Bijlage 5: Nieuwe statuten Stichting Klasse na instemming gemeenteraden
Tekst van het document
VAN DOORNE N.V. SL/FvH/CV/203915663 Concept de dato 25 september 2025 AKTE VAN STATUTENWIJZIGING STICHTING KLASSE
Op [●datum], verschijnt voor mij, [mr. Frederike van Harskamp, kandidaat-notaris, hierna te noemen: "notaris", als waarnemer van] mr. Saskia Laseur-Eelman, notaris te Amsterdam: [●medewerker Van Doorne], met kantooradres 1081 JJ Amsterdam, Amstelveenseweg 638. De verschenen persoon, handelend als vermeld, verklaart dat: -
het college van bestuur van de stichting: Stichting Klasse, statutair gevestigd in de gemeente Gouda, met adres: 2807 EC Gouda, Middenmolenlaan 68a, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 24378407, hierna te noemen: de "stichting", op [●datum] met inachtneming van statutaire voorschriften heeft besloten de statuten van de stichting algeheel te wijzigen alsmede om de verschenen persoon te machtigen deze akte te doen passeren, van welke besluiten blijkt uit de notulen van de betreffende vergadering, waarvan een uittreksel aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage 1);
-
de raad van toezicht van de stichting op [●datum] het voormelde besluit tot statutenwijziging heeft goedgekeurd, van welke goedkeuring blijkt uit de notulen van de betreffende vergadering, waarvan een uittreksel aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage 2);
-
de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten (gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Woerden) met het voormelde besluit tot statutenwijziging hebben ingestemd, van welke instemmingen blijkt uit [●], waarvan exemplaren aan deze akte zullen worden gehecht (Bijlagen 3, 4, 5 en 6);
-
de statuten van de stichting laatstelijk zijn vastgesteld bij akte van statutenwijziging op zevenentwintig februari tweeduizend veertien verleden voor een waarnemer van [mij] mr. Saskia Laseur-Eelman, notaris te Amsterdam.
Ter uitvoering van vermeld besluit tot statutenwijziging verklaart de verschenen persoon, handelend als vermeld, de statuten van de stichting bij deze algeheel te wijzigen en opnieuw vast te stellen als volgt: STATUTEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1.
In deze statuten wordt verstaan onder: a. b.
bevoegd gezag: de hierna te noemen stichting; college van bestuur: het bestuur in de zin van de wet, tevens het orgaan dat het bevoegd gezag als bedoeld in de Wpo en de Wec vertegenwoordigt en daarmee de functie bestuur als bedoeld in artikel 17a Wpo en artikel 28g Wec vervullen;
c.
gemeenten: de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Woerden;
d.
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad:
de
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad als bedoeld in de Wet medezeggenschap op scholen; e.
gemeenteraden: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten;
f.
raad van toezicht: het orgaan dat belast is met het intern toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting in de zin van
1 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
artikel 17c Wpo en artikel 28i Wec; g.
scholen: de door de stichting in stand gehouden scholen voor openbaar primair en speciaal (voortgezet) onderwijs;
h.
schriftelijk: per post, per email of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld;
2.
i.
stichting: Stichting Klasse;
j.
Wpo: de Wet op het primair onderwijs;
k.
Wec: de Wet op de expertisecentra.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.
3.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht of een andere genderidentiteit in en omgekeerd.
Naam en zetel Artikel 2 1.
De stichting draagt de naam: Stichting Klasse.
2.
De stichting heeft haar zetel in de gemeente Gouda.
Doel en middelen Artikel 3 1.
De stichting heeft tot doel het geven van openbaar primair en speciaal (voortgezet)
2.
Zij tracht dit doel te bereiken door middel van het in stand houden en stichten van openbare
onderwijs overeenkomstig artikel 46 Wpo en artikel 49 Wec. scholen voor primair en speciaal onderwijs, het bieden van kwalitatief hoogwaardig onderwijs, rekening houdend met de belangen van de verschillende betrokkenen, daarbij communicerend met de samenleving en actief inspelend op ontwikkelingen die voor de maatschappij en (de inrichting van het onderwijs op) de scholen van groot belang zijn. 3.
De stichting hanteert alle wettige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen en particulieren inbegrepen. Eventuele erfstellingen worden slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard.
