Bijlage 4 toelichting 10 april 2024
Tekst van het document
Dat betekent dat de kadernota voor 15 december (t-2) voor zienswijzen aan de raden moet worden aangeboden. Alleen dan kan een zienswijzeprocedure tijdig worden afgerond zodat de zienswijzen van de raden meegenomen kunnen worden in de ontwerpbegroting die voor 30 april (t-1) voor zienswijze moet worden aangeboden. Artikel 30 Begroting De tekst van dit artikel is in lijn met de artikelen 34 en 35 Wgr. Conform de Wgr dient de ontwerpbegroting aan alle gemeenteraden te worden aangeboden (tweede lid) en is de zienswijzetermijn 12 weken (derde lid). In deze regeling is bewust gekozen voor het gezamenlijk aanbieden van de ontwerpbegroting en de conceptjaarrekening voor 30 april. Dat biedt de raden de mogelijkheid om tegelijkertijd terug én vooruit te kijken. Voorts is opgenomen, in lijn met de Wgr dat het dagelijks bestuur de raden informeert hoe zij de zienswijze weegt en wat de argumentatie daarvoor is (vierde lid). Over de voortgang van de programmabegroting wordt door middel van een bestuurlijke rapportage door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur gerapporteerd. Het betreft twee rapportages: na vier maanden en na acht maanden. Dit zijn rapportages op hoofdlijnen en op afwijkingen van de begroting, productie en ontwikkelingen.
De voortgangsrapportages worden ter informatie naar de raden gestuurd zodat leden van het algemeen bestuur worden ondersteund in de eigen verantwoording (zie ook artikel 15, achtste lid). Indien nodig wordt een begrotingswijzigingsprocedure gestart (en wordt een zienswijzeprocedure doorlopen). Artikel 31 Bijdrageverordening 23
10 april 2024 De begrote kosten van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland betreft organisatie kosten en een deel van zorg in natura budgetten. Het merendeel van deze zorg-in -natura budgetten blijft bij de gemeenten. Voor de ‘zorg in natura’ budgetten die wel via de GR lopen wordt een aanvullende verdeelsleutel gehanteerd. De bijdrage van de gemeenten wordt op basis van een objectieve, stabiele, herleidbare en eerlijke (op basis van taken) verdeelsleutel vastgesteld en nader uitgewerkt in de bijdrageverordening. Artikel 32 Samenstelling geldmiddelen en financieringsmiddelen Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 33 Batig en nadelig saldi Zie algemene deel van de toelichting onder kopje 12 ‘Begroting, jaarrekening, kadernota.’ Artikel 34 Garantstelling Volgens de Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 juli 1999, zijn de deelnemers verplicht het openbaar lichaam van middelen te voorzien waardoor het de taken waartoe het is opgericht naar behoren kan vervullen. Daartoe behoren ook de financiële verplichtingen die het openbaar lichaam ter uitvoering van die taken is aangegaan.
Daarnaast behoren tot de verplichte uitgaven van een openbaar lichaam evenals voor waterschappen de aflossing van schulden en renten en andere opeisbare schulden. De deelnemende rechtspersonen staan dus met andere woorden garant voor eventuele financiële tekorten van de verbonden partij en zijn verplicht die eventuele tekorten te dekken. Artikel 35 Vaststelling jaarrekening De tekst van dit artikel is in lijn met artikel 34 en 34 b Wgr. De jaarrekening geeft inzicht in de werkelijke uitgaven voor de uitvoering van het takenpakket, afgezet tegen de daarvoor begrote kosten. Zie het algemene deel van de toelichting onder kop 12. Artikel 36 Verrekening Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 37 Rekenkamer. Dit artikel beschrijft de mogelijkheid voor rekenkamers van de deelnemende gemeenten, zowel van een als van meerdere gemeenten in samenwerking, om onderzoek te kunnen doen naar de GR. Het dagelijks bestuur voorziet de rekenkamer van alle informatie. Omwille van zelfstandige leesbaarheid is het recht van enquête uitgeschreven in de regeling.
24
10 april 2024 Artikel 38 Enquêterecht Omwille van zelfstandige leesbaarheid is het recht van enquête uitgeschreven in de regeling. Artikel 39 tot en met 45 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Een voor onbepaalde tijd getroffen gemeenschappelijke regeling dient bepalingen te bevatten omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding (art. 9 Wgr). In de Wgr is de bepaling over uittreden meer omvattend en verplichtend geworden. De artikelen 40 tot en met 44 geven het proces weer dat bij uittreden of gedeeltelijk uittreden moet worden doorlopen. Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het niet langer afnemen van diensten of niet langer delegeren (dan wel mandateren) van tot dan toe gedelegeerde taken en bevoegdheden. Het afbouwen van een taak valt onder het gedeeltelijk uittreden. Met deze artikelen wordt niet alleen een gedegen proces vastgelegd. Ook wordt zorg gedragen dat de achterblijvende partijen zo min mogelijk negatieve effecten ervaren (zoals financieel nadeel) van een uittreden of gedeeltelijk uittreden wat resulteert in een hogere bijdrage van de deelnemers. Ingeval een van de deelnemers samen gaat met een andere gemeente stijgt het inwoneraantal van deze gemeente of treedt de gemeente uit de regeling. In het laatste geval zijn de bepalingen over uittreding van toepassing. Artikel 45 Wijziging Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 46 Opheffen en liquidatie Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikelen 47 tot en met 52 Archief Met de artikelen 47-52 is voldaan aan de voorwaarden in de Archiefwet 1995 dat de gemeenschappelijke regeling een voorziening moet bevatten omtrent de zorg voor de archiefbescheiden. Artikel 53 Geschillen Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 54 Evaluatie van de regeling Los van wettelijke verplichtingen tot monitoring en onderzoek van de ervaren kwaliteit van dienstverlening (zie onder meer artikel 2.5.1 Wmo 2015) is het ook van belang de organisatievorm en het gebruik ervan te evalueren. Om die reden is conform de verplichting in artikel 11a Wgr een evaluatiebepaling opgenomen, waarbij iedere vier jaar wordt geëvalueerd. Daarnaast voorziet de regeling in een tussentijdse evaluatie in 2026 waaronder een onderzoek naar de benodigde vaste formatie in relatie tot de door de GR JW uit te voeren taken. 25
10 april 2024 Voordat de evaluatie wordt uitgevoerd bepaalt het algemeen bestuur het precieze doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie. Het algemeen bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hiervoor tevoren zich uit te laten. Artikel 55 Duur en inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 56 Citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
26