Bijlage 4 Ontwerpbesluit omgevingsvergunning Souburgh
Tekst van het document
Postbus 45 2800 AA Gouda 088 - 54 50 000 www.odmh.nl Besluitdatum Verzenddatum Ons kenmerk
2022113938
OLO-nummer
6948013
Bijlage: Bijlagen:
0
Ontwerpbesluit op aanvraag omgevingsvergunning het bouwen van een zorgcentrum aan de Prins Bernhardlaan 2 1
Aanleiding
Op 3 mei 2022 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen. Het betreft het bouwen van een zorgcentrum gelegen aan de Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen. Wij zijn bevoegd gezag voor het behandelen van deze aanvraag. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo).
2
Ontwerpbesluit
Wij zijn voornemens, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen, het volgende te besluiten: A. De aangevraagde omgevingsvergunning, onder bijgevoegde voorschriften, te verlenen voor de volgende activiteiten: - bouwen (artikel 2.1 lid 1a Wabo) - afwijken bestemmingsplan/ strijdig gebruik (artikel 2.1 lid 1c Wabo). - kappen houtopstand (artikel 2.2 lid 1g Wabo) - uitweg/inrit (artikel 2.2 lid 1e Wabo) vergunnings vrij B. De volgende bijlagen maken onderdeel uit van dit ontwerpbesluit: Wordt voor de terinzagelegging aangevuld. (*) Omdat de stukken die u bij de aanvraag heeft ingediend bij u bekend en aanwezig zijn, worden deze niet met de beschikking meegezonden, met uitzondering van de stukken waar een sterretje achter staat.
3
Rechtsbescherming
Zienswijzen Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken liggen gedurende zes weken ter inzage. Belanghebbenden kunnen binnen deze periode zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren brengen bij de gemeente Waddinxveen per adres Omgevingsdienst Midden-Holland, Postbus 45, 2800 AA Gouda. Voor mondelinge zienswijzen kan contact worden opgenomen met de Omgevingsdienst Midden-Holland (telefoon 088 5450 000). De zienswijzen kunnen tevens per e-mail worden ingediend via info@odmh.nl. Identificatie 2022120143
1 van 9
4
Procedure
In dit hoofdstuk wordt de procedure beschreven die is toegepast bij het tot stand komen van dit besluit: Dit besluit is voorbereid volgens de uitgebreide procedure (paragraaf 3.3 Wabo). De aanvraag en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit omgevingsrecht en de Regeling omgevingsrecht daaraan stellen.
5
Overwegingen
De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag:
5.1
Bouwen (artikel 2.1 lid 1a Wabo)
-
Het gebouw waarop het bouwplan betrekking heeft, is voorzien in het gebied waar het bestemmingsplan ''Van station tot hefbrug'' van kracht is. De gronden hebben daarin de bestemmingen ''Wonen'', ''Groen'', ''Verkeer'' en ''Maatschappelijk''. Het bouwplan is in strijd met de regels van dit bestemmingsplan. Voor het plan wordt afgeweken van de regels van dit bestemmingsplan. Zie hiervoor de activiteit ‘afwijk en bestemmingsplan/strijdig gebruik ’ in dit besluit. Het gebouw waarop het bouwplan betrekking heeft, is voorzien in het gebied waar eveneens het bestemmingsplan ''Parapluplan Archeologie en Parkeren'' van kracht is. Het bouwplan is ook in strijd met de regels van dit bestemmingsplan. Voor het plan wordt afgeweken van de regels van dit bestemmingsplan. Zie hiervoor de activiteit ‘afwijk en bestemmingsplan/strijdig gebruik ’ in dit besluit. Het plan is gelegen in een welstandvrij gebied. De aanvraag is daarom niet getoetst aan redelijke eisen van welstand. Op grond van de verstrekte gegevens en bescheiden is het aannemelijk dat het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening. Op grond van de verstrekte gegevens en bescheiden is het aannemelijk dat er voldoende rekening is gehouden met aspecten van natuurbescherming.
Eventuele voorwaarden waaronder de omgevingsvergunning kan worden verleend, zijn opgenomen in de verklaring van geen bedenkingen, die als bijlage bij het besluit is gevoegd. De gevraagde vergunning voor deze activiteit kan daarom worden verleend, mits aan de onder de voorschriften vermelde voorwaarden wordt voldaan.