4.
De stichting draagt overeenkomstig de onderwijswetgeving zorg voor een rechtmatige verwerving en een doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen, alsmede een rechtmatig financieel beheer. De stichting neemt daarbij de voor de sector geldende en al dan niet in wet- en regelgeving uitgewerkte normen voor financieel beheer en verslaglegging in acht en onthoudt zich in dat kader van: a.
het beleggen in financiële producten met een hoog risicoprofiel (waaronder begrepen derivaten); en,
b.
het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen voor zover dat niet past binnen de voor het onderwijs geldende regels voor de voorziening in de huisvesting van het onderwijs.
5.
De stichting beoogt niet het maken van winst.
Organisatiestructuur Artikel 4 1.
De stichting kent als civielrechtelijke organen:
2 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
a.
het college van bestuur dat belast is met het bestuur van de stichting; en,
b.
de raad van toezicht die belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 17c Wpo en artikel 28i Wec en als intern toezichthouder toezicht houdt op het functioneren van het bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting.
2.
De
stichting
kent
tevens
een
directieberaad,
bestaande
uit
één
of
meerdere
schooldirecteuren. Aan ieder van de schooldirecteuren kunnen voorbereidende en uitvoerende taken en bevoegdheden van het bestuur worden opgedragen. 3.
Bij de invulling van de scheiding van de in lid 1 beschreven functies, richt het college van bestuur zich bij de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden op draagvlak binnen het directieberaad en neemt de raad van toezicht de taken en bevoegdheden en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden van het college van bestuur in acht.
College van bestuur; samenstelling en benoeming Artikel 5 1.
Het bestuur van de stichting is opgedragen aan het college van bestuur. Het college van bestuur bestaat uit ten minste twee natuurlijke personen. Het aantal leden van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht vastgesteld.
2.
De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht. De raad van
3.
Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, na verkregen advies
toezicht benoemt één van de leden van het college van bestuur tot voorzitter. van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, vast te stellen (openbare) profielschets en werving- en selectieprocedure. De profielschets beschrijft de gewenste kwaliteiten en competenties waaraan een lid van het college van bestuur dient te voldoen. De profielschets en de werving- en selectieprocedure worden aan de gemeenteraden ter kennisgeving gezonden. 4.
De leden van het college van bestuur worden benoemd voor de duur van hun arbeidsovereenkomst of voor een andere door de raad van toezicht te bepalen periode.
5.
De vaststelling van het (eventuele) salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur geschiedt door de raad van toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en de arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de onderwijssector geldende (centrale) arbeidsvoorwaarden en wordt de weten regelgeving omtrent de beloning van topfunctionarissen in de sector in acht genomen.
6.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden.
7.
Leden van het college van bestuur zijn gehouden om op onafhankelijke wijze het belang van de stichting te dienen. Alle leden van het college van bestuur vervullen hun taak zonder last.
8.
De leden van het college van bestuur worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, wordt nader uitgewerkt in het bestuursreglement. Het college van bestuur rapporteert in het jaarverslag over de wijze waarop de evaluatie van het college van bestuur door de raad van toezicht heeft plaatsgevonden.
9.
Leden van het college van bestuur vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. In het jaarverslag worden alle nevenfuncties van de leden van het college van bestuur vermeld. Een lid van het college van bestuur kan niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder vervullen binnen de eigen onderwijssector. Uitzondering hierop betreft de samenwerkingsverbanden passend onderwijs waar de onderwijsorganisatie (stichting) deel
3 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
van uitmaakt. Een lid van het college van bestuur kan niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder vervullen bij een onderwijsorganisatie in een aanpalende onderwijssector wanneer de voedingsgebieden in relevante mate overlappen. Een (oud-)toezichthouder kan niet binnen vier jaar na aftreden benoemd worden tot lid van het college van bestuur. College van bestuur; schorsing en ontslag; defungeren, belet en ontstentenis Artikel 6 1.
De leden van het college van bestuur kunnen door de raad van toezicht worden geschorst en
2.
Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie
ontslagen. maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 3.
Het lid van het college van bestuur dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van het college van bestuur over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.
4.
