Bijlage 5: Uitwerking besparingen Programma Duurzaamheid
Tekst van het document
Bijlage Uitwerking besparingen Programma Duurzaamheid
Het transitieprogramma Duurzaamheid is gebaseerd op vier onderling verbonden transities: energie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Deze zijn inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd en versterkend. De doelen en uitvoeringsstructuur zijn zodanig ingericht dat gedeeltelijk schrappen van transitieonderdelen leidt tot verlies van synergie, afname van effectiviteit en verminderde uitvoerbaarheid van de resterende onderdelen. De reductie van het budget wordt vertaald in een temporisering van de ambitie en vermindering van activiteiten. Zo blijft ook het huidig beleid zoals vastgelegd in het koersdocument Duurzaam Waddinxveen in stand. Uitwerking naar onderdelen uit het programma: Energietransitie: Alle inspanningen vanuit het transitieprogramma Duurzaamheid voor het onderzoeken van oplossingen voor netcongestie voor woningbouw (Noordkade mogelijk maken door uitplaatsing bedrijven) en maatschappelijk voorzieningen zullen door het programma Maatschappelijk Vastgoed gedragen moeten worden. Bij energiebesparing vertragen we de communicatie uitingen om subsidies voldoende aan de man te brengen (sommige kosten mogen niet uit de SPUKS worden betaald). Monitoring op het Soorten Management Plan kan niet worden uitgevoerd. Hiermee wordt bepaald hoe de staat van instandhouding van deze soorten is en is veranderd.
Monitoring is ook een vereiste van de gebiedsgerichte omgevingsvergunning. Uiteindelijk verliest het Soorten Management plan zijn geldigheid en kan niet meer ingezet worden bij isolatiemaatregelen. Mogelijk moeten de kosten indirect verhaald worden op de inwoners (bijvoorbeeld minder subsidie, hetgeen de snelheid van verduurzamen ook mogelijk vertraagd). Bij de RES is weinig capaciteit en weinig middelen om regionaal bij te dragen. Maatschappelijke organisaties zoals het Servicepunt Energietranistie Bedrijven zullen hun activiteiten grotendeels zelf moeten financieren. Bijdrage aan het Regionaal integraal programmeren van het energiesysteem van de toekomst zal grotendeels via regionale subsidies en capaciteit moeten worden gerealiseerd (nu bijvoorbeeld via subsidie van NPLW). Onze vertegenwoordiging van de belangen van Waddinxveen neemt af. De middelen om het participatieproces te ondersteunen in de startbuurt aardgasvrij wordt ingeperkt. Terwijl het wel van belang is om dat proces te blijven ondersteunen de komende jaren. De Warmte Samenwerking Oostland (regionaal warmtenet) en lokale warmtelevering moeten we tot ongeveer 2028 in voldoende mate ondersteunen, waar nodig met incidentele middelen. Dit project zit in een cruciale fase in de periode tot ongeveer
2028/2029 (om een eventueel lokaal warmtenet en warmtebedrijf verder te onderzoeken en te realiseren). De kans ligt er nu en niet over een aantal jaar. Wel is de verwachting dat daarna de inzet minder wordt. Middelen voor diametervergroting (en deelname warmtebedrijf) moet beschikbaar blijven. Het ondertekenen (en financieel bijdragen aan het energieakkoord met Greenport West Holland) staat mogelijk onder druk. Klimaatadaptatie en biodiversiteit Er kan geen monitoring van het Soorten Management Plan (SMP) plaatsvinden, Verdere beleidsmatige ondersteuning van klimaatadaptatie en biodiversiteit zal vanuit de lijnorganisatie worden gedaan. Het realiseren van de doelen van groene tuinen vertraagt, maar hun bijdrage in de transities blijft. Circulaire economie Het realiseren van de doelen van circulaire economie vertraagt en de extra ondersteuning voor Circulair Leven vervalt. Financieel Het budget van programma Duurzaamheid wordt voor 68% gefinancierd uit gemeentelijke middelen en is voor 32% afhankelijk van CDOKE middelen. De volledige bezuiniging wordt doorgevoerd op het structurele deel van het programmabudget. Hierdoor verschuift de verhouding tussen structureel en incidenteel budget naar 50% en 50%. De CDOKE middelen mogen alleen binnen specifieke voorwaarden worden besteed. De CDOKE middelen zijn op dit moment tot 2027 en maximaal tot 2030 gegarandeerd.
Het structurele budget transitieprogramma Duurzaamheid wordt vanaf 2027 met €525.000 verlaagd; We verwachten in 2027-2028 zo’n 200.000 incidentele middelen nodig te hebben voor het ontwikkelen van warmtelevering aan de startbuurt. We verwachten deze te kunnen financieren uit nu beschikbare middelen, maar we sluiten een verzoek om extra middelen hiervoor niet op voorhand uit. De personele formatie uit het programma Duurzaamheid wordt door de temporisering en verval van taken zoals hierboven beschreven teruggebracht met 1,0 fte. Hieruit volgen geen personele consequenties want de medewerker kan geplaatst worden in een andere afdeling op een bestaande vacature. Daarnaast wordt de inhuur in het Programma Duurzaamheid verminderd door in te zetten op de werving van eigen personeel.
In de onderstaande tabel is aangegeven hoe de besparing op de verschillende transities wordt gerealiseerd. Originele budget
Herziene budget
Verschil
Energietransitie
€ 985.446
€ 851.737
€ -133.709
Klimaatadaptatie/ Biodiversiteit
€ 282.951
€ 114.866
€ -168.085
Circulaire Economie
€ 141.289
€ 66.466
€ -74.823
Programma algemeen
€ 305.314
€ 156.931
€ -148.383
Totaal
€ 1.715.000
€ 1.190.000
€ -525.000
Risico’s Mogelijk moeten SPUK gelden voor NIP of Energiearmoede worden terugbetaald als het tempo onvoldoende hoog is. Er moet een goede balans zijn tussen personele middelen en ondersteunende middelen. Immers, personeel dat niet kan handelen is nauwelijks effectief en doelmatig. Ook vereisen regionale samenwerkingen, deelname aan een warmtebedrijf of communiceren over subsidies (en uitvoeringskosten) een financiële bijdrage. Mogelijk moeten we de stimuleringsregeling voor inwoners voor verduurzaming versneld afbouwen, indien juridisch mogelijk, en deze middelen anders aanwenden.