-
-
-
Identificatie 2022120143
2 van 9
5.2
Afwijken bestemmingsplan/ strijdig gebruik (artikel 2.1 lid 1c Wabo)
-
Het gebouw waarop het bouwplan betrekking heeft, is voorzien in het gebied waar het bestemmingsplan ''Van station tot hefbrug'' van kracht is. De gronden hebben daarin de bestemmingen ''Wonen'', ''Groen'', ''Verkeer'' en ''Maatschappelijk''. Het plan is in strijd met het bestemmingsplan ''Van station tot hefbrug'' omdat een deel van de bebouwing buiten het bouwvlak en op de gronden met bestemming Groen, Verkeer en Wonen wordt gebouwd en omdat er gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouw en tevens wordt de maximaal toegestane bouwhoogte gedeeltelijk overschreden. Het is mogelijk om met toepassing van artikel 2.12 eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo. af te wijken van de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd het besluit te nemen op de aanvraag omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een verklaring van geen bedenkingen is afgegeven door de gemeenteraad. Wij willen meewerken aan een afwijking van het bestemmingsplan. Voor de overwegingen wordt kortheidshalve verwezen naar het raadsvoorstel en besluit van 22 juni 2022. Deze maken integraal onderdeel uit van dit besluit. De inhoud hiervan dient als hier herhaald en ingelast te zijn beschouwd.
De Ontwerpverklaring van geen bedenkingen, het ontwerp van dit besluit, de aanvraag en bijbehorende stukken hebben vanaf 30 juni 2022 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn wel / geen zienswijzen ingediend. Reactie naar aanleiding van zienswijzen PM. De gemeenteraad heeft bij besluit van 22 juni 2022 verklaard wel / geen bedenkingen te hebben. Deze verklaring maakt integraal onderdeel uit van dit besluit. (HWB indien nodig) Voor het bouwplan is een Besluit hogere waarden Wet geluidhinder genomen (ons kenmerk XXXXXX). Een afschrift is bij dit besluit gevoegd. De gevraagde omgevingsvergunning kan daarom wel / niet worden verleend. Het plan is tevens in strijd met bestemmingsplan ''Parapluplan Archeologie en Parkeren'' omdat het parkeren niet op eigen terrein wordt opgelost. Het is mogelijk om met toepassing van artikel 2.12 eerste lid, onder a, onder 1 van de Wabo, in samenhang met artikel 8.1 van het bestemmingsplan ''Parapluplan Archeologie en Parkeren'', af te wijken van de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Wij willen meewerken aan een afwijking omdat het gebruiksgemak van de Prins Bernhardlaan en de verkeersveiligheid verbeterd. De huidige weg loopt 'dood' waardoor (bevoorradend) verkeer moet keren. Dit is voor sommige voertuigen lastig. Om dit op te lossen is voorgesteld eenrichtingsverkeer toe te passen.
Dit is een verbetering. Het aantal verkeersbewegingen neemt met 53 voertuigbewegingen per dag toe waardoor de Prins Bernhardlaan niet veel drukker wordt. Door de beperkte verandering van het zorgaanbod neemt de parkeervraag toe met circa 16 parkeerplaatsen. Uit onderzoek blijkt dat er voldoende parkeerruimte in de directe omgeving aanwezig is om te voorzien in de parkeervraag. Er worden in totaal vier parkeerplaatsen toegevoegd en er komen fietsparkeerplaatsen, zowel inpandig als buiten. De gevraagde vergunning voor deze activiteit kan daarom worden verleend.
-
-
-
-
-
-
Identificatie 2022120143
3 van 9
5.3
Inrit/ uitweg (artikel 2.2 lid 1e Wabo) (VERGUNNINGSVRIJ)
-
Op de aanvraag is de Algemene Plaatselijke Verordening van gemeente Waddinxveen van toepassing. Na toetsing van uw aanvraag is gebleken dat er geen omgevingsvergunning voor de aangevraagde activiteit ‘uitweg/inrit’ (artikel 2.2 lid 1 e Wabo) is vereist. Het betreft hier namelijk een aansluiting op een weg die in beheer is van de gemeente. Op grond van de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening Waddinxveen 2019 dient u voor de realisatie van de uitweg een melding te doen bij de gemeente. Dit kunt u digitaal doen via navolgende link: https://www.waddinxveen. nl/form/inrit -of-uitrit-aanleggen-melding/ voor-ubegint-0-6.