Een lid van het college van bestuur defungeert voorts: a.
door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn gehele vermogen;
b.
door zijn vrijwillig aftreden;
c.
bij einde van zijn dienstverband met de stichting of door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming,
5.
d.
door zijn ontslag door de rechtbank;
e.
door zijn overlijden.
Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van het college van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende leden of het overblijvende lid van het college van bestuur. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht aan te wijzen personen, onverminderd de verplichting voor de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien.
6.
De gemeenteraden zijn in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren van het college van bestuur in strijd met de wet, bevoegd zelf te voorzien in het bestuur overeenkomstig artikel 48 lid 11 Wpo en artikel 51 lid 11 Wec met dien verstande dat - behoudens de situatie dat uitstel niet in het belang van de stichting is - de gemeenteraden eerst overleg plegen met het college van bestuur en de raad van toezicht.
College van bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 7 1.
Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. Aan het college van bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe, die aan de stichting als bevoegd gezag toekomen en die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
4 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
2.
Bij de vervulling van zijn taken en bevoegdheden richt het college van bestuur zich naar het doel en het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, waaronder de door de stichting in stand gehouden scholen.
3.
Het college van bestuur is slechts na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van de goedkeuring van de raad van toezicht kan jegens derden een beroep worden gedaan. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring als bedoeld in de eerste zin van dit lid nemen het college van bestuur respectievelijk de raad van toezicht de in de Wpo en de Wec ter zake opgenomen bepalingen in acht, waaronder in het bijzonder de artikelen 106 en 110 Wpo en de artikelen 105 en 108 Wec.
4.
Voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht is verder vereist voor bestuursbesluiten tot: a.
het vaststellen van het strategisch (meerjaren)beleidsplan en de bijbehorende (meerjaren)begroting;
b.
het aangaan van verplichtingen (waaronder subsidie- of investeringsverplichtingen) en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de begroting en een bij bestuursreglement te bepalen bedrag te boven gaan;
c.
de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant;
d.
het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting;
e.
het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon alsmede het aangaan van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap;
f.
het aanvragen van faillissement en surseance van betaling;
g.
het vaststellen en wijzigen van reglementen als bedoeld in deze statuten, daaronder in elk geval begrepen het managementstatuut in de zin van artikel 31c van de Wpo en artikel 31 Wec en het bestuursreglement;
h.
(het aanvaarden van) een bestuursoverdracht, samenvoeging of splitsing van een school, met inachtneming van het bepaalde in artikel 19 van deze statuten;
i.
tot oprichting, opheffing en wijziging van de grondslag van een school;
j.
het aangaan van rechtshandelingen waarbij een of meer leden van het college van bestuur een belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting of de door de stichting in stand gehouden scholen;
k.
het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo;
l. 5.
tot juridische fusie of juridische splitsing.
Het college van bestuur legt aan de raad van toezicht verantwoording af over het gevoerde beleid. In dat kader verstrekt het college van bestuur de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een
5 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
goed functioneren van de raad van toezicht naar het oordeel van de raad van toezicht nodig of dienstig zijn. College van bestuur; vergadering en besluitvorming Artikel 8 1.
Ieder lid van het college van bestuur heeft het recht op het uitbrengen van één stem. Het college van bestuur streeft in zijn besluitvorming naar consensus. Indien de stemmen ten aanzien van een voorstel staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. In een reglement wordt nader uitgewerkt hoe met deze situatie wordt omgegaan.
2.
Geldige besluiten kunnen alsdan slechts genomen worden indien ten minste de helft van het aantal leden van het college van bestuur ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een lid van het college van bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het college van bestuur doen vertegenwoordigen.
3.
Besluiten van het college van bestuur kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schriftelijk geschiedt en alle leden zich voor het desbetreffende voorstel uitspreken. Zodanige besluiten, alsmede bescheiden waaruit het nemen van een zodanig besluit blijkt, worden aan de notulen toegevoegd.
4.
Het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het college van bestuur die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan en door elkaar worden verstaan.
5.
Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het andere lid/de andere leden van het college van bestuur blijft/blijven bevoegd te besluiten, met dien verstande dat de besluiten zijn onderworpen aan goedkeuring van de raad van toezicht. Indien alle leden van het college van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.
6.
