planologische en juridische procedures, technische complexiteit, en tijdsduur van de realisatie (hinder tijdens de bouw).
De beoordeling van procedures richt zich op de ruimtelijk-planologische procedures met een risico op beroep en bezwaar (bijvoorbeeld bij de Raad van State) en op de noodzaak voor grondverwerving met risico op onteigening. Per maatregel is beoordeeld wat de kans is op vertraging van de doorlooptijd door bezwaar- en beroepsprocedures. De aanleg van de nieuwe wegen en grootschalige infrastructuur betekent dat zorgvuldige (langdurende) besluitvormingsprocedures moeten worden doorlopen. Daarnaast moet de ondergrond worden verbeterd in gebieden met een slappe bodem. Dit heeft ook impact op de kosten. Ook moet de weg worden ingepast in een gebied waar grote (gas)leidingen liggen. Hiervoor zullen één of meerdere maatregelen genomen moeten worden (bijvoorbeeld in de vorm van een overkluizing). Bij technische complexiteit is gekeken naar de risico’s met betrekking tot de technische uitvoerbaarheid van de maatregel. Per maatregel is gekeken of deze al dan niet met gebruikelijke technische bouwmethoden kan worden gerealiseerd. Dit bepaalt de complexiteit van de uitvoering en de kans op vertraging van werkzaamheden. Bij de tijdsduur van de realisatie gaat het om de verwachte periode van hinder tijdens de uitvoering. Het gaat daarbij allereerst om hinder voor het wegverkeer. Dit ontstaat doordat vertraging ontstaat of verkeer moet worden omgeleid.
Daarnaast is gekeken naar hinder voor de omgeving (bijvoorbeeld bewoners) door o.a. geluidsoverlast, luchtkwaliteit (door stof en emissies) en beperkte bereikbaarheid van de woning. Uitvoerbaarheid Optie Alle drie de opties
Procedures
Technisch
--
-
Hinder (tijdsduur realisatie) --
30
20.
Kosten
Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de investeringskosten van de W20 maatregelen voor de planvormingsfase Beter Bereikbaar Gouwe. W20-I. Dit is de oorspronkelijke variant voor W20 met aansluitingsoptie Noord (rode route). De raming komt uit op 22,8 mln euro. Dit is inclusief: -
Twee spooronderdoorgangen van 60 km/uur Aanpassingen aan lokale wegen zoals het Jagerspad en bestaande wegen in Alphen a/d Rijn (Schans) en Boskoop (tussen N455 en de nieuwe route) De nieuwe verbinding tussen Boskoop-Noord en Alphen-Zuid. Beperkte vastgoedkosten (verwerven landbouwgrond) Gebruik lichte ophoogmaterialen en een brug over het EVZ gebied Overkluizing van een leiding Geen aanpassing van de aansluiting N11.
In plaats van een ontsluiting via de Schans (noordelijke route via rood tracé) zijn er ook twee directere aansluitingen op de N11 mogelijk, te weten een paarse (midden) en een gele (zuidelijke) aansluiting. De meerkosten geraamd voor deze aansluitingen zijn respectievelijk 1,9 en 2,0 mln. W20-II. Deze variant heeft in Alphen aan de Rijn een aansluitingsoptie noord (rood tracé). De kostenraming komt uit op 25,5 mln euro. Dit is inclusief: -
Een spoor onderdoorgang 80 km/uur en een onderdoorgang 60 km/uur bij de Schans. Nieuwe route vanaf Burg Smitweg/Compierekade naar Alphen -Zuid Het oost-west deel van de nieuwe route (=vanaf Burg Smitweg/Compierekade tot en met spooronderdoorgang = 80 km/uur) - Enige aanpassingen van bestaande wegen tussen N455 (Hoogeveensweg) en de nieuwe route en in Alphen a/d Rijn (Schans). - Beperkte vastgoedkosten (verwerven landbouwgrond) - Gebruik lichte ophoogmaterialen en een brug over het EVZ gebied - Overkluizing van een leiding De meerkosten tov W20-1 zijn dus het gevolg van de duurdere spooronderdoorgang (80 km/uur ipv 60 km/uur) en langer stuk nieuwe weg.
In plaats van een ontsluiting via de Schans (noordelijke route via rood tracé) zijn er ook twee directere aansluitingen op de N11 mogelijk, te weten een paarse (midden) en een gele (zuidelijke) aansluiting. De meerkosten geraamd voor deze aansluitingen zijn respectievelijk 1,9 en 2,0 mln.