-
-
5.4
Kappen houtopstand (1 boom) (artikel 2.2 lid 1g Wabo)
-
Op de aanvraag is de Algemene Plaatselijke Verordening van gemeente Waddinxveen van toepassing. De aangevraagde activiteit is in overeenstemming met het Groenstructuurplan van gemeente Waddinxveen. De boom is niet opgenomen in de lijst bijzondere bomen waardoor deze derhalve geen bijzondere bescherming geniet. De gevraagde vergunning voor deze activiteit kan daarom worden verleend, mits aan de onder de voorschriften vermelde voorwaarden wordt voldaan.
-
Dit is een ontwerpbesluit en is daarom niet ondertek end.
Voorschriften 1
Bouwen
1.1
De start en afronding van de werkzaamheden moeten gemeld worden bij de afdeling Bouwen Woningtoezicht van de Omgevingsdienst Midden-Holland. Dit kan door toezending van een e-mailbericht naar bwt@odmh.nl o.v.v. start/afronding werkzaamheden, locatie + ons kenmerk 2022113938.
1.2
Ten minste 3 weken vóór de aanvang van de werkzaamheden moeten de onderstaande gegevens ter goedkeuring bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de ODMH worden voorgelegd via http://constructiestukken.odmh.nl/. Voordat tot uitvoering wordt overgegaan, moeten deze gegevens goedgekeurd in bezit zijn van de vergunninghouder: constructie a. de statische berekeningen en tekeningen van de draag- en stabiliteitsconstructies. Met de statische berekeningen moet aangetoond worden dat de sterkte, stijfheid en stabiliteit van het bouwwerk na uitvoering van het bouwplan voldoende is verzekerd. b. het palenplan, inclusief de statische berekeningen en tekeningen. Het draagvermogen van de palen moet door middel van een berekening worden vastgesteld op basis van een ter plaatse gemaakte sondering. c. de (detail)tekeningen en statische berekeningen van de balustrade, de hekken langs de trappen, trapgaten, balkons en galerijen. d. de tekeningen en statische berekeningen van de te maken trappen. e. constructieve details, verankeringen, gewicht- en stabiliteitsberekeningen.
Identificatie 2022120143
4 van 9
1.3
Ten minste 3 weken vóór de aanvang van de werkzaamheden moeten de onderstaande algemene gegevens ter goedkeuring bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de ODMH worden voorgelegd door toezending van een e-mailbericht naar bwt@odmh.nl. Voordat tot uitvoering wordt overgegaan, moeten deze gegevens goedgekeurd in bezit zijn van de vergunninghouder: brandveiligheid a. de gegevens, tekeningen en andere relevante zaken met betrekking tot de aan te brengen brandmeldinstallatie. diversen a. de tekening van het rioleringsstelsel waarop de voorzieningen (ontlastputten, controleputten, ontluchtingsleidingen, etc.) en de diameters zijn aangegeven. b. de kwaliteitsverklaringen van de toe te passen bouwdelen. c. de gegevens, waaronder het type heiblok en de afmetingen van de funderingspalen, met betrekking tot het heiwerk.
1.4
Uit een te overleggen verklaring moet duidelijk blijken dat de integrale constructieve veiligheid is gewaarborgd door een deskundige, in opdracht van de vergunninghoud(st)er aangewezen coördinerend constructeur, voor alle constructieve onderdelen behorende bij dit bouwplan. Alle aan te leveren constructieve stukken dienen gecontroleerd en afgetekend te zijn door de aangewezen coördinerend constructeur.
1.5
Het heiwerk moet geschieden onder toezicht van een deskundige op dit vakgebied.
1.6
De mechanische ventilatie moet worden uitgevoerd met de mogelijkheid om deze uit te schakelen. Hiermee wordt voorkomen dat bij een incident toxische (rook)gassen naar binnen worden gezogen (Visie Externe Veiligheid gemeente Waddinxveen).