Het college van bestuur zal met inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement opstellen waarin de overige vergader- en werkwijze en de wijze waarop de door het college van bestuur te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld.
7.
De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar, tenzij het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a.
het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
b.
de economische of financiële belangen van de stichting;
c.
het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken personen dan wel derden.
College van bestuur; vertegenwoordiging Artikel 9 1.
De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur. Daarnaast wordt de stichting vertegenwoordigd door ieder van de leden van het college van bestuur afzonderlijk.
2.
Krachtens besluit van het college van bestuur kan aan een of meer schooldirecteuren of andere personen
een
(doorlopende)
volmacht
worden
verleend
om
de
stichting
te
vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. Raad van toezicht; samenstelling en benoeming
6 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
Artikel 10 1.
De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten
2.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd (en herbenoemd) door de
minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. gemeenteraden, met inachtneming van de voordrachtsrechten als hierna bepaald. De raad van toezicht wijst uit diens midden een voorzitter en vicevoorzitter aan. 3.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht, waarbij geldt dat bij het opmaken van deze voordracht ten minste de meerderheid van de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad met die voordracht dient in te stemmen.
4.
Tevens wordt de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad afzonderlijk in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht. Indien de raad van toezicht uit zes of zeven personen bestaat, wordt de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld een extra bindende voordracht te doen voor een tweede zetel in de raad van toezicht.
5.
Voor de zetels in de raad van toezicht ten aanzien waarvan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
en
de
oudergeleding
van
de
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad een hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht, doch slechts voor één zittingsperiode. Voor
de
zetels
in
medezeggenschapsraad
de
raad en
van
de
toezicht
waarvoor
oudergeleding
van
de
gemeenschappelijke
de
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad geen voordrachtsrecht hebben, heeft de raad van toezicht eveneens een voordrachtsrecht. 6.
De voordrachten als hiervoor in dit artikel bepaald en de benoemingen geschieden allen met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde werving- en selectieprocedure, tevens omvattende een profielschets waarin de competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. De profielschets is openbaar. De werving- en selectieprocedure gaat in elk geval specifiek in op de functie van de voorzitter van de raad van toezicht. De werving- en selectieprocedure kan inhouden dat een werving en selectiecommissie wordt ingesteld en dat deze commissie bestaat uit leden van de raad van toezicht, leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en/of derden. De werving- en selectieprocedure wordt vastgesteld door de raad van toezicht gehoord het bestuur en na advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
7.
De samenstelling van de raad van toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de bestuurder en welk deelbelang ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting en de scholen betrokken deelbelangen. Een lid van de raad van toezicht kan niet tegelijkertijd de functie van bestuurder vervullen binnen de eigen onderwijssector. Uitzondering hierop betreft de samenwerkingsverbanden passend onderwijs waar de stichting deel van uitmaakt. Een lid van de raad van toezicht kan niet tegelijkertijd de functie van bestuurder vervullen bij een onderwijsorganisatie in een aanpalende onderwijssector wanneer de voedingsgebieden in relevante mate overlappen. Een (oud-)lid van het college van bestuur kan niet binnen vier jaar na aftreden benoemd worden tot lid van de raad van toezicht.
7 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
Tot leden van de raad van toezicht kunnen ook niet worden benoemd personen:
8.
a.
die als medewerker in dienst zijn bij de stichting;
b.
die als ambtenaar in dienst zijn bij één van de gemeenten;
c.
lid zijn van de gemeenteraad van één van de gemeenten;
d.
lid zijn van het college van burgemeester en wethouders van één van de gemeenten.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar met inachtneming van het hierna in dit lid bepaalde. Aftreden geschiedt na afloop van de benoemingstermijn en met in achtneming van een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de raad van toezicht neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd, tenzij bij de (her)benoeming anders wordt bepaald. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van toezicht kan zijn.
9.
Leden van de raad van toezicht ontvangen als zodanig geen bezoldiging, middellijk noch onmiddellijk. Leden van de raad van toezicht hebben wel recht op een vergoeding voor gemaakte
onkosten
en
een
niet
bovenmatige
(vacatie)vergoeding.