31
W20-III. De kostenraming komt uit op 7,3 mln euro. Dit is inclusief: -
Beperkte aanpassing van de kruising Goudse-Schouw- N11 (Nb. er geldt wel als risico dat hiervoor, bijvoorbeeld op verzoek van Rijkswaterstaat, meer aanpassingen nodig zijn dan nu geraamd). De nieuwe route vanaf Burg. Smitweg/Compierekade naar de kruising Goudse-Schouw-N11 Geen spooronderdoorgangen. Gebruik lichte ophoogmaterialen en een brug over het EVZ gebied Enige aanpassingen van bestaande wegen tussen N455 (Hoogeveensweg) en de nieuwe route. Beperkte vastgoedkosten (verwerven landbouwgrond).
Disclaimer: het betreft een kostenraming op planvormingsniveau. Dit betekent onder ander dat de hoogte van de geraamde bedragen voor de bestaande wegen afhankelijk is van de verkeersintensiteit én de keuzes die nog gemaakt worden voor het wel/niet aanpassen van bestaande wegen.
32
Bijlage 1 Berekende verkeerseffecten Met het verkeersmodel zijn de verkeerseffecten berekend van de drie opties van de W20. In deze bijlage zijn de resultaten opgenomen van de berekeningen. De volgende berekeningen zijn uitgevoerd:
Bij W20-1 en W20-2 is uitgegaan van aansluiting Noord via De Schans (lichtrood). Voor W20-2 is ook een berekening gemaakt met aansluiting Zuid (geel) en van een noordelijke route via de Schans (lichtrood tracé in figuur 2). W20-1 en W20-2 met de aansluiting Midden (paars) is niet berekend. De resultaten komen gezien de vrijwel identieke lengte van het traject overeen met de aansluiting Zuid. Voor W20-3 is het lichtblauwe tracé doorgerekend.
W20-1 via het bestaande wegennet in Alphen (het donker- en lichtrode tracé in figuur 2 van deze notitie).
Figuur B1 De cijfers in deze figuur zijn het totale aantal motorvoertuigen op de betreffende weg in etmaalintensiteiten afgerond op honderdtallen waarbij beide rijrichtingen bij elkaar zijn opgeteld. Blauwe cijfers gaan over 2018. Groene cijfers gaan over de referentiesituatie in 2030, dus zonder dat er BBG maatregelen zijn genomen. Rode cijfers gaan over de situatie in 2030 als de onderzochte W201 optie wordt gerealiseerd. 33
Figuur B2 W20-1: Relatieve verandering ten opzichte van de referentiesituatie in 2030. De percentages in deze figuur geven de verandering aan van het aantal motorvoertuigen per etmaal. Het gaat om het verschil in 2030 tussen de onderzochte W20 optie én de referentiesituatie (zonder W20 optie). Een positief cijfer betekent dat deze W20-1 maatregel resulteert in een toename van het verkeer op die weg en een negatief cijfer betekent een afname op die weg.
34
W20-2 via het bestaande wegennet in Alphen (het groene - en lichtrode tracé in figuur 2 van deze notitie).
Figuur B3 De cijfers in deze figuur zijn het totale aantal motorvoertuigen op de betreffende weg in etmaalintensiteiten afgerond op honderdtallen waarbij beide rijrichtingen bij elkaar zijn opgeteld. Blauwe cijfers gaan over 2018. Groene cijfers gaan over de referentiesituatie in 2030, dus zonder dat er BBG maatregelen zijn genomen. Rode cijfers gaan over de situatie in 2030 als de onderzochte W202 optie wordt gerealiseerd.
35
Figuur B4 W20-2: Relatieve verandering ten opzichte van de referentiesituatie in 2030. De percentages in deze figuur geven de verandering aan van het aantal motorvoertuigen per etmaal. Het gaat om het verschil in 2030 tussen de onderzochte W20 optie én de referentiesituatie (zonder W20 optie). Een positief cijfer betekent dat deze W20-2 maatregel resulteert in een toename van het verkeer op die weg en een negatief cijfer betekent een afname op die weg.
36
W20-2 via een route ten zuiden van de N11 (het groene - en gele tracé in figuur 2 van deze notitie).
Figuur B5 De cijfers in deze figuur zijn het totale aantal motorvoertuigen op de betreffende weg in etmaalintensiteiten afgerond op honderdtallen waarbij beide rijrichtingen bij elkaar zijn opgeteld. Blauwe cijfers gaan over 2018. Groene cijfers gaan over de referentiesituatie in 2030, dus zonder dat er BBG maatregelen zijn genomen. Rode cijfers gaan over de situatie in 2030 als deze onderzochte W20-2 optie wordt gerealiseerd.