1.7
Het uitgevoerde bodemonderzoek is niet zonder meer rechtsgeldig als bewijsmiddel bij hergebruik van vrijkomende grond. Indien vrijkomende grond op een andere locatie wordt toegepast kan deze mogelijk worden hergebruikt conform het gestelde in de Nota Bodembeheer Midden-Holland of dient deze te worden gekeurd conform het Besluit bodemkwaliteit. Voor meer informatie over de vereiste partijkeuring en over de meldingen kunt u contact opnemen met de afdeling expertise van de ODMH via telefoonnummer 088 - 54 50 000.
1.8
Het bouwafval moet op de bouwplaats ten minste worden gescheiden in de volgende fracties: gevaarlijk aangeduide afvalstoffen (hoofdstuk 17 Regeling Europese afvalstoffenlijst); steenachtig sloopafval, gipsblokken en gipsplaatmateriaal, indien meer dan 1 m 3; bitumineuze of teerhoudende dakbedekking, indien meer dan 1 m 3; teer- of niet teerhoudend asfalt, indien meer dan 1 m 3; dakgrind, indien meer dan 1 m 3; overig afval. Gevaarlijke stoffen zoals hierboven genoemd mogen niet worden gemengd of gescheiden. De fracties moeten op het bouwterrein gescheiden worden gehouden en gescheiden worden afgevoerd.
1.9
Ten aanzien van het rioleringssysteem gelden de volgende eisen: a. het stelsel moet gescheiden worden uitgevoerd; b. het hemelwater moet naar het open water c.q. indien aanwezig op het hemelwaterriool worden afgevoerd. Als het laatste niet aanwezig is moet het hemelwater op het gemengde riool straatkolkenriool worden afgevoerd; c. het vuilwater moet op het gemeentelijk riool worden aangesloten;
Identificatie 2022120143
5 van 9
d.
de plaats en hoogte van de aansluiting(en) op het gemeentelijk riool moet op aanwijzing van de gemeente bepaald worden. Het maken van die aansluiting op het gemeentelijk riool wordt in opdracht van de gemeente op kosten van de aanvrager uitgevoerd. Voor meer informatie of het verkrijgen van toestemming kunt u contact opnemen met uw gemeente.
1.10
De afdeling Bouw- en Woningtoezicht moet op basis van artikel 2.22 lid 2 van de Wabo schriftelijk in kennis worden gesteld van: de aanvang van het inbrengen van funderingspalen, ten minste 2 werkdagen van tevoren. de aanvang van grondverbeteringswerkzaamheden, ten minste 2 werkdagen van tevoren. de aanvang van het storten van beton, ten minste 2 werkdagen van tevoren. het plaatsen van de (hoofddraag)staalconstructie, ten minst e twee werkdagen van tevoren. het ‘sluiten’ van de plafonds (i.v.m. controle brandpreventie), 2 werkdagen tevoren. de voltooiing van grondleidingen en afvoerputten, ten minste 2 werkdagen voor voltooiing. Dit kan door te mailen naar bwt@odmh.nl of per brief naar ODMH, afdeling BWT, team TTH, Postbus 45, 2800 AA GOUDA.
2
Kappen (1 boom)
2.1
Omdat het tijdstip van vellen ons niet bekend is, delen wij u mee dat het, op grond van artikel 3.1 van de Wet Natuurbescherming, onder meer verboden is nesten van vogels te verstoren, te vernielen of weg te nemen en om eieren te rapen, uit de nesten te halen, te vernielen dan wel te beschadigen. Vooral in de periode van 15 maart t/m 15 juli is er sprake van broedende vogels.
2.2
Door of namens de vergunninghoud(st)er of zakelijk gerechtigde worden binnen zes maanden na het (doen) vellen, bomen van passende grootte herplant, waarbij zorggedragen wordt voor een optimale groeiplaats.