De
eventuele
vergoedingen aan de leden van de raad van toezicht worden door de raad van toezicht vastgesteld en zijn gebaseerd op een door de raad van toezicht ter zake vast te stellen regeling. Bij de vaststelling van de (onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor toezichthouders in de onderwijssector geldende normen en de wet- en regelgeving omtrent de beloning van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van het bepaalde in de vorige volzinnen zijn toegekend aan de leden van de raad van toezicht. 10.
De leden van de raad van toezicht worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. Eenmaal per jaar evalueert de raad van toezicht voorts zijn functioneren als zodanig. De wijze waarop de beoordelingen plaatsvindt wordt nader uitgewerkt in het reglement raad van toezicht.
11.
Ten minste één keer per jaar vergadert de raad van toezicht in afwezigheid van het college van bestuur. In deze vergadering komen aan de orde: a.
het onderlinge functioneren van de raad van toezicht; en
b.
het functioneren van het college van bestuur. De voorzitter van de raad van toezicht doet tezamen met een ander lid van de raad van toezicht verslag van de uitkomst aan het college van bestuur.
12.
Leden van de raad van toezicht vervullen geen (neven)functies die conflicterend zijn met het doel van de stichting. In het jaarverslag worden alle (neven)functies van de leden van de raad van toezicht vermeld.
Raad van toezicht; schorsing, ontslag, defungeren en ontstentenis Artikel 11 1.
Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde - en al dan niet op voordracht van de raad van toezicht - worden ontslagen door de gemeenteraden. De gemeenteraden horen de raad van toezicht alvorens tot ontslag van één of meer leden van de raad van toezicht te besluiten. Het betreffende lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De raad van toezicht brengt aan de gemeenteraden verslag uit van bedoelde verantwoording van het betreffende lid.
8 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
2.
Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht en/of de gemeenteraden, ook wanneer hij voor bepaalde tijd is benoemd. De gemeenteraden horen de raad van toezicht alvorens tot schorsing van een of meer leden van de raad van toezicht te besluiten. Hij wordt voorafgaand aan het schorsingsbesluit in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De raad van toezicht brengt aan de gemeenteraden verslag uit van bedoelde verantwoording van het betreffende lid.
3.
Indien een lid van de raad van toezicht is geschorst, dienen de gemeenteraden - al dan niet op voordracht van de raad van toezicht -binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag van het lid dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen.
4.
Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a.
door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen;
b.
door zijn vrijwillig aftreden;
c.
door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
d.
door zijn ontslag;
e.
door zijn overlijden.
5.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de raad van
6.
In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht nemen de
toezicht zijn bevoegdheden. overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de voltallige taken van de raad van toezicht waar. Een niet voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd. 7.
In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht worden door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten een persoon aangewezen die tijdelijk met het intern toezicht op de stichting is belast, alsook gehouden is zorg te dragen voor het voordragen van personen tot benoeming als lid van de raad van toezicht aan de gemeenteraad, een en ander tot de gemeenteraad conform het bepaalde in artikel 10 lid 2 in benoeming van nieuwe leden van de raad van toezicht heeft voorzien. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de raad van toezicht. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een lid van de raad van toezicht tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een lid van de raad van toezicht is geschorst.
Raad van toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 12 1.
De raad van toezicht heeft tot taak (intern) toezicht te houden op de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de stichting, het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting en de door haar in stand gehouden scholen. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde, fungeert als klankbord en kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.
9 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
2.
Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, waaronder de door de stichting in stand gehouden scholen.
3.
De raad van toezicht kan met inachtneming van deze statuten een reglement opstellen, waarin de verdeling van zijn taak over de verschillende leden wordt geregeld. Ook overigens kan de raad van toezicht zijn werkzaamheden en al wat zijn functioneren betreft nader bij dit reglement regelen.
4.
De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De raad van toezicht is ten minste belast met: a.
het goedkeuren van de (meerjaren)begroting, het jaarverslag en het strategisch (meerjaren)beleidsplan van de stichting, alsmede het adviseren inzake besluiten van het college van bestuur als genoemd in artikel 7;
b.
het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten (onder meer op het gebied van onderwijskwaliteit) en het belang van de samenleving;
c.
het houden van toezicht op het functioneren van het college van bestuur en het toezien op de naleving door het college van bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 165 lid 1 onder a Wpo en artikel 141 lid 1 onder a Wec en de redenen voor eventuele afwijkingen van die code;
d.
het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de financiële middelen;
e. 5.
het aanwijzen van de accountant.