37
Figuur B6 W20-2 met route ten zuiden van de N11 relatieve verandering ten opzichte van de referentiesituatie in 2030. De percentages in deze figuur geven de verandering aan van het aantal motorvoertuigen per etmaal. Het gaat om het verschil in 2030 tussen de onderzochte W20 optie én de referentiesituatie (zonder W20 optie). Een positief cijfer betekent dat deze W20-2 maatregel resulteert in een toename van het verkeer op die weg en een negatief cijfer betekent een afname op die weg.
38
W20-3 (het blauwe tracé in figuur 2 van deze notitie).
Figuur B7 De cijfers in deze figuur zijn het totale aantal motorvoertuigen op de betreffende weg in etmaalintensiteiten afgerond op honderdtallen waarbij beide rijrichtingen bij elkaar zijn opgeteld. Blauwe cijfers gaan over 2018. Groene cijfers gaan over de referentiesituatie in 2030, dus zonder dat er BBG maatregelen zijn genomen. Rode cijfers gaan over de situatie in 2030 als de onderzochte W203 optie wordt gerealiseerd.
39
Figuur B8 W20-3: Relatieve verandering ten opzichte van de referentiesituatie in 2030. De percentages in deze figuur geven de verandering aan van het aantal motorvoertuigen per etmaal. Het gaat om het verschil in 2030 tussen de onderzochte W20 optie én de referentiesituatie (zonder W20 optie). Een positief cijfer betekent dat deze W20-3 maatregel resulteert in een toename van het verkeer op die weg en een negatief cijfer betekent een afname op die weg.
40
Bijlage 2 overzicht beoordelingscriteria 1. Boskoop Zijde en Hoogeveenseweg 2. Boskoop (overig) (incl. wegen Hazerswoude ten Noorden van Boskoop w.o. Burgemeester Smitsweg en Compierekade. 3. Waddinxveen (Hefbrug) Bereikbaarheid Wegverkeer 4. Waddinxveen (onderliggend wegennet) 5. Functioneren N207 conform doelstelling scenario 6. Hazerswoude-Dorp: Gemeneweg 37. Bodegraven-Reeuwijk hoofdwegen 38. Bodegraven-Reeuwijk (onderliggend wegennet) 7. Vlotte doorvaart Bereikbaarheid Beroepsvaart 8. Ontheffing Gouwenaar 9. Bevordering verkeersveiligheid Veiligheid 10. Bevordering veiligheid beroepsvaart 11. Bevordering veiligheid recreatievaart 12. Investeringskosten in mln euro Kosten 13. Kosten onderhoud (in mln euro/jaar) (nog niet bepaald) 14. KKBA (nog niet bepaald) 15. Boskoop (de Zijde) 16. Boskoop (overig) 17. Waddinxveen (Kerkweg Oost en de Kanaalstraat) 18. Waddinxveen (overig) Leefbaarheid 19. Hazerswoude-Dorp: Gemeneweg 39. Bodegraven-Reeuwijk Reeuwijkse Randweg en Zoutmansweg 40. Bodegraven-Reeuwijk onderliggende wegen
Economie
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Technische uitvoerbaarheid
Ruimtelijke kwaliteit
Duurzaamheid
20. • Potentieel effect op economische toekomst van: - Greenport Boskoop - Alphen-Gouda - Corridor A12 - Corridor N11 21. Betrekken stakeholders (verwezen wordt naar draagvlakanalyse) 22. Tijdrovende procedures 23. Technische complexiteit 24. Tijdsduur realisatie 25. Invloed op belevingswaarde 26. Invloed op gebruikswaarde 27. Toekomstwaarde 28. Aanwezigheid maatregelen die duurzame mobiliteit bevorderen 29. Verwacht effect maatregelen 41
Bodemdaling
Water
30.• Kans op hoge schade- en beheerskosten agv bodemdaling • Past de maatregel bij toekomstige ontwikkelingen tav waterhuishouding en bedrijfsvoering • Meekoppelkansen 31. Waterkwantiteit 32. Waterkwaliteit 33. Invloed op beschikbaarheid van zoet water 34. Recreatieve gebruiksmogelijkheden en aantrekkelijkheid
Recreatie 35. Meekoppelkansen en toevoegen recreatieve kwaliteiten Energie
36. opwekking duurzame energie
Landschap en cultuurhistorie
41. Landschaps- en Cultuurhistorische waardevolle structuren
Natuur
42. Invloed op natuurwaarden en beschermde gebieden
Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie
43. Risico’s bij extreem weer en overstromingen 44. Robuustheid maatregel 45. Kansen
42