Mededelingen Algemeen 1. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de ODMH via telefoonnummer 088 - 54 50 001. 2. Bij correspondentie over dit besluit en bij het indienen van (vervolg)bescheiden graag het kenmerk 2022113938 vermelden. 3. Voor informatie over het aanvragen en wijzigen van een water, gas- en elektriciteitsaansluiting verwijzen wij u naar de website: www.mijnaansluiting.nl. 4. Voor het in gebruik nemen van openbare grond is precario verschuldigd. Hiervoor krijgt u een afzonderlijke nota namens de gemeente. Deze aanslag is gebaseerd op het oppervlak dat door u daadwerkelijk in gebruik wordt genomen. Let op: het feit dat u precariobelasting betaalt wil nog niet zeggen dat u ook een vergunning heeft voor het in gebruik nemen van de openbare grond. Overige toestemmingen 5. Voor het plaatsen van een steiger, keet, container of iets dergelijks op de openbare weg of in het plantsoen is mogelijk een afzonderlijke toestemming nodig. 6. Het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden mag niet leiden tot een zodanige wijziging van de grondwaterstand dat gevaar kan ontstaan voor de veiligheid van belendingen. Bij het uitvoeren van deze
Identificatie 2022120143
6 van 9
werkzaamheden dient u te allen tijde contact op te nemen met het waterschap in uw regio. Zie voor het waterschap in uw regio: www.waterschappen.nl/mijn-waterschap. Aandachtspunten tijdens uitvoering 7. Indien het noodzakelijk is dat de openbare weg en of het trottoir geheel of gedeeltelijk moet worden afgesloten of dat op een andere wijze het verkeer wordt belemmerd of mogelijk in gevaar wordt gebracht moet vooraf overleg worden gevoerd met de inspecteur van de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de ODMH via telefoonnummer 088 - 54 50 001. 8. Vóór de start van heiwerkzaamheden en/of graafwerkzaamheden moet via een KLIC-melding informatie over de ligging van kabels en leidingen worden opgevraagd. Dit om graafschade te voorkomen en de veiligheid van de graver en de directe omgeving te bevorderen. De KLICmelding kan worden gedaan via de website: www.klic.nl of telefoonnummer 0800 0080. 9. Indien er grond van de locatie moet worden afgevoerd en ergens anders zal worden toegepast, moet de kwaliteit van de vrijkomende grond worden bepaald. Afhankelijk van de toepassing van de vrijkomende grond dient de grond te worden hergebruikt conform het gestelde in de Nota Bodembeheer Midden-Holland of dient deze te worden gekeurd conform het Besluit bodemkwaliteit.
Voor meer informatie over de vereiste partijkeuring en over de meldingen kunt u contact opnemen met de afdeling expertise van de ODMH via telefoonnummer 088 - 54 50 000. 10. Alle schade die toegebracht wordt aan gemeentelijke eigendommen als straat, trottoir, plantsoen, riool, zullen bij de vergunninghouder worden geclaimd. Wij stellen hierbij vast dat naar onze overtuiging bovengenoemde eigendommen zich in een goede staat bevinden. 11. Uit historisch onderzoek is bekend dat in delen van Waddinxveen in Wereld Oorlog II gevechtshandelingen en bombardementen hebben plaatsgehad. Met als gevolg dat er geschutsmunitie of niet ontplofte vliegtuigbommen in de bodem achtergebleven kunnen zijn. Uit de risicokaart die gemeente Waddinxveen in 2012 heeft laten opstellen blijkt de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten op uw bouwlocatie / in uw plangebied. Dat betekent dat u voordat u werkzaamheden in de bodem gaat verrichten een onderzoek moet instellen naar de risico’s in verband met de eis tot veilig kunnen werken. 12. Wij wijzen u erop dat u naast de omgevingsvergunning rekening moet houden met het privaatrecht (het onderlinge recht tussen privépersonen) op grond van het Burgerlijk Wetboek. Brandveiligheid 13.
Bij een permanente bewaking, waarbij 24 uur per etmaal voldoende goed getraind personeel aanwezig is om de bedgebonden patiënten bij brand tijdig in veiligheid te kunnen brengen is een beschermd subbrandcompartiment van 500 m² toegestaan. Ontbreekt bewaking, dan mag het beschermde subbrandcompartiment niet groter zijn dan 50 m². Is het niveau van de bewaking afgestemd op het bij brand tijdig in veiligheid kunnen brengen van een bepaald aantal bedgebonden patiënten, dan mag de omvang van het beschermd subbrandcompartiment zodanig zijn, dat dat aantal bedgebonden patiënten daarin kan worden ondergebracht. Dit betekent dat in voorkomende gevallen een beschermd subbrandcompartiment kan worden toegestaan met een omvang die ligt tussen de 50 m² en 500 m². Het beschermd subbrandcompartiment mag echter, ongeacht het niveau van de bewaking, niet groter zijn dan 500 m². 14. Testrapport en bijbehorende toepassingsgebied en montagevoorschriften van gevelbekleding.