De raad van toezicht kan besluiten dat indien het belang van een rechtshandeling als bedoeld in dit artikel beneden een door de raad van toezicht vast te stellen grens blijft, goedkeuring door de raad van toezicht niet is vereist.
6.
De raad van toezicht legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd, in het jaarverslag van de stichting.
7.
De leden van de raad van toezicht kunnen ter uitoefening van de toezichthoudende taak het college van bestuur aanwijzingen geven omtrent de soort te verschaffen informatie, alsmede omtrent de wijze en frequentie van de informatieverstrekking door het college van bestuur. Het college van bestuur voorziet de raad van toezicht ten minste van relevante extern ontwikkelde informatie over het functioneren van de scholen, zoals benchmarkgegevens, rapporten van de Inspectie van het Onderwijs en externe audits, alsmede in ieder geval van de
resultaten
van
tevredenheidsonderzoeken,
de
dialoog
daarover
en
de
verbetermaatregelen die eruit voortvloeien. Raad van toezicht; vergadering en werkwijze Artikel 13 1.
De raad van toezicht vergadert ten minste vier keer per jaar en voorts zo dikwijls de
2.
De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid
voorzitter of twee of meer leden van de raad van toezicht dit wenselijk acht(en). van de raad van toezicht, in opdracht van degene(n) die het houden van de vergadering heeft of hebben verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen.
10 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
3.
De termijn van oproeping bedraagt ten minste zeven dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. De voorzitter van de raad van toezicht kan de termijn van oproeping verkorten.
4.
De vergaderingen worden geleid door de voorzitter of bij diens ontstentenis of afwezigheid door zijn plaatsvervanger, die dan ad hoc door de vergadering en alleen voor die vergadering wordt benoemd. De voorzitter wijst een notulist aan.
5.
De leden van het college van bestuur wonen de vergadering van de raad van toezicht bij en hebben een adviserende stem, tenzij de raad van toezicht uitdrukkelijk anders bepaalt.
6.
Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen.
7.
In de vergadering van de raad van toezicht heeft ieder lid recht op het uitbrengen van één stem. Voor zover de statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van de raad van toezicht genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
8.
Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen en meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
9.
Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schriftelijk geschiedt en alle leden van de raad van toezicht zich voor het desbetreffende voorstel uitspreken. Zodanige besluiten alsmede bescheiden waaruit het nemen van een zodanig besluit blijkt, worden aan de notulen toegevoegd.
10.
De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan en door elkaar worden verstaan (digitale vergadering). Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere aan die vergadering deelnemende leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan (hybride vergadering).
11.
Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Indien hierdoor geen besluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de overige leden van de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. Indien hierdoor geen besluit kan worden genomen, wordt het besluit schriftelijk en met algemene toestemming door de raad van toezicht genomen, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
12.
De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar, tenzij het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a.
het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
b.
de economische of financiële belangen van de stichting;
c.
het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken personen dan wel derden.
11 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
13.
De overige regeling van de werkwijze en besluitvorming van de raad van toezicht kan in een reglement geschieden.
Schooldirecteuren en directieberaad Artikel 14 1.
Het college van bestuur is bevoegd schooldirecteuren te benoemen (aan te stellen), te schorsen en te ontslaan. De schooldirecteuren vormen het directieberaad. Het directieberaad wordt voorgezeten door de voorzitter van het college van bestuur en heeft een adviserende functie naar het college van bestuur.
2.
De taken en bevoegdheden van de individuele schooldirecteuren, de omvang van het bijbehorend mandaat en eventuele volmacht tot vertegenwoordiging, alsmede de werkwijze worden door het college van bestuur vastgelegd in het managementstatuut.
3.
De schooldirecteuren leggen gezamenlijk en individueel verantwoording af aan het college van bestuur.
Boekjaar en jaarstukken Artikel 15 1.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2.
Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3.
Het college van bestuur stelt jaarlijks, vóór een door de raad van toezicht te bepalen tijdstip, echter voor het einde van het lopende boekjaar, een begroting op voor het komende boekjaar en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht.
4.
Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het college van bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar.
5.
