CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 ROM Herbeoordeling omgevingaspecten Businesspark Vredenburgh fase 2 - m.e.r. beo Geanonimiseerd

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Businesspark Vredenburgh fase 21.932 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Team ROM, Externe veiligheid en Ecologie 5.1.2.e

ODMH Omgevingsdienst Midden-Holland

I

088 - 54 50 332

Postbus 45

2800 AA Gouda

088 - 54 50 000

Gemeente Waddinxveen T.a.v. 512=

I

Postbus 400 2740 AK WADDINXVEEN qemeente@waddinxveen.nl 5.1.2.e ©waddinxveen.nl Onderwerp Herbeoordeling 2 omgevingsaspecten Businesspark Vredenburgh fase 2c

Beste 5 i.2.e

www.odmh.nl

Besluitdatum Verzenddatum

03-07-2023

Ons kenmerk

2023-00007274

Uw kenmerk

Bijlagen:

3

I

Op 8 juni 2023 heeft u ons gevraagd om het bestemmingsplan voor Businesspark Vredenburgh fase 2 opnieuw te beoordelen op aspecten uit de fysieke leefomgeving. Dit hebben wij gedaan. In bijlage 1 leest u naar welke aspecten wij hebben gekeken. Onze adviezen leest u hieronder.

Dit betreft een herbeoordeling. Daarom gaan wij in deze brief enkel in op aspecten die wij in de laatste beoordeling d.d. 25-11-2022 met kenmerk 2022279700 als onvoldoende beoordeelden. Situatie en procedure Initiatiefnemer wil een perceel van ongeveer 30 hectare uit het bestemmingsplan ‘Glasparel+’, bestemd voor glastuinbouw, omzetten naar bedrijventerrein. Er is veel vraag naar bedrijfskavels. De omzetting wordt mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan (7 juni 2023, met kenmerk NL.IMR0.0627.BPbpvbf2-0301). Het bestemmingsplan kan nog niet in procedure worden gebracht Het (concept) bestemmingsplan voldoet op het omgevingsaspect ecologie nog niet aan de huidige wet- en regelgeving. Wij adviseren daarom dat de aanvrager de volgende actie uitvoert: 1. Ecologie (4.5): aanpassen stikstofberekening De motivering voor deze adviezen leest u in bijlage 2.

Wij zien de volgende kansen Deze sluiten aan bij ambities van de gemeente die zijn vastgelegd in gemeentelijk beleid, afgesloten convenanten of programma’s van de gemeente. 1. Biodiversiteit: Voor biodiversiteit is door de ODMH een biodiversiteitsadvies opgesteld voor plangebied Vredenburgh fase 2. Dit betreft het advies met kenmerk 2022270248, d.d. 21 november 2022.

Zorg ervoor dat de volgende besluiten tegelijkertijd worden genomen 1. Het m.e.r. beoordelingsbesluit, deze leest u terug in bijlage 3.

Identificatie D-2023-00048663

1 van 7

Heeft u vragen? Neem dan contact op met 5.1 Dat kan via 088 - 54 50 332 of per e-mail via 5.1,2, e @odmh.nl. Vermeld dan het kenmerk 2023-00007274. Zo kunnen wij u sneller helpen.

Met vriendelijke groet, 5.1.2,e

I

Dit document is digitaal vastgesteld.

Bijlagen Bijlage 1: Afkadering Bijlage 2: Motivering omgevingsaspecten Bijlage 3: m.e.r.-beoordelingsbesluit

Identificatie D-2023-00048663

2 van 7

Bijlage 1: Afkadering

We hebben gekeken naar de volgende aspecten. Het nummer achter ieder aspect verwijst naar de paragraaf van de ruimtelijke onderbouwing. Wij baseren ons advies op de bij een aspect genoemde documenten. Geluid (4.1) Luchtkwaliteit (4.2) Bedrijven & milieuzonering (4.3) Ecologie (4.5) AERIUS -berekening Businesspark Vredenburgh Fase 2, opgesteld door BRO, kenmerk P05165, d.d. 9 maart 2023 (hierna: stikstofberekening). M.e.r. (4.9) M.e.r.-aanmeldnotitie, opgesteld door Bro, 20 april 2023

Als ODMH opmerkingen heeft over een omgevingsaspect, dan staan deze in bijlage 2. Als er geen opmerkingen zijn, dan is het aspect akkoord. De beoordeling is gebaseerd op de op het moment van opstellen geldende wet- en regelgeving. Wijzigingen in deze wet- en regelgeving kunnen leiden tot andere conclusies.

Identificatie D-2023-00048663

3 van 7

Bijlage 2: Motivering Leeswijzer bij deze bijlage:

-

achter ieder omgevingsaspect staat een nummer; dit is de paragraaf in de toelichting.

per omgevingsaspect vind je een genummerde opsomming van onze adviezen. De waarom bij ieder advies

staat vervolgens bij ‘argumenten’, waarbij de argumenten 1.1 t/m 1.x horen bij advies 1, de argumenten 2.1 t/m 2.x horen bij advies 2, enz.