Identificatie 2022120143
7 van 9
15. De uitgangspunten van de betreffende automatische brandmeld- en ontruimingsinstallaties (bij voorkeur in de vorm van een programma van eisen - PvE) te hebben bijgevoegd. Deze uitgangspunten moeten conform de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) worden ingediend. 16. Om de inzet van de brandweer zo optimaal mogelijk te kunnen maken moet in de bestek fase de exacte plaatsen van droge blusleiding in overleg met de brandweer worden vastgesteld. Per toren en per bouwlaag is minimaal één droge blusleiding een vereiste, deze locaties zullen nader moeten worden afgestemd met de brandweer. 17. Het voldoen aan de minimale eisen van het Bouwbesluit wil per definitie niet zeggen dat een gebouw het gewenste brandveiligheidsniveau behaald. Op basis van het kenmerkenschema kunnen er aanvullingen noodzakelijk zijn. De onderstaande restrisico’s zijn aan de aanvrager kenbaar gemaakt om tot een acceptabel brandveiligheids niveau te komen. Opdracht vanuit inspectie Veiligheid en justitie Conform het rapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie, naar aanleiding van de brand in de Kelders te Leeuwarden en de brand bij Rivierduinen, adviseert de Brandweer Hollands Midden als gevolg van één van de aanbevelingen uit het rapport het volgende.
Een aanbeveling uit het rapport is: “Spreek eigenaren van bouwwerken nadrukkelijk aan op hun verantwoordelijkheid en zorgplicht voor brandveiligheid en help hen deze verantwoordelijkheid te kunnen dragen”. Het voldoen aan de minimale regels van het Bouwbesluit wil nog niet zeggen dat een gebouw voldoende brandveilig is. De brandveiligheid moet (volgens de Inspectie) worden afgestemd op de aard en het type gebruik, dit kan tot gevolg hebben dat er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn boven het Bouwbesluit. Deze maatregelen zijn een (eind)verantwoordelijkheid van de gebruiker en of gebouweigenaar. In het voortraject is er gesproken over een actief blussyteem/ beheerssysteem (watermistinstallatie) en is er verwezen naar meerdere onderzoeken over rookverspreiding en evacuatie. De aangedragen motivatie hiervoor waren: - Het kan reducerend werken op de brand- en of rookscheidingen. - Het kan besparen op een personele bezetting i.v.m. de interne organisatie (7.11a). - Het kosten reducerend kan bijdragen op de te treffen voorzieningen van eventueel sturingen van brandkleppen. - Verzekeringstechnisch voordelen heeft of kan hebben. - Uit deskundig onderzoek blijkt dat dit systeem zeker niet veel duurder hoeft te zijn. - Het beperkt slachtoffers, al treedt deze installatie maar één keer in werking. - De maatschappelijke impact vele malen lager is.
- De brand beperkt blijft, en makkelijker te bestrijden is. - De betrouwbaarheid is zeer hoog. De kans van falen ten opzichte van een interne organisatie is veel lager. - De verdere bedrijfsvoering veelal binnen enkele uren geborgd is. - Je neemt veel (rest)risico’s weg, omdat een ontwikkelde brand bijna niet meer mogelijk is en een totaal ontruiming nagenoeg niet meer noodzakleijk is. Op basis van landelijk onderzoek heeft een watermistinstallatie een zeer gunstige invloed op het beperken van de verspreiding van rook in het woongebouw en levert daarmee een bijdrage aan het verbeteren van de vlucht- en overlevingsmogelijkheden, niet alleen van de bewoners van het betreffende appartement, maar ook van de andere bewoners van het bouwwerk. https://www.ifv.nl/kennisplein/Documents/20210210-BA-B randveilig-leven-en-lessenrookverspreidingsonderzoek.pdf
Identificatie 2022120143
8 van 9
Graag verwijzen wij u nogmaals naar het landelijk onderzoek en de resultaten van een acti ef blussysteem, de overleefbaarheid, de rookbeperking, en de bedrijfsvoering. Het is daarbij de verantwoordelijkheid van de directie/ raad van bestuur om een afweging te maken over de noodzakelijke brandveiligheid, de eventuele slachtoffers, de vereiste interne organisatie en de continuïteit van de bedrijfsvoering.
Identificatie 2022120143
9 van 9