De accountant wordt door de raad van toezicht aangewezen en brengt gelijkelijk aan het college van bestuur en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen.
6.
De jaarrekening geeft blijk van de rechtmatige en doelmatige aanwending van de door de scholen verkregen rijksbijdrage. Onderdeel van het jaarverslag is een door het college van bestuur vast te stellen verslag inzake de kwaliteit van het onderwijs. Ook bevat het jaarverslag de verantwoording over de omgang met de voor de scholen aangewezen code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 165 lid 1 onder a Wpo en artikel 141 lid 1 onder a Wec.
7.
De jaarstukken worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het college van bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en ten blijke daarvan door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hun, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan.
8.
Vaststelling en goedkeuring van de jaarstukken strekt niet tot decharge van de leden van het college van bestuur. De raad van toezicht kan bij afzonderlijk besluit decharge verlenen aan de leden van het college van bestuur.
9.
Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaren lang te bewaren.
Commissies/reglementen Artikel 16 1.
De raad van toezicht kan een commissie onderwijskwaliteit, een auditcommissie en/of een
12 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
remuneratiecommissie instellen, alsook andere commissies ter ondersteuning van de werkzaamheden van de raad van toezicht. 2.
De raad van toezicht legt in reglementen van de door haar ingestelde commissies de taken en bevoegdheden, alsmede de samenstelling, werkwijze en besluitvorming van die commissies nader vast.
3.
De raad van toezicht kan, na overleg met het college van bestuur, een reglement van de raad
4.
Het college van bestuur is, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd
5.
Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
6.
Voorts is het college van bestuur, na voorafgaand advies van de raad van toezicht bevoegd
van toezicht vaststellen. een reglement voor het college van bestuur en andere reglementen vast te stellen.
één of meer andere commissies in te stellen. De samenstelling van een commissie(s), alsmede haar taken en bevoegdheden, worden alsdan bij reglement geregeld. Vrijwaring Artikel 17 1.
Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, worden aan de leden van het college van bestuur en aan voormalige leden van het college van bestuur vergoed: a.
de redelijke kosten van het voeren van verdediging tegen aanspraken wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie of van een andere functie als lid van het college van bestuur die zij op schriftelijk verzoek van de stichting vervullen of hebben vervuld;
b.
eventuele schadevergoedingen of boetes die zij verschuldigd zijn wegens een hierboven onder a. vermeld handelen of nalaten; en
c.
eventuele schikkingen die zij met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de stichting treffen in verband met een hierboven als onder a. vermeld handelen of nalaten.
2.
De stichting zal lid van het college van bestuur en voormalige leden van het college van bestuur in aanvulling op het hiervoor bepaalde ook de over enig aan een derde te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, vergoeden, de proceskosten welke een lid van het college van bestuur is gehouden te voldoen, alsmede door autoriteiten opgelegde boetes, voor zover vergoeding daarvan rechtens is toegestaan, en de met het verweer daartegen verbonden rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot het belang van de procedure.
3.
De stichting zal een lid van het college van bestuur schadeloos stellen voor de redelijke en noodzakelijke kosten die verbonden zijn aan het instrueren van een externe public relations deskundige om schade aan de reputatie van de bestuurder door een procedure, onderzoek of aansprakelijkstelling als gedekt door deze bepaling te verminderen.
4.
Deze vrijwaring komt, voor zover nodig, ook ten goede van erfgenamen of legatarissen van een lid van het college van bestuur en voormalige leden van het college van bestuur.
5.
Mocht de stichting een (voormalig) lid van het college van bestuur aansprakelijk stellen ter zake van schade die de stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van de betreffende bestuurder, dan vergoedt de stichting eveneens de redelijke kosten van het voeren van verdediging van de betreffende bestuurder. Na een in kracht van gewijsde gegane uitspraak inhoudende de aansprakelijkheid van de betrokkene jegens de stichting, is de betrokkene gehouden tot terugbetaling van het aldus door de stichting vergoede bedrag.
13 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
Alvorens de stichting tot betaling overgaat kan de stichting zekerheid eisen voor het geval de betrokkene gehouden blijkt tot terugbetaling. 6.