Geluid en Bedrijven en milieuzonering Beoordeling van het akoestisch onderzoek is niet aan de orde. De gemeente is niet meegegaan in ons advies om de rapportage aan te passen. De rapportage is dus niet aangepast. De consequentie is besproken met de geluidsspecialist. Ecologie (4.5) Advies 1. Pas de stikstofberekening voor de gebruiksfase aan 2. Pas de stikstofberekening voor de aanlegfase aan

Argumenten: 1.1 De stikstofberekening voorde gebruiksfase is nog niet voldoende. In de berekening is alleen rekening gehouden met licht verkeer en niet met vrachtverkeer. Dit moet worden aangepast. 1.2 Wij adviseren in eerste instantie om een aanvulling op de stikstofberekening te vragen aan de initiatiefnemer. Hiermee kan mogelijk een toename aan stikstofdepositie in de gebruiksfase uitgesloten worden. 2.1 De berekening voor de aanlegfase is niet geheel worst-case uitgevoerd. Bij volledig worst-case uitgangspunten blijkt dat een toename aan stikstofdepositie wordt veroorzaakt. De bouw van het bedrijventerrein is in de berekening in één jaar berekend. In werkelijkheid zal de aanlegfase van de bedrijven naar verwachting overeen langere periode plaatsvinden. 2.2 Om toch het risico op een toename aan stikstofdepositie uit te sluiten, adviseren we om de gehanteerde uitgangspunten van de stikstofberekening in het bestemmingsplan op te nemen.

M.e.r. (4.9) Advies 1. De ODMH is het eens met de conclusie in de toelichting van het plan dat het opstellen van een MER niet nodig is. 2. Op basis van de aanmeldnotitie en eventuele adviezen moeten B&W een besluit nemen of een milieueffectrapport al dan niet opgesteld moet worden. Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit kan genomen worden bij de vaststelling van de ontwerpvergunning. Als het bevoegd gezag besluit op grond van de aanmeldnotitie dat een Milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk is, dan moet het bevoegde gezag de Wabo vergunningaanvraag aanhouden. De initiatiefnemer moet dan eerst een MER opstellen. Argumenten 1.1 De ODMH is het eens met de toelichting van het plan waarom geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, omdat deze voldoet aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. 2.1 Dit staat in de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Onder kolom 3 (plannen) of kolom 4 (besluiten) wordt per activiteit verwezen naar wetsartikelen van andere wetten wie bevoegd gezag is. Hetzelfde bevoegd gezag neemt ook het m.e.r-beoordelingsbesluit.

Identificatie D-2023-00048663

4 van 1

Bijlage 3: m.e.r.-beoordelingsbesluit

M.e.r.-beoordelingsbesluit Businesspark Vredenburgh fase 2 1

Aanleiding

In verband met de voorgenomen ontwikkeling van Wayland Developments hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van bedrijfspercelen op een perceel van 30 hectare, aansluitend op het bestaande Businesspark Vredenburgh. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

2

Besluit

Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door Wayland Developments geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan (NL.IMR0.0627.BPbpvbf2-0301) maakt onderdeel uit van dit besluit.

3

Rechtsmiddelen

Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft.

In de bestemmingsplanprocedure kan dooreen ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.

4

Procedure

De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.

5

Overwegingen

De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag: Identificatie D-2023-00048663

5 van 7

5.1

Toetsingskader De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D 11.2. In kolom 2 van D11.2 is de m.e.r-beoordelingsdrempel opgenomen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). Deze criteria omvatten: de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid).

Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben.

5.1.1

De kenmerken van het project De omvanq van het project Het gaat om een plangebied van circa 30 hectare bruto, dit is aan de westzijde van de gemeente Waddinxveen gelegen. Hiervan is circa 26 hectare (netto oppervlak) bedrijfsgrond in de toekomst uitgeefbaar. De cumulatie met andere projecten Niet van toepassing.

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Er worden natuurlijke hulpbronnen gebruikt.

Verontreiniging en hinder Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal er geen sprake zijn van productie van andere afvalstoffen. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. De realisatie heet geen onaanvaardbare invloed op de geluidsbelasting op de beschouwde woningen. Daarnaast wordt voldaan aan de eisen voor luchtkwaliteit en draagt de ontwikkeling niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit.

Identificatie D-2023-00048663

6 van 7

Risico van ongevallen Het gaat om de uitbreiding van een bedrijventerrein. Hier zijn geen risicovolle inrichtingen toegestaan.

5.1.2

De plaats van het project Het bestaande grondgebruik De gronden zijn nu in gebruik als agrarische gronden (glastuinbouw).

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Er is sprake van een gebied met een relatief hoge bevolkingsdichtheid. Er zijn geen archeologische verwachtingen en het respecteert de aanwezige cultuurhistorische aspecten. Het opname vermogen van het natuurlijke milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, HA/ Richtlijnengebied, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historische cultureel of archeologische gebieden van belang

Er is geen sprake van een beschermd gebied. Beschermde gebieden, Natura2000-gebieden liggen op 8,7 kilometer afstand. Voor onderhavige ontwikkeling is, naar aanleiding van de stikstofuitspraak omtrent intern salderen (RvS 202201311/1), een passende beoordeling opgesteld. De ODMH heeft deze passende beoordeling beoordeeld.

5.1.3

Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (Geografisch en grootte getroffen bevolking) De effecten van de aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee zeer beperkt.

Grensoverschrijdend karakter Niet van toepassing

Orde van grootte en complexiteit effect Er is geen sprake van onevenredige effecten voor de omgeving Duur, freguentie en omkeerbaarheid effect Het bedrijventerrein wordt voor onbepaalde tijd gerealiseerd. Er is geen sprake van een onevenredige aantasting. 5.2 Conclusie Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen.

Identificatie D-2023-00048663

7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15662184/5