Een betrokkene heeft geen aanspraak op de vergoeding als hiervoor in dit artikel bedoeld indien en voor zover (I) door de Nederlandse rechter bij gewijsde is vastgesteld dat het handelen of nalaten van de betrokkene kan worden gekenschetst als opzettelijk, bewust roekeloos of ernstig verwijtbaar, tenzij uit de wet anders voortvloeit of zulks in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, of (II) de kosten of het vermogensverlies van de betrokkene is gedekt door een verzekering en de verzekeraar deze kosten of dit vermogensverlies heeft uitbetaald. De stichting kan ten behoeve van de betrokkenen verzekeringen tegen aansprakelijkheid afsluiten.
7.
Ook de (voormalige) leden van de raad van toezicht van de stichting kunnen aanspraak maken op de vrijwaring als voorzien in dit artikel onder overeenkomstige toepassing van de hierin genoemde reikwijdte en voorwaarden.
Statutenwijziging Artikel 18 1.
Het college van bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en met instemming van de gemeenteraden.
2.
Voor het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van een voorafgaande goedkeuring is een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen tien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig is, met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen.
3.
Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.
4.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.
5.
De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
6.
Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie en/of splitsing.
Ontbinding en vereffening Artikel 19 1.
Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Met betrekking tot een besluit tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in het direct voorafgaande artikel van deze statuten van overeenkomstige toepassing.
2.
De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar
3.
De vereffening geschiedt door het college van bestuur, dan wel door een door het college van
vermogen nodig is.
14 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
bestuur aan te wijzen andere (rechts)persoon. 4.
Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
5.
Een eventueel batig saldo wordt, conform het doel van de stichting, uitgekeerd aan een door het college van bestuur, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en na instemming van de gemeenteraden, aan te wijzen fiscaal erkende algemeen nut beogende instelling, of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en waarvan het doel zoveel als mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting.
6.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon.
Extern toezicht openbaar karakter onderwijs Artikel 20 1.
In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht en de taken en bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijs zoals volgt uit de Wet op het onderwijstoezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs voorts het navolgende: a.
het college van bestuur stelt na vaststelling van de jaarstukken, deze ter beschikking
b.
de gemeenteraden kunnen zich vanuit de aan hen opgedragen wettelijke taak en
aan de gemeenteraden; verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot het college van bestuur en de raad van toezicht van de stichting; c.
de gemeenteraden zijn bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of het functioneren van het college van bestuur in strijd met de Wpo en de Wec, de maatregelen te nemen die zij nodig achten om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en heeft het recht om - indien en voor zover dat noodzakelijk is - zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden.
d.
de gemeenteraden worden door het college van bestuur dan wel de raad van toezicht geconsulteerd in geval van wijziging van de grondslag van de stichting dan wel opheffing van de stichting.
2.
Alvorens de gemeenteraden overgaan tot het nemen van een maatregel als hiervoor bedoeld in lid 1 onder c, stellen de gemeenteraden de raad van toezicht in de gelegenheid in overleg te treden met de gemeenteraden om de mogelijkheden te verkennen, te bespreken en eventueel te (doen) uitvoeren die noodzakelijk zijn om de gerezen bezwaren tegen het door het college van bestuur gevoerde beleid of het functioneren van het college van bestuur op andere wijze weg te nemen. Hierbij hanteren de gemeenteraden als uitgangspunt dat het toezien op het functioneren van en handelen door het bestuur (het ‘intern toezicht’) primair de taak is van de raad van toezicht.
Onvoorziene gevallen Artikel 21 In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur, na overleg met de raad van toezicht. Slot akte
15 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte wordt verleden te Amsterdam op de datum vermeld in de aanhef van deze akte. De zakelijke inhoud van deze akte wordt door mij, notaris, aan de verschenen persoon meegedeeld en toegelicht, waarbij ik, notaris, de verschenen persoon wijs op de gevolgen die uit de inhoud van de akte voortvloeien. De verschenen persoon verklaart ten slotte tijdig van de inhoud van deze akte kennis te hebben genomen en met die inhoud en de beperkte voorlezing van de akte in te stemmen. Onmiddellijk na voorlezing van ten minste die gedeelten waarvan de wet voorlezing voorschrijft, wordt de akte door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.
16 CONCEPT 203915663 / 18399474_7 Akte van statutenwijziging Stichting Klasse